'Een Tour met een apart tintje' Bouwmans nuchter onder debuut tijdritten blijven zwakke plek' X 82 DINSDAG 30 JUNI 1992 E4 SOe dus de taat weer in de .1 win een prijs, een reis. n en plakken, je pakken! ien schriftelijk (gewonnen prijs Der 1992 bij de Ier in ontvangst [n niet ingewisseld geld. de uitslag is niet inzendingen en jw gewonnen Nederlandse gele truien Geen startgeld Terra- tour do trance '92 los van Aert met sup pers, die zo te zien al vertrouwen in hem iben. foto de stem/ben steffen Glattburg - Voor Jos van Aert heeft de Ronde van Frankrijk weinig geheimen meer. Zolang de Rijsbergenaar deel uit maakt van het profpeloton, rijdt hij de Tour. Zaterdag in San Sebastian begint hij aan de vierde. Niet altijd haalde de Westbrabander de eindstreep op de Champs Elysées in Parijs. In z'n eerste seizoen bij de beroepsrenners, in dienst bij de Hitachi-ploeg van Berten de Kimpe, moest hij in de Tour afhaken na een zware val. Vorig jaar was Van Aert, die alweer aan zijn derde seizoen onder de vleugels van sportdirecteur Jan Gisbers bezig is, slachtoffer in de veelbesproken 'Intralipid-affaire'. „Laten we daar maar niet weer over be ginnen. Er is al genoeg over gezegd en ge schreven", vindt Van Aert. „Aanvankelijk ging het allemaal een beetje langs me heen. Ik voelde me te ziek om er veel over na te denken. Later werd ik er soms misse lijk van als er weer op de zaak terug werd gekomen. Ik vond het op een gegeven mo ment welletjes." Jos van Aert hoopt ditmaal de franse hoofdstad wel te bereiken en als het even kan als helper van de Tour-winnaar. Want hij deelt al sinds jaar en dag de kamer met Erik Breukink. Of dat na dit seizoen zo zal blijven, is echter nog de vraag. „Ik weet het niet", zegt de blonde renner. „Erik zegt dat hij na de Tour een beslissing neemt over z'n toekomst. Het zou best kunnen zijn dat onze wegen zich zullen scheiden. Hij heeft jegens mij geen enkele verplichting. Dat kopman en knecht een hele carrière lang bij elkaar blijven, is niet meer van deze tijd. Ik ga er in ieder geval vanuit dat ik mijn eigen boontjes moet doppen." Zorgen over z'n werkgelegenheid maakt hij zich naar eigen zeggen niet. Van Aert: „Nee hoor, in het peloton kennen ze m'n waarde toch. Ik heb ook wat contacten, maar ze zijn wel vaag. Och, er is nog tijd. De ploegen wachten dit jaar lang, want er komen genoeg renners vrij. Als ik in de loop van augustus zekerheid heb, ben ik tevreden. En mocht er geen nieuwe ploeg voor me komen, dan ga ik gewoon thuis in de varkensfokkerij werken. Ik heb het voordeel dat ik niet afhankelijk ben van het fietsen. Al hoop ik eerlijk gezegd wel dat ik nog een paar jaartjes kan blijven wielrennen. 'Het is een leuke manier om wat extra te verdienen." Het maakt de Westbrabander weinig uit waar hij eventueel terechtkomt. Hij zal niet aarzelen als er een interessante aan bieding komt uit het zuiden van Europa. „Ik ben niet bang voor een avontuur in bijvoorbeeld Spanje of Italië", aldus Van Aert. „Het zou alleen al leuk zijn voor de taal om daar een poosje te werken. Maar ik zie wel hoe het gaat lopen." Jos van Aert beaamt dat de Tour in relatie tot z'n toekomst een apart tintje krijgt. Jos van Aert voor vierde keer aan de start Het is belangrijk om er goed voor de dag te komen. „Maar ik ken mijn plaats", haast hij zich te zeggen. „Ik word door PDM be taald om Breukink en Alcala zo goed mo gelijk te helpen. Er kan dus geen sprake van zijn, dat ik me een beetje zal wegstop pen of sparen in mijn eigen voordeel. Zo werkt dat niet, althans niet bij mij. Ik weet dat ik word gewaardeerd om hetgeen ik voor de ploeg doe. Het zegt eigenlijk al voldoende dat ik steeds snel zeker ben van m'n plaatsje in de Tour-selectie. Meer pij len heb ik niet op m'n boog." Vlak voor de Ronde van Zwitserland, waarin hij het de eerste dagen knap zwaar had, verkende Jos van Aert met Breukink en nog enkele ploegmaten de Tour-etappes in de Alpen. „De ritten naar Sestrières en Alpe d'Huez zijn moordend. Over de etappe van Saint-Gervais naar Sestrières hebben we negen-en-een-half uur gedaan. Ik had nog nooit zo lang op de fiets geze ten. En als je die rit over vijf cols hebt ge had, dan krijg je de etappe naar Alpe d'Huez nog eens voor je kiezen. De Col de la Croix de Fer, de laatste klim voor Alpe d'Huez, is de lastigste van allemaal. II vond het prachtig om er te trainen, maar in de Tour zal het er een hel worden. De favoriet, die in de Alpen heel sterk is, kan er een belangrijke slag slaan." Jos van Aert kijkt uit naar z'n vierde Tour-start. Hij voelt zich opperbest. „Be gin mei, in de Ronde van Romandië, liep ik een verkoudheid op, die zich vastzette op m'n borst. Daardoor moest ik opgeven en had ik ineens drie weken rust. Ik was daar even bang voor, maar nu zeg ik dat die min of meer gedwongen stop me goed heeft gedaan. Ik voel dat ik genoeg reser ves heb voor een goede Tour." San Sebastian - De eerste gele trui, die een Nederlander ooit in de Tour de France veroverde, hing om de schouders van Wim van Est. In 1951 slaagde de noeste coureur uit Sint- Willebrord er in om de leiding in het alge meen klassement te veroveren. Niet voor lang echter, want nadat 'ijzeren Wimme' in Dax na de twaalfde rit het gouden ha bijt mocht aantrekken, verloor hij het tri cot de volgende dag bijna letterlijk met zijn befaamde val in het ravijn van de Aubisque. „Mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep nog," werd een gevleugelde kreet, maar Van Est moest wel opgeven. Joop Zoetemelk, in 1980 na Jan Janssen (1968) Nederlands tweede eindwinnaar van de Ronde van Frankrijk, gaat op het ogenblik aan kop wat betreft de ranglijst van het aantal gele truien. Zoetemelk trok in totaal 22 maal de gele trui aan. De ranglijst van de vaderlandse gele trui dragers luidt: 1. Joop Zoetemelk 22, 2. Wout Wagtmans 13, 3. Gerrie Knetemann 8, 4/5. Gerrit Voorting, Wim van Est 4. 6. Jan Raas 3, 7/11. Ab Geldermans, Jacq Hanegraaf, Gerben Karstens, Jan Janssen, Johan van de Velde 2, 12/15. Adrie van der Poel, Rini Wagtmans, Jelle Nijdam, Erik Breukink 1. San Sebastian - Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog hoeven de 22 deel nemende ploegen geen geld te betalen om te mogen deelnemen aan de Tour. Vorig jaar kostte het de ploegleiders nog 65.000 gulden uit hun budget om onder de vlag van directeur Leblanc de Ronde van Frankrijk te kunnen rijden. De jaren daar voor was dat bedrag 150.000 gulden. tpelpomp ten corder str. 21 ie IS 22 aauw irschoot ontlaan 16 list 'Eddy Bouwmans 'har voor de start, al "W hij "bij God niet' "it er hem in de Tour te "achten staat. - foto anp Einsiedeln - Rust is een toverwoord in het wielrennen. Het is dan ook niet vreemd om Eddy Bouwmans op een zonnige, broeiend warme juni-middag in een Zwitsers hotel bed aan te treffen. De 24-jarige Oostbrabander met stekel haar ziet er fris en verzorgd uit tussen de verse lakens. Het oogt als een vredig tafe reeltje. „Ik ben op m'n gemak", zegt Bouwmans. Hij is een nuchter type, dat blijkt al snel. 'Cool', zoals de trendy term luidt, en dat is tegenwoordig het handelsmerk van de gro ten in de wielersport. Indurain, Bugno, Breukink, ze zijn het allemaal. Bouwmans lacht: „Nou, ik kijk anders enorm tegen die mannen op. Ik ben nog lang niet zover dat ik me in dat rijtje mag scharen. Als dat er al ooit van komt." De kenners zijn het er echter over eens, dat de jonge prof uit Gemert een grote be lofte inhoudt als toekomstig ronderenner. Hij kan goed klimmen en de progressie in het tijdrijden is opmerkelijk. Daarnaast heeft Bouwmans nog weinig geleden. Hij beoefent de wielersport pas sinds begin 1986 serieus. De kneepjes van het vak leerde hij tussen de beroepsrenners - vooral Henk Lubberding heeft hem weg wijs gemaakt in het metier; de veteraan staat hem trouwens nog steeds met raad en daad bij - en hij kreeg de kans van de ploegleiding van Panasonic om langzaam te rijpen. Nu, als derdejaars, is de tijd ge komen dat hij moet bewijzen, dat hij klaar is voor het grote werk: de Tour. De verwachtingen zijn hooggespannen, dat weet de debutant. Vorig jaar in de Vuetta was z'n deelname geheel vrijblijvend, in de Tour ligt dat de komende weken wat an ders. „Ik moet laten zien dat ze niet voor niks in mij hebben geïnvesteerd. Dat betekent dat ik op de cols zo lang mogelijk met de bes ten mee zal moeten klimmen en mijn ver lies in de tijdritten zo beperkt mogelijk moet zien te houden. Voor de rest hoef ik me nergens over te bekommeren. Het is niet zo dat de ploegleiding van me ver wacht dat ik bij de eerste tien in het klas sement eindig. Dat zou ook niet reëel zijn. Ik maak het allemaal voor de eerste keer mee, ik weet bij God niet wat ik me er van moet voorstellen." Bouwmans zucht eens diep. „Dit verhaal heb ik de laatste tijd al zo vaak verteld, dat ik er af en toe wel eens van baal. Het hoort erbij, dat begrijp ik best, maar al die publiciteit hoeft voor mij niet zo nodig. Soms lijkt het wel of ze uit alle hoeken en gaten op me af komen voor een verhaaltje. Ik merk nu hoe groot het verschil is tussen wel of niet de Tour rijden." De Brabander laat zich door alle aandacht echter niet afleiden, net zo min als hij zichzelf gek maakt met het vooruitzicht van z'n Tour-debuut. „Ik tel de dagen echt niet af en slaap als een roos, als je dat bedoelt. Maar er be staat natuurlijk wel spanning. 'Ik weet bij God niet wat ik me er van moet voorstelden' Eddy Bouwmans start met zelfvertrouwen. Hoewel hij niet weet wat hem precies te wachten staat in de Tour, heeft de Vuelta van '91 hem geleerd dat hij het rijden van een grote Ronde aan kan. „Het was jam mer dat ik toen een paar dagen flink ziek was. Want tot dan toe had ik me redelijk kunnen handhaven. Mijn klassement had er heel wat beter kunnen uitzien als ik ge jond was gebleven. Maar goed, dat heb je zelf niet in de hand. Gelukkig herstelde ik snel. De laatste dagen reed ik weer sterk. Dat was een goed teken. Als je tijdens zo'n Ronde kunt herstellen, dan wil dat in ieder geval zeggen dat je lichaam genoeg inhoud heeft om gedurende lange tijd grote in spanningen te kunnen leveren." „Ik ben dan ook niet bang om te falen. Daar sta ik niet eens bij stil, gelukkig. Als ik met die gedachte zou moeten leven, zou ik het niet allemaal op kunnen brengen. Want wielrennen doet soms gruwelijk pijn. Voor de Dauphiné had ik drie weken niet gekoerst. De eerste dagen zie je dan af, dat is met geen pen te beschrijven. Maar die pijn verdwijnt snel, het ritme komt terug en zo groei je weer naar een vormpiek. En die top moet ik bereiken tijdens de Tour." Zoals voor zovelen is de Ronde van Frank rijk voor Eddy Bouwmans ook van het grootste belang met het oog op werkgele genheid na dit seizoen. Zijn contract loopt weliswaar nog door tot eind 1993, maar manager Peter Post is nog steeds niet met de naam van een nieuwe geldschieter voor z'n ploeg op de proppen gekomen. „Nee, ik weet ook nog niet hoe het er straks uit zal zien", zegt Bouwmans. „Eer lijk gezegd ben ik daar ook helemaal niet mee bezig. Och, je praat er weieens over onderweg, maar binnen de ploeg is het echt niet het gesprek van de dag. Ik heb ook niet het idee dat de anderen er zich zorgen over maken. Ik doe dat in elk geval niet. Als Post geen sponsor weet te vinden voor volgend seizoen, wie zal er dan wel één vinden. Dat komt allemaal wel goed, daar ben ik van overtuigd. Eerst maar eens een goede Tour rijden, dan zie ik wel ver der." Gert-Jan Theunisse aan kop van een eminente wielertrein. Aan het wiel van de Nederlander (v.r.n.l.) Laurent Fignon, Gianni Bugno en Claudio Chiappucci. foto anp Berghem - Dromen zijn bedrog, zo luidt het gezegde. Toch hoopt Gert-Jan Theu nisse dat juist zijn droom nu wel eens uit komt. Een droom, die handelt over een heroïsch duel tussen Erik Breukink, Steven Rooks en zijn persoontje op de flanken van Alpe d'Huez. En die eindigt in een plaats van Theunisse op het erepodium van deze Tour de France in het hart van Parijs op de Champs Elysées. De 'fanaticus' heeft er alles voor over om dat doel te bereiken. En denkt dan aan de veertiende etappe van de Ronde van Frankrijk van Sestrières naar Alpe d'Huez. Een helse rit met de beklimmingen van de Col de Galibier, de Col de Télégra- phe en de Col de la Croix de Fer. En dan als sluitstuk de tocht over 21 haarspeld bochten omhoog naar Alpe d'Huez. Een traject vrijwel identiek aan 1989 toen Gert-Jan Theunisse na een lange solo-rit op Alpe d'Huez wist te winnen. „Volgens mij valt tijdens die etappe de beslissing in deze Tour", meent Theunisse, die als voor bereiding, om niets aan het toeval over te laten, een hoogtestage belegde. De door vele Nederlandse wielerfans ter plekke en thousiast ontvangen etappe-overwinning vormt tot nu toe het hoogtepunt in de met doping-affaires gelardeerde wielerloop- baan van Theunisse. „Ik denk er nog vaak aan terug. Zeker om dat ik vooraf ook droomde van die triomf. In 1988 won Rooks op Alpe d'Huez. Ook mooi, maar er zelf winnen, dat is het aller mooiste natuurlijk. Ik leefde daar een heel Gert-Jan Theunisse droomt van erepodium jaar naar toe en als het dan lukt, ga je compleet uit je bol. Vorig jaar zette ik ook mijn zinnen op Alpe d'Huez, maar toen was de aanloop naar Bourg d'Oissans aan de voet te licht. Te kort in afstand ook. Iedereen was nog fris toen het klimmen begon. Het tempo berg-op was toen ook te hoog voor mij." Het moge duidelijk zijn, Gert-Jan Theu nisse heeft er zin in. Bij het bestuderen van het profiel van deze Tour de France wreef hij vergenoegd in zijn handen. „Een Tour met het zwaartepunt in de Alpen. Dat ligt de Hollandse coureurs het beste. En mij in het bijzonder. Ik had nooit een echte hekel aan de Pyreneeën, maar de Al pen bevallen mij altijd weer beter. Andere, bredere bochten, meer zuurstof." De Ronde van Frankrijk winnen, nee, dat zette Gert-Jan Theunisse inmiddels uit zijn met lange, blonde manen gelokte hoofd. „De tijdritten blijven mijn zwakke punt. Vorig jaar zat er wel wat verbetering in, maar om een Tour te winnen, moet je juist daarin een kei zijn. En ik ben dan maar een kiezelsteentje. Ik richt me op het erepodium. Tweede of derde, dat moet kunnen als voor mij eindelijk eens alles meezit. Vorig jaar kotste ik in de Pyre neeën nog bij wijze van spreken mijn hart uit. Dat hoop ik dit keer niet tegen te ko men. TVM heeft nu een eigen keuken bij zich. Daar kan iedereen zijn wensen wat het eten betreft kenbaar maken. Op die manier kun je binnen de ploeg bijna alles zelf regelen. En dat is een groot voordeel."

Krantenbank Zeeland

de Stem | 1992 | | pagina 25