lijk gelost en naar Philadelphia Terzonden zijn. Men schrijft ons uit den Bommelerwaard "Weder, evenals in 1861, wordt onze waard door OYerstrooming geteisterd. Daar er zoo- velen zijn, die zelfs geen flauw besef heb ben van den benarden toestand, wensch ik een kleine schets te geven van de doorleef de ellende. Wie de ligging nagaat van de Bommeler waard, zal in het westelijk gedeelte Pou- deroijen vinden. Van den Maasdijk aldaar loopt een weg naar den Waaldijk, de Nieu we dijk geheeten. Aan de westzijde van dien dijk 'ligt het bekende Munnikenland, op welks punt Loevestein. Bij den ongekend lioogen waterstand staat het Munnikenland, ellen diep onder water en vormt dus met Maas en Waal eene on afzienbare watervlakte. Welnu, die dijk is bezweken. Reeds gedurende drie weken is tegen de woedende elementen geworstelddoch vruchteloos. Moeielijk is het u een denk beeld te geven van zulk een strijd en van den gespannen toestand waarin men vóór de doorbraak en na deze verkeert. Alles wat handen aan het lijf heeft zwoegt en slaaft dag en nacht. Wachtposten en wach ters worden geplaatst en uitgezonden om den vijand, die rusteloos voortwoekert, te bespieden, bij het minste gevaar dat men bespeurt, wórdt alarm geslagen en ieder snelt naar het bedreigde punt. Daar vliegt men aan met hout, mest, steenen, planken, enz., orn den dijk te steunen of te dichten. De gaten worden gestopt en de planken in den dijk geheid, zinkpalen worden geslagen, met puin of grint bestort, enz. Men meent, dan voor het oogenblik het gevaar te boven te zijn. Zaterdagavond (11 dezer) w&s ieders hart door bange zorg beklemd. Een felle storm stak uit het westen op, die het ergste voor spelde. Alles begaf zich naar den dijk, en wat slechts eenigszins van dienst kon zijn werd aangevoerd en medegedragen. Men bereikte den dijk. Een blik op den toe stand was voldoèndé om te huiveren voor liet gevaar, doch men aanvaardde moedig den strijd tegen het water. Dijkgraaf heem raden, poldermeesters, allen bleven trouw op hun post. Al feller en feller werd die storm, hemelhoog werden de golven opge zweept. Zij beukten den dijk met donderend geweld, en vlogen daartegen op. Al wat op den dijk stond, werd omver geworpen en kwam aan de andere zijde neder. Nog echter stond de dijk. Verkleumd van koude en doornat klonterde men er weder tegen op. Men had nog middelen om het water te keeren. Geen moed dus verlorenDoch eensklaps worden die mannen door ontzet zetting bevangen. Daar ginds is een klein gat in den dijk geslagen en geen bout of palen waren daar om het water te keeren. „Geen nood roept de heemraad Van Aridel. „Storm tegen storm De bres moet dicht, al ware het met menschenvleesch en zelf stort hij er zich in. Door dit voorbeeld aangewakkerd, ijlen allen toe. Men beproeft het bovenmensehe- lijke en het gelukt de bestormde bres te her stellen. Hachelijk echter blijft immer de toestand en een bange nacht wordt op den dijk, die jammerlijk is toegetakeld, doorgebracht. Den volgenden dag was de wind bedaar der maar de lucht voorspelde ruw, onstui mig weer. De avond naderde en met dezen een ontzettenden storm. Weder werd de dijk bezet, tab-ijker dan te voren. Men gevoelde dat de laatste worsteling zou plaats hebben. Geen menschelijke kracht, geen volharding, geen vernuft waren hij machte om den ongelijken kamp in de duisternis van den nacht vol te houden. De hoofdlieden, bezorgd voor het leven hunner manschappen, gaven hevel om voor eigen lijfsbehoud te zorgen, en men verliet den dijk, om vrouw en kind, have en vee zooveel mogelijk in veiligheid te brengen. Al breeder en broeder werd de kloof in den dijk. Al dieper en dieper zochten de woeste golven een nieuwe bedding, tot het evenwicht gevonden was. Nieuw gevaar bedreigt de bovenzijde van het dorp aan den Maaskant, maar er was geene mogelijkheid om die plaats -to be reiken en het benoodigde aan te voeren of te bewerken. De storm bleef loeien, de gol ven bleven beuken. Ten elf ure begaven zich eenige mannen naar dat punt om er eene kar met damplanken aan te brengen, doch een hunner werd door de golven van den dijk geworpen. Er was op dit oogenblik niets aan te doen. Het ergste moest evenwel nog komen. Door den hevigen storm werd het bovenge deelte van het dorp geheel verwoest en de dijken totaal vernield door het binnenwater. Gelukkig lag hier eene schroefstoomboot en de bemanning, bijgestaan door de be manning van 2 voor anker liggende sche pen, heeft onmiddelijk alles in het werk gesteld om de menschen te redden. Er zijn thans tot binnen de gemeente bijkans geene dijken meer. De doorbraak van 1861 is kinderlijk bij deze vergeleken. De stroom was toen dadelijk gevloerd. (N. R. Ct.) Zevenaar, 18 Maart, ('s avonds 8 uur.) De dijk tusschen Doesburg en Steenderen is zooeven doorgebroken, zoodat al de omlig gende gemeenten tusschen Doesburg en Zutfen geïnundeerd worden. Pouderoijen, 18 Maart. De dijk tusschen Brakcl en hier verkeert in zulk een toestand dat onze burgemeester, die gisteren deze plaats bezocht, slechts met levensgevaar den dijk kon passeeren. Op verschillende plaatsen was de dijk doorgeslagen en de golven gingen daar onstuimig doorheen. Bemel 18 Maart. Eindelijk is de rivier toestand wat dalende. Van de ingezetenen, wier woningen binnen kweldammen gelegen zijn, hebben verscheidenen hun huis moeten verlaten. De dijk heeft zich, dank zij de onvermoeide zorg van den heemraad en an deren, goed gehouden, hoewel de afslag aanzienlijk is. Keppel, 18 Maart. De lage landen staan alle geheel onder tusschen Laag-Keppel en Weel is allés één water. Men vreest, dat het meeste winterkoren totaal bedor ven is. Op de hooge landen staat het uit muntend. Kampen, 18 Maart, 't Kampereiland is ingeloopen. Men moet zich buitenaf daarvan ■evenwel geen overdreven voorstelling maken, daar zulk een verschij nsel nietzoo hëel onge woon is endaar het zelfs dit voor heeft, dat het de hoeren van lastig ongedierte op't land, als muizen en anderzins verlost. Te Rotterdam zijn volgens bericht van het Uil. eenige kistjes met dynamiet in de rivier geraaktdoor den hoogen vloed dre ven zij uit een pakhuis op Fijenoord. De politie tracht zich te vergewissen of zij wor den opgevischt of aldaar aanspoelen. Voor eenige dagen is gemeld dat te Denekamp een geraamte zou zijn gevonden door schoolkinderen. Thans wordt gemeld, dat dit slechts een doodshoofd was en dat dit gemakkelijk van 't kerkhof kan gekomen zijn op de plaats waar 't gevonden is. Omtrent de verspreide onrustbarende geruchten dat er te Westkapelle aan den dijk een beduidende ramp zou. hebben plaats gehad, kunnen we uit een zeer goede bron mededeelen dgt .er aan het lage gedeelte des dijks alleen eenig -rijsbeslag is wegge slagen, zonder echter het minste gevaar te veroorzaken. Een metselaar op ongeveer 'A uur af- stands van Zutfen wonende en in laatstge noemde plaats werkende, was in geen 14 dagen te huis geweest, omdat hij het al leen per boot kon bereiken. Zijne vrouw had hij in hoogst zwaugeren toestand ach tergelaten. Toen hij Zaterdag zijne woning weder bereikt had, wachtte hem een ont zettend tooneel. Hij vond zijne vrouw die inmiddels bevallen was, met haar zuige ling dood op den hooizolder liggen, in te genwoordigheid van zijne andere kinderen. De ongelukkige had in de bange ure van niemand hulp kunnen krijgen. Omtrent de stoomboot Ivönig Wil helm wordt uit het Nieuwe Diep gemeld, dat zij verloren is, zijnde het wrak vol wa ter. De stoompijp is alleen nog zichtbaar. Het strand is vol wrakhout. Vowi-iunH,» -4e 21 Maart. Se dert Zaterdag is hier nog dagelijks sneeuw gevallen. Vooral viel er tusschen den Zaterdag en Zondag eene zeer groote hoeveelheid in de omstreken van Oostburg, waar die op sommige plaatsen 40 a 50 cM. dik lag, elders op verschillende plaatsen de sneeuw 20 a 30 cM. gemeten. Door den dooi bij dag is de sneeuw reeds meer dan de helft verminderd, terwijl die op den Rijksweg Breskens-Eede spoedig grootendeels door eene doelmatig werkende machine met 5 paarden, van wege de aannemers opgeruimd is. Aangenaam is het ons te kunnen me» dedeelen, dat het gerucht, als zou de koren molen van het gehucht Scherpbier gemeente Oostburg, door den storm van 11. 12 Maart zijn omgewaaid. (Zie ons vorig nummer) van allen grond ontbloot is. Ooslbnrg, 20 Maart. Heden had alhier de gewone jaarlijksche algemeene vergade ring plaats van de afgevaardigden der pol ders der sluis aan de Wielingen. Niettegenstaande het hoogst ongunstig weder waren de afgevaardigden meest allen opgekomen. Het uitvoerend bestuur ver kreeg andermaal met schier eenparige stem men de machtiging der vergadering, om het uitwateringskanaal met de daartoe behoo- rende zeesluis aan de Wielingen en verdere kunstwerken in beheer en onderhoud van den Staat overtenemen; ditmaal zonder ver melding in het proces-verbaal van het kanaal De Linie ol Passagenle. Voorts werd een voordracht zamengestehl van drie kandidaten van een bestuurslid in plaats van den heer I. Blindenbach, die met 1 Juli dezes jaars moet aftreden, en verzocht had niet meer als zoodanig in aan merking te komen. De personen die voor namelijk in aanmerking kwamen en op de voordracht werden geplaatst zijn de heeren: J. Blindenbach, de zoon, ontvanger-grif- fier te Aardenburg J. F. Hennequin, bur gerlijk ingenieur en grondeigenaar te Sluis; J. de Muijnck, raadslid en rustend land bouwer te Aardenburg. Ook in deze gemeente maakt men plan eene commissie te vormen van de hulpbe hoevenden der watersnoodramp. Naar wij vernemen zou die commissie der alhier be staande Rederijkerskamers ook willen ver zoeken, liet hunne tot het lenigen dier ramp bij te dragen. fcroede. Reeds is bier eene collecte ten be hoeve der door den watersnood getroffenen, gehoudeniwelke heeft opgebracht f 300 en naai de algemeene commissie te Amsterdam ge zonden is. Watcrbcrlchten. Vallend, mater, gunstiger mind, beter meer, dat is de korte inhoud van de om trent den algemeenen waterstand laatstelijk ingekomen berichten. Gelukkig, want de nood steeg hoog, en op vele plaatsen, waar met inspanning van alle krachten het ergste tot dusverre nog voorkomen i?as, klom van oogenblik tot oogenblik het gevaar. Treurig, allertreurigst zijn de berichten, die omtrent de aangerichte verwoestingen van alle kaï.ten medegedeeld worden. Groot is de ellende, dringend de behoefte aan geld. Dat ook uit dit District en deze ge meente krachtdadig en spoedig geholpen en bijstand zal verleend worden, hopen wij hartelijk. Hoezeer door den zoo verren afstand, gelde lijke ondersteuning van deze zijde der Schelde het doelmatigst te beschouwen is, moeten wij toch mededeelen, dat de Directeur-gene raal der Maatschappij van Staatsspoorwegen heeft bepaald, dat de zendingen van voor werpen en goederen, dienende tot leniging van de door den watersnood geteisterde ge meenten of pérsonen, uitgaande van hulp comités of van Gemeentebesturen en bestemd naar de plaatsen des onhoils, over de dooi de Maatschappij geëxploiteerde spoorwegen kosteloos zullen vervoerd worden. Waar ook. de Directien der Noord-Bra- bantsehe en andere spoorweg-maatschappijen zich tot zulk een vrachtvrij vervoer bereid yerklaard hebben, durven wij ons vleijen, dat ook de Provinciale Stoombootdienst op de Wester-Schelde, zich wel tot zulk'eèn gratuit

Krantenbank Zeeland

Sluisch Weekblad | 1876 | | pagina 3