Wie zit er nu nog op een boer te wachten? Een ommekeer Het departement Zeeland van de Ne derlandse Maatschappij voor Nij verheid en Handel houdt samen met de Zuidelijke Landbouw Maatschappij (ZLM) vrijdag 3 mei in Zierikee een sym posium, gewijd aan de huidige proble matiek in de land- en tuinbouw. De inleiders, die in de Zierikzeese Con certzaal achter het spreekgestoelte zul len plaatsnemen, zijn: het PvdA-kamerlid ing J. P. C. M. van Zijl, drs H. H. Faber (lid van de Raad van Bestuur van de NMB Postbank Groep), ir. H. de Boon (lid van de algemene direc tie van Cebeco-Handelsraad), voorzitter drs F. A. Maljers van de Raad van Be stuur van Unilever, directeur mr M. J. Roos van het Centraal Bureau Levens middelenhandel en directeur prof dr ir L. C. Zachariasse van het Landbouw Eco nomisch Instituut. De opening van het symposium wordt om kwart over tien verricht door de com missaris van de koningin in Zeeland, dr. C. Boertien. Vandaag in de PZC een voorschotje. boeren aan zet DONDERDAG 25 APRIL 1991 Het agrarisch deel der natie mort. De overproduktie, de lage prijzen, de mestproblemen, de milieu- en landschapsbeschermers, de regeltjesmakers in Brussel en Den Haag; het boeren is er niet makkelijker op geworden. Het aantal landbouwers slinkt jaarlijks met twee procent. En als het zo doorgaat, waarschuwen de boerenvoormannen bij herhaling, overleeft tachtig procent van de landbouw niet. Maar wat dan nog; waarom moeten ze zo nodig blijven bestaan? In het krap behuisde Nederland nemen de boeren gigantisch veel ruimte in beslag, ze drenken het land in poep en pies, slorpen voor miljarden aan subsidies op en zijn nauwelijks nog van belang voor de vaderlandse voedselvoorziening; dat bloemkooltje kopen we toch gewoon van over de grens? „Eigenlijk", reageert de algemeen secretaris van de Zuidelijke Landmaatschappij (ZLM) spontaan, „is dit een onzinnige vraag." Maar Een half uurtje later draait hij bij: „Zo'n vraag dwingt je de zaak eens van een andere kant te bekijken." Op zoek naar het bestaansrecht van de boer anno 1991. De akkerbouwer: „Het is net zoiets als met de dijkverhoging; als er een overstroming is, roept iedereen dat de dijken moeten worden verhoogd. Nu er in dertig jaar geen ramp meer is gebeurd, denkt vrijwel geen mens meer aan dijkverhoging. Zo werkt dat ook met voedsel." Ik denk", weet ZLM-secretaris Oggel x f bijna zeker, „dat de jaren tachtig en negentig later in onze geschiedenisboek jes vermeld zullen worden als de periode van de grote ommekeer in de landbouw. Niemand zit nog op boeren te wachten; dat is de huidige tendens. De boer is in een heel ander daglicht komen te staan. Hij heeft niet langer de sympathie als voed selproducent. En als je mij vraagt: is de voedselvoorziening nog primair, dan zeg ik nee. Het is allemaal zo geregeld, dat we het ook ergens anders kunnen kopen. Na tuurlijk kun je aan allerlei calamiteiten denken, maar normaal gesproken: als de boeren in Nederland niet meer produce ren, eten we gewoon door. En de prijzen zullen niet of nauwelijks stijgen." Mr. Jan Oggel, patent in het pak, stuurt de witte BX soepeitjes over de kronkelige Puitsedijk op Tholen. Een prachtige dag in een prachtig landschap. Vanachter z'n zonnebril blikt Oggel waarderend om zich heen. „Dit is toch een plaatje?" Rechts grazen schapen. Links zoeken koeien in de schaduw van een rij hoge populieren enige beschutting tegen de zomerwarme lente zon. „Stel je nou toch 's voor, dat de land bouw uit Zeeland zou verdwijnen. Dat zou een regelrechte ramp zijn. Als de regering zou zeggen: de boeren moeten maar weg, zou het platteland compleet verloederen. Boeren zijn de dragers van de plattelands structuur; van het onderwijs, van het ver enigingsleven. Vergeet dat asjeblieft niet. En waarom is Zeeland zo'n mooie provin cie, waar je zo fijn doorheen kunt fietsen? Omdat links het graan groeit en rechts de bieten lekker groen staan. Dat is fantas tisch om van te genieten. Maar wie zou het landschap moeten onderhouden als er geen boeren meer zijn? De gemeenschap? Dat is niet op te brengen. En dê boeren doen het er gewoon even bij." Andere belangen Naar het gemeenschapscentrum De Meul- vliet gaat het; naar de installatie van de landinrichtingscomissie voor de ruilver kaveling Oud-Vossemeer. Oggel knikt. Zeker, ruilverkavelingen hebben in het verleden het Zeeuwse landschap niet overal goed gedaan. En het gebruik van bestrijdingsmiddelen, de mestoverschot ten, passen evenmin bij de rol van de boer als landschapsbeheerder. Dat mag zo zijn, geeft-ie toe, maar hoe ging dat? „Het ruil verkavelingsinstrument kwam na de oor log enorm in opmars. Nederland herrees, siëren natuurlijk. Maar we leven niet meer in de tijd van Ot en Sien, hoewel sommi gen wel graag willen dat wij naar die tijd terug gaan. Dan denken ze aan een koetje en varkentje." Licht schamperend: Dier vriendelijk noemen ze dat. Maai- het was vroeger ook allemaal niet zo diervriende lijk, hoor; tbc bij die koeien enzo, varkens die zó zwaar waren, dat ze hun eigen ge wicht niet meer konden tillen. Dat wordt tegenwoordig verheerlijkt - scharrelvlees. Maar het moet wèl zo goedkoop moge lijk." Over geld gesproken; de Nederlandse sa menleving betaalt miljarden om de land bouw overeind te houden. Nou, nou, nuan ceert Oggel. niet overdrijven; de Neder landse boer is niet zo'n enorme subsidies- lurper. Hij heeft het zich eens laten voorre kenen: iedere Nederlander draagt per jaar 200 gulden bij aan de instandhouding van de landbouw. „Dat is ietsje meer dan twee kwartjes per dag. Maar wat krijgt-ie daar voor? Een zeer gevarieerd voedselpakket tegen vrijwel constante prijzen; je kunt al les kopen wat je wilt. Waar praten we dan in hemelsnaam over?" Andere wegen Boordje los, het colbert nonchalant op de achterbank geworpen. De installatie ('niet de spannendste bijeenkomsten, maar wel een mooie gelegenheid om hier en daar een beetje bij te praten') in het ge meenschapscentrum De Meulvliet is ach ter mg. Oggel rijdt ontspannen over Schouwen-Duiveland terug naar kantoor. Als-ie zo 's om zich heenkijkt; hoeveel landbouwprodukten staan er niet die hij - pakweg tien jaar jaar geleden - niet of nauwelijks in Zeeland tegenkwam. Tien tallen zijn het er: suikermais, hazelnoten, bloembollen, bessen, noem maar op. „Wat nog nooit is gebeurd is. daarmee hebben we nu te maken: een structuureel produk- tie-overschot. Noch de politiek, noch de boeren zelf weten wat ze daarmee aan moeten. De boer ziet nog steeds kans de produkten die hij teelt, te verkopen. Al leen: door de overproduktie is-ie veel min der in staat daar een prijs voor te krijgen die hem in staat stelt voldoende in z'n le vensonderhoud te voorzien. En de maat schappij is het hartstikke beu om daar nog geld bij te leggen. Dus wat doet die boer? Hij zoekt andere wegen." Agrificatie is daarbij één van de tover woorden; teunisbloemen voor de farma ceutische industrie, graan als brandstof. Of hij kan omschakelen op groenteteelt. Het omschakelingsproces komt aarze lend op gang. Want het is makkelijker ge zegd dan gedaan. Leergeld Op Vredehof draait akkerbouwer Breure nadenkend een kolkje in z'n koffie. Over stappen op groenteteelt, hem niet gezien. Een kwestie van mentaliteit. „Je hoort steeds vaker: die boer moet 's van z'n trek ker komen. Maar dat wil-ie niet zo graag. Wij denken toch in het groot, wij denken in hectares. En in dat spul moetje in plan tjes rekenen. Ik zie mezelf daar toch niet zo gauw tussen staan; da's veel kruip en sluipwerk, een kropje sla met een mesje afsnijden. Da's toch een heel ander vak." Afgezien daarvan: „Ik denk dat omscha kelen erg moeilijk is. Je komt vaktechni sche problemen tegen; je kent het spul niet, dat moet je leren, je moet er cursus sen voor volgen. Maai- daarmee ben je d'r niet. 't Is net als met autorijden, als je pas je rijbewijs hebt gehaald, ben je nog geen goeie automobilist. Je zult veel leergeld moeten betalen, voordat je 's een keertje zover bent. En je moet niet alleen in ken nis investeren, er hoort ook een ander bouwplan bij, andere machines. Die ken nis kun je vrij makkelijk verkrijgen, als je daar tenminste wat moeite voor wilt doen. Maai- dat geld is een probleem. Wanneer je al aan de verkeerde kant zit, kun je niet meer investeren. Iemand die het redelijk goed ga'at, kan het zich permitteren om nieuwe dingen te proberen. Maar als je aan de onderkant zit, lukt dat gewoon niet, dan kün je niet zeggen: ik ga 's een witlofschuur zetten van een paar hon derdduizend gulden." Het gekke is, zuchtte Oggel een paar da gen eerder, dat de maatschappij op de een of andere manier de boeren als een soort apart beschouwt. „Dat is misschien een beetje eigen schuld. Ze zijn altijd gewend geweest hun eigen zaken op te lossen - de coöperaties, gesloten besturen. Misschien hebben ze de maatschappij er te weinig bij betrokken, we moeten niet meer zo in ons zelf gekeerd zijn. We zullen beter moeten vertellen waarmee we bezig zijn. Het wordt tijd, dat we 's af komen van dat ima go van subsidieslurpers. De boeren ma ken vier tot vijf procent uit van de Neder landse beroepsbevolking, tachtig procent van de Nederlandse grond wordt door boeren beheerd, als je daar een streep doorzet, haal je een onmisbare schakel weg uit het maatschappelijk leven. Dus: houd de boer in ere." Willem van Dam landbouw was nummer één; d'r was eten tekort geweest en we waren het er alle maal over eens: dat nooit meer. Daarover was geen enkele discussie mogelijk. Die discussie kwam pas op gang op het mo ment, dat de mensen gingen inzi,en dat het met de voedselproduktie wel góed zat. De boeren hebben het zó goed gedaan, dat een graanoogst in feite niet meer kan mis lukken. Nu zie je, dat de ruilverkaveling oude stijl z'n langste tijd heeft gehad. Nu worden ook heel duidelijk andere belan gen meegewogen: natuur, milieu, recrea tie. En natuurlijk vervuilt de landbouw. Net zo goed als de industrie vervuilt, de automobilisten vervuilen. Ook in de land bouw wordt hard gewerkt om de vervui ling terug te dringen. Alleen: dat is een proces. Er wordt nu nog vervuild, er zal morgen ook nog worden vervuild, maar het wordt minder." Vredehof 1632, staat er op het smeedijze ren hek van het akkerbouwbedrijf aan de Oostzeedijk tussen Kats en Colijnsplaat. Rinus Breure (38 jaar, lolaborstelsnor, le gergroen petje op het hoofd gedrukt, het forse lijf in een blauwig ruitjesoverhemd geperst) slentert met een tevreden blik achter het ruime brilmontuur- over het erf. „Alles zit in de grond. Nu maar wachten tot het er uit komt." Weeldeprobleein Zeventig hectare omvat het bedrijf. Rinus Breure is er opgegroeid. In de jaren zeven tig nam-ie het bedrijf van z'n vader over; hij teelt er aardappeien, tarwe, gerst, gras zaad, suikerbuiten, uien en vlas. Breure kan er hoofdschuddend over doen: „De voedselproduktie wordt tegenwoordig niet meer zo belangrijk gevonden, Maar da's een weeldeprobleem. Als er eenmaal genoeg is, wordt er niet bij stil gestaan dat er ook tijden kunnen aanbreken waarin het wat minder is. Het is net zoiets als met de dijkverhoging. Als er een overstroming is geweest, roept iedereen dat de dijken moeten worden verhoogd. Nu er in dertig jaar geen ramp meer is gebeurd, denkt vrijwel geen mens meer aan dijkverho ging. Zo werkt dat ook met voedsel. Maal laten we wel zijn: de lege schappen zijn nog steeds niet uit de wereld. En da's hier nog niet eens zo ver vandaan. Na de oorlog was het: we moeten zelf voor ons voedsel zorgen. Nu doen we het zo goed, dat er in derdaad voor hier ruim genoeg is. En dan is het blijkbaar niet zo interessant meer. Je zou inderdaad kunnen roepen: het graan kopen we in Amerika, de groenten in Israël. Maar als er in Nederland geen boeren meer zouden zijn, zou het er hier heel anders uitzien. Want wat ze bij ons tegenwoordig natuur noemen, is geen na tuur. Dat is gewoon cultuur van vijftig of zestig jaar geleden. Een poellandschap heet natuur, maar het is een cultuurland schap uit vervlogen tijden." Breure laat z'n vlakke hand ergens ter hoogte van z'n knie zweven; „Ik heb nog ergens een fotootje van toen ik zó klein was - een jochie van een jaar of twee. Op die foto sta ik op met acht man perso neel: een paardeknecht, een tweede paar- deknecht, een voorman, een eerste knecht, een tweede knecht, de arbeiders... En m'n vader? Die deed niks. Die was ma nager. Maar hij verdiende wèl net zo veel fotografie Wirn Riemens) als al z'n personeel bij mekaar. Dat kun je een sociale misstand noemen, maar zo was de tijd. Die grote boeren vormden een soort bovenlaag van de bevolking. En dat is nu beslist niet meer het geval. Zo'n be drijf als dit - als je er alles uithaalt en je houdt een modaal inkomen over, doe je het niet slecht." Ot en Sien Met de toenemende efficiency en mecha nisatie verdween het personeel en veran derde Vredehof. Breure wuift in de rich ting van het uienveld; daar was vroeger een weitje met bomen d'r in en wat koeien. De hegjes werden netjes geschoren. „Maar mensen, dat kan niet meer, dat kost schat ten met geld." Op de plek waar nu een paar pony's grazen, stond ooit het zeven tiende eeuwse woonhuis van Vredehof. De grote schuur is van 1873; daarin liggen de aardappelen opgeslagen, staan de trek kers, de eg èn de mestverspreider. „Je kunt wel zeggen: een boer vervuilt en zet moderne gebouwen neer die niet om aan te zien zijn - daarover kun je discus

Krantenbank Zeeland

Provinciale Zeeuwse Courant | 1991 | | pagina 25