ALGEMEEN NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN. shbiliji usvaft No. 6372. Dinsdag 2 Mei 1916. 56e Jaargang. ABONNEMENT: ADVERTENTIEN: FEUILLETOX. TeleSoon 33, Dit Blad verschijnt Maandag-, Woensdag- en Vrijdagavond, uitgezonderd op Feestdagen, by de Firma P. J. VAN DE 8ANDE te Ter Nenzen. Uitbetaling inkwartieringsgeld. BINNENLAND. Per 3 maanden binnen de stad I.Franco per post voor Nederland /1.10. Slj vooruitbetalingvoor Belgie /1.40, voor Ned.-Indie en Amerika /1.65, overig Buitenland 2. Men abonneert zich bij de Uitgeefster, of buiten Ter Neuzen ook bij alle Boekhandelaren, Postdirecteuren en Brievenbushouders. Van 1 tot 4 regels 0,40. Voor elken regel meer 0.10. Bi] direct© opgaaf van driemaal plaatsing derzelfde advertentie wordt de prijs slechts tweemaal berekend, Grootere letters en cliche's worden naar plaatsruimte berekend. Handelsadvertentien bij regelabonnement tegen verminderd tarief. Inzending van advertentien voor I uwr op den dag der uitgave. Nad ere ullbreiding van den landstorm. Ingediend is een wetsontwerp tot wijziging van de wet van 31 Joli 1915 (St.bl. no. 315) tot nadere uitbreiding van den landstorm, enz. Aan de memorie van toelichting1 is het-vol gende ontleend De beweegredcnen van de wet van 31 Juli 1915 heeft tijdens de behandeling van het ontwerp in de Tw'eede Kamer een zoo- danige lezing verkregen, dat de oproeping van landstormplichtigen voor zoover zij met die wet verband hondt, slechts kan dienen om 1 andweermamien met verlof te zen- den. Naar de regeering hoopt, zal het gaande- weg naar huis zenden van landweermannen kunnen worden uitgestrekt tot de-geh'eele landweer, ook tot de manschappen, die bij het lot stand komen van die wet nog tot de miiitie behoorden, rnaar op 1 Jan. tot die landweer zijn overgegaan of in den loop van dit_ jaar naar de landweer zullen overgaam ALsdan zal zich echter de wenschelijkheid doen gevoelen om de manschappen, die tot de miiitie zijn blijven behooren als deel uitmakende van een bereden korps van het korps pantserfortartillerie of van het korps torpedisten eveneens met verlof te laten gaan voor zoover zij van dezelfde miiitie-^ lichting zijn, waarvan de voor verlof in aan- merking komende landweerplichligen afkom- stig zijn. Voor zooveel de oudste militielichting (1906) betreft, zijn de tot die korpsen be- hoorende dienstplichtigen reeds met verlof gezonden. De volgende lichtingen zullen ech ter, indien haar aflossing slechts kan ge- schieden door jongere militieplichligen, eerst met zeer lange tusschenrnimte voor verlof aan de beurl kunnen komen. Teneinde voor zooveel doenlijk, dit naar huis zenden te versnellen, is het noodig, ook bij deze korpsen landstormplichtigen in te deelen en voor bedoelde aflossing te be- stemmen. Daartoe gelegenheid open te stellen is het doel van het ontwerp. Tevens zal nader kunnen worden over- wogen, wordt het ontwerp aangenomen," door voortgezette indienststelling van land stormplichtigen voor zoover de in art. 1 der wet van 31 Juli 1915 gestelde ieeftijds- grens het toelaat ook een of meer nog niet voor overgang naar de landweer in aan- merking komende militieplichtigen, zoomede dienstplichtigen van die lichtingen, behoo- rende tot de zeemilitie en lot de korpsen, waarbij geen overgang naar de landweer plaats heeft, af te lessen. Echter zal dan de regeering het tot dusver gevolgde stelsel in zoover moeten verlaten, dat de onder de wapenen zijnde dienstplichtigen niet steeds door jongeren, maar ook door landstorm plichtigen van gelijken of anderen leeftijd worden vervangen. De lange duur van het verblijf onder de wapenen van hen, die reeds bij de algemeene mobilisatie zijn opge- komen, vergeleken bij den vrijdom van dienslplicht, die zoo vele anderen vrijge- stelden en vrijgeloten tot nog toe hebben H. BERTRAND. 38) Neen, neen! zei Berger, de onuitge- sproken vraag, die hij in Hans' blik had ge- lezen, beantwoordend. Wij zullen blijven leven, wij zullen ook verder gered worden! Na eenigen tijd gezocht te hebben, von- den zij werkelijk onder een kleine groep palmen een borrelende bron met drinkwa- ter. Zij droegen het meisje in de schaduw van de boomen en bevochtigden haar ge- zichtje en haar brandende lippen. Zij sloeg de oogen op en keek verwilderd om zich heen, zij lag nog altijd in een harde koorts. Haar lippen bewogen zich, alsof zij wilde spreken, misschien beproefde zij haar moeder te roepen, maar zij kon geen geluid geven. Hans maakte een bedje van zijn jas, die reeds gedroogd was door de zon, en legdie er. het meisje op; van een handvol gras maakte hij een kussen. Laat mij nu eindelijk uw arm eens genoten, maakt het raadzaam. de aflossing verder voort te zetten dan te vorigen jare in de bedoeling lag. Miliiie, landweer en landstorm. Ingediend zijn wetsontwerpen tot: langer in dienst houden van ingelijfden bij de miii tie en van dienstplichtigen bij de landweer en verlenging van den duur van den dienst- plicht bij den landstorm; een en ander tot 31 December 1916. Wat de miiitie betreft, geldt dit hoofdzake- lijk hun, die behooren tot de bereden korp sen tot de lichtingen 1906, 1907 en 1908, de korpsen pantserfortartillerie en torpedis ten tot de lichtingen 1906, 1907, 1908 en 1909 en bij zeemilitie tot de lichtingen 1909, 1910 en 1911, deze alien zouden volgens de lhans geldende bepalingen op 31 Juli 1916 uit den dienst bij de miiitie moeten worden ontslagen. Verdere verlenging van militiedienst wordt niet noodig geaclit ten aanzien van dienst plichtigen van de lichting 1908 van de" onbe- reden korpsen, die iop; 1 Aug. 1915 voor over- gang naar de landweer aan de beurt waren, doch wier militiediensttijd werd verlengd tot 31 Juli 1916. Deze dienstpliehligen en eveneens die der lichting 1909 van de bedoelde korpsen zullen zonder overwegend bezwaar op 1 Augustus 1916 naar de landweer kunnen overgaan. Zij kunnen dan, zoodra de sterkle van de in werkclijken dienst gestelde land storm jaarklassen en de geoefendheid van deze het toelaten, in aanmerking komen om met voorloopig klein verlof le worden ge zonden. Uit den dienst bij de landweer zouden op 31 Juli 1916 moeten worden ontslagen en vervolgens tot den landstorm komen te be hooren de dienstplichtigen van de landweer- liehLingen 1907, 1908 en 1909 (mililielichtin- gen 1899, 1900 en 1901), wier diensltijd laat- slelijk ingevolge de wet van 31 Dec. 1915 werd verlengd, zoomede de dienstplichtigen van de landweerlichting 1910 (militielich ting 1902). Ofschoon bedoelde dienstplichtigen, voor zoover zij het verlangden, in het algemeen reeds met voorloopig (klein) verlof zijn ge zonden, is het om gelijke reden, welke lot genoemde wet heeft geleid, noodig er voor loopig niet toe over te gaan, hen uit den dienst bij de landweer te ontslaan, zoo de heerschende buitengewone omstandigheden na 31 Juli a.s. nog voortduren. Wat aahgaat den dienstplicht bij den land storm wordt opgemerkt, dat die op 31 Juli 1916 zou moeten eindigen voor de dienst plichtigen, die in het loopende jaar het lOste levensjaar volbrengen of hebben vol- bracht. Dit zijn vooniamelijk personen, die landstormplicJitig zijn geworden krachtens de wet van 11 Juni 1915 en in 1911 als dienstpLichtige van de landweerlichting 1904 (militielichting 1896) uit den dienst zijn ont slagen. Ofschoon het niet in het voornemen ligt, deze voor de landstormjaarklasse 1896 inge- schreven personen tot werkelijken dienst te doen oproepen, zoolang de buitengewone oniistandigheden voor ons land zich niet in ongunsligen zin wijzigen, is het toch noodig, dat zij voorloopig tot den landstorm blijven behooren. Gemis aan deze groep geoefende personen uit het militair verband toch zou nadeelige gevolgen voor 's lands verdediging kunnen hebben. Duitsehe propaganda in Oost-Indie. Het ,/Nieuws van den dag van Ned.-lrtdie" publieeert, blijkens een telegram aan //de Tel.", uit officieele bron verschillende ver- klaringen van getuigen voor den assistent- resident te Buitenzorg afgelegd in de zaak zien, zei hij daarna tot Berger, nadat ook zij hun dorst gelescht liadden. Hans hielp zijn vriend om zijn jas nit le trekken; de onderanm was reeds sterk ge- zwollen, hij moast de hemdsmouw open- scheuren. Berger klemde zijn tanden op elkaar. Ik ben er zeker van, dat mijn arm ge- broken is, zei hij, wij zullen tenminste onzen plicht jegens ons broos lichaam doen en hem spalken en stevig omzwaclitelen. Hans knikte. Hij raapte een paar pakn- bladeren van den grond en fatsoeneerde ze zoo good mogelijk met zijn mes. Toen Iegde hij ze om den gekneusden arm en wikkel- de er daarna zijn eigen zakdoek en dien van Berger stevig omheen. Voorzichtig scheurde hij daarna den zoom van het jurkje van het kleine meisje af om er een draag- band van te maken, waar de arm in kon rusten. Nadat zij hiermee gereed waren, gingen zij naast elkaar zltten om te overleggen wat hun verder te doen stond. Mijn beste jongen, het eersle wat wij te doen hebben is, hoe prozaisch het ook" moge klinken, aan onze maag te denken. Tot nu toe had Hans onder al de weder- waardigheden, die hem overkomen waren, niet aan honger gedacht en het frissche tegen Keil, den Duitschen ex-administrateur van //Straits Soecda-syndcicaat", beschuldigd de Arabische bevolking tegen de Neder- landsche regeering te hebben opgezet. Die stokerijen hebben van November tot Januari onrust en beroering verwekt. De getuigen- verklaringen moeten zeer in het nadeel van Eeil zijn. Zoo werd verklaard, dat Keil in meetings waar voorname Arabieren en regenten uit West-Java, zelfs uit de Vorstenlanden tegen- woordig waren beloofde, dat de oorlog spoedig zou uitbreken. De Nederlanders zouden uit Java verdreven worden en Duitsch- land -zon zorgen voor het noodige geld, voor geweren en mnnitie. Volgens deze getuigen werd onder de vergaderden reeds een aantal geweren uitgedeeld. De quaestie heeft in geheel Indie groote verontwaardiging gewekt. De officier vau Justitie beeft de zaak thans in handen. Een onderhoud met oud-.Minisler Treub. Volgens berichten uit Boedapest heeft de correspondent in den Qaag van het Hongaarsche blad u A Nap" een onderhoud gehad met oad-minister Treub. Volgens dezen correspondent zei minister Treub o.a.Volgens mijn opinie zal Holland tot het einde van den oorlog in zijn neutraliteit volharden, zoolang geen mogendheid ons tot den oorlog dwingt. Volgens mijn beoordeeling van den oorlogstoestand zullen beslissende gevechten eerst op het einde van de lente en in den zomer plaats vinden. Ik geloof dat bq het sluiten van deD vrede in het Westen geen bijzondere veranderingen zullen intreden. Duitschland jal Belgie en het bezette gedeelte van Frankrjjk voor de weggenomen kolonien ternggeven. Minister Treub zeide nog verbaasd te zijn over de reusacbtige militaire en eco- nomische macht van de centrale mogend- heden. Den onderzeebooten-oorlog houdt hij voor volkomen gerechtvaardigd doch de Duitschers mogen geen neutrale schepen in gevaar brengen. Wordt de „Tubantia" vergoed? Ter beurze te Amsterdam ging Vrijdag het gerucht, dat de dader van de torpedeering der //Tubantia" zich zou hebben bekend gemaakt en bereid zou zijn een schadever- goeding te betalen. Volgens dat gerucht zou Duitschland geneigd zijn zeven tot negen millioen schadevergoeding te betalen. Bij de directie van den Kon. Holl. Lloyd was hiervan niets bekend. In verband echter met dit gerucht stegen de aandeelen Kon. Holl. Lloyd met 10 pCt. boven den vorigen koers. Deze geruchten dateeren reeds van eeni gen tijd tevoren. Het onderzoek, door de Duitsehe regeering gelast, en omtrent welks bijzonderheden overste Canters met de grootste tegemoetkoming op de hoogte wordt gehouden, mcfet reeds tot de overtuiging geleid hebben dat de officieele ontkenning van alle schuld die enkele dagen na den ondergang van de //Tubantia" te Berljjn werd uitgegeven, niet zal worden vol- gehouden. Dat het voor de Duitsehe regeering vooral op dit oogenblik bijzonder moeilgk is sehuld van een Duitsehe duikboot inzake de ^Tubantia" te erkennen, laat zieh ge- makkelijk begrjjpen, sehrijft de //N. Ct." water had hem buitendien verkwikt. Maar nu liet de maag eensklaps haar rechten gel- dien. Hij tastte werktuiglijk in zijn zak, maar daar vond hij nietsja toch, eeai stuk cho- colade. Hij liet het echter terstond weer in zijn zak iglijden; het moest bewaard blijven voor liet kleine meisje. Het is het beste, dat een van ons bei- den hier blijft, dan kan de andere op onl- diekking uitgaan. Hans was reeds opgesprongen. Laat mij gaan! riep hij levendig uit. Berger knikte toestemmend. Maar wees voorzichtig, mijn beste jon gen; wees vooral op uw hoede als ge merkt, dat het eiland bewoond is. Ik geloof wel niet, dat het een kwade soort van inboor- liiigen zal zijn. Voorzichtigheid is echter in elk geval raadzaam. En nu, veel succes! Hans begat zich naar den kant van het eiland, die door den Oceaan werd bespoeld. Dit kostte niet. veel tijd; nauwelijks had hij vijfhonderd schreden afgelegd of hij had den Oceaan weer bereikt. Hij volgde toen de steenaehtige kust. Het eiland was toch kleiner dan hij had gedacht. Hij had nau welijks een half uur noodig om het rond te wandelen. Het was voor het grootste gedeelte kaal en leeg, slechts hier en daar In de spanning tusschen haar en de regee ring der Vereenigde Staten is de kwestie van de torpedeering der //Sussex" (het Fransche schip bij welks ondergang Ame- rikanen omkwamen) een belangrijk element. Ook te dien aanzien verscheen van Duii- schen kant een formeele ontkenning. Men gevoelt het politieke gewicht van een er- kenning, op dit oogenblik, der torpedeering van de ^Tubantia", waardoor de onwaar- de van een kategorische loochening van het Marine Amt in het licht zou worden gesteld. Nader verneemt de #Tel", dat de Dnitsche regeering den wensch zou hebben te kennen gegeven een bespreking met de directie van den K. H. L. te voeren. Deswege vertoeven momenteel de Lloyd-directenr, de heer Wilmink en de kapitein van de .Tubantia", de heer Wytsma, te Berlijn. Holland geeft geen zaad vrij voor Engeland. De la'ndbouw-correspondent van de //Mor ning Post" sehrijft Tengevolge van een ongelukkige omstan- digheid heeft de Engelsehe Suikerbiet- vereeniging de landbouwers moeten ontslaan van hun verplichting suikerbieten te ver- bouwen en te leveren voor 't ffCantly Factory" in Norfolk. Het schijnt 'dat het zaad, dat in Rotterdam op verscheping wachtende is, bij besluit van de Neder- landsche Regeering niet vrijgelaten zal worden. De Engelscbe Suikerbiet-vereeniging zal zich dus genoodzaakt zien haar contrac- tanten van hun overeenkomsten te ontslaan. Het land dat voor de bieten klaarge- maakt is zou evenwel voor andere nuttige doeleinden gebruikt kunnen worden, en door de groote zorg die er aan besteed is zal het ongetwijfeld een betere oogst geven dan anders het geval zou geweest zijn. De Dubhe. De reederij van het stoomschip Dubhe heeft van den gezagvoerder het volgende telegram ontvangen uit Gravesend dato gisteren Dubhe is op. een mijn geloopen bij de Gallooper boei, arriveerde te Gravesend alles wel. Tank No.l, ruim No. 1 en voor- piek-tank vol water, andere ruimen droog. De Berkelstroom. Vanwege de marineautoriteiten is terstond bp aankomst te Rotterdam van de beman- ning van de Berkelstroom een onderzoek ingesteld omtrent het gebeurde met dat schip. Men meldt uit Amsterdam aan de N. R. Crt. De equipage van de Berkelstroom van de Hollandsche Stoomboot Maatschappij is gisterenavond 11.05 hier ter stede terug- gekeerd. Heden had de kapitein, de beer Kalishoek, een ouderhoud met de directie. Eenigen der opvarenden deden ons een omstandig verhaal van hetgeen zij onder- vonden hadden. Nadat het schip op den tweeden Paaschdag des avonds IJmuiden verlaten had, hobrde men op ongeveer 97 mijl afstand van IJmuiden, dus midden op zee, des morgens ongeveer kwartier voor vijf, twee schoten. De projectielen werden met kennelijke bedoeling op de Berkelstroom afgevuurd. Het scheelde maar 15 a 20 meter, of het schip was midscheeps geraakt, Terstond daarop rees een onderzeeer, waar van even te voren de periscoop als een stip zichtbaar was geworden, omhoog en stonden groepen palmboomen, waartussclien zich grasvlaklen uitstrekten. Ook trot hij plaatsen aan, waar niets groeide en die bedekt waren met blinkettd koraalzand; van bewoners was geen spoor te onldekken, het kleine eiland lag vol komen onbewoond in den Oceaan; ver in het Zuid-Oosten kon Hans een breedere strook land onderscheiden. Dat was zeker een van de Fidsji-eilanden; de afstand was echter te groot om liet eiland zwemmend te bereiken. Met vermoeide, langzame schreden wan- delde Hans langs de smaragdkleurige lagune terug naar de plek, waar hij Berger had verlaten. Onwillekeurig, lioezeer zijn ge- dachten ook door andere zaken waren inge- nomen, moest hij de bonte, praehtige ko- ralen bewonderen, die in het water zicht baar waren, op enkele plaatsen groen als een malsche weide, op andere purperrood gekleurd. Wat had hij nu aan al die kleu- renpraoht? Plotseling stootte hij met zijn voet tegen een rond voorwerp. Eerst meende hij, dat het een Steen was, maar toen hij het nader beschouwde, had hij bijna een juichkreet geslaakt van vreugde. Het was een kokos- noot, en twee stappen verder lag er nog een, en verderop nog een derde. Dat was hulp kort daarna werd nog een tweede onder zeeer zichtbaar. Het waren de U 18 en een ongenummerde duikboot der Duitsehe marine. De Berkelstroom moest 9toppen en de scheepspapieren toonen. De equipage der Berkelstroom trachtte nog in allerjjl wat proviand, het laatste uit Holland medege- nomen wittebrood te verzamelen en zoo veel mogeljjk het allernoodzakeljjkste bijeen te brengen. Intussehen gingen de stuur- man en een matroos met het kistje scheeps papieren ea ladingljjsten in een sloep naar den onderzeeer. Onmiddellijk daarop schreeuwde de kapitein van de eene onder- zeeboot, dat de lading der Berkelstroom contrabande inhield en dat hij aan de be- manning 10 minuten tgd gaf om in de sloepen te gaan. Midderwjjl bleef de mi- trailleur aan boord der onderzeeboot voort- durend op de Berkelstroom gericht. De gezagvoerder van de Berkelstroom protesteerde tegen dit bevel, daar men midden op zee was. Bovendien zeide hij, dat er niet noemenswaardig contrabande aan boord was de lading bestond in hoofdzaak uit papier en verder wat viscb en cacaoboonen. Hjj voegde erbij, dat Duitschland toch voortdurend van Holland uit met levens- middelen enz. voorzien werd. //Wirkriegen gar nichts aus Holland" luidde het antwoord en bovendien zei de kapitein van de U 18 „lm Krieg gibt's keine Freunde". Het schip was tot ondergang gedoemd. De kapitein der andere onderzeeboot stond nog 5 minuten langer toe, zoodat men een kwartier had om het schip te verlaten. Nadat het kwartier verstreken was en de sloepen met de 24 man equipage waren weggeroeid, werden door de onderzeeers zeven schoten op de Berkelstroom gelost. Het duurde eenige uren voordat zi] zonk. Een der onderzeeers nam toen de sloepen op sleeptouw, met de bedoeling ze in de richting van de Engelsche kust te sleepen. De behandeling was volgens onze zegs- lieden allerminst hoffelijk. De kapitein van de onderzeeer keerde zich voortdurend om; als hij door kapt. Kalishoek werd aan- gesproken. Nadat men een uur op deze wijze ge- varen had, zag men plotseling een vlieger, die blijkbaar van Fransche natie was. De onderzeeer ging snel omlaag en was op dat oogenblik door de bemanning der Ber kelstroom niet snel de sleeptros doorge- sneden, dan zouden de sloepen vermoedelijk mede omlaag zijn gesleurd. De vlieger kwam naderbjj en streek op het water neer. Nadat kapitein Kalishoek den vlieger de hachlijke positie, waarin de bemanning der Berkelstroom verkeerde, kenbaar gemaakt had de zee stond vrij hoi en men vreesde zeer slecht weer steeg de vlieger weer op teneinde als koerier aan de Engelsche kust hulp te zoeken. Om 11 uur kwam de Engelsche torpedojager Penelope hulp brengen. De gansche bemanning werd snel aan boord genomen, maar met het oog op het onderzeeersgevaar wilde de kapitein der Penelope de sloepen zelf niet opnemen. Het zou te lang geduurd hebben. Snel werd toen in de richting der Engelsche kust gekoerst, zoodat men om ongeveer 4 uur Harwich bereikte. De bemanning was vol lof over de be handeling aan boord der Penelope. Zij zagen den volgenden dag de Penelope op- nieuw in Harwich binnengekomen, nadat zij voor Lowestoft in een slag was geweest en deerlrjk gehavend metverlies van tien man was teruggekeerd. In den nam iddag hebben wij ook kapitein Kalishoek zelf gesproken, Wij stelden hem speciaal een vraag omrent de lading van de Berkelstroom. De kapi tein wees er ons op, dat tot dusver als regel heeft gegolden, dat niet meer dan 50 pet. van de lading mag bestaan uit levensmid- delen, voorwaardelijke contrabande. De Batavier, die minder dan 50% in had, in den no-od. VI ug raapte hij de vruchten op en snel- de naar de bron terug. Berger hurkte naast liet kind, welks hoofdje hij op zijn knie liet rusten. Nu, wat hebt ge ontdekt? vroeg hij, omkijkend, toen hij Hans hoorde aanko- men. Verheugd liet de jongen hem de vruch ten zien en ook Berger toonde zijn vreug de over de vondst. En terwijl Hans de noot voorzichtig openbrak om niets van den kost- baren inhoud te verliezen, vertelde hij wat hij op zijn wandeling had opgemerkt. Zwijigend luisterde Berger. Zoo nu en dan schudide hij bedenkelijk het hoofd. (Wordt vervolgd.) COURANT De Burgeraeester van TER NEUZEN brengt t,er kennis van belanghebbenden dat op Woensdag 3 Mei 1916, des namiddags van zeven tot aclit uur, ten gemeentehuize, op vertoon van bet inkwartierings- biljet, de uitbetaling zal plaats heBben van de ink war- tieringsgelden. Ter Neuzen, den 1 Mei 1916. De Burgeraeester voornoemd, J. HUIZINGA. DOOR

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen / Neuzensche Courant ... (idem) / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1916 | | pagina 1