SES* BEVOLKING SNAKT NAAR RUST NA JAREN VAN OORLOG EN OVERHEERSING stratie m/v ise Koerier. Broos Vietnamezen Terreur 8000 Moorden Ondervoeding - vj W andaag is het precies 10 jaar gele den dat bewoners van de Kampucheaanse hoofdstad Phnom Penh Vietnamese militairen juichend binnen haalden. Hanoi bevrijdde Kampuchea van het terreur bewind van Pol Pots Rode Khmer, dat verantwoorde lijk was voor massamoorden, vernietiging van reli gieuze en culturele erfenissen en de ontwrichting van de economie. De Vietnamezen bleven echter langer in Kampuchea dan de bevolking lief was, maar het lijkt alsof onder Sovjet-druk Vietnam aanstalten maakt om definitief uit Kampuchea te vertrekken. Plaatsen die onder bewind van Pol Pot spooksteden werden, zijn in de afgelopen tien jaar weer tot leven gekomen. Lang zaam herstelt Kampuchea zich van oorlog, geweld, terreur en buitenlandse inmenging. De huidige, door Hanoi geïnstalleerde regering van Heng Samrin viert vandaag zijn 10-jarig bestaan. Vietnamese soldaten onderweg naar huls ondergaan gelaten Kampucheaans eerbetoon. Kampuchea is moe - FOTO SUNSHINE den) per maand. Hij staat in een blauwe pantalon en ontbloot bovenlijf voor zijn zaak. Zijn balonvormige buik en een voortdurende glimlach waardoor gouden tanden zichtbaar worden, zijn tekenend voor zijn ontspannen houding. „Onder Pol Pot heb ik dwangarbeid moeten doen op het platteland. Toen we terug kwamen in Phnom Penh was het een spookstad. Er moet nog veel gebeuren, maar het leven is sindsdien aanzienlijk beter." Dan Li vindt dat de ontwikkeling langzaam gaat, maar ontegenzeggelijk verbeteren de levensomstandigheden. De fietsenmaker denkt niet dat de Rode Khmer kans heeft om weer de macht te grijpen. „Ik ben niet bang voor aansla gen in de stad. Op het platteland is het anders. Ik heb familie in de westelijke provincie Battambang. Zij zijn wel bang voor de terreur van de Rode Khmer. Guerrilla's komen een dorp binnen en schieten gewoon mensen dood. We moe ten maar afwachten wat er gebeurt als het Vietnamese leger is vertrokken." Volgens de officiële lezing van de staat is het nationale leger sterk genoeg om het guerrillaleger van de Rode Khmer te be strijden. Oostblok-diplomaten in Phnom Penh betwijfelen dat. Khieu Kanharit, hoofdredacteur van het populaire week blad 'Kampuchea Review' verdedigt de officiële lezing. „De Rode Khmer heeft met zijn terreurdaden geen enkele steun onder de bevolking. Door in te spelen op anti-Vietnamese gevoelens konden Pol- pottisten nog enige aanhang recruteren, maar de Rode Khmer gebruikt nu vooral dwangmiddelen om zijn aanhang te ver groten. Het nationale leger is in tien jaar voldoende getraind en bewapend om de terreur van de Rode Khmer te bestrij den. Het terrorisme kan de ontwikkeling van het land wel afremmen, maar het is uitgesloten dat de Rode Khmer weer aan de macht komt." Khieu ventileert zijn opvattingen we kelijks in de 'Kampuchea Review', ook als die tegen het regeringsstandpunt in gaan. „We hebben een zekere mate van persvrijheid. We hebben bijvoorbeeld kritiek op het staatsmonopolie op tracto ren. Wij vinden dat boeren de gelegen heid moeten heben om tractoren zelf te kopen. Anders worden die machines al leen maar gebruikt tijdens de oogst en staan die de rest van het jaar doelloos in de garage. Als de boer een tractor bezit, kan hij die naar zijn eigen inzicht ook voor andere doeleinden gebruiken", zegt Khieu. In de grondwet is vastgelegd dat de Volksrepubliek een communistische staat is, tnaar de privé-sector wordt steeds belangrijker. Op de markt in het centrum van de hoofdstad functioneert het vraag- en aanbodsysteem. In vergelij king met twee of drie jaren geleden is de Kampucheaanse samenleving opener ge worden, maar een vloeiend Frans spre kende sigarettenverkoper laat subtiel blijken dat hij slechts een broos vertrou wen heeft. „We verdienen net genoeg om te overleven. Het zakendoen verbetert wel iets, maar we leven van dag tot dag. Wat er morgen gaat gebeuren weten we niet." De sigarettenverkoper is een aima bele man van een jaar of veertig. Op de vraag of hij bang is dat de Rode Khmer terugkeert in Kampuchea zegt hij: „Daar wil ik niet over praten. Dat geheim be waar ik in mijn hart". Hij voelt zich niet ongemakkelijk als hij het over Vietna mese zakenmensen heeft. „Ja, op de markt zijn veel Vietnamezen", fluistert hij. „Zij bestieren ook veel winkeltjes in de stad". Met een smekende blik vraagt hij of het gesprek kan ophouden. „De re gering heeft liever niet dat we met bui tenlanders praten", stelt hij nadrukke lijk. Onder het bewind van prins Norodom Sihanoek waren een half miljoen Vietna mezen in Kampuchea. Tijdens het re giem van Pol Pot zijn de meeste Vietna mezen gevlucht of vermoord. De rege ring beweert dat in de afgelopen tien jaar 60.000 Vietnamese burgers zijn terugge keerd. Een aantal Vietnamezen in de stad, over wie de sigarettenventer over sprak, heeft een kapperszaak geopend. Tran My is vier jaar geleden een kap perszaak begonnen. Onder het knippen en scheren laat hij doorschemeren dat zijn familie in gedachte de koffers al pakt. „Misschien kunnen we nog een jaar blijven, maar dan moeten we echt terug". De kapper doet wat raadselach tig over de beweegreden om terug te gaan. Voelt hij zich onzeker tussen Kam- pucheanen of is hij bang voor de terug keer van de Rode Khmer? „Het Vietna mese leger trekt zich terug. Het is beter voor ons dat we de militairen volgen". De kapper vertelt dat veel Vietnamese nieuwkomers hebben besloten om terug te keren naar het vaderland. Westerse ambassades in Bangkok zijn van mening dat Vietnam serieus aanstal ten maakt om het leger uit Kampuchea terug te trekken. Compongcham, een provinciehoofdstad ten westen van Phnom Penh, was vorige maand opge tooid om de Vietnamese militairen uit te wuiven. „De oorlog is over", schreeuwde een soldaat vanaf een vrachtwagen. Schoolkinderen zwaaiden plichtsge trouw, zoals hen waarschijnlijk was inge prent, met vlaggetjes naar vertrekkende Vietnamese militairen. Maar enthou- siastme ontbrak onder de toeschouwers. Conponcham moet in de Franse tijd een lieflijk provinciestadje zijn geweest, dat vooral dreef op de inkomsten van omrin gende rubberplantages. In 1973 was de stad het toneel van felle gevechten tussen de Rode Khmer en het regeringsleger van Lon Nol, die drie jaar daarvoor prins Norodom Sihanoek met een staats greep aan de kant zette. Met de komst van het terreurbewind van Pol Pot in 1975 veranderde Conponcham in een uitgestorven oord. Nu telt de stad 36.000 inwoners. De stad is vandaag de dag nog steeds vervallen en uitgeleefd. De gebou wen die als gevolg van de gevechten in 1973 zijn geruïneerd, lijken gisteren te zijn gebombardeerd. Het beetje verf dat beschikbaar is om officiële gebouwen een nieuw elan te geven, is onvoldoende om de grauwheid te verdoezelen. Op weg van Phnom Penh naar Con poncham wordt de bus begeleid door drie militaire jeeps en een vrachtwagen met soldaten die het geweer in de aan slag hebben. Om de vijf kilometer staat een groepje militairen op wacht. Op de terugweg zitten slechts zes militairen in de bus en is geen enkele soldaat te zien langs de weg. Halverwege stappen de meerijdende militairen zelfs uit. Het wordt daarom moeilijk om uit de busreis af te lezen hoe de veiligheidssituatie in de provincie is. Op het platteland halen families de oogst binnen en we zien voortdurend mensen langs dezelfde weg fietsen. Het lijkt dat de plattelandsbevol king geen angst heeft voor guerrilla-acti viteiten. De vice-gouverneur van Conponcham, Prey Samoer, zegt echter dat in de afge lopen tien jaar in de in de provincie achtduizend mensen zijn omgebracht door Rode Khmer-guerrilla's. Het groot ste deel daarvan is vermoord na 1985 en onder hen zijn tweeduizend lokale rege ringsvertegenwoordigers. „In de laatste twee jaar stijgt het aantal moorden", al dus Prey Samoer. Volgens de vice-gou- verneur heeft de Rode Khmer vijf regi menten van ieder tweehonderd man in de provincie Conponcham. „Het natio nale leger en de volksmilitie zijn vol doende bewapend en getraind om de vei ligheid te garanderen. Als China en Thailand de militaire steun aan de Rode Khmer stopzetten, is binnen een jaar de Rode Khmer verdwenen." Oprechte feestvreugde zal vandaag tij dens de parade in Phnom Penh ontbre ken. Na de Amerikaanse bombardemen ten onder het bewind van prins Siha noek, de burgeroorlog tijdens de Lon Nol-regering, de terreur van Pol Pot en tenslotte de Vietnamese bezetting willen de Kampucheanen niets liever dan rust. Herinneringen aan voortdurende chaos, angst en onzekerheid maken de Kampu cheanen bang voor de toekomst. De Rode Khmer kan, als het terugkeert, het beetje welvaart dat Kampuchea geniet weer vernietigen. een jk, België, Philippijnen satie onder- ratieve Dienst bestaat oor een Door Ton Gerrlts In de stilte van de avond klinkt een schel scheidsrechtersfluitje dat een gebiedend marstempo aangeeft. Vlak voordat de avondklok ingaat, marcheert een groep jongeren in de verlaten straten van Phnom Penh. Zij bereiden zich voor op de parade ter ere van het tienjarig be staan van de Heng Samrin-regering. De parade en de toespraken moeten de buitenwereld de indruk geven dat de 'Volksrepubliek Kampuchea' op zijn eigen benen staat. De hoofdstad heeft een grote schoonmaakbeurt gekregen. De charme van oude gebouwen uit de Franse koloniale tijd en het langzaam opkomende stadsleven geven overdag weer kleur aan Phnom Penh. De belang rijkste gebouwen zijn geverfd en bede laars zijn de stad uitgebracht. Overal hangen rode vlaggen met het gele vijfvin gerige Khmer-symbool. Dat symbool stelt de vijf torens voor van Angor Wat, het bestuurscentrum van het machtige Khmer-rijk in de veertiende eeuw. De vlaggen moeten bewijzen dat de volksre publiek onafhankelijk is van Vietnam. Maar achter de facade van een onafhan kelijke natie stapelen de problemen zich op en groeit de angst voor een onzekere toekomst. De hoofdstraten zijn schoon geveegd, maar de achterafstraatjes en steegjes zijn smerig. Het vuil hoopt zich op in de bin nenplaatsjes. Phnom Penh heeft geen be hoorlijk rioleringsysteem. Het gebrek aan sanitaire voorzieningen leidt voor veel families tot onoverkomelijke hygië nische problemen. In het kinderziekenhuis in het oosten van Phnom Penh vechten artsen in een haast verloren positie tegen de gevolgen van de gebrekkige hygiënische omstan digheden. Het ziekenhuis heeft onvol doende bedden om de stroom patiënten te behandelen. Baby's en veel kleine kin deren in het hospitaal zien er uitgemer geld uit. Hun ribben zijn te tellen onder de strak gespannen huid. De ondervoeding in het ziekenhuis legt de bittere realiteit bloot van Kam puchea: armoede, gebrek een onwetend heid. De grote markt in het centrum van de stad laat een andere kant zien. In de kraampjes is een overvloed aan voedsel uitgestald. Produkten uit Singapore, Thailand en Vietnam zijn eveneens ruimschoots aanwezig. Echter, een rege ringsfunctionaris met een inkomen van 600 Riel per maand, dat is ongeveer acht gulden, heeft weinig te zoeken op de markt. De 'vrije ondernemer' gaat het beter af dan de ambtenaar. Dan Li, een 64-jarige etnische Chinees, is drie jaar geleden be gonnen met een werkplaatsje waar hij fietsframes maakt. Daarmee verdient hij nu zo'n 10.000 Riel (honderdzestig gul- m rsr r .-" 9* 1 -> T— F® t, ■+m*KX wjM Dienst belast iratuur. et de leiding an een 7-tal, et groeps- e beschikt iten en een VO-opleiding, aring in een vakje benutten. irtentie wordt in een groter i de advertentie met het belangrijkste en bondig. •nummer in de advertentie op. gemakkelijk en snel. E ZIJKANT HET BEDRAG en. Voor toezending van brieven L50 extra te betalen. Als en betaalcheque, eurocheque el géén giro- ol ren. Bij niet-contante betaling •kaart waarvoor wij u echter in rekening moeten brengen. Dagblad De Stem, la. of inleveren op onze kantoren. Prijs incl. 6% BTW f 8.35 I 10.44 f 12.53 f 14.62 f 16.71 is niet uitgesloten. V ue trieste resten van het schrikbewind van Pol Pot. - FOTO ASSOCIATED PRESS ie/Patiëntenadministratie, >emde dienst. spreekbare verantwoor- ninistratie. registratie, zal de enregistratie; Systeem: afstemming met de noodzakelijk. omatiseerde informatie- kingsvaardigheid. or het Ziekenhuiswezen, chriever, hoofd Bedrijfs- n te richten aan M CD Etten-Leur, onder .eur eur Breda.

Krantenbank Zeeland

de Stem | 1989 | | pagina 25