Oraaan ter verspreiding der Christelijke Beginselen in Zeeuwsch-Vlaanderen. Uit de Schrift. FEUILLETON. Buitesilandscli Overzicht. ABONNEMENT: Een Dorpsvertelling 3 A n V F. RTRNTIËN. Dit blad verschijnt DINSDAG- en VRIJDAGAVOND, uitgemonderd op Feestdagen, bij den Uitgever D. H. LITTOOIJ Az. te TER NEUZEN. - TELEFOON Nr. 20. Per drie maanden bij bezorging f 1,—, Franco per post voor Nederland 1.10. ADVERTENTIE N. Van 1-4 regels ƒ0.40. Voor eiken regel meer ƒ0.10. Handelsadvertentiën over twee kolom 8 cent per regel. Abonnementen per contract. Inzending van advertentiën tot 12 uur 's middags op de verschijndagen. „WEE DEN HEBZUCHTIGEN Hier schiet van den hemel een felle bliksemstraal. 't Is de bliksem van Gods toorn. En Gods toorn zoekt den hebzuchtige. In geld en goed schuilt een betoove- rende macht. Wat is voor geld niet te koop. Waar geld genoeg is kan men te kust en te keur gaan, vele zorgen ver drijven, het leven gemakkelijk inrichten, de toekomst met opgeheven hoofd tegen gaan, benauwende levensomstandigheden tarten, daar voelt men zich sterk en groot. Wio geld heeft kan op alles beslag leggen, alles aan zich onderwerpen, aan gansch het leven de wet stellen en dit beheerschen. Zou zulk een macht zijn invloed op den mensch niet doen gelden, niet in werken op zijn gemoed, zijn karakter, zijn inwendige wereld Zou zulk een macht niet bedwelmen 'thart van den mensch, dit knechten, inpalmen en beheerschen Zou zulk een macht die zóó sterk en zóó groot maakt en den mensch zóó vastzet, niet afleiden van den hoogen God? In den mensch ligt de trek, dat hij zijn God wil zien en tasten, nu hij zijn God verloor en niet meer kent. God heeft den mensch verstooten, de mensch wil toch een God, moet een God hebben, kan niet zonder God. De heiden maakt zich een afgod. Israël, jaloersch op de volkeren die hunne goden voor hun aangezicht hebben, maakt zich 't gouden kalf. Is 't wonder dat de mensch 't geld, dat in zijn betooverende glans en in zijn toovermacht zoo dicht bij God staat, tot zijn god maakt en den eenigen waar achtiger! God zoo gemakkelijk op zij zet Ge kunt toch niet God dienen en den Mammon? „Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn." En God is een jaloersch God „Daarom is de toorn des Heeren ont stoken tegen Zijn volk, en heeft H(j „tegen hetzelve Zijn hand uitgestrekt." Jes. 5. En hier komt de profeet in den naam des Heeren tot zijn volk dat zich aan deze zonde schuldig maakt met zijn Wat doet dan dat volk des Heeren „Zij begeeren akkers, en rooven ze, „en huizen en nemen ze weg. Het bezit van huizen en akkers is geen zonde. Ook niet het bezit van geld. Maar waarop hier gewezen wordt, en wat hier veroordeeld wordt, islo Het gieren naar geld en goed, en 2o wat het 16) dook ZELAND1A. Waar bleef nu zijn grootspraak van den vorigen avond. Hoe zou men hem heimelijk uitlachen. Daar zat gewis die Donker tusschen Maar zou hij daar dan voor op zij gaan, hij, de burgemeester; neen, met dien zou hij wel eens een woordje wisselen. Hij zou er spoedig de gelegenheid toe krijgen. Toen hij thuis kwam, deelde men hem mee, dat in de voorkamer iemand hem wachtte. Hij trad er binnen en vond boer Donker Deze groette hem beleefd. Het gezicht van dezen bezoeker bracht zijn bloed opnieuw aan 't koken. Zonder den groet te beantwoorden, voer hij uit „Dus jij wilt hier de boel eens op stel ten zetten „Ik kwam Donker op een toon van alleruiterste verbazing. „Ik ben me daar gevolg daarvan is, het onrechtvaardig zich toeëigenen en bemachtigen daarvan. Dat is het „bedenken van ongerech tigheid" en hot „werken van 't kwaad". En zij doen het „dowijl het in de „macht van hunlieder hand is." Vooral deze woorden werpen licht op hun euveldaan. Ze hebben het in hunne macht. Er is geen verhaal op. Ze doen het tersluiks. Ze maken misbruik van de onmacht of den nood van anderen. Ze misbruiken hun positie of de gelegen heid. Ze slokken op wat van een ander is of anderen toekomt. Wat zo begeeren, wordt het hunne, al is het in verkeerden weg, door onrechtvaardige handelwijze, door verkorting van loon, door woeker, door roof, door machtsmisbruik, door geweld. In dit begeeren en gieren en streven spreekt zich een zondige geest uit. Ze exploiteeren hunnen naaste, den even- mensch. En waarom Omdat ze het levensideaal stellen in 't goed dezer wereld, in't fortuin maken, in 't vergrooten van hun eigendom en t vermeerderen van hun schat. Alles moet op 't altaar van hun' god. Nooit is 't ge noeg, nooit is dat begeeren verzadigd. Ze gaan er mee te bed, ze staan er mee op in den morgenstond, des nachts is het in hunne overdenking. In die zonde is eene ijdelheid, eene onbarmhartigheid en eene eerzucht, die lijnrecht ingaat tegen 's Heeren eisch, tegen de le en tegen de 2de wetstafel. Er zijn er wier schraapzucht zoover gaat, dat ze aan hun medemensch als ze konden het zonlicht en de vrije lucht zouden willen benemen. Anderen verdringen en van het too- neel werken is misschien niet hun be wuste doel, maar wel het noodzakelijk gevolg. Wat wordt door hen anders gezaaid dan 't zaad van den broedernijd. Ze sluiten het oog van de gegronde grief tegen het menschenleven, dat te arm en te rijk naast elkaar staan. Gansch 't leven komt onder den greep van deze hebzucht, en niets wordt straks gespaard. Naam, eer en concentie wordt er aan geofferd om tot naam tot eer en tot macht te komen. En ge vindt deze zonde niet alleen bij de geldmannen, maar immers ook het georganiseerde proletariaat, dat zicb op maakt tegen den afgod van het kapitaal wordt in zijn binnenste door niets an ders gedreven dan door dezelfde dorst. Geef mij ook mijn deel, of ik zal het nemen De koorts van de hebzucht brandt in 't bloed van elk volk, van elk mensch. Oorlogen werden er door ontketend. De liefde, het maatschappelijk cement wordt er voor prijs gegeven. De broe derzin er door gebluscht. Tegen dezen tijdgeest hebben we ons te wapenen. In deze dagen ernstig er den strijd tegen aan te binden. Den Heiligen Geest hebben we aantedoen. Die het tegengif geeft tegen dit vreese- lijk doorwerkend verderf. Het hoogste goed mag nooit gezocht hier beneden in de dingen die vergaan, maar wel in Hem Die alleen rijs maakt voor dit en het toekomende leven, in den Heere onzen God. Tegenover het ontzettend, zoo waar achtige dreigwoord „Wee ustaat dan het heerlijke woord der belofte „Hoe zou Hij ons met Hem (Christus) „niet alle dingen schenken?" Bestrijdt dezen kanker in zijn eerste begin. Zaamslag. De Walle. V Voorlichting bij de beroeps keuze. Voorlichting bij de beroepskeuze kan uitstekend werken. Met groote kort zichtigheid, vaak echter ook door den nood gedrongen, wordt de jongen door de ouders gebracht in een beroep, waar 't spoedigst wat te verdienen is. Niet 't minst hierdoor is bij duizenden de arbeidsvreugde verminderd, en heeft de beroepseer weinig of niets meer te zeggen. En daarom is voorlichting bij de keuze van een beroep zoo goed. Vooral in onzen tijd. Het maatschappelijke bedrijfsleven heeft zich zoo sterk gesplitst en gespecia liseerd, dat honderden beroepen zijn ontstaan, omtrent wier ontwikkelings gang, eischen van voorbereiding en vooruitzichten grooie onkunde bestaat. Alleen het werk, waarin men lust heeft, doet men met al zijn kracht en met z'n heele persoon. Verkeerde beroepskeuze kan zeer nadeelige gevolgen hebben. Niet ieder is in de gelegenheid op lateren leeftijd over te gaan tot liet beroep, dat de liefde van zijn hart heeft, en waarin hij de volheid der gaven en talenten hem -door zijn Schepper ge schonken, kan ontwikkelen. Heel wat minder sleurwerk zou er gedaan worden, heel wat minder moppe raars zouden er zijn, als méér bij de keuze van het beroep was gelet op persoonlijke aanleg en geschiktheid. Voorlichting bij de beroepskeuze is ons dus sympathiek. Niet overal kan die gelijk werken. Op de dorpen zal de onderwijzer hier vooreerst nog wel de autoriteit blijven in dezen. En daar is weinig tegen. De omstandigheden maken, dat daar de keuze veel minder moeilijk is. De groote meerderheid der jongens blijft daar in 't beroep des vaders. Landbouw, ambacht en bedrijf vragen er handen en bieden brood voor den beoefenaar. En, laten we er hier nogmaals op wijzen, handen arbeid is niet minderwaardig. Wie plicht getrouw en met lust arbeidt, om van den akker het volksvoedsel te halen, of wie werkt, om voor zijn deel, de organisatie van het maatschappelijk leven in stand te houden, is absoluut niet minderwaardig aan hen, die meer met het hoofd moeten werken. En kan ook evenveel, misschien méér nog, arbeidsvreugde en bevrediging voor zijn hart smaken. In de stad, met veel meer gelegen heden tot opleiding in allerlei beroep, is de keuze heel wat moeilijker. Voorlichting door een bureau is hier schier onmisbaar. Maar moet die voorlichting nu een tak van Staats- of gemeentedienst wezen Moet er komen een gemeentelijk bureau, als waartoe Amsterdam besloot Ons dunkt van neen. De keuze van het beroep is niet alleen een zaak van bekwaamheid en vaardig heid, maar bovenal van godsdienstige overtuiging en zedelijke kracht. Duizen den zijn in het beroepsleven godsdienstig en zedelijk ten onder gegaan. Deze zedelijke en godsdienstige fac toren zullen 't best tot hun recht komen, indien de ouders zich om voorlichting kunnen wenden tot een kring van mannen en vrouweD, met wie zij in geloof en denkrichting één zijn. Bij een gemeen telijk bureau komt dit alles hopeloos in het gedrang. De keuze van een beroep is een zoo uiterst teere en moeilijke zaak. Daarom moet het particulier initiatief deze zaak aanvatten, zooals al op sommige plaatsen het geval is. Onze protestantsch- christelijkc vakactie heeft hier een schoone taak. Als met zoovele dingen kan hier door particulier initiatief niet in eens alles worden gedaan. Zoo n voorlichtingsdienst moet groeien. Waar we gelooven, dat het een behoefte van den tegenwoordigen tijd is, gelooven we in een voorspoedigen groei, als de zaak goed wordt ter hand genomen. Een paar man van de vakbeweging, bijgestaan door 't hoofd der school en enkele mannen uit 't bedrijfsleven kunnen reeds veel beginnen. Algemeene ont wikkeling en technische kennis van verschillende beroepen zijn voor de leden van zoo'n bureau noodig. En niet minder belangstelling en sympathie voor de zaak. Want 't kost veel tijd, en geeft als zoovele christelijke actieweinig geldelijk voordeel. Toch mag dat niet afschrikken. De zaak is te belangrijk. m 't minst niet bewust van". „Zeker, jij hou-je maar zoo dom niet schei maar'uit met je schijnheilig gefe mel. Jij bent zeker niet de aanstichter van 'tlieele zaakje. Maar ik waarschuw je, dat je me niet verder in de wielen rijdt, hoor-je. Die school komt er niet, versta-je, daar zal ik voor zorgen. En verder heb ik niets met je te maken, je kunt voor mijn part „Burgemeester", viel Donker den woe denden man in de rede, „ik ben hier niet gekomen om me door u te laten uitschel den. Ik raad u bovendien aan, wel te bedenken, wat u daar zegt. U is burge meester en hebt voor de rechten ''an alle burgers te maken. Ik verzoek u dus vriendelijk, die dreigementen na te laten. Dat u met de oprichting van een chris- tolijke school niet erg ingenomen zijt, wil ik wel aannemenmaar laat me verder koud. U hebt als hoofd der ge meente niet anders te doen, dan de wet te handhaven. Die wet laat ons vrijheid een school te stichten en u zult dat moeten aanzien en ons daarbij geen stroo tje in den weg leggen". Kalm, maar op heel stelligen toon had Donker gesproken. De burgemeester was zulk een toon V Afschrikwekkend voorbeeld. Meer dan eenmaal hebben we er reeds op gewezen, hoezeer de toestand in Rusland een leerzaam en tegelijk af schrikwekkend voorbeeld oplevert, van wat men bereikt, als men de menschen opzweept tot oproer en verzet. De drukkende omstandigheden maken, dat het revojutie-zaad thans een vruchtbaar der bodem vindt, dan ooit te voren. Daarom heeft het z'n nut, te lezen, wat de bekende Hans Vorst schrijft in het Berliner Tageblatt over de Russische toestanden. Hij vertelt De burgerklasse vlucht uit de stad, omdat de voortdurende toenemende nood en duurte, de tegenwoordige en in de toekomst dreigende vervolgingen haar het leven onmogelijk maken. De invloed rijkste personen uit de bourgeoisie hebben Petrograd reeds vroeger verlaten. Want hen dreigt gevangenisstraf en dood. Thans vlucht ook reeds de middenklasse. Maar ook de arbeiders vluchten, omdat de stad hun geen werk en geen voedsel meer kan bieden. Tegen einde 1917 bedroeg het aantal inwoners van Petro grad nog 2.700.000, in Juni 1918 nog slechts 1.400.000 en sedert is de bevolking zeker nog meer afgenomen. De arbeider, die mij door de straten van Petrograd vergezelde, vertelde het oude lied van werkloosheid, nood en honger. Bitter voegde hij eraan toe „Daarvoor behoort thans alles aan ons. De huizen belmoren ons, de fabrieken en banken belmoren ons. Maar beter leven wij daarom niet, en alles vervalt." Dit is wezenlijk de weinig benijdens waardige toestand van het Russische proletariaat. De arbeiders hebben alle macht in den Staat veroverd en toch is hun economische toestand daardoor niet verbeterd, maar is steeds erger ge worden. De gemiddelde verdienste der arbei ders bij transport en industrie bedroeg in Rusland in het jaar 1914 ongeveer 32 roebels per maand. Tegenwoordig bedraagt zij 325 roebel in de maand. Dit is 10 maal zooveel, maar de prijzen waren van den zomer tienmaal zoo hoog als in vredestijd, terwijl de goederen, die voor vaste prijzen zijn te krijgen, niet voldoende zijn en de arbeiders vaak de veel hoogere prijzen van den sluik handel moeten betalen. Intusschen heeft de regeering dezen herfst do prijzen zóó verhoogd, dat zij het 20-voudige bedragen van de prijzen in vredestijd. Zoo is de verhooging der loonen geringer dan de verhooging der prijzen, en de toestand der arbeiders wordt verzwaard door het volstrekte gebrek aan levensmiddelelen en goederen. De eenige mogelijkheid tot verbetering van den toestand zou zijn verhooging der productie. Dit is echtpr niet gelukt en kan langs den betreden weg niet gelukken. Inplaats van de sociale productie te organiseeren, wordt den bezittenden hun bezit ontnomen, en dit onder het volk verdeeld. Hoe lang zal dit helpen en waartoe zal het leiden De arbeiders zullen spoedig inzien, dat zij ook in de woningen van de rijken moeten honger lijden en bevriezen, zoolang de econo mische achteruitgang voortduurt. Schr. besluit met het schrikwekkend voorbeeld van Rusland voor oogen, den proletariërs van Europa waarschuwend toe te roepen zich niet te laten verleiden door de noodlottige illusie, als konden zij door een omwenteling aan den oorlog ont komen en hun lot verbeteren. Eu hij spoort de regeeringen aan, den oorlog langs den weg van een vergelijk te eindigen, voordat het te laat is. Het is zoo gewenscht om thans, nu metterdaad zoo pijnlijke ontbering wordt geleden, het volk te doordringen van de dwaasheid en zondigheid der revolutie, die het van God verordineerde gezag omver wil werpen, en het te wapenen tegen het vergiftig zaad, dat Wijnkoop en anderen (o.a. óók Be Telegraaf en De Courant) eiken dag bij handen vol uitstrooien. niet gewend. Hij was gewoon, dat ieder voor hem boog en zijn zin deed. Hij voelde, dat hij zijn portuur had gevonden, al wou hij het niet bekennen. Toch be greep hij, dat hij oppassen moest. De kalme beslistheid van Donker bracht hem van de wijs. „Och wat, groote woorden, anders niet. En wat kwam je eigenlijk hier doen?" „Is dat uw manier om uw gemeente naren te ontvangen Maar dat is uw zaak ik geloof, dat ik nu het best doe te vertrekken, ik kom morgen wel eens weer bij leven en welzijn't heeft zoo'n haast niet". En beleefd groetend ver wijderde zich Donker, den verbluften burgemeester alleen latende. HOOFDSTUK XI. Nieuwe Plannen. Zoetjes aan beginnen de geruchten omtrent den bouw der school vasteren vorm aan te nemen. De burgemeester heeft zijn pogingen tot tegenwerking moe ten opgevendat hij zóó zou varen, wie had het kunnen denken Nu ja, openlijk lachten zijn vrienden hem wel niet uit, maar hij begreep het toch wel, dat ze zich achter zijn rug vroolijk over hem maakten. Wat'had hij ook 'hoog opgege ven van zijn bemoeiingen, om de„oprich- ting der school onmogelijk te maken en nu was het zoo geheel op niets uitge- loopen. Natuurlijk werden er gissingen genoeg gemaakt in het dorp omtrent den persoon, die Heins had geholpen aan het noodige geld, maar niemand wist toch het rechte van de zaak. En ondertussclien gingen de broeders met hun arbeid gestadig voort. Ze hadden vergaderd. En de hoop, die zoo lang was gekoesterd, was aanmerkelijk ver levendigd. De aanvankelijke pogingen hadden geen ontmoedigende resultaten opgeleverd. Het zou er slechts op aan komen, thans met moed en beleid de zaak verder voort te zetten. Zuinig berekend achtte men, mits ieder naar vermogen meewerkte, het plan wel uitvoerbaar. Nogmaals zouden de broeders de netten eens uitwerpen en binnen vier weken zou weder worden vergaderd, opdat een définitief besluit kon worden genomen. Zeer tegen den zin van den nobelen burgervader was het beloop der zaken. En toch, openlijk tegenwerken scheen hem niet langer geradenhij had in Donker zijn portuur gevonden en begreep wat te moeten oppassen. En toch kon hij onmogelijk de gedachte verdragen, dat Het antwoord van Wilson ook in „zijn" gemeente weldra zulk een gehate secte-school zou verrijzen. Op zich zelf beschouwd was dat nu nog zoo erg nietmaar hij vreesde, dat het hier niet bij blijven zou. Eerst een kerk, dan een schoolzou straks de vrucht van dit alles ook niet kunnen worden, dat die stum- perds zich gingen inbeelden ook wat in vloed te moeten uitoefenen op den gang der publieke zaak? Zou niet welhaast ook op politiek gebied die „club" geen recht van meespreken willen gaan op- eisclien. Men begrijpt, welke zorgen het vrij zinnig gemoed prangden wat bange toe komst zich voor burgemeesters oog ont sloot, als hij er aan dacht, met huivering voorwaar dat die fijnen, tot heden door hem en de zijnen met een soort van nederbuigende grootmoedigheid geduld, als voor de liberale hiërarchie volstrekt gevaarloos, zich straks bewust zouden gaan worden van hun gelijkgerechtigd heid als burgers Was er inderdaad geenerlei middel te bedenken, het dreigend onheil te koeren Burgemeester zette zich tot overpeinzing. (Wordt vervolgd). Wee dien, die ongerech tigheid bedenken, en kwaad werken op hunne legersin het licht van den morgen stond doen zij het, dewijl het in de macht van hun- lieder hand is. En zij begeeren akkers, en rooven ze, en huizen, en ne men ze weg alzoo doen zij geweld aan den man en zijn huis, ja aan een iegelijk en zijne erfenis. Micha 2 1 en 2. dtGM op de tweede Duitscke vredesnota is reeds gekomen. Dat antwoord is een teleur stelling. Nade inwilliging van alle eischen door de Duitschers hadden we een ander verwacht. Temeer, waar de regeering in Duitschland zich aan de autocratie ontwor steld heeft, en nu voortaan in democratischer zin zal optreden. De onverzoenlijke houding van Frankrijk en Engeland, die van de gelegenheid gebruik willen maken, om er nog eens flink op te slaan, heeft zijn uitwerking op Wilson niet gemist. Zijn antwoord is er door ver scherpt. Feitelijk vraagt hij van Duitsch land nu een onvoorwaardelijke overgave. De militaire autoriteiten der (entente moeten volgens Wilson de voorwaarden vaststellen, waarop een wapenstilstand gesloten kan worden. Die voorwaarden zullen, als we ons niet

Krantenbank Zeeland

Luctor et Emergo. Antirevolutionair nieuws- en advertentieblad voor Zeeland / Zeeuwsch-Vlaanderen. Orgaan ter verspreiding van de christelijke beginselen in Zeeuwsch-Vlaanderen | 1918 | | pagina 1