Psychiater beschrijft zijn hel Fascinerende verhalen Katherine Anne Porter VAN HOOGLERAAR TOT PATIENT IN ISOLEERCEL Novelle van Franz Werfel nu vertaald Aangepast boek over] de grote symfonieën Als j e hel niet ziet 2 Tussentijds van Ankle Peijpers nog actueel Handleiding voor veiling-bezoekers UHiÜjlVl PUttVtlMblUö Z.A I tKUAü JANUAHI 1989 „Docent in de psychia trie schrijft leerboek, raadt een medicament met klem af, gaat lij den aan een depressie en wordt beter wan neer hij deze stof krijgt toegediend. Isoleercel Onderafdeling Collega Sarung, Sari en Samfu: een overbodig reisboek Schuldig nK STEM GIDS 3 Mexico, de smerigs' Suske en Wiske Hamb< one G2 Door Marjan Mes NA verhalen van Katherine Mansfield en Carson McGullers zijn nu bij Que- rido, in die mooie kleine ge bonden uitgave met het vlaggetje van des schrijvers nationaliteit op de omslag, ook verhalen verschenen van de Amerikaanse schrijfster Katherine Anne Porter. Een tijdgenote van bovengenoemde auteurs, wier verhalen in de jaren twintig de aandacht trok ken door hun indringende atmosfeer, ironie en karak tertekening. Hun exotiek hebben zij te dan ken aan het feit dat Porter, een ambitieuze journaliste die in 1962 pas beroemd werd door haar enige roman, 'Ship of Fools', opgroeide in het Zuiden van de Verenigde Staten. De verhalen spelen zich af in de .zinderende en macho-patria- chale atmosfeer van het don kere zuiden omstreeks de eeuwwisseling en de eerste de cennia van deze eeuw. Het ope ningsverhaal 'Maria Concep- ción' is zelfs in een dorp in Me xico gesitueerd en doet denken aan het even anarchistische als bekrompen bestaan in de dor pen van Marquez. De vrouw uit de titel ziet zich genoodzaakt om de minnares van haar man te doden wanneer zij bedrogen is. Hartstocht en conventie ko men in bijna alle verhalen met elkaar in botsing. Moord en doodslag horen daar bij, maar Porters bedoeling was het ze ker niet om daar goede sier mee te maken. Veeleer ging het haar om de beschrijving, die tussen de regels door te be speuren valt, van het menselijk tekort, waarbij de teleurstel ling van beide seksen in huwe lijk en liefde voorop staat. Zo heeft de oude vrouw uit het tweede verhaal nooit kun nen verkroppen dat haar eerste echtgenoot haar in de kerk voor schut liet staan door niet te verschijnen tijdens de huwe lijksplechtigheid. Op haar sterfbed dringt dit beeld zich koortsachtig op. Even tragisch als humoristisch is het verhaal over de aantrekkelijke Ierse Rosaleen ('De gebarsten spie gel') die teleurgesteld is in haar huwelijk met een dertig jaar oudere echtgenoot en niets lie ver zou willen dan een jonge, aantrekkelijke man, maar die uit plichtsbesef en angst iedere kerel, die haar wel wil, afstraft. 'Middagwijn' zou thriller achtig genoemd kunnen wor den als het Porter niet op de eerste plaats te doen was ge weest om een zorgvuldige be schrijving van de personages en hun tekortkomingen en om de benauwende sfeer op een af gelegen boederij in het zuiden van Texas. Een zwijgzame boe renknecht blijkt een geheim te verbergen - in een periode van krankzinnigheid vermoordde hij zijn broer - dat door een vreemdeling aan het licht wordt gebracht. Het brengt on geluk in het gezin en zaait tweedracht tussen de toch al in elkaar gedesillusioneerde ech telieden. Het meest fascinerende ver haal in deze bijzondere bundel is wellicht 'Vakantie', waarin de jonge ik-figuur (de schrijf ster?) op aanraden van een vriendin besluit om een vakan tie door te brengen bij een pri mitieve Duitse boerenfamilie op het Amerikaanse platteland. Een gesloten gemeenschap waar keihard gewerkt wordt en waar niet de religie domi neert maar het niet helemaal begrepen marxisme van de pa ter familias. De ik-figuur komt er ondanks de bekrompen sfeer tot rust, maar wordt ook gecon fronteerd met de dood en met de griezelige misvorming van de oudste dochter, die als werkpaard fungeert. Ze weet deze ongelukkige één moment van geluk te bezorgen door haar op een woeste rijtoer mee te nemen. Een fascinerend ver haal, waarin natuur en mensen op bijna magische wijze sa menvallen. Katherine Anne Porter: 'Mid dagwijn en andere verhalen'. Uitg. Querido, prijs 37,50. Door Boet Kokke Getallen zijn een diep mys terie voor me en mogen dat blijven. Wel ben ik nieuwsgierig hoe groot de kans is dat gebeurt wat mij overkwam. Het leerboek in kwestie: 'Hoofdsom der Psychiatrie'. De docent is prof. dr. P.C. Kuiper, een van de meest vooraan staande psychiaters van Ne derland. Het geneesmiddel was een 'MAO-remmer' die wordt toegediend aan depressie-pa tiënten, maar die samen met bepaalde voedingsmiddelen - met name schimmelkaas - zeer gevaarlijk kan zijn. Het citaat hierboven is een typerende passage uit 'Ver heen', het pas verschenen.boek, waarin Kuiper verslag doet van de vier jaren waarin hij het object was van de weten schap die hij voordien zelf be dreef. De psychotische depresies overvielen Kuiper, nadat hij zo'n tien jaar geleden terugge treden was als hoofd van de af deling psychiatrie van het Aca demisch Ziekenhuis in Amster dam. Ze voerden hem in de diepste waan, brachten hem tweemaal op de rand van het doden van een medemens - zijn dochter en een verpleger - en brachten jeugdtrauma's boven die zo klassiek zijn dat ze bijna verzonnen lijken. Piet Kuiper stamt uit een fa milie met 'zwarte kousen'-ach- tergrond, en zijn moeder was het type dat, als er een moge lijk vak voor de jongen ter sprake kwam, meteen eiste dat hij daarin 'hoogleraar zou wor den'. Een mooie voedingsbodem dus voor wat de eminente ge leerde (die graag wil laten we ten hoe eminent hij is, een eigenschap die hij met vakge noten als Prick en Bastiaans gemeen heeft.overkomt, als zijn actieve loopbaan afloopt en hij bovendien wordt over vallen door een virusziekte die hem krachteloos maakt en he vige hoofdpijnen veroorzaakt. Wat Kuiper meedeelt over de Gereformeerde Bond-invloe- den uit zijn jeugd doet alles wat Wolkers geschreven heeft verbleken. De rillingen lopen me over de rug als ik de zin lees - en herlees - die de jonge Piet Kuiper de dominee hoorde uit spreken: „God wordt evenzeer verheerlijkt door het kermen van de goddelozen in de hel als door de lofzang der rechtvaar digen." Zelden is de meedogen loze kant van bepaalde soorten christendom bondiger samen gevat. Die jeugd lijkt Kuiper aanvan kelijk niet te derea Hij maakt carrière, hard werkend met zijn ambitieuze moeder op de achtergrond: „Waartoe ik in staat ben, is verworven door geploeter en eindeloze moeite." Kuiper wordt een van dé na men in de wereld van de psy chiatrie. Hij brengt standaard werken op zijn naam, zijn Nij meegse collega Prick prijst hem de hemel in - hetgeen in 'Ver heen' niet onvermeld blijft. Na zijn terugtreden wordt hij wat ziekelijk, een vreemde infectie maakt het hem onmogelijk nog langer mee te werken aan een presti gieus interview door twee vooraanstaande journalisten. Kuiper tekent eerlijk op dat het hem speet: „Ik hield van aan dacht, zoals ik reeds heb laten doorschemeren." Hij maakt met zijn vrouw Noorlje een reis naar zijn ge liefde Zuid-Europa en komt ziek terug. Lichamelijk, maar vooral geestelijk. „Misère viel Prof.dr. P.C. Kuiper doet verslag van zijn geestelijke kwel lingen in het boek 'Ver heen'. - fotoanp mij op: zag ik mensen lachen, dan dacht ik: hoe is het moge lijk, in dit vreselijke leven?" Het is nog maar het begin. Hij meent zijn geheugen te ver liezen en is er zeker van dat hij in het eerste stadium van de mentie verkeert, raakt in pa niek als hij zich een straat naam of een KV-nummer van een Mozart-werk niet meer te binnen kan brengen. Hij reist met zijn vrouw, helpt in Zee land iemand die een hartin farct krijgt en dat levert hem weer even het gevoel op 'dat ik een enkele keer iets nuttigs deed en niet alleen een in zijn eigen wierook stikkend show mannetje was'. Kuipers toestand verergert. Hij kan niet van messen en scha ren afblijven, bedreigt zijn eigen leven en dat van zijn dochter: „Laat ik haar toch kanker, dementie en het mee maken van mijn eigen afbraak besparen, dacht ik." Hij wordt opgenomen in de Valeriuskli- niek en wordt door zijn collega Van Tilburg verwezen naar de isoleercel. „De weg van hoogle raar in de psychiatrie tot pa tiënt in de isoleercel was afge legd." Daar, in de kliniek, wordt het Kuiper allemaal 'duidelijk'. Geholpen door een nachtzuster, die hem influistert dat zijn hoogmoed en zijn onchriste lijkheid de ellende hebben ver oorzaakt. Hij is diep zondig en zal moeten boeten. Wat héét: gaandeweg raakt de patiënt Kuiper ervan overtuigd dat hij zich al niet meer op deze we reld bevindt, maar in de hel. Aan zijn vrouw (van wie hij meestal denkt dat ze zijn vrouw niet is maar een 'Noortje-achtig wezen') vraagt hij telkens waaraan hij toch gestorven is en wie de begrafe- nisdienst heeft geleid. Als hij af en toe verbaasd is dat mensen 'in de hel' vriende lijk zijn, bedenkt hij dat dat een extra straf van God is: de mensen er soms aan laten twij felen öf ze wel in de hel zijn. Als hij met Noorlje door het Vondelpark mag wandelen, ziet hij overal affiches die de opvoering van niet-bestaande opera's aankondigen. Het lijkt even beter te gaan. Kuiper mag naar huis, maar de depressies blijven, de waan voorstellingen komen terug. Hij wordt opgenomen in Bloe- mendaal, waar zijn voormalige collega Nolen de scepter zwaait. 'Ik ben in de hel, en dit is er een onderafdeling van' was zijn vaste overtuiging. Kuiper belandt op de bodem van de put. Een van zijn mede patiënten stelt vast: „Die me neer schijnt een professor te zijn, maar hij houdt ons alle maal wakker omdat hij 's nachts zo brult en schreeuwtHij doodt bijna een verpleger die voor hem een onmiskenbare duivel is omdat hij beweert tegen een computer te kunnen schaken. „Ik bood nu zelf het beeld dat ik zo vaak met deernis heb gadegeslagen: een van een groepje patiënten die meer sjokken dan lopen." Het dieptepunt is bereikt, en geholpen door Nolen en het door hemzelf destijds ontraden chemische middel klautert hij langzaam uit de put. Hij gaat weer, net als vroeger, schilde ren, verliest de waanvoorstel lingen die hem letterlijk in de hel deden belanden. Er valt zelfs weer wat te la chen, af en toe. Zoals op de dag dat hij, in de groep die niets van zijn achtergrond weet, in discussie gaat met de behande lende psychiater, en die per on geluk met 'collega' aanspreekt. De groep - en met name Kui pers vriendin Truus - schrikt: er is kennelijk sprake van een forse inzinking, want nu denkt-ie al dat-ie psychiater is. En als wordt meegedeeld dat Kuiper dat 'collega' inderdaad mocht gebruiken, is de reactie er een van: je mag niet de draak steken met de terugval van die arme meneer Kui per. 'Ver heen' is een fascinerend verslag van een tocht door de doolhof van de menselijke geest. Kuiper beschrijft zijn eigen belevenissen van binnen uit - en tegelijkertijd met een zekere afstandelijkheid. De ac tieve psychiater Kuiper mag knap zijn geweest, de ex-pa tiënt Kuiper heeft bovendien wijsheid opgedaan. Hij wekt zelfs de indruk zich de goede raad te zullen aantrekken van een vriend, als hij een fragment uit diens brief citeert:'Wie ge woon durft te zijn en de moed tot middelmatigheid bezit, ook in moreel opzicht, zal niet door het soort tobbe rijen, waarvan jij het slacht offer bent, worden gekweld.' P.C. Kuiper: 'Ver heen'. Uitg. SDU, prijs f 30. Reisboeken zijn een rage. Indachtig het spreekwoord 'Wie verre reizen doet, kan veel verhalen' brengt menigeen zijn of haar 'unieke' kijk op die verre, vreemde wereld in boekvorm uit, in de hoop een graantje mee te pikken. Ook Aya Zikken, geboren op Sumatra in 1919 en schrijfster van o.a. 'De Atlasvlinder', heeft zich gespecialiseerd in reisboeken. Terug naar de at lasvlinder', 'Eilanden van vroeger' en 'Een land als Maleisië' verschenen al van haar hand en onlangs voegde ze daar 'Sarung, Sari en Samfu, een reis door Maleisië en Noord-Borneo' aan toe. In het geval van Aya Zikken vrees ik dat overdaad schaadt. Natuurlijk, in elke uithoek van«de aardbol leven bijzondere mensen, zijn prachtige landschappen te zien en zijn er cultu rele bezienswaardigheden, maar dat wil nog niet zeggen dat beschrijvingen daarvan een heel boek lang interessant blij vea Aya Zikken heeft, je zou haast zeggen van zelfsprekend, een gevoel van verwantschap met het vroegere Indië en omgeving en ze reist daar met graagte rond. 'Sarung, Sari en Samfu' doet uitgebreid verslag van de wedervaringen die Aya tijdens die reizen heeft gehad. Echt interessant is dat maar evea Noch Ma leisië noch het noorden van Borneo spreken dusdanig tot de verbeelding dat je als lezer met het boek in je hand op het puntje van je stoel be landt. Bovendien portretteert Aya Zikken in dit boek mensen die weliswaar aardig, lief en vriendelijk zijn, maar die verder weinig bijzon ders te melden hebben. De beschreven reisdoelen zijn niet buitenge woon interessant en de te boek gestelde beleve nissen ter plekke blijken dat al evenmin te zijn. WvL Aya Zikken: 'Sarung, Sari en Samfu, een reis door Maleisië en Noord-Borneo'. Uitg. Nijgh Van Ditmar, prijs 34,50. foto van holkemaswarendorf Door Henk Egbers De zogenoemde feministi sche golf heeft heel wat boeken opgeleverd. Toen Ankie Peypers in 1967 haar tweede roman 'Tussentijds' schreef - aan het begin van die golf - zweeg de kritiek in alle talen, nadat haar ro mandebuut 'Geen denken aan' in 1961 bejubeld was. Uitgeverij An Dekker heeft nu terecht 'Tussentijds' her drukt in de reeks Moderne Klassieken. In een goede inleiding op het boek veronderstelt Petra Vee- ger dat de wijze waarop in deze roman de man wordt getekend, debet kan zijn aan dat zwijgen. Nel Noordzij, die in 1967 het boek wel besprak veronder stelde al een onwil. Toch is 'Tussentijds' geen frontale-adnval op de man. An kie Peypers karakteriseert veel Op veilingen gaat het niet altijd om astronomische bedragen. meer de geijkte man-vrouw rollenpatronen en probeert met name vanuit de vrouw te ana lyseren waarom de meeste vrouwen als marionetten door het leven gaan. Ze doet dit met een psychologische fijngevoe ligheid en een poëtische diep gang. De vrouw van het 'verhaal' gelooft aanvankelijk dat de es sentie van de vrouw zit in een potje (cosmetica). Daarna werkt het menselijk opzicht; de maatschappelijke druk. „Hugo en ik hadden weinig met elkaar gemeen. Maar de anderen knikten al als ze ons zagen. Ze wisten het al". Ze doet mee. „Ik wilde zijn vijfde jaar voor hem zijn, zijn telraam en zijn zuur stok. Later komt ze al schrijvend achter het feit dat ze haar eigen identiteit verloren heeft; geen eigen werkelijkheid heeft. Hoe wel Hugo haar geleerd heeft haar lichamelijkheid te ont dekken en te accepteren, beseft ze dat ze ook in dit opzicht zich van hem afhankelijk heeft ge maakt. Voor de rest: „We delen alleen een paar feiten met elk aar". Ze wilde op 18-jarige leeftijd al een brief schrijven aan de vrouw, die ze dertig, veertig jaar later zou zijn. Het is er niet van gekomen. Maar nu zou ze omgekeerd ook geen brief kun nen schrijven aan wie ze vroe ger was. Ze weet het niet meer. Zelfs de taal waarin gesproken en geschreven werd over vrou wen en mannen heeft verwar ring gesticht. Ankie Peypers heeft deze processen heel sub tiel beschreven, vanuit een ge voel van onmacht. En wie mocht denken dat dit boek ge dateerd is, vergist zich. 'Tus sentijds' is een roman met ac tuele geldigheid. Ankie Peypers: Tussentijds', Uitg. An. Dekker, prijs 15,-. Door Els Reijn Over de wonderlijke handel op veilingen schreef de journalist Hans Rombouts het boek 'Onder de hamer' met de ondertitel 'Gids voor veilingbezoekers'. Rombouts beperkt zich niet tot de geruchtmakende veilingen bij Sotheby's en Christie's, waar de spectaculaire op brengsten worden gehaald, maar schrijft ook over het No tarishuis in Utrecht, waar in boedels en gevonden voorwer pen van de NS verkocht wor den, over postzegelveilingen, muntenveilingen en autovei lingen. En over de firma Troostwijk, die is gespecialiseerd in het veilen van complete fabrieke, scheepswerven en andere by- zondere objecten. Er zijn zelfs veilingen waar koeien- en stie renembryo's verkocht worden. Verder gaat Rombouts in op de achtergronden van het vei lingwezen: de opzet van een veilinghuis, de regels, die gel den voor veilingen en de be kende veilinghuizen van Ne derland en België en een stukje geschiedenis. Zo heeft de inlijving bij Na poleons rijk in 1810 verstrek kende gevolgen gehad voor het Nederlandse veilingwezen. De belangrijkste veranderingen waren dat er een notaris bij de veiling aanwezig moest zijn, dat de overheidsbemoeienis werd teruggedrongen en dat particulieren zelfstandig een veiling mochten organiseren. Loth Gijselman, W.P. van Stoc- kum, S.J. Mak van Waaij en Frederik Muller maakten van deze mogelijkheid gebruik en vestigden de belangrijkste vei linghuizen van Nederland. Rombouts moedigt in zijn boek particulieren aan ook eens naar de veiling te gaan. De drempel naar de veiling is vol gens hem veel te hoog. Men denkt al snel, dat het bij de vei ling altijd om astronomische bedragen gaat. Dat is te wijten aan alle publiciteit rond de spectaculaire verkopen, waar aan de wereldwijd opererende veilinghuizen Christie's en So theby's veel aandacht besteden. Een andere oorzaak voor prijsstijgingen ligt in de zoge naamde ringvorming door handelaren. Een aantal hande laren drijft dan de prijs van een kavel op en verdeelt de buit later onderling. Rombouts, zelf een fervent bezoeker van veilingen, waar schuwt om de tien bladzijden, dat men zelf ook goed uit moet kijken en de veilingvoorwaar- den goed moet doornemen. He laas verliest Rombouts zichzelf nog al eens in anekdotes, soms ten koste van de informatie. Achterin het boek staat een handige lijst van veilinghuizen in Nederland, België, Duitsland en Engeland. Hans Rombouts: 'Onder de ha mer. Gids voor veilingbezoe kers'. Uitg. Van Holkema Warendorf. Door Henk Egbers Franz Werfel schreef in de jaren dertig een novel le, die bij Fischer in 1986 uitkwam als 'Eine blass- blaue Frauenschrift'. Voor Dedalus verzorgde nu Mark Rummens de Nederlandse vertaling met de lange titel 'Het bleekblauwe handschrift van een vrouw'. Het pre cieuze verhaal geeft een impressie van het ver warrende gevoel dat ont stond ten aanzien van jo den bij de opkomst van de nazi's in Oostenrijk en Duitsland. De jood Werfel zat zelf in ballingschap in Frankrijk (1938-1940) toen hij deze no velle schreef naast een van zijn beste romans, 'Cella'. Werfel zal later via Spanje naar Amerika uitwijken, waar hij in 1945 gestorven is. Hij is zeer produktief ge weest. Temidden van zijn talrijke werkstukken is dit lange verhaal een juweeltje. Het heeft in zich de spanning van een thriller, het boeiende van een historische roman en de mogelijke pijn van een so ciale geschiedenis. Leonidas is afdelingshoofd op het ministerie van onder wijs en wetenschappen. Hij is net vijftig jaar geworden en kijkt terug op een geslaagd leven. Als zoon van een hon gerlijdende leraar trouwde hij met Amelie, de rijkste erfgenaam in de stad. Dan komt er een brief. Van Vera; een intellectuele Israë lische, met wie hij in het be gin van zijn huwelijk een af faire had. Hij heeft haar be donderd. De brief die zij enige tijd later stuurde ver scheurde hij ongelezen. De nieuwe brief, na achttien jaar, maakt hij open. Ze roept zijn hulp in voor een jongeman. Tussen de regels door meent hij te lezen dat hij (kinderloos huwelijk met Amelie) een joodse zoon heeft. Werfel schetst dan de emo tionele strijd, de gewetensw roeging en rationele manipu- laties van Leonidas. Het lot is hem in zekere zin gunstig als Amelie een (voor het verhaal wat geforceerde) droom heeft en zichzelf schuldig gaat voe- len tegenover haar man. Op dat niveau is het een van de vele geschiedenissen die ge- schreven werden en worden over trouw en ontrouw bin nen een huwelijk en ook niet opvallend. Binnen deze geschiedenis komt er echter iets anders aan de orde. Leonidas be- trapt zich op zijn eigen ge- drag op het departement hij opkomt voor de benoe ming van een jood op een hoogleraarstoel; een opval- lend afwijkend gedrag. Er is maar één verklaring: hij vecht zo voor zijn joodse zoon. Werfel heeft het thema van de jodenhaat die groeide bij de opkomst der nazi's heel subtiel in dit verhaal verwe ven. Voor de lezers van nu, die inmiddels méér weten mogelijk wat te subtiel. Als je schrijft als deelnemer aan de historie die je aan de orde stelt ga je er anders mee om, dan wanneer je er achtera! op kunt terugkijken. Ik vraag me bijvoorbeeld nu a! hoe het nageslacht zal oorde len over de manier waarop er in ons land met vluchtelin gen, asielzoekers, inwoners uit andere culturen en rassen wordt omgesprongen. Franz Werfel geeft aan het verhaal nog een onverwachte draai, die inspeelt op het feit dat we vaak heel hypocriet omgaan met vervolgden e.d als we werkelijk evenwaar dig als mensen met elkaar dienen te leven; met alle ge volgen vandien. Dit mooi ge schreven verhaal brengt je op een onopvallende manier in aanraking met diep aan tastende problemen. Toni Mulder (Dynamo) zorgde voor een even fijnzinnig en originele band, die afzonder lijk genoemd moet wordea Franz Werfel: 'Het bleek blauwe handschrift van een vrouw'. Uitg. Dedalus. Door Henk Egbers Voor liefhebbers van 'klas sieke' muziek is de symfoni sche klankrijkdom het meest in trek. Een jaar of vier geleden verscheen het boek 'De grote symfonieën', dat zich derhalve in een grote belangstelling mocht verheugen. Het boek brengt talrijke componisten van het ijzeren repertoire tot een voorzichtig aantal van hedendaagse scheppers voor het voetlicht. Hoewel deze informatie heel dienstig kan zijn voor concert bezoekers richt het boek zich met name tot luisteraars van de mechanische vertolking. Daarbij is de snelle opgang van de CD de laatste jaren opmer kelijk. Het boek was daarom ook toe aan noodzakelijke aan vullingen, waarbij tevens een aantal correcties kon worden meegenomen. Na een algemene inleiding over de oorsprong van de sym fonie komen de kanonnen aan bod: Haydn, Mozart, Beetho ven, Schubert e.d. tot en met Mahler. Hun levens en vrij uit voerige karakteristieken van hun symfonieën worden gege ven. In de kantlijn worden in korter bestek tijdgenoten mee genomen als Sammartini, Sta- mitz, Rossini, Wagner, Bruch en Nielsen. Van de 20e eeuw wordt een dwarsdoorsnee gegeven met in de marge componisten als Skrjabin, Vermeulen, Copland, Messiaen en Rubbra. Vervol gens worden 'de' grote dirigen ten en 'de' grote orkesten ge portretteerd, waarbij de lengte van de tekst niet altijd parallel loopt met de belangrijkheid, maar waarschijnlijk met de verkregen informatie. Tenslotte volgen discogra fieën. Nadrukkelijk wordt ge zegd dat deze geen commerciële achtergrond hebben en dat de commercie soms wel niet zo dankbaar zal zijn voor uitspra ken. Bij wat steekproeven viel die kritiek mee. Nogal wat un derstatements (als: 'op het eer- De Franse componist j siaen. - foto#»| ste gehoor een goede opnarnt| en kritiek in algemene ('men vindt, dat'..). Maar I Haitink heet het dat hij niet tol de ziel van Elgar is doorgei drongen en dat Furtwangler 41 indruk geeft zich niet thuis fc| voelen in studio's. Merkwaardig is ook dat e geen parallel is tussen de be| handelde componisten etc. de vermelde lp's, cd's en ban jes. Niet iedereen zal weten#! bijvoorbeeld Humphrey Sean'l of Robert Still is, waarvan wel opnamen vermeld vinotl maar geen verdere informs"! Leuk blijft het altijd om Ej schermen met feiten als datjj van Beethoven 200 (waarvan*! met de Negende) en van Mahldl 100 verschillende opnames ver-j meld worden. Het boek is passend en l"l en daar kleurrijk geïllustreö'l De teksten zijn heel leeste»! geschreven zodat deze <1*1 niet-ingewijden ook gel®" kan worden. Janny de Jong e.a.: Grote Symfonieën'. Het Spectrum. Probeer je longen maar ee bus voorbij komt. DE KERSTVAKANTIE van c verlengd tot februari. Als dat h was je nog niet jarig. De Mexicaanse kinderen kreg luchtvervuiling in hun stad on kinderen naar de scholen hoe\ bussen. Dat scheelt weer kool longen. In Mexico-stad wonen 24 milj plek die twee keer zo groot is de grootste stad van de wereld want steeds meer arme mensei de grootste is het ook de smerig Als je er woont, vind je hoofd' gewoon. Men schat dat per doodgaan aan de gevolgen van LEVEN KOST soms moeite. Leven doet soms verdomde zeer. Leven is lang niet altijd leuk. Wie er anders over denkt, ziet waarschijnlijk te veel reclamefilmpjes. Of je bent zo'n levensgenieter die niet en nooit klein te krijgen is. Als dat zo is, moet je het vooral zo houden en heb je het boekje "Leven is lang niet altijd leuJc'niet nodig. Dat boekje is niet bedoeld om iemand problemen aan te praten maar om je te leren dat problemen minder wor den als je erover praat. Je leest waarom Joris geregeld depri is. „Ik ben redelijk lelijk", vertelt hij. „Een bril, grote oren, voortanden, echt voortanden. Geen goser dus waar meisjes voor vallen. Kom nou niet met de troost dat dat uiterlijk van me best meevalt. Of dat het in het leven niet gaat om het uiterlijk maar om het innerlijk. Ja, ik heb vast een mooi karak ter, alleen kent niemand dat". Joris vindt het moeilijk om zich echt te laten ken- 'ï^an- {ooje én door tiet md inde Kelder kunnen komen Het and is hord moor hu hebben sterke honden. Het is te proberen!

Krantenbank Zeeland

de Stem | 1989 | | pagina 30