CORSETTEN De koning kwam. DE ZWARTE VLEK OOSTBU R G FILMNIEUWS Mierengif. E SCHAKEL ALGEMEEN NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR WEST ZEEUWSCH-VLAANDEREN 8e jaargang Nummer 384 Vrijdag 30 MEI 1952 Drukkers-UitgeverijFirma SMOOR DE HULSTER - Dorpsstraat 10 - BRESKENS - Telefoon 27 - Giro 358296 Verschijnt iedere Vrijdag Abonnementsprijs f 1,per kwartaal; franco per post f 1,15 Prijs der advertentiën 10 cent per m.m.; bij abonnement korting Advertenties met „brieven onder nr. of bij ons te bevragen", 10 cent extra Niet dat we onze laatste koning ooit van aangezicht tot aangezicht aan. schouwd hebben. Toch echter kunnen we ons levendig de beroering voorstel len, eens, lang geleden, gewekt door het bericht in het landje bezuiden de Westerschelde: „de koning komt". Hoe wij in onze tijd vol van nuch tere denkbeelden ook vergelijken gaan met dingen van weleer, nog is de be koring daarvan wat ons eens als ver ering en stil ontzag door 't jonge ge moed kon varen. Dat ondefinieerbare, toen we het vlaggelied hadden geleerd te zingen „O, zoon van Neêrland kent ge mijne kleuren," of wel„De koning leev'." 't Was zo in de tijd, dat nog in de avond van 's vorsten verjaardag de brandende teerton het enige vuur werk was op ons dorp, of een arm zalige voetzoeker. En een paar jaar later hadden wij, jongens, het zover gebracht, dat we een oud pistool be machtigd hadden, een zware roestige voorlader, met welks barre schoten we de stille, schaars verlichte Dorpsstraat deden daveren, trekkend van de Kijk uit naar Hotel van Alphen aan 't an dere eind. Daar op de hoek was nog een schare „op de beurs" aanwezig vanwege „koniengsverjaardag". En dan klonk soms een zware mannestem „Jongens, bedankt voor jullie saluut schoten hoor Hoe heerlijk eenvoudig lijken de dingen van toen bij die van nu Vele jaren voordien was het, dat de roep door het land gegaan was„De koning komtDe schok bracht de mensen gewoonweg van de wijs, wat soms tot uitdrukking kwam bij de haastig georganiseerde feestelijkheden. Het was in Mei 1862, dat ook Hoofdplaat en IJzendijke met een be zoek van koning Willem de Derde ver eerd zouden worden. Zijne Majesteit zou met de statiesloep het Hoofd plaatse haventje binnen stevenen, waar aan de kaaimuur onder de gebruikelijke erepoort doch op minder practisch ge kozen plaats, de statietrap wachtte om te worden betreden door de hoge be zoeker. Met een flinke vaart joeg de koninklijke sloep het haventje binnen en trachtte snel wendend aan de trap aan te leggen. De manoeuvre mislukte door de geringe breedte van het vaar water. Toen werd getracht het vaar tuig over de andere havenzijde naar de trap te koersen. Hierbij moest zo dicht langs de havendam gehouden worden, dat de roeiriemen in de slag de stenen raakten en hier en daar splinterend een veer moesten laten. FEUILLETON 7. door NIEK VAN DER ZWAAN. „Het deed me werkelijk veel genoe gen te constateren, dat U me niet ver geten hebt ondanks het feit, dat we elkaar maar even ontmoet hebben in de trein". De aangesprokene lachte verlegen. „Och, het betekent niet veel. Ik vond het prettig voor U en bovendien vond ik het fijn voor het personeel, ziet U? Een van Uw drukkers is een oom van me en wij, Willemspoorters, zagen wel, dat Pons het niet lang meer had kunnen bolwerken. De oorlog heeft hem een geduchte knak gegeven. Mis schien, dat hij in Canada wat meer geluk heeft „Er zijn in ieder geval meer moge lijkheden dan in ons landje". „Mag ik U vragen, hoe het U be valt in onze stad?" „Dat kan ik nog moeilijk zeggen. De attenties van de verschillende in a iC- o o° MEDISCHE Langestraat 38 a Nogmaals mislukte de manoeuvre. Intussen was door het inmiddels ge rezen water het de vorst mogelijk ge worden een eindweegs verder haven- inwaarts kalmpjes op de kaaimuur te stappen, terwijl de losbarstende jubel zich als een bezwerende macht over het pijnlijke incident legde. Zijne Majesteit „nam" get geval glimlachend. Maar de erepoort boven de statietrap als overmand door schaamte en te leurstelling kwam plotseling uit haar lood en zeeg in een dwaze zwaai lang zaam neer om als een onschone treur wilg op een paar meter boven de kaai muur te blijven hangen. De noodlot tige gebeurtenis greep - uiterst geluk kig toeval - juist plaats, nadat Zijne Majesteit vertrokken was omstuwd door een juichende menigte. Een erewacht van boerenzoons te paard zou de vorst naar IJzendijke gegeleiden. Het door een dubbel span felle paarden getrokken vorstelijke rij tuig snorde weg in snelle vaart. Het werd een zware rit voor onze landelijke ruiters. Maar ze gaven geen krimp, zetten de tanden op elkaar en bleven trouw achter het rijtuig aan- galopperen. Zijne Majesteit scheen behagen in de flinke kerels te hebben. En wellicht ook - in de stille verbeten wedstrijd. In suizende vaart ging het voorwaarts tot nabij IJzendijke het vorstelijke rijtuig een heetloper kreeg. Rook sloeg er uit een der wielpotten. Er werd vaart geminderd. Het eindpunt was bereikt. En de ruiters? Bestoven, bezweet, met de wijde witte broeken door de wrijving op de natte paarderuggen op geschoven tot boven de blote knieen, zij hadden aardig schik in het geval. Zij hadden zich niet laten kloppen. En Zijne Majesteit Lachend zei de hoge bezoeker„Nu, rijden kunnen de kerels; dat is zeker". Toen volgde de blijde intocht in IJzendijke. Rest mij nog een bijkomende ge beurtenis te verhalen. Voor een lid uit het gevolg des konings eindigde dit bezoek nog in een idylle. Bij de voor stelling van de voornaamste notabelen van IJzendijke aan Z.M. en gevolg maakte bedoelde autoriteit vluchtig kennis met de beminnelijke dochter van een dezer ingezetenen. Het werd een liefde op het eerste gezicht met het charmante gevolg, dat kort daarna gezetenen, waarvan ik natuurlijk nog haast niemand persoonlijk ken, hebben mij wel getroffen en deden me goed. Overigens heb ik tot nu toe nog geen tijd gehad om de stad eens te bekij ken en daarom wilde ik deze avond er voor benutten". „Och," antwoordde De Rooy, „voor iemand die uit Utrecht komt, is Wil- lemspoort onbelangrijk. Een heel ge woon stadje, zoals je er twaalf in een dozijn vindt. Misschien vindt U het hier op de duur wel heel vervelend, tenzij U kans ziet om hier in te bur geren. Het valt in de regel niet mee om als vreemdeling in Willemspoort er in te komen, weet U?" „Dat kan ik me wel voorstellen. Maar ik heb voorlopig toch veel werk en daarmede zal ik mijn tijd wel kun nen vullen. Alleen bevalt het hotel leven me niet. Ik zou wel een goed, degelijk pension willen hebben in de stad. Maar dat zal, gezien de huidige woningnood, niet gemakkelijk gaan". De Rooy dacht een poosje na. „Nee, dat zal inderdaad niet meevallen. U zoudt natuurlijk een advertentie ineen bedoelde algemeen geachte jongedame IJzendijke verliet als de gevierde bruid. L. B. Op de laatste keuringsdag in Westelijk Zeeuws-Vlaanderen werden ook te Retranchement de jaarlijkse voorjaars- premiekeuringen gehouden. In deze kleine gemeente viel de keuring wel bijzonder mee. Gezien de in de voor afgaande keuringen opgedane ervaring wat betreft de hoeveelheid aangevoerd vee, kan de aanvoer te Retranchement een verrassing genoemd worden. De kwaliteit van het aangevoerde vee was zeer goed, zelfs de zo zeer gewenste kopnummers ontbraken niet. Bij de eerste kalfskoeien was Dora, eig. J. P. Vercauteren, een goed kopnummer met 80 punten. Bij de tweede kalfskoeien had Juliana 36, eig. J. A. Poisonnier, 81 punten. De derde kalfskoeien be schikten over het goede kopnummer Doortje, eig. P. J. Vercauteren. De vierde kalfskoeien bestonden bijna alle uit goede kopnummers. De oudere koeien hadden r kopnummer, n.l. Marie, eig. P. J. Vercauteren. Het jonge vee, waarop de hoop gevestigd is voor de toekomst en waaraan met vrij grote zekerheid de ontwikkeling van de vee fokkerij wat betreft kwaliteit is af te meten, was zeer goed. De uitslagen waren als volgt Eerste kalfskoeien. 1. Dora, eig. J. P. Vercauteren, 80 p.; 2. Erna, eig. F. J. Poisonnier, 79 p.; 3. Frieda, eig. P. J. Vercauteren, 78 p.; 4. Minke, eig. H. Provoo, 74 P- Tweede kalfskoeien. l. Juliana 36, eig. J. A. Poisonnier, 81 p.; 2. Gretha, eig. A. de Meij, 79 p.; 3. Ada, eig. J. Dekker, 79 p.; 4. Bles, eig. J. A. Poisonnier, 78 p.; 5. Ida, eig. Gebr. Basting, 78 p.; 6. Caba, eig. J. Basting, 77 p. Derde kalfskoeien. 1. Doortje eig. P. J. Vercauteren, 80 p.; 2. Inka, eig. J. F. Scheele, 79 p.; 3. Elza, eig. J. P. Vercauteren, 78 p. Vierde kalfskoeien. 1. Doortje, eig. E. Almekinders-Vercauteren, 82 p.; 2. Corry, eig. J. P. Vercauteren, 81 p.; 3. Lizette, eig. S. van der Sluis, 801/3 p.; 4. Melda, eig. W. Dekker, 80I/3 p.; 5. Nelly, eig. Gebr. Basting, 80 p.; 6. Bruna, eig. P. J. Ver cauteren, 79 p. Oudere koeien. 1. Marie, eig. P. J. Vercauteren, 82 p.; a. Emma, eig. J. P. van Cuijck, 79 p 3. Emma, eig. A. de Meij, 78 p.; 4. Emma, eig. H. Provoo, 77 p. der bladen kunnen plaatsen, maar of dat in het onderhavige geval het ge wenste resultaat zal opleveren, staat nog te bezien. De Willemspoorters zijn niet zo erg op pensiongasten. Maar ik zal mijn voelhorens eens uitsteken. Ik ken natuurlijk een massa mensen in de stad". „Als U het doen wilt, graag," accep teerde Wijnandse, „en alstublieft heel eenvoudig. Ik prefereer een gezellig millieu, als het kan met huiselijk ver keer". „U hoort onmiddellijk van me, als ik iets weet, mijnheer Wijnandse". Na een hartelijke groet gingen bei den weer verder. Daan de Rooy liep de brug over naar de singel, waar hij woonde. Naast de woning was een grote tuin, waarin een keur van be kende en uitheemse bloemen nog in volle bloei stonden. Daan liet met een liefkozende blik zijn ogen gaan over deze kleurenpracht. Hoe hield hij van deze tuin Hij trad de grote huiskamer binnen, bromde een groet en ging op zijn plaatsje bij het raam zitten. Zijn jong Kalfsvaarzen. 1. Rika, eig. Gebr. Basting; 2. Jopie, eig. A. de Meij; 3. Grietje, eig. J. P. Vercauteren; 4. Witte Bles, eig. Gebr. Basting; 5. Jongema Dora 10, eig. J. A. Poisonnier; 6. Bonte Bles, eig. Gebr. Basting; 7. Saartje, eig, J. P. van Cuijck; 8. Aafke 10, eig. F. Basting; 9. Rika, eig. J. C. Smit; 10. Juliana, eig. den Hamer. Tweejarige vaarzen. 1. Juliana II, eig. Z. C. Brakman; 2. Eva, eig. L. de Regt; 3. Barkwerd Gilde, eig. F. J. Poisonnier; 4. Wimpie, eig. H. Provoo; 5. Tirese, eig. H. Provoo. llh jar'ge vaarzen. 1. Fokje II, eig. Z. C. Brakman; 2. Sophie van Grietje, eig. Gebr. Basting; 3. Clazina, eig. J. P. Vercauteren; 4. Lena, eig. A. de Meij; 5. Magda, eig. A. de Meij; 6. Bertha, eig. J. Dekker; 7. Janke, eig. Z. C. Risseeuw; 8. Garda, eig. P. J. Vercauteren. Eenjarige vaarzen. 1. Juliana 37, eig. J. A. Poisonnier; 2. Anna, eig. Z. C. Risseeuw; 3. Gilda, eig P. J. Ver cauteren; 4. Martha, eig. Almekinders-Masclee; 5. Bertje, eig. Almekinders-Masclee. 6. Magda van Lena, eig. J. P. Vercauteren; 7. Elza, eig. P. Luteijn; 8. Saartje, eig. A. de Mei; 9. Corry, eig. J. P. van Cuijck; 10. Corry, eig. J. de Smit; 11. Alida, eig. S. van der Sluis. „Louise Lotte" Luxor Theater te Bresker.s brengt U met de Pinksterdagen een prachtig programma. „Louise Lotte", de film waar men nog over spreekt. Temidden van de prachtige Alpen ligt een vacantie- oord waar eens per week de nieuwe logeetjes aankomen. Zo brengt deze vacantie twee meisjes tot elkaar, waar van naderhand blijkt dat zij de zelfde ouders hebben. De meisjes sluiten vriendschap en trachten hun ouders tot elkaar te brengen. Hoe dit gebeurd, kunt U ie Pinksterdag komen zien. Een zeer boeiend filmwerk, welke U niet gemakkelijk zult vergeten. „Moeder was actrice" Maandag 2e Pinksterdag„Moeder was actrice". Betty Grable doet weer haar best om U te amuseren en zeer zeker zal zij hierin slagen. Deze prach tige kleurenfilm is een warm en hartelijk verhaal uit de wereld van show, muziek, zang en dans. Bespreekt tijdig Uw plaatsen om teleurstelling te voorkomen. Na lang zoeken is de fa. J. de Vlieger Zn. te Breskens er in geslaagd een mierengif samen te stellen, dat alle mieren verdelgt. De samenstelling is van dien aard, dat het voor mieren een genotmiddel is, doch zij sterven er onherroepelijk aan. Het is niet schadelijk voor huisdieren, wel voor mensen, doch alleen als men er een grote hoeveelheid van zou binnenkrijgen. Het zal door bovengenoemde firma in de handel gebracht worden in poedervorm, ver pakt in cartonnen doosjes, waai op de ge bruiksaanwijzing vermeld staat, onder de naam „Mierengif Violet". ste zuster, die met verstelwerk bezig was, kwam overeind en schonk een kop thee in, dat ze hem zwijgend bracht. Daarna ging ze weer verder met haar werk. Daan trommelde wat met zijn vin gertoppen op de tafelrand en zei toen plotseling, zonder enige aanleiding: „Ik heb vanavond mijnheer Wijnandse gesproken, de nieuwe drukker". De oude De Rooy, die tot nu toe in de andere hoek bij het raam de krant zat te lezen, schoot z'n bril op het voorhoofd en legde de krant neer. „Wat vertel je nu? Hoe ken jij hem dan?" „Och," antwoordde de jongeman, een beetje verlegen, „ik heb hem laatst ontmoet in de trein en toen hebben v/ij wat met elkaar gepraat". „Ik wist heel niet, dat je die nieuwe drukker kende," mengde moeder De Rooy zich in het gesprek. „Kennen dat is niet het juiste woord. Hij is heel amicaal, zo in de omgang. Ik bedoel, als je zo met hem spreekt. Vanavond kwam ik hem le gen in de stad. Hij maakte een wan-

Krantenbank Zeeland

De Schakel | 1952 | | pagina 1