IERSEKSCHE El THOOLSCHE COURA1T IL 1839 Zaterdag 19 Juni 19&0. Vijf en dertigste jaargang Rl raat )d H l Firma J. M. C. POT - Tholen. Publicatiën. THI Zwemmen. fl ii. - nden en Irun werken. I Dit blad verschijnt eiken Zaterdag. 0H fj9 Per kwartaal f 0,7*5; met Geïllustreerd Zondagsblad fl,325, franco post f 1,40. Voor het buitenland f 1.10, zonder Geïll. Zondagsblad. UITGAVE Telef. Interc. no. 16. LANDWEER. Burgemeester van Tholen maakt bekend, dat het verlofgangersregister van de landweer gemeente ingeschreven verlofgangers der land- die in den loop van het jaar 1920 aanspraak m doen gelden op ontslag uit den dienst bij tndweer wegens volbrachten landweerdiensttijd, lond van art. 31, laatste lid, der Landweerwet I hun voor Rijksrekening verstrekte voorwerpen, ljuitzondering van het zakboekje (dus wapenen, perpen van ledergoed, kleeding- en uitrusting- reglementen en dienstvoorschriften) moeten pren te Tholen, in het gemeentehuis op Woens- 21 Juli 1920 des namiddags te 2,30 uur. de inleveriog moeten de verlofgangers in bur- eeding verschijnen en hun zakboekje medebrengen, olen. 16 Juni 1920. 22 De Burgemeester, J. W. WAGTHO. or: W. ïb ik in mijn vorig schrijven enkele niets inde redenen opgesomd, waarom aan velen It verboden om te gaan zwemmen, zoo kan 'hans reeds constateeren, dat er dergelijke ;!van worden aangevoerd. Van enkele personen it ik vernemen, dat ze niet wilden hebben, 'mn dochter ging zwemmen, omdat het r meisjes niet staat. Ook de be- lebbende zelf zijn een zelfde meening toe- in. Wat een redeneering.... omdat het niet staat volgens hun cou- itieve meening, mag hun kind zich niet vri> ikkeleu. Weten die menschen wel, dat zij loor medewerken aan de ondermijning van jezondheid van hun kind Weten zij we!, 'ij later voor de vraag gesteld knnnen worden ik soms ook mede schuldig aan het ooge- au mijn kind? Heb ik de lichamelijke oot- sling wel zooveel mogelijk bevorderd sn bij een eventuëele ziekte de dokter zegt i J- patiënt er vermoedelijk niet door ja] omdat deze te weinig weerstandsver- bezit, zorg dan dat ge niet behoeft te :n, dat ge daar mede schuldig a^Q zjjt, i dan is uw verdriet niet te overzie Ver- Ist U zich eens één oogenblik in dien ït;.ud zoudt U dan niet willen geveu cJindat het s zou zijn Maar dan is het te Uat. wat u nog niet is. Hij zegt o.a. „Bisher ist das Ertrinken Mode gewesen weil das Schimmen nicht Mode war. Soll dann nicht einmal das Schimmen Mode werden, damit das Ertrinken aufhöre (Tot heden is het verdrinken mode geweest omdat het zwemmen geen mode was. Zal dan niet eenmaal het zwemmen mode worden, opdat het verdrinken ophoude De waarheid en de beteekenis dezer woorden liggen er dik op. Ook hieraan mag wel eens worden gedacht. Nog een enkele zaak wil ik hier bespreken en wel de gelegenheid tot "baden en zwemmen, zooals dat behoort te geschieden. Bij mijn vorig schrijven vestigde ik er reeds de aandacht op, dat het ontbreken van een geschikte gelegen heid mede oorzaak is, dat er hier zoo weinig wordt gezwommen. Dat motief is opgeheven, omdat er thans ge legenheid is, //al voldoet die nu nog niet aan alle eischen, welke men aan een moderne bad inrichting kan stellen". Toch is ook hier met eeu weinig overleg, steun en medewerking wel iets goeds te maken. Onzen geachten borgemeester, die zoo welwillend was op mijn eerste aanvraag reeds alle mogelijke medewerking te verleenen, breng ik openlijk mijn dank voor dien steun. Zij, die nu willen gaan baden kunnen daar voor iu onderhandeling treden met onderge- teekende, men zie daarvoor achterstaande advertentie. Getracht zal worden volledig zwemonderricht te geven dus voor een ieder, zoowel dames als heeren. Voorts ook voor de vergevorden onder richt in het duiken, springen eu het redden van drenkelingen. De gelegenheid is er thans en daarmede de eerste steen gelegd op het pad der volledige lichamelijke ontwikkeling. Laat thans niet weerhouden, doch griipt deze schoone gelegen heid aan voor liet te laat is. Tholen, Juni 1920. y. R. Adverteutiëovan 1 tot 4? regels 60 centsiedere regel meer 15 cents. Grootte der letters naar plaatsruimte. Bij abonnement aanmerkelijke prijsvermindering. de Het is reeds een menscheuleeftijd geleden, dat \l Engeland werd uitgegeven een werkje, j dat tot titel droegBlind people, their works i ands waysde schrijver was leeraar aan de school voor Blinden in St. George's Field in j Londen en was dus bijzonder in de gelegenheid geweest de blinden van nabij te bestudeeren. tnü of- inr. j werkjö bevatte een beknopte, maar dui- die willens en' wetens "z'ijn^ki^dll'cne I waa^a beschrijving van het Instituut, *t, wat bet soo brood noodig hft, terwijl 171 hT T\. "t0.!,riÜk te IT^da^Zo™ rtQeeTdteer Tn'f 0^.,f5tin.8 aan de binden Teveel"'ïrtrtwd Duizenden, die zich in het genot van een gezicht mogen verheugen, weten weinig van den toestand van do blinden, terwijl een nog veel grooter aantal zich in het geheel geen voorstelling maken kan van de hulpmiddelen, die de menschelijke geest heeft uitgedacht, om blinde menschen de beginselen van de algemeene wetenschappen, lezen, schrijven en te gelijkertijd het een of ander handwerk te leeren, dat hun in staat stelt, hun dagelijksch brood te ver dienen. Wie zoo'n blinde eenmaal in zijn werk heeft bezig gezien, stac.^ verbaasd er over wat zij kunnen presteeren. De blinde mist een der noodzakelijkste zin tuigen maar wat misschien door sommigen wordt gedacht, n.1. dat zoo'n blinde een nutte loos wezen ia de maatschappij is, kan veel uit het werkje leeren en hen zal het duidelijk worden, dat juist het tegenovergestelde waar is. Het volgende is er aan ontleend In het jaar 1712 zaten in een leeraarskamer van het Christus-College te Cambridge drie beroemde, geleerde mannen bijeen, die bij het flikkerende vuur van den schoorsteen een be langrijk geschilpunt behandelden. Twee van hen waren even groote ondheidkeuners als geleerden, en op de tafel voor hen stond een kleine vaas met Romeinsche mnnten, waarvan eenige aan leiding hadden gegeven tot een heftig dispuut. De strijd werd zeer levendig gevoerd over een keizer zonder hoofd, wiens naam en jaartal slechts door den ingewijde konden afgeleid worden. Zij was door de ouders der beide oud- heidsverzamelaars als een even zeldzamen als kostbaren schat aangekocht; beiden stemden daarin overeen, dat het zeer kostbaar wa9, doch over het jaartal konden zy het niet eens worden. Hun vriend, die aan den schoorsteen zat, nam geen deel aan den redetwist, doch toen de munt hem eindelijk werd toegereikt om ze te onder zoeken en er zijn oordeel over te zeggen, was zijn antwoord snel en stellig genoeg. Het zal vreemd schijnen, maar hij bezag haar niet eens; nadat hij haar echter zorgvuldig met zijn vinger toppen had betast, bracht hij haar daarna aan \uatsmuths bevat 1 7" ?n m03ld' Toen **8 d*t gedaan had, legde hij Ueft deze geen UhV.;nJf'°n. onthoofden Augustus op tafel, terwijl hij geen DMtekk flg 0p de gezondheid, ze.de: „50 jaar »öór Chri.tua of 88 jaar oa diens dood, de munt is geen shilling waard. Ik twijfel er sterk aan, dat zij van goud is en ik ben overtuigd, dat het geen Romeinsche is." Den volgenden dag kwam het ook uit dat hij volkomen gelijk had en werd het oude Portu- geesche spreekwoord bewaarheid: //Achou o cego hum dinheiro" de blinde man heeft een munt uitgezocht. De munt, die hem getoond werd, was zeer kunstig nagemaakt en bij een verkoop van oude Romeinsche munten voor echt verkocht. De kandige scheidsrechter echter wa3 Nicolaas Saunderson, eeu blinde, wiens oogen nooit een goede, slechte of welke munt ook gezien haddeD, want in het jaar 1662 verloor hij als kind van een jaar door de pokken niet alleen zijn gezicht, maar zelfs zijn oogappels. Nu wa9 hij professor aan de Hoogeschool te Cambridge, een vriend van Whiston, van Hally en Sir lsaac Newton, wiens „priucipia" het voornaamste onderwerp zijner openbare voorlezingen uitmaakteu. Zijn geheele leven van zijn vroegste jeugd af, was sper belangwekkend geweest, ofschoon slechts enkele puntem kunnen aangestipt worden, die in het leven van een blinden man vooral onze bewondering wekken. In de Burgerschool te Perristone, in Yorkshire, en met behulp'Van een voorlezer en de weinige boeken, die zijn vader, een tolbeambte, hem te huis verschaffen kon, was 't hem door onvermoeide volharding gelukt, zich zulk een grondige kennis der klassieken eigen te maken, dat hij de werken van Euclides, Archimedes, Diophantus en Newton in de Griek- sche en Latijnsohe taal bestudeeren en den in houd daarvan begrijpen kon. Dat alles had hij gedaan vóór dat hij twintig jaar oud was; op 25 jaar was hij een beroemd onderwijzer te Cambridge, op 30 jaar hoogleeraar aan de Uni versiteit, Master of Arts bij Koninklijk besluit, hij hield voorlezingen over het Solar Spec m 11 o u?uf fan nor. I w, f linkf J n 4 l. A 0fyu ».iuh Kracnug en de wreede wereld intreedt dat bet toe- ia met een weerstands- ert uishoudinge- ogen van den boogsten graad geloof van niet. En tocb zij„ er te ka de vrije lichamelijke ontwikkeling lun tegen houden, niet begrijpend welke groote gen dat met zich kan bte%gen. ellicbt zal er door niet doordenkende por ti gezegd worden, at zij o jnaar kletspraatjes die sportmenschen maar -;k w;i hier toch de aandacht vestigen op, enkele uitlatingen mannen der wetenscl r. Merens te Haarlem v baarde 1915 dat In het algemeen jmstreeks het zesde Dsjaar met de zwemoe»gnjQgea eeQ aanvang worden gemaakt. ™°gelijke nadeel.en van dien aard zijn, tl) bij inachtneming faa groote voorzichtig- ft en bij goede wa3»nemjng vaD het kind lij ner tot blijvende scliade voor de gezondheid «ven te leiden. Het zwemmen /bevordert, zoowel direct indirect, de Iichstb,elijke ontwikkeling van '°vr ^00dbe schrijft in zijn werk n-Work and Overwerk alle soorten van S beweging en komt tot de volgende ■3|'Os e man, d}e het best in staat zal een leven van herseoarbe,d te leiden, is hij, in ..ja ^mderjareh harmonisch ontwikkeld ;eworden en die het madamm van uithon- «vermogen heeft *r... u dat met zijn ismsgesteldheid bep,thMi: ,,r j|" ,2|in er 3lecbts eeu ;r uit vele. dit verban I is ook .e| merkwaardig dat e gië een wetavoo,-3tei ;a ingediend, waarin Snnn .g^zeg ia elke gemeente boven zielen een awemdok aanwezig moet en dat niemand tot eeü staatsexamen mag toegelaten, dit niet kaa 0?er!eggen ee° J8, dat hij met goe(j succes deel heeft ge- 6,Q aacL e verP-chtige lichaamsoefeningen et achtste tot en met het twintigste ja3r. jen"60 T6'e voorgescb',even oefe en uitlatiog van i,en vooraanstaand Duitecher Gotsmnths beva. 0üt; es!1 zeer groote waarde, keft deze geen bfetrekk ng op de gezondheid. trum, de wetten van het licht, de theorie van den regenboog, in eeD woord over onderwerpen, die hij nooit gezien had. Zeer belaögrijk in het werkje zijn ook de bijzonderheden over blinden Huber, die de bijen tot bet onderwerp zijner navorschingeu gemaakt had en die met behulp van zijn schrandere vrouw, Maria Lullin, en van zijn getrouwen knecht, Frans Bureeo, op dit terrein der natuur lijke gescbiedeois wonderen verrichtte. Van bun verhaalt hij Huber placht tot zijn knecht Frans te zeggen //Ik ben veel meer overtuigd van hetgeen ik zeg, dan gij ziendeu zijt, want gij deelt alleen dat gene mede wat gij voor uw oogen gezien hebt, terwijl ik daareDtegeu altijd het gemiddelde neem van vele getuigenissen. Juist iets dergelijks zeide Metcalf, de blinde architect, toen men hem over de juistheid en de nauwkeurigheid van zijn werk onderhield. Gij kunt uw toevlucht nemen tot bet licht uwer oogen, wanneer gij iets zien wilt, terwijl ik alleen raiju geheugen kan raadplegen, doch met dit voordeel evenwel, gij ziet de diügen afgewerkt en voltooid eu ge verliest daarvan spoedig den indrukik daarentegen maak mij met groote inspanuiög tot in de bijzonderheden de een of andere handigheid eigen, maar ik ver geet ze ook nooit weder." (Wordt vervolgd.) RECHTZAKEN. Te Bergen op Zoom stonden onlangs eenige overtreders terecht van art. 17 van het Zeeuw- sche visscherijreglement. Waar in deze zaak ontslag van rechtsvervolging werd verleend, achten we het niet ondienstig om, waar voor het kan tongerecht te Tholen een dergelijke overtreding gestraft werd, de conclusie van dit vonnis hier te laten volgen. Deze luidt Overwegende, dat de verbalisant in ziju ge meld proces-verbaal heeft gerelateerd, dat hij heeft gezien, dat op tijd en plaats in de dag vaarding vermeld, beklaagde in de rivier de Mosselkreek onder de gemeente Oud-Vossemeer met het vaartuig (de roeiboot) gemerkt N.V. 2, waarvan hij de schipper was, buitenwaarts van den kreukelberm der dijken voor den Vogelzang polder en wel op perceel no. 65, in uitsluitend gebruik gegeven aan C. D. Klos te Yerseke en afgezet met overdag duidelijk zichtbare bakens, naar bot heeft gevischt Overwegeude, dat de verbalisant ter terecht zitting als getuige gehoord, onder eede heeft verklaard overeeukomstig den hiervoor aange- haalden inhoud van het proces-verbaal Overwegende, dat beklaagde ter terechtzitting heeft bekend, dat hij ten tijde en ter plaatse in de dagvaarding vermeld, op perceel no. 65, in uitsluitend gebruik gegeven aan C. D. Klos te Yerseke, Daar bot heeft gevischt, zulks zonder voorzien te zijn van een gedrukte of met inkt geschreven vergunning van den rechthebbende; Overwegende, dat beklaagde tot zijne verde- diging beeft aangevoerd, dat het in de dagvaar ding omschreven feit niet strafbaar is eu wel le, omdat artikel 17 van het Zeeuwsche Stroomeu Visicherij-reglement bepaalt, dat op uitsluitend gebruik gegeven, aan an deren dan deu rechthebbende en den houders van zijne gedrukte of met iokt geschreven ver gunning alle visscherij verboden is, terwijl in het hierbedoelde geval het perceel no. 65, aan C. D. Klos te Yerseke niet in uitsluitend gebruik, doch alleen voor het kweeken van oesters in gebruik is gegeveD, terwijl andere visscherij op dat perceel hem niet toekomt, en in 't bijzonder de botvisscherij daarop geheel vrij is; en 2e. omdat, waar, zooals in het hierbedoeld geval, de pachter het perceel alleen gepacht heeft om er oesters op te kweeken, hij het uitsluitend recht tot het visschen naar bot op dat perceel zelf niet heeft, eu daarvoor dus ook aan anderen geen vergunning kan geven, terwijl bovendien de botvisscherij iu de Zeeawsche stroomen aan ieder vrijstaat Overwegende, dat de beteekenis der woorden t/in uitsluitend gebruikgegevenvoorkomende in artikel 17 van het Zeeuwsche stroomen visscherij reglement, nader wordt aangegeven in artikel 36^ van dat reglement, hetwelk luidt //In dit artikel wordt verstaan onder „in uitsluitend gebruik gegeven plaatsen iatseD, door den Staat verpacht, of in con cessie gegeven" enz. Overwegende, dat uit deze woorden blijkt, dat het geheel onverschillig is, voor welk soort visscherij of tot welk gebruik deze plaatsen zijn verpacht of in concessie gegeven eu dat het enkele feit, dat een perceel of een plaats in de Zeeuwsche stroomen door deu Staal verpacht is, voldoende is, om dit perceel of die plaats te beschouwen als gegeven in „uitsluitendgebruik"f bedoeld in artikel 17 van het reglement; Overwegende, dat, waar het iu de dagvaarding bedoelde perceel no. 65, door den Staat is ver pacht aan C. D. Klos te Yerseke, om er oesters op te kweeken, dit perceel is „een plaats, die aan C. D. Klos in uitsluitend gebruik is gegeven en waarop dus artikel 17 van het Zeeuwsche Stroomen visscherij-reglement toepasselijk is, zoodat het aan anderen dan den rechthebbende of den houder van zijn gedrukte of met inkt geschreven vergunning verboden is, daarop eenige visscherij, onverschillig welke, uit te oefeDen, wanneer deze plaats is afgezet met over dag duidelijk zichtbare boeien of bakeus. Overwegende, dat het hierbij geheel onver schillig is, of de pachter al aan niet zelf het recht heeft om op bedoeld perceel naar bot te visschen, want de bedoeling die aan de bepaling van artikel 17 ten grondslag ligt, is niet deze, dat de pachter zelf het recht zou hebben om op zijn gepacht perceel allerlei soort visscherij uit te oefenen, en daarom voor de overdracht van het recht op eenigerlei soort visscherij toe stemming zou moeten geven; doch de bedoeling van artikel 17, beschouwd in verband met de artikelen 18 en 19, is kennelijk geen andere dan deze dat de pachter vau een perceel - onverschillig voor welk doel hij het pereëel ge pacht heeft het recht zal hebben om ieder ander persoon te beletten, om zich op dit perceel te begeven teneinde aldaar eenigerlei soort van vis scherij uit te oefeDen, daar het uitoefenen van visscherij op een door een ander gepacht perceel in zulk een mate de gelegenheid biedt tot het maken van misbruik vau deze bevoegdheid (bijv. door oesters of mossels te stelen, of het perceel te bederven) dat zonder uitdrukkelijke (schrifte lijke) toestemmigg van den pachter van het per ceel de uitoefening dier visscherij niet geoorloofd is; Overwegende, dat waar deze bedoeling, die aan artikel 17 ten grondslag ligt, en die ook af te leiden is uit de plaatsing van het artikel in verband met de onmiddellijk daarop vol gende artikelen 18 en 19 met den letter lijken zin der woorden van dat artikel en van artikel 36^ in overeenstemming is, bestaat er niet de minste aauleidiug om aan* artikel 17 eene uitlegging te geven, die zoowel met den letter lijken ziu der woorden alsook met de kennelijke bedoeling van dat artikel volkomen in strijd is Overwegende, dat derhalve het feit, bij de dagvaarding aan beklaagde ten la9te gelegd, wel strafbaar is. LANDBOUW. Men meldt onsIn het Eiland is de Com missie belast met de keuring der gewassen te velde van wege de Zeeuwsche Landbouwmaat- schappij in den loop dezer week met haar taak begonnen. De eerste indrukken over den stand der ver schillende gewassen schijnen uitstekend te zijn. De bloei begint en de lengte is zeer goed. Oud-Vossemeer. Aan de leden der Zeeuwsche Kunstmestfabriek is een schrijven gericht, waarin o.m. is medegedeeld, dat op de leening is in geschreven een bedrag vau f 1.500.000. De laatste werken zijn aanbesteed en grondstoffen aangekocht, zoodat een overzicht is verkregen over het kapitaal noodig voor stichting en ex ploitatie. Behalve vlottend bankkapitaal is hier voor noodig een bedrag van ruim f 100:000,

Krantenbank Zeeland

Ierseksche en Thoolsche Courant | 1920 | | pagina 1