MIDDELBÜRGSCHE COURANT. r 250. laandag1 1872. 21 October. Dit blad verschijnt dagelijks met uitzondering van den Zondag, den 2'c Paasch- en Pinksterdag en een der Kerstdagen. De prijs per 3/m.franco is f 3.50. Middelburg Daar de verbetering van ons verdedigingsstelsel, de eensusherziening en de invoering eener inkomstenbelas ting al moge deze laatste dan ook tot de verkiezin gen van 1873 naar den achtergrond zijn gedrongen de eerste punten zijn op de lijst der onderwerpen welker regeling verreweg het grootste deel der natie verlangt en verwacht, komt het ons niet ongepast voor met cenige nauwkeurigheid na te gaan wat door de liberale pers harerzijds tot oplossing dezer drie brandende quaestiën wordt bijgedragen. Reeds dadelijk levert daartoe s'.of „Een ernstig woord over eene ernstige zaak", waarmede de Nieuwe Rotter- damsche courant eene reeks van artikelen opent, die dienen moeten om de overtuiging van het noodzakelijke eener reorganisatie van ons verdedigingsstelsel meer en meer ingang te doen vinden. Met schrik denkt men zegt het blad, nog terug aan de gebeurtenissen van 1870, vooral aan de maand Juli van dat jaarook om de gevolgen die voor andere dan de oorlogvoerende staten uit de gebeurtenissen van dien tijd konden voorvloeien. Niet het minst in ons vaderlanddat gedurende een lange reeks van jaren aan de zegeningen van den vrede gewend, thans mis schien ondanks zich zelf het tooneel van een bloedigen strijd kon worden, wekte die toestand bezorgdheid. En hoewel het lot ons gunstig is geweest, kunnen we niet ontkennen dat er werkelijk gevaar bestaan heeft. „Niettemin gaf het jaar 1870 ons een droevig schouw spel en een leerrijk voorbeeld tevens in ons eigen land te aanschouwen. „Droevig was het te moeten ondervinden, dat ons leger en ons defensie-stelsel, niettegenstaande al de millioenen schats er jaarlijks aan besteed, toen in een toestand verkeerden, ongeschikt om den zwaren last te torschen, dien men het op de schouders zou hebben kunnen laden, en zulks te meer, omdat vooral in de laatste jaren zich bij herhaling krachtige stemmen hadden verheven, om op het gebrekkige van onze strijd krachten te wijzenen meer dan eens ernstige aandrang tot verbetering was gebezigd. Daarom was dat schouw spel voor ons een leerrijk vocrbeeld tevens, omdat er uit kon "blijken, hoe het voor elke regeering een dure plicht is, zich rekenschap te geven van de behoeften van het oogenbliken hoe de verzaking van dit eerste beginsel van staatsmanswijsheid, op elk gebied hare straf met zich voert. „Eene ernstige waarschuwing lag voor ons opgesloten in de treurige ervaringdie wij in den zomer van 1870 moesten opdoen; eene waarschuwing, die ons met den vinger aanwees welke de behoeften van het oogenblik warendie in de eerste plaats voorziening noodig had den. Algemeen was toen de roepdat hervorming van ons krijgswezen een volksbelang is, dat, te lang ver waarloosd, thans zonder verwijl moest worden ter harte genomen." Een krachtige hand werd vereischt om het waggelende gebouw onzer defensie te steunen en in bewoonbaren staat te brengen, en met vreugde werd daarom de op treding van Thorbecke begroet, die bij zijn optreden in de kamer de banier ontplooide waarop bet woord „defensie" met krachtige hand geschreven stond. Een hoofdofficier uit het legerdie sedert jaren was aange duid als de persoon bij uitnemendheid geschikt voor de gewichtige taak, die thans te vervullen was, stond hem ter zijde; en dat alles gaf redenen om voor ons krijgswezen betere dagen te verwachten. De Nieuwe Rotterdamsche herinnert verder aan de tegenspoeden en hinderpalen waarmede Thorbecke te kampen had en waaraan zij het meent te mogen toe schrijven dat wel veel werd voorbereid en geregeld, maar niet tot stand gebracht, en niemand dan de groote staatsman zelf zal het meer hebben bedroefd, dat de ontworpen wetten met de daarop noodig geoordeelde wijzigingen niet tot wet zijn verheven. „Het nieuwe ministerie zegt de Nieuwe Rotter - damsche is opgetreden met dezelfde algemeene beginselen van regeeringsdeleib, als het vorige. Wij mogen dus aannemen, wij hebben recht te vorderendat cok dit ministerie de taak onzer verdediging ijverig zal ter harte nemen maar nog altijd staat de waarschu wende vinger van 1870 even dreigend op ons verde digingsstelsel gericht. Want, ofschoon er veel is voor bereid en toegelicht gehandeld is er tot nogtoe niet. En het is meer dan tijd om te handelen. Lan ger uitstel zon een ernstig gevaar worden. Niet al leen aan clen minister van oorlogmaar aan het geheele kabinet en ook aan de volksvertegenwoordiging beeft de natie bet recht dezen eisch te doen." Door dc nieuw opgerichte kiesvereeniging van de Christelijlc-historische richting Nederland cn Oranje te Amsterdam is tot candidaat voor het lidmaatschap der tweede kamer gesteld de heer mr. J. J. Teding van Berkhout. Yan de 24 candidaten die het geneeskundig examen in de thans geëindigde eerste zitting der staatscom missie voor 187273 geheel of gedeeltelijk hebben af gelegd, zijn 14 toegelaten en 6 afgewezen, terwijl 4 zich hebben teruggetrokken. Eene akte van bevoegd heid als arts is uitgereikt aan de heeren Th. Abrahamsz, I. H. DiephuisI. HoogkamerL. S. Wildervanck, M. M. Bleekrode, M. L.CannegieterK. J. Lette en H. A. Zegers. BENOEMINGEN EN BESLUITEN. registratie. Benoem tl tot entvanger der registra tie en domeinen te Breda E. H. M. Leurs, thans ontvanger der registratie en domeinen te St. Oedenrode. belastingen. Opgedragen de waarneming van de cóntröle der directe belastingen, in- en uitgaande rechten en accijnsen te Bedum, aan J. M. Burgerhoudt, adjunct controleur derzelfde middelen te Rotterdam, met bepa ling dat hij te Warffum zal resideeren, en verplaatst de navolgende adjunct-controleurs der directe belastin gen, in- en uitgaande rechten en accijnsenA. P.R. van Beusekomvan Maastricht naar Rotterdamom werk zaam te zijn ter controle der in- en uitgaande rechten en accijnsen aldaar; M. Schuylenburgvan Roosendaal naar Maastricht. staats-courant. Benoemd tot redacteur van de Nederlandsche Staats-courant mr. A. M. Maas Gecste- ONDERWIJS. De Staats-courant van heden bevat jiet eerste verslag aan den minister van binnenlandsche zaken, van de commissie van 1 Augustus 1872 tot ultimo Juli 1873 belast met het afnemen der natuurkundige examens, volgens art. 4 der wet van den lcn Juni 1865 (Staats blad n°. 59). ïn het jongste nommer van de Economist bespreekt dr. D. J. Steijn Parvé, inspecteur van het middelbaar onder wijs de burgerdag- en avondscholen en de ambachts scholen, en komt tot de volgende resulaten: 1° De burgerdagscholen hebben tot dusver niet be antwoord aan de verwachting, die de wetgever daarvan had en het is niet waarschijnlijk dat zij, zonder wijzi ging, in 't vervolg beter daaraan zullen beantwoorden. 2° De uitkomsten der burgeravondscholen, hoewel niet in alle opzichten zoodanig als te wenschen ware, zijn beter vooruitgang is op eenige plaatsen merkbaar. Opdat zij beter haar doel bereikenis medewerking van de werk bazen en vooral verbetering van het voor den ambachts stand bestemde lager onderwijs noodig. 3° Practische opleiding in eene goed georganiseerde ambachtsschool verdient de voorkeur boven die in de werkplaatsenzij moet echter gepaard gaan met degelijk theoretisch onderwijs. Algemeene invoering is evenwel, uithoofde van de aanzienlijke kosten, nog onmogelijk; bovendien zullen er altijd zeer vele ouders uit deu am bachtsstand zijn, die huune jongens er niet heen kunnen zenden, omdat zij niet tegelijk hun weekloon missen en het schoolgeld betalen kunnen. Voor dezen zijn burger avondscholen onmisbaar. 4° Verbinding van eene burgerdagschool met eene ambachtsschool is aan te raden; door eene goede rege ling kunnen de kosten der ambachtsschool eene vrij aanzienlijke vermindering ondergaan, terwijl tevens de burgerdagschool in veel ruimeren kring nut zal stichten en beter aan hare oorspronkelijke bestemming zal beant woorden dan tot dusverre het geval was. C°. Doeltreffende verbinding van eene ambachtsschool met eene burgeravondschool is moeilijk uitvoerbaar. Daar, waar men genoegzame fondsen tot zijne beschik king heeft, verdient de oprichting eener zelfstandige ambachtsschool met theoretisch en practisch onderwijs de voorkeurwaar de middelen daartoe ontbreken, zou met eene verbinding op kleinere schaal de proef te nemen zijn, doch onder uitdrukkelijke voorwaarde, dat in den regel geen leerlingen bij de ambachtsschool wor den aangenomen, dan die de lessen der burgeravond school bezoeken of hebben bezocht. KERKNIEUWS. Aangenomen het beroep tot predikant bij de Neder- duitsche hervormde gemeente te Rijnsburg, classis Leiden, door den heer J. D. Sigal, predikant te St. Laurens. Bedankt voor het beroep tot predikant bij de Nederduitsehe hervormde gemeente te Gramsbergen door den heer II. Bax, te Poortvliet, en voor het beroep tot predikant bij de Nederduitsehe hervormde gemeente te St. Maartensdijk door den heer G. Doedeste Bieselinge. MARINE EN LEGER. Zr. Ms. raderstoomschip de Valk, onder bevel van den kapitein-luitenant ter zee jonkheer A. R. A. M. Clifford Kocq van Breugel, is, in den namiddag van den 18en de zer, van zijne reis naar Engeland weder ter reede van Texel teruggekeerd. StaaU-cour KOLONIËN. Weder zijn per mail berichten uit Oost-Indië aan gebracht; zij loopen tot 11 September. De Javasche courant van 30 Augustus en van 6 Sep tember bevat mededeelingen uit Deli tot 8 Augustus jl. Onderscheidene kleine expeditiën zijn, blijkt daaruit, tegen de Battaks gericht en meestal goed geslaagd. Het officieele blad zegt: „Nadere berichten^ ij n niet ont vangen." Is daarmede bedoeld tegenspraak te geven van hetgeen wij den 3en dezer op gezag van de Pinang Gazette mededeelden Tot dusver hebben wij geen reden om als onjuist aan te nemen hetgeen daar voorkwam, noch om het te bevestigen, namelijk dat volgens berich ten, loopende tot 21 Augustus, dus veel later dan die van de regeering, bij een tocht in de binnenlanden de voorhoede van onze troepen plotseling in eenbergengte met een moorddadig vuur begroet zoude ziju, waardoor 20 man min of meer en een officier zwaar gewond wer den. Onze troepen trokken in goede orde op Soengal terug. Overigens wordt de toestand ïn Deli als niet onguns tig geschetst. Particuliere brieven uit Deli van denzelfden datum als de berichten van de Pinang Gazette hier aangeko men, bevatten niets van het bovenvermelde. Zware branden hebben weder Batavia geteisterd. Den 5e" en 6cn dezer zijn de kampong Djawa, achter Molen vliet, en kampong Aijer, in het Moorsche kamp, achter het Ckineesche hospitaal, ten deele afgebrand. Z. Exc. de gouverneur-generaal was den 3en hier aanwezig en begaf zich naar het tooneel van den brand. De schade is zeer groot; verscheidene bon der den huizen van steen en bamboe werden verwoest, en daar de brand zich wegens de sedert eeu maand heerscbende felle droogte met ongeloofelijke snelheid verspreidde, verloren tal van gezinnen al wat zij bezaten. De druk komt op met Europeanen gelijkgestelden, inlanders, Arabieren en Chineezen neder. Het watersnoodfonds is niet in staat om in de telkens voorvallende rampen te voorzien. Tot. dusver is niet bekend dat men de noodlijdenden eenige geldelijke hulp heeft verstrekt. Het hooggerechtshof heeft rechtsingang gelast tegen den assistent-resident van Djocdja. De directeur van binnenlandsch bestuur vertrekt den

Krantenbank Zeeland

Middelburgsche Courant | 1872 | | pagina 1