ALGEiEEN NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN. No. 6356. Donderdag 23 Maart 1916. 56e Jaargang. ADVERTENTIfiN: Belastiog op liet faoodea ma hondea. De Oorlog. ABONNEMENT: BINNENLAND. Te!efoosi 25. Pit Blad verschjjnt Maangag^, Woensdag* en Vrudagavond, nitgezoEderd op Feestdagen, hp de Firma P. J. VAN DE 8ANDE te Ter Neuzen. w't m Per 3 maanden binnen de stad I.—. Franco per post voor Nederland 1.10. Bij vooruitbetalingvoor Belgie 1.40, voor Ned.-lndie en Amerika 1.65, overig Buitenland 2. Men abonneert zich bij de Uitgeefster, of buiten Ter Neuzen ook bij alle Boekhandelaren, Postdirecteuren en Brievenbushouders. Van 1 tot 4 regels 0,40. Voor elken regel meer 0.10. Bij directe opgaaf van driemaal plaatsing derzelfde advertentie wordt de prijs slechts tweemaal berekend. Grootere letters en cliche's worden naar plaatsruimte berekendc Handelsadvertentien bij regelabonnement tegen verminderd tarief. Inzending van advertentien voor 1 imr op den dag der uitgave. Burgemeester en Wethouders van TER NEUZEN brengen ter tennis, dat het kohier van de belasting op het houden van Honden No. 1 in deze gemeente voor 1916 in afschrift gedurende vijf maanden op de secretarie der gemeente, voor een ieder ter lezing is nedergelegd. Ter Neuzen, 20 Maart 1916. Burgeneester en Wethouders voornoemd, J. HUIZINGA, Burgemeester. L. WABEKE, Secretaris. Jhr. Mr. Victor de Stuers. f In den vroegen morgen van Dinsdag is te 's Gravenhage op 72jarigen leeftijd over laden Jhr. Mr. Victor Eugene Louis de Stuers, lid van de Tweede Kamer der Sta- ten-Generaal. In den laatsten tijd was hij reeds her- haakielijk door ongesteldheid verhinderd ge- weesl de vergaderingen der Tweede Kamer by te wonen. f De heer De Stuers werd 20 October 1813 te Maastricht geboren. Hij was een zoon van den generaal ridder Hubert de Stuers, aertijds kominandant van het leger in Indie, ki verband hiennee is het verklaarbaar, dat *e heer De Stuers, gedurende zijn Kamcr- feknaatschap meermalen uitvoerige beschou- wingen wijdde aan onze militaire politick in Nederlandsch-Indie, hoofdzakelijk in Atjeh en in de Gajoe- en Atlaslanden, waarbij hij vaak zeer scherp opkwam tegen z.i. noode- looze hardheid en wreedheid tegen over de inlands che be vol king. De heer De Stuers promoveerde den 29n Juni 1869 te Leiden, waama hij zich te s Gravenhage als advokaat vestigde. Deeds teen wijdde hij zich krachtig aan de kunst. In November 1873 versc.heen zijii artikel in „de Gids": „Holland op zijn Smalst", een groote philippica tegen de verwaarloo- afcug van ocuze oud-vaderlandsche kunst. Toen den 25n Maart 1874 een Rijkscom- missie van adviseurs voor de monumenten van gjeschiodenis en kunsl in het leven word geroepen, was De Stuers de aango ■wezen man am als haar secretaris op te treden en toen met ingang van 1 Juli 1875 aan het departement van Binnenlandsche Zaken een afzonderlijke afdeeling voor kun- •ten en wetenscliappen, welker belangen vroeger bij de afdeeling onderwijs behar- tigd werden, werd opgericht, stelde men hem met den rang van referendaris als chef dezer afdeeling aan. In 1874 presideerde hij de internationale jury van de tentoonstel- ling voor Kunst en Nijverheid te Amster dam. Maar vooral heeft hij gearbeid aan de reorganisatie van het archiefwezen, het behoud en de restauratie van geschiedkun- dige monumenten, stichting en aanvulling van musea en bibliotlieken, verspreiding en verbetering van teeken- en kunstonderwijs, de ontwikkeling van de schoone bouwkunst in een rationeele richting. Uitvoer van aardapprlen. De Rotterdamsche Vereeniging van Fruit- en Groenten-Exporteurs heeft MaancLag den Minister van Landbouw het volgende tele gram gezonden Exporteurs veroorloven zich bij Uwe Rx- cellentie aan te dringen, den vrijen uitvoer van die soorten aandappelen te bewilligen, welke tooh slechts op uitvoer wachten en bij 1 anger oponthoud in waarde verminde- ren. De regeling gebaseerd op dertig pro- cent is de oorzaak, waardoor de prijzen da- gelijks stijgen. omdat slechts mondjesmaat verkocht wordt. Wanneer Uwe Excellentie den vrijen uitvoer van die soorten openstelt, wordt het aanbod zoo groot, dat de prijs vanzelf moet zakken. Stijging van de papierprijzen. Het rapport over de vraag: Wat zou kun nen worden gedaan am de stijging der pa pierprijzen in ons land tegen te gaan, door de papiercommissie, ingesteld door den Cen- tralen Raad van Vakbonden in het Gra- fisch- en Boekbedrijf en bestaande uit de heeren W. L. Brnsse, G. Groen J.Jzn., A. Loeber en Mr. J. A. Veraart, secretaris, komt tot de volgende conclusie: De besprekingen en correspondentie ge- voerd tusschen de vertrouwenspersonen der oonsumenten, handelaren en fabrikanten, lei- den tot de gevolgtrekking, dat er weinig of niets te doen is, am de stijging hier te lande van de papierprijzen tegen te gaan; dat die Stijging zoo good als geheel moet worden toegeschreven aan de stijging der kosten, waartegen, blijkens de besprekingen en de correspondence, geen maatregelen zijn te nemen. De indruk der commissie is, dat het overleg tusschen de belanghebbenden volkomen naar goede trouw is gepleegd, zoodat de commissie geen aanleiding vond, am zonder bijzondere opdracht van den Gentralen Raad zich uit eigen beweging om inlichtingen te wenden tot de regeering. Willen drukkers en uitgevers dus niet de dupe worden van de thans bereikte papier prijzen, willen zij niet steeds meer gebukt gaan onder toenemende stijging, dan rest huii niets anders dan de prijzen der boeken en de prijzen voor het vervaardigen der boeken zoo goed als voor het andere druk- werk naar de mate van den grooteren kost- prijs te verhoogen. De kosten der grondstof- fen voor het door de uitgevers verkochte en het door de drukkers vervaardigde product zijn noodzakelijk gestegen, zullen waar- schijnlijk nog verder moeten stijgen, welnu, dan blijft niets anders over, dan dat de papierconsumenten de prijzen der door hen aangeboden producten ook omhoog voeren. De zeevaart. Men meldt uit Amsterdam aan de N.R.Crt. De directies van ide Koninklijke Nederland sche Sloom bo o I m a a tscliappij en van den Ko- ninklijken Wesl-Indischen Maildienst heb- ben besloten, voorloopig, .als tot dusver, haar schepen in de vaart te houden. Naar aanleiding van het zinken der Palembang. Onder hetgeen de Nederhmdsche pers over de Palembang opmerkt, maken wij van de volgende opmerking van „De Scheep vaart" melding: ,,Opvarenden van de Palembang hebben drie ontploffingen waargenomen, die de een toeschrijft aan torpedoschoten, de under aan een mijn. Deze laatste verklaring zou aan- nomelijk zijn, wanneer slechts twee ont ploffingen waren gehoord, ottndat liet be- kend is, dat gemoenlijk verankerde mijnen paarsgewijze voorkomen. Nu drie oikplof- fingen werden waargenomen, wint de ver- onderslelling omtrent torpedeering veld." Ons werd intusschen verzekerd, dat vaak wet vijf of zes miijnen aan een kabel ver- ankerd kunnen liggen. Intusschen, indien de torpedeering ook van de Palembang niet vaststaat, zegt de ..Scihpv.", dan is zeer zeker de schijn in hooige mate tegen de Duitsche booten, die nu eenm.aal tot nu toe vrijwel het mono- polie van dergelijke vernielingen hebben ge- had en za! dus van vvege het Duitsche gou- vernement niet slechts een bewering kuimen worden aanvaard, maar mag men het af- doend „bewijs" verwaehten, dat zij niet schuldig zijn. De TubanHa. Naar aan de „N. Crt." werd medcgedeeld, zijn reeds pogingen aangewend om door duikers zekerheid te bekomen betreffende de herkomst van de torpedo, waardioor de 1 ubantia getroffen is. Daarbij is gebleken, dat het schip op zij ligt. Deze pogingen zul len worden voorlgezet; maar men onlveinst zich de moeilijkheid niet om daarmede het gewenschte resultaat te bereiken, temeer, wijl de torpedo in de kolenbunkers moet zijn terecht gekomen en de ter plaatse aan- gerichte vernieling dns zeer gi-oot z;il zijn. Het Galloper vuurscbip gezonken. Het Maandag van Buenos-Aires te Umui- den binnengekomen stoomschip Amstelland, rapporteert, dat er ter plaatse waar het (Engelsche) Galloper vuurscliip moest lig gen, geen vuurschip te zien was. Alteen zag men in de nabijheid een mast Lwee voet boven water. Men vermoedt, dat het vuur schip in den grond geschoten is. De dader op het kerkhof. De dader van de misd.aad tegen de Tuban- tia ligt op het kerkhof, aldus schrijft de „N. R. Crt.Ziedaar, wat de officieele verklaringen van Duitsche en Engelsche zijde ons zeggen. De ingevolge officieele opdracht verstrckte mededeeling van het Duitsche gezantschap te s Gravenhage is positiever uitgevallen, dan het officieele oommunique, dat Zater- dagnacht uit Berlijn werd geseind. Dil sluur- de ons vrijwel met een kluitje in het riet, door eene redeneering in de lucht. Een Duitsche duikboot, heette het daarbij, „kwam niet in aanmerking, aangezien de plaats, waar het ongeval is gebeurd, min der dan 30 zeemijl van de Nederlandsohe kust is verwijderd en bij gevolg binnen het gebied ligt, dat blijkens de bekendmaking (van 4 Februari 1915 als voor de scheepvaart niet gevaarlijk is aangegeven." Alsof in deze zoogenaamd niet gevaarlijke zone nog nim- mer een „ongeval" had plaats geliad! Het Duitsche gezantschap spreekt nu be- slister. De Duitsche marine-autoriteiten heb ben na ontvangst van het bericht van het vergaan van de Tubantia een „grondig" on- derzoek ingesteld. „Nadat alle" in aanmer king komonde zeestrijdkrachten naar haar stations waren teruggekeerd, is dit onder- zoek voltooid kunnen worden. Als resul taat staat vast, dat met betrekking tot de Tubantia geen sprake kan zijn noch van een Duitsche onderzeeboot noch van een torpe- doboot. Bovendien zijn in de nabijheid van de plaats van het ongeval van Duitschen kant geen mijnen gelegd." Om de maat vol te meten, komt een offi cieele Engelsche verklaring, afkomstig van den secretaris van de Britsche admiraliteit, ons verzekeren, „dat op het tijdstip, dat de' Tubantia gezonken is, geen Engelsche duik boot in die buurt is geweest." Zoo zouden wij moeten gelooven, dat de Tubantia noch door een Duitsche, noch door een Engelsche torpedo in den grond geboord is. „Niemand" heeft de torpedo afgeschoten! Het ontbreekt er maar aan, dat men ons vertellen gaat, dat de Tubantia niet gezonken is! Bah! Dit is wel de misseiijkste loop van zaken, die zich denken laat. De dader houdt zich schuil. Aan een kleine natie wordt op de vrije zee eeu groot onrecht aangedaan, en de bedrijver van het schandelijk feil wit er niet voor uitkomen. Dit zal tenminsle even- veel verontwaardiging moeten opwekken, als het feit zelf der torpedeering. Men had het kunnen begrijpen, schoon niet verontschul- digen, zoo gebleken was, dat (opnieuw) eene vergissing had plaats gehad. Het leven in een duikboot sdiijut buitengemeen zenuw- prikkelend. Het voortdurend Ievensgevaar, waarin de bemannijig op zoo'n boot ver- keert, de gebrekkige middelen tot verdedi- ging, waarover een duikboot beschikt, in dien zij aangevaLlen wordt, leiden somtijds tot onberekenbare tiandelingen. De over- prikkelde gemoedssteinining, waarin d.e be- manning van een duikboot ieeft, is natuur- lijk geene verontscWkldiging voor hare ad miraliteit, die door hare instruclies en op- drachten de bemanning in zulk een toestand van onberekenbaarheid brengt de admi raliteit blijft onder ahe omstandigheden voor de handelingen van hare ondergeschikten direct verantwoordelijk maar zij is toch wel in staat, om medelijden en deernis op te wekken voor den duikbootkapilein, die op een zeker oogenblik zich zelf niet ineer wist te beheerschen. Als hij, ten minste, tot kaimte terugge keerd, voor zijne daad durft uit te komen. Gebeurt dit niet, dan moet men wel ge- neigd raken, aan boos opzet te denken. Zee- man.s-eerlijkheid, zooals wij in Holland die deugd verstaan, zou ertoe hebben gebracht, dat in stee van de tweezijdige officieele ont- kenning, een eenzijdige belijdenis van schuld was q^gegeven, en wij, Hollanders, zouden, hoezeer het feit der torpedeering ons had ge- griefd en grieven bleef, voor eene rondbor- stige erkenning der fout toch waardeering hebben gehad. De ontkenning van schuld is ons eene nieuwe ontgoocheling, eene nieuwe ernstige grief. De nadere berichten omtrent het vergaan van de Palembang maken waarschijnlijk, dal ook daarbij torpedeering de oorzaak is van de ramp, hoewel hierbij dit moet wor den erkend nog verschillende punlen van onzekerheid beslaan. Doch hoe dil zij, indiefl men, op wie de schuld dan ook moge rusten, ook hier schuilevinkje zal gaan spelen, wat dan? Toch, nu de torpedeering van de Tubantia ontkend wordt, is er weinig kans, dat men ten aanzien van de Palembang ridderlijker zal wezen. De officieele verklaringen van Duitschen en van Engelschen kant, zullen niet alleen hier te lande, doch in gansch de neutrale wereld hevige ontroering hebben moeten verwekken. Voor alle neutrale landen is het feit van het uiterste gewicht. Het komt toch hierop neer, dat de geheele neutrale scheep vaart buiten de gemeenschap der volkeren wordt geplaatst, als rechteloos. In enkele dagbladen is het denkDeeld geopperd, of de torpedeering van de Tubantia geen aan leiding voor onze regeering zou kunnen we zen, om zich met de andere neutrale zee- varende mogendheden in verbinding te stel- len, ten einde van de oorlogvoerenden meer zekerheid voor de neutrale vaart te verkrij- gen. Of langs dien weg iets zou kunnen be- reikt worden, weten wij niet te beoordeelen. Wat betwijfeld woi-den mag, is of zulke langs diplomatieken weg te voeren bespre kingen met voldoende snelheid tot eenig re sultaat zouden kunnen leiden. Doch dit staat vast, dat van het oogenblik af, waar- op de onverlaten, welke, zonder grond of aanleiding, neutrale schepen in den grond boren, voor hun daad niet eens meer dur- ven, willen of mogen uitkomen, de neutrale scheepvaart zoozeer wordt bedreigd, dat het voor de onzijdige mogendheden een levens- belang is, de handen ineen te si5an. Het „Alg. Hbl." schrijft: De torpedeeringen worden voortgezet. Na de „Tubantia", de „Palejnbang". En de Duitsche regeering verklaart officieel, dat haar duikbooten het niet deden. Wie dan? Worden er door onbekende hand, van uit een geheimzinnig schip, een nieuwe „Nau- tilus van Jules Verne, onzichlbaar voor den getroffene op geheimzinnige wijze tor pedo's afgeschoten, die neutrale schepen doen zinken, de passagiers en de bemanning in Ievensgevaar brengend? De Duitsche duikbooten doen het niet, zegt de Duitsche regeering. Dat Engelsche duikbooten het zouden doen, wij wezen er reeds op, is niet aan te nemen. Dus moeten het spookschepen zijn Maar onze regeering dient toch zekerheid te hebben, tot wien zij zich wenden moet, om haar prolesten te uiten, om op maatre gelen ter voorkoming van nog meer zulke geheimzinnige vernielingen aan te dringen. En zoo dan niemand de schuld ervoor vrij- willig op zich nemen wil, zal een onderzoek moeten worden aangevraagd, voor onpartij- dige rechters, door een arbitrage-commissie, die de journalen en beeedigde verklaringen der kapiteins van de duikbooten der ver schillende in aanmerking komende mogend heden onderzoek t en vergelijkt. Want tot klaarheid moet de zaak komen! De .Daily Telegraph" geefl den raad, dat Nederland de Duitsche schepen maar in be- slag moet nemen, die in de Nederlandsche havens liggen; het blad zegt, dat er hier meer zijn dan in Portugal. Nederland zou zich daardoor dus kunnen schadeloos slel- len Mag men de Zwitsersche pers gelooven, dan zou Von Ballin, de directeur van de Hamburg— Amerika-lijn bij den Keizer op het ontslag van v. Tirpitz en op wijziging van den duikbooten-oorlog hebben aangc- drongen, oandat de torpedeering der han- delsvaartuigen door Duitsche onderzeeers zou leiden tot inbeslagneming van de Duit sche schepen in verschillende landen, bij wijze van schadeloosstelling, door degenen, die nadeel leden door het verlies van hunne schepen Het inbeslagnemen van die schepen door Portugal hebben wij veroordeeld als een on- reclitmatige daad; en liet beroep op het verouderde „angarierecht", was niet meer dan een doekje voor het bloeden. Maar het zou zeker te bezien staan, of, wanneer het bewezen is dat de Nederland sche schepen door Duitsche duikbooten wer den getorpedeerd, beslaglegging op Duitsche schepen, als represaille-maatregel, geen over- weging verdient. Portugal had geen zijner schepen zien torpedeeren, kon dus een der gelijke maatregel, bij wijze van represaille, niet verantwoorden. Doch, als de schuld der Duitsche duikbooten bewezen wordt, zou het wellicht mogelijk zijn, onder nadere verrekening met de Duitsche regeering van de geieden schade en intercssen. de Duitsche schepen bij de Nederlandsche vloot in te lijven, om in het steeds erger wordende ge- brek aan laadruimte te voorzien. Indien de Duitsche correspondenten iets over de stemming onder ons volk naar hun blad willen seinen, dan kunnen zij nu ver tellen, dal die uiterst verbitterd is, schrijft „De Tijd". De officieele of officieuze berichten uit Berlijn, volgens welke de onheilen, aan onze vloot berokkend, niet door toedoen van Duitsche maatregelen zouden zijn ver- oorzaakt, hebben geen vat meer op ons volk. Niemand gelooft er aan. En nu open- baart zich de verbittering zelfs in de groote steden niet op heftige wijze; wij zijn geen opgewonden menschen, die te hoop loopen voor een consul,aat of een gezantschapsge- bouw en wij zoeken geen verhaal bij bier te lande woonachtige Duitschers; onze pen- voerders in de bladen slaan geen hoogen toon aan legen de Regeering, wier moei- lijklieden zij niet willen vergrooten, maar er begint zich toch een algemeene volks- opinie te vormen, nl., dat er iets gedaan moet worden, iets meer dan het schrijven van nota s. De felheid van den toorn wordt nu getemperd door de voor Duitschland ge- lukkige omstandigheid, dal bij de jongste geweldenarijen geen menschenlevens zijn ver- loren gegaan; maar het feitelijk verbreken onzer communicatie met de kolonien, het verhinderen van onzen toevoer uit zee, kan niet zonder gevolg blijven voor de levens- toelangen onzer natie. Zonder handhaving dezer beide noodzakelijke eischen aan de oorlogvoerenden, kunnen wij onze matten wel oprollen. Het zou dwadsheid zijn, schrijft „Het Volk te ontkennen, dat de opwinding on der de bevolking na den nieuwen verrader- lijken aanval op de „Palembang" stijgen- de is. Wij zelven ontvangen in heflige tenmen vervatte brieven, waarin van ons geeischt wordt, dat wij scherpe maatregelen tegen Duitschland zullen vorderen, of waarin ons Duitsch^gezindheid wordt verweten, omdat wij tot kalnite aanmanen en van onzen oorlogsafschuw getuigen. En een ernstig tee- ken is ook, dat nu niet maar „De Tele- graaf doch het van meer verantwoorde- lijkheidsgevoel vervulde „Handelsblad" de oorlogsmogelijkheid niet meer onderdrukt. Wij meenen te kunnen zeggen, dat er weinigen hier zullen zijn, die geloof slaan aan de officieele Duitsche verzekering, dat de „Tubantia" niet door een Duitschen on- derzeeer getorpedeerd is; Engeland heeft nu eemnaal nog nimmer een neutraal schip ge torpedeerd en Duitschland deed dit tallooze malen. Wij gelooven ook, dat er weinigen zullen zijn, die niet aannemen, dat de ..Pa lembang" evenzeer door een Duitschen on- derzeeer getorpedeerd is; er zijn drie ach- tereenvolgende ontploffingen door de be manning gehoord, en dat een schip op drie mijnen te gelijk liep, is nog nooit voorge- komen. Hoe tegennatuurlijk het intusschen Idinken moge, wij achten bet gelukkig, dat de Duit sche regeering, legen alle waarschijnlijkheid in, haar schuld aan de schandelijke gebeur- tenissen ontkenl. Daaruit toch kan wellicht afgeleid worden, dat niet, zooals menigeen denkt, Duitschland oorlog zoekt met ons land, en voorts, dat het gebeurde in strijd is met de jongste voornemens der Duitsche regeering, ten aanzien van het gebruik van onderzeeers. Overigens willen wij slechts nogmaals met nadruk in deze ernstige dagen tot bezon- nenheid en zelfbeheersching aanmaneai. De houding, die tot dusver sedert nu bijna twintig maanden de Nederlandsche Regee ring heeft aangenomen, komt overeen met onze diepste wensclienalles te vermijden wat ons land in den gruwelijken wereld- oorlog zou kunnen medesleepen. Dit doet ons met verlj-ouwen haar gedragingen ook in dezen afwachten. De goedkoopsle in het gebruik! i en slotte dit uit „de Nederlander": Engeland deed het niet, en Duitschland deed het niet; Amerika komt natuurlijk met in aanmerkingen Japan is wat heel ver weg; welnu, dan heefi de Tubantia zichzelf getorpedeerd. En de Nederlandsche schepen vinden dit zulk een aangename bezigheid, dat daags daarna de Palembang het voorbeeld der Tubantia heeft gevolgd. Deze verklaring is de beste, en zoowel voor Engeland als voor Duitschland de goedkoopste in 't gebruik. LUCHT-AANVAL OP ENGELAND. De Duitsche watervliegtuigen hebben Zon- dag weder een bezoek aan Engeland ge bracht, en op verschillende plaatsen bom- men geworpen, die alweer het gewone werk verricht hebben, vrouwen, kinderen en non- combatlanten tot slaohtoffers makejid van hun weerzinwekkend bedrijf. Ditmaal vlo- gen zij boven het Oostelijk deel van Kent, boven Dover, Deal, Ramsgate, Margate; het aantal slachtoffers bedroeg drie mannen, een vrouw en vijf kinderen ^edood, zeven- tien mannen, vijf vrouwen en negen kinde ren gewond. Het oorlogsdoel van zulke tochten is ge lijk nul, en daarom moet opnieuw de vraag worden gesteld: waartoe zulke tochten? Een Engelsch bericht meldt, dat kapitein Bone een Duitsche hydroplane neergescho- ten heeft; de waarnemer was gedood. VERSPIEDER VEROORDEELD. Een Griek, genaamd Konstantijn Kon- doyannis, is te Parijs wegens verspieding ter dood veroordeeld. Bij het uitbreken van den oorlog bevond hij zich te Berlijn. Hij zou toen een groote soin gelds van den Duit schen generalen staf hebben ontvangen, waarmee hij zich naar Parijs begaf. Daar had hij kamers op de Boulevard Hauss- man, en hij gaf zich uit voor reiziger in sponzen. Voortdurend was hij in 't binnen- land op reis. Tot 9 December j.l. moet hi] geregeld berichten aan de Duitschers heb ben geleverd over de bewegingen van Fran- sche en Engelsche troepen, de aankomst van transporten en omtrent versterkingen. EEN HOLLANDER OP DE ,,MOWE". De „N. R. Crt." bevat het volgende ver haal van den matroos Hoevelaken, die gis- teren met den nachltrein uit Duitschland te Botteixlam terugkeerde. Zijn verhaal komit op het volgende ueer: Hij was matroos aan boord van de En gelsche vrachtboot „Saxon Prince", op reis van Amerika naar Manchester. Den 25en Februari, 'smorgens te 7 u., op ongcveer I wee-en-een-halve dagreis van Engeland, ont- moette men een schip, dat aanvankelijk on der Engelsche vlag voer, maar naderbij ge komen de Duitsche vlag vertoonde en de Saxon Prince" door losse schoten te lcen- nen gaf, dat zij moesten stoppen. Toen dit laatste gebeurd was, zette het vreemde schip twee boolen uit, die aan boord van de „Saxon Prince eenige officieren en matro- zen brachten van de Duitsche marine, die de bemanning bevel gaven, het schip te ver- laten en hun goed mede te nemen. Nadat eerst de equipage, met de kat, aan boord van het Duitsche schip was gebracht, volgden de officieren, en na eenigen tijd zag men aan boord van het vijandelijke schip de „Saxon Prince" langzaam zinken. De Duit schers hadden, vodr zij het gepraaide schip verlieten, daarin een tijdbom gelegd, die het naar den kelder hielp. Aan boord bevonden zich als gevangenen Engelschen, Franschen, drie Dcnen," een Noor, een Zweed, een Amerikaan, en lvehal- ve een aantal zwarten, onze Hollander. Aan de officieren van de genomen schepen een achttal was aan boord was een apart

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen / Neuzensche Courant ... (idem) / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1916 | | pagina 1