ALGEMEEN NIEUW8- EN ADVERTENTILBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN. No 7396 Maandag 1 Januari 1923. 63e Jaargang, Oudejaarsavond. AQVERTENTIEN. Otidejuarsav-nd! Het z»jn ernstige, p|fc.h- tige gedachten, die bij den terugblik op een gedeelte van den afgelegden levensweg in ons opkortien. Met het oog gericht op cen knooppunt in den eindeioozen keten van komen en van gaan, vinden we in al hetgeen te flier ge- iegenheid gezegd wordt niets, dat niet reeds tallooze matan werd vcrnomen. Hoe zou (lit ook, bij de voortdurende overeenstemmin;. van menseheiijlie aando^iingenV diker, 'die op deh Vansel de pleAtige knmst op Oudejaarsavond in het bedehuis leidt, kan een gedachte uitspreken, die niet feeds in honderd talen onder woorden is gebracht, - welk iezer, die in zijn dagelijk- sche lectuur herinneringen ontmoet aan den iaarsovergarig; verwacht daarin iets te Yin- den, dat werkelijk nieuw mag heeten? Maar toch, niets blijft nieuwer dan de eeuwig oude geschiedenis van menschelijk lief en leed en wanneer wij, hetzij in eentaamheid neergezeten, hetzij met een iet- wat ongewoon gevoel van bijzonderen aard. de laatste uren van het scheidend jaar in ge- zelligen kring doorlevend, gedachten opvan- gen, die gelijk zijn aan het vaak gehoorde, lulsteren wij toch met opmerkzaamheid en zouden wij het verzwijgen als een gemis besehouwen. Er is een overeenstemming in menscheiijk denken en voelen. Daarbij zinken voor een otrgenblik de groote verschitlen in stoffelijk wefeijn en geestelijk vermogen op den ach- tergmnd. De minbedeelde, die op den Syl- vesteravond terug ziet op den zegen, aan het werk zijner handen te beurt gevallen, koestert in zijn hart dezelfde dankbaarheid, die den meerbegaafde vervult bij de gedach te aan een behaalde zegepraal op het ge- bied van wetenschap of kunst en het is niet de kloof tusscfoen armoede en rijkdoni, die pnderscheid maakt in de droefenis, waar- mede wij bij het scheiden des jaars blikken op een plaats, bij het begin nog bezet door een geliefde gedaante. In de leerschool des levens zitten niet alie discipelen op gelijken rang en er is verschil in den aard van het cmderwijs, dat ieder ontvangt; maar als de repetitieles van Oudejaarsavond wordt ge- houden, komen toch alien, mits zij goede en trouwe leerlingen zijn, onder den indruk, In de eerste plaats van het onbestendige afler dingen, van de waarheid, dat op een tijdstip, door den Hoogsten Opvoeder te be- palen, ook voor hen de cursus voor goed zal zijn afgeloopen. Er is in deze gedachte niets verontrus- tends. Zij moge ons ernstig stemmen, zij doet geenszins tekort aan de rechtmatig- heid onzer levensvreugde. Het is volkomen waar, van hen, die in den huiselijken kring samenkomen om het punt van over- gang wakende te doorleven, weet niemand, of een volgend bijeenzijn van gelijken aard, wel alien zal kunnen vereenigen; zonder te gewagen van de minder ernstige belemme- ringen, die het gevolg van werkkring of andere levensomstandigheden kunnen zijn, denken wij hier natuurlijk aan de groote en alles afdoende verhindering, waaraan wij alien, jong en oud, zijn bloot gesteld aan het groote vraagteeken, dat op elken levens- weg schaduw werpt. En wie nog niet ge- leerd heeft, die onvermijdelijke sluiting, dat losbreken van de hechtste banden, dat ver- scheuren van de innigste betrekkingen rus- tig af te wachten, heeft nog niet veel van de lessen geprofiteerd. E£n ding mag wel verwondering wekken, namelijk, dat diezelfde, zoo dood-een- voudige, zoo bij herhaling en onder allerlei vormen uitgesproken gedachte, waarvan de uitd-rukking, hoe dikwijls ook vernomen, ons nooit verveelt, ons niet bij toeneming nader tot elkander brengt, ons niet verheft boven de treurige kleindoenerijen, waarmede wij ons eigen leven volstoppen en dat van anderen bederven. Dit te zeggen, op het oogenblik, dat de scheidingsure in het gezicht komt, behoort tot de taak die wij te dezer plaatse ons heb- ben opgelegd. In het ten einde spoedend jaar beijverden wij ons de eenvoudige, bin- nen ieders bereik liggende vraagstukken van zedelijkheid onder de aandacht te bren- gen en het is alweer de ethische zijde der Oudejaarsviering, dat wij een lichtschijnsel willen doen vallen. lmmers, met gebruikmaking van een voor de hand liggende beeldspraak gewagen wij dan van het opmaken eener balans of van het afsluiten eener boekhouding. De vraag is, wat het scheidend jaar ons ontnomen, wat het ons gebracht heeft of wij in on- ze verschillende betrekkingen, in onzen staat van welvaart, ook in lichamelijke kracht en in gezondheid, zijn gevorderd of teruggegaan. Zeker zijn dit hoogst belangrijke over- wegingen, ten voile waard er een wijle bij te blijven stilstaan. Toch zijn zij niet de gewichtigste. Niet de min of meer stoffelijke dingen, die een heengaand jaar ons toedeelue, w£l het antwoord op de vraag, wat het van ons heeft gemaakt, niet het voedsel, maar de voeding en haar invloed op de levens- kracht hebben wij het eerst te overwegen. Dat kan hier gezegd worden, ook zonder in te dringen binnen de muren van het parti- culiere leven, want die herdenking is een gemeenschappelijke. Hebben de goede gaven die wij mochten inoogsten, onze dankbaarheid verhoogd heeft de ondervonden liefde ons liefdcrijker gemaakt hebben de genoten voorrcchten onze begeerte versterkt, om voor minder ge- zegenden het pad een weinig te effenen? Zijn wij door teleurstellingen er toe ge bracht. niet al te zeer op de voortduring van voorspoed te rekenen en de venvacb- tirfgen niet te hoog te stemmen door'tk geleden en onherstelbare verliezen gevoerd tot nauwere aansluiting bij wie ons gc~ spaard bleven en opgewekt ojn voor hen ons behoiut tot iets zeer waardeerbaars te makenj^ Ziet, .;'s wij daar zoo bij elkander zitten, in kalme fceststemming, waditende op d* laatste klokketoonen van het scheidend jaar, dan jjnoet toch wel de gedachte rijzen. dat niet voor elk lid van dien kring ieder, die- er opnk'sr. cyj- plaats inneeutt, voor a! d* SUwjBb f I'd Uad-kivu-.T. i-r leTiikkig isotj het volk van Nederland th tamilieband over het algemeen nog hecht genoegom de waarheid te doea blijven, dat het huisgezin de eel is, die de nntionafe een- heid opbouwt, maar om de laatste zoo rein mogelijk te doen zijn, moet de eerste ontdaan worden van alio onzuiverheid. En w ij weten maar al te goed, dat in dit op- zicht niet alles is, zooals het zijn kan en zijn moet. Er zijn geschillen, die gemakke- lijk warcn weg te nemen, zoo men dat van ••eerszijden ernstig wilde; er ontstaat ver- wijdering uit een ondoordacht uitgesproken woord, uit een onjuist opgevatte uitdruk- king, niet zclden ook uit een strijd van be- langen. Elk ledig, dat in den familiekring is gevallen, waarschuwt, dat er een tijd kan komen, waarin het onherstelbare van te- kortkomingen luide spreekt en deze ge dachte moest wel voldoende zijn, om voor iedere Oudejaarsviering een glans van ver- gevingsgezindheid te spreiden. Wie kan met rustig gemoed wenschen uitspreken voor het welzijn van den broeder, als hij niet ten voile geneigd is, om te doen wat in zijn ver mogen ligt, om ze in vervtilling te doen komen? Nog een andere gedachte dringt zicb aan ons op. Niet slechts zijn wij ieden van een gezin of van een familie, niet uitsfuitend tot den engen kring van vrienden hebben wij onze werkzaamheid te bepalen. Ook de inaat- schappij die wij hebben helpen samenstel- len, ook de gemeente, die ons tot haar in- geze,tenen rekent, ook de staat, waarvan wij deel uitmaken, leggen beslag op ons. Jegens elk van de drie hebben wij plichten te ver- vullen, zoomede ten aanzien van onder- scheidene groepen, bij welke wij ons hebben aangesloten in vrije fretrv: Hun gesehfedenis gedurende het afgeloopen jttar rijst ons ook voor den geest, nu er weer een blad vaa ons levensboek wordt omgeslagen. En of nu de invloed dien ieder van ons heeft kunnen uitoefenen op de gebeurtenis- sen en toestanden, kraehtig is geweest of gering, als slechts het bewustzijn van trouw volbrachten plicht ons rustig den overgang der jaren kan doen tegemoet tre- den, dan zal ook die laatste avond, zal het laatste uur een vriendelijke gedachte ach- terlaten, die bemoedigend werkt op de toe- komst. Laat er in den handdruk, waarmede wij elkander naderen, een gevoel van op- rechtheid en van welwillendheid uiting vin den, moge het zijn, dat de teekening die het laatstverloopen jaar in ons levensboek nederlegt, nog vaak met genoegen, met zelf<- voldoening en met dankbaarheid wordt op- geslagen. Bedenken wij, dat we niet alleen meeleven, maar dat het meeleven ons ook zijn eischen stelt. Allen hebben we in het groote lader- werk der maatschappij een taak te vervullen. Het is vooral de taak der sterken de zwak- ken en behoeftigen in hun soms hopeloozen toestand te schragen en te helpen. Dit vergr veel v^n onze zedelijke kracht, maar we moeten toonen, dat we ons bij het leven weten aan te sluiten. We zijn kinderen van den dag, doch tegelijkertijd bouwers van de oneindigheid, en al ware ieders arbeid siechts als een druppel in den Oceaan, men weet het: er is niet een, die niet meetelt. Gelukkig zij, die op den Oudejaarsavond, na overpeinzing van alles wat hun weder- voer, kunnen verklaren: het was mij wel, en die ook bij de zwaarste rampen die hen trof- t'en, troost vonden in biddend opzien tot Hem, die het alles bestiert, wat hen schraagt in hun Ujden. Indien we onze blikken terugwerpen op het wereldtooneel, schenkt ons dit nog wei nig bemoedigends, voor het bereiken van een herstel van de aan ons werelddeel ge stagen wonden. Dit doet vreezen, dat een voortdurencT bloedverlies tot nog groctercn achteruitgang aanleiding zal geven. Tal van te liulp geroepen geneesheeren hebben reeds in vele, elkaar opvolgende con- ferenties getracht middelen aan de hand te doen om genezing te bewerkstelligen, doch men komt niet verder, hetgeen, zooals wij reeds vroeger aanstipten wel een gevolg is van de omstandigheid, dat de geneesheeren op een of andere wijze belanghebbenden zijn bij het lot van den zieke en ieder voor zich een ander geneesmiddel wenschen, waaruit zij ten slotte zelf profijt zouden kunnen trekken. De toestand van Duitschland is het, die in dit opzicht het meest de aandacht moet blijven trekken, en die van groote be- teekenis is, omdat het lot van dit rijk met zijn millioenenvolk van zoo grooten invloed is op het lot van'ons werelddeel, ook in ver schillende opzichten den economischen toe stand van ons land beheerscht, voornamelijk wegens de doodende concurrence, die vele industrign in ons land van daar ondervin- den. Er zijn in de geschiedenis van dat onge- lukkige rijk ook weer zwarte bladzijden te schrijven, wanneer we herinneren aan de daad van eenige verblinden, die Duitsch land beroofden van flinke mannen, op wie men alle hoop gevestigd had voor opheffing v-ar. het onder drilK? v'efkeerdnd land, ma li ne tiit o .k het ver^ouweii' genoten van de bestuurders in het Aultenland. en die men daar zo dringend a'Hfdlg hebft. Ook thans wordt djt land weer bedrei^d net verderen druk, Nineties va,n de zijde van Frr nkrijk. Men rn'oet zich wel afvragen, waar dit ten slotte o'p moet uittodpen en dan kan het antwoord niet erg bemoedigend zijn. Die mstandighedei; staan nog niet in het tetker. .an het zoo juist gevierde Kerstfeest en het sehijnt wel, (fit de hoop van hen, die i:« t nden, dat de vreeselijke gevolgen van den m reldoorlog v.wr de toekomst daaraan i n zonden neftten, nog niet in vcrvul- ling itdiert komen, C it er in tegendeel voed sel vobr het uitbreken van een nienwen strijd zij het dan ook niet in een naaste t 'ekomst worden opgehnopt. Ook het herstel van midden-Europa, van Gostenrijk, baart nog steeds zorg. Ook van daar komen nog steeds verzoeken om steun. Het is een van Nederlandsch flinkste man nen, Mr. Zimmerman, de burgemeester van Rotterdam, die door de mogendheden ge roepen is, het herstellingswerk ter hand te nemen, te besturen. Hopen we, dat hij moge slagen, tot hell van het land en volk ten tCier behoeve het wgrk wordt ondernomen, en moge het hem beter vergaan dan den Nederlander wie'rf destijds de taak was op gelegd in Albanta rdgel te brengen in den chaos en die daaraan ten slachtoffer viel. Of eJ* in dit opzicht gevaar is? Waar er op- gebouwd wordt, blijten er naar het sehijnt altijd anderen die litver op ruines blijven staren. De opbouw die de heer Zimmerman daaT gaat ondernennjn, is niet naar den zin der dotnmurtisten. Heethoofden zijn er over- al, zoowel in Oostenrijk als in Duitschland en dezer dagen verscheen in de .Tribune" een artikel, dat als het ware in ronde woor den den ophitsing was tot het plegen van een daad tegenover den heer Zimmerman die een eind zou maken aart zijn werk, een artikel dht ten slotte, nadat daarop van verschillende zijden aanmcrklrig is gemaakt, door de rgdactie van de Tribune wel is ver- looctiend, hetgeen niet meer kan uitwisschen de gebjeken mentialiteit van sommigen, het geen ook bewijst welk een verdwazing er heerscht. Wanneef we onze blikken laten verwijlen op de geschiedenis van ons vaderland over het afgeloopep jaar, dringen zich geen beel- deri naar vocen, ul?" btjzomier in Het oog. springen. Er hadden algemeen verkiezingen plaats, waaraan voor het eerst door de vrouwen werd deelgenomen. Die verkiezin- gen verliepen, zooals bij ons volk. gewoonte, is in alle telrnte. Er was een sterke ver- plaatsing der zetels naar reehts, doch van diepgaande gevolgen was dit niet, hetgeen wel daaruit blijkt, dat het aan het bew.ind zijnde ministerieRuys de Beerenbrouck bleef en slechts enkele bewindalieden wer- den vervnngen. waarbij misscjiien nog meer de omstandigheid, dat regeeringsmoede waren, dan welpolitieke oorzaken hen deden vervangen. In elk geval zagen we vooral de leidende figuren weer opnieuw aehter de regeeringstafel plaats nemen. En zware taak is het voor de bestunrders met het oog op den. steeds zorgelijker wpr- denden toestand van ons vaderland. De malaise dringt steeds dieper en dieper door. De bronnen van welvaart, die ook de be- standdeelen vormen voor het onderhoud van den Staat, vloeien steeds spaarzamer. Men moet vetsoberen1 en die versobering. ie te moeilijker,. te ondankbaarder, ,omdat zij niet materieel'blijft, doch moet ingrijpen in het levensbestaan in het wel en wee van zoo velen die leefdeii in het vertrouwen in. de maatschappij een post, een bestaan te heb ben veroverd, dat rotsvAst stond. /Als een vaststaanden regel gold, dat, wie eenmaal in operibaren dienst was, 'f ninimer minder, wel beter kon krijgen. Thans is er. nadat de Staat door uitgebreide zorgen en abnor- male drukte in zrjn verschillende exploita- ties, velen in zijn dienst had geroepen een zeer sterke teruggang, en moet men, hoe noode ook, slachtoffers maken evenals zulks vroeger alleen in het particulier bedrijf voor- kwam. En zooata de .Staat moeilijkheden onder- vindt, is dit helaas ook in ruime mate met de particuliere bedrijven het geval. Bijna overal is er teruggang, sehijnt er overcom- pleet te zijn gekomen. Door de in de oor- logsjaren steeds grootere aanvraag naar productie, zijn vele bestaande' industrien uitgebreid, nieuwe opgericht en thans is tegenover die grootere productiviteit komen staan een verminderde koopkracht, daar- door verminderde afnaine en sterke concur rence uit landen die eenige jaren tijdens den oorlog als concurrenten geheel waren uitgeschakeld. Dit alles bijeen maakt, dat de toekomst voor zeer velen niet hoopvol is en alle zorg baart. Voor de overheid wordt het een zware taak,- zbrgend op te treden en maat- regelen te treffen die een groot deel van het volk voor algeheelen ondergang kunnen be- hoeden. Ons volk maakt zich op, om in het nieuwe jaar feestelijk te herdenken het zil- veren regeerirrgsjubile van H. M. de Ko- ningin. In het kort mag worden geinemo- reerd, dat Haar regeering zich heeft geken- merkt tot een tijdperk van bloei voor ons volk, in welks bestaan alleen de oorlog, on- danks ons, door zijn depripieerende gevol gen zoo ruw heeft ingegcepen. Moge het begin van het nieuwe fijdperk der regeering van Koningin Wilhelmiiia gepaard gaan met een hernieuwde opbloei. En nu ten slotte onze landstreek, en in nog engeren kring de stad onzer inwening. Ook deze ondervinden den druk der tijden, al kwam dit misschien hier nog niet zoo tot uiting als in andere streken. Toch kan het niet uitblijven, dat er ook hier slachtoffers moeten vallen, met betrekking tot zaken die in tijden van hooge conjuctuur begonnen, nu moeten wofden teruggedrongen tot on- dernemingen met normale tijden als basis. Werkloosheid kwam voornamelijk voor in onze gemeente. met zijn bevolking die nog j steeds voor een groot deel op het haven- bedrijf is aangewezen, dat nog steeds niet is wat het geweCst is, al kwam er op enkele punten herleving, en al zijn er teekenen die in dat opzicht op vooruitgang wijzen. De grootste belemmering daartegen is nog niet weggenomen, hoewel dit de voort durende zorg der daartoe aangewezen lichamen gaande hield, en men ook in an der opzicht niet stilzit, om te trachten dat- gene te doen wat de economische welvaart onzer stad, en die van onze geheele streek kan bevorderen. Wel leverde ook het afgeloopen jaar het bewijs, dat er nog energieke ondernemende mannen zijn, die, ondanks de minder gun- stige omstandigheden hier vervoeren weten te krijgen, die door het verwerken aan een niet onbelangrijk aantal nijvere handen werk en brood verschaffen. En er bestaan in dit opzicht plannen, die reeds tot een aanvang van uitvoering kwamen, die het beste beloven. Ook is eindelijk een aanvang gemaakt met het uitvoeren van werken, die de ka- naalhavens eerst ten voile bruikbaar zullen maken voor den handel, door deze aan te sluiten aan den spoorweg, iets dat tot hier- toe ontbrak en een belemmering was voor export en import. De algemeene toestand van depressie maakt ook het bestuur onzer gemeente zor- gelijk. Moge het ook in de toekomst niet aan het noodige wijs beleid ontbreken. We weten het, niets is te veel, wanneer het be- treft pogingen aan te wenden in welke richting ook die de belangen der ge meente en hare ingezetenen kunnen bevor deren. Mogen de resultaten daarvan ten slotte niet uitblijven. Onze gemeente bleef dit jaar niet voor groote rampen gespaard. Zooals overal, werden hier in den loop van het jaar won den gestagen en ziet men in vele gezinnen op den Oudejaarsavond ledige plaatsen, betreurt men het verlies van verwanten doch met medegevoel herdenken we ook heden de ramp in de Oostzee, die op eens een eind maakte aan een aanht+~jetigdige,- k-rcreh:xolk- levens. Droevig moet voor Huh nabestaAn- den deze Oudejaarsavond zijn, als ze hun dierbaren, die daar aan de verre kusten den dood vonden, herdenken. Hopen we, dat onze stad in de toekomst voor die rampen inoge bewaard blijven. Ook wij, Uitgeefster en Redactie van de Ter Neuzensche Courant, willen nog even een terugblik werpen op onzen arbeid in het afgeloopen jaar. Ook wij hebben zorg- volle tijden doorleefd, doch kunnen met dankbaarheid constateeren, dat ons bedrijf weer onder meer normaler omstandigheden kon plaats hebben. De zorg of wel steeds en op tijd in de verschillende behoeften die het bedrijf vordert, zou kunnen worden voorzien, vergde minder aandacht. Uit den steeds toenemenden lezerskring bleek, dat ons blad in een behoefte voor velen voor- ziet, en uit het gebruik dat van de adver- tentiekolommen bij voortduring gemaakt wordt, kan afgeleid worden, dat ons blad een doelmatige publiciteit schenkt die voor hen, die er gebruik van maken, vruchten af- werpt. Aan alien, die ons op een of andere wijze in onze taak steunden, onzen dank. Wij hopen dien steun ook in de toekomst te mogen ondervinden. Als dit blad u bereikt, klinken allerwege Zegenwenschen. Wij willen daaraan, leze- ressen en lezers, ook de onze paren. Het ga U goed, zoo voor U zelf als in Uwe families, in Uw zaken en ondernemingen. Wij wenschen U toe, dat rampen en tegen- spoeden verre van U blijven en dat 1923 voor alien moge zijn een gezegend en voorspoedig jaar! Logement ,.'s Lands Welvaren". GELUKKIG NIEUWJAAR. HEIL EN ZEGEN GEZEGEND NIEUWJAAR HEILWENSCH GELUKKIG NIEUWJAAR. HEILWENSCH GELUKKIG NIEUWJAAR. GODS BESTEN ZEGEN HEIL WENSCHEN p. f. Ter Neuzen. „DE HOOP". Hotel ..PaYiljoen" Station, Ter N euzfD Eitaminet „Gentsche Vaart". GELUKKIG NIEUWJAAR EEN GEZEGEND JAAR toe. G. BOER. CO U RANT Ondertrouwd: JOH. J. KAAN en WILHELMINA J. KAAN. Ter Neuzen, 29 Dec. 1922. Bij den aanvang van het jaar wenseht ondergeteekende aan Vrienden, Beken- den en Begunstigers een gelukkig en voorspoedig jaar. Dankende voor de hem in het afgeloopen jaar zoo ruim- schoots geschonken gunst en vertrou- wen, beveelt hij zieh bij vemieuwing aan. Ter Neuzen. A. ADRIAANSEN, Beurtscihipper op Vlissingen en Middelburg. Onder dankbetuiging voor de in het afgeloopen jaar weder genoten gunst, wensch ik al mijne vrienden, bekenden en begunstigers, zoo buiten als binnen deze stad, een gelukkig jaar toe en be- veel mij bij vemieuwing aan. M. J. ADRIAANSEN. Ter Neuzen, 1 Januari 1923. Ondergeteekende wenseht zijn vrien den en begunstigers een Ter Neuzen. Is. ADRIAANSENS, Korte Kerkstraat 8. Horlogemaker. toegewenscht aan vrienden en beg stigers, zoo buiten als binnen deze plaats. P. VAN ARENTHALS-Van Overbeeke, in Kruidenierswaren. Ter Neuzen, Grenulaan. Aan Familie, Begunstigers, Vrienden en Bekenden een toegewenscht door P. BARKER Sr., in gc-uden en zilveren werk eh Axel, 1 Januari 1923, aan Vrienden, Bekenden en Begun stigers bij de intrede van het nieuwe jaar. J. BALNIKKER, Motordienst op RotterdamDordrecht. Ter Neuzen. Telefoon 185. A. BAREMAN Jzn. Rijtuigmaker. Handel in Rijtuigen. Ter Neuzen, Noordetr. 101. m. g Ondergeteekende wenseht aan ieder een J. D. BAREMAN, Aardappelen-, Groenten- en Pruit- handel, Boter, Eieren, enz. Ter Neuzen. Noordstraat 92. aan Familie, Vrienden en Bekenden, bfj den aanvang van het Nieuwe Jaar. Wed. L. BAREMAN. 't Zand D 118 bij Middelburg. Aan Vrienden, Begunstigers en Be kenden bij de jaarwisseling MIJN BESTE WENSCHEN. ALG. BEGHEIJN, Handel in Landbouwwerktnigen. Sluiskil, 1 Januari 1923. Onder dankzegging voor het genoten vertrouwen, wensch ik aan alien een Mij verder in ieders gunst aanbevelende GERARD VAN DER BENT, Slager en Veekoopman. Ter Neuzen. Zandstraat 5. toegewenscht aan Vrienden en Begun stigers, zoowel binnen als buiten de gemeente. H. VAN DER BENT-SCHEELE. Ter Neuzen. Expediteur en Winkelier. Mijn geachte Clientele en Begunsti gers een gelukkig en voorspoedig Nieuw jaar toegewenscht. Dankend voor het tot hiertoe genoten vertrouwen, beveel ik mij weder be- leefd aan. JOOST VAN DER BENT. Vee- en Vleeschhandel. Markt, Ter Neuzen. Bij de intrede van het jaar 1923 breng ik mijn aan Begunstigers, Vrienden en Beken den, zoowel buiten als binnen de stad. Dankende voor het genoten vertrouwen, beveel ik mij opnieuw aan. J. P. VAN DER BENT—DONKER. Ter Neuzen. Slager. J. BIERLE Musicus, Ondergeteekende wenseht aan Vrien den en Begunstigers EEN VOORSPOEDIG JAAR. A. P. BUTLER. Annnemer en speciaal adres voor alle soorten Rolluiken en Jaloezieen. Axel 1 Januari 1923. HEILWENSCH aan Vrienden en Be gunstigers aangeboden door Ter Neuzen. A. J. BLIEK. 1 Januari 1923. Winkelier. Dat het met het begin van het nieuwe jaar al onze Begunstigers, Vrienden en Bekenden, zoowel buiten als binnen de stad welga, is de wensch van Ter Neuzen. I. BLIEK-TOLLENAAR. Bij het begin van het jaar breng ik het compliment van den dag aan Be gunstigers en Vrienden. Ter Neuzen. JAC. J. BLJEK. Ondergeteekenden wenschen al hun- ne Vrienden en Begunstigers zoowel binnen als buiten de stad een toe. JOHAN DE BLOCK, Baandijk, Ter Neuzen. in Groenten. Bjj de intrede van het jaar 1923 wenseht ondergeteekende zijn Begun stigers, Vrienden en Bekenden een ge lukkig en gezegend Nieuwjaar. Hoek. M. J. BLOK. Bij de intrede van het nieuwe jaar wensch ik Vrienden en Begunstigers Grof-. Hoef- en Kachelsmederij. Spui, Ter Neuzen.

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant / Neuzensche Courant / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1923 | | pagina 1