Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeawsch-Vlaanderen. No. 3007. Zaterdag 3 Maart 1894. 34e Jaargang. lis Biiriemteft, blijfl Bnrgemeester?- ABONNEMENT- Per drie maanden binnen Ter Neuzen f 1,Franco per postVoor Nederland f 1,10. Voor Belgie 1,40. Voor Amerika f 1,82^. Men abonneert zich bij alle Boekhandelaars, Postdirecteuren en Brieven- bushouders. ADVERTENTIEN: Van 1 tot 4 regels 0,40. Voor elkenregel meer 0,10. Grootere letters worden naar plaatsruimte berekend. Men kan zich abonneeren tot het plaatsen van 500 regels en meer per jaar, tot veel verminderden prijs. Hit bla<l verscliijnt MlnsdaK- en Vrij.Iafjavoint bij rten uiigever I". J. t A IS HE 8 A IS D E te Ter ISieuzen. Bij deze courant behoort een bijvoegsel. (Vervolg en slot.) Men heeft onder meer mij eropgewezen, dat het voor een Burgemeester niet aangenaam zoude zijn, onder de raadsleden een oud-Burgemeester aan te treffen, die al de zwakke zijden en kwetsbare plaatsen van het bestuur zoude kennen en derhalve eene allerlastigste oppositie zou kunnen voeren. Dat gevaar zie ik echter niet in, omdat iemand die als Burgemeester weinig zou hebben uitgevoerd,al weinig invloed zou hebben, terwijl een flinke oud-Burge meester, juist het bestuur zou steunen, wetende met welke moeilijkheden men soms te kampen heeft. Daarenboven, het is waarschijnlijk dat er meer dan een oud-Burgemeester of oud-Wethouder in den raad zoude zitten en dan zou een lastig persoou al spoedig op zijue plaats gezet worden. Een ander bezwaar waarop men mij gewezen heeft, is het navolgende. Het is reeds nu zoo moeilijk, bij het aftreden of overlijden van een Burgemeester een geschikteD opvolger te vinden, wat zou het zijn vooral op de dorpen, wanneer men als regel ging aannemen dat een geschikt persoon niet oummiddellijk kan worden herbenoeind? De praktijk der laatste jaren heefd geleerd, dat een dergelijk argument dat gedurende tal van jaren dienst heeft gedaan, overschat is geworden. Ofschoon de gemeentewet zegt, dat de Burgemeester bij voorkeur uit de ingezetenen moet worden benoemd, benoemde de Regeering in den regel vreemdelingen. Dank zij het voordureud hameren op hetzelfde aambeeld door den afgevaardigde van Zierikzee, den heer van Kerkwijk, benoemt men nu zelfs in kleine gemeenten ingezetenen tot Burgemeester en de oudervinding heeft geleerd, dat zulks zeer goed kan geschieden. Uit de geestdriftige ontvaugst welke een eigen Burgemeester ten deel is gevallen in al de gemeenten, waar vroeger een vreeradeiing Burgemeester was, kan men opmaken dat de Regeering handelde in den geest van het volk, en volgens mij is het zeer veel waard, dat het volk met zijn bestuur is ingenomen. In plaats van weinig keus zooals nu, zou men zeer veel keus hebben, als ieder wethouder en ieder lid van den raad de gelegenheid zou hebben gehad, zich op het Burge- meestersambt voor te bereiden. Tegenwoordig bestaat vooral in kleine plaatsen, het zeer ernstige gevaar dat men met een eigen Burgemeester, eene familieregeering krijgtmaar dat gevaar zou geheel verdwijnen, wanneer niet steeds dezelfde personen tot Burgemeester werden FEUILLETON. 10) - //Dat kan ik bewijzenriep Brigitta, wier gezicht geheel was opgehelderd, toen haar meester van vergoeding sprak. ,/Zoo kunt gij dat ^Natuurlijk, er is immers niets gered." #Bah, dat kunnen de boeren ook wel getuigen maar men zal u vrageu, of de tarwe voor den brand op den zolder was." De molenaar wees met zijne zweep naar den puiuhoop en keek de meid zoo dreigeud aan, alsof hij haar wilde te kennen geven, dat zij, wanneer zij zulks niet verklaarde, het laatste brood bij hem gegeten had. //Wanneer gij het zegt, zal het immers waar zijn," sprak zij. #Ik weet dat er altijd graan op den zolder gelegen heeft, en dat weet Hendrik ook. z/Hendrik weet nergens van," zei de molenaar #Ik heb hem in de laatste maanden niet naar boven gestuurd, hij had genoeg in den molen te doen. En bovendien keerde hij het koren niet zorgvuldig genoeg, waarom ik het in de laatsten tijd altijd zelf heb gedaan. Maar dan mijn graan in de schuur Zoudt ge denken, dat ik bij den brand geene schade lijd Uw armzalig boeltje zal u vergoed worden, gij verliest geen cent 1" „Ik zou ook niets kunnen verliezen z/Dus heeft Doortje hem in bescherming genomen?" ging de molenaar op driftigen toon voort. //Hoe kon zij dat wagen? Zij is toch mijne aanstaande?" herbenoemd en tot wethouder eu raadsleden werden herkozen. Ik herinner mij, lid te zijn geweest van eene vergadering, waarvan iemand lid was, van wien men mij vertelde (als men ergens voor het eerst komt vraagt men natuurlijk inlichtingen omtrent zijne medeleden) dat hij slechts eenmaal sinds al de jaren dat hij lid was, gestemd had tegen een voorstel van het Bestuur waarin zijn broeder zat en dat het dan nog bij vergissing was geschied. Bij meerdere afwisseling van het Bestuur zou de tijd der jabroers voor goed uit zijn, omdat oubeduidende personen geen gewoon lid van den raad zouden durven worden, wanneer hen het gevaar boven het hoofd hing, van eenmaal als Wethouder wellicht als Burgemeester te moeten optreden. Zij die eeDmaal, lid vau den raad gekozen zijnde, tot de ontdekking zouden kornen dat zij hunne krachten hebben overschat, zouden zich bij tijds uit eigen beweging terug trekken. Ook bij het stellen van candidaten zou men voorzichtiger te werk gaan als tegenwoordig. Tegenwoordig redeneert men dikwijls aldus//Nu jaonze z/candidaat is wel geen licht, maar er zitten andere z/leden die nog slechter zijn en van hem weten z/wij wat hij wil, op hem kunnen wij tenminste rekenen" en alsdan wordt de open bare zaak opge- offerd aan een persoon ter wille der coteriegeest. Jongelieden met aanleg, zouden in plaats vau hun tijd te verbeuzelen met afbrekende critiek zich met hart en ziel er op toe leggen, om de vereischte keunis op te doen tegen den tijd dat zij als Wethouder of als Burgemeester zouden moeten optreden. Wanneer men tegenwoordig verzocht wordt lid van den raad te willen worden is men in den beginne wel wat huiverig, omdat men er eerlijk gezegd zoovee) als niets van weetmaar bij het voortdurend aandnngen der vrieuden, zegt men ten slotte tegen zichzelf z/jongen de kans is nu mooi wie weet of zij zich //later weer voor doet, komlaat iik het maar z/wagen" en zoodoende, wordt de raad eene onrijpe vrucht meer rijk. Bij meerdere afwisseling van het gemeentebestuur zou gemelde persoon aldus redeneeren //Laat ik liever nog een beetje wachten want sla ik een gek figuur dan bederf ik mijne geheele toekomstdoch nu ik merk dat men het oog op mij heeft zal ik van stonden af aan, mijne aandacht aan de pub'iieke zaak beginuen te schenken en mij overal zoo goed mogelijk van op de hoogte stellen, teneinde later bij het binnentreden der vergaderzaal, mij aldaar niet thuis te gevoelen als eene kat in een vreemd pakhuis." Zwartgallige lieden beweren, dat op de tegen- z/Zij heeft niet willen dulden, dat de woedende boeren hem in het vuur wierpen. Die hadden hem den dood gezworen en zouden hem, als hij in hunne handen gevallen was, bepaald vermoord hebben." De molenaar kromp ineen, als had eene ijskoude hand hem aangeraakt. //Het doet er niet toe," zei hij knorrig, //zij had niet voor hem in den bres mogeu springen De kerels zouden zich nog wel bedacht hebben, eer zij hem in de vlammen wierpen. Gij moet hier blijven, Brigitta en als Hendrik komt, zeg hem dan, dat hij wel naar ziju broeder of ergens anders heen kan gaau, want dat er hier niets voor hem te doen is. Later zal ik wel met hem afrekenen. Wil hij als alles in orde is weer bij mij komen dan is het mij goed. Ik rijd naar het dorp en neem mijn intrek bij Stamm, den kastelein. Als gij geld noodig hebt, moet gij maar bij mij komen. Zonder op antwoord te wachten, verliet hij het huisje en weldra zag Brigitta hem wegrijden. Voor de herberg hield hij stil en verzocht den kastelein zijn paard naar den stal te brengen en hem voor eenigen tijd eene kamer, of als het kon, twee kamers af te staan. Vervolgens ging hij naar de hut, die Dorothea's moeder bewoonde. Op weg daarheen, wilder) enkele boeren hem aan- sprekenmaar zij waagden het niet toen zij zijn somber gelaat zagen. Zij begrepen, wat hij ging doen, en konden het hem volstrekt niet kwalijk nemen, dat hij boos was op Doortje, die den brandstichter verdedigd had. //Doortje had wegens die zaak reeds een woorden wisseling gehad met hare moeder en met de oude Lena, die zich nog in de kamer bevond, toen de molenaar binnentrad. woordige oppositiemannen zoowel in als buiten den ,aad, van toepassing is »ote toi la que je m'y mette" sta op van uw zetel en maak plaats voor mij) terwijl de eenmaal gekozenen (les hommes en place) aldus zouden spreken of althans denken //j'y suis et j'y reste" (ik zit nu eenmaal een knappe jongen die mij mijn zetel ontfutselt). Dergelijke achter-- dochtige en kwaadsprekende personen zullen bij meerdere bestuursverwisseling hunne booze tongen op andere wijze moeten bezighouden. Maar, zal men wellicht zeggen hoe zal het gaan met de loopende zaken als het geheele bestuur te gelijk aftreedt en niet herkozen mag worden en men alsdan een nieuwe Burgemeester en nieuwe Wethouders krijgt Wel luidt het antwoord, het zal alsdan met de gemeentezaken precies gaan, als nu met de rijkszaken bij eene crisis als het geheele Ministerie aftreedt. Wat bij het Rijk mogelijk is, zal bij de gemeente geen ernstige bezwaren opleveren. Bij elk nieuw Ministerie hoort men van Ministers die nooit lid van de Kamer zijn geweest, en zoo zal iemand die nooit lid van den raad is geweest, zeer goed wethouder kuunen worden, doch meestal zullen zij uit oude raadsleden worden gekozen. Een ander bezwaar en dat is zeer zeker het gewichtigst, bestaat hierin dat personen die lang lid van het bestuur zijn geweest, veel ervaring hebben opgedaan welke nu aan de openbare zaak ten goede komtterwijl bij veelvuldige bestuurs verwisseling zeer weinig ervaring zou kunnen worden opgedragen en voor zoover zij zou worden verkregen verloren zonde gaan. Dat bezwaar komt mij ge- wichtiger voor in schijn dan in werkelijkheid. In de eerste plaats, moet het met de kennis der regeeringsaangelegenheden gaan als met de weten- hap, zij moet niet het uitsluitend eigendom zijn van een beperkt kringetjehoe ruimer zij wordt verspreid hoe beter, doch in de tweede plaats zal hij, die eenmaal Burgemeester of Wethouder is geweest en zich verdienstelijk heeft gemaakt, slechts tijdelijk van het tooneel verdwijnen, zooals boven reeds is aangetoond. Alleen zij, die gewogen zullen zijn en te licht bevonden, zullen na eenmaal lid te zijn geweest, voor goed worden opgeruimd, maar dat is een voordeel in plaats van een nadeel. Wanneer men iets aan het oog heeft, gaat men naar een oogmeesteris het aan het oor, neus of keel dan zal men zich wenden tot iemand die van die lichaamsdeeleu eene afzonderlijke studie heeft gemaakt, maar niemand zal het in zijn hoofd krijgen, als hij een nierziekte heeft, een tand meester te gaan raadplegen. Zoo ook moet men bij de verkiezin- gen niet vragen //wie moet gekozen worden" maar welke zaken zullen in de volgende zittingsperiode z/Dat is eene mooie geschiedenis 1" riep hij toornig, zonder den groet der vrouwen te beantwoorden. z/Als gij meer houdt van den brandstichter dan van mij, dan hadt gij mij uw woord niet moeten geven. De schurk steekt mijn huis in brand en gij helpt hem nog, om hem ongehiuderd te doen ontkomen wJa, dat heeft veel ergeruis gegeven," zei de oude Lena maar de molenaar opende de deur en gaf de vrouw door een wenk te kennen, dat het hem aangenaam zou wezen, als zij heenging. ,/Wat wij met elkander hebben, kunnen wij onder elkander afdoen," zei hij. ;/Als het geheele dorp het hooren moet, zullen wij op de straat gaan." Brommend droop Lena af, de molenaar sloot de deur achter haar en richtte toen weder zijne toornige blikken op Doortje, wier gelaat eene vastbeslotene, bijna vijandige uitdrukking had. //Het geheele dorp spreekt er overbegon hij. »Gij hadt dien man niet meer mogen kennen, toen hij uit de gevangenis kwam." Dat heb ik ook gezegd," stemde de moeder toe. z/Maar wees gerust, Hagen, zij zal het niet weer doen." z/Ik zou het ongetwijfeld weer doen, als het razende volk hem wilde vermoorden 1" riep Doortje. z/Gelooft gij dan, dat gij mijne liefde voor hem zoo geheel kunt uitroeien? Gij beiden hebt het beproefd, gij hebt hem mij zoo zwart afgeschilderd, als maar mogelijk is, en toen dat niet hielp, Peter, hebt gij een anderen weg ingeslagen om mij van hem te scheiden. Het was geen goeden weg, maar gij hebt bereikt, wat gij wildet, en daarmede moet gij tevreden zijn. Hagen beet zich op de lippen en sloeg de oogen neder. Hij kon niet autwoorden op dat verwijt z/behandeld moeten worden?" Zijn het openbare werken men kieze aannemers en bouwkundigen moet uitbreiding worden gegeven aan handel of nijverheid men kieze handelaren en industrieelen comt eene reorganisatie van bet armwezen aan de orde, men neme menschen, die het best bekend zijn met de arme bevolking der gemeentelaat de openbare gezondheid veel te wenschen over, men neme geneesheeren. Hij die eenmaal getoond heeft een goed Burgemeester, een goed Wethouder, een goed raadslid te zijn, zal van zelf later weer in aanmerking komen, wanneer op nieuw zaken op den voorgrond treden, waarvan hij getoond heeft verstand te hebben. In dien tusschentijd, zal hij de zaken eens van den anderen kant hebben leeren bekijkenheeft hij vroeger gezien door de oogen van den bestuurder, hij zal later zien door de oogen van den gewonen burger en wordt hij andermaal tot het bestuur geroepen, hij zal beter rekening weten te houden met de wenschen en behoefteu zijner medeburgers, dan wanneer hij nimmer ware afgetreden. Toegerust met de vroeger opgedane ervaring, zal hij op nieuw met frisschen moed en met vertrouwen aan het werk gaau. Wat een voorrecht zou dat voor het platteland niet zijn, als men in elke gemeente eenige oud- Burgemeesters, verschillende oud-Wethouder en vele oud-raadsleden vond en geen afgeleefae menschen zooals nu, maar mannen in de voile kracht des [evens. Zij die eenmaal aan het bestuur zouden zijn geweest en niet zouden zijn afgedankt zooals nu, hetgeen verbittert, maar afgetreden omdat hun tijd om was, zouden met levendige belangstelling de openbare zaak blijven volgen en zulks te meer, omdat zij later naar alle waarschijnlijkheid opnieuw tot het Bestnur zouden worden geroepeu. Het behoeft geen betoog, dat zoowel het publiek in let algemeen als de kiesvereenigingen in het bijzonder, beter zouden worden voorgelicht als thans het geval is. Betere voorbereiding der Raadsleden, Wethouders en Burgemeesters, meer ijver en welwillendheid bij het Dagelijksch Bestuur, minder scherpe maar meer degelijke oppositie bij den raad, grootere verspreiding van kennis omtrent de openbare zaak en derhalve hoogere belangstelling bij het publiek en ten slotte het behandelen van zaken in plaats van het ophemelen of afbreken van personen zoowel in de kiesvereenigingen als in de raadszalen, zie- daar de vruchten welke verwacht mogen worden van den democratischen maatregel, om niet steeds dezelfde personen te herbenoemen en te herkiezen. Wordt dat stelsel bij de verkiezingen voor gemeente- en polderbesturen in praktijk gebracht dan zal men z/Ik heb u gezegd, dat ik u mijne hand wilde geven, doch dat mijn hart een ander toebehoorde," ging het meisje voort, zich fier oprichtende. //Gij wildet u vergenoegen met de hand en meeudet, dat na de bruiloft ook het hart u zou geschouken worden. Maar op deze wijze, Peter, wiut gij mijne liefde nimmer vIk zal hem onder mijne voeten vertreden, als hij mij in den weg komtriep de molenaar, bevende van woede. z/Wat heeft hij u dan gedaan vroeg Dorothea met een toornige gloed in de donkere oogen. „Niets, maar gij hebt hem diep ellenaig gemaakt. Ik geloof niet, dat hij uw huis in brand stak, en als hij het in zijn toorn gedaan heeft, dan is het owe schuld, omdat gij hem gesard hebt." //Verdedigt gij hem dus nog //Zoo lang, tot zijne schuld bewezen is." z/Die is bewezen 1" //Nog niet. Slechts is de schijn tegen hem, en de schijn heeft reeds menigeen bedrogen, die ver- standiger was dan onze boeren. Maar al was het bewezen, dan zou ik nog niet geduld hebben, dat zij hem als een wild dier doodsloegen." z/Bah zij zouden zich wel bedacht hebben, zij wildeu alleen maar een booswicht onschadelijk maken." z/Zij zouden hem bepaald in de vlammen hebben geworpen." //En uwe bescherming zal toch niet baten," spotte de molenaar. //Hij moet naar het tuchthuis Ik rijd dadelijk naar de stad om de gendarmen te halen. Ver kan hij nog niet zijn." (Wordt vervolgd). TER \EI mS( HE (OIRAVT

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant / Neuzensche Courant / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1894 | | pagina 1