sshs AX DOEK VALT VOOR KWEKERIJ VELDZIGT Toekomst studentensoos nog steeds onzeker Het kostte een jaar aan voorbereidingen, maar toen was het dan ook in een uurtje gepiept: vorige week dinsdag viel het doek voor Kweke rij Veldzigt. Het bestuur van de Werkplaatsen Walcheren, waar de kwekerij onderdeel van is, was redelijk unaniem over de afstoting van deze structureel verlies draaiende afdeling. Volgend jaar mei zal de kwekerij definitief de deuren slui ten. ....er wordt niemand ontslagen... PZC WEEKBLADEN ...op den duur denk je: zoek hef maar uit... ...je stoot zowel boven als beneden tegen een muur... ...je moet toch een beetje representatief ...het bezorgen van de planten zal ik wel missen... Vee is goed De studentensociëteit 'Makkeluk Zat' in de Walstraat in Vlissin gen viert dit jaar haar vijfjarig bestaan. De soos, die is gevestigd in een pand van de gemeente Vlissingen, heeft echter nog steeds geen garanties over haar voortbe staan. Het feit dat de studenten er binnen twee weken kunnen worden uitgezet hangt studentenvereniging Cinaedus van de Hoge school Zeeland als een zwaard van Damocles boven het hoofd. VERSCHOORE 95e JAARGANG NUMMER 38 20 SEPTEMBER 1995 'Op potloden kun je niet meer bezuinigen' WÊmÊÊÊmmÊÊUMÊÊÊHÊÊÊÊÊmÊm nHBBanHHHBHBm door Ellen Erkens „Het is begonnen met bezuini gingen van het ministerie", vertelt J.J. de Looff, adjunct directeur personeel sociale zaken van de sociale werk plaatsen op Walcheren. Hij legt uit: „De gemeentes heb ben ook niet zo veel ruimte meer om geld op te hoesten, dus er moest iets gebeuren. Op aandringen van de Wal- cherse gemeentes is gekeken hoe er het beste bezuinigd kon worden. De kwekerij is één van de minst rendabele projecten van het hele bedrijf. Na gede gen onderzoek is de keuze inderdaad op Veldzigt geval len. Natuurlijk weten we dat het voor de medewerkers moeilijk is, maar ja: op potlo den kun je tegenwoordig niet meer bezuinigen". Op de kwekerij werken vijfen dertig mensen in het kader van de Wet op de Sociale Werk voorziening, de zogenaamde WSW'ers. Daarnaast zijn er vier werkleiders, ambtenaren, aanwezig. „Er wordt niemand ID© Oplage: 25.200. Gratis huis-aan-huis op geheel Walcheren in combinatie met de Vlissinger. Totale oplage: 48.710. Uitgave: Provinciale Zeeuwse Courant b.v. Administratie: PZC Oost-Souburgseweg 10, postbus 18,4380 AA Vlissingen. Advertentieverkoop: J.L. Saija, 01184-84312 (privé 01184-18686). Redactie: Ad Hanneman, 01180-81271 en Ellen Erkens (ai), 01180-81270. Redactie-adres: Postbus 5017, 4330 KA Middelburg Faxnr. 01180-81215. Bezorging: 01184-84215. Druk: Vink-Rotadruk b.v., postbus 36,4570 AA Axel. Druktechniek: offsetrotatie. Sluitingstijd: advertenties vrijdag PZC, Markt 51, 17.00 uur. Postbus 5017, 4330 KA Middelburg, tel. 01180-81000 Oost-Souburgseweg 10,17.00 uur. Postbus 18, 4380 AA Vlissingen, tel. 01184-84000. De Faam en De Vlissinger maken deel uit van de Zeeland Combinatie huis-aan-huisbladen in Zeeland. Totale oplage: 172.550 ontslagen", garandeert De Looff. „Alle werknemers heb ben een voorkeur aangegeven waar zij na beëindiging van hun werk op de kwekerij het liefst heengaan. Daar proberen we zoveel mogelijk rekening mee te houden. Vooralsnog ziet het ernaar uit dat dat aar dig gaat lukken". Één van de werknemers van Veldzigt is de vierenzestig-jari ge Piet Dekker, die voorheen mede-eigenaar van de ter ziele gegane Middelburgse kwekerij Dekker was. „In februari 1990 vroeg het Arbeidsburo mij om de functie van chef op Veldzigt te vervul len. Ik werd aangenomen voor een half jaar en solliciteerde na deze periode naar de definitie ve vervulling van deze baan. Door mijn leeftijd - ik word vol gende maand vijfenzestig - werd ik afgewezen", vertelt hij. Om toch bij de kwekerij te kun nen blijven, werd een aan vraag ingediend om hem als WSW'er te houden. Sindsdien controleert Dekker de orders die de deur uitgaan. „Echt mooi werk", vertelt hij: „Alleen, je mag je dan niet meer met het beleid bezighou den. Op den' duur denk je bij jezelf: zoek het maar uit, je laat het er maar bij zitten. Maar het steekt soms wel". medewerkers zijn hier veel vrijer en moeten dus ook zelf standiger kunnen werken. Bij ons zie je die jongens niet iedere dag. 't Zal in het begin wel voor een beetje onrust zor gen, maar ja. Wij hebben er ook niet om gevraagd. Van ons had de kwekerij rustig mogen blijven bestaan. Maar helaas. Dat is nu een gepasseerd sta tion". De ervaring die Piet Dekker opdeed bij zijn eigen kwekerij, kon hij nauwelijks gebruiken Piet Dekker aan het werk in de kas van kwekerij Veld zigt. FOTO: AN DA VAN PIET. bij zijn werk voor Veldzigt. „In de loop der jaren is de vraag van de markt verschoven naar een groter aanbod en een betere kwaliteit", weet hij. „Maar daar is hier niet op inge sprongen. Werknemers kwa men hier niet om te presteren, maar om bezig gehouden te worden. Op zich is dat natuur lijk heel goed: je kunt beter bezig zijn en je eigen geld ver dienen dan je hand ophouden en niets doen, maar het kost de overheid natuurlijk wel veel geld. Tegenwoordig vraagt de overheid erbij of het ook iets oplevert. Dat had hier gekund. Als er een soort hoger opge leid kader was aangenomen, was het zonder meer anders gelopen. Met alleen mensen van de lagere land- en tuin bouwschool redt geen enkel bedrijf het tegenwoordig meer. Toch?" Aan het woord is duidelijk een man die meer ervaring en zicht op het kwekerij-gebeuren heeft dan hij in de laatste zes jaar mocht toepassen. „Nogmaals, er kan maar één kapitein op het schip zijn. Je probeert er toch voor te knok ken, dat zit in je. Maar je stoot zowel boven als beneden tegen een muur: de mensen boven je hebben geen oog voor het commerciële deel. De mensen onder je zeggen dat je niet meer bent dan zij. Dat haalt de lust uit het werk wel weg. Je wordt hier gewaar deerd, dat zeker. Maar er zijn grenzen aan. Voor mij bete kent deze manier van werken dat ik hier niet verder kom". Volgende maand gaat Dekker met pensioen. Voor hem hoeft geen nieuwe baan gevonden te worden. De overige WSW'ers van de kwekerij gaan naar verschillende takken van de Werkplaatsen Walcheren. De meest populaire tak bij de kwekerij-medewerkers is het Groenbedrijf. J. Minderhoud, produktieleider van het Groen bedrijf: „Het is de bedoeling dat tussen oktober en volgend voorjaar ongeveer twintig mensen instromen". Het Groenbedrijf ontwerpt, onder houdt en legt tuinen aan voor particulieren, overheidsinstel lingen en bedrijven. „Verder is er nog een stratenmakers- ploeg en een klein bouwbe drijf", verduidelijkt hij. Het plaatsen van zoveel nieuwe medewerkers is volgens hem geen sinecure: „Wij moeten vijfentwintig procent groeien. In de zomer is het niet zo'n probleem, dan moesten we voorheen zelfs uitzendkrach ten aannemen om het werk aan te nemen". ffaijlii»,» I Over één ding zijn alle betrok kenen het eens: het is jammer dat de kwekerij verdwijnt. Sjaak de Bruijne, die er sinds de opening twintig jaar gele den al werkzaam is: „Ik ben hier chauffeur en ik hoop dat ik op de bus kan blijven rijden. Of in ieder geval in het groen kan blijven werken, als ik maar niet naar binnen hoef. 't Zal wel even duren voor ik gewend zal zijn in die nieuwe baan. Ande re collega's enzo. En het bezor gen van de planten zal ik wel missen, hoor". En dan K.H. van Wijngaarden, werkleider op Veldzigt: „Je bent hier met een groep, daar heb je toch altijd een band mee. Dat zal ik nog wel het meest missen". De oplettende bezoeker van fort Rammekens zal het zeker niet zijn ontgaan: bovenop de muren van het verdedigingswerk is een wachtpost geïnstalleerd. Leden van de kunstenaarsgroep Peyote Circle hebben het fort bezet. Gerard Marinus Verkerke van Peyote Circle: „Wij wonen en werken een tijdje in het fort en daarna trekken we weer verder". De vaste rubriek Bedrijfskundig Bekeken past Darwins theorie van de Survival of the Fittest toe op het bedrijfsleven. Ook deze week de rubriek Gehoord, waarin Marcel de Dreu verslag doet van de cd- presentatie van de Walcherse band PER, de vaste rubriek Psycho Consult en informatie van overheid. Hij vervolgt: „Maar ja, je weet niet wat de mensen uit de kwe kerij wel of niet kunnen. Kijk, de kwekerij is indertijd opgezet om mensen die eigenlijk niet bij ons konden werken toch te plaatsen. Wij werken altijd in het openbaar: dan moet je toch een beetje representatief zijn. Verder is er hier geen kan tine waar je even koffie kunt drinken, geen wc of waslokaal binnen handbereik. Ook het werk voor de werkleiding is anders dan bij Veldzigt: de De titel van deze aflevering heeft niets met dieren te maken, maar is de eerste helft van een spreekwoord dat ook in het Nederlands voorkomt: vee is goed, mè goed is vee. Oftewel: het is wel mooi om véél van iets te doen, dus snel te werken, maar je kunt het beter góed doen. Makkeluk Zat werd vijf jaar geleden opgericht door stu dentenvereniging Cinaedus en Frans Meijer, eigenaar van Café de Concurrent in Vlissin- 'Bierkabouter' Paul Olthof (links) en Frans Meijer. gen. „Oorspronkelijk was er een soos van de HTS in de Gla- cisstraat. Toen de Heao gestal te kreeg werd het daar steeds drukker en uiteindelijk was de soos niet meer te handhaven omdat er nogal wat overlast voor de buurt was", vertelt Frans Meijer. De Vlissingse studenten zaten zonder socië teit totdat de gemeente Vliss ingen eigenaar werd van het pand in de Walstraat (waar voorheen Café Boris in was gevestigd). Studentenvereni ging Cinaedus vroeg het pand in bruikleen van de gemeente en vond in Frans Meijer een geschikte partner met de noodzakelijke vergunningen. De gemeente bracht echter wel de restrictie aan dat wan neer er een koper voor het pand is de studenten binnen twee weken moeten vertrek ken. De studentenvereniging vind het jammer dat er nog steeds geen harde garanties van de gemeente zijn over het voort bestaan van de soos. Meijer: „Ik denk dat de soos na vijfjaar haar bestaansrecht wel heeft bewezen. In het begin waren er regelmatig klachten van buurtbewoners maar die gin gen vreemd genoeg meestal over overlast in het weekend, terwijl de soos dan gesloten is. Het aantal bezoekers is ook enorm gegroeid doordat de Hogeschool Zeeland steeds groter wordt. Vlissingen wordt steeds meer studentenstad en daar hoort een sociëteit gewoon bij". Hoewel er in de afgelopen jaren regelmatig projectontwikkelaars belang stelling voor het pand hebben getoond is het nog steeds niet verkocht. „We hebben hier meerdere malen al potentiële kopers bin nen gehad. Die zijn echter alle maal weer snel vertrokken nadat ze hadden gezien in wel ke staat het pand verkeert", vertelt Paul Olthof van Cine- adus die gekscherend ook wel Paulus de Bierkabouter wordt genoemd. Volgens Meijer en Olthof wordt het studentenle ven nog steeds snel met over last geassocieerd. Olthof: „Het is een feit dat studenten wel eens een feestje willen bou wen. Dan kan daar maar beter een legale plek voor zijn zoals bijvoorbeeld een soos. Het is dan allemaal veel beter te beheersen want wij doen er alles aan om excessen te voor komen. Daarom zou het ver standig zijn als de gemeente ons een vaste plek zou geven". Het laatste 'vee' (veel) wil hier eigenlijk zeggen: méér of beter. Dat het spreekwoord op Walcheren populair is, zou er mee te maken kunnen hebben dat in de Walcherse landbouw vroeger nauwkeurig en ar beidsintensief gewerkt werd. Er waren toch altijd arbeids krachten in overvloed, dus er hoefde niet 'te ruugsten' gewerkt te worden (oppervlak kig werken, het allernodigste doen). Wie 'van te vroegsten' (heel vroeg op de dag) al bezig is, kan zeggen: „Ik bin op m'n vöörraed". Dat wil zeggen: ik werk vooruit, ik bouw een reserve op. In het andere geval kun je klagen dat het 'glad nie opschiet', of dat het 'nie avve- ceert' (van het Franse avancer, vooruit gaan). 'Ik gaen is opschiete' betekent daarente gen: ik ga zo weg. Het is dus een aankondiging van iemands vertrek. Enkele andere tijdsaanduidin gen zijn 'overlesten' (onlangs) en zömedêêm (zometeen, straks). Een andere vorm van de eerste is 'onlesten', wat onder andere op Aagtekerke gebruikt wordt. Zömedêêm wordt ook wel afgekort tot 'zömit'; en er zijn aanwijzingen dat dat nog niet zo lang gele den (een of twee generaties) in Walcheren ingevoerd is. Het Zeeuws Woordenboek, dat vóór de jaren zeventig samen gesteld is, zegt dat het alleen in Noord-Zeeland voorkomt. Ik heb als kind in de jaren zestig alleen 'strakjes' leren zeggen, pas later leerde ik op school 'zömit'. Een andere samentrek king van het oorspronkelijke woord is 'zödêêm', wat onder meer op Sint-Laurens en Sou burg gezegd wordt. Jan Zwemer Sinds 1919, dè Zeeuwse portretfotograaf! IBÊIMILIMM Recht t.o. C&A en Blokker

Krantenbank Zeeland

de Faam en de Faam/de Vlissinger | 1995 | | pagina 1