FEUILLETON. BINNENLAND. Zaterdag 23 Becemfew iB22< Hei bloed is de bron van het leven Be Pink Pillen zijn een bron van bloed ■sssaa Mo. 303 SIS 105s Jaargang MIDDELBURGSCHE COURANT 'TBSt numlmer bestaat uit TWEE bladen. EERSTE BEAR. WEGENS DE KERSTDAGEN ZAL DE WRDELBURGSEIIE COURANT MAAN WAG EN DINSDAG NIET VERSCHIL WBN. Abonnementsprijs per kwar taal: op de buitenwegen om Middelburg, en voor de andere gemeenten p, post f 2,50; voor Middelburg en agentschap Vlis- jiagen f 2.30; weekabonnementen in Middelburg 18 cent per week, Advertentiën! 30 cent p. regel. Ihgezonden Mededeelingen: 50 cent p. regel. Bij abonnement veel lager. Familieberichten en dankbetuigingen; "*»n 17 regels f 2.10, elke regel meer 30 cent. Kleine advertentiën niet grooter dan vijf regels druks en waarbij Is aangegeven dat zij in deze rubriek otoetën geplaatst worden, 85 cent bij vooruitbetaling. Advertentiën onder brieven of bevragen bureau dezer cou rant 10 cent extra. Bewijsnummer 5 cent plus 2 cent voor port per stuk. Advertentiën moeten, willen ze nog in ons blad van dienzelfden dag worden opgenomen, uiterlijk 12 UUR en des SATERDAGS uiterlijk HALF ELF aan ons Bureau bezorgd zijn. Aangesloten bij den Post-, Cheque- en Girodienst onder oo, 43255. REDEN VOOR BLIJMOEDIGHEID? Een Kerstpraatje moet blijmoedig zijn. Dat is zoo de traditie. We zullen het daarom nu niet hebben over „den gang door het diepe dal". Dat onderwerp zou beter geschikt zijn om met Oudejaars avond de menschen in de stemming te brengen, noodig voor het overpeinzen va» hun zonden en zorgen. Het Kerst feest behooren we met blijmoedigheid in 4e gaan, vooral nu het dit jaar den donkeren tijd verheldert met een rust ran drie dagen achtereen, 'ten minste voor hen die niet de bittere opmerking moeten maken, dat ze door werkloosheid reeds zoo lang rust hebben. Maar wat hebben Kerstschrïjvers van vóór den oorlog het toch gemakkelijker gehad dan die van nu! Tóen was er allfjd wel een onderwerp van algemee ne» aard waaruit een blijmoedig betoog koe worden gedistilleerd, zonder vrees voor tegenspraak. Tóen kon je op Kerst dag het over „Vrede op aarde" hebben, «onder dat letterlijk iédere lezer scham per glimlachte. Tóen kon je het nog hebben over naastenliefde, zonder da delijk verwijzingen naar het tegengestel de uit te lokken. Tóen kon je b5j! 't bespreken van die dingen algemeen men- sohelijke eigenschappen aanroeren, ter- vijl je nu met economische motieven voor je optimisme moet aankomen, wil je dat de menschen je zullen geloovón. Spreek iemand liu over vertrouwen; en hij valt je in de rede met een naar v®r haal over de malaise. Spreek hem over de weldaden van overheidszorg; en hij houdt een betoog over de gevolgen van versobering en bezuiniging, totdat je eindelijk zegt, dal je in deze drie da gen die woorden niet meer hooren wilt. Dus dat alles nu niet. Maar daarom is er nog wel reden om niet ól te zwaarmoedig te zijn. Als de schemering daalt is' het vaak dreigender en somberder dan wanneer het werkelijk nacht is. Dan valt 't meest al mee. De duivel is nooit zoo> zwart als hij er uit ziet, werd al heel lang gele den geconstateerd. En een feit is; het, dal, nu we dik in de malaise zitten, de gevolgen niet zoo algemeen gevoeld wor den, als eerst wel gedacht werd. We vra gen de lijders dje pr wel diep „door getroffen werden, speciaal te letten op dat woordje „algemeen". En we vra gen hen, die een klein tikje meekregen, er wel om te denken, dat ónderen het erger voelden, en dat verreweg de mees ten er niet buiten bleven. Maar wanneer er eens een prijsvraag over werd uitgeschreven: welke m&n- ischelijke eigenschap in en na den oorlog het sterkst aan het licht kwam, dan zouden wij daarop als antwoord geven: het aanpassingsvermogen. Toen in '18, '19 en '20 sommige heldere koppen al door aan de menschen voorhielden, dat de spaarzaamheid het eenige redmid del zou zijn om óns voor een ramp te behoeden, werd heel vaak spottend ge- vraagd: maar waarop moeten wij' dan wel bezuinigen? Die spotters vragen het nu niet rtieer. Zo hebben het geleerd. Velen noodgedwongen in de bittere reali teit van vermindering van kapitaal inkom sten, verliezen in zaken, of salarisver mindering: Maar hoe dan ojok: een groot deel van de menschen leeft v«el so berder dan vóór den oorlog. Het zou hun te duur worden, het Anders te doen! Eh hu weten we wel, dat er ook zijn. die niét sober leven, die malle dingen doen, en de bloempjes buiten zetten. Maar let eens goed op: het zijn er niet zoo bijzonder veel. De me«sten| doen niet meer alles wat ze vroeger deden. De algemeene neiging is onmis kenbaar een inkrimping van behoeften. We zeggen niet dat die neiging overal met opgewektheid en geestdrift aanvaard wordt, maar ze is er. En dat is de hoofd zaak. Want.het was noodig dat een derge lijke algemeene stemming geschapen werd om uit het vóór-oorlogsche leven j af te snijden wat het herleven in den iw^g stond. En ook uit de jaren van schijn welvaart tijdens den oorlog. Als we nu denken aan de ongelooflijke luxe waar aan sommige maatschappijen hun winst overvloed meenden te moeten besteden, dan zal iedereen wel toestemmen, d.at zulke dingen voorlotopig niet meer moge lijk zijn En dat we de iperiode achter den rug hébben, waarin het leek dat iedere maatregel van Rijk, Provincie of Gemeente mogelijk was, omdat het geld geen rol meer scheen te speten, ja, dat zullen we niet nader aantoonen. Men wordt daaraan dagelijks genoeg herinnerd door de verslagen in de couranten. En zou iemand twee jaar geleden hebben durven voorspellen dat van arbeiders- zijde in- zulk een mate als nu 'blijkt, wordt medegewerkt aan verlenging van den arbeidstijd? We weten ook al weer, dat die medewerking nog verre van vol ledig is aver de heele linie. Maar z® is er toch bij een 'groot deel. En het is ook waar dat al die dingen niet met blijde geestdrift ontstaan, maar door zorg voor de toekomst, die anders rampspoedig dreigt te zullen worden. Maar we herhalen dat dit er niet toe doet. De hoofdzaak is dat de stemming zich steeds meer verbreidt om langs dien weg weer een uitweg te vinden- Is het niet een reden tot e®n blijmoe dige Kerstgedachte, dat die erkenning van algemeene inkrimping bij ons ingang vond zonder ernstige botsingen? Hel kón ook anders. Zie maar in an dere landen. Zulke dingen worden 'in Üe wereld van nu staatsgewijze beslist. Geo grafische grenzen zijn yaak merkwaar-» dig sterke omheiningen--gebleken. Maar in vergelijking daarmee hebben de 'va luta-verschillen ontzaglijk hooge en dik ke muren gebouwd tusschen de verschil lende staten, die alle een steeds meer afgezonderd, en, juist door de valuta, een afzonderlijk zich ontwikkelend maat schappelijk leven hébben. En alsi we dan gelegenheid hebben aan de andere zijde van zoo'n muur te zien, en als we dan een beetje goed toekijken en den schijn van de werkelijikheid afkrab ben, dan zien we heel gauw, dat de stand van zaken hier zeker niet hope loos is, al moeten er nog meer dingen zich aanpassen aan de nieuwe toestan den, èn al zal het heel lang duren vóór de langzame opgroeiïng van onze wel vaart tot wat meer verademing heeft geleid VAN RENE BAZIN, Lid van de Fransche Academie. f)- I i 1 Ben anderen keer sprak Pierre Quó- *<rne zonder te roepen, zonder zijn oog leden op te slaan, met een stem, die scheen te droomen Broeder Alain? Ben je daar nog, ïrifn broeder Alain? Ben snik antwoordde „ja". Ben je tevreden Waarover? -r Sterf ik nu zooals jij' het wensCht? priester boog zijn hoofd. Pierre hernam, maar zoo zacht, dat o»ameTlen niet meer over de lipperr Mijn kapitein "n/o wu' .kaj)1[e!n TteUequin. Ik pegrijp net .Wil ,,e dat ik hem laat roepen? Hij kreeg geen antwoord. De adem vë» den wind voer over Champagne. De broeders luisterden er te zamen een oogenblik, zooals zij in hun £ugd gedaan hadden, ver, zeer ver van- «ar. De priester meende tenminste dat tottc naar den* nacht luisterde. Toen BMtffle hij, duidelijk, deze laatste wam DE ARBEIDSVOORWAARDEN VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM, Woensdag heeft de Amsterdamsche Ge meenteraad de nieuwe regeling der loon- en arbeidsvoorwaarden der gemeente- werklieden in behandeling genomen. De voorstellen van B. en W. daartoe gaan veel minder ver dan eerst verwacht weFd na de opzegging van het contract. De standaardloonen blijven in hoofdzaak on veranderd. De werklieden zullen echter 3i/g pGt. van hun loon moeten bijdragen in de kosten voor hun (hoogere) pen- sionneering. De vacantie-bijslag is' daar entegen gehandhaafd^ en over de invoe ring van een 48-urige werkweek wordt alleen de mogelijkheid in uitzicht ge steld, dat zij 1 Juli '23 zal worden inge voerd. Echter niet de zekerheid. Reeds voor -de behandeling werd gezegd dat de ze voorstellen slechts ondersteund wer den door de meerderheid van B. en W., n.l. de drie soc.-democraten en den heer Wierdels. Ook in de commissie van bij stand zou verschil van meening zijh ge bleken Het verschil in B. en W». lieeft boven dien nog deze beteekenis, dat de heer Wierdels, die de onderhandelingen met het Georg. Overleg voerde, nu beschul digd wordt daarbij te zijh afgeweken van. de opdracht hem door de oorspronke lijke meerderheid van dat college gege ven. Het schijnt echter, dat de arbei ders vertegenwoordigers in het Georg. Overleg zich sterk tegen iedere concesr sie hebben verzet. Bij de beraadslagingen van Woensdag was die houding van den heer Wierdels een punt van scherpe kritiek. En tevens werd er daarbij' door de heeren Tansma (c. h,), Romme (r. k.) en Boissevain (v. b.) betoogt, dat een dergelijke invloed van het Georg. Over leg ongewenscht is. De heer Ophorst (c. h.) jdiende een motie in, uitsprekend dat met ingang van 1 Juli de 48-urige arbeidsdag moet worden ingevoerd. Donderdag is er over deze kwestie 's middags en 's avonds voorivergaderd, waarbij speciaal de wethouders Ter Haar en Vos hup misnoegen te kennen gaven over de houding van den heer Wierdelsi. Deze laatsjte zei de vaste overtuiging te hébben dat 1 Juli de 48-urige werkweek wordt ingevoerd. Ten slotte werd de motie-Ophorst ver worpen met 21 tegen 14 st., en werd met dezelfde stemverhouding het voor stel van B. en W. aangenomen. IN EN OM DE HOOFDSTAD. VI. Belastin g-nieuwigheid en hotels. In onze veel bewogen tijden zijn we allengs aan heel wat nieuwigheden ge woon geraakt. De uitvindingen van het laatst der vorige en van dit eerste kwart der loopende eeuw zijn op schier elk gebied zóó overweldigend, zóó duizeling wekkend geweest ik overdrijf heuscb niet, denk maar eens aan de „looping- the-loop" in het onbegrensde luoh|- ruim dat ze eigenlijk reeds iets heel gewoons geworden zijn. Wij, ondankbare (stervelingen, staan feitelijk over niets meer verbaasd; vinden het meest belang rijke dood-gewoon. We mopperen tegen woordig als we bij' de juffrouws van de telefoon niet binnen een paar mi nuten aansluiting krijgen (tusschen Am sterdam en Maastricht wót zeg ik, tusschen Amsterdam en Berlijn of Am sterdam en Londen gaat het ons reeds niet vlug genoeg; we ?ijn veront waardigd als er af en toe iets hapert aan den electrischen stroom, waardoor gedurende eenige minute.ii het ejectriscli trambedrijf of het gloeien ottzer eieé- Irische lamp wordt stop> gezet en den ken er schier flooil eens aan van hoe groote beteekenis het menschelij"k we ten was, dat al die nieuwe uitvindingen tot stand bracht. W'ij zijn geworden !o( b'lasc-creaturen, die eigenlijk niets meer belangrijk, die alles gewoon vin den, en in encyclopaediën moeten opzoe ken de namen der groote uitvinders^ van al datgene wat aller-merkwaardigst is, maar ,'in onze oogen dood-gewóón Geen terrein feitelijk of er valt uit de latere jaren iets nieuws op aan te wij zen. Ook op het gebied der belastingen! Neen, lezer, lach daar nu niet om, spot daar niet mede. want élke nieu we gedachte, élke nieuwe uitvinding van den een of anderen fisciis-s'pecialiteit voelen wij', de een minder, de ander wat meer; de een direct, de ander indirect, -9 terKÉrte Eischt Hollandsche verpakking en ij Gebruiksaanwijzing. (Iafez. Med.) aan den lijVe. Het gebied der belastingen is in de la tere jaren, vooral se'dert den wereld oorlog misschien nog meer sedert de zoogenaamde werekl-vrede is „uitgebro ken" ook vruchtbaar geweest atn zóóveel nieuwe uitvindingen, datwjj ét al aan gewoon geraakt zijh. We vragen zelfs bijna iederen dag: wat zouden -- d.w.z. onze ,;vrienden", de fiscus-.'.pC cialiteiten nu weer bedacht hebben* Vroeger ja vroeger was het anders.,. Toen vond men een nieuwe belasting- bedenking zelfs zóó merkwaardig, dal men er een liedje op dichtte. Ik herinner me nog hoe jaren geleden de hondeti belasting hier werd bedacht en kort daarna zong men id Amsterdam: De heeren van de stad, die weten al tijd wat; Nu hebben ze uitgevonden, 'n belas ting op de honden. Dat was in den goeden ouden tijd, toen men nog zingen kon bij een nieuwen aanslag op de portemonnaie. La ter kwam de forensen-belasting. Daar juichte men niet zoo om. Hevige pro tester; schandaal-geroep! En thans hoeveel gemeenten heffen niet dezé bé- lasling op de vrijheid van het individu om té wonen, waar hij zulks het beste acht? Dood-ge woon geworden1. Daarna: belasting op publieke verma kelijkheden. Nieuw schande-geroep; n mensch mocht zich nu zelfs niet eens meer „on-gefiscusd" openbaar verma ken. Ook alweer: héél gewoon geworden. En nu hebben wij weer het aller nieuwste op dit gebied; een nieuwigheid, die ons, Amsterdammers, allereerst raaW sn die u, pro v i n c ie - m e 11 s ch enook kan raken een nieuwigheid, die met den ngang van liet volgend jaar door den gemeenteraad van Zandvoort zal worden ingevoerd de belasting op logeer gasten. Ge weet, Amsterdammers noemen Zandvoort soms de badplaats der hoofd stad; de Haarlemmers zeggen wel, dat t niet zoo is, want dal Zandvoort hun badplaats is, maar de rechtgeaarde Am sterdammer antwoordt: ,,'s Niet-esl De Iram rijdt van 't Spui naar onze 'bad- iplaats, Zandvoort, en passeert dan Haar- em onze voorstad." Zegt u eens tegen een r^chtgeaarden Haarlemmer, dat zijn slad de voorstad van Amsterdam is, en vertel me daarna eens 'hoe vriendelijk hij u aankeek! Nu, Zandvoort gaat de nieuwste nieu wigheid op fiscus-gebied toepassen. Al den: 1 - Mijn kapitein had het wel gezegd: ,Na het kruis de terugkeer, dat zal het paradijs zijn!" Even vóór het aanbreken van den dag gaf de vierde zoon, het zevende kind van Jean Quéverne, zijn ziel, die ge leden had, terug. HOOFDSTUK XI. De strijkster. In de lange straat, die oploopt en zich aan het einde in drie wegen splitst en die geheel Fouësnant uitmaakt, woont de opperstrijkster aan de rechterzijde niet ver van de post. De zaal is diep, de muren zijh gewit, drie vrouwen z'ijln aan het werk: de meesteres staande in het midden, een werkster eveneens staande aan het uiteinde, bijna in de schaduw en een voor het raam geze ten. Er zijh er twee die huiven en mut sen strijken en met glansijzers de ban den en de mutsenbollen glanzen, zelfs de geborduurde zakdoeken die nu in de mode zijn en die de mooie meisjes zich hij den jaarlijkschen oogst van den cider of in het seizoen van de visch- vangst ten geschenke laten geven. De jongste van de drie vrouwen, Anna, zij die hij 't venster zit, Anna die blond is, die een hlanlc gezichtje heeft en wier blauwe oogen nooit denken en enkel kunnen lachen en schreien, f legt de laat ste hand aan een rouwmuts. Meer dan een uur zit zij' voorovergebo gen je naaien. Zij richt zich nu op, neemt een muts van motion (iisscifen twee vingers, een wit lint, een !tr r: zon der kant, die breed opgepijpt moet wor den, haar werk ,-dat zij bijna voltooid heeft. Zij houdt h|et in het licht. Zij zegt terwijl de Weide anderën met de punt of den hiel van hiet ijzer li^t neteldoek strijken, waaruit de waterdamp jn lichte wolkjes opstijgt en naar buitten stroomt Ziedaar nu de wieduWenkap en de kraag van Marie (Quévernte- Zij moeten vanavond worden afgeleverd. Ik zal voor donker klaar zijn. Je kunt er niets an ders van zeggen dan dat het er armelijk uitziet! En dat voor iemand die zoo jong is. Voor een die rijk is. Het wordt weer stil. Het 'ijizer strijkt over de met wol bekleede planken. Nie mand heeft aandacht geschonken aan de prmelijke muts. De vrouw vraagt nu, terwijl zij ge bogen blijft en niet ophoudt met de banden van 'n trouwmuts te strijken, zoo fleurig als een voorjaarsbloemheester Zeg eens Anna, zal zij ook Ijtrip om de zakken en onderaan haar voor school hebben? Neen. Dat wordt anders wel gedaan voor de rijke menschen. Zonder twijfel, maar zij heeft aan aan de naaister laten zeggen Louise heeft het mij zelf oververteld: „Ik wil niets dan heel effen zwart katoen hebben. Is het niet wonderlijk? Een vrouw die ér van hield zich op te schikken zoo als geen ander hier! Er klonk een lach achJer uït hjet atelier en een heesche stem antwoordt. Waarom wonderlijk? Hoe minder men de mannen betreurt, hoe zwaarder rouw men draagt. Men weet wel de wereld is boosaardig. Zwijg Yvonne! zegt de wouw. Ja zwijg maar! herhaalt degene die in het licht werkt. Men heeft van haar zooveel verteld dat biet waar was. #ij is nu weduwe. Zij die van haar of van hem kwaad spreken, hebben geen har(. Zou je niet lachen? -- Alles op zijn tijd, kleintje. -- Kijk die blonde met haar zedepreek De blauwe oogen zien verontwaardigd maar toch zacht naar het achtereinde van de kamer. Weet je wel Yvonne, boe zij haar ngeluk heeft vernomen? t— Zooals iedereen denk ik? Er is iemand gekomen met een telegram. Het was negen uur en de twee knechts de oude Le'Treff en de andere, de jongere sliepen in de hangkamer van Jeanne Marie in de benedenkamer. Er was dus niemand in de keuken behafve de moeder en de dochter, de meesteres var. Iter,jan en die arme ziel van vijf en twintig jaar, die het volgende oogenblik moest hooren dat zij weduwe was. ge 'worden. Drie slagen op de deprpan pan, pan. Zij zijn bang geworden. Zij wachtten een oógenblik zonder iets te zeggen. Het is huiten zoo stil als de kri) met Kerstnacht. Hun hond is zelfs ban .geworden. Je weet wel dat de'hónden en neg vee.' andere dieren de^doCrt*ruiken als hij voorbij' gaat. Wie was de man? Dal, weet ik niet. Sommigen zeggen, de hulpbesteller, anderen beweren dat het de oude besteller met het manke been was, die dikwijls boodschappen doet. De dikke moeder, die zoo rond als een toren is, heeft nauwlijks den man herkend of zij vliegt van haar stoel op en loopt naar hem toe. Zij neemt liet tele gram, dat hij in de hand hield en zegt heel zacht, maar denkelijk niet zacht ge noeg: „Geef mij dat. Zij is daar, mijn dochter. Zij zal het couvert zien... Zij za! hel begrijpen!... Zeg haar dat je voor fiets anders bent gekomen..." Maar hij wist. niets te verzinnen. Hij zweeg. Geen halve minuut later heeft het ongeluk zijn uitwerking gehad. Als rij zich om- keeren, hij om ik weet niet welke leugen uit te kramen en zij omdat zij haar doch ter niets hoort zeggen .zien zij Marie uit gestrekt op den grond liggen voor den .•schoorsteen met opengesperde oogen, den mond look open en geheel blauw als of dc ziel gevloden was. Zij hebben haar geroepen ,maar zij heeft niet geantwoord. Zij hebben haar op haar witte bed ge bracht en twintig minuten zijn zij met haar bezig geweest. Toen moest hij in hel duister heengaan, omdat hij nog meer te doen had. Moeder en dochter zijn toen alleen achtergebleven. (Word! vervolgd)»

Krantenbank Zeeland

Middelburgsche Courant | 1922 | | pagina 1