Alg emeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen. No. 1994. Woensdao; 25 Juni 1884. 24e Jaargang. Een Virtuose. Binnenland. ABONNEMENT: Per drie maanden binnen Ter Neuzen f 1,Franco per postYoor Nederland 1,10. Yoor Belgie f 1,40. Voor Amerika f 1,32£. Men abonneert zicb bij alle Boekhandelaars, Postdirecteuren en Brieven- busbouders. It it bind verscliiint Uinsd.ij ADYEETENTIM: Van 1 tot 4 regels 0,40. Voor elke regel meer 0,10. Grootere letters worden naar plaatsruimte berekend. Men kan zich abonneeren tot bet plaatsen van 500 regels en meer per jaar, tot veel verminderden prijs. en Vrijd.-tspivoud bij dcu iiiteever P. VAN D E SANDE te Ter Neazen. Jfolitieli Overzicht. Bij de groote mogendbeden is tbans een tele gram van de Porte ontvangen, welks hoofdinhoud doet vragen of men hier met ernst of kortswijl te doen beeft. „De taak van Engeland, het herstel der orde in Egypte, is, volgens de depecbe thans zoover voltooid, dat het Engelscbe bezettingsleger kan worden teruggetrokken." Inderdaad eene kos- telijkesatvre op den toestand van regeeringloosheid, wanorde en onveiligheid, die niettegenstaande, of wellicht juister gezegddank zij de Engelscbe bemoeiingen, in Egypte dagelijks bedenkelijker wordt. De onverstoorbare deftigheid, welke aan de Oosterscbe diplomatic onder alle omstandigbeden eigen blijft, verhoogt nog den indruk van het con trast tusschen de rooskleurige voorstelling der Porte en het jammerlijk fiasco in werkelijkheid. De Porte eischt nu, dat het bezettingsleger in het vervolg uit Turksche troepen zal bestaan, of dat Engeland, Erankrijk, Italie en Spanje met Turkije samen zulk een leger zullen vormen. Ofschoon de Sultan, als de souverein van Egypte, bij het stellen van dien eisch volkomen in zijn recht is, bestaat er niet veel kans, dat deze zal worden toegewezen. Men is er in Europa langzamerhand aan gewoon geraakt, dat Turkije gelijk kan hebben, zonder daarom gelijk te krijgenmen ontvangt de talrijke nota's en circulaires, die de Turksche diplomatic in de wereld zendt, met een beleefden schijn van belangstelling, en men gaat zijn gang. Turksche aanspraken worden slechts dan geteld, wanneer de onderlinge naijver der groote mogendheden eene van baar dringt, om voor den Zieken Man in de bres te springen. En daar zoo iets steeds tot de mogelijkheden behoort, geeft de Porte den moed niet op, maar blijft met onverdroten ijver hare rechten, aanspraken en grieven onder de oogen der Europeesche kabinetten brengen. De beteekenis van de nieuwe circulaire is dan ook alleen te zoeken in de overtuiging, die er in doorstraalt, dat het met Engeland's macht en invloed in Egypte gedaan is. Om den politieken oorlog, tusschen Servie en Bulgarije uitgebroken, wordt door de Duitsche en Russische pers nog al gelachen. Laatstgenoemde vergelijkt hen bij schoolknapen, die zich zelven reeds voor volwassen mannen houden, terwijl de Koln. Ztg. van een modernen muis- en kikvorsch-krijg spreekt. Laatstgenoemd blad meent echter, dat de Russische organen ongelijk hebben als zij Oostenrijk beschuldigen van Servie tegen Bulgarije op te hitsen. Deze beschuldiging is blijkbaar valsch, want behalve dat er geen enkel bewijs voor aan te voeren is heeft juist Oostenrijk-Hongarije het grootste belang bij het behoud van den vrede in de Balkan-staten. Dit rijk heeft zich dan ook bij Rusland en Duitsch- FEUILLETON, 5) Hulda maakte van haar kant gebruik van ieder oogenblik afwezigheid van haar gemaal. Dan roemde zij vdor het gezelschap zijn omvangrijke kennis, zijn dichterlijken geest, zijn kritisch oordeel, zijn welluidende verzen, zijn onnavolgbaar proza en voor- namelijk zijn groote bescheidenheid. En zij ver- zekerde daarbij tevens, dat zij het aan hem, aan hem alleen en aan niemand anders te danken had, indien haar gering talent rijke vruchten droeg, indien haar de hoogschatting van het publiek in rijke mate ten deele viel. Deze wederzijdsche onsterflijkheidsverzekeringen werden door veel bezoekers van de kransjes bij Groenspecht-Britselius danig gehekeld en wel juist het ergste door hen, die daar de lofbazuin het meest staken. De mannen haalden Groenspecht geducht door den hekel. Zij beweerden, dat zij nog niet wisten of zijn proza slechter was dan zijn poezie, of het een grooter genot was, als men een van beide niet hoorde en zij verwonderden zich tevens, dat een vrouw zulk een man kon verdragen. De vrouwelijke tongen uit de kransjes dorschten duchtig los op llulda en deze verwonderden er zich over, dat een man aan de zijde van zulk een vrouw kon blijven leven. Yooral de moeders, die, in weerwil van al haar moeite, nog geen schoonzoon land gevoegd om het tusschen beide staatjes ont- stane verschil bij te leggen. Het bezoek, door Koning George van Grieken- land aan het Russische Hof gebracht, heeft het officieele Russische regeeringsorgaan stof geleverd voor een zeer waardeerend artikel. Koning George zegt het blad heeft tegenover Rusland steeds van zeer vriendschappelijke gevoelens doen blijken, ofschoon het Grieksche parlement en de ministers, door een aan Rusland vijandige partij geinfluenceerd, somwijlen in opvatting met den Koning verschilden. Zonder de grenzen door de grondwet gesteld te overschrijden, heeft de Koning de hartstochten weten te beteugelen en de goede betrekkingen met de machtige Noordsche monarchie, welke met Griekenland een is in geloof, gehandhaafd. Bizonder ingenomen zal het Grieksche volk met deze lofspraak wel niet zijn. Koning George zal er, naar men mag hopen, niet door vergeten, dat een goede verstandhouding met zijn volk te ver- kiezen is boven aanteekeningen van goed gedrag van de zijde eener groote mogendheid als Rusland. De Italiaansche Tribune komt op tegen den toon, die vele Italiaansche bladen jegens Frankrijk voeren, naar aanleiding van de Marokko-kwestie. Eene vredebreuk tusschen Italie en Frankrijk, zegt het blad, zou een groote ramp zijn, en de belangen van Italie in Marokko zijn zulk een inzet niet waard. De Tribune voegt er bij, dat boven al die kleine geschillen een groote waarheid staat, die met iederen dag duidelijker wordt, dat namelijk Frankrijk, Italie en Engeland elkaar de hand moeten reiken te midden van de van alle kanten aangroeiende reactie, die te Brussel, te Berlijn, te Madrid, te Weenen en te St. Petersburg triumfeert. De zaak der vrijheid en van haar behoud moet meer zijn dan die der geringe belangen, zegt de Tribune; wij naderen het eeuwfeest der revolutie, het is onmogelijk tot de toestanden van het leen- stelsel terug te keeren. Zaterdag omstreeks half vijf ontvingen wij het hoogst treurige en onverwachte nieuws, dat Z. K. H. Prins Alexander der Nederlanden te 2 ure te 's Gravenhage overleden was. Wij hebben ons gehaast dit aan velen onzer abonne's bekend te maken en voorzeker is thans deze droeve mare door gansch Nederland bekend. Z. K. H. bracht den nacht van Yrijdag op Zaterdag kalm door, maar was zoo verzwakt, dat de geneeshee- ren een noodlottigen afloop vreesden. Tegen half twee openbaarden zich de verschijnselen van eene hart- verlamming en zacht en kalm blies de Prins op klokslag 2 uur den laatsten adem uit. hadden kunnen krijgen en die in hun verbitterde schoonzoonloosheid geen echtpaar konden zien zonder op hetzelve een ruime dosis gif en gal uit te spuwen, uitten haar verwondering luide. Haar dochters, die reeds voor twintig jaar het Yestaalsche vuur met weerzin bewaakt hadden en nu inzagen, dat zij veroordeeld waren tot eeuwigdurende bewa- king van dat vuur, spraken, zoo mogelijk, recht over Hulda met nog scherper, nog venijniger tongen. Intusschen namen de zaken in de huishouding van Groenspecht-Britselius zelf een onaangename wending. De verhouding tusschen de echtgenooten werd langzamerhand minder goed, zoodat er weldra geen vroolijkheid meer in huis heerschte. Evenals Groenspecht zichzelf tot een genie had gelogen, had hij ook met zijn wederhelft gedaan, en er waren zelfs oogenblikken, dat hij zelf aan de waarheid van zijn bazuingeschal geloofde. De bestendige samenleving met Hulda toonde hem echter langzamerhand, dat hij het publiek en zich zelf had bedrogen, waarvoor hij nu de rechtvaar- dige, maar harde straf ontving. Hij kreeg nu meer, ja meer dan genoeg van de viool. Het huwelijks- juk begon hem steeds zwaarder te drukken, omdat llulda aanhoudend hooger eischen begon te stellen en dan nog voortdurend klaagde, dat hij haar te weinig erkenning en hoogschatting schonk. Ook zeide zij tamelijk onverholen, dat zij niet zoo geest- driftig dacht over zijn dichterlijke voortbrengselen dan hij zelf deed. En toen hij haar eens durfde Werd het bericht, ons meldende dat de Prins van Oranje in het begin dezer maand door eene ernstige ziekte was aangetast, door het Nederland- sche volk met deelneming en beduchtheid vernomen, de tijding, dat Z. K. H. na verblijdende verschijn selen van beterschap plotseling als 't ware aan het vaderland ontviel, was in een woord verpletterend. Prins Alexander, de derde zoon van onzen ge- eerbiedigden Koning, de laatste mannelijke afstam- meling, die met Z. M. den naam van Oranje-Nassau droeg, is niet meer; weldra zal zijn stoffelijk overschot rusten bij dat van zijn broeder en zijne moeder, die hij zoo innig lief had. Met weemoed in het hart en medegevoel voor den Koning, wien in de laatste jaren zooveel dierbare betrekkingen ontvielen, met oprecht medelijden met den beminden Prins, die nog zoo jong den strijd des levens heeft gestreden, richten wij onze blikken naar den som- beren grafkelder te Delft. Telkens in de schoone zomermaand zag Z. M. hierin nederdalen zijne beide zonen Prins Maurits en Prins Willem en zijne gemalin, de diepbetreurde Koningin Sophia. En weldra dit offer! Daags voor zijn verscheiden dacht Z. K. H. nog aan den gedenkwaardigen dag, waarop voor 300 jaar Willem de Zwijger voor Nederland stierf hij wenschte, dat men een krans zou hechten aan het graf van dien edele en thanswaarschijnlijk nog vdor dit tijdstip zal hij rusten bij het gebeente van zijn grooten voorzaat. Na een vreugdeloos leven van slechts 33 jaar, werd de Kroonprins aan 't vaderland ontrukt Thans houdt de Nederlandsche natie het oog gericht op het jonge Prinsesje. Moge haar dier- baar leven voor Nederland en het zwaar beproefde Koninklijke echtpaar gespaard blijven, om eenmaal aan de zijde van een geliefden gemaal de hooge taak te vervullen, die haar waclit; moge zij op haren levensweg meer bloemen vinden dan haren broeder, wien T leven zoo weinig geluk aaubracht. Omtrent het overlijden van onzen Kroonprins, door een onzer dagbladen terecht een nationale ramp genoemd, vernemen wij nog het volgende De Prins verkeerde sedert de crisis der ziekte in hoogst zwakken, nu en dan ijlenden toestand, zoo zelfs, dat hij op het ziekbed lag te neurien Yrijdag was Z. K. H. echter zoo helder van geest, dat hij zich geruimen tijd met zijne vertrouwden onderhield en met belangstelling en met kennis van zaken inlichting vroeg o. a. ook, of zijn order tot het laten vervaardigen van een zilveren lauwerkrans bestemd om van wage Z. K. H. den 10den Juli bij gelegenheid van de gedachte- nisviering van Prins Willem I aan het graf van den Zwijger te worden gehecht, reeds was zeggen, dat zij alles aan hem te danken had en en dat haar naam zonder zijn bazuingeschal nooit door het geheele land weerklonken zou hebben, antwoordde zij, dat niemand zich aan zijn bazuin geschal gestoord zoude hebben, als haar viool er niet geweest was en dat zij voor hem alles, alles had opgeofferd, ja zelfs haar arme goede moeder, welke zij met een bloedend hart hem ter liefde had verstooten. Zulk een twistduel werd nu geregeld dagelijks herhaald en weldra werd het slechts afgebroken door de afwezigheid van een der duetzangers of door de tegenwoordigheid van bezoekers. Wanneer het echtpaar namelijk bezoek had, dan toonde het evenals vroeger voor elkander de grootste teeder- heid. Vooral Hulda was dan voor haar echtgenoot de gloeiende liefde zelf. Haar zoete woorden ver- borgen echter een bittere kern, die haar echtgenoot moest slikken, waarbij hij dan nog geen spier van zijn gelaat mocht vertrekken. Zij liet het daaren- boven ook nooit aan plagerijen ontbreken. Wan neer zij zijn hand schertsend scheen aan te raken, kneep zij die zoo hard, dat hij van pijn haast moest schreeuwen. Niet zelden vatte zij hem in het bij zijn van de gasten bij den arm, op welken zij dan zulk een pizzicato speelde, dat hij aan houdend vreesde, dat zij hem de spieren nog stuk zou scheuren. Zulk een marteling werd eindelijk onverdraaglijk en hij peinsde aanhoudend over middelen, welke uitgevoerd. Verder nam hij kennis van het register waarin belangstellenden ten hove tijdens's Prinseu ziekte hun naam teekenden. De Prins was evenwel zoo zwak, dat de karner- dienaars niet konden gereed komen met Hem van schoon linnengoed te voorzien. De nacht ging desniettemin rustig voorbij. Tegen den ochtendstond was de zwakte z6o toegenomen, dat de geneesheeren zich ongerust maakten. De temperatuur bedroeg toen 36. Nu en dan was Z. fv. H. woelig. Hij scheen met hevige benauwdheden te kampen en klaagde over dorst. Omstreeks een ure nam de zwakte zulk een on- rustbarend karakter aan (de ademhaling, was zeer versneld en bedroeg toen 40) dat meu de genees heeren deed ontbieden. De Prins bevond zich toen in tegenwoordigheid van HDs. Hofmaarschalk en adjudant—kolonel Hojel, zijn secretaris den heer Van Dijck, zijn kamerdienaar Yisser en den ziekenoppasser Hemmes. Een paar malen had men den hoogen lijder op zijn verzoek en volgens voorschrift der genees heeren eenige opwekkende dranken, melk met cognac, madera enz. toegediend en later delippen met ijswater bevochtigd. Ook werden ijsomslagen om het hoofd gelegd. De Prins lag met wijd geopende oogen op de linkerzijde, zonder ander geluid te geven, dan nu en dan te roepeu Help mijHelp mij /,Ik kan niet meer." Ook noemde hij half bewust de namen van enkelen uit zijne omgeving. Daarna bleef hij stil liggen, totdat de doctoren, die zich even verwijderd hadden, weder binnen- traden, en dadelijk bespeurden, dat de Prins, ten gevolge van een ingetreden hartverlamming, ster- vende was. Een poging om door mosterdomslagen op de hartstreek een gunstigen invloed uit te oefenen mocht niet baten De doodstrijd was aangevangen. De oogen, die in weerwil van den ingezonken toe stand tot dusver nog helder stonden, werden mat. De Prins liet het hoofd in het kussen vallen en blies zacht en kalm, klokslag 2 ure, den laatsten adem uit. Onmiddelijk daarna werd Z. M. dc Koning, wien vooraf bericht was gezonden van het dreigend gevaar, per telegraaf kennis gegeven van het over lijden, waarop kort daarna 's Konings antwoord werd ontvangen. Daaruit maakt men op, dat Z. M. weldra in de residentie zal terugkeeren. i ogen 5 uur werd de rouw aan het paleis van den Koninklijken doode kenbaar. Ook het paleis van H. K. H. Prinses Hendrik werd gesloten. Vele particulieren volgden het voorbeeld. Door den hofphotograaf Wollrabe is Zondag- middag een afbeelding gemaakt van het vorstelijk lijk. De ziekte en de dood hebben tot dusver in de gelaatstrekken weinig verandering gebracht. hem de vrijheid zouden kunnen teruggeven, die hij door zijn trouwen had verloren. Maar hij wilde, als het tot een losbarsting moest komen, de publieke meening vdor zich hebben en daarom wenschte hij, dat zijn echtgenoote hem van zijn zwaar juk zou verlossen door haar vlucht, met welke zij hem reeds eenige malen had gedreigd. Hulda had echter te veel ondervonden, zoodat zij zijn bedoeling weldra merkte en juist op het oogenblik toen hij een heftig, beslissend tooneel van stapel wilde doen loopen, dat haar heur be- dreiging moest doen uitvoeren, waarnaar hij vurig verlangde, juist op dat oogenblik was zij voor hem zoo zacht en zoo lief als in de dagen, toen hij met het uitbazuinen van haar roem begon. Nadat hij tall ooze malen te vergeefs middelen beproefd had voor de bereiking van zijn doel, meende hij eindelijk een onfeilbaar middel gevon- den te hebben. Hij wist, dat zijn vrouw steeds zijn papieren placht door te snuffelde, en altijd de brieven placht te lezen, die op zijn lessenaar lagen. Daarom ontwierp hij het volgend fragment dat hij op zijn lessenaar liet liggen //Allerdierbaarste Julia! H elansik mocht het geluk niet smaken, dat ik IT bij (de naam was onduidelijk geschreven) kon ontmoeten, dat ik een uur in l'w zalige na- bijheid kon doorbrengen, dat mij de onuitstaan- bare kwellingen zou kunnen doen vergeten, door welke mij de heks het leven ondraaglijk maakt. ,H- - iv:"y 'V -:\-.XS&8«5 ij-1, mum.

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen / Neuzensche Courant ... (idem) / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1884 | | pagina 1