Mo. 70, Donderdag 24 Maart 1927 170° Jaargang IDDELBUR COURANT. (Bij dit nummer behoort een Bijvoegsel. HET AFSNIJDEN VAN EEN VERGISSING. De beslissing is er. Het verdrag met België is niet goedgekeurd. In een voltallige Kamerzitting met 33 17 st,, dus gelukkig met zoo'n groote meerderheid dat toevalligheden zijn bui tengesloten. We zullen echter niet overmatig jui chen. We hebben tot de eersten behoord, die reeds in het voorjaar van '25 ern stige bezwaren tegen het verdrag opper den, en we hebben met volle overtuiging de bestrijding gehandhaafd. Maar er zit aan de verwerping te veel vast om nu luidruchtig vreugde te betoonen We voelen heel s lerk de tragedie aan deze verwerping verbonden voorden man, die als minister van buitenlandsche zaken in '19 met aller instemming op fiere wijze den aanslag op onze rechten heeft afgeweerd, cn die ook daarna met de vaste meening, dat hij de Nederland sche belangen behartigde, de ontzaglijk omvangrijke materie van dit verdrag re gelde. We hebben nooit meegedaan aan de harde woorden tegen Minister van Karnebeek. We hebben in hem steeds ^gezien den man die oprecht de Neder- fandsche belangen op hel oog had. We meenden alleen dat hij daarbij de noodp-' lollig gebleken vergissing heeft gedaan, <dat hij niet voldoende zich bij de men- sclien die het weten konden, heeft ver gewist van de be teekenis van wat hij aan België toegaf. Dal is voor ons de verkla ring van bet feit, dat in bet eindresultaat tè veel overbleef van de overvraging van België. Maar het moet voor den Minister hard, héél hard zijn, om een werk van acht jaar, een levenswerk, te zien vernietigen. Ook hij is in zekeren zin een slachtoffer van een oorlogsmentaliteit. Want ook hij heeft bij zijn tegemoetkomingen aan België terwillc van de goede versland houding. te veel verLrouwt op de onbaat zuchtige neiging tol verzoening en ver broedering. Dc stemming over de grens bleek anders een inhaliger dan hij dacht. En in de tweede plaats beseffen, we maar al te goed ,dat met deze verwer ping de zaak niet uit is. Een nieuw ver drag is onafwijsbaar. En de verwerping van dit verdrag maakt de onderhajwlp- iingen voor een nieuw niet makkelijk. De groote vraag is nu: tot hoever gaan we terug? Naar ons oordeel: tot aan de resolutie 'ran de gezanten der Geallieerden van 4 Juni '19, waarbij: le. aan een commissie, waarin ook wij vertegenwoordigd zouden zijn, werd op gedragen een onderzoek in te stellen naar de maatregelen, welke uit de her ziening der verdragen van '39 behooren voort te spruiten en dienaangaande „voorstellen te doen .welke noch over dracht van teiTiforiale souvereiniteit, noch internationale servituten mogen be vallen 2e Nederland en België werden uit- genoodigd samen formules in te dienen mei betrekking tol de bevaarbare water wegen. De verwerping door onze Eerste Ka mer beteekent dat de eerste poging om samen die formules le vinden, niet is ge slaagd. De consequentie daarvan is o. i. dat er een nieuwe poging toe moet worden gedaan We moeten er echter op voofbereid zijn. dal in Bielgië. cn misschien ook el ders stemmen opgaan, die beloogen dat de zaak nu weer terecht komt bij de mogendheden, of wel, dat de Volkenbond moet tusschenbeiden komen om ons te bewegen, desnoods Le dwingen het ont worpen verdrag te aanvaarden. Daardoor moeien we ons echter niet bang laten maken. Zelfs ais dc mogend heden cr zich mee gingen bemoeien, staaf onze zaak sterk1, en is er geen reden voor vrees. Maar we gelooveu nog niet aan die inmenging. De logica der feiten is o. i deze er zijn legen dit eerstel ontwerp bezwaren in Nederland gerezen, en aan de-hand van die bezwaren dient opnieuw overleg met België te worden gepleegd. Zooals ook gebeurd is, nadat België in '20 weigerde te Icckencn' Toen onze regeering in Juni '19 de vitnoodiging kreeg om met België te be raadslagen over het vaststellen dor for mules, hcert zij in een brief van 19 Juni aan den l-'ranscben Minister van Buitenland,schr Zaken uitdrukkelijk uitge sprokendal het besluit cler mogendhe den Diet zoo za'l kunnen worden uitge legd, dal cr maatregelen uil kunnen voortvloeien waarover Nederland cn Bel gië het niet eens zijn De toenmalige Eransche Minister Pi- chon heelt daarop 26 Juni geantwoord, dat de vast le stellen acle den eenstem- migen wil en vrije instemming van ïtlle "Onderteekenende mogendheden zou moe ten hebben (dus ook van Nederland En voorts dat de mogendheden ,,een te leven dig verlangen hebben naar een overeen komst lusschen het bevriende Nederland en hel verbonden België, om zich een poging te ontzeggen tot het verzoenen der geschillen die de beide Statiën schei den". Dat beteekent dus de mogelijkheid dal de mogendheden zullen trachten om de beide landen lot overeenstemming te doen brengen. Maai* vóór deze verklaring staat de meedeeiing dat hel werk der commissie den eenstemmingen wil en de vrije toestemming van alle ondertee kenende mogendheden moet hebben. Oók van Nederland. Dus eerst moet er aan beide landen nog een kans gegeven worden om tot overeenstemming te geraken. We zijn nu acht jaar na de sensali- oneele gebeurtenissen van '19. De om standigheden zijn veel veranderd. De na- oorlogsche geestesgesteldheid in Btelgië die toen leidde tot eischen (van dc re- ge e r i n g en niet slechts van een, groep) waarvan dc lezing nu nog lol veront waardiging prikkelt, die mentaliteit is voorbij. In België weet weliswaar het groote publiek nièls van den aard van het ver zet in Nederland, want de bladen hebben ei* weinig of niets van vermeld. Maar de regeeringspersonen weten het wel, naar we vertrouwen. En we gelooven dat, al moeten we ons nu voorbereiden een heftig geschrijf in de Belgische laden, die leidende personen zullen be seffen. dat in Nederland de wensch naar een verdrag, maar een ander verdrag levendig is. KAMEROVERZICHT. Eerste Kamer. Zitting van Woensdag. Geen replieken over het verdrag. Dus hedenochtend stemming. Nadat gister dc heer do Vos van S t e e n w ij k een, in deze omstandig heden o onnoodig scherpe rede had gehouden, waarin hij o. a. de departe mentale eigenwijsheid bekritiseerde, heeft Minister van Karnebeek in een rede van vijf uur met zijn gewone welsprekendheid het verdrag verdedigd. Hij heeft daarin allereerst uitvoerig de politieke omstandigheden van '19 in. herinnering gebracht, en zeker met recht. Want daarin lag de verklaring van veel dat achteraf vaak te gemakkelijk bekriti seerd wordt. Toen was bij vele leidende personen de neiging onmiskenbaar om in sterke male aan de Belgische^economi sche wensclien te gemocl to komen. Wc kunnen echter met dat beloog slechts meegaan tot na liet begin der commissie vergaderingen te Parijs in den zomer van '19. Wat daarna gebeurd is, ging verder dan de meeste ingewijden van de voor gaande periode verwacht hadden. Getuige dc, omkeer van prof. Colenbrander. Ook nu weer stelde de Minister in hel licht, dal er niets van kritiek geble ken is, na de meedeelingen over den in houd in Maart '20 Dat die mee deelingen le beknopt waren, cr leen de hij natuurlijk niet. Maar toch ligt daarin wel dc verklaring van het uitblijven der kri tiek. Want eerst de bestudeering van den letterlijken tekst van het verdrag zooals dat in '25 gepubliceerd werd. heeft hei verzet doen opkomen. In ieder geval was de Minister van oordeel, dat het accoord in groote lijnen instemming had gevonden. Dc minister raad is toen in 1924 te rade geworden, dat dc tijd was aangebroken, het geding te beëindigen. Men maakt zoo graag dil verdrag los van zijn geschiedenis, los van zijn geboorte. Dit kan niet, evenmin als men een mensch daarvan los kan maken. Dit beteekent niet, dat het parlement gebonden is, doch dat het met die ele menten heeft rekening te houden. Ver werpt de Kamer het verdrag, dan komt hel automatisch voor de vraag: waarom hebt ge uw bezwaren tegen de grondsla gen dan niet vroeger kenbaar gemaakt0 Dat dit verdrag in geheimzinnigheid is geboren, is niet waar. Over geen verdrag is zooveel gepubliceerd. Ook is gezegd de voorbereiding heeft te wenschen ge laten Gedeputcex*de Stalen van Zeeland en de provinciale waterstaat hsdden moe ten zijn gehoord. Maar bij het overleg waren aanwezig- de hoofdingenieurs van den waterstaat in Zeeland en Limburg cn de betrokken ambtenaren van hel de partement van waterstaat. Spreker ge looft ook, dat indien de Kamers van Koophandel zoudeu zijn gehoord, zij in die dagen geen bezwaar zoudeu hebben geopperd. Vervolgens giug de Minister over tot bespreking van de bezwaren. ï'itvocrig stond hij stil bij die van den heer de Savornin Lobman, wat betreft den op zet van het verdrag, n.l. of het geven van uitwegen aan België een grondslag heeft gevormd van de verdragen van '39 tegen over hel behoud door Nederland van zijn territoriaal gebied Daarsan zit vaat de vraag of wij verplicht waren .de con cessies te geven zonder vergoeding. De houding van den Minister was in dal opzicht niet sterk. Hij ontkende nu niet het belang der wederkeerigheid maar zei dal men die niet op de spits moet drij ven. Feitelijk echter liet de Minister de daarover door licm in de Mem. van Anlw. geschreven en zoo sterk bekriti seerde bewering los. Toen kwam de beruchte kwestie de Schcldereserve. Is geen protocol van 23 Maart en ook geen geheime reserve, zoo zei de Minister. Wel is op 23 Maart dc com missie van XIV bijeengekomen, en heeft de heer Segers lextueel 'hetzelfde gezegd wat hij 10 Juli 1920 in den Belgischen senaat heeft gezegd. Door dit nog eens voor te lezen wordt dus geen geheim geschonden. (Spreker doel daarvan voor lezing Maar wat men niet .weel, is het ant woord van den heer Van Swindcren. .,Op het stuk van doorvaart van Belgische oorlogschepen door dc Schelde kan Ne derland geen recht, noch over het ver leden. noch voor de toekomst erkennen, Aan deze geheel nieuwe pretentie oht- breet elke grond". En-nu vraagt spreker of men zich kan voorstellen, dal bij dit standpunt in de toelichtende memorie eenige reserve of pretentie kan zijn op genomen, die ceu springplank zou zijn tegen ons recht. Dit is niet het geval. Het zinnetje in de toelichtende memorie is niet le verstaan als een inkorting van ons recht, maar liet moet zoo worden verstaan We hebben hier le maken met een verdrag uitsluitend lusschen België en Nederland, waarin een uitzondering wordt gemaakt voor de vaart van oor" logssschepcn. Voor bezorgdheid is dan ook geen re den, naar de Minister meent. (Prof. Gerrclson heefL in een meedee iing aan de «ochtendbladen nog eens in het licht gesteld, dat deze reserve dus wel degelijk blijkt te beslaan. En voorts: dat hel daartegenover stellen van een Nederlandsche afwijzing deze posi tieve Belgische aanspraak niet wegneemt, omdat daardo-or liet vraagstuk als open werd erkend). Hel nieuwe voorgestelde Schelderégi- mc aehlle de Minister .nicl bezwaarlijk voor de Zeeuwsehc polders, en arbitrage aehlle hij niet gevaarlijk. De regeling gaat iels verder dan hel minimum doch minder ver dan hel maximum van liet moderne recht. Het .Statuut van Barce lona is er niet mee in strijd Malar de belangen der ocverbevolking zijn bij de voorgestelde regeling beter verzekerd. Het verbod van een civielrechtelijk; beslag op doorgaande schepen erkende de Minister als een concessie. Het is niet in het belang van Nederland, sche pen aan beslag te onderwerpen, die van buiten naar Antwerpen varen. Wij moe ten tegenover het buitenland de eigen aardige verhouding op do Schelde niet le veel markceren. Terecht is in dit verdrag de Wielin- genkwesLie niet opgelost. Ze is niet een voudig. Zij zal eer in dc toekomst kun nen worden opgelost in den vorm van een compromis. Inzake bet loodswezen zei de Minister dal beloodsing bij toerbeurt te kostbaar ware. De regeling omtrent de lijnboolen is voorloopig; de getroffen regeling is rationeel. De Nederlandsche loodsen In houden hun recht, de schepen in Ant werpen naar de kaden te brengen, als gevolg van een correspondentie met de Belgische regeering. Inzake dc mosselvisschers zal spreker zich wenden lol de hofrokken depar tementen. Spreker concludeert, dal men op grond van de bezwaren tegen het Schelderc- giem nicl verantwoord zon zijn tegen over de andere mogendhedjen liet verdrag te verwerpen. Ten opzichte san het Moord ijk kan aal, hield de Minister ten eerste vol dal do huidige vaarweg door het Bévelandsehe kanaal wel degelijk den wensch naar een nieuwe verbinding recht vaardigt. En ver der bestreedl hij met tic ook vroeger door hem gebruikte argumenten de voor spelling van een bcnadeeling van den handel van Rotterdam. Nederland mag niet van zijn ligging gebruik maken om België een betere verbinding te weigeren. De bedenkingen van den heer Kostci- tegen de Limburgsche lean aalpl-i nregd i ng achtte de Minister van secundair belang. Ton slotte een uitvoerige beschouw hg over de politieke bcteckenis. Daar bij kwam er meer warmte in de rede van don Minister dan in het voorafgaande gedeelte. De Minister lichtte in den breedo toe, dal wij door een tegemoetkomende hou ding tegenover België ons zooveel moge lijk kunnen vrij houden van een bemoei ing der mogendhedêu Men moest België bclailg geven bij een goede verhouding lot Nederland; het moest inzien dat het zich met Nederland alléén kon verslaan Ook de Minister acht het vervallen der neutraliteit van België een nadoel voor Nederland. Maar welk ander alter natief ware mogelijk? Spr. komt er tegen op dat dc heer de Vos van Sleenwijk dit voorstelt als een afkoop van snnexionis- me. De gevoerde politiek zag naar de toekomst. Spr. heeft in dit debat geen andere po litiek hooren aanbevelen. Te Parijs is strijd gevoerd voor Nederlands zelfsl; digheid. In dit licht verschijnt de kwestie van de wederkeerigheid op den achter grond. Van vreesaanjaging is bij spr. geen sprake: hij protesteert tegen iedere uit- lpgg'ng van zijn woorden in dien zin. Maar hij kan zijn oogen niet sluiten voor hel feit, dat de zaak weder opnieuw komt in het vroegere stadium. Zoodra men nieuwe regelingen maakt, komt men in de sfeer der mogendheden. Men kan in hel verdrag van 1839 niets verand .«ren zonder hun medewerking. voorspellingen over hetgeen volgen gaal. zal spr. zich niet begeven. Hij ge looft echter dat dan voor Nederland een moeilijke tijd zal aanbreken, een tijd van verwikkelingen. Waarom ons piet die verwikkelingen le bezwaren0 Wanneer het verdrag ten slotte mocht worden verworpen, dan wordt door Ne derland een groote politieke fout ge maakt. De politiek van Staten beeft geen staatsman geheel in de hand; de gcogra fie geeft ze mede aan én dit bevat de indicatie van onze verhouding lot België In een brief van Palmerston van 18 Maart 1831 wordt datzelide denkbeeld reeds ontwikkeld. Nog 3 of 4 jaar gele den noemde men spr in een Belgisch blad den meest verachten man over den Moerdijk. Spr. is geen agent van België, voor Belgisch geld is spr. niel gekocht. Men heeft ten slotte de vraag te stel len hoe deze beide volken die naast elkaar liggen en zullen blijven liggen hun toekomst zullen inrichten. En dan zegt spr wend uw blikken toch af van hel verleden, laat u niet langer door wan trouwen leiden We hebben een hoog*, voorname polilick gevoerd, die onze sterkte is geweest in dc dagen van dreiging. Nederland is voornaam en oud genoeg om de leiding te nemen hij ccn politiek, die het verleden afsluit. Men doet geen wantrouwen te niet door wantrouwen, maar door vertrou wen. Deze politiek is goed voor onze in ternationale positie. Spr. gevoelt deze zaak als in ons belang: spr. pleit niet voor zichzelf maar voor Nederland Spr. heeft sterk het gevoel dal dit verdrag moet worden aangenomen. Hij woel wel dal hij dan zal worden nagewe zen als de mau die Nederland dil ver drag heeft gebracht, maar dat odium zal hij gaarne dragen. Spr. eindigt met een persoonlijk woord van dank tol hen, die een waardeerend woord tol hem hebben gesproken, zoowel voor- als tegenstanders. Wanneer deze strijd op een of andere wijze zal zijn be slecht, dan zal spr. gasj*nc dc hand druk ken ook van tegenstanders, behalve van degenen die hem hebben helecdigd Luid applaus). Verschillende leden kwamen den mi nister de liand drukken Daarna werd dc discussies gesloten en dc stemming op hedenochtend half twaalf bepaald. WA REEPEM" Slechts één merk zyn Uit Stad an Provinces, Uit Middelburg. In de vergaderzaal van Ged Sta len in de Abdij alhier had gister een, door den Commissaris der Koningin be legde, bijeenkomst plaats van vertegen woordigers der schillende, bij het ver voer van personen en goederen in Zee land betrokken, lichamen, alsmede van dc Kamers van Koophandel en Fabrie ken te Middelburg en Neuzen cn van den dienst der posterijen. Op deze bijeenkomst is om. de vast stelling der wetlerzijdsche dienstregelin gen Ier sprake gekomen. Het bleek daar bij, dat over het algemeen bij de vast stelling daarvan een goede samenwer king tusschen de verschillende diensten bestaat. BUI OEN EERSTEN AANVAL VAN ASTHMA of beklemde ademhaling gebruike men hel juiste middel Asthmador-poetKer of -Cigaretlen, en voorkom e daardoofl* verder noodeloos lijden Onmiddellijke verlichting. Bij Apotli en Drog. tegen de Verlaagde prijzen van f2 en f 1.70 (Ingez. Med.j Op 38-jarigeu leeftijd is te dezer slede na een korte ongesteldheid over leden Dr. J. Papegaaij, vroeger alhier woonachtig, in leven huidarts, chef v.d, kliniek e n huid- en geslachtsziekten aan het Binnengasthuis en consulent aan hei Wilhelmina-gasthuis te Amsterdam. Uit Walcheren. Door B. en W. der gemeente Me - liskerkc is dc datum, waarop de stemming voor den gemeenteraad zal plaats hebben, bepaald op Woensdag J 8 Mei a s Door de Anti-Rei*, kiesvereeniging Je A r n e m u i d e n zijn candidaat voor den gemeenteraad gesteld de hecren A. Schuit, (aftl* G. van Waarde, (aftr.). A. Cornelisse, M. Krijger, P. van Belzen en 1 van dc Ketterij. Door B. cn W. van G rijps kerke is de datum, waarop de stemming voor den gemeenteraad zal plaats hebben, be paald op Dinsdag 24 Mei a s. Door de Slaatk Geref partij te Oostkapelle zijn als candidatenvoor den gemeenteraad gesteld JI Zwemer (aflr.), S. Louwerse en S. de Kam. Uit Zuid-Be ve land. Door een groep hervormde kiezers le Bot SS e 1 e en anderen, die met hen inzake gemeentepolitiek kunnen cn wil len samenwerken zijn Woensdag de vol gende personen candidaat gesteld voor do a.s raadsverkiezing 1 J. Bruinooge. 2 C. Rottier, 3 P Dekker; 4 P Warren 5. J. van de Velde, G S. Almekindejrsj 7. C de Krijger8 J Blok. 9 ,Aime- kinders; 10. A. Kakcbeekc De eorsle 4 zijn allen aftredend. Dc lijst van candidaten van den Vrijheidsbond voor den gemeenteraad te W aarde bevat de volgende namen1 J. J Mol, 2. Marinus Weststrate Chrz., 3 C. Mol, 4. Jan Bom. 5. Adriaan Dek, 6. D Verburg, Te W o I f a ar t s d ij k heelt de Chr. Hist, kiesverceniging de volgende personen candidaat gesteld voor de a.s. gemeenteraadsverkiezing 1 N. Valkier aftr 2 M. van Slricn 'aftr. 3. J. van Wel (aftr 4 As. N. van Oeveren, 5. J Hannewijek en 6. D. de Regt. De Neutrale Kiesverecniging stelde de volgende personen 1. J. Lindenbergh, (aftr.), 2. A. C. J. Noleboom (aftr.), 3. AI. Kloosterman Cz., 4. Joost van Damme, 5. .1. C. Koert, G. Frans Verburg. Door B. cn W is de stemming voor dc leden van den raad nader bepaald op 19 Mei a s. Uit Tholen, - Bij Kon. besluit is opnieuw benoemd tot burgemeester der gemeente Stave- nisse do heer A. F Hnnssens, secreta ris dier gcmeeulc Uit Zee uwsch-Vl a anderen W. D. De candidatCn-lijst voor de verkie zing der leden .van den raad, der Chris telijk Historische partij in dc gemeente Ooslburg is als volgt samengesteld: 1 J. II. Boeltjes, 2 L. Meerman; 3. P. J. van Mcllo. Besmettel ij k e ziekten. Hol aantal gevallen van besmettelijke ziekten over de week van 13 tol en met 19 Maart in de provincie Zeeland be droog Roodvonk: Krabbendijko 1. Nieuwer-- kerk 2, Oud-Vossemeei* 2 Diphlheritis: Hcinkcnszund 1 Zicrilc- zee 1. (Voor verd,er Stad en Provincie zie men het Bijvoegsel). HANDEL, NIJVERHEID EN VLSSCHERIJ. Van den minister is bij debetrokken risschersvereenigingen le Icrsokc be richt ontvangen dat de golieclc Zuidezee an 15 Mei tot 17 Juli a s zal geopend zijn voor dc vissclicrij van mosselzaad. Het goederenvervoer op de Belgische spoorwegen Bij de Nederlandsche Kamer van Koophandel in België kwamen van ver schillende Nederlandsche firma's klach ten in betreffende de groote vertragin-

Krantenbank Zeeland

Middelburgsche Courant | 1927 | | pagina 1