PROVINCIALE ZEEUWSCHE COURANT ZATERDAG 22 NOV. 1941 Vijf minuten babbelen tien bonnen weg!! Vijf maanden strijd aan het Oostelijk front. De slag in Noord-Afrika. Met Duitschland tegen het kapitalisme. ABONNEMENTSPRIJS 1 19 ct. per week of 2.42 per kwartaal Franco per post 2.63 per kwartaal Afzonderlijke nummers 5 cent ADVERTENTIEPRIJS Van 15 regels 1.65. Iedere regel meer 33 cent. Bij abonnement speciale prijs. Kleine advertenties van 15 regels 0.65. Iedere regel meqr 11 ct. (max. 8 regels.) „Brieven, of adres bureau van dit blad" 10 cent extra. WAARIN OPGENOMEN DE MIDDELBURGSCHE, VLISSINGSCHE, GOESCHE EN BRESKENSCHE COURANT UITGAVE DER FIRMA'S F. VAN DE VELDE JR. EN G. W. DEN BOER POSTREKENING 359300, PROVINCIALE ZEEUWSCHE COURANT, MIDDELBURG Dit jammer bestaat 8 bladzijden. uit DirectieP. van de Velde, F. B. den Boer 184ste JAARGANG NUMMER 275 HoofdredacteurJ. C. Visser, Vlissingen De BUREAUX van de Provinciale Zeeuwsche Courant zijn gevestigd te: VLISSINGEN Redactie en Admini stratie Walstr. 58-60. tel. 10 (2 lijnen) Redactie na kantoortijd telefoon 578 MIDDELBURG Londensche Kaai 29 Redactie -telefoon 269. na kantoortijd telefoon 825, Administratie telefoon 139 GOES Red. en Admlnistr. Turfkade 15, tel. 2863, na kantoortijd tel. 2476 OOSTBURG Redactie en Admini stratie Breedestraat 45, telefoon 102 SOUBURG Kanaalstraat 45, teL 85 BRESKENS Dorpsstraat 85. teL 21 AANGESLOTEN BIJ HET BUREAU VOOR PUBLICITEITSWAARDE. INGESTELD DOOR DE VEREENIG1NG „DE NEDIRLANDSCHI DAG De monumenten van Middelburg. Bij bet verschijnen van dr. Unger's nieuwe boek. Er wordt een nieuw Middelburg opge bouwd een Middelburg, dat wat zijn stadsplan betreft, in veel zal afwijken van de hoofdstad, zooals vrij haar gekenxi heb ben, een stad echter, die, zal het goed zijn, de. herinnering aan wat verging, ook voor het nageslacht zal weten levendig te hou den. Maar die herinnering zal eerst waar lijk levendig kunnen zg'n, wanneer men zich de waarde van wat verloren ging steeds scherper bewust wordt. Dan ook eerst zal de herbouw van Middelburg naar de oude motieven en naar den trant, die het ka rakter van onze hoofdstad bepaalden meer worden dan een imitatie, meer dan een al- of niet-geslaagde copy. Dan wordt hét herbouwde Middelburg een stuk geconcretiseex'de volkskracht. Het is stellig ,niet zoo, dat het welslagen van dezen nieuwbouw mag worden afgemeten uitsluitend naar raam- en vlak-verdeeling. Wanneer één opmerking in het zoo juist verschenen boek van den stadsarchivaris, dr. W. S. Unger, „De monumenten van Middelburg" ons welkom is, dan is het die over den Abdijtoren „Zal onze tijd in staat z\jn tot een prestatie, als waaraan de overigens weinig bekende Pieter Graaf schap op zoo waardige wijze voldeed en aan het oude gegeven, als vroeger, leven worden gegeven naar de vormspraak van dezen tijd, of zal men ook hier niet verder komen dan een repristinatie van oude vormen?" Deze probleemstelling is niet slechts van belang voor het herstel van den Middel- burgschen Langen Jan, zg geldt voor den herbouw in zijn geheel. In de architectuur van het nieuwe Mid delburg moet de welvaart in dit geval misschien juisteV de energie van de inwoners haar weerspiegeling vinden. Energie, welke ook hierin haar uitdruk king vindt/ dat het grootsche verleden de bezielende kracht is om tot nieuwe wel vaart op te klimmen. De adeldom van dit verleden legt verplichtingen op, die wel licht te zwaar toeschijnen, maar die te lichter te vervullen zijn, wanneer in de geheele Middelburgsche gemeenschap het besef levendig wordt, dat hier een natio nale zaak op het spel staat. Het is waar, deze opdracht is niet uit te voeren, zoo daar geen wisselwerking is. Een wisselwerking, welke tot het zuiver materieele althans voorloopig te her leiden is. Deze samenhang is onontkoom bare voorwaarde voor het welslagen der ideëele doelstellingde schoonheid van Middelburg tot nieuw leven te wekken. Daarom, het zij in dit verband nog eens met klem gezegd Nederland versta zijn plicht tegenover Middelburg. Nederland blijve niet belangstellend toeschouwer, om later met zijn grage critiek voor den dag te komen. De herbouw van Middelburg, inderdaad hij is niet een kwestie van geld alleen, maar wil de stad niet worden tot een mu seum van vervalschingen, doch een levende stad, waarin de sprake van onzen nationa- len roem voortleeft, dan kan deze herbouw slechts een zaak zijn, welke het geheele volk aangaat. Is deze voorwaarde vervuld, wellicht dat dan het woord, dat dr. Unger citeerde „die abdie is veel schoonder opghetimmert dan ze te voren oyt was", voor de geheele nieuwe binnenstad zal kunnen gelden. Het zal misschien een vrome wensch blij ken, maar voor de benadering van dat ideaal, is het prachtige werk over de Mid delburgsche monumenten, dat zoojuist van de pers kwam een voortreffelijk hulpmid- Middelburg had voor zijn grootendeels vergane schoonheid bezwaarlik een op rechter- bewonderaar, voor wat behouden bleef bezwaarlijk een betrouwbaarder gids, voor het herstel, geëigend voor de behoeften van dezen tijd, bezwaarlijk een warmer pleitbezorger kunnen vinden, dan den stadsarchivaris. Want zijn verhaal is geen dorre opsom ming van wetenswaardigheden en curiosa, het is een boeiend relaas van iemand, die gegrepen werd door de zinrijke schoon heid van onze hoofdstad en die zich met de overtuiging van zijn geheele persoon lijkheid er toe heeft gezet, de herinnering daaraan niets slechts levendig te houden want dan onderscheidde dit werk zich niet van andere maar bovenal om de waarde van deze geestelijke erfenis nader te brengen tot allen, die in meerdere of mindere oppervlakkigheid "aan dit alles voorbij plegen te gaan. En daarmede hun geestelijken achtergrond zien verhullen achter de overleggingen van iederen dag. En juist'nu, terwijl de Middelburgers als gemeenschap geplaatst zijn tegen over dezen enormen ophouw-arbeid, juist op dit oogenblik komt dr. Unger deze schoonheid opnieuw onthullen. Daar zal ongetwijfeld bij menigeen een schrrjning zijn daar is in het leven van de Middel burgsche gemeenschap iets stuk gesla gen maar uit dezen gemeenschappe- lijken nood kan de gedachte aan nieuwe samenbundeling van krachten opbloeien. Inplaats van uit de werkelijkheid te vluch ten en te trachten op welke wgze dan ook dit verlies te vergeten. Wij mogen in dit verband wel herinneren -aan het diep-ernstige woord van Middel- burg's burgemeester op 17 Mei van dit jaar, toen hij de raadsleden om zich ver- eenigde in de voormalige vierschaar „Laat ons trachten, dien geest van samen werking en saamhoorigheid, die er was in de eerste tijden na den ramp, zooveel mo gelijk te behouden en te versterken. Dan kan de wederopbouw slagen". Dr. Unger's werk werd voordat het oor logsgeweld zich aan onze hoofdstad vol trok, op stapel gezet, maar de omstandig heden hebben ertoe geleid, dat, hoewel niet in opzet, dit boekwerk in zijn uitwerking en in zijn strekking meer is geworden dan een cultuur-historisch geschrift. „De mo numenten van Middelburg" is een waarde volle bijdrage voor de verwezenlijking van het ideaal, dat de burgemeester op 17 Mei van dit jaar stelde. Daarvan kan dr. Unger's boek toch niet worden losgedacl\t, het is element geworden in den wederop bouw. Een zeer belangrijk element, wijl daardoor de vergane schoonheid nader wórdt gebracht tot hen, die haar zagen verpulveren en die daarin nader tot elkan der zgn gebracht. Het is niet de bedoeling, dit boek op zijn wetenschappelijke kwaliteiten te toetsen. Het gezag, dat de archivaris van Middel burg als wetenschappelijk vorscher geniet, is een voldoende waarborg, om dit werk te aanvaarden als een van groote cultuur historische waarde. En zulks temeer, waar de schrijver zich niet in allerlei spitsvon dige overleggingen en critisché oordeel vellingen omtrent vroegere hypothesen heeft be'geven, dan waar de aanleiding er toe voor het grijpen lag. Zijn waarde als cultuur-historisch geschrift ontleent het werk bovenal hieraan, dat het de schatten van het verleden voor den belangstellenden leek ontsluiert. Dit boek van Middelburg wil in de eerste plaats zijn een boek voor Middelburg en voor allen, wien het wel en wee van onze Zeeuwsche hoofdstad ter harte gaat. Zoo spreekt dit werk ook tot de Zeeu wen in het bijzonder, wier pronkjuweel de hoofdstad is en blijft, ook al werd zij van haar luister ontdaan. Dit alles in de herinnering levendig te houden, dat is voorwaarde om van Middel burg weer Middelburg te maken. Wij mogen dr. Unger van harte dankbaar zijn, dat hg ons deze belangwekkende bij drage tot het herstel van de hoofdstad heeft geschonken. Zgn bezonken oordeel, ook waar hg hier ea daar het eigenlijke herstelwerk aanstipt, kan op dit herstel een wezenlijken invloed uitoefenen. Want zijn werk ademt den geest van een weder opbouw naar de vormsprake van dezen 'tijd. Hij is teveel realist,\dan dat hij deze schoonheid zou willen doen herleven enkel om der wille van de schoonheid. JJij kan bij den wederopbouw niet zgn doel in zich zelf. Dat besef moet tot de breede lagen door dringen, wil Middelburg metterdaad her rijzen en iets van zgn vroegere glans her krijgen. Daarom wenschen wij dit prachtig uit gevoerde boekwerk het is verlacht met een groot aantal illustraties en werd typo grafisch uitnemend verzorgd in handen van zeer velen. Die velen, voor wie de aanmoediging geldt, waarmede dr. Unger zijn hoek be sluit Sijt neerstich int opbouwen. Als ghij ter neder leyt, blijft dan vertrouwen. Dit boek in handen van allen, die het Middelburg zooals wij dat gekend hebben, en hebben liefgekregen, dat ware een be langrijke bijdrage om de binding van Mid delburg en zijn inwoners te versterken. Daarom ten besluite de wensch, dat de uitgevers de mogelijkheid overwegen, dit werk in een goedkoope volkseditie beschik baar te stellen, opdat het zijn weg vinde naar allen, die onze Zeeuwsche hoofdstad een warm hart toedragen. Visser. Uitg. N.V. Leiter-Nypels, Maastricht. (Polygoon-Seym) BRITSCHE OFFICIEREN ONDER DE COMMUNISTISCHE BENDEN IN SERVIË. Uit Belgrado meldt het D.N.B. Bij den strijd tegen communistische benden in Ser vië zijn, naar het blad „Obnova" meldt, op twee gesneuvelde communisten papieren gevonden, waaruit bleek, dat deze beide oproerkraaiers Engelsche officieren waren. Zij hielden zich sinds de ineenstorting van Joegoslavië in de bosschen verborgen. Het blad schrijft: men weet, dat er zich onder de communistische benden nog negen an dere Engelsche staatsburgers bevinden, van wie enkele soldaten zijn en andere leden van de intelligence service. De aflevering van generator-anthraciet. De directeur van het rijkskolenbureau deelt ons het volgende mede: Nu kortgeleden de bonnen generatorap- thraciet ook zgn aangewezen voor het be trekken van anthracietnootjes 4 is bij de verbruikers van generator-anthraciet de indruk gewekt, dat naar keuze nootjes 4 dan wel nootjes 5 kunnen worden ge vraagd. Dit is echter niet het geval. Alleen wanneer de voorraad nootjes 5 bij de wederverkoopers niet voldoende is, zul len deze er toe overgaan in de plaats daarvan nootjes 4 af te leverèn. De aardappelkaarten. Van bevoegde zijde wordt er op ge wezen, dat het publiek, dat aardappelen op bon 05 - 14,van de V kaart als winter voorraad op wil doen, de afgestempelde bonnen niet aan den leverancier moet afgeven, alvorens de aardappelen geleverd worden. In geen geval moet men zijn bonnen tevoren inleveren. Weiter en Steenberghe afgetreden. Naar men uit Londen meldt zijn om niet nader, genoemde redenen twee leden van het kabinet der geëmigreerde Nederland- sche regeering op 14 October op eigen ver zoek afgetreden, namelijk de minister van koloniën, de heer Ch. J. I. M. Weiter en de minister van handel, bedrijven en scheep vaart, mr. M. P. L. Steenberghe. De heer Steenberghe was ook minister van land bouw en visscherrj ad interim en minister van financiën ad interim. Tot minister van koloniën is benoemd dr. H. J. van Mook, directeur van het de partement van economische zaken te Ba tavia. Tot minister van handel, bedrijven en scheepvaart is benoemd de heer P. A. Kerstens, lid van den Volksraad in Neder- landsch Indië. Dr. H. J. van Mook bekleedt sinds medio 1937 de functie van directeur van het de partement van economische zaken te Ba tavia. De heer P. A. Kerstens is reeds ja renlang leider der Indische katholieke par tij. Hij vermocht in die functie niet altijd de eenheid in die partij te bewaren. Reeds eenmaal kwam het tot een breuk in deze partij, voornamelijk als gevolg van zijn gebrek aan tact en soepelheid. De heer Piet Kerstens kan niet anders beschouwd worden dan als een politieke figuur. Nederlandsche Arbeidsdienst AANMELDING EN KEURING. Aanvang van den diensttijd op 15 De cember 1941. Na afloop hiervan, bemiddeling voor ar beid in Nederland. Keuringen hebben plaats op 24, 25, 26, 27 en 28 November en op 1, 2, 3, 4 en 5 December 1941. Voor vrijwillige dienstneming bij den Nederlandschen arbeidsdienst zal op onder- vermelde plaatsen en data, telkens tus- schen 9.30 en 15.00, gelegenheid zijn voor keuring voor vrijwillige dienstneming. Iedere jongeman, die aan de volgende voorwaarden voldoet, kan zich naar de dichtstbg gelegen keuringsplaats begeven en zich aanmelden bij den voorzitter van den keuringsraad. Reiskosten voor de heen- en terugreis worden vergoed. Het is aan te bevelen een broodmaaltijd mede te brengen. Gegadigden moeten aan de volgende voorwaarden voldoen: a. Nederlander zijn; b niet jonger dan 17 en niet ouder dan 23 jaar zgn; c ongehuwd zgn. Meldt IJ ter keuring aan. Maandag 24 Nov. Zwolle, Leiden, Maan dag 24 en Dinsdag 25 Nov. Rotterdam, Molenwaterweg 28 (achterzijde station D. P., Kleuterschool) Dinsdag 25 Nov. Gro ningen en HaarlemWoensdag 26 No vember Assen, Alkmaar, Dordrecht Munt 9; Donderdag 27 Nov. Almelo, Bergen op Zoom, de Hollandsche Tuin, Huybergsche- straat 14. Donderdag en Vrijdag Amster dam, Rokin 84 (meldingsbureau); Vrijdag 28 Noy. Apeldoorn, Breda Leuvenaarstraat 97 Maandag 1 Dec. Arnhem, Tilburg Lan- geschijfstraat 66, geb. publieke werken; Maandag en Dinsdag 2 Dec. Den Haag, Huygenspark 23; Dinsdag 2 Dec. Nijmegen en 's-Hertogenbosch; Woensdag 3 Dec. Leeuwarden, Utrecht en Eindhoven; Don derdag" 4 Dec. Heerlen en Vrijdag 5 Dec. Gouda. Ieder dit wordt goedgekeurd en overi gens aan de te stellen eischen voldoet, wordt op 15 December 1941 opgeroepen om gedurende 5% maand in den Nederland schen Arbeidsdienst te dienen. Na beëindiging van den diensttijd van 5% maand kan de vrijwilliger bij gebleken geschiktheid in aanmerking komen voor een van de 3 volgende groepen: a opleiding tot kader; b vrijwillig nadienen gedurende nader te bepalen tijd; c na eervol ontslag voorkeur bij arbeidsbemiddeling in Neder land. De actie der Duitsche luchtmacht. Duitsche gevechtsvliegtuigen, die tijdens een gewapende verkenning boven de Brit sche eilanden doordrongen tot de Faroer eilanden, hebben in zee nabij deze eilan den een koopvaardijschip met bommen zwaar beschadigd. Èen gevechtsvliegtuig heèft nabij de Britsche Oostkust een sta tion gebombardeerd juist toen een trein binnenliep. De trein ontspoorde door een bom, die naast de nog rijdende wagens viel en het stationsgebouw werd getroffen. 1SI.1JJHJI Een balans van dezen veldtocht. grootste deel der formatie de scheepswerf en de havenwerken als doel voor de bom men koos, viel een-vliegtuig de transport schepen aan. Een der zware bommen kwam precies op het achterste gedeelte van een vrachtschip van 4000 ton terecht. Een tweede bom bracht een schip van 6000 ton onmiddellijk tot zinken. De Duitsche weermacht sluit, naar het D.N.B. van militaire zijde verneemt, vijf maanden veldtocht op den 22en November af met een balans, waarop zij trotsch kan zijn. 1.700.000 vierkante kilometer terrein werden in het Oosten bezet. In-deze bezette gebieden wonen 75 millioen van de in totaal 190 millioen bewoners van geheel Rusland. Volgens berichten, die tót 20 November beschikbaar waren, verloor de bolsjewis tische weermacht 3.792.600 gevangénen, 389 bolsjewistische divisies werden versla gen en gingen voor de Sovjët-Unie ver loren. De Sovjet-ynie kan rekenen, dat zij 8 millioen soldaten heeft verloren. De uitrusting van deze 8 millioen man werd of vernietigd of viel den Duit- scherp als buit in handen. Meer dan 22.000 pantserwagens, 27.452 stukken geschut, 15.877 vliegtuigen werden» vernield of buitgemaakt. De bolsjewistische oorlogs- en koop vaardijvloot in de Oostzee en in de Zwarte Zee werden gedecimeerd. 47 oorlogssche pen werden tot zinken gebracht, 54 zwaar beschadigd. 119 koopvaardijschepen met een.tonnage van 385.650 b.r.t. en 89 an dere koopvaardijvaartuigen, waarvan de tonnage niet bekend! is, zijn in den grond geboord. 122 koopvaardijschepen zgn zwaar beschadigd. Daarbij komt nog''het enorme verlies aan locomotieven, treinen, munitietreinen, tankwagons en andere middelen van ver voer, zooals bijv. minstens 17.000 vracht auto's. Van dergelijke verliezen kan geen leger ter wereld zich meer herstellen, ook het bolsjewistische niet, te meer daar de Sovjet-Unie met de 1,7 mil lioen vierkante kilometer grondgebied' van haar industrie verloren heeft. De geweldige prestatie der Duitsche weermacht gedurende de vijf maanden veldtocht in het Oosten zal eerst in de toekomst in vollen omvang kunnen blijken. DE HAVEN VAN SEBASTOPOL AANGEVALLEN. Het D.N.B. verneemt van militaire zijde het volgende Op 20 November lagen in de baai van Karanitinna, een deel van de haven van Sebastopol, twaalf transportschepen, va- rieerende van 1000 en 6000 ton, toen een formatie JU-88 tot den aanval overging. Hoewel 'de bolsjewistische luchtdoelartille rie begon te vuren en de vliegtuigen met alle kalibers bestookte, kon zij de formatie niet van haar doel afbrengen. Terwgl het 19 SOVJETVLEEGTUIGEN VERLOREN. Volgens tot dusver ontvangen berichten hebben de bolsjewisten Donderdag in to taal 19 vliegtuigen verloren, waarvan 8 in luchtgevechten en 2 door luchtdoelartil lerie werden neergeschoten en 9 op den grond vernield. MOORDBEVEL VAN STALIN. Stalin heeft het bolsjewistische leger bevel gegeven om alle Duitsche soldaten om te brengen. Zoo is volgens Helsing- borgs Stadsbladet in den bolsjewistischen omroep medegedeeld. Er mogen geen ge vangenen meer gemaakt worden. De be volking, in het bijzonder in de door de Duitsche troepen bezette gebieden, is, per radio opgeroepen te trachten Duitsche sol daten te dooden. DE TOESTAND TE MOSKOU. Naar het D.N.B. van bevoegde zijde ver neemt krijgt men door de mededeelingen van personen, die voor de luchtaanvallen uit Moskou gevlucht zgn, een volledig beeld van den catastrofalen toestand in de hoofdstad der Sovjet-Unie. Reeds voor het begin van den oorlog kon men op grond van overhaaste voorbereidingen concludeeren tot een komende aanvalsactie. Alle arbei ders werden gedwongen in teekenen op oorlogsleemngen, die het toch reeds karige loon met een kwart verminderde. Alle vrouwen en meisjes werden gekeurd en militair opgeleid. Toen de eerste bommen vielen, verlieten de hoogere partrjfunctionnarissen en de leiders der groote fabrieken de stad, om zich op het platteland in het Oosten in veiligheid te stellen. Dit had een ware pa niek onder de bevolking tot gevolg, die op haar hoogtepunt kwam, toen steeds grootere troepenmassa's uit Moskou vér- trokken om de talrijke bressen, in het wij kende Sovjetfront op te vullen. In de plaats dezer troepen werden steeds meer burgers, ouden van dagen, vrouwen en kinderen, gewapend en opgeleid voor straat- en barricadegevechten. Om deze menschen tot een kansloozen tegenstand aan te sporen, had men over alle straten transparanten gespannen met de fatalisti sche woorden „Er is maar één dood en daaraan ontkomt niemand". Aanvallende Engelsche formaties op krachtlgen tegenstand gestuit. Het verloop van de militaire operaties in de eerste phase van den slag in de woestijn Marmarica wordt in militaire kringen te Rome totdusver gunstig beoordeeld. De vanuit den sector Sidi Omar aanvallende Engelsche formaties zijn op krachtigen tegenstand van Duitsche en Italiaansche pantserformaties gestooten, die thans tot sterke gecombineerde tegenaanvallen zijn overgegaan. De Halfaye pas is in weerwil van het feit, dat sterke Engelsche vloot- strijdkrachten zich' in den strijd hebben ge mengd, stevig in handen van de Duitsche en Italiaansche troêpen. In den Zuidelijken sector van de oase Dzaraboeb zijn de Engelsche aanvallen eveneens gestooten op den krachtigen af weer van Italiaansche divisies. 'Een lichte Engelsche verkenningsafdeeling probeerde vandaar uit een aanval te ondernemen naar het binnenland van de Cyrénaica woestijn. Aan het front van Tobroek-heerscht le vendige activiteit van de artillerie zonder dat het totdusver tot eigenlijke operaties is gekomen. DE DUITSCHE LUCHTMACHT MENGt ZICH IN DEN STRIJD. Den 20sten November heeft de Duitsche luchtmacht op het Noord-Afrikaansche oorlogstooneel sterke formaties gevechts vliegtuigen en Stuka's, torpedovliegtuigen en jagers tegen vijandelijke troepenconcen traties, colonnes op marsch en pantsers in den strijd geworpen, zoo verneemt het D.N.B. Brandende voertuigen en ontploffende munitieopslagplaatsen gaven den weg aan, die de Duitsche vliegtuigen boven de vijan delijke colonnes hadden gevolgd. Gevechts vliegtuigen hebben Britsche ravitaillee- ringswegen gebombardeerd en brisant- en brandbommen laten vallen op het station van Marsa Matroeh, tijdens luchtgevechten werden twee bommenwerpers en twee ja gers van den vijand neergeschoten. GEVECHTSFRONT STREKT ZICH OVER EEN LENGTE VAN 150 K.M. UIT. Omtrent den strgd in de Marmarische woestijn meldt een. bijzondere correspon dent van Stefani onder andere, dat het gevechtsfront zich uitstrekt over een leng te van ongeveer 150 km. van Solloem eerst in Zuidelijke, dan in Westelijke richting. Op 19 November begon de eigenlijke slag. Britsche pantserformaties geraakten ten Zuidwesten der grens tusschen Cyrénaica en Egypte in contact met Italiaansche pantserformaties. De Britten werden bij de Italiaansche tegenaanvallen omsingeld, waarbij een deel der Engelsche strijdkrach ten de vernietiging door de vlucht pro beerde te ontgaan, terwijl de overigen werden ingesloten en in de pan gehakt. Dehzelfden dag gingen Duitsche pantser- formaties tot den tegenaanval over in den sector van Sidi Omar en vernietigden al daar vijandelijke pantserafdeelingen. De strijd, waarvan niet te zeggen valt hoelang hg zal duren, is nog in vollen gang. Engeland heeft bij deze onderneming, zoo meldt de correspondent verder, ster kere strijdkrachten in het veld gebracht dan ooit te voren bij een strijd in Afrika. Aan den strijd hamen alle bijzondere for maties van het legep, de luchtmacht en de marine deel. Onder vijandelijke troepen werden Engelschen, Zuid-Afrikanen, Cana- deezen, Indiërs en Nieuw-Zeelanders op gemerkt. Tot dusver heeft het verloop der operaties in Noord-Afrika „nog geen bij zondere resultaten voor den vijand opge leverd. Integendeel, de Engelschen beleef den verrassingen, want zg waren niet voorbereid op de tegenaanvallen van de Italiaansche pantserformaties. De Itali aansche en de Duitsche troepen hebben den strijd aangebonden in rotsvast ver trouwen op eigen kracht, in een taaien wil tot verzet en in een stemming van- de grootste geestdrift. DE MEENING TE BERLIJN. In bevoegde kringen te Berlijn heeft men het zeer opmerkelijk gevonden, dat van Duitsche zijde reeds na 36 uur gemeld kon worden, dat de aanval van den tegen stander met zware verliezen is afgeslagen. Het schijnt, zoo zegt men, dat Churchill gelooft, dat Duitschland in de afgeloopen vijf maanden geslapen heeft. Hoe de ope ratres in dit gebied verder zullen verloo- pen, meent men rustig te kunnen afwach ten. CHURCHILL'S AANKONDIGING VAN HET OFFENSIEF. Minister-president Churchill heeft in het Engelsche Lagerhuis het begin van een gedurende vijf maanden voorbereid Britsch offensief aan het front in Noord-Afrika aangekondigd. Churchill vergeleek den toestand aan dat front met den oorlog ter zee eai zeide, dat in den loop van 24 uur alles voor de eene of de andere partij be slist kon zijn. Het is echter veel te \'roeg, aldus merkte hij uitdnikkelijk op, voor eenig vreugdebetoon. Alles hangt af van de- ontwikkeling van den slag.

Krantenbank Zeeland

Provinciale Zeeuwse Courant | 1941 | | pagina 1