Dl Bffigffl ,N e goec 'Is 't er niet veel mooier dan in Waspik?' Met een vl ZATERDAG 19 OKTOBER 1985 ^ATËRDAG19 0KT Rukken Attractie Handel 80 Soorten Fietsersbond herdenkt 10 jaar strijd Verlengde Avondklok father yosto linN Hagedissen-koning neem wijk naar Gran Canaria Door Norbert Bökkerink WASPIKKER BERT Langerwerf, ooit door een Amerikaanse geleerde 'de onbetwiste Lacerta-king' (hage dissen-koning) genoemd, geniet tot ver over onze landsgrenzen grote bekendheid als hobbyïstische kwe ker van hagedissen. Waarin tal van particulieren, dieren tuinen en onderzoekscentra niet slagen, lukt Bert Langerwerf in zijn 'achter tuintje' wel: het kroost van tal van moei lijk of onkweekbaar geachte hagedissen- soorten zag er het eerste levenslicht in een van de vele terraria die hij er in de loop der jaren heeft gebouwd. Nu, een jaar later, vertrekt Langerwerf inderdaad met zijn gezin, maar het mag de Utrechtse prof misschien tot troost dienen dat de Lacerta-king niet naar Amerika, maar naar Gran Canaria emi greert. De Canarische Eilanden liggen weliswaar ook niet vlak naast de deur, maar ze staan onder Spaans bestuur, dus blijft Langerwerf in teder geval West- Europeaan. „Aanvankelijk had men wat bezwaren tegen een hagendissenkwekerij op de westelijke helling van de Almagro. Het is een natuurgebied en er mag alleen land bouw worden uitgeoefend. Maar het kweken van reptielen is na tien minuten praten natuurlijk net zo'n agrarische be zigheid als het fokken van koeien en var kens". Grijnzend vertelt Bert Langerwerf over de wijze waarop hij de Spaanse autoriteiten heeft weten over te halen toestemming te geven voor de bouw van een hagedissenkwekerij op genoemde 500 meter hoge berg in het noordwesten van Gran Canaria, vlak bij de stad Gai dar. Komende woensdag emigreren de leraar biologie, zijn vrouw Hester en de zonen Aleksis (13) en Timo (12) naar dat warme eiland in de Atlantische Oceaan. De lang gekoesterde wens om van zijn hobby zijn broodwinning te maken, gaat hiermee in vervulling. Bovendien: reptie- Het gezin Langerwerf dat straks zijn ge luk gaat beproeven op Gran Canaria. FOTO HANS CHABOT len gedijen over het algemeen nu een maal beter in een (sub)tropisch klimaat. Evenals trouwens Langerwerf zelf, die een pesthekel heeft aan het kikker- landklimaat. „Is 't er niet veel mooier dan in Was pik?", vraagt Langerwerf, terwijl hij de foto's - gemaakt tijdens een oriënterend bezoek aan het eiland -toont, die een in druk geven van het inderdaad fraaie pa norama dat zijn toekomstige woning zal bieden. Het wordt het hoogst gelegen huis op de westeüjke helling van de Al magro, zodat de Langerwerf s straks een schitterend uitzicht hebben op de omlig gende heuvels en bergen, dorpjes en de Atlantische Oceaan. „Daar kunnen we het rukken", voegt hij er mijmerend aan toe. Hoewel Bert Langerwerf over uitste kende papieren èn een uitnodiging van een Amerikaanse collega beschikte om er op commerciële basis een kwekerij te be ginnen, is het dus toch niet Californië ge worden. Daarover zegt de ex-docent van een gymnasium in Waalwijk: „We had den toch wel een beetje haast. Nu heb ben wij en de kinderen nog de leeftijd om iets nieuws te kunnen ondernemen. Als we nog een paar jaar hadden moeten wachten, was het steeds moeilijker ge worden om die stap te maken." „Om de VS als emigrant binnen te ko men, moet je een moeizame en tijdro vende procedure volgen en dat brengt al lerlei onzekerheden met zich mee. Onge veer tegelijk met de Amerikaanse invita tie kreeg ik een uitnodiging van de Spaanse bioloog Gurado om op de Ca narische Eilanden een kijkje te komen nemen. Ik heb toen ontdekt, dat het daar allemaal veel goedkoper is, tot en met de ziektekostenverzekering toe. Ook in Spanje moet je heel veel en heel lang pra ten om iets te bereiken, maar uiteindelijk IET ALLEEN een verlies voor Nederland, maar voor heel West-Europa". Zo reageerde ruim een jaar geleden een Utrechtse professor op berichten, dat Bert Langerwerf (41), een 'eenvoudige' biologieleraar uit Waspik, overwoog naar Californië te emigreren. De prof doelde op het feit, dat met het vertrek van Langerwerf ons land een autoriteit op het gebied van reptielen zou kwijtraken. komt het daar tenminste toch wel voor elkaar". De Nederlander en de Spanjaard staan op de Almagro zowel een toeristi sche attractie als een kweek- en onder zoekcentrum voor ogen. „Afgezien van zee, zon en een pape- gaaientuin, heeft Gran Canaria de toeris ten niet zoveel te bieden. Bezoekers kun nen dus een inkomstenbron vormen en daar zullen we, zeker in de beginfase, ook wel behoefte hebben. Een deel van de kwekerij zal dan ook te bezichtigen zijn. „Maar de nadruk ligt toch op het kwe ken en onderzoeken, onze belangrijkste drijfveer. Het gaat daarbij niet alleen om het kweken van met uitsterven bedreigde soorten, maar ook om onkweekbaar geachte hagedissen. Enerzijds doen we dat om wetenschappelijke redenen. Om dat hagedissen aan de grond gebonden zijn, kunnen ze bijvoorbeeld als een graadmeter voor de geologische ontwik keling van de aarde worden beschouwd. Op sommige plaatsen op aarde leven kleine populaties van één bepaalde soort. Wanneer die soort uitsterft of wordt uit geroeid, is dat niet alleen zonde omdat het mooie dieren zijn, maar ook vanwege het belang voor geologische onder zoeken. Die soorten moeten dus op een of andere manier in stand worden gehou den. Een andere, maar hiermee samen hangende reden is de vraag van dieren tuinen en particulieren naar hagedissen. Naast biotoopvernietiging is het vangen van deze dieren in de vrije natuur een van de oorzaken van de achteruitgang van de meeste soorten. Met een kwekerij kun je dat probleem ondervangen". Het zal duidelijk zijn, dat Langerwerf geen voorstander is van een (verdere) be perking van of een algeheel verbod op de handel in exotische diersoorten. Maar dat standpunt wordt zeker niet in de eer ste plaats ingegeven door eigenbelang. Bert Langerwerf met drie Nachtskink-hagedissen. „Ik heb het nu duidelijk niet over be dreigde of moeilijk houdbare diersoor ten. Maar een totaal verbod zou beteken, dat de mensen, waarvan de meesten in rijtjeshuizen in de stad moeten wonen, sterk beknot worden in het houden van dieren. Straks mag men alleen nog een hond, een kat en een pietje hebben. Ik vrees dat men daardoor nog verder van de natuur komt te staan. Dat werkt on herroepelijk in het nadeel van het na tuurbehoud, dat het juist van de publieke opinie moet hebben. Ja, ik zit straks mooi op de Canarische Eilanden, maar als de keus in het mogen houden van die ren zo wordt beperkt, dan lijkt het me een saaie boel worden hier. Het is al erg genoeg dat kinderen steeds minder kans krijgen zich met de natuur eigen te ma ken. Het verzorgen van een dier is ten slotte toch ook veel boeiender dan er al leen maar naar mogen kijken op de tele visie of een plaatje. Zoiets leidt tot verve ling en vervolgens vandalisme. Het is be ter mensen via goede instructies te leren met dieren om te gaan en te kweken, daar heeft de natuurbescherming uitein delijk veel meer aan". Bert Langerwerf neemt bijna zijn hele levende, voor een deel inmiddels (win- ter)slapende, have mee naar Gran Cana ria: in totaal zo'n 800 hagedissen in tach tig verschillende soorten. Op de helling van de Almagro zullen diverse terrassen worden aangelegd, waarop ongeveer honderd terraria verrijzen. Daarin wor den de verschillende landschapstypen nagebootst van de streken of landen waar de dieren van oorsprong leven, zo als Mexico, de Verenigde Staten, Sovjet- Unie, Zuid-Afrika, Turkije, Spanje en de Canarische Eilanden zelf. Wat dit be treft, signaleert Bert Langerwerf een be- „We zullen moeten voorkomen, dat er op Gran Canaria dieren ontsnappen. Hier in Nederland kan het geen kwaad wanneer een hagedis ontsnapt, want de meeste soorten kunnen toch niet tegen ons' klimaat. Maar daar zou vanwege de betere klimatologische omstandigheden faunavervalsing kunnen ontstaan, waar bij plaatselijke soorten worden bedreigd door ingevoerde dieren. Dus moeten we oppassen, want we willen de natuur juist een handje helpen". Op de vraag of hij niet bezorgd is dat het project om wat voor reden dan ook niet zal slagen, volgt een laconiek: „Er is altijd wel enige onzekerheid, maar ik ben leraar natuurkunde en daaraan is een te kort ontstaan in Nederland, dus ik kan altijd nog terugkomen. Zoniet dan heb ik ook nog veel vrienden in het buitenland, waar ik terecht kan". ENFB heeft niets tegen auto's maar vindt ze wel inefficiënt J AAP Rijnsburger, voorzitter van de jubilerende Echte Nederlandse Fietsers Bond ENFB, heeft niets tegen auto's. Alleen worden deze voertuigen vaak inefficiënt gebruikt en moet vooral het woon/werk verkeer over de weg worden ingedamd, zo vindt hij. Een fiets gebruiken is volgens hem bovendien in veel omstandigheden handiger en sneller, vooral in en rond de stad. Rijnsburger heeft zelf geen auto. Hij reist per trein en neemt zijn vouwfiets mee. Een dergelijke fiets mag voor niets als 'handbagage' mee. ALS VOORZITTER van de fiet sersbond ENFB maakt de 37-jarige Rijnsburger zich op om vandaag in Utrecht zijn leden toe te spreken: de bond viert dan zijn tienjarig be staan. Rijnsburger zal in zijn toe spraak zeker wijzen op wat bereikt is om het fietsen in Nederland, aan genamer te maken (aanleg van fiets paden, het inzetten van fietsbussen) maar ook op de strijd die nog ge voerd moet worden, vooral nu de re gering haar subsidie voor de aanleg van extra fietsvoorzieningen heeft ingetrokken. „We zijn op dat punt weer bij af', aldus de voorzitter tij-' dens een vraaggesprek in Gouda, waar hij op fietsafstand van het sta tion werkt. Motto van de ENFB is 'het verkrijgen van voorrang voor die vormen van ver voer die veihg zijn, weinig energie ver bruiken en het milieu sparen'. Hieronder vallen volgens de bond niet alleen fiet sers, maar ook voetgangers en het open baar vervoer, zij het dat deze tussen haakjes staan genoemd in een opsom ming in 'De Vogelvrije Fietser', het blad van de bond. De ENFB heette in het verleden ENWB. De W stond voor Wielrijders, maar een proces van de ANWB leidde tot de introductie van de F van Fietsers. De oorspronkelijke naam was bedoeld als steek naar de ANWB, die zich steeds meer manifesteerde als belangengroep voor automobilisten. „Het was logischer geweest als de ANWB de Wielrijders in zijn naam had vervangen door Automo bilisten", meent Rijnsburger. Volgens hem is het van belang dat het gebruik van de auto in het woon/werk verkeer wordt teruggedrongen omdat de vierwielers met name in de spitsuren voor overlast zorgen. In dit streven is een goed openbaar vervoer onmisbaar. Rijnsburger noemt het bijvoorbeeld on ontbeerlijk dat het openbaar vervoer aansluit op het gebruik van de fiets. De fiets is een ideaal 'verlengde' van de trein, oordeelt hij. Daarom moet de route naar het station goed befietsbaar zijn en moeten er goede stallingsmoge lijkheden zijn. „Wat nu gebeurt is dat de fietsenstallingen op de stations steeds vroeger dicht gaan, wegens de bezuini gingen. Daarmee help je in feite een heel vervoerssysteem om zeep omdat mensen die 's avonds na hun werk nog even naar de bioscoop willen toch weer gedwongen de auto pakken". De ENFB telt momenteel rond de 15.000 leden. Volgens Rijnsburger is on geveer vijf procent hiervan daadwerkelijk actief in een van de 50 regionale afdelin gen. Uit de contributie betaalt de bond vijf mensen die een deeltijd baan hebben. Een van hen is een halfjaarlijks wisse lende dienstweigeraar. Tien jaar geleden werd de bond opge richt als poütieke pressiegroep die vooral het gemeentelijk beleid wilde beïnvloe den. Hij maakte zich sterk voor het aan leggen van fietspaden, het opheffen van knelpunten in fietsroutes en dergelijke. Indien overleg niet tot resultaat leidde, werden (en worden) acties niet ge schuwd. „Maar deze acties moeten altijd het doel ondersteunen. Als er een fiets pad moet komen, schilderen we dat op de weg, als er een weg autovrij gemaakt moet worden, breken we de straat op", aldus de voorzitter. Ook op landelijk niveau zette de bond zich echter in voor een fietsvriendelijker beleid. Als succes memoreert Rijnsbur ger onder meer het hier en daar invoeren van de 30 kilometer snelheid binnen de bebouwde kom in Nederland. Belangrij ker dan dit concreet resultaat vindt hij echter het feit dat de bond steeds meer erkend wordt als gesprekspartner. „Zo wel gemeente als rijk komen vaak al te voren naar ons toe om te overleggen of advies te vragen." Volgens Rijnsburger is dat laatste hard nodig: „De technische kennis ont breekt nogal eens,' waardoor maatregelen niet altijd een verbetering zijn." Als voorbeeld noemt hij de gemeente Woer den waar onlangs de fietssituatie rond het station werd verbeterd, althans ver anderd: „Nu is er door alle stoplichten en obstakels vrijwel niet meer te fietsen." De bond wil in de toekomst verkeersdes- kundigen inschakelen. „Niet alleen ver tellen dat er wat moet veranderen, maar ook hoe het moet veranderen." Ondanks de verbeterde overlegsituatie is volgens de ENFB-vooizitter de toe komst voor de fietser niet al te rooskleu rig. Wat hem vooral dwars zit is het af schaffen van de subsidie die gemeenten tot voor enige tijd kregen voor het treffen van extra (fiets)voorzieningen. Hoewel de aanleg van fietspaden en dergelijke volgens Rijnsburger eigenlijk de aan dacht afleidt van de echte discussie - welke verkeersstroom stellen we boven de andere als er maar een beperkte hoe veelheid middelen beschikbaar is?- is het treffen van fietsvoorzieningen altijd beter dan dat er niets meer gebeurt. Toch dreigt deze situatie te ontstaan nu de ge meenten met lege handen staan. Een voorbeeld van een actie van de ENFB. In 1979 werd zo geprotesteerd tegen de voorj gevaarlijke situatie op Amsterdamse Spiegelgracht. Mede als gevolg van die actie is er tegen* op de Spiegelgracht een speciaalfietspad - Ft Wat de ENFB het meest steekt is dat er wél een apart potje is voor het snelver keer: het Rijkswegenfonds. „Als je argu menten hebt om de autostroom op die manier van geld te voorzien, waarom gel den die dan niet voor de fietser", zo vraagt de voorzitter van de fietsersbond zich af. In de toekomst zal de bond zich dan ook blijven inzetten voor een in zijn ogen meer gelijkwaardige verdeling. „We zijn wat dit punt betreft weer geheel bij af." (ANP) Door Paul de VIER UREN eerd trokken we uit Khar stad van Soedan, reis van 1500 kilom Een thermoskan the sen de benen, vier de stoelleuning en den: de Nijl. De Afrikanen deze stro noemen. Het toeste een vliegend boei luchttaxi-bedrijf Nil Khartoem, een ooste dan een miljoen inwt taxi's, gloednieuwe lir ren, geitenhoeders met wen met manden op h perende Arabische kaf dikwijls omgebouwde passagiers-accomodatif kippen en ander vee. keersbeeld, al voel je een bus van de BBA i spoorwegen en Auto ziet rijden bij de kamel durman (dubbelstad Frits van de Ven 'Ide Bosch, Breda, Eindhc clame op de flanken. Vlakbij het vliegveld nizoensplaats. Daar is geschoten. Het heette muiterij, maar later b het als een poging tot een excuus om een ave digen. Na tienen iedei avond staan er nu gew op sleutelposities in Soedanezen in het schuld. John Garang, van de zuidelijke gueri People Liberation AnI zitten. Het gonst van d< Op het vliegveld mi de weegschaal. In een paar mannen een vlie] Buiten staat een oude baan van Khartoem is asfalt van Soedan. Buiten de stad ligge ken landbouwgrond, geïrrigeerde akkers a de Nijl. Niet voor niet broodmand van Afrik toch met honger kamj maken met transpoi nood- voedselhulp 'EN DONKERE stn artoem. Onder een b< van een soldaat, "PPend op een gammel 'eweer over de knieën. A l0êe muur brandt wel lit 'ort staat half open. H< |egang tot de Koptisch* binnenplaats loopt ee varend ogende gees te Door Paul de minister van inform heer Mohd Beshir Yostos heeft geld ingezameld onder i Geld voor hongerei in de uitgedroogde tijngebieden: 35.1 Ponden. Dat is onge den. 'Soedan roept De minister komt d vangst nemen, maar maar! i'Ja kom binnen", v 'os „dan kun je zien

Krantenbank Zeeland

de Stem | 1985 | | pagina 26