A1 g m o e a Nieuws* en Advertentieblad voor 2eouwsch*"7Uandoren, No. 3964. Zaterdag 1 September 1900. 40e Jaargang. OftTsiliglmd Yaauwater. Yeeartsenijkundig Staatstoezicht. ABONNEMENT: Per drie maanden binnen Ter Neuzen 1,Franco per post: Voor Nederland 1,10. Voor Belgie 1,40. Voor Amerika 1,82£. Men abonneert zich bij alle Boekhaudelaars, Postdirecteuren en Brieven- bushouders. ADVEBTENTIfiN: Van 1 tot 4 regels 0,40. Voor elken regel meer f 0,10. Bij directe opgaaf van driemaal plaatsing derzelfde advertentie wordt de prjjs slechts tweemaal berekend. Grootere letters worden naar plaatsmimte berekend. Inzending van advertentien v6or 3 uren op den dag der uitgave. Bij deze courant behoort oen bijvoegsel. Burgemeester en Wetbouders van ZAAMSLAG noodigen sollicitanten naar de betrekking van Itavenmeestertevens Ontvanger der haven- en Jeaaigelden nan den Kleine Huissenspolder, uit, hunne eigenhandig en op zegel geschreven ver- zoekschriften in te levereu ter Secretarie dezer gemeente voor 10 September e. k. De jaarwedde als Havenmeester bedraagt /75, De belooning als Ontvanger is geregeld percenls- gewijze naar de outvangsten en kan bedragen 175,-. Zaamslag, 21 Augustus 1900. Burgemeester en Wethouders vooornoemd, K. DE KRAKER, L°. Voorzitter. P. J. WORTMAN, Secretaris. Oproer, Samenscholing, Stoornis der openbare orde. Artt. 184, 185, 186 en 187 der Gemeentewet. II. Ook over de toepassing van Art. 18(5 bestaan verschillende meeningen. Een eerste en voorname vraag is deze kan de Burgemeester op grond van dat artikel openbare vergaderingen ontbinden Niet de openbare vergadering, waarin de open- bare orde wordt gestoord, omdat volgens art. 22 der wet van 22 April 1855 dergelijke vergadering op vordering der polilie uiteen gaatmaar elke openbare vergadering ook al gaat het daar llOg zoo regelmatig en kalm toe. Het komt mij het beste voor over te nemen wat Prof. Oppenheim in zijn bekend werk te dien aanzicn zegt. Vooraf eene opmerkingvolgens art. 19 der wet van 1855 heeft de polilie vrijen toegang tot alle vergaderingen in gebouwen, waarbij het publiek wordt toegelaten, m. a. w. tot alle openbare vergaderingen. Wil men dus geen tegenwoordigheid van politie, men stelle de vergadering alleen toegangkelijk voor bepaalde personen, bij v.voor de leden eener vereenigiug. Prof. Oppenheim dan zegt Art. 186 maakt in geval van oproerige beweging, van samenscholing of andere stoornis der openbare orde den Burgemeester bevoegd //alle bevelen, die bij ter handhaving der orde noodig acht, te geveu." Bij den eersten aanblik ziet deze bepaling er boos genoeg uitschijnt zij deu burgemeester tot dictator of tiran uit te roepen, zoodra de openbare orde is verstoord of gevaar loopt en dit nog wel naar zijn subjectief inzicht, want »samen- scholiDg" en /oproer" zijn begrippen van zeer onbestemde beteekenis en de wet definieert ze voor haar doel niet. Maar kan de wetgever in vollen ernst gewild liebben dat op een gegeven oogenblik alle wetten en verordeningeu zonder ondersckeid, voor het sic volo van een Burgemeester zoude verdwijnen P De Minister de Savornin Lohman is voor de bevestigende beautwoording dezer vraag niet terug- gedeinsd. In de vergadering der Tweede Kamer van 3 Juli 1890 geinterpelleerd over handelingen van den Burgemeester van Enschede, die, tijdens een daar heerschende werkstaking, vergaderingen had ontbonden en doen uiteendrijven, zonder dat daarin de openbare orde was gestoord of tegen de wet van 1855 was gehandeld, autwoordde de Minister, dat de bewuste vergaderingen te Enschede gehouden werden toen daar een toestand bestond als art. 184 Gemeentewet bedoeldt, zoodat de burge meester, onder deze omstandigheden vergaderingen ontbindende, dit deed en mocht doen krachtens de hem bij artikel 186 toegekeude macht, die, voegde Z. E. er bij, //een zeer arbitraire macht is," daar in de bepaling //uiets wordt uitge- zonderd." Maar is dit een interpretatie waarmede het gezond verstand vrede kan hebben Eene uitlegging, die teweeg zoude brengen dat, zoodra den Burgemeester de schrik oin het hart slaat en schutterij en garnizoeu door hem zijn gerequireerd, hij wetten en verordeningeu met voeten treden kan Indien art. 186 deze interpretatie eischte of zelfs maar gedoogt, is het onverantwoordelijk dat een Minister de bepaling een uur langer laat voort- bestaan. Maar de uitlegging is averechtsch om geen harder woord te gebruiken. Gesteld dat de bepaling deu Burgemeester bij het geven zijner bevelen aan geen enkele beper- king bond dan nog zou (zooals door Mr. S. van Houten helder is ontwikkeld in het Sociaal Weekblad van 12 Juli 1890) in het artikel alleen sprake kunnen zijn van bevelen tegenover de rustverstoorders, dezelfdeu op wie de Burgemeester desnoods mag laten schietennooit van een ingrijpen in den algemeenen recbtstoestand der inwouers, 'twelk alleen krachtens art. 187 ge- schieden kan. Maar zelfs deze stelling is onhoud- baar. Als art. 186 den Burgemeester de macht laat in geval van oproer enz. alle bevelen te geven die hij ter handhaving der orde noodig acht, maakt zij daarmede hem niet legibns solutus spreekt het van zelf dat zijne bevelen altijd ondergeschikt blijven aan de wetten aan welke hij trouw zweert en aan de verordeningen, die bij niet de macht heeft op zijde te zetten. Ware het anders, art. 187 zoude geen zin hebben want de Burgemeester zoude dan nooit de behoefte gevoelen aan algemeene voorschrijtcn en hij zou met zijne i/bevelen" kunnen kornen waar hij wil. Maar hij kan dat, niet, gelukkig nietwaat de uitlegging, te k wader ure door den Minister Lohman aan art. 186 gegeven, welke te voren nooit in iemands brein was opgekomen en den Burgemeester zoude maken tot een even machtig poteutaat als de Keizer aller Russen, ligt met het a. b. c. van ons Slaatsrecht vierkant overhoop. Dit zij genoeg om te doen zien dat ook deze door en door kundige kenner van het Nederlandsck en Belgisch gemeenterecht, den Burgemeester niet gaarne tot despoot ziet gemaakt, al is het dan ook slechts tijdelijk en in beperkten kring. Maar ook doet het medegedeelde zien hoe de regeering soms door dik en dun heen een Burge meester de hand boven 't hoofd houdt en om dat te kunnen doen de wet uillegt op eene wijze welke Prof. Oppenheim op zijn zachtst gesproken //averechtsch" uoemt. z/Maar het Gezag moet toch worden gehand- haafd", hoor ik een of ander raadslid roepen. Best, zeker. Er moet orde zijn. Ieder die daarop gesteld is, zal erkennen dat soms het Gezag handelend moet optreden en dat dan dat Gezag met alle gepaste middelen en zooveel mogelijk door ieder moet worden gehandhaafd. Maar wauneer een burgemeester of eenig ander gezaghebbend ambtenaar wordt gehandhaafd, dan is het daarbij in waarheid dikwijls niet om het Gezag te doenmaar eenvoudig om den persoon. De bedoeling is dan alleen om dezen de hand boven 't hoofd te houden. Het publiek staat er soms verbaasd over. Doch genoeg hiervan. Een tweede vraag, eveneens van belang, is deze wat is te verstaan onder f,vereischte waar- schuwingen" in art. 186 voorgeschreven voor tot maatregelen van geweld mag worden overgegaan. In art. 186 Wetboek van Strafrecht lezen wij „Hij, die opzettelijk, bij gelegenheid van ffeen volksoploop, zich niet onmiddelijk ver- z/wijderd na het derde door of vanwege het z/bevoegd gezag gegeven bevel, wordt, als z/schuldig aan deelneming, aan samenscholing z/gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste z/drie maanden of geldboete van ten hoogste zes honderd gulden." Er moet dus driemaal zijn bevolen. Maar ook hier is niet voorschreven hoe dat bevel moet luiden. Volgens de circulaire van den Minister van Oorlog van 7 April 1848 //houdende inlichtingen hoedanig de militaire macht behoort te handeleo, wanneer haar bijstand tot handhaving der openbare orde wordt ingeroepen" moet, alvorens van de wapenen gebruik mag worden gemaakt, driemaal hoorbaar worden herhaald z/Gehoorzaamheid aan de wetNaar liuis of geweld zal worden gebruikt De Burgemeester kan dezelfde waarschuwing doen doch geboden is het hem fliet. Hij kan dus de waarschuwing doen, zooals hij verkiest, maar met het oog op art. 186 Strafwet is het toch van groot belang, later te kunnen bewijzen, dat gewaarschuwd is. Ten slotte nog een paar woorden over de kosten van de hulp der militaire macht. Indertijd is in de Gemeentestem betoogd dat de kosten van vervoer en onderhoud komeu ten laste van het Rijk, op grond van art. 186 der Grondivet. De quaestie is, geloof ik, opgelost althans wat de huisvesting betreft door de wet van 14 September 1866, na de daarin gebrachte wijzigingen. De tekst van die wet, zooals ze is gewijzigd, is bekend gemaakt bij Koninklijk Besluit van 27 Augustus 1892 (Stsbl. 214). In art. 12 lezen wij z/Krijgsvolk, hetwelk buiten zijn garnizoen gevorderd is tot handhaving of herstel der openbare orde, behoort door de zorg van den Burgemeester in overleg enz. te worden ondergebracht". z/De kosten, welke de gemeente, overeeu- komstig bij reglement vastgestelde regelen, voor deze huisvesting heeft moeten maken, worden door het Rijk vergoed". Omtrent de kosten van vervoer (transporten) vind ik dat niet bepaald. Uit de wet en het regelement van 10 November 1891, regelende o. a. de schadeloosstellingen vloeit, meeu ik, voort, dat de transportkosten mede komen ten laste van het Rijk. Of er soins een uitdrukkelijke bepaling bestaat voor vergoediug van verschotten te dier zake door de gemeente gedaan, kan ik thans niet onderzoeken. Het is echter te hopen, dat het onze gemeente geen cent kost. In dat opzicht kan men dan tenmiuste vrede hebben met het optreden des Burgemeesters. Ter Neuzen, 27 Aug. 1900. Van der Moer. TER NEUZEN, 31 Augustus 1900. Twintig jaren zijn heden verloopen, sedert den avond dat in de Vorstelijke residentie het geschut donderde, den volke de geboorte der eerste Koningsdochter verkondigende. Eene gebeurtenis die den hoogleeraar Beets de volgende dichtregelen in de pen gaf Veel is in de sedert verloopen twintig jaar ge- benrd en vele omstandigheden hebben zich ge wijzigd. Het Nederlandsche volk, wiens geschiedenis zoo nauw samenhangt met de dynaslie van Oranje, gaf ruimschoots blijken van belangstelling in die gebeurtenis, sloeg het opgroeien der Prinses gade, en nog vermeerderde de belangstelling toen, door den dood van Kroonprins Alexander, Zij bestemd werd om eenmaal de kroon op hare blonde lokken te dragen. Het tijdstip waarop dit laatste werkelijkheid werd, de inhuldiging, hoe versch ligt die nog in ons geheugen, niet het minst door de feestelijk- heden, die allerwege onder groot enthousiasme werden gevierd. Heden bereikt de Koningin den leeftijd van 20 jaar, een gebeurtenis die in onze provincie in familiekringen nimmer onopgemerkt voorbijgaat. Verschillende gemeenten namen dan ook maat regelen om dezen dag met meerderen of minderen luister te vieren. In onze gemeente werd daaromtrent niets ver- nomen, zelfs niet van plannen daartoe. Evenwel gaf de bevolking ruimschoots blijk den dag niet onopgemerkt te willen laten voorbijgaan. Talrijk wapperden de vlaggen in alle straten, wat, beschenen door de vriendelijke straien der zon, een feestelijken aanblik bood. Dit werd niet weinig verhoogd door de talrijke kinderen, die, met oranje getooid, en daardoor feestelijk gestemd rondliepen. In de Ned. Herv. kerk werd heden avond eene godsdienstoefening gehouden, naar aanleiding van den jaardag onzer Vorstin. Zooals reeds is gemeld geeft het muziekgezelschap z/Apollo" van avond een concert op de Markt, waarvoor, bij gebrek aan een muziektent, een tijdelijke estrade is opgeslagen. De heer H. Bosselaar, brigadier-commandant van de brigade marechaussee al hier, is ter gelegen heid van den jaardag van II. M. de Koningin bevorderd tot wachtmeester-titulair. De klerken der posterijen en telegrafie de heer H. van Nieuweuhuize te Goes en mej. C. van Schelven te Ter Neuzen zullen met 1 October van standplaats verwisselen. Gisteren had de bootwerker D. V. het ongeluk op het spoorwegemplacement te vallen over een stuk ijzer, met het gevolg dat hij een ernstige breuk aan een zijner polsen bekwam. Bij Koninklijk besluit zijn o. m. benoemd tot ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw de heeren L. J. M. van Waesberghe- Janssens, lid van Gedep. Staten van Zeeland te Hulst en C. B. Schuurman, hoofd-ingenieur van's Rijkswater- staat te Maastricht, vroeger ingenieur al hiertot offieier in de orde van Oranje-Nassau de heer M. Schuijlenburg, inspecteur der directe belastingen invoerrechten en accijnsen te's Gravenhage, vroeger alhier. Bij Koninklijk besluit is benoemd tot ge- zworen van deu polder Koningin Emma de heer A. de Buck. Philippine. Tengevolge van e^ne vergissing bij de laatste verkiezing op 17 Juli voor twee leden van den gemeenteraad, waarbij E. A. de Mul en J. Barbe als zoodanig zijn gekozen, hebben H.H. Gedeputeerde Staten deze verkiezing vernietigd. Hulst, 27 Aug. Heden werd alhier door den bouwkundige J. W. Warnier, namens den heer Th. Voet, aanbesteed het bouwen van een herberg en magazijn op een gedeelte grond in den polder de Clinge, gemeente St. Jansteen, nabij 't station te Hulst. Hiervoor werd ingeschreven door de heeren A. van 't Hoff te Axel voor 2799, E. de Munter te Clinge voor f 2794, A. J. Cornelissen te Axel voor f 2779, B. Reuling te Hulst voor f 2421, C. Everaerdt te St. Jansteen voor 2384, J, Bouwens te Clinge voor 2299, A. A. van de Walle te Hulst voor 2146 en J. van Gijsel te Hulst voor f 2078. Aan den minsten inschrijver is het werk gegund. Graauw, 31 Aug. Bij de heden gehouden herstemming voor een lid van den Raid werd gekozen de heer J. C. Buijsse met 76 stemuien,- De heer P. A. Bogaert had 63 stemmeu. i -,t r hitiawaa ISM hind versehljnt JlaamlHg-, WoensdSg. en Vrijdnynvond, nltgezonderil op FeestdageB, bij de JNrma P. J. ViW PK HIPK te Xer lesien. De Burgemeester van TER NEUZEN, brengt ter kennis van zeevarenden, die daarbij belang kunnen hebben, dat op 4 September 1900, en zoo noodig ook op den daarop volgenden dag zal worden gevuurd nit de zware kanonnen van het fort te IJFmuiften. Omtrent de voorzorgsmaatregelen die daarbij in acht zullen worden genomen, knnnen belanghebbenden inliclitingen be- komen ter secretarie der gemeente op de uren, waarop deze geopend is. Ter Neuzen, 30 Aug. 1900. De Burgemeester voornoemd, J. A. P. GEILL. De Burgemeester van TER NEUZEN, brengt bij deze ter kennis van belanghebbenden, dat met ingang van 1 September e. k. de invoer in Belgie van slachtvee, bestemd voor de abattoirs te Anttverpen, Brussel, Cureghem, Anderlecht, Gent en Luik, alsmede van paarden, schapen, geiten en vleesch, langs Selzaetc (station) geoorloofd is des Woensdags van 8—10 uur en des Zaterdags van 8—11 uur voormiddags. Ter Neuzen, 31 Aug, 1900. De Burgemeester voornoemd, J. A. P. GEILL. Laat Oost cn West de blijmaar hooren, Die Kroon en Volk vervult met vreugd Den Koning is een kind geboren, Een Dochter, die zijn hart verheugt. Wees welkom, wclkom, Koningskind Voor uw geboorte reeds bemind. God doe Zijn zegen nederdalen Op 't wiegje waar ge in nederligt, Bewake uw sluimrend ademhalen En 't blosjen op nw jong gezicht Bloei. groei voorspoedig, Vorstenloot Slk wenscht n sehoon te lien en groot.

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen / Neuzensche Courant ... (idem) / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1900 | | pagina 1