G, A, Vorsterman vin Op, N®. 833. Zaterdag 8 Juni 1901. Achttiende jaargang. EN J. H. C. POT, FEUILLETON. PNTMASKERD. Verkiezing Tweede Kamer. 6. A. Vorsterman van Oyen Mr. J. G. van Deinse, Publicatie n. m Vo Verkiezing TWEEDE KAMER. IERSEKSCHE THOOLSCHE COURANT, vtttllil, pijji aai ia Islam lai «tsrtsalt, laiihoiv, n. Dit blad verschijnt eiken Zaterdag. 'rijs per S maanden, franco per post 65 cents, o'^oor het buitenland 90 cents. IngszeaJsn stukken, snz. worden uiterlijk op DONDERDAGAVOND Ingeweekt aan t bureau te Tkolen ol vóór DONDERDAGMIDDAG bi) onzen medewerker te lerseke. UITGEVER Tholih. Advertentiënvan 1 tot 4 regels 40 cents; iedere regel meor 10 cents; groote letters naar plaatsruimte. Elke advertentie, 3 maal ter plaatsing opgegeven, wordt eleehta 2 maal in rekening gebraoht. NATIONALE MILITIE. )Vel*p>n9 van verlofgangers in werkeiijken dienst. Burgemeester van T h o 1 e n maakt bekend, de verlofgangers,* t wier namen hieronder zyn ild, op het achter hunnen naam aangegeven werkeiijken dienst worden opgeroepen, den wapenhandel te worden geoefend rid Hendrik van de Velde, lichting 1897, 29 1901, 3e reg. infanterie, Bergen op Zoom. Qaist, lichting 1898, 25 Juni 190J, korps miers, Dordrecht. opgeroepen verlofgangers zullen zorg dragen lat zij zich daags vóór hun vertrek, des voor- gs tusschen 10 en 12 uren, ter Gemeente- arie vervoegen, ten einde op hunne verlof- door den Burgemeester den dag van vertrek uen vermelden en inlichtingen te ontvangen ,nde de reis 2e. dat zij, ieder op den voor aangegeven dag, in uniform gekleed en voor van hunne verlofpassen, alsmede van al de bij igt ertrek met groot verlof medegenomen voorwerpen [leeding en uitrusting, bij hunne korpsen zijn tomen des namiddags vóór vier uren of, zoo iet mogelijk is, op het uur, door den Burge- '8 ir te bepalen. De verlofgangers, voor wie de tst op eenen Maandag is gesteld, behoeven indien zij gevestigd zijn in gemeenten, van zij niet in één dag hun garnizoen kunnen en, zich eerst op den dag voor de opkomst ld, op marsch te begeven, en moeten den iden da* zoo vroegtijdig mogelijk, bij hun Mnkome... eval ziekte of gebreken hunne opkomst mochten deren, moeten zij hiervan, zoodra doenlyk, sen op gezegeld papier geschreven en gelegali- geneeskundige verklaring ter Gemeente- irie kennis geven. I niet-ontvangen eener byzondere oproeping, 5it den verlofganger geenszins van zijne ver- BÉng tot opkomst onder de wapenen, daar deze W|are bekendmaking eenig en alleen als bewys I, dat de verlofganger buhoorlyk is opgeroepen, iol en, den 1 Juni 1901. STEMMING ter verkiezing van een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Burgemeester der gemeente Tholen brengt ter ire kennis, dat op Vrijdag den 14 Juni inde, van des morgens acht tot des namiddags en, de stemming zal geschieden ter vervulling iene plaats in de Tweede Kamer der Slaten- nl voor het Kiesdistrict Goes, waartoe deze Uj nte behoort. candidaten, in alphabetische volgorde, zyn favornin Lobman, Jhr. Mr. A. F. de, orsterman van Oyen, G. A. tens wordt de aandacht gevestigd op artikel 128 t Wetboek van Strafrecht, luidende: „Hij die lyk zich voor een ander uitgevende aan eene mi wettelijk voorschrift uitgeschreven ver- deelneemt, wordt gestraft met gevangenisstraf hoogste een jaar." o 1 e n, den 8 Juni 1901. Be Burgemeester voornoemd M. G. VAN STAPELE. Uil het Duilsch. kleedde mij aan en ging naar boven. De stem van mijn buurman was weer ver in een geregelde ademhaling, zoodat ik dat zijn droom of nachtmerrie voorbij was. ;en den middag versoheen hij op het dek srd spoedig omringd door de passagiers, lern allerlei vragen deden. Ik naderde niet, maar bleef hem op een afstand in houden. Hoe geheel anders zag hij er uit. Hij was meer klein dan groot en >rdde droomerig op 't geen hem gevraagd Ongelukkig voor mij, werd hem aan tafel laats naast mij aangewezen. Het was mij lelijk een gesprek met hem aan te knoopen nd zat ik hem zoo nu en dan aan te Na eenigen tijd sprak hij mij aan, hij mij eenige vragen, die ik wel moest Noorden, doch ik ,deed dit kort en was Ter elfder ure hebben de liberalen in het district Goes nog een candidaat gesteld, maar één geluk, de candidaat is er niet minder om. Wij achten de keuze van den heer Vorsterman van Oyen zoo zeldzaam gelukkig, dat, als er ooit voor de liberalen eenige kans van slagen is, het met dezen candidaat zal zijn. Wij zouden ons van harte verblijden, dat deze wakkere en onverschrokken strijder voor vooruit gang op alle gebied, in 't bijzonder op dat van den landbouw, eindelijk eens kwam, waar hij hoort: in de Kamer. Wij meenen dat de heer Van Oyen zoo al gemeen bekend is, dat een woord van aanbe veling onnoodig is, maar wel willen wij aanmanen tot belangstelling en ijver, en nog tot één ding moed en vertrouwen op de overwinning. Het is zoo eenvoudig mogelijk: wie zegt„Wij winnen het toch niet", zal het zeker verliezen. Wie winnen wil, moet evenals de Boeren in Zuid- Afrika gelooven aan de overwinning en, als zij, niet versagen. Gelukkig behoeft het hier geen bloed te kosten, slechts een enkelen gang naar de stembus. Kiezers, deze candidatuur is, naar men wel eens platweg zegt „heet van de naald" en dat is nog r.iet altijd het slechtst. Vereenigt u dus tot den strijd voor den heer te AARDEN BIJ KG. En, Kiezers voor het district Hontenisse, ook tot u een kort woord. De heer Mr. J. G. van Deiuse heeft nu reeds zeven jaar onze belangen vertegenwoordigd, en hij heeft dit op uitstekende wijze gedaan. Be halve in 't algemeen landsbelang is hij ook ten voordeele van zijn distriet werkzaam geweest. Dit laatste ook buiten de Kamer stil en zonder vertoon, en verschillende gemeenten en personen in Zeeuwsch Vlaanderen en Zuid-Beveland beide, zijn hem dankbaarheid verschuldigd. lerseke moet daaronder zeker niet in de laatste plaats genoemd worden, lerseke heeft in 1897 dapper voor hem gestreden, dat is waar, maar dat de heer Van Deinse daarvoor steeds dankbaar ge bleven is, is eveneens waar. Denkt slechts aan zijn belangstelling en steun aan de Zeilvereeni- ging en aan zijne medewerking bij de laatste burgemeesters-benoeming. De beer van Deiuse is bovendien een zeld zaam goed mensch. Daaraan heeft hij in 1897 gedeeltelijk zijn oyerwinning te danken gehad, lil het land van Hulst wordt hij om zijn al gemeen bekende weldadigheid door Roomsch en on-Roomsch als op de handen gedragen, want al is hij zelf Ned. Hervormd en al is hij steeds in het belang van zijn kerk werkzaam opvallend onbeleefd. Hij scheen dit vreemd te vinden en wendde zich ai spoedig naar den anderen kant, waar hij vriendelijker gehoor vond dan bij mij. Later deed hij nog een poging tot toe nadering, doch ik deed hem duidelijk verstaan, dat ik geen nadere kennismaking wenschte, zoodat hij mij met rust liet en mij niet meer aansprak, doch ik merkte, dat hij mij telkens van ter zijde aanzag en aan den hofmeester om inlichtingen naar mij vroeg. Van deze vernam hij, dat zijn hut naast de mijne was, hetgeen hem eenigszins deed ontstellen. Opmerkelijk was het, dat telkens, als ik naar hem zag, zijn blik de mijnen ontmoette. Toen ik vroeg naar mijn hut ging, bevoud Olmen zich in de kajuit van den kapitein, die hem, zooals ik vernam, uitgenoodigd had een glas wijn met hem te drinkeu. Ik verzuimde niet den grendel weer op de deur te doen van mijn lint en schoof voor veiligheid mijn koffer er voor, terwijl ik mijn geladen revolver op tafel legde. Weldra sliep ik gerust, maar omstreeks middernacht werd ik wakker, door gestommel tegen de deur. Ik sprong op en greep mijn geweest, hij vraagt aan wie zijn hulp komt in roepen, niet naar geloof of kerk. Kiezers Van lerseke, doet wat gij in 1897 vooral bij de herstemming gedaan hebt, stemt eenparig op den heer van Deinse. Het is nu nog emakkelijker voor U dan toen. Toen kou van zijn tegen-candidaten nog gezegd worden die heeren kennen wij, na staat een candidaat tegenover hem, die ons zoo goed als onbekend is, en een ander die alleen in Zeeuwsch- Vlaanderen meetelt. Moge de stembus van Vrijdag 14 Juni de zegepraal, althans een herstemming brengen aan aftredend lid. Maandagavond hield de beer door verscheidene kiesvereenigingen candidaat gesteld voor het lidmaatschap der Tweede Kamer, te Goes eene politieke voordracht. De heer J. M. Kakebeeke leidde den spreker in e,/ verklaarde de overtuiging te hebben, dat de lieer Van Oyen een man is van practisehe erva:ing, van de politieke toestanden goed op de -,"ogte en de Zeeuwsche belangeu, vooral die van den landbouw, in alle bizonderheden kennende en behartigende. Daarna trad de beer Van Oyen op. Aan het door hem gesprokene ontleenen wij aan de Midd. crt. het volgende „Toen de kiesvereeniging te Goes en een tweetal aangesloten kiesvereenigingen elders, hem tot candidaat proclameerden en hem uit- noodigden op te treden, achtte hij, al ziet hij niet veel heil in de eandidatuur, het voor hem plicht aan die uitnoodiging gevolg te geven; eerstens voor de liberale partij zelf, ten tweede omdat het streelend voor hein is en ten derde om de kracht der liberalen in dit distriet te leeren kennen. Mocht hetgeen gedaan wordt voor deze verkiezing geen nut afwerpen, dan kan het dit doen voor een volgende maal, wanneer de liberale partij sterker is geworden. Voor de hooge politiek zijn er genoeg emi nente leden in de Kamer, maar aan leden die den landbouw voorstaan en dezen practisch willen steunen, is er groote behoefte, want daar wordt de landbouw slechts theoretisch besproken en sober bedacht. Achtereenvolgens behandelde de heer Van Oyen grondwetsherziening, schoolstrijd en leer plicht, vergunningswet, pensioenwet voor ar beiders, laudbouwvertegenwoordiging, protectie, oorlog en koloniën. Grondwetsherziening achtte de heer Van Oyen niet dringend noodig. Er zijn veel meer andere zaken urgent. Wanneer een ministerie revolver, doch bleef luisteren. Toen hoorde ik gekraak van hout en scheen het alsof iemand de deur met geweld wilde openen. „Wie i3 daar P" riep ik, doch bekwam geen antwoord en in mijn angst schoot ik mijn revolver tweemaal in de richting van de deur. Nu hoorde ik de stem van Olmen, die eeu vreeselijke vloek uitstiet en daarna een woest gelach. Ik had intusschen licht opgestoken en daarop kwam de wacht naar beneden om te zien wat er gaande was. Olmen, die naar het scheen wat veel wijn had gedronken, zeide, dat hij zijn hut rechts, iu plaats van liuks had gezocht. Intusschen had ik mijn koffer weggeschoven en de deur geopend. Olmen wendde zich nu tot mij met excuus, dat hij mijn nachtrust had ge stoord en voegde er spotachtig bij, dat mijn gekozen middel om iemand op eeu vergissing opmerkzaam te maken wel wat gevaarlijk was. Ik antwoordde, dat ik hem had aangeroepen, doch hij beweerde er niets van gehoord te hebben. Intusschen waren eenige passagiers ook toegeschoten, omdat zij meenden, dat er zelfmoord was gepleegd. Zij vonden mijn handelwijze wel wat al te kras, zoodat Olmen het noodig acht ieder zijne burgerschapsrechten toe te kennen en de vrouw het stemrecht te geven, dan eerst komt die zaak aan de orde, maar dan moeten ook aan ieder gelijke ver plichtingen worden opgelegd. De schoolstrijd, die veel hoofden warm en harten koud gemaakt heeft, is tijdelijk van de baan met een tamelijk bevredigende oplossing. Maar de leerplichtwet heeft noodeloozen last bezorgd. Spreker verklaarde niet tegen leer plicht, maar tegen de leerplichtwet te zijn. Steden en dorpen worden met dezelfde maat gemeten. Voor den boerenarbeider is de wet zeer drukkend, want sommigen derven 50°/0 der gewone verdiensten, hetgeen de heer Van Oyen breedvoerig uiteenzette. Als de jongens drie jaren de school verlaten hebben, is van bet geleerde veel verloren, zoodat herkalingsonderwijs, tot aan het 16e jaar drie of vier maal in den winter gegeven, voor de jongens oneindig veel beter is. Even zoo flink land bouwonder wijs. De vergunningswet achtte spreker al zeer onpraktisch, ofschoon hij toegaf dat die met goede bedoelingen was tot stand gebracht. Een vergunningspand wordt waardeloosbierhuizen waar drank verkocht wordt, zijn in massa toe- geuomen en de belastingoijfers wijzen uit, dat het verbruik van sterkendrank steeds stijgt. De pensioenwet verdedigde spreker met kracht als een der eerste groote behoeften en daarvoor verklaarde hij te zullen strijden. Onder zijne leiding werd te Aardenburg een huis voor oude mannen en vrouwen gesticht. Bij pensioneering moeten overal zulke gestichten verrijzen. Voor den landbouw moet pracktisch gewerkt worden. De middeleeuwsche tiendrechtheffing en het jaehtrecht moeten verdwijnen. Als men door goede bewerking en krachtige bemesting goede vrachten erlangt, gaat de tiendreeht heffing met een groot deel strijken. De uit zuiging uit den Franschen tijd (1810), moet verdwijnen. Op eenvoudige manier moet dit tiendrecht afgekocht kunnen worden. Verder wees de heer Van Oyen erop, dat de heeren iu Den Haag de koetsiers willen gaan belasten met f3 tot f10, wat hij afkeurde. Hij achtte Me regeling beter in Mecklenburg, waar voor de paarden niets betaald wordt en in Engeland waar de rijtuigen worden getroffen. In landen, waar paarden niet belast worden, neeint die fokkerij veel hooger vlucht. Vervolgens besprak de heer Vorsterman Van Oyen het proteetie-vraagstuk, dat volgens hem een netelig onderwerp mag heeten. Hij verklaarde zich vóór vrijhandel en achtte protectie om den landbouw te beschermen onnoodig. De landbouw moet aangemoedigd worden in de paardenfokkerij, veeteelt enz. Wanneer de landbouw bedreigd werd, zouden in alle opzichten verdedigd werd. Eindelijk begaf ieder zich weer ter ruste, doch ik kon na het gebeurde maar niet in slaap komen. Steeds bleef mij de angst bij, dat mijn buurman het op mijn leven had ge munt. Vroeg in den morgen stond ik op. Wij waren te aangekomen en straks zou de ontscheping van passagiers plaats hebben. Ook Olmen was op het dek en een der eersten, die de boot verliet, om er niet meer op terug te komen, tot verbazing van den kapitein van wien hij niet eens afscheid had geuomen en die meende, dat hij even aan wal was gegaan om zich te ontspannen, maar hij liet zich niet meer zien. In den loop der jaren vergat ik Olmen geheel en al. Nooit had ik tot iemand over hem gesproken, en ten slotte vergat ik het avontuur als 't ware, doch nu, ongeveer twaalf jaren daarna, dook deze naam met al het ver schrikkelijke raadselachtige weer voor mij op. Was deze Olmen, die een rijk meisje trachtte in te palmen, dezelfde Deze vraag hield mij telkens bezig, terwijl ik dien morgen de noodigste werkzaamheden op het kantoor verrichtte en ik zag 's middags met spanning de terugkomst van mijne vrouw tegemoet. Wordt vervolgd.)

Krantenbank Zeeland

Ierseksche en Thoolsche Courant | 1901 | | pagina 1