ALGEMEEN NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN. No. 6637. Dins dap 22 Januari 1918 >7e jaargang. ABONNEMENT: ADVERTENTlEN Teiefooji Bit BlaS versehpt Maandag-, Woeasdag- oa Yrpapvand, uitgezonds i og Feestdagen, hij de Firma P. J. VAN PS SANDE te TerRenzen. Abonnementsprijs Inkwartieriag van krijgsvolk. Per 3 maanden binnen de stad 1.Franco per post voor Nederland 1.10. Bij vooruitbetalingvoor Belgie /1.40, voor Ned.-Indie en Amerika /1.65, overig Buitenland 2. Men abonneert zich bij de Uitgeefster, of buiten Ter Neuzen ook bij alle Boekhandelaren, Postdirecteuren en Brievenbushouders. Van 1 tot 4 regels 0,40. Voor elken regel meer f 0.10. Bij directe opgaaf van driemaal plaatsing derzelfde advertentie wordt de prijs slechts tweemaal berekend. Grootere letters en cliches worden naar plaatsruimte berekend. Handelsadvertentien bij regelabonnement tegen verminderd tarief. Inzending van advertentien voor 1 1M1T op den dag der uitgave. per drie maanden, in de stad J 1,20; franco per post J 1,40, bij vooruitbetaling, per jaar, waarvoor de gelegenheid nog ge- durende deze maand is opengesteld, J 5, De Burgemeester van TER NEUZEN brengt ter kennis van de ingezetenen dezer gemeente, dat op 22 Januari 1918, inkwartiering van Krijgsvolk KONDER VOEDINO zal plaats hebben van ongeveer 130 man in het navolgende ge- deelte dezer gemeente Noordstraat (gedeeltelijk), Molenzicht, Korte Kerk- straat, Lange Kerkstraat, Nieuwstraat, Westkolkstraat, Wijk E, Dijkstraat (gedeeltelijk). Ter Neuzen, 21 Januari 1913. De Burgemeester voorneemd, J. HUIZINGA. Het miHioenenontwerp voor de ievensmiddelan-voorziening. De memorie van antwooifd van Minister Postfeuma. De Memorie van Antwoord van den Mi nister van Landbouw op het Voorloopig Verslag van de Tweede Kamer betreffen- de wetsohtwerpen tot verhooging respec- tievelijk aanvulling en verhooging van de begrootingen van hoofdstuk Landbouw der Staatsbegrooting voor 1917 en 1918, heeft thans het licht gezien. •Wij ontleenen er het volgende aan: Onze graanvoorraden. Wat de granen betreft, voor menscne- -iijk voedsel geschikt, kan worden vernield, dat de voorraden aan buitenlandsch graan optl Januari 1918 waren als volgt: Tar we 77.889.000 K.G. Meel14.754.000 K.G. Mais4.000.000 K.G. Totaal 96.643.000 K.G. Broodrantsoeneering. Voor broodvoeding komen van onzen eigen oogst alleen in aanmerking tarwe en rogge. Van deze zullen naar raming ver- kregen worden dezelfde hoeveelheid ais van den oogst 1916 verkregen zijn, t. w. 70.000.000 KG. tarwe en 120.000.000 KG. rogge. Van de bovengenoemde hoeveelheden van den inlandschen oogst 1917 zijn op 1 Januari 1918 aan de Regeering geleverd en verbruikt 23.500.000 KG. tarwe en 80.000.000 KG. rogge, zoodat nog te wach- ten zijn 46.500.000 KG. tarwe en 40.000.000 KG. rogge. In totaal zullen we, te rekenen van 1 Januari 1918 af, aan broodkoren kunnen beschikken over 183.143.000 KG. Voor de broodvoeding zijn bij de tegenwoordige rantsoeneering voor 3 broodkaarttijdvakken noodig circa 50.000.000 KG. De aanwezige voorraad (96.643.000 KG.) is dus niet voldoende het huidige rant- soen voort- te zetten tot 1 Maart - e.k., wanneer voor het brood u i t s 1 u i t e n d graan gebezigd wordt; rekent men de hoeveelheden tarwe en rogge, die nog te wachten zijn, mede, dan is de broodvoe ding volgens de aangegeven wijze slechts tot het laatst van April gedekt. Op 1 Januari 1918 kon beschikt worden over 30.000.000 KG. aardappelmeel; deze stellen in staat de broodvoorziening tot omstreeks half M e i voort te zetten. Verder dan tot dezen termijn is de voorziening niet verzekerd. Blijft aanvoer van buitenlandsch graan achterwege, dan zal het broodrantsoen opnieuw moeten worden inge- krompen, willen wij den nieuwen oogst halen. Het vraagstuk der broodvoorziening heeft dan ook dagelijks de voile zorg van den Minister. Veevoeder. Wat de overige granen, gerst en haver, aangaat, die hoofdzakelijk voor veevoeder dienen, al worden de daartoe geschikte partijen ook gebezigd voor menschelijke voeding (gort en havermout) kan worden medegedeeld, dat hiervan aanwezig waren op 1 Januari 1918 aan buitenlandsche gerst en haver respectievelijk 3.720.000 KG. en 4.759.000 KG., terwijl in eigen land vermoedelijk verbouwd zijn aan gerst 40.000.000 KG. en aan haver 242.000.000 KG. Hiervan komen niet voor algeme-en gebruik beschikbaar 10 pCt. zaaigoed, be- nevens de aan de verbouwers voor de voe- dering van den eigen veestapel gelaten par tijen. Hoeveel dit laatste bedraagt, is nog niet door de veevoeder-bureau's opgegeven; naar schatting bedraagt zulks circa 250.000.000 KG., waarbij inbegrepen zijn de veldboonen, van welke ten onzent circa 32.000.000 KG. verbouwd zijn. Van hetgeen beschikbaar komt, zal de intendance een belangrijke hoeveelheid ontvangen, terwijl de rest wordt gebruikt voor goft-, havermout- en gistfabricage, en deels voor de veevoederdrstributie. Gelijk uit het voorgaande va!t af te lei- den, zijn de beschikbaar komende hoeveel heden op verre na niet voldoende voor de behoefte. Op 1 Januari 1918 waren aanwezig aan Amerikaansche lijnkoeken 36.444.000 KG. en aan andere krachtvoederkoeken onder N. O. T. verband 15.000.000 KG., terwijl van de aan de Regeering geleverde iniand- sche oliezaden vermoedelijk c.a. 8.000.000 KG. koeken zullen kunnen geslagen wor den, zoodat in totaal beschikbaar is of zal komen c.a. 60.000.000 KG. Wanneer deze hoeveelheid vervoederd is volgens het huidige rantsoen is de weide- periode voor het vee aangebroken. Peulvruchten en rijst. De peulvruchtenoogst maakt het ir.oge- lijk bij behoud van een matig rantsoen de voorziening tot den aanstaanden oogst te doen geschieden. Het aanvankelijk vast- gesteide rantsoen ten bedrage van 1 KG. per 4 weken en per hoofd vereischt in elke vierwekelijksche periode 6.500.000 KG. erwten en boonen, hetgeen in verband met de sleehte kwaliteit van de erwten, waaruit een belangriik percentage moet worden ge- schoond, te hoog bleek. Derhalve is voor het derde tijdvak het rantsoen gehal- v e e r d, hetgeen misschien voor een der volgende tijdvakken nogmaals zal .moe ten geschieden. De geraamde opbrengst bedraagt van stamboonen 30.000.000 KG. (hierbij zijn niet inbegrepen z.g. veldboo nen) en van erwten 56.000.000 KG., waarin is begrepen c.a. 10 pCt. zaaigoed en de hoe veelheden, welke voor menschelijk verbruik ongeschikt zijn en uitgeschoond moeten worden. Aan r ij s t zijn nog aanwezig c.a. 325.000 balen ad 100 KG., waarvan 230.000 balen voor de intendance. Aardappelen. Volgens de door de burgemeesters ver- strekte cijfers waren op 1 November j.l. in totaal aanwezig 1.084.512.194 KG. aard appelen, d.i. c.a. 15.000.000 HL. De Atinister merkt omtrent deze opgave op, dat zij hem onbegrijpelijk laag voor- komt. Hij is er van overtuigd, dat zeer vele verbouwers aanzienlijke kleinere hoeveel heden hebben vermeld dan zij in werkelijk- heid bezalen. Hij stelt zich voor om door m i d d e 1 van steekproeven na te gaan, of zijn overtuiging door de feiten ge- staafd wordt. Intusschen zal zelfs deze zeer kleine voorraad naar alle waarschijnlijkheid in staat stellen de distributie van aardappe len tot den nieuwen oogst (1 Juli) volgens het huidige rantsoen vol te houden. Overige voedingsmtddelen. Met betrekking tot de vetteu en de grondstoffen daarvoor deelt de Minister mede, dat, al blijft een voorzichtige poli- tiek hier eisch, de beschikbare cijfers den indruk wekken, dat althans de naaste tde- komst niet met zorg tegemoet gezien be- hoeft te worden. Wat betreft andere voedingsmiddelen kan vermeld worden, dat, ofschoon op dit oogenblik beperking van het m e 1 k- gebruik vooral in plaatsen met stedelijk karakter noodig is, er geen aanleiding is te vermoeden, dat er niet voldoende melk zal zijn in het komende jaar om de normaie behoefte te bekken. Hetzelfde geldt ook voor de bote r- en kaasproductie. Ook de groentenvoorziening in den kpmenden zomer geeft geen reden tot bezorgdheid. De suikervoorziening is tot na den aanva'ng der nieuwe campagne ge- waarborgd. Zeer onbevredigend daarentegen doet de voorziening met varkensvleesch zich aanzien. De zeer ruime afslachting van r u n d e- ren in het afgeloopen najaar (in de ste- den met abattoirs een verhooging van bijna 100 pCt. tegenover 1916)'heeft den rund- veestapel, met name dien van jong vee, zeer doen inkrimpen; de rundveestapel op zich zelf blijft echter ruimsc hoots voldoende; het niet beschikbaar zijn van krachtvoeder zal evenwel leiden tot buitengewoon hooge p r ij z e n voor slachtrijk vee, zoowel in dit voorjaar ais in de eerste maanden van den zomer. Ook de eierproductie dreigt dit jaar zeer onbevredigend te zijn. Buitengewone ontberingen worden ver- wacht. Is er, afgezien van het brood, geen oor- zaak om de eerstvolgende maanden, wat betreft vo-eding, met groote zorg tegemoet te zien, zoo zij er toch de aandacht op ge- vestigd, dat bij het voortduren van de crisis de toestand uiterst moeilijk dreigt te worden. De bebouwde oppervlakte moge ver- meerderen, de opbrengst houdt met die ver- meerdering geen gelijken tred. Dienover- eenkomstig zal ook de productie per een- heid van andere voedingsmiddelen als ge- volg van toenemende bodem-uitputting da- len; in verband hiermede zij niet zonder zorg gewag gemaakt van de opbrengst van den aardappeloogst 1918. Waar ook al- lengs de vooiTaden .van z.g. aanvullende voedingsmiddelen uitgeput raken, zal de be- volking er zich metje vertrouwd moeten maken, dat, zoo niet in de naas te toekomst, d - n toch in den volgenden winter buitenge- woon groote ontberingen t.e wachten staan. Die ontberingen dreigen, en dat wel bin nen betrekkelijk korten tijd, zich vooral ten aanzien van ta! van producten der nijverheid te doen gevoelen. Q^ze industrien zijn voor het betrekken harer%|ondstoffen nagenoeg uitslultend op het bu^nland aangewezen en vermits aanvoeren uitblijven, is weldra een nijpend gebrek aan tal van grondstoffen te verwachten, met, als gevoig gedwongen s t i 1 s t a n.d van v e r s c h i 1 I e n d e eroepen nijverheidsonderne- mi.n,ge.n. Het foeleid van den Minister. De Minister fal de eerste zijn, om te er- kennen, dat, indien hij bij zijn optreden had kunnen voorzien, da, de oorlog jaren zou duiren en de voedselvoorziening zoo slecht zou worden ais zij thans is, vele zijner maat- regelen anders zouden zijn uitgevallen. Ter wijl hij het verwijt hot geheel niet te over- zien, niet Tan aanvaard-en, geeft hij echter gaarnetoe, dat hij de gebeurtenissen niet vooruit kan zien. Doch wie thanis meent, dat het zoo een- voudig is om in deze tijden rekening te houden met komende geheel onzekere ge beurtenissen, die irsc^tte sleehts een beeld te ontwerpen van de voedselvoorziening over een jaar. Het zal hem blijken, dat het blijft een radon en tasten, waarbij voor de eene mogelijkheid even goede argumenten zijn aan te voeren als voor de andere, die er iijnrecht tegenover staat. Allicht zal men, dit toegevend, in verband daarmede opmereen, dat van den beginne af de maatregelen op de ongunstigst moge- lijke omstandigheden hadden moeten zijh ingericht. ■Hiertegen voert de Minister aan, dat in de eerste plaats alsdan zoodanig ingrijpen- ae maatregelen genomen hadden moeten worden, dat het economische leven er totaal door ontwricht zou geworden zijn, zonder dat de iangzame aanpassing aan de ver- anderende omstandigheden, die in den loop der crisisjaren is ingetreden, had kunnen plaats vinden. Om een voorbeeld te noemen, had het scheuren van w e i 1 a n d van het begin van den oorlog af op groote schaal moeten zijn toegepast; was zulks toen geschied, dan -zouden we daarvan nu inder- daad de vruehten plukken. Was er echter in plaats van nog drie jaren oorlog na enkele maanden vrede nekomen, zoo zou zonder noodzaak veel grasiand tot bouwland zijn gemaakt, dat daartoe minder geschikt is en in geen jaren weer tot goed grhsland te maken is. Dat omscheuren van grasiand had noodwendig gepaard moeten gaan met den uitvoer van een zeer groot gedeeite van den rundveestapel; welk economische gevolgen dit voor den landbouwenden stand zou gehad hebben kan men zich voorstellen, zoodra men zich slechts even te binnen brengt de onbevredigende prijzen gedurende de eerste maanden van den oorlog bij den export van varkens en runderen ontvangen. Bovendien zou v e r z e t tegen dezen maatregel, op een oogenblik, dat niemand verwachtte dat de oorlog langer dan enkele maanden zou duren, s t e 11 i g ni e t u i t- gebleven zijn. Thans, a c h t e r a f, maakt men er den Minister een grief van, dat zijn politick niet is ingericht geweest op het zich voor- doen van' de ongunstigst denkbare omstan digheden, In plaats daarvan behoorde men zich, meent bif, de vraag te stellen: of op het oogenblik van het nemen van de maat regelen, die maatregelen al dan niet ratio- neel waren. Steeds wordt er zooveel mogelijk naar getracht de maximumprijzen in overeen- stemming te doen zijn met de productie- kosten; deze zijn echter in de meeste ge- vallen zeer aanzieniijk hooger dan zij in normaie tijden waren; vandaar, dat ook de maximumprijzen veel hooger moeten zijn dan vroeger. Zouden zij te laag worden ge- -steld, dan zou dit tot eenig gevoig hebben, dat de productie moest gestaakt worden en het artikel geheel uit het verkeer ver- dween. Wat het in het leven roepen van, een afzonderlijk departement voor de levens- middelenvoorziening betreft, wordt medegedeeld, dat de Raad van Ministers op 10 December jl. besloten heeft de instelling van een Crisisministerie te bevorderen. Tot heden (17 Januari) is het echter niet mogen gelukken een daartoe geschikt geacht persoon b^reid te vinden aan h e't hoo'fd van een dergelijk mi- j -n i s t e r i e op t e treden. De Minister heeft voor zich persoonlijk tegen het in het leven roepen van zooda nig departement niet het minste bezwaar. De Commissie van Bijstand en de kolen- voorziening. Behalve het beleid des Ministers gaf ook de organisatie der Regeeringszorg aanlei ding tot beschou'wingen. De opmerkingen hieromtrent betreffen de taak van de Commissie van Bijstand in ver band met de onderhandelingen met het bui tenland, de oprichting der afdeeling Crisis- zaken, het zitting hebben van belangheb- benden in Commissies, welke de Regeering ter zijde staan, en achterstand op de admi nistrate van het Rijksgraanbureau. Met betrekking" tot het eerste punt zij opgemerkt, dat de meening, als zou de Commissie van Bijstand op den gang van zaken een allesbeheerschenden invloed uit- oefenen en zij o.m. voortdurend belast zijn geworden met de onderhandelingen met het buitenland, niet juist is. Slechts over de vraagstukken omtrent voorziening in het binnenland strekt zich haar bemoeienis uit. Dat zij dfesniettegenstaande in een geval belast is geweest met onderhandelingen met het buitenland, is intusschen juist; zulks geschiedde, omdat het op dit oogenblik noodzakelijk was. Bij alle besprekingen omtrent invoer van goederen uit Duitschland werd er van Duitsche zijde steeds op aangedrongen, dat deze aanvoer ten nauwste verband zou heb ben met uitvoer van levensmiddelen. Be- paaldelijk werd de wensch uitgesproken, dat tegenover den aanvoer van een vaste hoeveelheid steen,kolep ook zou staan de uitvoer van een vaste hoeveelheid levens middelen. Dit laatste punt: waarborg van uitvoer, afgezien van de vraag, of er een surplus van productie bestond, raakte ten zeerste het vraagstuk der binnenlandsche voorziening en besprekingen daaromtrent behoorden dan ook, eo ipso, met de Com missie van Bijstand te geschieden. De Minister zet dan uitvoerig uiteen, dat er niet de minste sprake is geweest van den wensch om de N. U. M. voor een vol- dongen felt te stellen: slechts de geen ver der uitstel luidende oorzaak, nl. de hervat- ting van den steenkolenaanvoer, die reeds veel te lang gestremd was geweest, alsmede de omstandigheid. dat in het onderhavige geval alleen de Commissie van Bijstand, die van de voorgeschiedenis geheel op de hoogte was, de zaak tijdig tot een goed einde zou kunnen brengen, is oorzaak ge weest, dat door bemiddeling dezer com missie, onder nadere goedkeuring van den Minister, de overeenkomst in zake den uit voer van levensmiddelen tot stand is ge- komen. Herzienlng der Distributiewet onnoodig. De moeilijkheden in de praktijk bij de toepassing der Distributiewet 1916 onder- vonden, komen den Minister niet zoo ern- stig voor, dat een herzienlng dier wet drin- gend noodig zou zijn. Opgemerkt mag voorts nog worden, dat in lang niet alle gemeenten een distributie- bureau is opgericht; slechts hoofdzakelijk de groote gemeenten hebben op die wijze hun distributie-werkzaamheden gecentrali- seerd. Distributiekosten komen ten voile ten laste der gemeenten. Brandstoffen. De bezwaren-en bedenkingen in het voor loopig verslag tegen de in de memorie van toelichtin.g uiteengezette prijsregeling geop- perd, werden door den Minister zeer uit voerig bestreden. De Atinister merkt hierbij op, dat de kost- prijs, welke voor anthraciet op het oogen blik gemiddeld 5,50 bedraagt, zich kan wijzigen al naar gelang de verschillende faktoren, weike op de berekening van den. kostprijs betrekking hebben, zich wijzigen. Een verhooging van dezen kostprijs moet derhalve niet o n m o g e 1 ij k worden ge acht. kitegendeel, met vrij groote zekerheid kan de Minister reeds nu mededeelen, dat de omstandigheden dezen kostprijs met ingangvan 1 F e b r u a r i t o t f 6 z u 1- le n doen- o p 1 o o p e n. Desniettegen- staande zal dit in geen geval van invloed zijn op de prijzen, waart'egen de eerste 10 brandstoffen-eenheden- geleverd zullen kun nen worden, welke op de hiervoren bedoel- de prijzen zullen blijven gehandhaafd. De kosten. De wijziging in de raming van de kosten der levensmiddelenvoorziening aangebracht, geven thans het volgende beeld van de ver- moe-delijke uitgaven voor de distributie voor 1918: Regeeringsmeelf 40.500.000 Regeeringsbloem 9.400.000 Rogge12.200.000 Rijst12.000.000 Peulvruchten 2.000.000 Gort4.300.000 Havermout Boekweit Aardappelen Groenten (met inbegrip der vroegere aardappelen) Melk Boter Kaas Normaal margarine Vleesch en worst Zeevisch Normaal bak- en braadvet Eieren Zeep Liggelden, schepen en fout- vracht-verliezen op brood koren, enz 1.200.000 l.OOO.QQO 27.700.000 7.800.000 18.000.000 4.200.000 10.400.000 30.200.000 800.000 17.400.000 4.000.000 10.000.000 20.000.000 240.000.000 Van dit bedraig komt 9/10 of J211.360.000 voor rekening van het Rij'k. Van dit be- drag wordt de helft aangevraagd, d. L J 108.280.000, of afgerond J U0.000.0j0. Van deze som komt op de eigeniiike voedselvoorziening J 103.180.000 zljnde de helft van 9/10 van J 230.400.000 of afge rond J 105.000.000, terwijl voor de voor ziening met zeep of andere rernigingsmid-, delen J 4.500.000 benoc-digd is. De resree- rende J 500.000 worden gebracht op den post subsidien, kosten enz. als bij den be- trokken post nader omschreven. Behalve de hiervoren genoemde bedra- gen, wordt voor de brandstoffen-voorzie- ming over het geheel-e stookseizoen 1917— 1918 aangevraagd een som van J 18.000.000 als kosten voor de eigenlijke voorziening ers een bedrag van J 6.0'50.000, ter bekostiging van de deelname van den Staat in het Cen- 'traal Verrekenkantoor voor Brandstoffen voor de iiuisbrand-voorziening. Het daa*. voor dezen post wordt bijgevoig J24.050.000 of afgerond J 24.000.000. De som van J 6.050.000 zal, gelijk hiervoren reeds is vermeld, hoogstwaarschijnlijk geheel door den Staat terug worden ontvangen. Vervoer en af levering van wo! verboden. De Minister van Landbouw -enlz. heeft het vervoer van wol uit eenig deel feener meente naar alle overige deelenj des rijks, hetzij in of buiten die gemeente gelegeren. de af levering van w-ol verboden. Onider wol. w-ordt verstaan alle ongasponnen wol het zij ruw of gew-assehen.) Hot verbod I niet van toepassing o-p partijen scheer- en ploot- w,ol van inlandsche schapen,, giedekt door een vtervberbewijs, lafgegevcai door der; beer hoiofdintendant van bet leger, belast met de wolviordering, of door de verptegz.es- commissie van de stelling Amsterdam. Dn.t- heffingen vara het verbod kuniiien, zoo noo dig, onder daarbij te slellcn voorwaarden, worden verleend door den Minister van Landbouw, enz. Treub Minister van Crisiszaken N|aar de Tel. verneemt. wiordt bet in par- iementaire kringera als zeker aa^genomen, dat Minister Treub belast zal worden met de leiding van het nieuwlei departerneut van crisiszaken, indiera geen 'der daartoe aan- geziochte personen zich idsjiog bereid mocbt verklaren de crisis-jjortefeui II e te aanvaar- den. Zoo als uit de Memorie van Antwoord van Minister Postliuma is .gebleken. zoekt men sinds 10 December tever^eefs naar een, plaatsvervanger voor hem. Bond voor Vrouwenkiesrecht. Mevrouw H. van Riel—Smeenge, te Em- men is benoemd tot presidente van den X ca de Hands ch en 13oud voor Vro u wen k ie;-ecb. t Het rundvleesch. Naar de „Maasboide" uit goede bron ver neemt, is geen, distributie vara rundvleesch te verwachten. v Voor eenige maanden was een regelingf voor de distrilmtie van rundvleesch in ge- reedheid gebracht, tLoichi zij behoefde toen. daar de prijzen aanmerkelijk waren ge- daald, niet te worden ingevoc-rd. Tlianis, nu de invoering van vleeschdistribulie z-eken reden van bestaan; Von hebbeir, blijkt even wel, dat die- kosten daarvan zoo lifoog zou den zijn em een dergelijkie regeling in de practijk zooveel bezwaren met zich zou, brengen, dat men er niet toe durft ovcrgaanj Wel worden plannen igverwo^en. om voor de groote piassa iets, te doen door eeoj speciaal vlecschartikel, dat het meest door de minder kapitaalkrachtigen wordt ge-' bruikt tegen verminderdeni prijs beschikbaar te stellen." Otok „Het Volkf' heeft van dit laatste iets gehoord. Het voornemen zou zijni, om tegei? schappelijken prijs „regeeringsworst" be schikbaar- te stellen. De Vee- en Vleeschbandel verneemt, da® de regeering van plan is, maatregelen U- treffen, dat, behalve bet bevroren vleesch, ook de voorraden gezouten vleesch in con- sump tie komen, De voorraden gezouten en bevroren vleesch worden geschat op D/2 niillio-en kilogram.. 3QBHmH9BnnK«aaBHa)E8

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant / Neuzensche Courant / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1918 | | pagina 1