MIDDELBIIRGSCIIE COURANT. N°. 121. Diugsdag 8 October, Sc6tutcu ctt !31bmiiÜ0U*aticM. GEDEPUTEERDE STATEN van ZEELAND, maatschappij tot nut tan 'T algemeen. jaarlijksche veemarkt te axel. ISitmculanböchc &ijbtttgcn. o B EKEXJ) MAKING. De COMMISSIE uit het Provinciaal Geregtshof in Zee land, te zamengesteld ter voldoening van art. u der Wet op het Notaris-ambt, van den 9 Julij 1842 (Staatsblad 110. 20) tot het afnemen der Examina van hen, die verlangen mog- ten zich in staat gesteld te zien om naar het ambt van No taris te dingenmaakt bij deze aan de belanghebbenden be kend dat zij tot het bedoelde einde zal vaceren op Woens dag den zesden November eerstkomende des voormiddags te tien ureeti volgende dagen (is 't nood), in een der Ver trekken van het Hofgebouw. De Commissie herinnert voorts de Adspiranten aan de voorschriften van art. 3 der voorschrevene Weten verlangt overigensdat zoodanige stukkenwelke aan haar moeten worden ingediend, tijdig en portvrij zullen worden bezorgd ter Griffie van den Hove. Middelburg, den 30 September 1850. De Commissie voornoemd De Procureur-Generaal G. van IJSSELSTEYN bij den Hove Raadsheer. M. VERBRÜGGE. A. J. van DEINSE, Raadsheer. AANRESTEDJNG. Brengen ter kennis der belanghebbenden dat op Donder dag den 24 October 1850, des voormiddags ten jo ure, door een hunner Leden daartoe door hen gecommitteerd in bijzijn van den Hoofd-Ingenieur in het 11de District van den Waterstaatin een der lokalen van het Gouvernement te Middelburgonder nadere goedkeuring in vijftien Per- ceelen zullen worden aanbesteed de noodzakelijke vernieu wingen en herstellingen aan de volgende Provinciale Water staats-Werken en Wegen als x. Aan de Kaai- en Havenwerken te Veere. 2] Aan de Veerdammen aan het Sloe. 3. Aan het Paalhoofd en den Steeneudam bij het Fort Bath. 4. Aan de Contr'escarpen van Tholenlangs de rivier de Eendragt. 5. Aan het Posthaventje van Gorishoek. 6. Aan de Havenwerken te Breskens. 7. Aan de Havenwerken te Philippine. 8. Aan den Straatweg van den Grooten Weg bij Bres kens naar Groede. Aan den Straatweg van Schoondtjke naar ljzendijke, en den Zandweg van ljzendijke naar het einde der Pontestraat. 10. Aan den Straatweg van Oostburg naar Zuidzande. ti! Aan den Straat- en Zandweg van Neuzen naar Axel. 12! Aan den Straat- en Zandweg van Hulst naar Walsoorden. 13! Aan den Straatweg wederzijds de Stad Sluis. 14! Aan den Straatweg van Zierikzee naar Zijpe, en aan den Steiger aldaar, x 5. Aan den Zand- en Schelp-weg van den Veerdam bij Wojphaartsdijknaar den Grooten Weg bij Coes be nevens aan den Steiger en Veerdam voornoemd en aan den Dam bij Kortgene. Daaronder begrepen alle vereischte Materialen en het on derhoud tot 1 Julij 1851zoo als in het bestek is omschreven. Deze Aanbesteding zal geschieden bij inschrijving en op bod terwijl het bestek en de voorwaarden op de gewone plaatsen ter lezing liggen. Gedurende drie dagen vóór de besteding zullen de noo- dige aanwijzingen worden gedaan; terwijl bij Jen Hoofd ingenieur te Middelburgvoor de werken in het algemeen en bij de Ingenieurs in de Arrondissementen voor de werken onder elks ressort behoorendenadere informatien te beko men zijn. Middelburg 9 den 2 October 1850. Gedeputeerde Staten voornoemd, VAN VREDENBURCH. Ter ordonnantie van dezelve, SLEGT. VERFACHTING TOLLEN. BURGEMEESTER en WETHOUDERS der Stad MID DELBURG verwittigen bij deze een iegelijk dien zulks zoude mogen aangaan, dat op Donderdag den 17 October aanstaande des middags ten twaalf ureten Raadhuize zal worden overgegaan tot de Verpachting van den Taux der Tollen, op den Straatweg tusschen de Steden Vlissingen en Middelburg', liggende de conditiën dezer Verpachting van heden af ter lezing voor een iegelijkter Griffie van laatst genoemde Stad. Middelburg 7 October 1850. Burgemeester en Wethouders voornoemd PASPOORT van GRIJPSKERKE. Ter ordonnantie van Hun Ed. Achtbare, J. W. VAN SONSBEECK, L. S. Lid van den Raad. VERGADERING op Woensdag den 9 October 1850 des avonds ten half zeven ure precies. Rekening van den PenningmeesterVerslag van de Algemeene Verga dering. Namens Bestuurders, P. de MARET TAK, Secretaris. BURGEMEESTER en WETHOUDERS der Stad AXEL brengen bij deze ter kennis der daarbij belanghebbenden, dat, krachtens daartoe door Z. M. den Koning verleende magtiging de vroeger bestaan hebbende VEEMARKT binnen deze Stad dit jaar wederom zal worden gehouden op den 5 November aanstaande. Gedaanten Raadhuize te Axel, den <5 October 1850. Burgemeester en Wethouders voornoemd S. H. van DIGGELEN. Ter ordonnantie van dezelve, J. v. D. SCHOONAKKER. MIDDELBMG, den 7 October. Ingevolge Zr. Ms. besluit van 12 september jl. zal de ope ning van de gewone zitting der Staten-Generaal plaats hebben op heden, maandag den 7 october. Uit eene aankondiging van den kamerheer-ceremoniemeester blijkt, dat het reeds, op 4 september jl. voor die plegtigheid uitgegeven programma voor het overige in zijn geheel blijft. De koning zal ten één ure van het paleis afrijden naar de vergaderzaal der Sta ten-Generaal. Bij besluit van den 4 dezer heefc Z. M. benoemd tot voorzitter van de eerste kamer der Staten-Generaal, gedu rende de aanstaande zittingden heer D. Blankenheym. Bij koninklijk besluit van 27 september jl. is vastgesteld de navolgende Instructie voor den Commissaris des Konings ln elke provincie. Art. 1. Alvorens zijne betrekking te aanvaarden, wordt door Onzen commissaris in Onze handen op de wijze zijner godsdienstige ge zindheid de volgende eed of belofte afgelegd v Ik zweer (beloof) trouw aan den Koning en onderwerping aand« Grondwet en de wetten des Rijks. Ik zweer (beloof) dat ik alle de pligten die de wet en de door den Koning vastgestelde instructie aan mijn ambt verbinden eer- lijk en vlijtig zal vervullen. Zoo waarlijk helpe mij God Almagtig!" («Bat beloof ik!") Hij wordt hiertoe niet toegelaten dan na den in art. 83 der Grond wet bedoelden eed (verklaring en belofte) van zuivering te hebben afgelegd. Art. 2. Hij heeftbehalve hetgeen te zijnen opzigte in de provin ciale wet is bepaald of hem bij andere wetten reglementen en ver ordeningen is ojigedragen de voorschriften in de volgende artike len vervatin acht te nemen. Art. 3. Hij bezoekt jaarlijks een deel der provincie en rigt zijne rondreizen zoo in dat in de vier jaren elke gemeente der provin cie ten minste eens door hem bezocht worde. Hij ontvangt in elke gemeente den voorzitter van den raad on derzoekt naar alles wat het beheer en de belangen der gemeente aangaat; en hoort elk, die hein daarover wenscht te spreken. Art. 4. Hij geeftten minste veertien dagen alvorens zijne rond reis te beginnen daarvan kennis aan den Minister van Biunenland- sche Zaken. Art. 5. Hij doet van het door hem op zijne rondreis hevondene binnen vier weken na den afloop daarvan verslag aan Gedeputeerde Staten en aan het departement van Binuenlandsche zaken. Art. 6. Hij zendt, binnen de drie eerste maanden van elk jaar, aan het departement van Binuenlandsche Zaken een algemeen beoor- deelend verslag van het bestuur der provincie gedurende het vo rige jaar. Art. 7. Over alle zaken de provincie betreffende dient hij van berigt en raad aan den Minister van Binnenlaudsche zaken, wien hij insgelijks zijne inzigten omtrent de verbeteringen die hij in het pro vinciaal bestuur noodig en omtrent hetgeen hij verder in het belang der provincie achtmededeelt. Hij dient ook aan de hoofden der overige departementen van al gemeen bestuur van berigt en raad wanneer zij hem daartoe aan schrijven. Art. 8. Wanneer de betrekking van voorzitter van den raad eener gemeente der provincie of een ander ter Onzer benoeming staand gemeente-ambt openvalt zendt Onze commissaris binnen vier we ken na dat openvallen eene aanbevelingslijst van twee of meer per sonen die hij ter vervulling der betrekking geschikt acht met op gave der redenen aan den Minister van Binnenlantlsche Zaken. Art. 9. Hij geeft dezen staatsdienaar terstond berigtwanneer bij volgens art. 32 der provinciale wetheeft gemeend de uitvoering van een besluit der Staten of Gedeputeerde Staten te moeten wei geren. Hij doet dat insgelijks zoodra hij van eene in de provincie voor gevallene belangrijke gebeurtenis of gepleegde uitstekende daad keunis krijgt. Art. 10. Hij zorgt voor de spoedige, en geregelde behandeling der zaken op de provinciale griffie dat de alleen aan hem gerigte stuk ken afzonderlijk bewaarden dat daarvan bijzondere registers ge houden worden. Art. 11. Hij zorgtdat op de provinciale griffie geene leges worden geheven dan die bij wettige verordeningen zijn toegestaan. Art. 12. Hij ziet toe op de ambtsbetrachting van alle in de provin cie aanwezige burgerlijke onder de bevelen van eenig departement van algemeen bestuur staande rijks-ambtenaren en bedienden en geeftzoodra hij daarin verkeerde handelingen ontdektdaarvan kennis aan het departement, waaronder die ambtenaren of bedien den behooren. Art. 13. De in het vorige artikel bedoelde ambtenaren en de be velhebbers van het in de provincie in bezetting liggende krijgsvolk zijn verpligt hem de inlichtingen en hcrigten te geven die hij in zijne betrekking van hen vraagt. Hij brengtzoo zij weigeren die te geven zulks ter kennis van het departement van algemeen bestuur waaronder zij behooren. Art. 14. Hij zorgt voor de handhaving der openbare orde binnen de provincie. Hij is bevoegd de daartoe noodige bevelen te geven aan de bevel hebbers van de in de provincie aanwezige maréchaussée en schutterijen. Bevelen aan eene schutterij worden door hem niet gegeven dan in overleg zooveel mogelijk met het bestuur der gemeente waar toe zij behoort. Art. 15. Hij isindien onrust of oproer ontstaatbevoegd de in de provincie in bezetting liggende krijgsmagt ter handhaving der orde op te vorderen. Hij doet die opvorderinggeschreven en door hem onderteekend aan de hoogste krijgsoverheid in de provincie aanwezig. 1 De» uoods k»n bij die opvordering ook doen aan den bevelhebber die op de plaats zelve met de dadelijke uitkering zou worden belast. In dit laatste geval geeft hij echter hiervan aan de gemelde hoogste krijgsoverheid onverwijld kennis. De bevelhebbers der krijgsmagt zijn verpligt aan de bedoelde vor dering te voldoen. Onze Commissaris zendt terstond afschriften van zijne vordering aan de Ministers van Binnenlandsche Zaken van Justitie en van Oorlog. Art. 16. De bevelen, die Wij, of de hoofden der departementen van algemeen bestuur noodig achten hem te geven worden stiptelijk door hem nageleefd. Art. 17. Hij heeftbinnen de provincie rang boven alle aldaar aanwezige burgerlijke ambtenareu en officieren bij de zee- of land- magt, zooverre te dien aanzien geene uitzondering door Ons is bepaald. Art. 18. Hij mag, met zijn ambt, geenerlei provinciale of plaatse lijke bediening, uoch eenige betrekking bij een in de provincie ge legen waterschap te gelijk bekleeden. Art. 19. Hij behoeft verlof van den Minister Tan Binnenlandsche Zaken om langer dan tweemaal 24 uren van Ons om langer dan 14 dagen buiten de provincie zich op te houden. Art. 20. Hij geeft, wanneer hij verlof vraagt, den persoon op, die hem ter tijdelijke waarneming van zijn ambt, gedurende zijne afwezigheid geschikt voorkomt. Art. 21. Hij gebruikt, bij het verzenden der stukken, die hij, buiten medewerking der Staten of Gedeputeerde Staten behandelt, als zegelhel rijks-wapen met liet randschrifta Commissaris des Konings in Art. 22. De aan den commissaris des Konings in elke provincie gegevene voorschriften omtrent bijzondere onderwerpen blijven van krachtzooverre zij niet strijden met deze instructie of de bestaande wetten. Behoort bij het Koninklijk besluit van den 27 September 850 (Staatsblad uo. 62). Mij bekend De Minister van Binnenlandsche Zaken (geteekeud.) THORBECKE. Bij besluit van i october jl. heefc Z. M. goedgevonden ten gevolge van het overlijden van Z. D. H. prins Ernst van Hessen Phillipsthal Barchfeldin leven jongste komman- deur, en van den heer W. G. J. F. baron von Bodelschwing Plettenbergin leven land-koinmandeiir der D uitsche orde, Balye van Utrechtgoed te keuren en te agreëren de vol gende opklimming in die orde van den coadjutor O. A. graaf van Bijlandttot land commandeur; 2. van den oudsten kommandeur A. baron Shett tot Oldrutenborghtot coadjutor; 3. van den heer F. W. baron van der Borch van Heiberger als kommandeur in volgorde; 4. van den eersten jonkheer W. L. F. baron van Brakell, tot jongsten kommandeur5. van den tweeden jonkheer C. A. graaf Bentincktot eersten jonkheeren 6. van den oudsten edelen expectant R. F. C. baron Bentinck tot Schoonbeten tot tweeden jonkheer. Bij koninklijk besluit van 25 september jl. is aan den heer G. P. van Roermundadjunct-commies bij het departe ment voor de zaken der Roomsch-Katholieke eeredienst, ver leend een eervol ontslag uit die betrekking, in te gaan met den 1 janitarij 1851 behoudens zijne aanspraak op wacht geld, indien hij vóór dat tijdstip Jniet in eene andere betrek king mogt herplaatst zijn. Bij Zr. Ms. besluit van den 28 september jl. isonder dankbetuiging voor de in die betrekking gedurende vele jaren bewezene goede diensten de hoogleeraar C. van Heynsber- genmet den laatsten dier maand eervol ontslagen als eerste hoogleeraar bij het koninklijk instituut voor de marine te Medemblik. Bij hetzelfde besluit isalmede met den laatsten septem ber jl. ontbonden de commissie tot het examineren der zee officieren adelborsten en stuurlieden tevens belast met het opzigt over de uirgave van den zee-almanak de zeevaart kundige berigten en zeekaartenten gevolge waarvan aan den gemelden hoogleeraarals presidenten aan de heeren J. Swart en J. G. Arbonals leden dier commissie met dieu datum eeu eervol ontslag uit deze hunne betrekkingen is verleend zijnde voorts aan het tot die commissie be hoord hebbende lid den titulalren kapitein-luitenant-ter-zee jhr. G. A. Tindal, directeur van het depót van kaarten plans en modellen en van de bibliotheek bij het departemenc van marine, met den 1 october 1850 opgedragen de be trekking van examinator van de zee-officieren en stuurlieden tot de marine en koopvaardij behoorende. Bij Zr. Ms. besluit van den 1 october jl. zijn de leeraar van de iste klasseinde Engelsche taal- en letterkunde J. P. Arend, de lector in de Nederduitsclie taal, geschiedenis en aardrijkskunde A. Beeloo en de dansmeester PDemmenie met den laatsten september jl.uit huntie gemelde betrekking bij het koninklijk instituut voor de marine eervol ontslagen, onder toekenning van wachtgeld.' Z. M. heeft goedgevonden op het daartoe door hen ge daan verzoek een eervol ontslag uit de dienst te verleenen aan den isten luitenant W. C. A. Staring en aan den eden lui tenant II. H. C. baron van Oldenneelbeiden van het 2de regement vesting-artillerie, mitsgaders aan den 1 sten luitenant der artillerie D. C. C. baron van Boctzelaer thans op non- activiteit, buiten bezwaar der schatkist. STATEN.GENERAAL VERKIEZING VAN LEDEN VOOR DE EERSTE KAMER. Door de provinciale Staten van Drenthe is voor die betrek king benoemdde heer mr. W. J. Tor.ckens. De provinciale Staten van Friesland hebben in hunne bij eenkomst van den 2 dezer, den heer jhr. T. A.M. A. van Andringa de Kempenaer verkozen tot lid van de eerste ka mer der Staten-Generaalin plaats van jhr. J. A. Lycklama d Nyeholtwelke voor die betrekking bedankt had. De baron van Heetkercn van Enghuizendoor de provin ciale Staten van Gelderland tot lid der eerste kamer verko zenheefc voor die betrekking bedankt, voornamelijk om den toestand zijner gewondheid.

Krantenbank Zeeland

Middelburgsche Courant | 1850 | | pagina 1