ALGEMEEN NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOK ZEEUWSCH-VLAANDEREN. No. 6252. Zaterdag 24 Juli 1915. 55e Jaargang. De Oorlog. ABONNEMENT ADVERTENTIEN Telefoon 25. Bit Blad verschynt Maandag-, Woensdag- en Vrydagavond, nitgezonderd op Feestdagen, by de Firma P. J. VAN DE 8ANDE te Ter Neuzen. BINNENLAND. Per 3 maanden binnen de stad 1.Franco per post voor Nederland 1.10. Bij vooruitbetalingvoor Belgie /1.40, voor Ned.-Indie en Amerika 1.65, overig Buitenland 2. Men abonneert zich bij de Uitgeefster, of buiten Ter Neuzen ook bij alle Boekhandelaren, Postdirecteuren en Brievenbushouders. Van 1 tot 4 regels 0,40. Voor elken regel meer 0.10. Bij directe opgaaf van driemaal plaatsing derzelfde advertentie wordt de prijs slechts tweemaal berekend. Grootere letters en cliche's worden naar plaatsruimte berekend. Handelsadvertentien bij regelabonnement tegen verminderd tarief. Inzending van advertentien voor 1 uur op den dag der uitgave. JEG SBSTB BLA..ID. TWEEDE KAMER. Vergadering van Donderdag 22 Juli. Voorzitter: deheerMr. Goeman Borgesius. Aan de orde isde bestendiging van den staat van b e 1 e g en van oorl og. De heer Albarda klaagt, volgens het verslag der H. Crt., over schrikbarend lange werktijden, door de militaire autoriteiten in Brabant met afwijking der Arbeidswet toegestaan. In textiel- en passementfabrieken wordt geregeld langer gewerkt dan de wet toelaat. Is het noodzakelijk dat het militair gezag de Arbeidswet buiten werking stelt Er kan een ploegenstelsel worden iDgericht, waarbij vrouwen en jeudige personen niet aan overmatig lange inspanning zijn bloot- gesteld. De heer Van Harnel bespreekt de vraag of de wet van 1899 de wetgevende bevoegd- heid van de burgerlijke wetgevende maehten, gemeentebesturen en polderbesturen, opheft. Het is te betreuren, dat het door de Regee- ring aangekoudigde wetsontwerp tot nadere regeling der desbetreffende verhoudingen, nog niet is ingediend. De heer Sasse van IJsselt verklaart dat de wet van 1899 de bevoegdkeid van ge- meente- en polderbesturen tot het maken van verordeningen niet opheft en wijst op het ongerijmde van het feit, dat het militair gezag bevoegd is, smokkelaars uit zijn ge- bied te verbannen, terwijl het rechterlijk gezag hen kan opsluiten en gevangemsstraf doen ondergaan. Het verdient aanbeveling, dat de militaire autoriteiten maatregelen nemen tegen lichtekooien, die in Brabant om onze troepen zwermen endemanschappen infecteeren. De heer De Beaufort sluit zich bij beide vorige sprekers aan en zegt, dat er ook noodzakelijk verandering moet komen in de wijze, waarop de verordeningen van het militaire gezag worden bekend gemaakt, hetzij dat ze aan Gedep. Staten worden meegedeeld, hetzij op andere wijze. De heer Helsdingen wijst op de nadeelen van den landbouw door de bepalingen in zake de Jachtwet in gebieden, die in staat van beleg zijn. De heer Limburg betoogt, dat het bur gerlijk gezag blijft gehanahaafd, maar dat het door een speciale wet volgens art. 187 der Grondwet bij den staat van oorlog of beleg kan overgaan in handen van het militair gezag. Der Regeering zij gewaar- schuwd tegen een wetsontwerp waarbij aan bet burgerlijk gezag het recht tot het maken van verordeningen in staat van oorlog of beleg wordt toegekend. Zij heeft uit te gaan van de stelling, dat het burgerlijk gezag uiteraard dit recht heeft en er slechts door bijzondere bepalingen wijziging in kan worden gebracht. De heer Eerdmans dringt bij den Minister aan op een order, waarbij de militaire autoriteiten er op gewezen worden, geen andere maatregelen te nemen als die, welke inderdaad op den staat van beleg betrekking hebben. Spreker heeft het oog op de be- lemmering van vergaderingen door het militair gezag. De heer Van Raalte t wij felt er aan, of de Regeering wel goed heeft gedaan, den krassen maatregel te nemen van den staat van beleg in te voeren, die volgens de Grond wet alleen bedoeld kan zijn voor den tijd van oorlog en revolutie, maar niet voor dergelijke, zoo langdurige tijdperken als we nu beleven. Is het nu geen geschikt oogen- blik, dien staat van beleg voor verschillende gebieden op te heffen De heer Tydeman ziet niet in, welke nadeelen er uit zouden voortvloeien, als er geschoten mocht worden binnen de rayons, waar het nu verboden is. De wildstand is thans belangrijk toenemende, hetgeen veel nadeelen met zich brengt. Kan er niet op bepaalde dagen verlof tot jagen worden gegeven De heer Schaper maakt melding van de vergadering te Dalen, waarin hij als spreker optrad en een mareehaussee er voor waakte, dat de spreker zich aan de gestelde eischen zou houden. Die man is blijkbaar niet tot rede gebracht en gaat voort, de vergade ringen onveilig te maken. Hij is onsterfelijk belachelijk geworden in het gebied, dat uitsluitend in staat van oorlog is verklaard om den paardenhandel tegen te gaan. Er wordt gepauzeerd. Na de pauze stelt de Voorzitter voor om,- als het noodig is, ook Vrijdagavond en Zaterdag te vergaderen hetgeen de Earner goedkeurt. Voortgegaan wordt met het wetsontwerp tot bestendiging van den staat van oorlog en van beleg. De Minister van Oorlog, de heer Bosboom, verklaart met belangstelling het juridisch debat over de bevoegdheid van burgerlijk en militair gezag te hebben gevolgd. De moeilijkheid schuilt in het wetsartikel, dat spreekt van overleg tusschen burgerlijk en militair gezag, welker verhouding de Minister zich voorstelt, nader te regelen. Spreker stelt voorop,met genoegen te hebben geconstateerd, dat men niet bedoelt, alsof opzettelijk gezag in handen zou zijn gegeven van autoriteiten, die er wettelijk geen recht op hebben. *Het geldt hier een twijfelaehtige kwestie, waarin nader zal worden voorzien. In zake de overtreding der Arbeidswet zal de Minister overleg plegen met zijn ambtgenoot van Landbouw en een nader onderzoek instellen. Ten aanzien van mildere bepalingen in zake de Jachtwet is overleg nog gaande met de kommandanten en zoolang dit niet is geeindigd, wil de Minister liever niet verder op de zaak ingaan. Het geval met den mareehaussee te Dalen zal de Minister nader nagaan. Wat betreft de belemmering van verga deringen, wanneer deze worden gehouden in plattelandsstreken, in staat van beleg, zullen ze voornamelijk door het militaire element worden bezocht. De Minister nu kan zich voorstellen, dat. een commandant de godsdienstige en poli- tieke hartstochten niet geprikkeld wenscht, al zou hij (de Minister) zelf zulke verga deringen niet verbieden. De heer Van Nispen tot Sevenaer (Rheden) dringt aan op mildere maatregelen tegen- over grensbewoners in zake het laten weiden van paarden en vee. Er wordt gerepliceerd door de heeren Eerdmans, Albarda, Tydeman, De Beaufort en Minister Bosboom. Het wetsontwerp wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd, evenals de aanvulling van den „Staat van het bedrag der pensioenen" behoorende bij de Loodspensioenwet 1905 en de onteigening in de gemeente Kat- w ij k voor den a a n 1 e g van een berg- haven voor de visschersvloot te Katwijk aan Zee. De Landstorm wet. Aan de orde is de nadere uitbrei- ding van den Landstorm. De heer Ruys de Beerenbrouck zegt, dat de dilligentie der Regeering bleek uit de mededeeling, dat het ontwerp reeds gereed lag voor het adres der 22 bekende personen. De erkenning van het recht en den plicht der Regeering, leiding te geven aan het buitenlandsch en militair beleid, sluit niet in zich, dat de Staten-Generaal de Regee ring blindelings zouden moeten volgen. In den eersten tijd der mobilisatie bleek de eensgezinde geneigdheid des volks tot groote offers voorde handhaving onzer onzijdigheid. Zoo is het ook thans nog, maarde offers moeten noodig zijn. Waar de Regeering in militair opzicht het vertrouwen der Kamer vraagt, geven wjj haar dat vertrouwen. Dit is gebleken bij het ontwerp nopens de aanschaffing der kruisers. Zulks geschiedt eehter alleen vanwege de buitengewone omstandigheden en de bedoeling der Kamer gaat niet verder dan het striktelijk in de wet vervatte. Zoo beteekent aanneming van dit ontwerp niet algemeenen dienst. Het zij toegegeven, dat de mogendheden de onzijdigheid van een zoo sterk mogeljjken staat meer zullen ont- zien dan van een zwakken staat. Wat oorlogsoperaties betreft, Regeering en volk wenschen den oorlog niet. Wij dienen het belang der oorlogvoe- renden en ons eigen belang beter, door buiten den oorlog te blijven dan door er aan deel te nemen. Echter moeten meer en vollediger in- lichtingen worden gegeven omtrent de persoonlijke lasten, tot bestrijding der onkosten van de onderhavige wet, op de schouders van ons volk gelegd. De Minister geve inlichtingen, teger. wanneer de eerste landstormoproep is te verwachten en wan neer de oudste landweerlichtingen door deze uitbreidingen naar huis zullen kunnen gaan. Objectief besehouwd is het beter, te denken aan een niet opgelegden, maar uitgestelden plicht om onder de wapenen te komen dan dat men, wanneer men vroeger niet gediend heeft en niet militair aangelegd is, het als een recht beschouwt, aan den oefenplicht niet deel te behoeven te nemen. Spreker begrijpt ten voile de teleurstelling der Re geering, dat niet meerderen zich voor den vrijwilligen landstorm hebben aangemeld. Maar zouden niet betere resultaten zijn verkregen, als de Regeering meer steun had verleend, en de landstorm niet hier en daar zonder uniform en toelage was gebleven. De heer De Jong meent, dat het cpzien, door dit ontwerp verwekt, minder zou zijn geweest, wanneer de bedoeling er van eerder dan bij de memorie van antwoord door de Regeering meegedeeld ware. Spreker vindt vergrooting van het ge- mobiliseerde leger niet zonder gevaar. De oorlcgspartij die in tins land nu gelukkig nog maar klein is, jou er door in macht en invloed kunnen wpnnen. .De" economische bezwaren echter zullen beletten, dat deze wat iets anders zal zijn als een aflossingwet. Als zoodanig wordt het door spreker en meerderen zijner poli- tieke vrienden besehouwd. Den Minister zij voorts in overweging gegeven, na te gaan, of ook de bereden.-korpsen niet in het voor- deel zullen kunnen deelen, wanneer oudere lichtingen, als deze wet in werking is ge- treden, naar huis> te keeren. De wet mag voorts niet heenreiken over den buiten- gewonen toestand. De heer De Geer zegt, dat het doel van dit ontwerp is versterking van ons neutraliteitsstandpunt, terwijl sommigen er van vreezen verzwakking van het standpunt. Dit is het hoofddoer, waarnaast staat de aflossingskwestie. De aflossing is zeer toe te juichen, maar dit neemt niet weg, dat eerstgenoemd doel bet hoofddoel is, on- afhankelijk van de omschrijving van den beweegreden der wet. Allen, ook de heer Troelstra, hebben de mobilisatie besehouwd als een middel om den oorlog buiten onze grenzen te houden. Allen dachten eensgezind over deze bedoeling der mobilisatie en daardoor over de mobilisatie-zelf. //Hoe sterker weer- macht hoe grooter de lust in ons eigen land onzen buurman tot onzen vijand te maken" wordt er aan den anderen kant gezegd. Voor die vrees bestaat geen schaduw van aanleiding. Echter mag niet vergeten wor den, dat in dezen tijd mogelijk zou zijn, wat in normalen tijd ondenkbaar is. Daarom heeft de herhaalde stellige verklaring der Regeering, dat zij het land buiten den oorlog wenscht te houden, juist naar aan leiding van het verzet tegen dit ontwerp, spreker zeer veel genoegen gedaan. Wat wij doen, is in het belang van alle landen, het meest in ons eigen belang. Wij moeten er ons niet van afhouden, door te luisteren naar zenuwachtige menschen die zeggen Wij kunnen toch niet buiten den oorlog blijven, en doen beter, tijdig aan den kant te gaan staan, die ons het meeste dient." Als de bergea van wantrouwen zoo hoog rijzen, dat wij overtuigd zijn van in den oorlog te worden medegesleept, zijn oorlogen mogelijk als deze groote, waarbij elk der partijen te goeder trouw meent, verdedigend te werk te gaan. Alle omstandigheden in aanmerking ge- nomen, bestaat er voor spreker geen reden, zijn stem aan het ontwerp te onthouden. Het gevaar eener oorlogszuchtige pers is groot. De Kamer zou er stelling tegen kunnen nemen door met algemeene stemmen een motie aan te nemen, waarin de Regeering werd uitgenoodigd, nog krachtiger maatregelen te nemen ter handhaving der neutraliteit. Dan zou de oorlogszuchtige pers kunnen worden beteugeld, niet door willekeur der Regeering, maar op eens gezinde aansporing van de Regeering door de Kamer. De heer K. ter Laan vindt het eigenaardig dat de heer De Geer, die pas een lang durige vredespreek heeft gehouden, nauwe- lijks enkele dagen geleden heeft medegewerkt aan een -daad, de verschaffing van nieuw oorlogsmateriaal, die al deze mooie woorden te niet doet. Het is niet toevallig, dat dit geheele wetsontwerp niet meer is dan een motie der Tweede Kamer, waarin alle macht over de versterking van ons leger wordt gelegd in handen van den Minister van Oorlog. Daar wil men juist heen. Bij groei van onze legermacht zullen wij veel meer bloot staan aan wat er met Italie, Roemenie en Boelgarije geschiedt men zou de begeerte opwekken bij oor- logvoerende partijen, die zouden trachten door omkooperij ons aan haar zijde te krijgen. Als men de houding der militairisten nagaat, bemerkt men, dat zij zich in on- geveer 1860 wilden bepalen tot de ver- dediging der vesting Amsterdam daarna werd die vesting uitgebreid tot de vesting Holland. Vervolgens kwam het veldleger er aan te pas, dit moest niet binnen de waterlinies blijven, maar het veld in. Nog wilde men het leger binnen onze grenzen houden. Ook dit is in de laatste jaren veranderd. Men heeft zich nu er voor uitgesproken, het leger het vijandelijke land in te zenden als er oorlog uitbreekt. Men diene er zich wel rekenschap van te geven, dat de denkbeelden van wat er op militair gebied te doen valt, steeds op uitbreiding zijn gericht geweest. Dit wetsontwerp beteekent algemeene dienstplicht. Het beteekent afschaffing van loting, vrijstelling wegens broederdienst en alle andere vrijstelling, met uitzondering van alle dominees, pastoors en rabbi's, die men niet aandurft. Het onbepaalde van het eerste ontwerp is door onze agitatie gedeeltelijk wegge- nomen. Maar nu Het is een mooie stap naar den verkorten oefentijd, zegt men. Dat zou het zijn, wanneer het na den vrede was ingediend. Over afschaffing van het blijvende leger is niet gesproken. Krijgen wij hiermede inderdaad een volksleger, met onderofficieren en officieren, uit de soldaten zelf voort- gekomen Het lijkt er niet naar. Er is niets in dit ontwerp, dat een verandering ten goede van het militaire systeem van tegenwoordig beteekent, het systeem, waar- tegen wij zoo'n ingekankerden haat voelen. Velen hebben met verbazing gezien, dat de lichting 1916 niet wordt opgeroepen. Dit is, omdat men na den vrede deze lichting in de kazernes wil hebben. Dan vertrouwt men zijn eigen volk niet. Er loopen 28000 jongelingen van 19jaarrond, die niets te verliezen hebben. Ouderen roept men op. De kosten van het ontwerp met zijn strekking van algemeenen dienstplicht, zullen vooral na den vrede, niet te dragen zijn voor ons uitgeputte land. Spreker dient de volgende motie in //De Kamer, van oordeel dat 's lands be lang 't best gediend wordt door de iandweer geleidelijk naar huis te zenden, de twee oudste lichtingen allereerst, gaat over tot de orde van den dag." De heer Nierstrasz bepleit belooning van den vrijwilligen landstorm voor de betoonde vaderlandsliefde. Laat het kader, wanneer bet gewoon wordt ingelijfd, in gelijken rang bij het leger overgaan. Laten de voormalige vrijwillige land- stormers, zoo dicht mogelijk bij hun woon- plaats gelegerd, en hun depottijd zooveel mogelijk bekort worden Wat gebeurt er met de vrijwillige landstormers, die niet onder de nieuwe bepalingen dezer Land storm wet vallen Het interview met Minister Churchill. „Het Centrum"' sclirijft: „Niemand heeft het recht Nederland van zijn onzijdigheid een verwijt te maken", ver- klaarde de Eng. Min. Churchill in liet onder- houd, dat hij aan den Londenschen corres pondent der „N. R. Crt." toestond, een verklaring, die hier te lande met begrijpe- lijke voldoening is ontvangen. Ook van Duitsche zijde wordt erkend, dat op onze neutraliteit geen aanmerking te maken valt, en zoo zijn de groote tegenstan- ders het althans op dit punt en in deze waardeering met elkander eens. Een overeenslemming, die te hooger moet worden aangeslagen, wijl over de beteeke- nis, welke onze neutraliteit voor de strijden- de partijen heeft, de meeningen weer uiteen- loopen. Deze wederzijdsehe erkenning heeft boven- dien groote waarde voor de mogelijkheid dat ons land metterdaad werkzaam zal kun nen zijn voor het herstel van den vrede en het blusschingswerk van den afschuwelijken wereldbrand. Op de eerste plaats is daarloe noodig, dat men naar beide zijden het vertrouwen heeft gewekt in de correctheid van het eenmaal ingenomen neutraliteits-standpunt. Wij bedreigen niemand en worden niet be- dreigd. En nu zelfs een Engelsch bewindsman in een verklaring, die blijkbaar door de ge heele Regeering is goedgekeurd, aan onze onzijdigheid in 't openbaar recht deed we- dervaren, voelen wij ons gesterkt in de hoop, dat Nederland een factor van beteekenis zal kunnen worden in de pogingen, die einde- lijk paal en perk zullen stellen aan de gruw- zame menschen-slaehting en de woeste ver- delging te land en ter zee. Middens landscrediel. Bij de Tweede Kamer is ingediend een voorstel tot verhooging en wijziging van het Xde hoofdstuk der Staatsbegrooting 1915 (subsidien in verband met het middenstands- crediet). In de Memorie van Toelichting wordt er op gewezen, dat reeds geruimen tijd het middenstandscrediet door de Regee ring op bescheiden wijze door toekenning van subsidien is bevorderd. De aanvragen om subsidie overtreffen echter in de laatste jaren telkens aanmerkelijk het op de be- grooting uitgetrokken bedrag van J 10.000. Toen de oorlog uitbrak, zijn ten spoedigste op uitgebreide schaal maatregelen genomen om het middenstandscrediet uit te breiden en op beteren grondslag te vestigen. Ter- wijl de oprichting van plaatselijke banken zooveel mogelijk werd bevorderd, kwam als middelpunt actie, voor het geheele midden standscrediet, de Alg. Ned. Centr. Midden- standscredietbank tot stand. Het is de be doeling, dat die bank een vereenigingspunt voor de verschillende hier te lande bestaan- de middenstandscredietbanken zal vormen. De Minister meent, dat er alleszins aanlei ding bestaat om niet alleen aan de Alge meene Bank zelf voor haar eigen werk sub sidie toe te kennen, maar ook voor subsi- dieering van de verschillende centrale en plaatselijke banken van haar tusschenkomst gebruik te maken. Door de Algemeene Bank wordt het eer ste jaar noodig geacht f 58.000. De Minis ter kan zich met deze raming vereenigen en acht het nuttig, dat deze gelden beschikbaar worden gesteld. Ten slotte zal de Borgmaatscliappij ook nuttig werk kunnen doen bij de maatrege len, die in voorbereiding zijn ter verge- makkelijking van de voldoening aan de cre- diet-behoefte van den kleinen middenstand, als gevolg van de oorlogscrisis. De Minister acht een crediet van f 5.000 voldoende, zoo- dat het artikel met dat bedrag moet worden Verlioogd. De bandennood. Door den opperbevelhebber is in een rondschrijven aan desbetreffende autoriteiten de uitdrukkelijke wensch geuit, dat het gebruik van motorroertuigen in het leger op alle mogelijk? wijze beperkr, worde, op- dat de rijks-bandenvoorraad alras tot de ge- weuschte hoeveelheid zal kunnen worden opgevoerd terwijl hiermee ook het groote voordeel wordt bereikt, datde banden kunnen beleggen, waardoor deugdelijkheid en ge- bruiksduur toenemen. Beperking is o.m. mogeljjk door voor korte afstanden gebruik te maken van de stoomtram of rijwiel de bereden officieren van hun dienstpaarden en voor de grootere afstanden van de spoorbaan. In verband hiermede kan //De Tel." nog mededeelen, dat den leden en tijdelijken leden van het Vrijwillig Automobielkorps is aangezegd, dat zij buiten dienst niet met hun automobielen, van ri]ksbanden voorzien, voor eigen gebruik mogen rijden. Aardappelen. Naar aanleiding van de buitengewone stijging van de prijzen der aardappelen heeft de Rotterdamsche Combinatie in de aardap pelen-, groenten- en fruithandel telegrafisch den Minister van Landbouw verzoeht, den uitvoer van aardappelen stop te doen zetten. De algemeene toestand. Over het geheele front in Rusland wordt de voortgaande beweging der Duitsch-Oos- tenrijksche troepen voortgezet, schrijft het Alg." Hbl. Gemakkelijk gaat het niet. Overal bieden de Russen tegeustand. Maar daar zij een beslissenden slag wenschen te voorkomen, trekken zjj overal terug. Ten gevolge daarvan staan de Duitschers ten noorden van Warschau aan den Naref, hebben zij in het westen de Bzoera-Rafka-stelling, die de Russen zoo laDg hardnekkig verdedigden, bereikt en naderen zij in het zuiden steeds meer den spoorweg. Door dit alles wordt de positie van War schau steeds benarder. Aan het Naref-front boden de Russen krachtigen tegenstand, aan de rivierover- gangen voor de hoofdstelling van Roshan, Pultusk en Novo Georgiewsk. Maar de wanhopige tegenaanvallen, die zij daar onder- namen, mislukten. In het Russische bericht •wordt dit aangegeven door de mededeeling, dat op den rechteroever van den Naref in plaatselijke aahvallen de Russische troepen er in slaagden den vijand eenigszins terug te drijven. Ostrolenka werd gebombardeerd. NEUZENSCHE COURANT. iCBKSZ

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen / Neuzensche Courant ... (idem) / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1915 | | pagina 1