MBMIiBÜMSCHl 0 IJ R A IV T. N°. 3. Zaturdag 1850. 5 Januarij. lacsturcu ca 2!&nti«i04vM*Uc«- E. fo. 7. 35umctti»iub0che tÜTijbiütjeti. u Voor 1861 de Obligatien A. fo. 310 381 en 476 en E. fo. 22 PUBLICATIE. BURGEMEESTER en WETHOUDERS der Stad VLIS SINGEN Brengen bij deze ter kennis van een iegelijk dien zulks zoude mogen aangaan, dat de Raad dier Stad, bij besluit van den zeventienden December 1800 negen-en-veertig, het welk aan de Staten van de Provincie Zeeland is medegedeeld heeft goedgevonden in de bepalingen voorkomende in de Artikelen een, elf, vijftien, zeventien, achttien, negentien, vijf-en-dertig, vier-en-twiutigzes-en-veertig, drie-en-vi.jf- tig, een-en-zeventig, vier-en-zeventig en negentig van het Reglement van Algemeene Plaatselijke Policje dezer Stad gearresteerd den e Januarij 1827, eenige wijziging te bren gen, en dat deze Artikelen, overeenkomstig het evengemelde besluit van den Raad voortaan zullen luiden als volgt te weten (Vervolg en slot. Zie het vorig nornmer.) Art. 53. Er zal niet anders over de Stadsbruggen hetzij te Paard hetzij met eenig Rij- of Voertuig dan stapvoets mogen gereden wor den en is het verboden Ie Paard of met eenig Rij- of Voertuig te rijden over de Klinker- en Wandelpaden zoo binnen als buiten de Stad. Op gemelde paden zal geen Hout mogen gehakt of gekloofd worden noeh de Klinkers of Straatsteenen los gemaakt of beschadigd worden en zal het mede verboden zijn om de Straten of Klinkerpaden met water te schuren of te schrobben wanneer Burgemeester en Wet houders na eene plaats gehad hebbende herstelling daarvan of wel om deze. of gene andere reden zulks tot het behoud dier Stralen en Klinkerpaden mogten noodig oordeelen te verbieden. Zullende dierhalven, na bekomcne aanzegging en tot dat het verbod weder zal zijn opgeheven, de bewoners of anderen, welke volgens artikel twee- en-twintig tot het schoonhouden der Straten gehouden zijn verpligt wezen zulks door v egen te bewerkstelligen. Eindelijk is het verboden, met vrachten, wegende meer dan 1500 Nederlandscbe ponden te rijden of vrachten wegende meer dan 1200 gelijke ponden te slepen door de Stad 1 bijzonder over de Bruggen liggende over de Binnenhavens alJes op gelijke boete. Art. 71. De Koffijhuizen Herbergen, Kroegen en andere Huizen alwaar gelagen worden gezetzuilen des avonds ten elf ure moeten gesloten worden. Niemand zal na dien tijd aldaar mogen verblijven binnen of toe gelaten worden. Bij overtreding hiervan zullen de KofEjhuishouders, Herbergiers,Kroeg houders en zij die gelagen zetten mitsgaders de daarin bevonden wordende personen, verbeuren ieder eene boete van drie Galden, onverminderd de verpligting voor de aanwezigen om dadelijk te vertrekken, en voor de houders dier huizen om onverwijld te sluiten. Art. 74. Het is verboden buiten noodzaak aan de Huizen of Wonin gen te bellen of te .ringelen, of op de Deuren en Vengsters te klop pen zoo mede .Bellen Kloppers of Uithangborden af te rukken'of aan stukken te slaan mitsgaders bekendmakingen op eigene panden of op de verschillende Stadsborden tot dat einde van Stadswege geplaatst aangeplakt af te scheuren of onleesbaar te maken op de boete van twee Gulden voor ieder dier overtredingen. Art. 90. De Logementhouders, Herbergiers en andere Ingezetenen die gewoon zijn 1'ersonen te herbergen zullen van al degenen die nachtverblijf bij ben komen houden voor tien ure des avonds van den dag waarop zij aangekomen zijn eene naauwkeurig ingevulde en door hen onderteekeude nachtlijst aan den Commissaris van Poli- cie inleveren. Van later dan ten tien ure des avonds aankomende Personen tal de aangifte den volgenden morgen voor acht uren geschieden. De overige Ingezetenen zijn verpligt om wanneer zij Vreemdelin gen herbergen, waardoor verstaan worden de zoodanigen die buiten het Koningrijk der Nederlanden wonen daarvan binnen 12 uren na hunne aankomst aan den Commissaris van Policie kennis te geven. De bepalingen van het vorenstaande zijn verbindende om het even of de Geherbergde Personen al dan niet van reisdocumenten zijn voorzien welke in het eerste geval bij de aangifte moeten worden overgelegd alles op de boete van 3 Gulden voor elke overtreding. Zullende dierhalve elk en een iegelijk zich naar deze in het Plaatselijk Policie-Reglement gebragte wijzigingen en de ze nader door den Raad vastgestelde bepalingen hebben te gedragen, ten welken einde, en .opdat niemand daarvan on kundig zij, dezelve zullen worden afgekondigd en aangeplakt ter plaatse waar zulks gebruikelijk is te geschieden, mitsga ders in de Middelburgsche Courant geplaatst. Vlissingen den 28 December 1849. Burgemeester en Wethouders voornoemd J. W. CALLENFELS. Ter ordonnantie van Hun Ed. Achtbare S. van der SWALME. Aldus gepubliceerd van het Raadhuis der Stad Vlissingen den 29 December 1849. In kennisse van mij Secretaris, S. van der SWALME. De COMMISSIE uit het Bestuur der Stad VLISSINGENbelast met de regeling van de Stedelijke Schuld brengt bij deze ter ken nis van de belanghebbenden dat hij de eerste vijf-en-twintigjarige Uitloting van Obligatien van de gevestigde Schuld dier Stad welke overeenkomstig derzelver bekendmaking van den 11 December jl. op den 22 dier maand heeft plaats gehad, in ieder van de volgende jaren, de onderstaande Obligatien ter aflossing zijn aangewezen, te weten Voor 1850, de Obligatien A. fo. 295 en fo. 430. I. fo. 7. D. fo. 7. C. fo. 27 en K. fo. 8. 1» 1851 I. fo. 6. D. fo. 6. K. fo. 34 en 35. E. fo. 10. K. fo. 32 en 33. E. fo. 8 en A. fo. 155. 1852H. fo. 13. L. fo. 52. A. fo. 558. K. fo. 26 en 27. E. fo. 5 en 3. K. fo. 22 en 23. 1853, n. fo. 5 en 10. L. fo. 46 en 50 en A. fo. 233 en 372. 1854 A. fo. 319 433 511 en 556. 1855, A. fo. 197, 247, 365 en 562. 1856 A. fo. 189, 287 en 477. I. fo. 13. en D. fo. 14. 1857, A. fo. 33, 109 374 en 610. 1858, A. fo. 274, 318 en 419 en G. fo. 28. 1859, B. fo. 5 en 19. L. fo. 5 en 23. I. fo. 26. D. fo. 27 en A. fo. 211. 1860, B. fo. 25. L. fo. 29 en 43. H. fo. 1 en A. fo. 320 en 480. 23 24 25 en 26. 1862, A. fo. 39— 46 en 587. B. 23 en L. fö. 27. 1863, C. fo. 15. D. fo. 43. B. fo. 33. L. fo. 36. A. fo. 618 en E. fo. 11 13, 14 15 en 16. 1864 A. fo. 268 463, 472. K. fo. 30 en 31 en 9 1865 A. fo. 149, 245, 370 en 440. 1866 C. fo. 17. D. fo. 44 en A. fo. 79 514 en 647. V 1867, h> A. fo. 200, 496, 570 en 624. 9 1868, A. fo. 193 323483. I. fo. 16 en D. fo. 16. 9 1860, A. fo. 65 357 449 en 454. J> 1870 A. fo. 1*2.- I. fo. 3. D. fo. 3. E. fo. 37, 38, 39, 40 cu 41. II. fo. 2 en L. fo. 44. 9 1871 3» A. fo. 98 309 526 en G. fo. 59. 9 1872 A. fo. 43 76, 131 en 579. 9 1873, A. fo. 96 172 en 575 en G. fo. 40. 9 1374, II. fo. 14. L. fo. 53. A. fo. 14. I. fo. 12 en D. fo. 13 en G. fo. 89. vervangers in de onderscheidene militieraden voor de ligting der nationale militie van 1850, en wel voor Zeeland: in den militieraad zitting houdende te Middelburgm. A. M. Becius lid der Staten, en J. IV. van Sonsbeecklid van den raad der stad Middelburgtot hunne plaatsvervangers G. J. Sprenger, lid der Staten, en A. Pické burgemeester der gemeente Koudekerke. Vlissingen den 2 Januarij 1850. De Commissie voornoemd J. C. DUTILIf. .1. FKASER. S. VAN DER SWALME. JFELDADIGIIEII). Arnevnuiden den 3 Januarij 1850. De COMMISSIE ter voorziening in den buitengewonen nood der armen alhier, mag, met hartelijke dankzegging aan de edele geversbij vernieuwing vermelden dat bij den Heer de Blaecke de Ligny, op den 2 Januarij 1850 zijn in gekomen van X 10, met het opschrift Diakonie Arne- muiden alsmede 2 Coupons Werkelijke Schuld ieder groot 7,42!, No. 672verschenen 1 Julij 1849 en 1 Januarij 1850, van O. J. God biddende, dat deze voorbeelden na volging mogen vinden voor onze armen in de harten der rijken. De Commissie voornoemd, J. JOOSSEN. J. van BELZEN, Klz. Domburg, 1 Januarij 1850. Haj-telijken dank wordt door Armverzorgers van Domburg toegebragt aan den onbekenden gever van een geschenk van f 25 in de Kerkcollecte van heden bestemd voor buiten gewone bedeeling aan de armen. Groot is de behoefte ook in deze Gemeente in het winter-saizoenwaarin voor zoo weinigen iets te verdienen valt. Vurig wenschen wij daarom dat de harten van nog andere menschenvrienden mo gen bewogen worden ons met eenige gift te verblijden te meer daar Armverzorgers het verlies van een goeden voor raad Aardappelen die bedorven zijn te betreuren hebben. Uit naam van het Armbestuur W. LEHMAN DE LEHNSFELD. P. PROVOOST Pz. Het Staatsblad no. 64 bevat een koninklijk besluit omtrent het aanleggen van bevolking-registers in elke gemeente. Die registers zaïllen worden aangelegd met i januarij 1850. Aan elk huisgezin of op zichzelven afzonderlijk levenden persoon wordt in het register eene afzonderlijke bladzijde aangewe zen. Hoofdelijk worden omgeschreven alle meer- of min derjarige aan- en afwezige personen, die, volgens de bepa lingen van het burgerlijk wetboek hunne woonplaatsen in de gemeente hebben. De eerste inschrijving in het bevolking register geschiedt naar de opgaven, verkregen door de alge meene volkstelling, welke de grondslag uitmaakt van het volksregister. Latere inschrijvingen geschieden slechts voor ingezetenen onder overlegging van een getuigschriftaf te geven door het bestuur der gemeentewaar zij hunne laatste woonplaats haddenen voor vreemdelingen onder overleg ging van paspoort; van elke verandering in het getal enden staat der in elk huisgezin begrepen personen wordt in het register aanteekening gehouden. In gemeenten boven de 5000 zielen worden de registers gesplitst in even veel boek- deelen als er wijken of afdeelingen in die gemeenten zijn op den bladwijzer var, het register worden de naam en voor naam van ieder persoon ingeschreven de namen alphabetisc'n naar de voorletters van het grondwoord. De gemeentebe sturen voorzien, door het maken van nieuwe of het herzien der bestaande policie-verordeningen in de uitvoering van de voorschriften van het besluitwelke betrekking hebben tot de veranderingen in de woonplaats der ingezetenen. Bij het besluit zijn gevoegd modellen van het bevolking.register van den bladwijzer en van het getuigschrift, bij verandering van woonplaats af te geven. Zijne Exc. de minister van financien heeft ter kennis van de belanghebbenden gebragt dat gedurende de maanden januarij, februarij en maart 1850, en niet langer, ten kan tore van de betaalmeesters in de arrondissementen, de vol doening zal plaats hebben der pensioenen ten laste van den staat, loopende over de vierde drie maanden van 1849; zullende gezegde betaling aanvang nemen op maandag den 7 dezeren voorts over opgemeld tijdvak betaalbaar zijn dagelijks zon- en feestdagen uitgezonderd. Westkapelie den 3 Januarij 1850. De Commissie ter voorziening in den buitenwonen nood der armen te Westkapelie, maakt bij deze dankbare melding voor de op den 1 dezer van een onbekende bij den Heer .lohs. Lievense ontvangen gift, zijnde een Russ, Coupon, No. 13109, groot ƒ50; alsmede van eene gift op heden ontvangen van B. groot f 5. De Commissie neemt de vrijheid het groot aantal IFedu- wen en JVeezen benevens de Ouden en Gebrekkigentot wier verzorging hare bemoeijing zich zal bepalen vertrouwelijk in de weldadigheid van meer gegoeden aan te bevelen ho pende daardoor in de gelegenheid te worden gesteld 01I1 in de dringende behoeften van Voedsel en Deksel eenigermate te kunnen voorzien; hebbende de Heer Johs. Lievenseop de Pottemarkt te Middelburgzich bereid verklaard de giften te onvangen en over te maliën. De Commissie voornoemd A. VAN ROOIJEN. L. VERHULST Wz. Uit Breda den 2 januarij wordt gemeld: In het oude-mannen-gasthuis alhier waarin 42 broeders gealimenteerd worden, en waarvan de jongste ten minste 60 jaren oud is, terwijl er 15 boven de tachtig jaren oud 'zijn, heeft in het afgeioopene jaar 1849 geen enkel sterf geval plaats gehad, in weerwil der cholera welke alhier nog al vrij lievig heeft gewoed." In de vergadering van de Staten van Noordbraband, is het voorstel tot voorloopig behoud van de districts-commis- sarissen voor rekening der provincie, met 28 tegen 3 stem men verworpen. De ter dood veroordeelde Philip Nathan Hartog heeft geene cassatie van het ten zijnen laste door het provinciaal geregtsbof van Noordbraband geslagen vonnis aangeteekend. MIDDELBURG, den 4 Januarij. Het Staatsblad 110. 73 behelst de wet van 28 december II. betrekkelijk de heffing van provinciale belastingen in Zee land. Zij is van den volgenden inhoud Alzoo wij in overweging genomen hebbendat de pro vinciale Staten van Zeeland, het heffen van provinciale be lastingen over het volgende dienstjaaraan ons hebben voorgedragen ter bestrijding van de kosten van onderhoud der provinciale waterstaatswerken en wegen en van rente betaling en aflossing der door de Staten van Zeeland den 9 julij 1842 voorgedragen, en bij Koninklijk besluit van 28 junij 1845 geautoriseerde, geldleeiiing van ƒ220,000, tot verbecering der wegen in de 4de en 5de districten van die provincie En dat die belastingen, volgens art. 129 der Grondwet, bekrachtiging door de wet vereischen Zoo is hetdat wijden Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaalhebben goedgevonden en verstaangelijk wij goedvinden en verstaan bij deze Art. 1. De vereischte bekrachtiging wordt, voor de pro vincie Zeeland, verleend aan de heffing van eenen buiten- gewonen opcent op de grondbelasting over 1850, en op de personele belasting over de dienst van 185 J. Art. 2. Deze wet vangt aan te werken met 1 januarij 1850. Lasten en bevelen enz. Bij besluit van 31 december II. heeft Z. M. goed gevonden te benoemen tot burgerlijke leden en hunne plaats- Te Groningen is de rijschool, voor twee jaren gebouwd, 90 voet lang en 50 voet breed onder de zware sneeuw vracht ingestortzonder eenig ander ongeluk te veroorzaken. Op denzelfden dag vielen, door dezelfde oorzaak, nog twee gedeelten van andere gebouwen in. Van het geschrift van onzen landgenootmr. I da CostaIsraël en de Folkenziet thans te Londen eene Engelsche vertaling het licht. Staten-Cfcncraal. In de zitting van de Eerste Kamer van den 28'dec. zijn de beraadslagingen over de staatsbegrooting voor 1850 aan gevangen. Hoofdstuk I is met algemeene stemmen aange nomen. Hoofdstuk II desgelijks. Hoofdstuk III is aangenomen met 30 tegen 6 stemmen tegen hebben gestemd de heeren van Nispen van Pannerden van Sasse van Tsse/t, Beerenbroehvan FerschuerRegout en de Rijk. In de avond-zitting van gemelde Kamer zijn achtervolgens aangenomen de hoofdstukken IV, V, VI, VII en VIII der staatsbegrooting voor 1850. Het Vde hoofdstuk is aangenomen met 31 tegen 4 stem men; tegen hebben gestemd, de heeren: van Ferschuer Tatets van Amerongen van Pallandt en Hofman. De andere hoofdstukken zijn met eenparige stemmen aan genomen. Inde morgen-zitting van den 29 zijn de overige hoofdstuk ken der staatsbegr. en de wet op de middelen aangenomen. Het Xde hoofdstuk is aangenomen met 29 tegen 2 stem men die van de heeren van Sasse van Tsselt en van Nis pen van Pannerden. De overige hoofdstukken zijn met eenparige stemmen aan genomen. De wet op de middelen is aangenomen met 29 tegen 2 stemmen die van de heeren Beerenbroek en van Sasse van Tsselt. Het wets-ontwerp betrekkelijk het heffen van provinciale belastingen in Friesland is met 20 tegen 10 stemmen afge stemd. Daarna is de vergadering tot 1 adere bijeenroeping uiteen gegaan.

Krantenbank Zeeland

Middelburgsche Courant | 1850 | | pagina 1