eindsprint op de coolsingel. DM M OP DE DREMPEL VAN EEN NIEUW TIJDPERK voor sprinters geen genade VAN POPPEL MOET WINNEN PROVINCIALE ZEEUWSE COURANT Morgen (zaterdag) wordt de 29e wielerronde van Midden-Zeeland gehouden. Voor de 15e keer staan er beroepsrenners aan de start. Tevens is er een wedstrijd voor amateurs. In deze speciale PZC-bijlage informatie, interviews en achtergronden over en bij deze wielerwedstrijd. De tekst is van de PZC- redacteuren Peter de Jonge, Frits Bakker, Emiel Bootsma en onze medewerkers Peter Ouwerkerk en Wiel Verheesen. De foto's zijn van Cor Vos, Lex de Meester en Willem Mieras. rm standpunt ronddolen cowboys tij dr ij der sprinters uitstulping VRIJDAG'27 MEI 1988 f De finish van de Ronde van Midden-Zeeland in 1987: Van Poppel(r) verslaat Vanderaerden. Ve aankomst van de Ronde van Midden-Zeeland op de Rotter- Idamse Coolsingel. Het klinkt onwaarschijnlijk, maar het is :hterbij dan menigeen denkt. Want al zegt organisator Piet Lou ise op dit moment nog „dat hij daar in eerste instantie niet voor vinden is", de realiteit is dat hij volgende weekzodra de vijftien editie van de Zeeuwse profkoers geschiedenis is, aan de slag gaat te onderzoeken of de karavaan volgend jaar al door het hart van Maasstad kan trekken. Dat is namelijk een nadrukkelijke voor- larde van een nieuwe hoofdsponsor, die de wedstrijd wil adopte- iraits de wereldhaven wordt aangedaan. De PDM-ploeg van Jan Gisbers drukte een zwaar stempel op het voorjaar. De gedeelde equipe een sterke afvaardiging rijdt in de Ronde van Italië zal die invloed morgen op de Ronde van Midden-Zeeland niet kunnen uitoefenen. jewel de meeste leden van het elercomité van mening zijn t „Midden-Zeeland" voor de euwen is, vinden ze de worst e de kandidaat-hoofdsponsor kala) hen voorhoudt toch ook ;er te smakelijk om hooghar- ;het hoofd af te wenden. Daar- ee staat de Zeeuwse wedstrijd nds 1959) op de drempel van nnieuw tijdperk. PietLouwer- „We begrijpen best dat zo'n onsor geen liefdadigheidsin- elling is. De Randstad is voor :n een zeer belangrijk gebied i daarom is in het contract de lorkomst in Rotterdam een iiharde eis. Een ontbindende lorwaarde, net als de naams- iomding waarmee we minder oeite hebben want in de nieu- e naam zullen Delta en Zee- nd voorkomen." e finish in Rotterdam zou een gelrechte aantasting van het trakter betekenen. Daarvan is it organiserende comité wel 'ertuigd. Vandaar dat er stevig erd tegengestribbeld toen het iderwerp nog maar terloops r sprake kwam. Louwerse nam in ferm standpunt in. „Ik wil et wijken van onze opvatting at we de finish altijd in Zeeland illen houden. Zelfs de start wil- nwe niet prijsgeven." Hoe ab- iluut zijn „altijd" is, blijft een ?en vraag, want gaandeweg ït gesprek laat hij al een ope- ing naar revolutionaire ontwik- f'ingen als hij zegt: „Natuurlijk sb ik zelf ook al eens in die rich- ng gedacht, maar je moet 'iets stap voor stap doen." let de komst van een geldschie- if. die zich verplicht voor de uur van minstens drie jaar de enodigde financiën op tafel te 'ggen, gaat een langgekoester- e wens van het wielercomité in ervulling. Het jaarlijkse budget M enkele tonnen moet nu op ijzonder arbeidsintensieve ma- bij elkaar gescharreld wor st, Duizenden sandwichbord- s°P lantaarnpalen langs de he- 1 route, grote aankondigings orden opgesierd met reclame- 'tingen bij de in- en uitvalswe- en en een stellage met spandoe- en, zoals in Vlissingen te zien is. 'et zijn activiteiten die het ba lsbedrag, opgebracht door een antal hoofdsponsors, moeten anvullen. Dat kost een geweldi- s mankracht. „Maar zonder die "tiviteiten zou de Ronde van 'idden-Zeeland niet georgani- eerd kunnen worden. Wat dat «treft hebben wedstrijden als Amstel Gold Race en Gent- 'fvelgem het veel gemakkelij- er Die krijgen het geld min of aeer in de schoot geworpen, 'ok al omdat ze verzekerd zijn au een rechtstreekse televisie- uizending." inspreken ar hoewel het wielercomité pal V1_l staan voor het Zeeuwse pu- 'l'ek, geeft Louwerse volmon- "g toe dat een moderne organi- ator e'genlijk niet meer zonder Zijn snelle benen komen meestal langzaam op gang, maar dat is nog nooit anders geweest. Jean Paul van Poppel is in het voor jaar een sprinter met ge breken, die wanhopig op zoek is naar macht. Maar als de klassiekers voorbij zijn gaat alles weer van zelf. Zo rond deze tijd is de ongekroonde koning van de sprinters voor niemand meer bang. „Ik hoop ze in de Tour weer allemaal te verslaan", zegt hij vol strijdlust. Vroeger werd de sneltrein uit de ploeg van Jan Raas zelf ook nog wel eens moe deloos van zijn trage start. Dan werd zijn zelfvertrou wen ondermijnd, omdat de tijd ging dringen. „Ik maak me nu geen zorgen meer", zo verzekert de laatste win naar van de Ronde van Midden Zeeland. „Ze weten inmiddels allemaal dat mijn tijd nog komt." Jean Paul van Poppel: door een collega-sprinter ooit ge typeerd als „een kruitvat in de laatste kilometer". Zelfs ook voor Matthieu Her mans, dé sprinter van het voorseizoen, zal hij over een paar weken niet meer terug deinzen. „Hij rijdt goed, ja, maar dat zegt me niets", stelthij simpel vast. „Ik heb nog nooit echt een duel van hem verloren." De ras spurter van Jan Raas, woonachtig te Bilthoven, maakt zich kortom op voor de machtsgreep waar het wielervolk zo naar uitkij kt. Voor een treffen met zijn grote rivalen: Matthieu Her mans, Sean Kelly, Eddy Planckaert, en al die snelle finishers van het profpelo ton. Hij verwacht vooral toe te slaan in de Ronde van Frankrijk, omdat dat vorig jaar ook een beetje zijn wedstrijd was. Twee ritze- ges en de groene trui hield hij over aan het voor zijn doen zeer geslaagde optre den. Vooral dankzij het uit vallen van Kelly weliswaar, maar toch... Daar, voor het oog van mil joenen kijkers, kan de 25- jarige Jean Paul van Pop pel kennelijk wel uit de voeten, terwijl hij in de klassiekers vaak ronddoolt als een beginneling. Jan Raas maakte dit jaar zelfs maar sporadisch gebruik van zijn sprintkanon. „Het had geen enkele zin om mij mee te nemen", geeft hij zelf ook eerlijk toe. „We hebben genoeg jongens in onze ploeg die dat werk goed aankunnen. Wat moet ik er dan gaan doen, als ik er ver voor de finale al word afgereden." Macht tekort en geen mo raal. Dat lij kt de verklaring te zijn voor de lange inzin king tij dens de voorj aars- koersen. „Ik heb", zo voert Van Poppel aan, „al alles geprobeerd. Nu, tijdens de wintermaanden, ook weer. Ik heb me wezenloos ge traind, maar dat schijnt al lemaal niet te helpen. Vorig j aar rond deze tij d had ik twee koersen gewonnen en nu ook. De Ronde van Mid den Zeeland was m'n derde. Daar versloeg ik Eric Van- deraerden op de streep en vanaf die dag had ik vleu gels." Jean Paul van Poppel, die vier maanden geleden va der is geworden van een zoon, maakt zich ook nu geen zorgen. Hij voelt zo on geveer op elk klimmetje dat z'n benen sterker worden en heeft nu ook geen schrik meer van een razend tempo in de slotkilometer. Vóór 'de Tour' zal hij in topvorm zijn, verwacht hij. „Ik voel me nu al beter dan vorigjaar op de dag van de start. Toen ging het van geen kant, maar na een paar etappes was ik die in zinking teboven." Het verwijt is nog wel eens dat hij in massasprints het gevaar een beetje schuwt. Vorig jaar bijvoorbeeld, bij een aankomst van een Tou retappe, hield hij zich nog al opzichtig in na een val partij in zijn buurt. Zelf ontkent hij dat met klem: „Ik weet om welke sprint het gaat, er is later nog veel over gesproken. Maar ik heb die rit niet weggege ven, hoor. Ik zag dat ik niet meer kon winnen, toen heb ik pas achter me gekeken naar die valpartij. „Het was niet omdat ik niet meer durfde te sprinten", beweert Jean Paul van Pop pel. „Ik ben geen cowboy in de sprint, zoals ze van som migejongens zeggen, maar bang ben ik ook niet." Voor sprinters is geen genade, zo ziet hij zijn vak als broodrij der. „Ik móet winnen, dat is alles. En veel winnen is voor mij belangrijk. Ik ga naar de Tour om in de vlak ke ritten m'n slag te slaan." „Ze zeggen nu wel: jullie kunnen nooit beter dan vo rigjaar, maar dat wil ik nog zien. Ik verwacht grote din gen van onze ploeg, in de eerste plaats van Rolf Gölz, dat zie je aan 'm. Zijn kop staat goed, zeggen wij in rennerstaai. En op het vlakke hebben we een paar goeie gangmakers: Ni co Verhoeven, Jelle Nijdam, Ludo Peters.als die op kop gaan durft er niemand meer aan te vallen." Vier jaar geleden maakte Jean Paul van Poppel, die geboren is in Tilburg, de overstap naar de profs. Hij was redelijk succesvol als amateur, maar vond zich zelf niet het echte type van de sprinter. „Het klinkt misschien heel gek, ik was meer een tijdrijder. Ja, eer lijk, ik reed een tijdrit meestal tussen de snelste vijf. Dat sprinten is later eigenlijk pas gekomen. Ik won wel vaak als we met een groepje vooruit waren, maar nooit in een massa sprint." Hij wil het geheim, voor zo ver daar sprake van is, van de sprinter best prijsgeven. En voegt er gelijk ook aan toe: „Je moet niet denken dat sprinten zo maar aan te leren is. Ook niet van Jan Raas, nee. Hij zegt toch al niet veel over dat soort din gen, maar dat heeft ook geen zin. Ik sprint bijna he lemaal op gevoel en op kracht." „Ik kan, als ik goed ben, rustigmee blijven rijden, al les overzien en rammen als het echt moet", zo verklaart hij zijn eigen successen. Dat werd vorigjaar, onder meer in de Ronde van Midden Zeeland, weer eens bewe zen. En Jean Paul van Pop pel twijfelt geen moment: ook dit jaar zal hij de snel ste sprinters ter wereld niet uit de weggaan. hellingen overmoedig plegen te betitelen, wordt maar al te vaak geringschattend bekeken. Feit is dat Midden-Zeeland afhanke lijk is van de „elementen". Een lekker briesje vormt een moei lijkheidsgraad in het polder land. „Maar", waarschuwt de debute rende ploegleider Cees Priem, „het moet ook niet te hard waai en. Want dan valt het veld al vrij al snel uit elkaar en is het onbe gonnen werk om nog een achter volging te organiseren. Je merkt dat alle ploegen dan nerveus zijn, zorgen dat ze een renner vooraan hebben en als er een kopgroep weg rijdt tevreden zijn wanneer ze er iemand bij heb ben. Dan stapt het halve veld bij de eerste doorkomst in Goes af en dat is voor het publiek onbe grijpelijk. Maar wat heeft het voor zin om door te rijden voor een vijfendertigste plaats? Niets. Dus voor Midden-Zeeland is het te hopen dat het wel een beetje maar vooral niet te veel waait." Terwijl de grote omwenteling voor de deur staat herstelt de vijftiende profronde van Mid den-Zeeland enkele tradities in ere. De start op de Grote Markt in Goes bijvoorbeeld, nadat een aantal jaren Vlissingen en twaalf maanden geleden een sfeer- en troosteloos industrie terrein het vertrekpunt was van Zeeland grootste sportevene ment. De finishlijn zal weer wor den getrokken aan de Bergweg van Goes, waar het publiek ook al traditiegetrouw gratis de ve detten van de weg kan komen bewonderen. Vorig jaar eindigde de Ronde van Midden-Zeeland in een sprinters-feestje, met Jean Paul van Poppel als winnaar voor Eric Vanderaerden en Wim Ar ras. De finishers behoren op nieuw tot de grote kanshebbers, zeker nu het Zeeland ontbreekt aan regionale kanshebbers. Maarten Ducrot: „Winnen in je eigen provincie? Dat is ver schrikkelijk moeilijk. Ik heb dit jaar wel gezien hoe zwaar Rolf Gölz het had in de Henniger Turm. Dat geldt hier ook. Jan Raas is de enige die hem als prof gewonnen heeft en dat heeft hem enorm veel moeite gekost. Er wordt altijd extra op je gelet. Hoe ik het denk aan te pakken? Het wordt weer eens tijd dat ik de monsterontsnapping van stal haal, geloof ik. Er zijn al renners die daar dit seizoen een klassie ker mee gewonnen hebben", al dus de Middelburgse discipel van J an Raas, voor wie hij ook in 1989 zal rijden. Midden-Zeeland is een wedstrijd van een ander kaliber, maar ook hier is er een mogelijkheid om te scoren voor het FlCP-klasse- ment: de Douwe Egberts-pun- ten van het wielerpeloton, die aan het eind van het seizoen de individuele waarde van elke ren ner mede bepalen. Renners van het kaliber Laurent Fignon, Matthieu Hermans, Adrie van der Poel en Rolf Gölz zullen zich waarschijnlijk niet echt druk maken om hun klassering, maar voor de ploegleiders is elk punt er één en kan dat volgend jaar beslissend zijn wanneer een sim pele optelsom de twintig beste teams van de wereld moet aan wijzen, die tal van privileges ge nieten terwijl anderen tandenk narsend toezien hoe ze hun sponsor niet echt waar voor zijn geld kunnen geven. Op dat effect speculeren Piet Louwerse en de zijnen, een ver zameling hardwerkende lief hebbers die zich maanden in het zweet werken om bij te dragen aan de broodwinning van de ve detten. Het sterkst beschikbare veld brengen ze opnieuw naar Zeeland voor een wedstrijd die door invloeden van buitenaf uit z'n jasje aan het groeien is. Want dat het nu een kwestie is van consolideren of met het loslaten van principes letterlijk grens verleggend aan de slag gaan, is het organisatiecomité wel dui delijk. De identiteit is in het ge ding. Zeeland is zuinig op zijn ronde, maar Louwerse weet dat een te stevige omklemming op de lange duur verstikkend zal werken. de aanwezigheid van dat au- dio-visuele medium kan. „Wij hadden zelfs de toezegging dat de NOS dit jaar rechtstreekse beelden zou uitzenden van de Ronde, maar toen bleek dat het budget al met enkele miljoenen was overschreden werden er evenementen geschrapt en daar zaten wij ook bij. Nu wordt het een samenvatting van tien tot twaalf minuten. Misschien dat de kans op televisie groter wordt als je de finish in Rotter dam hebt. Aankomen in die stad zou, denk ik, internationaal ook meer aanspreken", aldus Lou werse. Voorlopig echter wil hij zo ver nog niet denken. Wél aan een passage van de Rotterdamse Coolsingel, die ook ai een in greep betekent in de traditie van Piet Louwerse met op de achtergrond de overige leden van het wielercomité. de de Ronde van Midden-Zee land. „Ik weet nog niet precies hoe de route gaat lopen, maar uitgaande van een start in Goes kun je via Middelburg, de Veerse Gatdam en de Oosterscheldeke- ring naar Rotterdam rijden. Als je dan terugkeert heb je er al tweehonderd kilometer op zit ten. Dan hou je nog zestig kilo meter over om door de Zak van Zuid-Beveland te rijden. Daar om zullen heel wat plaatsen, die we normaal altijd aandeden, de doortocht van de Ronde van Midden-Zeeland niet meer te zien krijgen. Dat betekent toch nog al wat. Het is trouwens de vraag of wel overal toestemming voor krijgen, want je hebt ver gunningen nodig van twee pro vincies en niet te vergeten van de stad Rotterdam." Hoe dan ook, de eerste stap is ge zet. Louwerse heeft zijn gedach ten al laten gaan over een con structie waarin de Ronde van Midden-Zeeland in zijn huidige vorm zou blijven voortbestaan en tevens recht gedaan zou wor den aan de eis van de nieuwe hoofdsponsor. „Door alle veran deringen met de komst van de wereldbeker kwam er ook een ploegentijdrit op de internatio nale kalender. Ik had het prach tig gevonden als die ploegentijd rit binnen het kader van onze ronde gehouden zou kunnen worden met bijvoorbeeld start in Rotterdam en aankomst in Goes, waar dan de volgende dag de Ronde van Midden-Zeeland zou starten. Maar voordat we zoiets konden ondernemen bleek een organisatie in Eindho ven die tijdrit al te hebben ge kregen. Dat begrijp ik niet goed van Hein Verbruggen. Volgens mij had hij beter eerst eens met bestaande organisaties kunnen praten." Onzekerheden over de toe komst, maar ook onzekerheid rond het heden. Pas vanavond weet Louwerse met een redelijke mate van zekerheid of de vedet ten die gecontracteerd zijn in derdaad zullen komen. „Dat is inderdaad een probleem, maar we gaan er van uit dat alles in or de komt zoals is overeengeko men. Ik ben nog nooit zo in mijn nopjes geweest met het deelne mersveld als dit jaar. Als je ziet tegen welke concurrentie we moeten opboksen: de Ronde van Italië, de Ronde van Ara- gon. Geen kleine wedstrijden en dan kun je alleen maar trots zijn als je zo veel toppers kunt bren gen. Welke organisatie heeft een veld zoals wij. De Grote Prijs Wielerrevue? Dat is niet meer dan een trainingskoers. Als ik zie hoe daar grote renners met het trainingspak aan fietsen denk ik: zo zou het voor mij niet hoeven." Maar de Grote Prijs Wielerre vue, die daags voor de Omloop Het Volk (eerste zaterdag van maart) wordt gehouden, trekt door een landstreek waar de aardkorst hier en daar een uit stulping vertoont, die in Zee land volledig ontbreekt. En een koers zonder „bergen", zoals or ganisatoren zelfs hun kleinste

Krantenbank Zeeland

Provinciale Zeeuwse Courant | 1988 | | pagina 27