Vijl eeuwen strijd tegen het water Grote rampen in vroeger jaren i Wat te Hansweert werd verwacht voltrok zich te Kruiningen onrnma 2 Geslagenmaar niet rote ftrci/im vmpon mensen P oppenkast En iedereen luisterde.... Zweeds prinsesje gedenkt ons land Burgemeester van Kruiningen vertelde ons hoe het ging H DE DOLLE MUSKETIERS DAGBLAD DE STEM VAN MAANDAG 9 FEBRUARI 1953 icofd Stop dat branden op Uw maag! BIJ HOEST EN KEELPUN ®M*Shocp SLUM-OPLOSSEND te ging ge- van de erdaz "en n bescha- Walcheren. zij het voor het eeds ver eweringen ren. is de moet U- voord. twee :t! 20 uur: De •rgte. ieter 11 45 eerberichten; 12.50 Koer- ramofoo ''nu- Grair>ofocn_ Nieuws; 17.10 nor de kleu- 17.50 Bck- muz,ok: 18.30 ;cuws; 1 P.40 •liberie; 20.00 2 Gramoloon. 21.51 Om- 15 L ch*e nu- k; 22.55-2C 00 N EEN GEBIED aan zee- en riviermonden gelegen, waar de mens zich vestigt, werken twee krachten, die voortdurend met elkaar in strijd zijn: wat het water poogt te vernietigen, wil de mens trachten te behouden Aldus opent Dr. J. Klok het zevende hoofdstuk van zijn studie over de Zuidhollandse eilanden Voorne en Putten. Van de betoonde kracht en moed in oeze zware strijd, geeft die beschrijving der hier volgende waterrampen van A. van Zeewalden in De Linie een indruk. 1421: St. Elisabeth's vloed TNE DOORLUCHTIGE naam van St. Elisabeth. Landgravin van Thü- ringen. zal voor altijd verbonden blijven aan een stormvloed, die, om trent haar feestdag in de kerkelijke kalender 19 November de om geving van Dordrecht en West-Bra bant teisterde. De ramp maakte een klassiek gezegde voor de zoveelste keer waar: ongelukken komen niet alléén, doch in stoeten! Want nauwe lijks een half jaar tevoren, was het ontluikend Amsterdam grotendeels in rook en vlammen opgegaan. Ieder kent de Biesbosch, gelegen tussen de Nieuwe Merwede en de Amer Deze verzameling moeras, wa ter en killen, wordt thans geleidelijk ingepolderd en ontgonnen. Maar bij de aanvang der vijftiende eeuw vormde de kleine archipel van eilanden een deel der Zuid-Hollandse Waard, met de aloude Merwedestad Dordrecht als belangrijk centrum. Nu en dan vonden er kleine dijk breuken plaats, door de bewoners snel hersteld; maar zij vormden de repe tities. welke de grote tragedie inleid den die van November 1421. Want toen bezweek, onder de ran gelende vlagen van een N.-W.-storm, de dijk, die het water buiten de Grote Waard moest houden. Achter die dijk bevond zich vruchtbaar wei- en bouwland. Er waren ridderhofsteden, ambachten en heerlijkheden, en, naar men leest, een zeventigtal parochies. Niemand minder dan Wagenaar be richt, dat er zeventig dorpen ten gron de gingen, maar nieuwere schrifturen stellen dit getal op ongeveer twintig. Mensen en vee kwamen in de golven om. en zelfs Dordrecht liep gevaar. Waar eerst welvaart en arbeidzaam heid heersten, ontstond nu het water van de Biesbosch, met zijn eindeloze grienden, schorren en rietvelden. II*"! In die bewogen dagen is de legende ontstaan van de wieg, het kind, en de kat, welke het drijvend geval in even wicht wist te houden. Het overstro mingswater stuwde de wieg naar wat nu de Kinderdijk heet, de dijk van de Alblasserwaard langs de Noord. Hoe dan ook, de baby vervolgt de legende een bloedkoralen kettinkje met gouden kruisje om de hals, kreeg „Beatrix" als naam: „de Gelukkig- makende!" „Tot maagd, opgewassen, huwde zij met Jakob Roeromwiens na komelingen aanzienlijke betrekkin gen in Dordrecht bekleed hebben. Vele der oudste en aanzienlijkste, ook adellijke geslachten uit de Waard, maren door deze geduchte ramp tot armoede gebrast en moes ten buiten 's lands dienst zoeken, of hier hun brood bedelen". 1570: Allerheiligenvloed LIET WAS alweer de zo noodlottige Noordwester, die toen onze vege kusten geselde, en het water over de duinen joeg. De catastrophe van November 1421 werd overtroffen, Friesland en Groningen geleken bin. nenzeëen; duizenden inwoners verlo ren het leven, duizenden anderen ge raakten tot de bedelstaf. Het over- stromingswater bedreigde Leeuwar den, Sneek, Franeker en zelfs Gronin gen. Evenals bij de grimmige ramp, die ons dezer dagen zo smartelijk treft, zochten veel mensen hun toevlucht op nokken en bomen, hetgeen helaas, niet kon verhinderen, dat volgens de be kwame historicus Pieter Bor het is verschrikkelijk dit neer te schrij ven twintigduizend mensen al leen reeds in het Noorden des lands om het leven kwamen. ,,'t En bleef er nog niet bijl" Want de waterwolf zette zijn tanden ook in de Krimpenerwaard, terwijl bijv. te Soheveningen ruim honderd huizen onder het geweld van binnenstromend zeewater instortten. Ook, evenals thans, moesten Zeeuwse en Zuid-Hol landse eilanden het geducht ontgelden. De Hondsbossche Zeewering, zo ge noemd naar 't dorp Hondsbósch, dat in 1421 verdronk, bezweek op ver schillende plaatsen. De Braakman, de inham van de Westerschelde, Oost- en West Zeeuwsch-Vlaanderen scheiden de, maakte van de gelegenheid ge bruik geducht om zich heen te grij pen. J Bij die dramatische gebeurtenissen onderscheidde zich de Spaanse stad houder, Kolonel Robles, wie de be langen van zijn .gewest immer voor ogen stonden. Zo liet hij het Kolonels- diep graven, tot betere verbinding tus sen Groningen en Leeuwarden. Nog thans maken jaarlijks een 12.000 sche pen van dit vaarwater gebruik, dat de herinnering aan de vijandelijke gouverneur levendig houdt. Te zijner eer prijkt óók een monument: de Ste nen Man, op de dijk nabij Harlingen. Robles bood persoonlijk honderden vluchtelingen de behulpzame hand en preste schuitenvoerders en hopliên de ze ongelukkigen metterdaad alle ge mak en gerak te geven. Ja, te Brussel wist hij voor zijn gewesten een jaar onthfefing van belastingen te ver werven. Op last van Robles verliep het her^ stel der waterkeringen en dijken zó vlot, dat men eind 1571 weer met een gerust hart kon gaan slapen. Terecht tekent Wagenaar aan; „Robles, Heer van Billy, die bin nen Groningen geboodt. aeedt, toen 't weer na twee dagen toat bedaard was, grooten dienst met het bergen van luyden. die, hier en daar, op hoogten geklauterd waren, en met honger, koude, en doodsgevaar wor stelden: 't welk hem, te vooren niet wel gezien bij de Gemeente, elks agting verwierf gelijk hij selfs ook sijn eigen persoon daarin niet heeft verschoont noch gespaert". De Spaanse Kolonel Robles, liet het leven bij een kruitontploffing in 1576. Onze Minister-President tekende in zijn korte rede van Maandagavond jl. het water nu eens als vriend, dan weer als vijand. De ontboeide wind, de reuzenstem van de Noordwester, de baldadige stormvloed, mogen hui zen, bomen en gebouwen wegvagen zoals de hand van een kind domino stenen, diezelfde krachten kunnen óók.behouden, en dit alles ont trekken aan gevaar. Wij denken dan allerminst aan een „dubbele vloed", een springtij, maaraan een dub bele eb. In onze Vaderlandse geschie denis is éénmaal van dit natuur verschijnsel sprake. 1673: Dubbele eb! LJet was in het jaar ,toen twee gro te koninkrijken, Frankrijk en En geland, voor ons rood-wit-blauw de trotse vlag moesten strijken. De vijandelijke vloten wilden troe pen aan land zetten op de Hollandse kust, om daarna onze Republiek de vrede te dicteren. „Het roer der vloot, der Staten rechterhand", de Zeeuw Michiel de Ruyter, trachtte hun dit te beletten. Het gedonder van het ge schut klonk boven het klokgelui uit, dat de kustbewoners tot gebed opriep. Ver in het land gromde de barse stem van het scheepskanon. Toen het nu leek, dat de sterke overmacht in haar opzet zou slagen, trad een ebbe in, die het zeewater uren langer dan gewoon lijk deed aflopen. Een dichte mist, de „zeebrand", als een wolkenbank over de duinen nade rend, deed de rest om een landing aan de Zuidwestkunst te bemoeilij ken. De „dubbele eb" had. volgens de volksmond, de vege Republiek gered! (Aug. 1673). 1894: Kerstvloed „\Y/ie onzer de stormvloed van 22 December 1894 heeft doorleefd", - schrijft de bekende historicus Joh. H. Been - „moet gevoeld hebben, hoe daar in het Westen een onweerstaanbare macht was, die al maar water op stuwde, lang over het getijde heen!" - Wanneer we oude dagbladen uit die dagen naslaan, in „platte" opmaak, zonder „koppen" de mensen had den toen blijkbaar tot lezen nog tijd! gaat het in hoofdzaak over vissers schuiten te Scheveningen, die „met akelig gekraak tegen malkander te pletter sloegen", en waarbij zekere stuurman Kuyper het leven liet in de golven, „nalatende een weduwe met vijf kinderen". Van 135 schuiten gin- gen er 20 totaal verloren; 50 onder vonden schade. „Algemeen was de weemoed bij het gadeslagen van deze ramp." De jeugdige Koningin Wilhel- mina, vergezeld van freule v. d. Pol, beklom „een steile zandhoogte" om de ramp in ogenschouw te nemen. „Zelfs het paviljoen van de Prinses von Wied bleef niet gespaard." Te Rotterdam voeren roeibootjes door de stad ,over de Grote Markt, en langs Erasmus' standbeeld een en ander „tegen billijke vergoeding". Heren uit de „Soos" lieten zich met deze scheepjes naar huis roeien; „er werd tot twee gulden betaald voor een plaats". Twintig centimeter hoger dan de hoogst bekende stand, rees het water bezuiden de (voormalig) Hoog straat. Om de varenden wat te ver warmen, schonk hier en daar „een dochter van een slijter, de rokken op gebonden", een glas cognac! Te Utrecht stortte een pand in gelijk, bij zulke gelegenheden, een huis ooit heet. De Maasdijk bij Maas sluis bleek het nèt nog op het nip pertje te kunnen houden. Te Papen- drecht verging een zeilboot met drie opvarenden. Erger bleek een scheeps ramp nabij Egmond, die een twintig tal mensen het leven kostte; „de ka pitein had nog nooit zulk verschrik kelijk weer meegemaakt". „Als vissersplaats zal Egmond later bezwaarlijk meer kunnen meetellen", concludeert de correspondent; zo ernstig was er de ravage! Te IJmui- den keilde de storm steenblokken van 10.000 kilo „als keisteentjes" over de straat. Ook langs de Zuiderzee le den mensen en hun have belangrijke schade. 1916: Januarivloed é~\udere landgenoten zal de Januari- vloed van 1916, gedurende de Eer ste Wereldoorlog ongetwijfeld nog heugen. De belangrijkste schade richtte toen de voormalige Zuiderzee aan, waar enkele dijken de strijd te gen het water opgaven. Maar even eens werden die gedenkwaardige 13e Januari de streken rond Rotterdam door de Noordwester geteisterd; de ramp kostte enkele tientallen mensen het leven. Zware regens en stormen deden de rivieren buiten haar oevers treden. Bij Durgerdam stuwde de zee over de dijk. Talrijke boeren verlieten met hun vee de ondergelopen polders en zochten veiliger oorden op. Vooral het karakteristieke Marken moest het zwaar ontgelden. Menige „paalwo ning" werd gekraakt. „Niet minder dan zestien personen", schreef in die dagen het weekblad „De Prins" „zijn omgekomen; velen van have en goed beroofd. Voor barmhartiggn valt hier veel te doen; wij hopen, dat ze diep in de beurs zullen tasten". Een foto laat een geheel omgslagen Markense woning zien, waarbij ouders met twee kinderen vergeefs redding hadden gezocht. „Ondanks de wreede beproeving en hartverscheurende to nelen, legde de bevolking een bewon derenswaardige kloekheid van geest aan de dag". Zaandam kreeg het eveneens te kwaad evenals Amersfoort, Elburg en de Anna Paulownapolder. De kerken van Monnikendam kwamen beschik baar voor het onderbrengen van vee; er waren daar gaten geslagen in de zeedijk van tientallen meters breedte. „Onberekenbaar" noemt het geïllu streerde weekblad de aangerichte schade. Wij bezochten zelf Bunschoten en Spakenburg in die bewogen dagen, de schilderachtige dorpjes, welke on der de doorbraak van de Eemdijk aan zee hadden te lijden. De botters ble- ken zwaar gehavend; de woningen eveneens. Merkwaardig was, dat het water zelfs na een week nog een ho ger punt op die peilschaal bereikte. Dat werd Volendam noodlottig: Zon dag, de 23e Januari, speelden de gol ven daar de baas. Koningin Wilhelmina betoonde zich in die dramatische dagen een echte Landsmoeder; waar zij maar kon, beurde zij de getroffen Noordholland se bevolking op. Prinses Juliana moest al vroeg aan overstromingsrampen wennen; op een titelpagina zien wij haar, in gezelschap van haar Moeder, als klein meisje Schellingwoude be zoeken. Onze voorouders maakten op de Al lerheiligen vloed het volgende rijmpje; „Neptunus en Boreas Boos in haar treecken, Hebben op alleheilige dag Menigen dijck duersteecken." „Het lant dat beangstigt was, en aal niet gantsch verduystert worden", lazen onze voorouders in hun Bijbel Eenmaal, het is gebleken na zo meni ge watersnood, komt alles weer goed. Binnen twee dagen was in Zweden een bedrag van een millioen Zweedse Kronen voor de slachtoffers van de watersnood in Nederland bijeenge bracht. Het gehele Zweedse volk leeft mee met onze langenoten, die zo zwaar getroffen zijn. Een bijzondere wijze van offeren is georganiseerd in het stadje Koeping in Midden Zweden. Op Zaterdag en Zondag moeten alle voetgangers, die een van de zes bruggen in het stadje passeren, een budrage geven voor het fonds dat gesticht is voor de hulpverlening aan Nederland. De foto toont ons Prinses Christina, die de bijdrage van haar haar schoolkameraadjes overhandigt aan de Nederlandse gezant te Stockholm, de heer W. A. A. M. Daniels. WAN DE ZANDDIJK naar Kruinin- gen ligt de rijksweg Bergen op Zoom, voor het grootste deel van de dag onder water. Alleen hij eb is het dorp met vrachtwagens of tractoren te bereiken en valt er een stuk van de dorpskom droog. Door de verdronken polder rijden we met het convooi, dat dagelijks van het achtergebleven huisraad gaat redden wat er nog te redden valt, want ook hier zijn er hyena's die profiteren wil len van een andermans ellende. Van ver zien we al het verwrongen gezicht van het eens zo riante en wel varende dorp, dat zich met elan had weten op tewerken tot het verzor gingscentrum van Oost Zuid Beve land en dat na de oorlog met hele nieuwe woonwijken was verrijkt. Van de vriendelijke woningen langs de rijksweg is weinig vriendelijks meer over. Het aanstormende water heeft de gevels gebeukt, stukken eruit geslagen en soms finaal afgerukt. Wat eens ge zellige huiskamers waren, vol intimi teit, zijn nu desolate spelonken, waarin na iedere opgekomen vloed het don kere water klotst, alles aanvretend en verterend. De dorpskom lijkt een haast verlaten oord, met bemodderd straatdek. Men ziet er behalve de mensen, die wat huisraad naar buiten sjouwen, alleen enige politie-mannen en een enkele gemeente-employé, die ambtshalve moet blijven. Ook burgemeester Vogelaar heeft zijn post niet verlaten. Goed ingeduf feld, gestoken in waterlaarzen, houdt 'hij de leiding in handen en legt voort- Advertentie) leem 'n paar Renni»* Met een pak Rennies in huis ie bran dend maagzuur, eigenlijk geen pro bleem meer. Nog vóór het branden begint, kunt ge de pijn opvangen. Eén of twee Rennies laten smelten op de tong dat is alles. Rennies zijn één voor één hygiënisch verpakt; ze sma ken lekker en fris. 605-oo (Van rEKER, het - onze onderwijsmedewerker) maal zo trots oo ziin ClJffers was nu een hij geen gelegenheidonbenutZt spreekkame,\da» gebruik van te maken er gewlcht>g Vroeger was het altiirt geweest, als er een bezoeker klvervelende affaire de schooltijd. Cijffers moest dbT opdagen onder verzoeken, op een ander uur terne t" °£wel wel moest het gesm-eic komen; of- werkt in de schoolgang, met één313 Worden afSe" één in de gang. oor ln de klas en Met kinderlijk genoegen za» fers dus om kwart voor twaalf eei^hjn'l110 Cijf" de speelplaats naar de schooldeur staooen v °w klonk beslist zwierig, toen hii „nt i pp En het later zijn gast Iresprak: J "kele ^"tokken „Och, meneer Kusters. hebt u misschien ogenblikje? Ja? Wilt u dan even wacMen in d» spreekkamer? Laatste deur links tv v twaalf uur direct bij u." om Vergenoegd slapte Cijffers ziin klas nen en beëindigde zijn les. ln" ET bleek tenslotte toch weer een klagende va der te zijn Zoon Kees bracht slechte ciifers mee naat huis. Toegegeven, hij was waWu" Hij knoeide er zo maar wat op los. Maar deed de school nu werkelijk wel al het mogelijke? Kees had een straffe hand nodig, begrijpt u. En Cijffers hield zijn zoveelste pleidooi voo-r de bek'//aamheid en toewijding van zijn collega's. Hij sprak met overtuiging, want de feiten gaven hem daar recht toe. Vader Kusters luisterde wel willend toe. Totdat, temidden van Cijffers' woordenstroom, het woord „onderwijsvernieuwing" viel. Toen ver anderde de aandachtige uitdrukking op het ge zicht van de bezoeker plotseling in een droeve glimlach. Spottend zei hij: „Vernieuwing? Allemaal poppenkast, als u 't mij vraagt. Gewoon, ouderwets onderwijs, meneer, daar viel iets van te leren." „Maar meneer Kusters „Och kom toch! Hier, terwijl ik zit te wach ten, blader ik terloops in dit tijdschrift. Een vak blad. als ik het goed begrijp. Hier .alstublieft, leest u zelf! De poppenkast, als vruchtbaar leermiddel! Bah, wat een vertoning. Jan Klaassen in de klas! En dat heet dan zeker onderwijsvernieuwing?!" Het klonk als een verpletterende beschuldi ging. De wapens waren immers gesmeed uit de eigen vakpers van het onderwijs. „Meneer Kusters, luistert u nu eens. U ver staat het verkeerd, als u denkt, dat we kermis in de klas willen houden. Dat poppenspel moet door de kinderen gespeeld worden, om er iets van te leren." „Iets van leren?! Volgens mij zijn de avontu ren van Katrijn weinig verheffend!" „Maar u begrijpt het verkeerd!" riep Cijffers uit. „Er komt geen Jan Klaassen aan te pas. Er worden allerlei poppen gemaakt en dan voeren de kinderen daarmee een spel op uit de bijbel, of een verhaal uit hun leesboek of ze spelen een gebeurtenis uit de geschiedenis." „Onzin", bromde papa Kusters. „In heel wat minder tijd kan de onderwijzer zo'n verhaal ver teld hebben." „Maar de popenkast houdt de aandacht meer gespannen en de kinderen onthouden alles veel beter, vooral als ze zelf hebben meegespeeld. Bo vendien krijgen de spelers een prachtige oefening in het spreken. Ik kan me voorstellen, dat bijvoor beeld de spreektoon door dit middel sterk verbe teren kan." Somber staarde Kusters de onderwijs-man aan. Achterdocht en twijfel lagen op zijn gezicht te lezen. „Dus", zuchtte hij, „als ik het goed begrijp kan Kees in zijn klas ook binnenkort zo iets ver wachten?" „Dat is nog niet gezegd. Deze moderne mid delen zijn bij sommigen een succes, bij anderen een mislukking. Ieder moet de middelen gebrui ken, die hem het beste liggen. Tot nu toe is de poppenkast op deze school nog niet gebruikt." „Maar het zou dus kunnen komen?" „Het zou kunnen, ja", beaamde Cijffers. „Wat een tijd, wat een tijd", zuchtte vader Kuslc.s en slapie naar huis. durend de nodige contacten voor het definitief herstel dat weer komen moet. „Nu zy'n we geslagen", zegt hij, „maar versagen doen we niet". DE ZWARTE ZONDAG. "Toch is er bewogenheid in zijn stem, wanneer hij de herinneringen aan de zwarte Zondag van 1 Febr. ophaalt, 's Nachts om half twee werd ik op gebeld door de commandant van de Kruiningse brandweer, die vertelde dat de noodtoestand te Yerseke was afge kondigd. De storm die om mijn huis bulderde deed me begrijpen, dat dit geen loos alarm geweest kon zijn. Ik belde de havenmeester te Hansweert op. die echter geruststellende berichten gaf; de peilschaal bij de sluizen ver toonde nog geen abnormaal hoog cij fer. De gedachten dat er iets ernstigs dreigde kon ik maar niet van me af zetten en ik belde de politie op om eens te gaan kijken naar de Veerhaven te Kruiningen. Nauwelijks kon dit ge beurd zijn of weer ging de telefoon het was ongeveer 2,15 uur. 't Was de Hansweertse havenmeester die zei dat er plotseling een noodtoe stand was ontstaan door het geweldige opzetten van het water. Ik liet de brandschel in werking stellen om de branweer te alarmeren en belde de douane en de technisch ambtenaar van het waterschap Kruiningen op. Den kend dat te Hansweert het gevaar het grootst was, liet ik me daar heen rijden. Inderdaad kwam het water over de dijk en nam stukken van de binnen zijde mee. Het verdedigingswerk werd terstond georganiseerd en alles werd in het werk gesteld om het gevaar te be zweren. Teruggekeerd te Kruiningen hoorde ik weer dat de coupure bij de Veerhaven doorgeslagen was. De brandschellen werden weer aangezet en de klokken geluid en iedereen naar de dijk gestuurd om te proberen die te houden. Om drie uur werd onder stroom geconstateerd en uit Hansweert kwamen ook alarmerende berichten. EéN ZEE. VT/eer reed ik naar Hansweert om de situatie op te nemen en aanwijzin gen te geven en daarna weer naar Kruiningen, maar komend bij de Zand dijk was het al één zee daar inmiddels behalve de coupure ook de gehele dijk bij de Veerhaven bezweken was. Krui ningen was niet meer te bereiken en begrijpend welk gevaar er dreigde reed ik naar Kapelle om hulp en om materiaal; vooral vragend om zwaar hout, als baddings, voor het maken van vlotten. Terugkomend bij de Zanddijk waren echter al verschillende onver schrokken kerels bezig, om met haas tig ineengeslagen vlotten de mensen uit de woningen aan de Zanddijk te redden." Oók de geëvacueerde jeugd uit Zierikzee in het noodziekenhuis van hot Roode Kruis te Zeist aanhoorde de woorden van H. M. de Koningin. Oók de oudjes onder de evacué's, ondergebracht te Zeist. Het zijn de 8li- jarige weduwe Schout-Ringenberg uit Zierikzee (rechts) en de 75-jarige weduwe J. Veltman-Overbeke uit Nieuwekerk, onder de hoede van een Roode Kruls-zuster. .Rn tenslotte bijna aüe Nederlandse geztaaeck AdvertentÉ) Later op de dag wist de burgemees ter een motorboot te krijgen om naar het dorp Kruiningen te varen. Er stond een ontzettende stroom en in normale omstandigheden zou de burgervader't nooit gewaagd hebben om de tocht te maken. Doch nu aarzelde hij niet. Hij stelde zich in Gods handen en voer uit. Zelfs in de hoog gelegen dorpskom bleek het water nog twee meter te staan. Na de situatie verkend en met bewondering gezien te hebben hoe de schippers uit Yerseke met doodsver achting het reddingswerk verrichtten, koerste hij nog even langs de eigen woning, om een groet toe te wuiven aan zijn vrouw en zoon, die natuurlijk in ongerustheid over 't lot van hun man en vader zaten en zelf hun toevlucht hadden moeten zoeken op de zolder. Later zijn zij behouden uit de woning gehaald, waarvan een hoek was weg geslagen. De burgemeester wilde zijn mensen niet meer verlaten. VEEL SLACHTOFFERS Tn de panden van „de Spar", waar ve len heen gevlucht waren, koos ook hij domicilie. Er heerste onder de sa mengepakte mensen een grote nervosi teit en hoewel zelf ook allesbehalve gerust, heeft burgemeester Vogelaar alles in 't werk gesteld om de mensen te kalmeren, door hun de redding te be loven, die inderdaad gekomen is voor de meesten. Het aantal slachtoffers is echter helaas groot. Het officiële cijfer is 12, maar zal dichter bij de zestig liggen, meende de burgemeester. Vele huizen en boerderijen zijn ingestort en pas later zal blijken, hoeveel slachtof fers daar nog gevonden worden. On geveer honderd huizen hebben het be geven en vele anderen zijn zwaar of licht beschadigd. Erg is ook dat al 't vee in de polder verdronk. De „Gekro" te Hansweert kan het vernietigen van cadavers bijna niet aan en nog zitten hele stallen vol. Bewondering had de burgemeester voor zijn ingezetenen, die doen wat ze kunnen en zich niet laten neerslaan door de ramp welke over hen kwam. Zeer gesterkt zijn ze door het bezoek van Prinses Wilhelmina en ook door de van alle zijden spontaan geboden hulp. In dit verband memoreerde de burgemeester de adoptie door Apel doorn, het werk der marine-mensen en het detachement rijkspolitie uit Winschoten, dat de bewaking helpt uitvoeren. Lang ,lang zal het evenwel duren eer Kruiningen van de nu geslagen w.onden hersteld zal zijn. Ziehier de oplossing van het raadsel, dat we u in ons nummer van Zaterdag jl. hebben voorgelegd; Suske, Wiske, Lambik en Tante Sidonie gaan welgemoed een nieuw avontuur tegemoet. Met de degen trekken ze ten stryde voor alles wat goed en edel is en hulpbehoevend. En eendrachtiglijk trekken ze op tegen alle slechterik ken die hun pad kruisen. Morgen zullen wtf U op de be kende plaats de hoofdfiguren van het nieuwe verhaal voorstellen.

Krantenbank Zeeland

de Stem | 1953 | | pagina 3