Kimbelijn zonder voldoening 5 a 7" IN KUNST EN LITERATUUR Lucie Englisch Duitslands eerste volkstoneelspeelster MATH I AS WIEMAN BACH'S francaise drachtige pT HF psychologische ..VJIjJlj vy LJlli filmschets UIT DE KUNST Fraai nummer van „West-Vlaanderen" ts Aanvang 7 uur volledige werken in voorbereiding Muziek Schilderkunst Bibliografie meester-verteller •ebedrijf tot Se ..Arondes" zijn even kwiek en TAGOEE Het aandeel, dat vrouwen tot nu in het maken van films heb- ALBERT SERVAES £)E VOORZITTER van het aan dit in stituut toegevoegde curatorium, dr Otto Benecke, heeft een dezer dagen de nieuwe directeur van het Bach-on- derzoekingsinstituut geïnstalleerd. Het is de ver over Duitsland's grenzen be kende musicoloog professor Georg von Dadelsen, tot nu toe professor voor muziekwetenschappen aan de univer siteit in Hamburg, die zich al zeer lang bezighoudt met het onderzoek van Bach's leven en weiken en die enkele jaren geleden een zeer belangwekkend geschrift heeft uitgegeven, dat tot titel heeft „Chronologie van de werken van Johann Sebastian Bach". Dit geschrift zal ook in de volledige werken worden opgenomen. Bovendien zal het in de Engelse en Franse taal verschijnen, omdat het bijzonderheden bevat, die van groot belang zijn voor het toekom stige Bach-onderzoek *?r' _^enecke is eveneens secretaris van de Max Planck-Gesellschaft. De steun van deze vereniging en de bondsrege ring, alsmede van verschillende rege lingen van de afzonderlijke bondssta ten maakte het mogelijk dit Bach-in- stituut in het leven te roepen. Men hoopt ondanks alle eens in contact te treden met de archieven in Leipzig, omdat zich daar zeer belangrijke par tituren en eerste uitgaven bevinden, die in de verzamelde werken, willen zij ook werkelijk volledig zijn, niet mogen ontbreken Maar daar Duitsland nog steeds in twee delen gesplitst is.zal een intensieve samenwerking voorlopig on mogelijk zijn. Meer dan tweehonderd ]aar na zijn doou zijn het politieke motieven, die de uitgave van de verza melde werken in de weg staan. ZESTIG JAAR is Lucie Englisch, de bekende Duitse toneelspeel ster en filmster, onlangs gewor den. Men ziet haar deze leeftijd niet aan, want zij is zo gebleven, zoals Heinz Rühmann, die dik wijls haar partner was, haar ka rakteriseerde: „Zij bestaat voor een kwart uit humor, voor een kwart uit charme, voor een kwart uit esprit en voor een kwart uit goedhartigheid". Een groot Duits filmblad noemde mevrouw Englisch naar aanlei ding van haar verjaardag „Duits lands volkstoneelspeelster num mer 1". Een titel, die vooral de rollen, die zij na de oorlog ver tolkte, rechtvaardigt. WANT voor de oorlog speelde Lucie Englisch met veel talent de „naieve minnares". „Mijn eerste grote succes oogstte ik aan het begin van de der tiger jaren. Richard Tauber, Benjamino Gigli met wie ik in Rome tien films draaide Tino Rossi, Georg Alexan der, Hans Holt en Willy Fritsch waren mijn mannelijke partners. En met Bri gitte Helm, Jenny Jugo, Kathe von Nagy of Lilian Harvey heb ik ontel bare ,,filmavonturen" beleefd. Eén van mijn grootste successen, de film liep o.a. bijna twee jaar in een grote New- Yorkse bioscoop, was ,,Die Grafin von Monte Christo". Andere films, die ook zeer bekend werden, waren: „Der sin- gende Tor", „Dein ist mein Herz" (met Richard Tauber als Franz Schubert), ,,Die Unschuld vom Lande" en de vele malen bekroonde blijspelfilm „So ein Früchtchen". Belangwekkend is het feit, dat Lucie Englisch nooit van het podium ver dwenen is. Zij is daarom ook niet zoals vele sterren uit de begintijd van de film in vergetelheid geraakt. In tegendeel: vooral in het buitenland heeft zij in de laatste ja ren naam gemaakt. In verschillende Spaanse films, met name in .Festival", viel zij op en een Spaanse criticus schreef: ,,Zij is een toneelspeelster, die door haar natuurlijkheid en haar persoon lijke charme boeit. HET is Lucie Englisch gelukt, zich na de oorlog in een geheel nieuw vak in te leven. „Mijn tijd als minnares is voorbij. Moederrollen lagen mij zeer goed. Ik nam ze aan en had succes. Zeker de film lokt altijd weer, evenals de televisie, maar: ik heb mijn hart aan het toneel verpand. Het is mijn taak populaire karakters uit te beelden, zoals Gisela Werbezirk, Lisl Karlstadt of Lina Carstens dat vroeger deden." Lucie Englisch en het volks toneel behoren bij elkaar. En deze vrouw beheerst het vak als geen andere Duitse toneelspeelster. Binnen kort zal zij weer in een filmstudio in Madrid staan. Drie Duitse films wachten op haar. Zij heeft, ook al is zij zestig jaar, nog steeds volop werk. Haar commentaar daarop is: ,,Hoe kun je er mee ophouden, als je met hart en ziel bij het toneel behoort?" DIRK COSTER OLIJKENS tal van publikaties D en tentoonstellingen is de be langstelling voor het expressio nisme levendiger dan ooit. Dit is voor de leiding van het twee maandelijks tijdschrift „West- Vlaanderen" (Polenplein 5, Roe- selaere) aanleiding geweest het laatste nummer van de elfde jaargang aan deze kunstrichting te wijden. Het is, zoals de samen steller Gaby Gyselen in zijn edi- toriaal opmerkt, een bescheiden poging om enig materiaal onder de aandacht te brengen. r\ LLEREERST behandelt André De- medts enkele buitenlandse invloe den op de Vlaamse expressionistische literatuur. Hij situeert de beweging tus sen 1904 en 1930 met de bloeitijd tussen 1915 en 1925. Zij was een reactie op de wereld van de kortzichtige naturalisten en de verburgerlijkte, door hun indivi dualisme verziekte romantici. Een van de eerste bezielers is Strindberg ge weest. Daarnaast is van Nietzsche een sterke invloed uitgegaan. Uit zijn in zichten is de eerste eigenschap van het expressionisme, namelijk zijn wil tot de daad, zijn activisme, gegroeid. De tweede karaktertrek is een onver togen messianisme, waarvoor vooral Tol stoi en Dostojefski aansprakelijk ge weest zijn. Toen Dirk Coster in 1921 DE beide grote eertijds bestaande Johann Sebastian Bach-Institu- ten in Leipzig en O.-Berlijn zijn voor de westelijke wereld niet meer toegankelijk, als instituten in de ware zin des woords be staan ze ook niet meer. Het zijn min of meer archieven gewor den. Zodoende is men in West- Duitsland reeds enige tijd bezig met de oprichting van een om vangrijk archief benevens een onderzoekingsinstituut, dat al leen studie zal maken van het werk en leven van de grote Duit se componist. ONGEVEER tien jaar geleden begon .itTitHtll ^Loeder-Saksische univer- rienlifugen met de voorberei dende werkzaamheden. Thans heeft men nühfUüfl vr het Johann"Sebastian Bach-onderzoek gesticht Uit tien jaar voorbereidend werk is nu het funda ment van dit muziekwetenschappelijke instituut ontstaan^ Als belangrijkste taak heeft deze ..Heimstatte" voor de grootste Duitse kerkmusicus van de ba rok de nieuwe uitgave van de volle dige werken van Bach. Er ziin al twiJ tig delen klaar. De hele muziekwereld heeft deze uitgave met gejuich begroet tnl„Zeera nauwkeun« gedrukt wordt volgens de gravures van de eerste uit gaven en die ook minder bekende or gel- en pianowerken van de meester bevat. De volgende tien delen zullen net komende jaar worden voltooiri Hierbij zijn ook uitgaven van instrii mentale werken. „De Stem" oprichtte, stelde hij Dosto jefski als het grote voorbeeld van een nieuwe levenshouding aan zijn lezers voor. Wegbereiders waren voorts Whit man, Lindsay en Tagore. Primitivisme is een derde eigenschap en tenslotte is er het barokke karakter van het ex pressionisme. Dat de beweging eigen lijk nooit tot rijping gekomen is, moet geweten worden aan andere stromin gen, zoals het unanimisme, futurisme en dadaïsme, die haar gekruist en van haar bronnen afgeleid hebben. Buiten Duitsland en Vlaanderen is zij van wei nig betekenis geweest. De bloemlezing „Menschheitsdamrrierung" uit 1920 acht Demedts richtinggevend. Urbain van de Voorde zet zijn ge dachten uiteen over het expressionisme dat hij onderscheidt in een artistiek en een literair. Hij wijst op de betekenis van het tijdschrift „Ruimte", dat niet alleen poëzie, maar ook houtsneden, li- to's e.d. bevatte. A AN HET expressionisme in de mu ziek wijdt dr. Marcel Boereboom een beschouwing. Hij spreekt van een vroeg- expressionisme en wijst als representa tief voorbeeld van deze overspannen, soms zenuwslopende muziek het uitge breide symfonische gedicht „Pelleas und Melisande" van Arnold Schönberg aan. De radicale fase ziet hij tussen 1909 en 1924. In Vlaanderen kunnen slechts Jef van Durme en A. L. Bayens genoemd worden. Tot slot van zijn overwegingen vraagt de schrijver zich af of er wellicht een neo-expressionsme op komst is. Ludo Bekkers vertelt iets over erva ringen met de televisie. Hij herinnert aan het plan van prof. André de Rid der, een grote, historisch juiste film te maken over de Vlaamse expressionist ten. Een programma van geheel andere opzet was dat over Permeke. Later zijn nog uitzendingen gevolgd over Walter Cantré, Albert Saverys, Prosper de Troyer, Eugène Yoors, gebr. Jespers, Frans Masereel en Leon de Smet. TTiteraard is aan de schilderkunst de meeste plaatsruimte afgestaan. Dr. Albert Smeets beperkt zich tot enkele beschouwingen over het expressionisme als Europees verschijnsel. Van Vincent van Gogh, de grondlegger, is invloed te bespeuren in het werk van Vlaamse schilders, meer bepaald in de Engelse werken van Permeke. De school van St. Martens-Latem wordt door Leo van Puyvelde onder de loep genomen. Hij ziet in Albert Ser- vaes een der voorlopers. Na de eerste wereldoorlog kwamen Permeke, Gusta- ve de Smet en Frits van den Berghe sterk naar voren. Aan deze laatste wijdt dr. Victor de Knop een afzonderlijk artikeltje. Bijzonder interessant is wat dra. Gi- sèle Zinque meedeelt over het Archief van het Expressionisme in België. Se dert 1958 bestaat er een werkgroep, die bewonderenswaardig werk verricht heeft. Zeer veel documenten zijn verza meld en een steekkaartensysteem is in gericht. Vorig jaar werden de werk zaamheden uitgebreid tot alle vormen van moderne kunst. Ter illustratie doet de schrijfster een greep in de briefwis seling van Permeke, die, hoewel Vlaams sprekend, in het Frans correspondeerde. Ook uit de geschriften van Edgar Tyt- gat zijn enkele fragmenten afgedrukt. VEELLICHT het belangrijkste onder deel van deze aflevering is de proeve van bibliografie, die drs. Albert de Poortere levert Hij stelde een vol ledige lijst van de verschenen boeken en brochures samen, die voor verdere studie van ongemeen grote waarde is. Antoon van der Plaetse beziet spe ciaal de buitenlandse invloeden op het expressionistische toneel, dat onder leiding van Wies Moens en Johan de Meester jr. tot grootse daden kwam. Enkele hoogtepunten waren „Tyl I" van ben gehad is in feite beperkt ge bleven tot acteren. Vooral in de speelfilmerij is regisseren ge woonlijk werk voor mannen. Des te interessanter is het, te zien, dat binnen één jaar twee vrou wen, een Amerikaanse en een Frangaise, zich met succes mees ter gemaakt hebben van de regie- stoel. De eerste, Shirley Clarke, heeft enkele maanden geleden furore gemaakt met de verfil ming van Jack Gelbers „The Con nection". De tweede, Agnes Var- da, heeft kort geleden getekend voor een prachtige psychologische filmschets: „CLEO DE 5 a 7", die in de laatste dagen van het voor bije jaar ons land heeft bereikt. A ls we hiervóór de naam hebben ge noemd van Shirley Clarke, is dat al leen omdat zij mét Agnes Varda be hoort tot de weinige vrouwen, die het aangedurfd hebben een speelfilm te maken. Daarmee houdt de overeen komst op. ,,The Connection" is uitge sproken Amerikaans, zowel voor wat betreft de stofkeuze (het wel en wee van een groepje heroïne-gebruikers, dat op de leverancier van het verdoven de middel wacht) als voor de uitwer king daarvan (de „onpersoonlijke" toe ziende camera). Bovendien spreekt uit die produktie nergens een duidelijke vrouwelijke benadering van de zaken. ,,Cléo de 5 a 7" daarentegen is een vi sueel gedicht geworden, zoals alleen een vrouw dat kan maken. Fijngevoelig tot in het subtiele en tot in détails doortrokken van grote aandacht voor schijnbaar onbelangrijke dingen, die in het kader van het geheel uitgroeien tot tragische symbolen van een onafwendbaar noodlot. Agnes Varda vertelt niet zozeer een verhaal dan wel een innerlijke situ atie. En als zodanig is „Cléo de 5 a 7" ook niet zomaar een film geworden, maar het in beeld gebrachte proces, dat zich voltrekt in een vrouw, die van het ene in het andere uur gecon fronteerd wordt met de zekerheid, dat ze kanker heeft. [uist het feit, dat Agnes Varda er niet een verhaal van gemaakt heeft, brengt de toeschouwer dichter bij de hoofd persoon ,Cléo, wier dodelijke angst hij van minuut tot minuut voelt groeien en wier verbijstering hij deelt als de waarheid aan het licht komt. De aan dacht voor het gewone werkt niet af leidend, maar wordt integendeel van essentieel belang binnen het toene mend gevoel van onbehagen en vrees. Agnes Varda heeft niet volstaan met het simpelweg rangschikken van een hoeveelheid goed geschoten beelden. Nee, haar shots zijn stuk voor stuk etappen op weg naar een volledige in nerlijke bewustwording, geen AFbeel- dingen, maar zichbaar geworden ge voelsleven. In het beperkte kader van een krantenartikel is het moeilijk een prachtige film als deze volledig tot haar recht te laten komen. De grote kracht ervan schuilt nl. direct in de vorm geving, d.w.z. in de manier, waarop de regisseuse met verrassende camera bewegingen, met decors en met geluid suggereert, symboliseert, kortom een nieuwe tragisch-schone werkelijkheid oproept. D fe actrice Corinne Marchand vertolkt in de film het zangeresje Cléo dat tot voor kort het oppervlakkige leventje heeft geleid van bekende chanteuse. Plotseling echter wordt zij voor de opgave gesteld een nieuwe vreselijke werkelijkheid die nl. van ongenees lijk ziek te zijn in haar leven te inte greren. Zij moet haar angst overwin nen en in het reine komen met zichzelf, een nieuwe houding zoeken tegenover het leven, dat twee uur geleden nog zijn gangetje ging, maar dat nu met één slag ingrijpend en blijvend ver anderd wordt. In het gezicht van de dood moet Cléo haar masker afrukken om te kunnen zien wie ze in wezen is. Ze moet het zoete, warme leven om armen, terwijl haar wereld ineenstort. Agnes Varda heeft de innerlijke om wenteling in de jonge vrouw met heel veel talent en met groot gevoel voor visuele beweging aangeduid. Even boeiend als oorspronkelijk weet zij in een trefzekere combinatie van vele kleine onderdelen een grote ontroe rende film te componeren, die alleen al om zijn voorbeeldige vormgeving sterk de aandacht verdient. En hoewel zij in de figuur van haar hoofdpersoon geen enkel religieus besef heeft gelegd, Het frivole leventje van het zange resje Cléo neemt een tragische wending. Hoe zal zij een nieuwe houding kunnen bepalen? Links op de foto Corinne Marchand als Cléo. is zij toch humaan en vrouwelijk ge noeg om het meisje Cléo een uitgespro ken positieve houding aan te laten nemen. In het zicht van het einde zoekt en vindt de zangeres nl. het wezen lijke contact, dat haar tot dan toe altijd heeft ontbroken en dat geeft haar de kracht haar lot te aanvaarden. Camenvattend kunnen we zeggen, dat de Frangaise Agnes Varda zich met ..Cléo de 5 h 7" ontpopt heeft als een dichte res met de camera, wier talent zó groot is, dat haar zeker alle gelegenheid ge boden moet worden zich in nieuwe films te verwezenlijken. Zoals gezegd is het vrijwel onmogelijk hier ook maar bij benadering de kwaliteit van Agnes Varda en haar jongste film aan te ge ven. Maar dat kan alleen maar reden zijn om „Cléo de 5 a 7" te gaan be kijken, bij de eerste gelegenheid, die zich voordoet. BERT VAN OOSTERHOUT Het Nieuw Rotterdams Toneel heeft een van de laatste maar ook onbekendste stukken van Shake speare, de tragi-comedie „Kimbe lijn" op nieuwjaarsdag in de Rotterdamse schouwburg ten doop gehouden. Men kan van een waagstuk spreken, want dit, in 1610 geschreven koningsdrama is misschien wel het slechtste stuk dat de grootste Engelse toneel- dichter-dramaturg heeft gemaakt. De uiterst gecompliceerde intrige ram melt aan alle kanten (de laatste acte moet gered" worden door een paar geesten en de Romeinse god Jupiter, die de volmaakt uit de hand gelopen handelingen op de planken weer in de juiste banen leiden), de karakters met uitzondering van de voornaamste rol Imogeen zijn vluchtig en slordig afge werkt en het geheel is te langdradig om blijvend de aandacht vast te hou den van het publiek. Men kan zodoende begrijpen, dat het succes van Kimbelijn van tevoren he lemaal geen uitgemaakte zaak behoeft te zijn al is het dan honderd maai een stuk van Shakespeare. Dat Kimbelijn bijna nooit gespeeld is wekt nauwelijks verwondering. De gaten, die ,,Cymbeline" hier en daar vertoont, zijn niet gemakkelijk te ca moufleren, maar toch biedt het stuk ook goede rollen, de hoofdrol, Imogeen, dochter van Kimbelijn, is een van de mooiste rollen uit de toneelliteratuur. De verzen van Shakespeare zijn van haast ongekende poëtische kracht. Het hele stuk ademt een warme menselijk heid uit, toont begrip voor de dwaas-1 heden van de mensen en stelt bovenal een humor ten toon, die hartverove- rend is. Het succes is het NRT niet zomaar in de schoot geworpen. Men heeft zeer hard moeten werken om een enscene ring te krijgen, die de nadruk legde op de goed speelbare feiten, maar die toch niet zo realistisch mocht zijn, dat de soms wat valse romantiek, de sprookjessfeer en de pathetiek van verschillende figuren in de lucht kwa men te hangen. Bovendien moest de meeste aandacht besteed worden aan de tekst en, dus aan de dictie, want juist de verzen zijn een van de mooiste onderdelen van het stuk. De handelingen op het toneel werden daarom zoveel mogelijk be perkt om niemand af te leiden. Regisseur Richard Flink heeft voor de hem gestelde problemen een gelukkige oplossing kunnen vinden. Hij wist Imo geen tot de centrale figuur in het stuk te maken en in het laatste bedrijf, on danks het feit, dat hier de ene ont knoping na de andere wordt uitge speeld, een duidelijke climax te be reiken. Hij maakte in zijn voorstelling gebruik van enkele tribinetrapjes rond een draaitoneel. Hoewel deze trapjes na tuurlijk in alle scènes praktisch bruik baar waren, lieten zij toch teveel aan de verbeeldingskracht van het publiek over. Lia Dorana was in deze rol werkelijk grandioos. Zij was lieftallig, spits, vol humor, uiterst gevoelig en bovenal ver liefd zoals geen tweede vrouw. In Coen Flink als Leonatus vond zij een goede tegenspeler, die haar liefde voor hem inderdaad waar wist te ma ken. De man Jachimo werd gespeeld door Steye van Brandenberg, die wer kelijk als een duivelse huichelaar uit de hoek kwam. Een zeer mooie rol liet Rob de Vries zien. Hij speelde de plompe, arglistige Clottien, die even eens verliefd is op Imogeen, maar toch zijn eigenliefde op de eerste plaats stelt, met de juiste zwier en prallige omhaal van woorden. Het is niet doen lijk alle medespelenden te noemen, (ongeveer twintig, waaronder er ver schillende waren, die dubbelrollen brachten), maar toch moet Lo van Hensbergen genoemd worden, die een zeer rustige koning op de planken zet te, Rie Gilhuis speelde uitstekend de rol van intrigerende koningin. F. J. v. d. H. De Franse vereniging „Gens d'Images", die zich bezighoudt met de bevordering van de goede fotografie, looft jaarlijks een tweetal prijzen uit, de Prix Nièpce en de Prix Nadar. Voor 1963 is beslo ten de Prix Nièpce te internationali seren en dus ook fotografen buiten Frankrijk te laten mededingen. De or ganisatie voor Nederland is in handen gelegd van De Geïllustreerde Pers n.v„ Stadhouderskade 85 te Amsterdam. De staatssecretaris van onderwijs, kunsten en wetenschappen, mr. Y. Scholten, heeft een commissie benoemd die zich zal bezighouden met de voorbereiding van een heruitgave van de Catalogue Raisonné van het werk van Vincent van Gogh door J.B. de la Faille, De eenakter Bietje Bietje van Maurits Sabbe is door Joris Diels tot een li bretto bewerkt, dat zaterdag 12 janu ari de première beleeft in de Kon. Vlaamse Opera te Antwerpen. De bal- letsoli worden gebracht door Rosa Brent, Paula de Schepper, Jacqueline Verhaert en Erik Peter. Zangsolist is Antoon Lamet. Bietje wordt gebracht door Angèle Geerts. Verder spelen mee Kamiel Lampaert en Jan Stroobants. De regie heeft Johan van der Bracht. Anton van de Velde, „Beeldekens uit het leven van Sint Franciscus" van Michel de Ghelderode en „Lucifer" van Vondel. Ook de film is niet vergeten. Roland Verhavert roept herinnering op aan de expressionistische film van Robert Wie- ne: „Das Kabinett des Dr. Caligari", Tenslotte is er nog een bijdrage van Jan van Damme, waarin wel wat veel i^M=^—eag i i ii i - herhaald wordt van wat we op vorige bladzijden al gelezen hebben. Een be zwaar is ook, dat er weinig eenheid in de bijdragen bereikt is en dat de me dewerkers elkaar nog al eens tegenspre ken. In de „Ontmoetingen" is o.a. de lijk rede opgenomen, die Jozef Storme bij het graf van Louis Sourie, heeft uitge sproken. De gebruikelijke, altijd zeer goed verzorgde, rubrieken completeren het geheel. Dat ook dit nummer weer zeer fraai en overvloedig geïllustreerd is, behoeft geen betoog. De typografi sche verzorging door de firma Lannoo te Tielt - Den Haag verdient de hoogste lof. De eerstvolgende aflevering zal ge wijd zijn aan Italië. WILLEM v. d. VELDEN Lia Dorana en Coen Flink in een scène van het slechtste toneelstuk van Shake speare: Kimbelijn. Mathias Wieman in de titelrol van Anouilhs „Général Quixotte" ,Als zijn stem door de radio klinkt, ver geet men de alledaagse dingen. Hij is een prediker van de moderne stijl en toch spreekt hij zonder pathos. Hij is tovenaar, die het gegeven is, door zijn stem en stemming het duistere uit onze harten te bannen". Aldus karakteriseerde de Nobelprijs winnaar Hermann Hesse de Duitse toneelspeler en voordrachtskunste naar Mathias Wieman. Wieman, een sublieme vertolker van karakterrollen zowel op het toneel als in de film, heeft de laatste tijd de glans van het voet licht ingeruild voor dg dankbare ver ering, die een grote schare toehoorders hem als de „meester-verteller" toe draagt. Toen hij het verhaal van Hem- mingway „De oude man en de zee" voor het eerst in de radio voorlas, was de weerklank zo groot, dat een stroom van aanbiedingen, deze novelle op tournees voor te lezen, hem bereikte. Verzen van de dichter Paul Gerhardt, sprookjes van Grimm, romantische, stille, tere en wijze gedichten van Brentano, Graf Platen of Friedrich Rückert de interpretatie van Wie man ontneemt deze stukjes traditie het onmoderne, verouderde. Zijn taal wordt niet overstemd door het lawaai van onze tijd, omdat zij uit het hart opwelt. En wat zegt de zestig jarige Wieman er zelf van? ,,Men moet het wagen, mensen aan te spreken. Het is de moeite waard aan het goede te geloven".

Krantenbank Zeeland

de Stem | 1963 | | pagina 13