ZATERDAG 22 September 1928 10e jaargang. - n°. 91 Vijfentwintig jaren Ambachtsschool. feuilleton. ROSA MARINA kreeg hij dan je boter er op, en stukje spek ickking of een ardappelen er it pap. Ik heb lie verdiende j vet, en daar kinderen van ft zooiets niet iten naar bin- of ze al klaar erk. Het eten in krotten of n slapen. Was dan kon hij Ziek worden en dat mocht m te werken, ndien vroeger :rdiende, nou, eisje dat zoo ortuin, hoor! n en kinderen run, maar dat :n sterk daar- 't Was een- nsch onwaar den schenen, *oed hadden, den dom ge- ra te denken 1 de slaafsche varen de toe- niet alleen in 't eene land r naar boven ie godsdienst dwang, deels iet héél, héél goed werden as, werd een ezen en be- nsch, vooral oo te zeggen n behooren. n menschen ook nog niet. niet voor het ;en voordeel. socialisme t zijn daarom irgegaan. De ligen invloed enen, totdat gen die mis- >o langzaam oijgeloof aan voor een ve naast het ramde Chr. koud, noch 't Is slechts >f het kerk- louden. Het :n werkman dat de kerk nlijke socia- )eten halen, Engeland en ze bereiken er niets door. De menschen zullen van zelf wel dóór komen te staan, waar ze het liefst staan. Door de geestelijke en maat schappelijke ontwikkeling zullen de oogen wel vanzelf open gaan voor alles wat voor 's men schen bestaan goed of niet goed is. In den strijd om het bestaan, moet de mensch altijd faire middelen aanwenden, en een iéder in zijn wezen laten. Door spot, schelden, verdacht maken, beleedigen of persoonlijk te worden, toonen we juist onze onmacht om ons beginsei staande te houden. De strijd om het bestaan of voor de verbetering van alle maatschappelijke toestanden, moet zakelijk en correct geschieden en in de meeste gevallen is het beter, een af wachtende houding aan te nemen. Als geeste lijke behoort men de zuivere ggeestelijke be langen te behartingen zonder zich om het maatschappelijke te bekommeren; als gemeen teraadslid of in het parlement of waar het gaat om de tijdelijke belangen van den mensch, daar moet al het andere wegvallen, en heeft zich alleen de vraag voor te leggen: wat is nu goed en nuttig voor het tijdelijk belang, zonder rekening te houden metzijngodsdienstig beginsel. In Engbeland gaat het heel anders toe. Men is daar zakelijk en correct. Iedereen is en moet georganiseerd zijn. Een werkgever wil niemand in zijn dienst hebben als hij niet georganiseerd is. De eerste vraag is altijd: zijt ge gorgamseerd? Indien niet, welnu, dan heeft hij geen werk. In alle bedrijven, in alle bran ches, op alle bureaux, kortom overal is organi satie. In ons land mogen de werkgevers zich gerust organiseeren, daar zegt niemand iets van, maar de werkman mag dat niet. Hetzelfde recht wat een werkgever heeft, heeft een werk man toch ook! Als de werkgever zich wil verzekeren, waarom zou een werkman dat ook niet mogen doen? Dat er nu in ons land zoowel als elders door het socialisme grove fouten gemaakt zijn, is begrijpelijk. De haat tegen de bezittende klasse groeide met den dag, de leiders werden niet begrepen, enz. en zoo ontstonden er excessen, die ;iiet meer goed te praten maar ten zeerste af te keuren zijn. Maar daarom was en is het socialisme nog niet goddeloos. In Rusland vooral was het met jeweld neergedrukte volk evenals een ketting- ïond, die een ieder die tot hem komt, al is het ook met de beste bedoelingen, als een pijniger of vijand beschouwt. Door geheel verkeerde middelen toe te passen geloofde men de be vrijding te kunnen bespoedigen, door een soort van anarchie, en dat was juist verkeerd. In Engeland heeft men nooit van plannen ge hoord om alles omver te werpen, en men bereikt toch zijn doel. In sommige landen zoo als in China, Portugal, Oostenrijk, Duitsch- Iand enz. was het beslist noodig om met alle oude tradities te breken, en er bleef geen ander middel over, dan een republikeinsch systeem in te voeren. In België, Spanje, Italië, en niet te vergeten in ons dierbaar Nedérlandje zou een omverwerping van den bestaanden regee- ringsvorm beslist verkeerd werken. We weten maar al te goed uit de geschiedenis, wat een re publiek bij ons wil zeggen, en aan wien en waar door wij zijn geworden wat we thans zijn. w.gvmuu 't Zal misschien maar aan weinigen bekend socialisme I zijn, en ik zeg dit maar even ter loops, wat in richtingen dien gevreesden nacht, kort na den oorlog, isme vormttoen eenige heethoofden meenden de republiek nt. In denuit te moeten roepen, wat op het oude raad- mie te vele j huis te Rotterdam gezucht en geleden werd ;ft het zich door Haar, die Haar volk en land zoo lief heeft, ïatige mid-1 Wat daar, in dien bangen nacht gezucht werd miscrediet en gebeden, weet God alleen, Hij antwoordt te keuren niet. Stellig en zeker kunnen we aannemen, dat geloofde in toen het gebed van den stervenden Zwijger narchie te werd herhaald: „Mijn God, ontferm U over 1 heeft het mij, en over mijn arm volk." Maar, men had ij. in Hol- zich toch deerlijk vergist. Trouw schaarde het voor zulke Nederlandsche volk zich om Oranje's troon, Engeland en meniS stil en vroom gebed van hem of haar,' aar wordt die diePer de zaak waren ingewijd, zal wel erkt rustig ten hemel zijn gestegen: o, Heere, bewaar ons esloten op j and voor de omwenteling; bescherm ons daar lastiegeliefd Vorstenhuis! Persoonlijk hebben we daar lastig godsdienst beleedïgd en zijn de t ze belee- esten zich of maat- ij hebben het gees- en en hun e oefenen, vaar voor r kan wel aarneem- nder zich elijke. Die er elkaar, wij voelen n voor het kunnen t zien, of et zeker- envoudig 1 zoo. En doen? Ze terialisme geen an- rsoonlijke erd licht ocialisme lingen n 1. "s worden dwongen, nders het egloopen. men dat Is kleine n zonder begrijpe- n, of van et hoofd n echter esten ze ad bloed Persoonlijk hebben we allen onze fouten en gebreken; ook vorsten kinderen zijn Adam's kinderen. Dit neemt echter niet weg, dat ons Oranjehuis, zoo zicht baar door God geleid en beschermd, ons land zegenrijk heeft bestuurd. Terwijl ik dit schrijf, valt mij een heel oud lied weer in, uit lang ver vlogen dagen, toen Wilhelmina nog Wilhel- mientje heette: Wat hebben wij U toch lief gehad, Gij Prinsen van Oranje! Wat is er tegen Spanje AI niet een bloed gespat! Maar, het zal ons nooit berouwen, Gij, Edelen van Nassauwen! Gezond socialisme en monarchie gaan heel goed samen, zie maar eens in Engeland; maar anarchie en communisme zijn gezworen vij anden, die in hun onderlingen strijd, elkaar en alles ten verderve richten. En dat dat waar is, zullen we in een volgend nummer in Rusland zien. (Wordt vervolgd). Dr. v. O. VERKOOPINGEN. Op WOENSDAG 19 SEPTEMBER 1928, des namiddags half drie uur (z.t.) te Ooltgens- plaat, in Hotel Moeiker, afslag van Bouw land te Ooltgensplaat en Den Bommel. Meerendeels nog voor 3 jaren verhuurd. Behoorende tot de nalatenschap van Wfjlen Mej. P. M. van Weel te's-Graven- hage. Notaris VAN DER SLUYS. Op DONDERDAG 20 SEPTEMBER 1928, 's avonds half acht uur (z tter herberge van Van der Werf, te Melissant, afslag, vanTwee Woningen (onder één dak) aldaar aan de Voorstraat, toebeboorend aan Ding. Soldaat c.s. Notaris VAN DER SLUYS. Prijs per kwartaal f 1,— Losse nummers 0,07' ADVERTENTIËN van 16 regels 1,20 Elke regel meer 0,20 Bij contract aanzienlijk korting. Dienstaanbiedingen en Dienstaanvragen f 1,per plaatsing tot een maximum van 10 regels, elke regel meer 15 cent. Dit blad verschijnt iederen Woensdag- en Zaterdagmorgen. Het wordt uitgegeven door de N.V. Uitgeversmaatschappij „Onze Eilanden", Tel. Int. No. 15 Voorstraat Middelharnis. Vijf-en-twintig jaren Ambachtsschool. Feest, bloemen en gasten in het groote gebouw, opgeruimde gezichten, hernieuwde cennismakingen en het ophalen van oude herinneringen. - Feest en feestvreugde. En daar is reden voor te over. Vijf-en-twintig jaar is het geleden dat deze school gesticht werd en telken jare blijkt te duidelijker dat zij gewaardeerd wordt om het volkskind de ele mentaire kennis bij te brengen van een vak; zij blijkt zelfs zoo te bevallen in den smaak dat in de laatste jaren de uitbreiding steeds noodiger en noodiger werd. En met de viering van het vijf-en-twintig jarig bestaan gaat mee de opening van het nieuwe gedeelte, want, zooals de heer Van As het uitdrukte, ook in de volgende vijf-en- twintig jaren moeten we paraat zijn om ons onderwijs op peil te houden. Dinsdagmiddag was het en kwart over twee moest de klok nog slaan toen de heer Van As om stilte verzocht en uiting moest geven van zijn groote vreugde over dezen blijden dag. Bloemen werden aangeboden aan de dames Tiemens en Deijs namens het bestuur, in verband met het jubileum hunner echtgenooten Toen het tijdstip naderde van het vijf-en- twintigjarig bestaan van onze Ambachtsschool toen meenden wij dat wij dezen dag niet onop gemerkt moeten en mochten laten voorbij gaan. Vooral niet nu de uitbouw haast klaar is, wat een bewijs vormt dat onze Ambachts school paraat wil zijn voor wat zij wil. Daarom herdenken wij dezen dag zoo feestelijk. Spijt het ons dat zijn Excellentie de Minister van Onderwijs (wegens de derde Dinsdag in September) afwezig is, missen wij nood de inspecteur-generaal, prijzen we ons gelukkig dat we inspecteur Grootehaar hier aanwezig zien, speciaal een woord van welkom aan onzen eersten voorzitter oud-Burgemeester Mijs en een aantal van bestuurders van inede- vereenigingen, die blijk geven van hun belang stelling. Het zal voor U allen duidelijk zijn wat dezen dag beteekent. Wij kunnen geen gedenkboek uitgeven, zooals groote vereenigingen dat kunnen doen. Daarom zal ik mondeling de revue laten passeeren van wat er gebeurd is. Voor 25 jaar was er geen teekenschool, en men was verplicht om elders deze nuttige kennis voor ambachtslieden te verwerven, wat I niet altijd op volledigheid aanspraak kon maken. In 1902 kwam er echter een lichtstraal. Het Departement tot Nut van 't Algemeen had een commissie benoemd tot het onder zoeken naar de mogelijkheid om een dergelijke inrichting hier te krijgen. Maar toen alles zoo mooi leek, bleek het echter dat het financieel niet voor elkander kon komen. En deze des- illussie was speciaal voor den spreker een groote teleurstelling. Maar bij de pakken neer zitten bleef men niet, inspecteur de Groot was voor het plan gevonden en op het eiland was er ook iemand die het groote belang hiervan zag, de toenmalige burgemeester van Middel harnis zag verder, deze steunde met al zijn invloed. Toen begonnen de voorbereidende werk zaamheden om het idee Ambachtsschool te propagandeeren op ons eiland. De heeren trokken naar Den Haag, naar de Ambachts school en vonden er den heer Boersma als DOOR MELATI VAN JAVA. 6) Een vriendelijk lachje bracht haar dorre lippen in beweging toen zij met een zalvend: „Als je belieft mijnheer van Haeren," hem een glas in schonk en toen aanbood. Op haar meester wierp zij een minachtenden blik en naar buiten gaande, mompelde zij: „De jongelui zijn tegenwoordig wijzer dan de oude." „Nu vind ik haar ook typisch; heel het karakter van haar rol." „Omdat zij je een pluimpje geeft," schertste de dokter en bracht zijn kelkje aan de lippen. Duinwijk was in de laatste jaren met geweld tot badplaats gepromoveerd; een ondernemend spe culant had een maatschappij tot exploitatie van het Badhuis weten te vormen. De aandeelen waren grootendeels geplaatst; er was een Kurhaus ge bouwd, men had zich wat koetsjes en badstoelen aangeschaft; op het strand stond een muziek koepel. In de couranten waren aanprijzende adver- tentiën en reclames verschenen om het kalme, rustige» fraaie strand in de gunst van zieken en directeur die sympathiseerde met de plannen en naar Middelharnis toog om er een lezing te houden en meteen met een krachtig pleidooi voor deze inrichting voor den dag kwam. Natuurlijk was er tegenwerking, helaas, zulke menschen zijn er altijd gevonden die idealen tegenwerken. Menschen, die in de contramine zijn vond men niet alleen nu, maar ook toen. Maar de heer Mijs de voorzitter was niet van zijn stuk te brengen. Het Hoofd bestuur van de Maatschappij tot Nut van 't algemeen schonk 2860 ineens en het departement zegde f 250 per jaar toe en de steun van den heer P. W. Jansen, die voor 2.000,zorgde. Spreker brengt naar aanleiding van deze vóór- en geschiedenis den oud-burgemeester Mijs warme hulde voor het groote werk door hem hiervoor verricht. Toen de school er was kwam het moeilijke punt het benoemen van directeur en leeraren. Als eerste directeur werd de heer Brittijn benoemd, die voor zijn pionierswerk hier eveneens onze waardeering ten volle verdient. Zijn opvolger de heer Hossen heeft eveneens voor zijn werk waardeering van 't bestuur gekregen. Over onze leeraren hebben we nooit in 't minst ook maar te klagen gehad. Zij hebben hun werk allen, zonder uitzondering verricht op een wijze die de volle waardeering verkreeg van het bestuur. Twee van hen zijn nog over die bij het begin der school als leeraren optraden, de heeren Tiemens en Deijs. Twee namen die bij het vak onderwijs met eere worden genoemd. Al die jaren hebt ge de sympathie en waardeering gehad van het bestuur, als aandenken aan dezen dag, in de hoop dat ge nog vele jaren er van gebruik moogt maken overhandig ik U namens het Ambachtsschool-bestuur deze herinneringen aan den dag van heden., waarop beide heeren van den heèr van As een gouden horloge ontvangen met inscriptie. Naast 25-jaar leeraar zijn er ook nog 25 jaar bestuursleden. De heeren Van Buuren, Mast en Spreker zelf. De heer Kolff, die mede zulk een belangrijk aandeel had in de eerste jaren moeten wij slechts in dankbare en weemoedige herinnering gedenken. Zijn dochter heeft haar vaders plaats in het bestuur ingenomen daarbij gesteund door den heer Verbrugge. Ook de heeren Schoonejongen en Van der Wiel kun nen wij slechts met weemoed herdenken. Zooals alle vereenigingen moeilijke jaren hebben, zoo is ook de ambachtsschool niet gespaard gebleven hiervan. Tijdens den wereld oorlog, bij de hoogconjunctuur in de landbouw, het was begrijpelijk, kwamen vele kinderen door hooge landbouwloonen, niet op school die er anders mogelijk wel gekomen waren. In 1917 was wel het crisis-jaar. Toen daalde het aantal leerlingen tot 37. En met de toen ingaande bezuinigingen heeft het er zelfs even heel leelijk uitgezien of de ambachtsschool was verdwenen. Maar in de na-oorlogsjaren is al die tegen slag snel vergeten, het leerlingen-aantal groeit gestadig. Weldra zijn er weer 100 leerlingen en dan begint de tijd te komen dat er aan uit breiding gedacht moet worden. Jaren zou een en ander nog duren. De Stop-wet komt er een onvriendelijk stokje voor steken, in 1926 komen eindelijk de goedkeuringen los en het volgende jaar worden de bouwplannen goedgekeurd. gezonden aan te bevelen. Zelfs vertelde men dat aan een Duitschen prins en zijn gevolg vrij logies was aangeboden, mits hij veertien dagen in Duin- wijk wilde logeeren; maar hoewel het bericht in alle couranten de ronde deed en ook niet werd tegengesproken, kwam de prins niet en ondanks het aanleggen van de stoomtram zelf kon Duinwijk het maar niet tot een mode-badplaats brengen. De eerste maatschappij op aandeelen was reeds sinds lang geliquideerd en nu kwam er een andere in haar plaats. Deze had de zaak heel anders willen aanpakken, maar toch scheen ook haar manier niet de rechte en Duinwijk als badplaats bleef kwijnen. Men had gaarne van Dokter Adrichem meer medewerking gehad en men was er van overtuigd, dat, wanneer hij er zich mee ging bemoeien, de zaak een heei ander verloop zou krijgen. Hij was er echter niet toe te bewegen en sloeg de schitte rendste aanbiedingen van de directie dadelijk van de hand. Hij verkoos geen baddokter te worden; waren er zieken, dan konden zij hem roepen en hij zou ze behandelen, onverschillig of ze in het Badhotel of in het dorp logeerden, maar zich verbinden aan de maatschappij dat nooit. Een jonge dokter kreeg toen de betrekking, die echter weldra bleek niets dan een eerepost te zijn. In het dorp, dat behalve de gewone notabelen, de pastoor, de dominé, de ontvanger en de nota ris geheel door arme visschers bewoond werd, was dokter Adrichem hoogst populair, men wist dat hij rijk was, maar vond hem zonderling. Zijn eigen familie verdiepte zich in allerlei vermoedens over de redenen, die hem konden genoopt hebben, zich nu twaalf jaar geleden op acht en twintig Toen dreigde het echter nog een oogenblik mis te loopen met de financiën. De Boerenleenbank in Sommelsdijk is het dan echter die als redder in den nood optreedt en spreker wijdt warme woorden van dank aan het adres van deze vereeniging voor hun steun. Sprekende vervolgens over de nieuwbouw meent de heer Van As dat we kunnen zeggen dat de nieuwe inrichting up-to-date is. Woor den van dank wijdt hij aan inspecteur Groote haar voor zijn hulp en aan den heer Mast die zijn functie in het bestuur prijs gaf om zich te geven voor den bouw van de nieuwe bijge bouwen. Even zoo woorden van dank aan de aannemers voor hun werk. En tot slot woorden aan hen, die van de inrichting gebruik zullen maken. Vast staat dat het ambachtsschool-onderwijs in Nederland, zoo niet op de tweede plaats dan in ieder geval de derde plaats inneemt in Europa. Want het onderricht hebben jullie noodig, het is jullie moreele steun, en het is jullie wapenrusting als je staat op den drempel van de levensschool. Schoolstraffen mogen jullie eens gedeerd hebben, maar die vergeet je. In de levensschool gaat dat zoo anders. Succes wordt moeizaam verkregen, fouten onmeedoogend zwaar gestraft. Het leven eischt je volle energie en zelfverloochening. De school 'geeft je veerkracht en durf om het leed te dragen. Je steun in je moeilijke puberteits jaren. De vraag: Hebben wij die wapenrusting ge smeed? De wil was er: altijd. Moge de ambachtsschool-onderwijs zich die 25 jaar gevestigd hebben. Moge er mannen gevonden worden om die taak naderhand van ons over te nemen. Onder groot applaus sluit de voorzitter zijn rede met dank voor de opkomst. Inspecteur Grootehaar is de tweede spreker op deze jubileums-bijeenkomst. Hij brengt j allereerst een eeresaluut aan de mannen, die het initiatief genomen hadden tot oprichting der Ambachtsschool-vereeniging en hij vindt het zoo gelukkig dat de wet op het nijverheids- j onderwijs bepaalt, dat menschen uit de prak tijk van 't vak en niet aan ambtenaren het bestuur van de school in handen wordt gelegd. Daardoor blijft dit onderwijs „levend". Vervolgens, sprekende tot de heeren Tie mens en Deys: Ik weet geen schooner taak dan de vorming der jeugd. Aan die taak hebt gij nu 25 jaren'meegewerkt en gij hebt groote voldoening gegeven en gekregen. Moge het U nog vele jaren gegeven zijn om hieraan te mogen medewerken. En het volgende punt waarover de spreker zich zoo verheugt is de uitbreiding van de school en de plaatsing van moderne machines; hetgeen hem de volgende ontboeziming doet ontlokken: Ik wil geen pleidooi houden voor machinaal werk. Want wat wij hier leeren is handwerk en handvaardigheid. Maar dat hier gelegenheid nu is voor jonge menschen om kennis te nemen van moderne machines, die zij in de praktijk in de werkplaatsen zullen ontmoeten is te loven, zeer te prijzen bovendien. Maar laten we er aan herinneren, dat het leeren van hand werk hoofdzaak is. De heer Grootehaar sluit met wenschen van voorspoed aan 't adres van bestuur en leeraren De burgemeester van Middelharnis, de heer Den Hollander, verheugt zich eveneens in 't zilveren jubileum van de ambachtsschool. jarigen leeftijd geheel van de wereld af te zonderen. Hij was in zijn jeugd een vroolijke knaap ge weest, meer dan vroolijk zelfs, als student stond hij bekend om zijn dolle streken, die hem echter niet beletten binnen betrekkelijk korten tijd zijn studiën af te maken. Vatl jongs af had de zee hem steeds aangetrokken en zeer tegen den zin zijner familie besloot hij dokter van de Marine te worden. Hij vertrok vol illusiën, blijde, opgewonden en kwam na drie jaren uit Indië terug als een schim van zijn vroeger zelf, bleek, ziekelijk, lusteloos, afgemat, levensmoede. Zijn kameraden wisten niet anders dan dat hij langzamerhand zoo was ge worden. Zijn eerste werk was zijn ontslag uit den dienst te nemen; alweer tegen den zin zijner ouders en zuster. Maar hij ging zijn weg, zonder iemand ooit eenige verantwoording van zijn daden te geven; de plaats van gemeente-dokter in Duinwijk was sinds lang vacant, niemand had lust zich op het eenzame stranddorpje, dat toen geheel van de wereld afge scheiden was, voor een karig inkomen te vestigen en toen Dr. Adrichem er naar solliciteerde werd het postje hem met vreugde gegund. Een geschikt huis was er in het heele dorp niet te vinden, hij liet er zich een bouwen, nam een huishoudster op een advertentie en na dien tijd waren er juist twaalf jaren verloopen, gedurende welke Adrichem slechts twee malen zijn dorp verlaten had om zijn ouders te begraven. Hij leefde als een kluizenaar,,geheel voor zijn zijn studiën en zijn zieken; hij gold bij de bevólking als een ware wonderdokter; van uren ver kwam men hem raadplegen, zijn collega's riepen hem dikwijls in consult, want ook zij vonden hem een weergaasch knappen kerel, maar slechts als het De ambachtsschool voorziet in een groote be hoefte en ze wordt buitengewoon op prijs ge steld en spreker verheugt zich er in dat geble ken was dat een uitbreiding noodig werd en deze nu voltooid is. Hij heeft zich eens bezorgd gemaakt over den heer Van As, als deze eens, gezien zijn drukke functie als voorzitter van de Ned. Schilderspatroons mocht heengaan. Want dat de ambachtsschool zoo bloeiend is, is vooral het werk van den voorzitter der Ambachts school-vereeniging. Ter zake kundig met alles, technisch met de finessen op de hoogte ver dient hij thans ons aller warme hulde en dank. Gij hebt niet gerust voor ge uw ideaal hebt bereikt met de uitbreding der school. Moogt ge nog vele jaren werken voor de school, die ge zoo liefhebt. Een woord van dank eveneens aan den heer Van Buuren; dat het ook hem nog lang ge geven moge zijn, zitting te houden in het be stuur der Ambachtsschool-vereeniging. Tot den Heer Hossen: wij hebben van den inspecteur vernomen hoe mooi de taak is; het maken van jongens tot mannen, die taak is niet gemakkelijk, maar in die jaren hebt ge getoond dat ge er berekend voor bent. De jubileerende leeraren worden toege sproken en tot den oud-burgemeester Mijs ver klaart de heer Den Hollander; Ons is nog eens in herinnering gebracht de groote moeilijkheden van wording en stich ting. Het moet voor U een groote voldoening zijn, nu na 25 jaren, getuige te zijn van de bloei van dit instituut. Vervolgens, sprekende over de uitbreiding: Wij leven in een tijd van techniek; en in die richting gaat nu de ambachtsschool yerder. Moge God's zege in ruime mate rusten op dit nieuwe werk, dat slechts kan dienen tot heil van ons eiland. Als het applaus hiervoor bedaard is neemt de heer Ulbo J. Mijs het woord, wien het bui tengemeen veel genoegen doet om op dit am bachtsschool-jubileum te moge zijn. De heer Mijs moet even terug komen op woorden van den heer Van As; Want de heer Van As heeft zijn eigen werk in de oprichting wat verzwegen en spreker verklaart nadrukkelijk dat als er nu een persoon is die lof moet toekomen over al het werk, van toen en nu, verricht: dan is het wel de heer Van As, de voorzitter, (groote instemming en applaus). Op dagen van heden denkt men aan het verleden. En uit het vèrleden herinnert spre ker een debat in een gemeenteraad van een gemeente, naburig aan Middelharnis. Hoe daar toen de vraag kwam voor subsidie, gezegd werd, dat een ambachtsschool een onmogelijk- heid was voor ons eiland, dat deze gauw stil gezet zou moeten worden en leeg zou komen te staan, etc. etc. De tijd heeft anders bewezen en als er een is, die zich daarover verheugt dan is het spreker wel. Gelukwenschen brengt spreker aan het be stuur, aan de hh. van As, van Buuren en Mast voor hun 25-jarig zittingschap, geluk wenschen aan de heeren Brittijn en Hössen, den ex- en den tegenwoordigen directeur, en aan de jubileerende heeren Tiemens en Deijs. Tot hen richt de heer Mijs de wóórden: gij waart gekozen en gij hebt van uw taak een levenstaak gemaakt. Moge het U gegeven zijn nog lang te mogen werken voor uw school. Tot slot: men moet met zijn tijd meegaan: stilstand is achteruitgang. Niet stilstaan. Als er een belangengemeenschap is, zooals de ambachtsschool, dan is het, de ambachts- armen gold nam hij het voorstel aan. Rijken kon den professors, genoeg krijgen. Zijn zuster kwam nu en dan eens een dagje over; in de laatste jaren nu Duinwijk gemakkelijker te bereiken was, meer dan vroeger. De wereld, die dokter Adrichem ontvlucht was, kwam hem langzamerhand weer opzoeken, hij bekommerde er zich niet over en zette zijn een voudige leven voort. Zijn gezondheid had hij lang zamerhand teruggekregen en zijn aangeboren op- gewéktheid voor een groot gedeelte ook, en dit maakte hem nog meer bemind. Niemand wist als hij, de zieken zoo op te mon teren; hij was er nu geheel in; hij kende elke familie in al haar vertakkingen. De namen zelfs van de kleinste kinderen waren hem bekend. Rekeningen schreef hij nooit. „Ze kunnen ze toch niet betalen," zeide hij lachend, „want ik heb een hoog tarief. Dus houd ik het maar te goed." Hij zelf hield apotheek, maar onder de medicij nen rekende hij ook bouillon, wijn, melk. Juffrouw Bol pruttelde dikwijls over den aan loop, de smerige klompen, de drukte die 't gaf, het verwennen wat mijnheer dat volk deed. Zij vond het eerst ook zeer eentonig en 't duurde lang vóór zij zich wennen kon, maar zelf begreep zij dat het met haar lastig humeur en schoonmaakmanie moeilijk gaan zou een geschikter en aangenamer betrekking te vinden, en zoo had zij het hoewel steeds zuchtend en klagend ook twaalf jaren vol gehouden. In den laatsten tijd, nu Duinwijk een stoomtram bezat en een badhotel, werd het er prettiger; er kwamen meer vreemden, mevrouw van Haeren verscheen één of twee keer in het jaar met haar school heeft dit bewezen, toch heel goed moge lijk, te slagen. En tot slot. Er kan nog meer gedaan worden. Na het applaus is de volgende spreker de directeur der school: de heer Hössen. Namens het geheele personeel der school biedt hij dan het bestuur een keurige mand bloemen aan en roemt de goede verstandhouding die er heerscht tusschen bestuur en leeraren. Vervolgens ui+ hij zijn vreugde over de uit breiding der school, die hun taak wel verzwaart en vergroot; om daarna de jubilarissen van de jubileerende school namens het personeel herinneringen aan te bieden. Den Heer Tie mens ontvangt een divankleed en den heer Deys een boekenkast. De heer Brittijn, de oud-directeur der school is de volgende spreker. Deze herinnert er aan dat deze ambachtsschool de eerste school was van dien aard op het platteland. De inspecteur had even als beeldspraak ge bruikt sprekende over het onderwijs, dat dit nu stond in de zon. Dat kan zoo gezegd worden want toen stond het in het donker. Veel is er verbeterd, vooral ten opzicht van de meening over het vakonderwijs. Het was hier een geluk dat de school een wakker bestuur had, aan welks samenwerking de heer Brittijn niets dan alleraangenaamste herinneringen heeft. Dit gepaard aan zijn ondervindingen aan de Ut- rechtsche schoolde energieke steun van den heer Mijs mede, dat alles had samengewerkt, dat men kon slagen. Met hem waren ook de heeren Tiemens; Deys en Maaskant aangesteld als leeraar. Zij waren gesneden uit het hout, waarvan men goede leeraren maakt en de oud-directeur ver heugt zich er over dat hij de heeren nu mag gelukwenschen met het zilveren jubileum. Voor hem is het geen twijfel of met dit leera- rencorps en dit bestuur zal de Ambachts-school blijven bloeien en groeien. De heer Rozeboom brengt hierop namens den Smedenbond den heer Deys hulde bij zijn zilveren jubileum. Spreker herinnert er aan, dat de heer Deijs niet alleen een bui tengewoon knap vakman is, die niet alleen een vakboek heeft geschreven (van een smid tot een smid) maar den man was, die ook voor de smeden-organisatie „heeft gesmeed" en achter de schermen heel wat nuttig werk heeft verricht. Als de eerste der Oud-leerlingen, die het woord verlangt, verschijnt de heer Le Comte. Hij spreekt woorden,namens zijn mede-oud leerlingen van erkentelijkheid uit aan het adres van het ambachtsschool-bestuur; hetgeen hij vergezeld laat gaan van een keurig bloemstuk. Den jubileerende heeren Van Buuren en Van As biedt hij respectievelijk een zilveren sigaren doos en een zilveren wandelstok, als souvenir aan dezen blijden dag aan. De tweede der oud-leerlingen, die het woord verkrijgt is de heer J. Vis, die eveneens woor den van erkentelijkheid en dank vertolkt, nu aan het adres van de heeren Tiemens en Deijs en hen namens een groote groep als herinne ring en als blijk van hun dank een leeren fau teuil voor den heer Tiemens en voor den Heer Deijs een divankleed als herinnering. De heer Trouw, uit den Briel, had eer.t het plan, aldus zijn eigen woorden, gehad om te zwijgen en alleen maar de hand wilde komen drukken namens de Brielsche Ambachtsschool. Maar nu er zooveel vriendelijke en waardee- rende woorden worden gesproken, schijnt hij in zijn voornemen veranderd te zijn. Zooals alles veranderd, gelijk hij opmerkt. dochters. Dokter ontving ze vriendelijk en royaal maar noodigde ze niet uit tot logeeren en bracht hen nog minder een tegenbezoek. Vroeg men hem óf hij iets tegen de promotie van Duinwijk tot badplaats had, dan antwoordde hij leuk: „Wel neen, Iaat ze hun gang gaan. Zij hirlderen mij niet." De jonge dokter verveelde zich doodelijk, hij had niets te doen dan op het terras met de drie a vier kurgasten te praten of te dammentelkens kon men hem op de stoomtram zien en tegen het einde van het seizoen nam hij zijn ontslag. Dokter Adrichem nam de behandeling der zieken weer op zich, en hij zond hen flinke rekeningen. „Menschen, die rijk genoeg zijn om een bad plaats te bezoeken, moeten ook met mijn tarief genoegen nemen," verklaarde hij, en alles wat de Directie deed om met hem over de behandeling der patiënten in schikking te treden, werd hoog hartig afgewezen. Nu wist hij wel zeer goed, dat hem bij de aan deelhouders de schuld gegeven werd van den geringen bloei der badplaats; het liet hem koud. „Ik heb hen immers niet geroepen," zeide hij, „en mijn goeie visschers ook niet. Laat ze hun Kurhaus voor afbraak verkoopen of er een gevan genis van maken. Alleen met de zieken bemoei ik mij; zijn die niet over mij tevreden, dan inoefen ze maar een anderen dokter roepen." Nu was het „badseizoen" reeds sedert veertien dagen geopend en een ziekelijke dame met twee kinderen en een paar bleeke jongelui, die voor half geld onder dak waren gebracht, bergde het nieuwe badhotel nog geen gasten, i (Wordt vervolgd

Krantenbank Zeeland

Onze Eilanden | 1928 | | pagina 1