VIERING 200 JAAR REVOLUTIE BEKEKEN MET DE NODIGE RESERVES e oude Franse adel wacht een be laden jaar. Niet zonder de nodige reserves zullen de nog ongeveer 3500 adelijke families - wier stamboom in het Ancien Régime (de absolute monarchie van voor 1789) wortelschoot - straks deelnemen aan de 'bicentenaire', het groots opgezette jubileumfeest ter gelegenheid van de tweehonderdste verjaardag van de Franse Revolutie. De festiviteiten, die over niet al te lange tijd beginnen en vrijwel de hele zomer gaan du ren, moeten een hoogtepunt bereiken op 'quatorze juillet' (14 juli); de wereldberoemd geworden dag van de bestorming van de Bastille en tevens nationale feestdag in Frankrijk. Geen verheerlijking Zondebok Vergeten Rol Werkloos baar genietend v< dr. ir. Frits Philips (8C werk en zijn leven. T zaal van de Technis hij beelden op van v wers van het conce staat. Een eeuw die leefde. Een boeiende verteld door iemand meegemaakt. De ver kijk op. Het is niet dé goedlachse man, di ophaalt. Maar kom aan hém. ,1 Karl Marx D Door Bob van Huët De Bastille-gevangenis, een middel eeuwse vesting waar op dat moment slechts zeven personen werden vastge houden (vier valsmunters, twee gekken en de jonge losbandige graaf De Solages die er op verzoek van zijn vader moest afkoelen) deed vooral dienst als symbool van feodalisme en koninklijke willekeur. De afbraak ervan door het volk luidde een nieuw tijdperk in. De privileges van adel en geestelijkheid, respectievelijk Eerste en Tweede Stand werden afge schaft. Als nationale leuze kozen de Fransen 'Vrijheid, Gelijkheid en Broe derschap'. Een maand na de Bastille-be- storming aanvaarden de eerste volksver tegenwoordigers de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. De bepalingen hiervan zouden in 1949 wor den overgenomen in de door de Ver enigde Naties uitgevaardigde Verklaring van de Rechten van de Mens. Omzien in wrok wil hij niet, maar een onvoorwaardelijke verheerlijking van de revolutionaire periode zou markies' Pierre de Vogüe, voorzitter van de exclu sieve Vereniging voor onderlinge hulp van de Franse Adel (ANF) toch te ver gaan. Daarvoor was er een „te donkere schaduwzijde", namelijk de Terreur. Het tragische beeld van adelijke families, die op een boerenwagen naar het schavot werden gevoerd heeft menig filmmaker aangesproken. De „ongetwijfeld demo cratische idealen" van de eerste revolu tiemannen, van wie graaf De Mirabeau zo'n voorname rol speelde, werden vol gens De Vogüe bezoedeld door de hek- Graaf Daniel de la Motte-Rouge: „De adel was voor een verandering, maar toen die ontaardde In terreur hebben velen afgehaakt". senjacht van Robespierre en de zijnen. Wat argwanend kijken de markies en het ANF daarom naar de voorbereiding van het revolutiefeest die in handen is van de socialistische cultuurminister Jack Lang en de „niet kleurloze" (begrijp: linkse) historicus Jean-Noël Jeanneney. Na rijp inter beraad achtte het ANF- bestuur het verstandiger niet actief deel te nemen aan het officiële programma, waarvoor overigens ook geen uitnodi ging werd onvangen. Maar omdat het gaat om een „gebeurtenis die veel land genoten interesseert" laat de vereniging zich toch niet helemaal onbetuigd. Waar nodig willen de leden (een ieders adelijke komaf is gecontrolleerd door een zware, gedeeltelijk uit historici bestaande ballo tagecommissie) wijzen op de historische rol die sommige edelen zeker aan het be gin van de revolutie hebben gespeeld. Het komend nummer van ANF-blad gaat daarop in, alsook op verwijten van linkse geschiedkundigen dat de prijs die de Eerste Stand bij de revolutie heeft be taald in het niet valt bij eeuwen onder drukking en uitbuiting van het volk... De Voguë laat weten dat volgend jaar een herdenkingsmis wordt opgedragen aan de slachtoffers van de revolutie in het al gemeen en de familie van verenigingsle den in het bijzonder. Om hoeveel adelijke slachtoffers het precies gaat is voer voor onderzoekers. Nogal wat nobiliteit deed als de familie De Vogüe, die haar kastelen in de Ardè- che achterliet en naar Zwitserland emi greerde (om het eigendom later overi gens met hulp van de lokale gemeente raad onder gunstige voorwaarden terug te kopen). Vaststaat dat in naam van de gelijkheid duizenden werden geguilloti neerd, opgehangen of verdronken. Het verzet van adel, boeren en geestelijken in koningsgezinde streken als de Norman- dië en de Vendée werd door de republi keinse legers al even bloedig de kop inge drukt. „Al met al vinden we het verstandiger ons terughoudend op te stellen. We wil len de traditionele rol van zondebok die de aristocratie en de kerk zo vaak is toe bedeeld, niet riskeren", meent de mar kies. „Kortzichtige en partijdige visies" betreurt Pierre de Vogüe bij voorbaat. Als navrant voorbeeld noemt hij een 'pre-revolutionair feest', dat onlangs werd gehouden in een door communis ten bestuurd dorp bij Dieppe. „Het ein digde met een groot vreugdevuur. Pop pen die de aristocraten voorstelden wer den erin verband". De markies hoopt dat het bij het incident zal blijven. Meer van „dat soort demagogie" zou hem ten Markies Pierre de Vogüe: Wat argwanend kijkt hij naar de voorbereiding van het revolutleleest. Franse adel heeft argwaan zeerste spijten. Aangenaam verrast was de voorzitter daarentegen toen een van de ANF-leden, een graaf woonachtig in een notoire communistische gemeente, liet weten dat de stadsbestuurders hem hadden benaderd met de vraag hoe ze het kasteel bij het herdenkingsfeest kon den betrekken. „Twee uitersten", aldus De Vogüe, die niettemin op zijn hoede blijft. "In onze mediatieke samenleving is een verkeerd idee immers zo ver spreid". „Ah, 9a ira, 5a ira, 5a ira, les aristocrates k la fontaine, ah, 9a ira, 9a ira, 9a ira, les aristocrates on les aimera!" Christian de Bartillat, schrijver-edel- man heeft de woorden van het oude re volutie-liedje een beetje veranderd. In zijn versie komt de adel eraf met een nat pak en hoeft er niemand te worden opge knoopt aan een lantarenpaal, waartoe de oorspronkelijke tekst zo dreigend opriep. En "wij zullen van dearistocraten hou den" - de laatste versregel - klinkt een stuk aardiger dan "we zullen ze wel krij gen". De Bartillac heeft een taboe doorbro ken. In zijn onlangs verschenen boek "Histoire de la Noblesse Fran9aise" breekt hij een lans voor vaak verguisde voorouders. "Men zegt altijd dat de adel slecht was. Maar kijk ik naar mijn eigen familie dan zie in in de documenten dat ze in 1789 een kwart van hun fortuin hebben weggegeven. Op dat moment heerste er in Frankrijk een enorme hon gersnood". Tot groot plezier van de schrijver wordt zijn boek goed verkocht in de populaire voorsteden rond Parijs. De jongen Proven9aalse edelman Frede ric d'Agay verbaast zich er niet over. Hij zegt absoluut niet te vrezen dat de adel straks in het schandblok wordt gezet. „Het belangrijkste is dat we het hebben overleefd. Twintig jaar geleden zouden linkse extremisten ons daar misschien nog op hebben aangekeken en uitge scholden voor rotte vis. Dat soort flauwe kul hebben we wel gehad. Bij een objec tieve beschouwing van de feiten hoeft niemand van ons zich te schamen, in te gendeel. Onze ideeën zijn altijd nobel ge weest". D'Agay verdeelt zijn dagen tussen een kleine twee-kamerflat in Parijs, waar hij als historicus verbonden is aan een uitge verij en het ouderlijk kasteel d'Agay, in de gelijknamige badplaats aan de Mid dellandse Zee. In zijn dorp is de histori cus actief bij de bicentenaire betrokken. Toen de lokale gemeente-archivaris na intens zoekwerk documenten had opge spit voor een tentoonstelling over de fa meuze 'cahiers de doléances' (de verzoe ken en klachten die het volk via zijn af gevaardigden aan koning Lodewijk XVI kenbaar mocht maken) werd hij aan zijn jasje getrokken. De 'cahiers' van de adel, die volgens Frédéric d'Agay lang niet te vreden was met het beleid van de ko ning, ontbraken. Voor zover er nog leemtes zijn zullen die persoonlijk door hem worden gevuld met een lezing over hoe zijn familie de „werkelijk verschrik kelijke revolutie" doorkwam. Een deel van de D'Agays koos voor emigratie. Net als de De Voguës vlucht ten ze naar Zwitserland en Engeland. Andere voorouders waren minder for tuinlijk; één familielid werd geguilloti neerd, een tweede gestenigd in Toulon. Bet-bet-bet-betovergrootvader bleef het domein trouw. Revolutionairen sloten hem op in de gevangenis waar hij een ge bedenboek bijhield. Elke dag schreef hij een gebed. Het boek is tegenwoordig een trots familiebezit. Deze verre voorouder overleefde de Terreur. Maar zijn vier zoons waagden de gok niet en besloten hun spullen te pakken. Na een lange zwerftocht vol ontberingen zouden ze uiteindelijk naar Frankrijk terugkeren. Een van hen schreef voor hij stierf in zijn dagboek dat zijn gezin beter thuis had kunnen blijven, zo beroerd hadden ze het gehad. „Emigreer nooit, maar laat je doden op je geboortegrond" is sindsdien de lijfspreuk van de D'Agays. De vader van Frédéric, burgemeester van Agay, herinnerde de familie daaraan op een avond in mei 1981; de socialisten waren aan de macht gekomen. „Voor de adel was dat een enorme shock", herinnert de jonge historicus zich. „Ik heb echt men sen ontmoet die een nieuw 1789 zagen opdoemen. Mitterrand was nog geen vijf minuten gekozen of mijn grootmoeder werd opgebeld door bezorgde vrouwen uit het dorp die haar vroegen wat ze nu zou doen." De angst bleek ongegrond. Er kwam een vermogensbelasting maar niemand werd onthoofd. In tegendeel, de socialistische justitieminister Badinter schafte de doodstraf af... Volgens de jonge d'Agay is voor de Franse adel nog steeds een rol weggelegd in de samenleving. „Op allerlei gebied moeten we laten zien hoe het hoort. Met genoegen constateer ik bijvoorbeeld dat wellevendheid en elegantie weer in op komst zijn". Achter dat laatste zou graaf Daniel de la Motte-Rouge, een sympathieke gentle- man-farmer en streekhistoricus wel enige vraagtekens willen zien. In zijn eeuwen oude hoeve bij Lamballe (Bretagne) filo sofeert hij graag over manieren en wat wel en niet hoort. „De jeugd wordt niet meer opgevoed", luidt zijn oordeel. Zijn vijf kinderen houdt hij „nog altijd aan de teugel, zo goed en zo kwaad als het gaat". Scheidingen komen volgens hem in adelijke families dan ook beduidend minder voor dan elders. En als het in wel tot een scheiding kwam „dan was er echt niets meer aan te doen". De voorouders van de graaf behoor den tot de gerespecteerde Bretonse krijgsadel. Afgaande op een imposante portrettengalerij hebben heel wat fami lieleden door de Franse geschiedenis gt marcheerd. Zelf zegt hij beter overweg l kunnen met een pen, wat twee düki boeken bevestigen. „Die revolutie is gebeurd, en gelukiq maar anders zouden wij historici op i moment werkloos zijn", lacht de graal Het zal hem straks geen enkele moeiti kosten mee te vieren met de socialisti sche gemeenteraad van Lamballe, ik ben niet sektair en heel wat edelen wa ren bij de revolutionairen van het eerste uur". Als lokaal voorbeeld noemt Ir markies De la Rouairie, een constitutio nele monarchist, die zijn sporen vei diende in de Amerikaanse vrijheidsooi log. Maar terug in Frankrijk werd hij van de leiders van het anti-republikeins verzet. „De adel was voor een verande ring, maar toen die ontaardde in terrein hebben velen afgehaakt. Emigreren of in het verzet, dat was de keuze. Ik heb ea brief bewaard van een een vooraan staande burger die schrijft dat hij nie- mand meer kent. Iedereen was vertrol ken of onthoofd. Dat is toch niet al mooi. Een keerzijde van de medaille echter dat de wolven elkaar hebben 0 gevreten. Danton, Robespierre, de C rondijnen, allemaal zijn ze door hi vrienden geguillotineerd. Je kan wel zeg gen dat Napoleon pas de kalmte heel hersteld", doceert de graaf met een ziekt baar genoegen. Zijn eigen voorouders emig niet en werden dus gevangen gezet. Of aandringen van de boeren uit de buurt werden ze later vrijgelaten en kregen hui hoeve terug. Daarom misschien effl beetje uit dank, maar vooral omdat h) het als een taak van de adel ziet streekgenoten „wat geschiedenis voor® zetten" leent de familie De la Mo# Rouge enig bezit uit voor de onverrmji® lijke expositie, waaraan ook Lambi heeft gedacht. >e Door Louis van de GeIJn „Vader kon hard zijn, maar hij een léuke vent", zegt Frits Phili vertelt met veel liefde over hem, Philips, die samen met diens zesi oudere broer de fundamenten leg< het elektronicaconcern van vand; Gerard was in 1891 begonnei lampen te maken. Een moeizaam Een paar jaar later had zijn vadei derneming bijna verkocht, maar der bleef duizend gulden onder de Je moet wel hulp hebben, von< Philips. „Maar wie wilde er' no Eindhoven komen", zegt Frits nu. „Het was een gat, niét ee lampengat". Er was dus wel wat dingskracht nodig om de jonge die inmiddels in Londen in de el handel werkte, zo ver te krijgen. Voor een half jaar wilde hij I doen. „Maar ze werden allebei ge door de idee dit bedrijf van de gi tillen". Ze maakten lange dagen men vaak genoegen met een tukji rustbanken die ze op kantoor neergezet. Als kleine lampenfabrikanten ze in die eerste jaren opboksen te grote Duitse concurrenten. Dat vertelt Philips, door een stapje zetten dan de anderen. „Een jaar tig geleden sprak ik een voormi recteur van het Groningse energiel Ze hadden daar ooit een slechte lampen uit Eindhoven gekregen den die terugsturen. Vader stom om toch eerst eens langs te Maandag om half negen, had di ningse directeur gezegd. Want d ook wel dat je dan vanuit Eindho\ halve weekeinde onderweg was on kunnen halen. Maar vader was vóór hem en kreeg het zo ver dat hele zending mocht vervangen deugdelijke lampen. Dat lijkt voorbeeld van hoe je er op uit mi naar je klanten". Een pikante toets aan de familieh van de Philipsen is de verre ve schap met Karl Marx. In huize Ph' We zijn tolerant, dus gedogen we het een en ander. Gedo gen is door de vingers zien, zich lijdzaam en zonder morren of geween onheilen, rampen of ellendige omstandig heden laten welgevallen, met oogluikjes en oorklepjes. Als we een probleem niet meer aan kunnen dan maken we er een gedoog zone voor. Zo kregen heroïnehoeren in Den Haag een gedoogzone in een onaantrekke lijke richel van de stad, waar het nog har der waait dan elders in de residentie en waar versteende droefheid heerst. In die gedoogzone lopen volgens een ty pisch minzaam taalgebruik hoertjes, alsof het om een kleine maat vrouwen gaat, om minderjarigen of omdat ze iets vertede- rends zouden hebben. Gedoogzones zijn geen luxe. Maar Den Haag, dat spastische pogingen doet om het wat verzuurde oude- wijfjesachtige van haar imago af te schrob ben, denkt nu opgewekt het gedoogzone- Gedoogzones wezen uit te breiden met voorzieningen voor graffiti. Tot dusver werd er in Den Haag terzake van de graffiti een „ontmoe digingsbeleid" gevoerd dat als aanmoedi- gingsbeleid heeft gewerkt, gezien de op merkelijke resultaten. Een „Gemeentelijke projectgroep voor de graffitibestrijding" denkt nu de graffiti spuiters in gedoogzones aan te moedigen en aldus te ontmoedigen. Dit lijkt schran der, maar dat is het niet. Eind januari zal de projectgroep voorstellen in twee of drie Haagse stadswijken gedoogzones aan te wijzen waarin men het ellendige spuitfeno- meen „sturend zal toelaten". Tot dusver liet men het stuurloos toe; thans gaat er ge stuurd worden. Maar laten de monsterlijkste der graffiti spuiters, de zogeheten „taggers" die overal hun merkteken opzetten, zoals de hond zijn vlaggen plaatst, zich wel sturen? Ik betwij fel het. De projectgroep graffiti-gedoogzo- nes heeft nog niet onthuld in welke stads wijken de spuiters, gestuurd door hulpver leners, gedoogd zullen worden. Men wilde de bewoners van die wijken niet nodeloos ongerust maken. Er zijn nog enkele buur ten in Den Haag waarover de gesel van de graffiti nog niet is neergedaald. Men denke daarbij aan het deftige WD- bolwerk Benoordenhout, alwaar door daar reeds vele jaren wonende oudere dames een ijzersterke sociale controle wordt uitgeoe fend. Het progressieve gemeentebestuur wilde in de gouden rand van die buurt ook al een zigeunerkampement gedogen. De Benoordenhouters zagen dit als een links complot en de zigeuners vonden het ook niet leuk, vanwege het standsverschil en omdat er bijna geen schaar en geen mes te slijpen valt. Er worden in die buurt nog veel aardappelen in vioolkisten vervoerd en men laat er bij de slager het halve onsje rookvlees zo hoog mogelijk opstapelen. Het zal moeilijk zijn in welke gedoogzone dan ook wat schone plekjes voor graffiti te vin den. Aangenomen mag worden dat de pro jectgroep in een uitbarsting van creativiteit nog niet heeft besloten de auto tot mobiele gedoogzone voor graffiti uit te roepen. Of loslopende honden. De gedoogzucht grijpt om ons heen. Aangezien fietsendiefstal en het fietsen zonder licht onuitroeibaar zijn geworden zal de residentie ook dit kwaad in gedoog zones sturend kunnen gaan toelaten, alsof het hele land niet reeds een gigantische ge doogzone is. Er zijn veel mogelijkheden tot vernuftig bestuur: gedoogzones waarin, on der laag profieltoezicht, ruiten mogen wor den ingeworpen en waarin bejaarden - te gen schadeloosstelling uit de gemeentekas - van hun boodschappen mogen worden beroofd. Zwartrijders, kick boxers, vandalen, wanbetalers, hoerenlo pers, fraudeurs en geweldplegers, verenigt u in de gedoogzones van Den Haag. 1 I

Krantenbank Zeeland

de Stem | 1989 | | pagina 26