tour de fra nee Ik durf de confrontatie best aan9 'Ik ben een man van actie' Ik wil toch zeker één rit winnen' 85 :STEM DINSDAG 30 JUNI 1992 E3 Jean-Paul van Poppel: op zoek naar de tweede versnelling. - foto de stem/ben steffen Glattbrugg - Enkele uren na afloop van de eerste etappe in de Ronde van Zwitserland ploft Jean-Paul van Poppel in een luie' stoel. Het is echter rumoerig druk in de lounge van het hotel waar de PDM-ploeg die dag verblijft. Nadat hij een colaatje heeft be steld, verkast Van Poppel daarom naar een rustig plekje in de hoek. De sprinter is in de openingsrit geëindigd in het peloton, enkele minuten na een groepje met alle favorieten voor de eind overwinning. „Mijn vorm moet nog groeien", legt hij uit. „Straks in de Tour hoeven er pas mooie dingen te gebeuren, dan moet ik op m'n best zijn. Ik heb wel- eens een hele goede Ronde van Zwitser land gereden en toen werd het in de Tour niks. Andersom is beter." Zaterdag in San Sebastian begint de 29- jarige prof aan z'n zesde Ronde van Frankrijk. Van Poppel heeft er, naar eigen zeggen, zin in. „Het kan leuk worden in de sprints met Cipollini en Abdoesjaparov", stelt hij nuchter vast. „Ik lees en hoor dat zij beter zijn dan ik. Nou, ik durf de con frontatie best aan. Dan blijkt vanzelf wie van ons drieën de sterkste is. Ik ben in- ieder geval blij dat ze er samen bij zijn. Hoe .meer sprinters in koers, hoe meer rit- Jean-Paul van Poppel kijkt uit naar sprintduels met Cipollini en Abdoesjaparov ten op een massasprint uitdraaien. Dat is een vast gegeven." „Ik kan de beste zijn, maar ben dat mo menteel niet. Het hele jaar ben ik trou wens nog niet aan m'n top geweest. Ik mis een beetje de macht die ik vroeger wel voelde. Ik noem dat altijd de tweede ver snelling. Als ik die heb, weet ik gewoon dat er niemand meer, langs me heen komt. Nu zit ik in een sprint te kijken naar de anderen, ben ik bezig met het inschatten van de beste positie. Dat hoort eigenlijk niet." Toch pakt de in het Belgische Poppel (waar anders?) woonachtige renner in z'n achtste profseizoen wel degelijk z'n prijs jes (zes zeges) mee. In de Ronde van Spanje was hij succesvol, maar ook al in de eerste de beste wedstrijd op de kalen der, de Ronde van de Midi Pyreneeën. „Dat was het vervolg op goed overwinte ren", aldus Jean-Paul van Poppel. „Eigen lijk heb ik van de winter niet één keer echt rust genomen. Meteen na het seizoen ben ik naar Australië vertrokken voor vier we ken. Bij thuiskomst was het zulk goed weer dat ik gewoon verder kon blijven trainen op de weg. Vandaar dat ik al met een goed in vorm was. Bovendien heb ik een paar keer het geluk gehad dat ik in een groepje terechtkwam dat wilde blijven rij den, ondanks mijn aanwezigheid. Ja, in dat geval kan "je dus niet verliezen. Maar nogmaals, het echte sprintgevoel heb ik nog steeds niet gehad. Hoewel, in de laat ste rit van de Ronde van Murcia voelde ik even die tweede versnelling. Dat heeft me gerustgesteld. Ik weet dat dat gevoel er dus ineens weer kan zijn." Veruit de beste Tour van Van Poppel was die van 1988. Hij won in dat jaar liefst vier etappes. In het voor zijn werkgever zo dra matische Tour-jaar 1991 bleef het bij de ritzege in Argentan, z'n zevende dagprijs in de Tour. De zogenoemde 'Intralipid-af- faire' verhinderde dat hij zijn totaal kon opvoeren. „Er had nog wel een ritje inge zeten, misschien zelfs wel twee. Wie zal het zeggen? Maar het heeft geen zin om daar bij stil te staan, want er is toch niks meer terug te draaien. Ik heb er lang last van gehad, lichamelijk dan, want in m'n hoofd had ik al vij snel de knop omgezet. Ik ben door die toestand ook helemaal niet wantrouwiger geworden wat betreft de medische begeleiding. Waarom ook? Er is toch niks mis met extra voeding, zolang die maar niet bedorven is. En als dat wel het geval is, is er sprake van een bedrijfs- ongeval. Een zwaar ongeluk, dat wel, maar 'overeind blijft dat bij voeden op zich geen kwalijke praktijk is." Liefst wordt hij niet meer te zeer herin nerd aan die zwarte periode. Gedane za ken nemen geen keer en er wacht een ge weldige uitdaging. Zonder zorgen over zijn toekomst als broodrenner (Van Poppel is rond met een nieuwe ploeg, maar zijn nog een jaar doorlopende contract met de stichting waaronder PDM resorteert, moet eerst worden ontbonden voordat hij een .nieuwe verbintenis kan tekenen.) kan hij naar z'n zeggen ontspannen aan de Tour beginnen. „Ik zal wel zien hoe het loopt", zegt Van Poppel. „Ik kijk uit naar de duels met Cipollini, Abdoesjaparov. Die vormen een uitdaging. Als ik erin slaag die twee te kloppen, dan zal ik daar enorm van genie ten." „Ik weet zeker dat ik er meer vreugde aan zal beleven dan aan mijn overwinningen in de Tour van '88. Toen voelde ik het alle maal als vanzelfsprekend. De ploeg reed tachtig kilometer op kop van het peloton in mijn dienst en ik mocht niet verliezen. Nu is dat anders. Bij PDM telt vooral het klassement. Daar heb ik geen problemen mee. Bovendien, met Falk Boden hebben •we toch ook een renner in de ploeg, die in de laatste kilometer geweldig goed werk voor mij kan doen. Hij is een echte super man. Djamolidine Abdoesjaparov (tweede van links) ligt op de grond op de Champs Elysées. De valpartij in de laatste meters van de Tour'91 kostte hem 200.000 gulden. - foto anp San Sebastian - De valpartij - gebroken sleutelbeen - op de Champs Elysées in de laatste meters van de Ronde van Frankrijk van vorig jaar, kostte Djamolidine Ab doesjaparov 200.000 gulden aan inkom sten. Op jacht naar zijn derde ritzege kon de ge blokte, Aziatische sprinter uit Tasjkent zich niet inhouden. En dat terwijl zijn prijs voor het criterium-circus na afloop al vaststond op 10.000 gulden per optreden rond de kerk. Abdoesjaparov zou een klein fortuintje bij elkaar fietsen. Maar zijn da dendrang dwong hem in het centrum van Parijs tot actie. „Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Ik ben een man van actie. Zodra de laatste kilometers in gaan, begint het binnen mij te borrelen. Te bruisen. Ik móet iets ondernemen. Ach, het was dom natuurlijk. Zeker om aan de binnenkant te willen sprinten. Ik had die bussen van Coca Cola moeten zien staan. Maar mijn temperament zat me in de weg. Ik moest". De 28-jarige Abdoesjaparov noteerde na- *1 Drie zeges van de sprint-matadoren in de Ronde van Frankrijk in beeld. Links Jean-Paul van Poppel, die vorig jaar de zevende Tour-etappe in Argentah wint. In hét midden Abdoesjaparov, die aan het eind van de elfde etappe van de Vuelta dit jaar Uwe Raab en Jean-Paul van Poppel achter zich laat en rechts Mario Cipollini de snelste in de derde rit van Parijs-Nice. - foto's epa. 1 Mario Cipollini: 'Iedereen verslagen, dus ik ben de sterkste'. - foto de stem/johan van gurp Lucca - Hij moet het vaak aanhoren van z'n vader. Vivaldo Cipollini bazuint graag rond dat het met zoon Mario eigenlijk maar droevig is gesteld. Bij voorkeur doet de Italiaan van middelbare leeftijd dat als de jonge 'Cipo' tot z'n gehoor behoort. De 25-jarige wielerprof, sprinter van we reldklasse, kent de grillen en grollen van z'n pa onderhand wel. De goede man was zelf coureur, generatie-genoot van de le gendarische Fausto Coppi en Gino Bartali, maar behaalde in z'n actieve jaren nooit een overwinning. De laatdunkende uitla tingen over z'n zoon zijn dan ook niet an ders bedoeld dan als een soort van pep talk. Cipollini senior bekritiseert vooral de be- roepsernst, of beter het gebrek daaraan, van Mario. „Mijn zoon is een ramp. Voor dat de Giro van start gaat, weet hij nau welijks welk beroep hij uitoefent. Hij kan zich absoluut niet concentreren." Het is Vivaldo Cipollini lang gelukt dat beeld van z'n oogappel op te houden. Want de blonde sprinter heeft pas dit seizoen echt kunnen afrekenen met de reputatie, dat hij een coureur is met zeer veel talent, maar ook één met een omgekeerd evenre dige beroepsernst. Mario Cipollini stapte in 1989 over naar de beroepsrenners. Zijn sprintkwaliteiten le verden hem al snel overwinningen op. De Italiaan genoot met volle teugen van de status die hij daarmee bij de wielergekke tifosi opbouwde. Vooral de vele lieftallige dames rond de wedstrijden mochten zich verheugen in de belangstelling van de ra zendsnelle prof. Tot Cipollini afgelopen winter genoeg kreeg van de beeldvorming rond z'n persoon en zijn familie, inclusief vriendin Sandrina, plechtig beloofde, dat hij zich door niets of niemand meer zou la ten afleiden. Over zijn resultaten sindsdien kan alleen maar met diepe bewondering worden gesproken: drie ritzeges in Parijs- Nice, na jury-beraad de overwinning in Gent-Wevelgem en liefst vier triomfen in de jongste uitgave van de Giro d'Italia. Wie mocht denken dat daarmee de honger Honger van Italiaanse sprinter Mario Cipollini nog niet gestild van 'Cipo' is gestild, komt bedrogen uit. De komende weken in de Tour wil hij op nieuw toeslaan. „Ik wil in de Tour zeker geen figurantenrol vervullen", zegt Mario Cipollini. „Ik wil toch zeker één rit win nen. Een ritzege in de Tour heeft in mijn ogen dezelfde uitstraling als het winnen van een klassieker." Cipollini is ervan overtuigd dat hij zal sla gen in de Ronde van Frankrijk. Hij vreest de concurrentie van Van Poppel, Ludwig en Abdoesjaparov naar eigen zeggen abso luut niet. Dat is geen verrassing voor iemand die van zichzelf zegt, dat hij de sterkste sprinter van het peloton is. Hij lacht: „Nou, dat is wel een beetje uit de context gelicht. Ik heb ooit gezegd dat ik alle snelle jongens al eens een keer heb ge klopt. Ja, en eigenlijk ben je dan de beste. Laat ik het zo zeggen: als ik in topconditie ben en niet wordt gehinderd, dan kan nie mand me kloppen in de sprint." Dat kan leuk worden in de Tour, want zijn tegenstrevers voelen zich bepaald niet kansloos tegen de Italiaan met de grote mond. Van Poppel niet, Abdoesjaparov evenmin. Als de naam van de 'beer uit Tasjkent' wordt genoemd, schieten de ogen van Cipollini vuur. De twee zijn nooit vriendjes van elkaar geweest, maar na Gent-Wevelgem van dit jaar (Abdoesjapa rov trok zich in volle spurt op aan de broek van Cipollini, red) kan de prof uit •Lucca diens bloed wel drinken. Fel: „Die man heeft geen stijl. Hij verstopt zich steeds in je wiel en probeert dan in de laatste meters te profiteren. En dan flikt, hij je van alles. Niks is te gek. Maar hij moet me niet nog een keer aanraken, want dan sla ik hem echt neer, hoe sterk hij ook is. Dat is geen bluf van mij." Het is krasse taal voor iemand die zegt elke vorm van geweld te schuwen, zeker in de sport. Daarom heeft hij ook een broertje dood aan voetballen. „Ik heb er een gruwelijke hekel aan. Het is geweldda dig, zowel op als rond het veld. Ik weet dat ik me er niet populairder mee maak door dat te zeggen, maar dat kan me niks sche len. Ik vind het alleen wel eens vervelend voor m'n vriendin als ik op het voetballen af geef. Haar broer is de doelman van Luc- chese (serie B). Maar het is en blijft een rotsport." Evenals Van Poppel is Mario Cipollini in de Tour erg op zichzelf aangewezen. Weet de Nederlander zich in ieder geval nog ge sterkt door de aanwezigheid van 'trein' Falk Boden, de Italiaan hoeft bij het 'alle gaartje' van ploegleider Roger de Vlae- minck niet op veel steun te rekenen. Aan vankelijk houdt hij zich op de vlakte, daarna kiest hij heel zorgvuldig z'n woor den. „Er is bij ons nog onvoldoende het besef dat de ploeg een eenheid behoort te zijn. Het kost de anderen moeite om zich weg te cijferen, hoewel ik toch bewezen heb hun steun waard te zijn. Misschien dat de verstandhouding in de Tour wel beter wordt. Het zou tijd worden." tuurlijk ook dat zijn valpartij nauwelijks medelijden opwekte in het internationale peloton. De coureur uit Oezbekistan geldt als een ware cowboy op de fiets. Duwen, gooien, smakken, zwiepen, kwakken, trek ken, niets is hem vreemd om in een massa spurt zijn doel, de zege, te bereiken. De Belg Johan Museeuw zei het zo: „Ik ben klaar voor alles, maar niet voor te ster ven". En de Zwitser Urs Freuler: „Bloe men zijn mooi, maar niet op je graf". En de Italiaan Mario Cipollini belooft 'Ab- doe' op deze pagina een orginele knokpar tij als Abdoesjaparov nog een keer te dicht bij hem in de buurt durft te komen. „Ach, die Italiaan is zelf ook geen lieverdje", maakt de Aziaat zich er van af. „Dat inci- dent tussen ons, dat mij Gent-Wevelgem kostte, was schromelijk overdreven. Die Belgische jury-leden wilden mij niet nog eens als winnaar. Dat kwam slecht uit op de erelijst. Natuurlijk, ik ben keihard. Ook voor mezelf. Dat zal wel in het Tartaren- bloed van mijn familie zitten. Van ouds her zwervers over de toendra's. Knokken voor elk metertje bestaan. Dat raak je nooit kwijt". Djamolidine Abdoesjaparov is een van de vijf kinderen van een buschauffeur uit Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan met twee miljoen inwoners. Op zijn twaalfde kreeg hij zijn eerste fiets en di rect bleek dat de jonge 'Abdoe' over talent kon beschikken. Dat drong ook door tot -Moskou, toen nog de hoofdstad van de Sovjet Unie. Een kort briefje van de over koepelende sportautoriteiten noopte Ab doesjaparov thuis zijn biezen te pakken en zich te meldden bij CSKA, de club van het Rode Leger. In 1982, tien jaar geleden dus, kwam hij voor het eerst als wielrenner in de belang- Sprinter Djamolidine Abdoesjaparov gevreesd in peloton stelling. Drie jaar lang in de Vredeskoers maakte hij naam. In 1987 beleefde hij zijn topjaar als amateur met het kampioen schap van de Sovjet Unie plus drie ritzeges in Tour de France voor amateurs, zoals de Vredeskoers werd genoemd. Tijdens de Spelen van Seoul in 1988 finishte hij als vijfde. En pakte hij in de Vredeskoers de draad weer op met twee rit-overwinnin- gen. Een jaar later, 1989 dus, sloeg het noodlot toe. In Lodz bleek 'Abdoe' positief bij de dopingcontrole. Een half jaar schor sing werd zijn deel. „Politiek. Ik had daar in Lodz de peloton spurt gewonnen, maar werd gedeklas- seerd. Olaf Ludwig was toen de held ach ter het IJzeren Gordijn. Ik werd te gevaar lijk voor hem en moest afgestopt worden. Op de fiets kon Ludwig dat niet, daarom moest het vanachter het bureau. Nu nog kan ik me daar verschrikkelijk boos om -maken. Maar ach, dat was het systeem. Mensen van boven trokken aan de touwtjes. Wij waren marionetten". Geluk bij een ongeluk bleek dat de boos heid van Abdoesjaparov zich ten goede keerde, zo blijkt nu achteraf. Het Ita- liaanse Alfa Lum bood hem een prof-con tract op zicht aan, waarop hij inging. Een maal in het westen aan het Garda-meer verpieterde Abdoesjaparov een beetje. Hij moest wennen aan de andere stijl van le ven. En aan de manier van koersen bij de profs. De Aziaat voelde zich doodongeluk kig in een vreemde cultuur. „Winkels vol spullen, waar mensen ge- woon aan voorbij liepen. Ik kon het niet begrijpen. Zodra er in Moskou tien broden in een etalage lagen, stonden er vijftig mensen in de rij. Wat een overvloed kwam ik plotseling tegen. Daar raakte ik van in de war." Het is bekend, het kwam goed met de ge drongen sprinter. Bij Carrera brak hij door. Met Maechler en Bontempi als 'lood sen' in de laatste kilometers bleek 'Abdoe' ook bij de beroeps haast niet af te stoppen. „Ik ken hem als mijn broekzak. Wat hij doet, is levensgevaarlijk. Hij is met alles bezig, behalve met rechtuit sprinten", gooit Olaf Ludwig olie op de golven. Ploegmakker Guido Bontempi neemt het echter voor hem op. „Hij bonkt op zijn fiets. Het ziet er altijd heel woest uit, maar in feite doet hij niet veel onreglementairs", meent 'de Buffel'. Djamolidine Abdoesjaparov grijnst een beetje. Hij weet dat er met Van Poppel en Cipollini in koers zeker een paar massale aankomsten in deze Tour de France te ver hapstukken vallen. „Toch kan ik meer dan sprinten alleen. Als amateur kon ik zelfs aardig klimmen. En tijdrijden ligt me ook wel. Voor de firma moet ik echter opnieuw jagen op de groene trui. Dus ik moet mijn dadendrang vaak beteugelen. Geduld heb ben. Al zit ik mezelf dan vaak in de weg. Inderdaad, ik ben nu eenmaal een vent van actie."

Krantenbank Zeeland

de Stem | 1992 | | pagina 21