Ingebruikname van nieuw ioliaal Ned. Herv. Sciiooi te Stellendam histoRische schetsen Gesprek met illir. D. Mierop uit Fonthill (Canada) Plaatselijk nieuws De tijd van de baas is de duurste tijd het sneeuwruimen 1 „De Wereld" (2) Overdracht van b. en w. aan Herv. Schoolbestuur Ouddorp Burgemeester J. A. Kleijnenberg aan Nieuw postltantoor te flchtiiuizen Contact met Flakkeese emigranten j| i s<r Blaclz. S „EILANDEN-NIEUWS" Dinsdag 8 januari 19 Met hun neuzen stijf tegen de ruiten gedrulit blilcten de kinderen van de Ned. Herv. School te Stellendam in het prachtige nieuwe noodlokaal, waarin zij straks zouden plaatsnemen om de lessen te volgen. De schooljeugd was zeer verbaasd, dat de „nieuwe school" zo plotseling uit de grond was gestampt. Door het gemeentebestuur is n.l. een houten noodlokaal aangekocht, dat in de Kerstvakantie achter de bestaande school is verrezen. Het is een pracht van een lokaliteit, met veel ramen en geschilderd in fraaie zachte kleuren. De kinderen vonden het veel mooier dan de „oude" school en ook het personeel en het schoolbestuur was er zeer mee ingenomen. Reeds lang deed zich ruimtegebrek gelden in deze school; het kwam voor dat er 48 kinderen of meer in één lo kaal moesten worden gepropt, een si tuatie die niet alleen ongewenst maar ook zeer onhygiënisch was. In het Haegse Huus vond meester J. Hartman met zijn twee klassen een onderkomen, waaruit hij echter vaak werd verdre ven als er bijeenkomsten of trouwpar tijen plaats hadden. Door dit noodlokaal, dat maandag morgen door het college van b. en w. aan het schoolbestuur is overgedragen, is aan deze ongewenste toestand een einde gekomen. Het hoofd van de school de heer D. J. Minderhoud begroette voor de aanvang van de lessen in dit nieuwe lokaal bur gemeester J. A. Kleijnenberg, de wet houders Moyses en Visser, de gemeen tesecretaris dhr. Woudstra, ds. H. J. Smit, voorz. van het schoolbestuur met de bestuursleden P. Verbiest en J. Moy ses. Na de begroeting werd het nieuwe lokaal op symbolische wijze door bur gemeester Kleijnenberg geopend, n.l. door het wegtrekken van een laken, dat over het schoolbord was gespannen. Daarbij kwam een prachtige witte zwaan te voorschijn (het wapen van Stellendam) dat door een vaardige hand op het bord was getekend. Daaronder stond het toepasselijke gedicht geschre ven: „Witte zwanen, zwarte zwanen, Wie gaat er mee naar school toe varen? De school is nu ontsloten, Vóór de kleinen, door de groten." Burgemeester Kleijnenberg drukte de wens uit dat het onderwijs in dit nieu we lokaal in een prettige sfeer voort gang zou vinden, onder Gods zegen rijke vruchten zal mogen dragen en er „lïerels" zullen worden gekweekt, die Burgemeester J. A. Kleijnenberg gaf bij sneeuwruimen het goede voorbeeld! Op de Provinciale weg tussen Goe- dereede en Stellendam, waar de vrij willige brandweer van Goedereede op nieuwjaarsdag bezig was met sneeuw ruimen, pakte de burgemeester de schop om voor de automobilisten een weg te banen. mee kunnen bouwen aan de ontwikke ling van Stellendam. De voorz. van het schoolbestuur ds. H. J. Smit was zeer verheugd over de gevonden oplossing, die tot stand kon komen door de bereidwillige medewer king van het gemeentebestuur, die de kosten van het gebouwtje op zich heeft genomen en derhalve ook de eigenaar blijft. Spreker had zelfs een stille hoop dat er mettertijd twee lokalen aan de school zullen worden bijgebouwd, maar was er van doordrongen dat dit nog wel enige jaren zal moeten duren. Voorts bracht ds. Smit de burge meester als hoofd van de Stichting „Het Haegse Huus" dank voor het gebruik van dit gebouw, waarin 3% maand is les gegeven. Deze dag is de bekroning op alle moeite en zorg die het personeel gehad heeft, zo eindigde ds. Smit zijn korte toespraak, hen hartelijk dank brengend voor hun inspanning; bovenal dank aan God, dat deze voorzieningen tot stand mochten komen. Hij verzocht de kinde ren te zingen Ps. 75 1:„ U alleen, U loven wij", waarna de lessen werden aangevangen. MIDDELHARMS Kerkdienst. Zaterdagavond 7 uur hoopt voor de Ger. Gemeente alhier voor te gaan de theol. student M. G. Mouw, Vriezenveen. DIRKSLAND Collecte. De in de Ger. Gem gehou den collecte voor de zending heeft op gebracht 1149,55. Doopzitting'. A.s. maandagavond 7 januari om 7 uur zal er D.V. doopzitting worden gehouden in de consistorieka mer der Ned. Herv. kerk. Doopsbedie- ning is gesteld op 13 januari. Schoorsteenbrand. J.l. woensdag 7.30 uur werd de bevolking opgeschrikt door de brandsirene. Er was een schoor steenbrand uitgebroken bij wed. S. Tamboer aan de Ring. De brandweer was dit brandje spoedig meester. Merk waardig was dat de kachel uitgegaan was, en de schouw is gaan smeulen en pas uren later tot ontbranding is over gegaan. Een bewoonster bemerkte de brand doordat een balk op de zolder reeds vlam had gevat. NIET3WE TONGE Burg, Stand over de mnd. 6ee. 1962. Geboren Pieter z.v. P. Both en H. Troost; Adrianus Jacob, z.v. A. Vis been en J. Groenendijk; Pieter Marinus z.v. P. C. Gebraad en M. Knops. Gehuwd: Cornells Klem, oud 21 jaar en Arendje Lena Noteboom, oud 20 jaar Andreas Johannes Jozef Saers, oud 23 jaar en Johanna Hermance de Man, oud 22 jaar. Overleden: Adriaantje Bakker, oud 50 jaar, e.v. Cornelis Zweerus. De Firma Abr. Roos en zoon aanne mer is het bouwen gegund van een woonhuis, annex postkantoor aan de Pastoor van Lunenstraat te Achthuizen. De onderaannemer is W. A. v. d. Welle van Ooltgensplaat. Eén der zwaarste opgaven voor ieder die een bedrijf leidt, is zijn dagverde- ling in te stellen op dat bedrijf. Juist het feit dat men „eigen baas" is leidt er zo licht toe, dat men gaat handelen volgens het principe dat men dus ook baas is over zijn eigen tijd. Deze opvatting leidt tot zeer veel tijdverlies en tot gebrek aan efficiency, aldus werd opgemerkt in een artikel dat we lazen in „Kwekerij en Handel". Er zijn mensen in zeer belangrijke posities, die geen afspraak kunnen ma- keft zonder eerst hun agenda te hebben geraadpleegd. „Mijn baas zit in mijn binnenzak" zeggen ze dan wel eens. En dat is vülkomeil begrijpelijk. Hun tijd is ingedeeld. Zij moeten met die tijd woekeren. Wanneer ze voor A een kwartier langer uittrekken, komen ze voor B dat kwartier tekort. Voor mensen in dergelijke posities wordt het min of meer gemakkelijk ge maakt, hun tijd zo in te delen. Aller eerst hebben ze meestal een secretares se die het allemaal voor hen bijhoudt en zij is het die uitmaakt, of en wan neer men haar baas ter beschikking krijgen kan. Zij raken aan dit leven ge wend, het gebaar naar hun agenda wordt een intuïtief gebaar. Veel moeilijker is het voor de man, die zelf zijn tijd als bedrijfsleider in moet delen, en in het bijzonder moeilijk is dat voor mensen in de handel. Dat zijn naar hun aard „vluchtige" mensen. Zij kunnen hun tijd niet altijd met een schaartje knippen. En ze komen ook wel eens in de verleiding om „nog gauw effe" dit of dat er tussen door te doen, waardoor ze op zo'n moment ongrijp baar zijn. Niemand weet waar ze zitten. „Meneer is onderweg". Wanneer men hun kantoor opbelt, heet het: „Meneer zou hier een half uur geleden al zijn, maar hij is er nog niet." Wanneer men hun huis opbelt zegt mevrouw: „Meneer is drie kwar tier geleden naar kantoor gegaan. Is-ie er nog niet?" Dan weet men het wel.- Meneer is „nog effe gauw" ergens aan gereden, dat kostte maar vijf minuten, maar het kostte drie kwartier. En inmiddels wacht alles. Het personeel staat naar de baas uit te kijken want er moet van alles be praat worden en er zit al iemand op hem te wachten. De baas komt als een stormvlaag binnen, wuift alles van zich af „nu geen tijd!" Dat staat gekleed en erg druk. De mensen wachten wel. De baas is tenslotte baas en hij maakt de dienst uit. Dat ze wachten op zijn kos ten, dat zijn bedrijf die tijd stilstaat, dat er misschien kansen verloren gaan die benut zouden kunnen worden, daar aan denkt de baas zo gauw niet. Zijn mensen moeten maar leren zich aan hem aan te passen. In werkelijkheid is de allereerste opgave van de bedrijfs leider, zich aan zijn bedrijf aan te pas sen. „Met kennisgeving afwezig." Het is zeer wenselijk wanneer hij iedere dag, en bij voorkeur zo vroeg mogelijk, op zijn bedrijf is, opdat de staf met hem kan overleggen. Er kan van alles gebeurd zijn, tegenslag, ziek te, een onverwachte wending. Het be^ drijfsbeleid voor een hele dag moet worden uitgestippeld. Dan is het mak kelijk voor de verantwoordelijke men sen, dat ze kunnen rekenen op de aan wezigheid van de baas. En wanneer hij weg gaat, naar de tuin, naar een Idant, naar de beurs, laat hij even zeggen waarheen hij gaat, of hij al of niet te bereiken is, en (bij benadering) wanneer hij terug zal zijn. Spreekt hij af dat hij die middag om 3 uur terug zal zijn en is hij ergens op gehouden, dan zal het nodig zijn dat hij liefst zo vroeg mogelijk opbelt en bericht dat hij vertraging heeft. Mis schien is er inmiddels een afspraak ge maakt met iemand in de veronderstel ling „meneer is er om 3 uur weer". Het is niet zo prettig voor zo'n man als hij om 3 uur arriveert, en dón pas verneemt dat de baas er niet is. In het algemeen geldt hier,, dat de vroegte wint. Een baas die vroegtijdig op zijn post is, noodzaakt zijn mensen daar ook op tijd te zijn. Hij kan rustig de post doornemen, hij kan eens even alles doorlopen, hier een kijkje, daar een praatje, en wanneer zijn eigenlijke werkdag begint weet hij precies hoe de vlag er voor staat. Om dit te bereiken zal hij er goed aan doen- het over 't algemeen 's avonds niet te laat te maken, anders komt hij nacht rust te kort! De baas heeft geen baas. Deze zelfbeheersing, deze zelf-organi- satie, moet de plaats innemen van intu- ietief handelen. En dat is niet makke lijk. Want de baas heeft geen baas. Niemand tikt hem op zijn vingers. Nie mand kaffert hem uit als hij niet op HOOFDSTUK 52 De wandeling begon „Op de Koaie" en men kocht sigaren bij Cornelis Juch, de jongere generatie beproefde zijn ge luk op het „droaibord" bij Baerend Dubbeld, daar kon men dikke plakken chocolade winnen voor drie cent en een heerlijk kogelflesje leeg drinken, dat kostte vijf cent, rood of geel, men kon met die flesjes spuiten, dan moest men eerst flink schudden, rttttts en dan was het hele winkeltje nat, maar dan moes ten wij er uut. Op de Zandpad, het ver lengde van de Westdijk was het café van Hansson, meen ik, ter gelegenheid van lootdag werd daar wel eens gevoch ten. Tot „Holland-Zeeland", de grens van Middelharnis en Sommelsdijk werd de wandeling uitgestrekt en dan ging het weer retour tot de Koaie. Die vissers konden soms aardig op scheppen, „geef ze de ruumte", vooral als d'n ommeleg goed was geweest, dat gebeurde ook wel eens, 't was oaltied gien slabboeg tegen". Er waren ook braniemakers bij en dan gingen ze „mit 'n heële „kroo" op stap, dan giengen ze bonsjoere". 't Is weer buttertje tot d'n boom", zei men dan, „zommediën (straks) is de pompe weer laans" (het geld weer opgemaakt). Als de sloepen binnen waren, in het voorjaar en in het najaar dan was er de meeste kans op enige exploisie, want er bestond altijd een begrijpelijke rivaliteit tussen de vissers (kajjers, scheldwoord) en de over het algemeen Sommelsdijkse arbeiders (kluuten, scheldwoord). Toch moet ik zeggen, dat het in de regel nogal losliep met de zuupehup", er waren natuurlijk enkele drinke broers, zo was in elke gemeenschap, maar het was meer lèfmakerij in jeug dige overmoed, dan dat men van drink gelagen kon spreken. Dat bleek wel uit het feit, dat wanneer er eens een ,uitgaander" werkelijk dronken was, het halve dorp, vooral de jeugd hem achterna riep, „hou je roer recht!" Re vers en Vermeulen hadden er wel slag van om zulke soelbrekers in het raad huis, beneden achter de tralies op te bergen en dan was de toestand weer normaal. „Vast weekgeld, vasten aare moe", zo schepten sommige vissers wel op, wanneer zij eens een flinken omme leg hadden gedaan. Dat was voor de arbeiders wel eens reden om hun pres tige te handhaven, vooral als de meis jes daar in trapten èn de vissers ver koren. „Gaet 't niet om 't velletje dan gaet i het toch om 't gelletje" en zo werden de Sommelsdijkse meisjes voor de ogen van de jongens weggehaald, maar deze Candida ten namen zulks ook niet altijd, en dan openden zij een tegenoffensief. Een koude oorlog of een gewapende vrede dus, tussen twee dorpen, enigs zins verschillend van karakter, maar vast tegen elkander geplakt, om het hart van de vrouwen. De wederzijdse successen hadden op den duur dit re sultaat, dat de isolementen doorbroken werden, ten bate van het geheel. Zondagsschool hy Hdlland-Zeelatnd Bij „Holland-Zeeland" aan het eind van de Zandpad was, de Zondags- schoole. Dit was een vergadergebouw, maar ik weet niet meer of dit gebouw aan een kerkgenootschap toebehoorde. Ik meen mij nog te herinneren, dat er doordeweeks godsdienstoefeningen ge houden werden. Predikanten en Oefe naars van elders bedienden er het Woord, maar Zondags was het bestemd voor de Zondagsschool, ik denk uit gaande van de Hervormde Kerk. Ik tijd is. Hij moet het helemaal zelf doen. Maar deze zelf-organisatie werpt al tijd vrucht af. Voor hemzelf allereerst, want hij kan zijn bedrijf en zijn tijd veel beter over zien, zijn werkzaamheden indelen. Geen gejaagdheid, niet „nog effe gauw" maar alles op zijn tijd. En verder voor het bedrijf. Een zaak waar het altijd hollen of stilstaan is, is geen efficiënte zaak. Ook de stemming van het personeel lijdt er onder. En die stemming is van invloed op de efficien cy. Vroeger kon men zeggen „dan blij ven ze maar wat langer" want iedereen was blij als hij een baantje had. Tegen woordig zijn de mensen zó weg. En waarom zouden ze ook een goed hu meur bewaren wanneer ze van drie tot half vijf lopen te niksen en om half vijf, met de binnenkomst van de baas, moet alles nog gauw-gauw gebeuren? Eigen baas iseigen knecht. En eigen baas is de lastigste baas. ging ook naar deze Zondagsschool al was ik gereformeerd, dat kwam zeker door zijn oecumenische inslag, want ik was ook zeer getrouw in het bezoeken van de andere Zondagsschool, uitgaan de van de Gereformeerde Kerk, die haar deuren opende in de Bosse Schoo- le. Alzo at ik van twee walletjes, ach neen, zo bedoel ik het weer niet, want ik hoorde heel graag uit de Bijbel vertel len, van de Heere Jezus, maar ik was ook blij met mijn boekje getiteld: „De vergeten schildwacht", dat was een boekje van den „Hoagen" tweede prijs. De gebouwen waarin Zondagsschool gehouden werd stonden resp. hoog en laag. De Hervormde Zondagsschool stond hoog op de dijk en de Gerefor meerde zocht het wat meer in de diep te aan de Langeweg. Daardoor kreeg men de typering; d'n „Hoagen" of d'n „Laegen". „Ik was nae d'n Hoagen en ikke lekker nae d'n Laegen, en ikke nae oallebeië". Tik met de pet Er was een onderwijzer op d'n Hoa gen, die heel boeiend kon vertellen, hij had altijd veel kinderen onder zijn ge hoor omdat daar geen klasseverband was en hij de hele groep ook wel kon vasthouden. Ik vermoed dat de methode wel enigszins verschilde van het gewo ne zondagsschoolwerk, misschien was dit systeem meer ingesteld op een Kin- derkerk. In de lange zaal zaten wij op eenvoudige houten banken, zonder leu ning en naast de rij kinderen stond hier en daar een man om de orde te hand haven. Deze hulpen hadden de pet in de hand en mocht het eens gebeuren, dat er een Idnd niet rustig was dan kregen zij een tik met de pet. Op d'n Laegen had men meer h klasseverband, daar zaten wij enigszi gesorteerd naar leeftijd in de verschil lende schoollokalen, daar kregen \i; kaartjes van Jachin's rooster, aan d ene kant het psalm vers je en aan 4 andere kant de tekst. Ik kan mij mij jeugd niet indenken zonder deze eer, voudige middelen, welke voor ieder kin; van hoge geestelijke waarde kunne; zijn. „Jachin", de Gereformeerde Zon. dagsschoolbond, opgericht in 1874, ge. noemd naar een van de twee koperes pilaren, welke Salomo had doen plaat sen aan het voorhof of aan het voor. portaal van den tempel. De namen Ja. chin (Hij grondvest) en Boas (in Henj is kracht) wezen de betekenis van dezl pilaren aan. (1 Kon. 7 21). Ook in Mid-I delharnis hebben zowel den Hoogen alif den Lagen heel wat zegenrijk werk ver-l richt ten dienste van Gods Koninkrijltl ARJANUS.r PERSOONLIJKE VERWARMING VOOR AUTOMOBILISTEN Voor automobilisten, die de verwar-l ming in hun wagen liever niet gebrui.l ken, omdat ze er slaperig van wordej is er goed nieuws. Een Franse onderneming fabriceertl thans vesten, die electrisch verwarmjl kunnen worden. De vesten, die op del electrische installatie van de auto worJ den aangesloten, kunnen onzichtbaarl onder de bovenldeding worden gedra-l gen. Ze worden voorlopig alleen nogi in Frankrijk geleverd met stroom-l sterkten van 6, 12 en 24 Volt. (DIA)| Dezer da^en lande op de luchthaven Schiphol een ohartervliegtuig uit Ca nada. In het toestel bevonden zich en kele tientallen Nederlandse emigranten die in groepsverband een tocht maakten naar hun oude vaderland, om daar de feestdagen door te brengen. Onder hen bevond zioh de heer D- Mierop uit Font hill. Op de winderige platform hebben we met hem in de beschuttini? van een D.C. 7 toestel een kort gesprek gehad. Ruim een jaar na zijn huwelijk op 12 april 1954 vertrok de heer D. Mierop met zijn vrouw en dochtertje uit Mid delharnis naar Canada. Een broer van zijn echtgenote was daar reeds enige tijd woonachtig en de vooruitzichten in Canada waren bepaald niet slecht. Na aankomst in zijn nieuwe vaderland vond hij onmiddellijk werk bij een fruitkweker, waar hij geruime tijd heeft gewerkt. Enige jaren, geleden veran derde hij van werk en momenteel is hij voorman bij een zand- en grintbedrijf. Vele vragen In een gesprek met een emigrant kunnen altijd tal van vragen worden gesteld. De belangrijkste vragen be treffen meestal echter het wel en wee van de Hollanders in het vreemde land. Immers men vertrekt met de grootste verwachtingen en zo vaak wordt men daarin teleurgesteld. Amerika en Canada worden al te dik wijls voorgesteld als landen, waar de dollars op straat zouden liggen. Zo voor het grijpen. Vele emigranten moeten echter bij hun aankomst ontdeldien, dat deze voorstelling van zaken in flagrante tegenstelling is met de werkelijldieid. In Nederland moet men werken voor het geld. In Canada eveneens, aldus vertelde de heer Mierop. Ook hij heeft in de eerste tijd dat hij in Canada ver bleef verschillende teleurstellingen moeten ondervinden. Er zijn altijd weer dingen waarop men niet rekende en waarop men niet was voorbereid. Nu echter na een negenjarig verblijf in Ca nada zou hij niet meer terug willen naar Nederland. Verschillen Het leven in Canada verschilt veel met dat in ons land. Maar is m:en een maal aan het leven en de levensgewoon ten daar gewend, dan moet men con stateren dat Canada in veel opzichten beter is als Nederland. Dit met uitzon dering van de sociale voorzieningen, die nogal een en ander te wensen overlaten. De streek waarin de heer Mierop met zijn gezin woonachtig is herbergt veel emigranten van Goeree-Overflaickee. We noemen hier slechts de namen van de familie Wervers, de Valk, van Gro ningen enz. Uiteraard bestaat tussen de ze families een vrij nauw contact. Juist op feestdagen, op verjaardagen enz. doet de aanwezigheid van landgenoten de emigrant goed, omdat het hem zij het zeer betreldcelijk herinnert aan de tijd van vroeger. Dat steunt elkaar, ook in moeilijke dagen, die niemand bespaart blijven. Het gezegde „Daar waar men brood is, daar is mijn vaderland" is mooi. Maar dit gezegde gaat niet op. Het vaderland blijft toch altijd dat Idei- ne lage land aan de zee, waar de wieg stond, waar onuitwisbare herinneringen liggen. Niemand kan dat ontkennen. Ook de heer Mierop niet. Het mooiste souvenir Met elkaar hebben een groep Hollan ders een vliegtuig gecharterd en zijn daarmee naar Holland gekomen om hier de feestdagen door te brengen. Met kerstfeest thuis. Op 12 januari zal de machine het luchtruim weer kiezen om de Hol landse emigranten weer thuis te bren gen. Terug naar hun gezin. Itlet als mooiste souvenir de herinnering aan Holland, een herinnering waarop men weer jaren moet teren! 26 Een ogenblik later heeft Agge de ver volgde prediker in zijn hut gebracht en haast Hendrien zich om hem een goed maal van brood, vis en melk voor te zetten. Terwijl ze dit gereed maakt, ver telt de vreemdeling hoe hij in Alkmaar een zieke broeder in het geloof bezocht heeft, hoewel hij wist dat daaraan voor hem gevaar verbonden was. Binnen de wallen van de stad zou de man, die reeds geruime tijd op hem loerde niets tegen hem durven onder nemen. Men kende hem daar als een ge heime handlanger en spion der inquisi tie. Het volk was hem zó vijandig ge zind, dat men hem enige tijd geleden bijna doodgeslagen had. In Alkmaar had de prediker dan ook niet' de minste overlast ondervonden. Toen hij tegen de middag de stad ver laten had, met de bedoeling voor 't val len van de nacht bij bevriende mensen iii de buurt van Heilo te overnachten, had hij niet het minste vermoeden dat de spion hem met een drietal handlan gers op de hielen zat. Op een stille land weg had hij bemerkt dat vier mannen hem met sneUe tred volgden. Toen hij in een van hen de hem bekende spion» herkende, begreep hij dat slechts een snelle vlucht hem redden kon uit de klauwen van de inquisitie. Over bouwland en door weiden was het heengegaan; doch zijn vervolgers bleven kort achter hem en riepen hem telkens toe, dat hij zich zou overgeven, want dan zou hem- geen leed geschieden. Maar de vluchteling wist maar al te goed, wat dit te betekenen had. Toen hij in de verte het donkere griendhout voor zich zag oprijzen, was hij daarheen ge vlucht, in de hoop zich tussen de strui ken te kunnen verbergen. Die hoop bleek echter ijdel te zijn, want de man nen bleven daarvoor t© kort achter hem en dreven hem steeds voort in de rich ting van de plassen, waartegen hij ten slotte vastlopen moest en dan restte hem niets anders meer dan zich over te geven of te verdrinken. „Ik had mijn ziel reeds overgegeven in Gods hand, want verder gaan kon ik niet en mijn vervolgers ontkomen kon ik menselijkerwijze ook niet meer. Ik zeg menselijkerwijze", vervolgt de geuzenprediker met diepe ernst, „doch Gods wegen zijn niet onze wegen, want toen kwam u, mijn goede vriend. Mijn werk op deze wereld schijnt nog niet af gelopen te -zijn. Daar ben ik dankbaar voor, wantde arbeiders zijn wei nige. Maarzal de nobele hulp, die u een om zijn geloof vervolgde vluchte ling verleend hebt, u niet in gevaar en moeite brengen? Zie, dat is het, wat op dit ogenblik mijn ziel beklemt, want de spion scheen u te kennen; hij schreeuw- -de tenminste een naam." Er trekt een grimmige lach over het gebruinde gelaat van de vogelaar. Zijn stem Minkt hard als hij zegt: „Ja me neer, die lage schelm kent mij en ik ken Dirk de brouwer. Laat hij oppassen, als hij vijandig mijn pad kruist." „Och vriend, laat toch nooit de haat post vatten in uw gemoed, want waar bitterheid is, kan geen vrede wonen. De man, die mij vervolgt om een luttel Judasloon, is toch in de grond van de zaak een beklagenswaardig schepsel; die als hij niet door wroeging en berouw gekweld, vergeving vindt in des Hei- lands Middelaarsbloed, de straf in de eeuwigheid zal moeten dragen, voor wat hij in de tijd misdreef". Als de geuzenprediker deze woorden gesproken heeft, vouwt hij de handen. Vol eerbied en ontzag doen de vogelaar en zijn nicht het ook. De vreemdeling dankt allereerst Goid voor zijn redding uit de hand zijner vervolgers. Hij dankt zijn Hemelse Va der, dat deze hem weer voorthielp op de levensweg tot nu toe. Vervolgens smeekt hij om hulp en bij stand voor de man, die uit liefde voor zijn naaste hem ter hulp gesneld is. Hij bidt de Almachtige, dat zijn vervolgers en allen die geweld plegen tegen de be lijders van de „nieuwe leer", zich mogen bekeren van hun boze weg en vergeving zoeken in des Heilands bloed. Agge de vogelaar bezit geen karakter dat licht bewogen wordt. Na de dood van zijn enige broeder, die hij zielsUef gehad heeft, bevochtigde waarschijnlijk geen traan van ontroering zijn oog meer Doch thans rollen een paar heldere druppels in zijn ruige baard. Ais de vreemdeling het eenvoudige maal, dat Hendrien hem voorzet ge nuttigd heeft wendt hij zich tot de vo gelaar en zegt: „U bent waarschijnlijk ook een volgeling van Calvijn of Maar ten Luther, mijn vriend. Al was u dat niet, dan zou Uc u toch aanraden, zo spoedig mogelijk een schuilplaats te zoeken binnen Alkmaar. Want niet al leen dat de spion der inquisitie zal trachten u in handen te krijgen, maar er zwerven ook muitende soldaten van Don Frederik hier in de omtrek' rond en) die zijn soms wreder dan de roof dieren uit het woud." De vogelaar knikt even bedacht zaam: het hoofd en zegt in antwoord op de vraag en de waarschuwing van zijn gast: „Ik wist al, dat er hier in het riet land gevaar begint te dreigen en ik was reeds voor uw komst van plan, in elk geval mijn nicht in Allanaar onder dak te krijgen, om dan zelf zoveel mogelijk hier mijn boeltje in veiligheid te bren gen, om voor de Spanjool het beleg voor de stad slaat, zelf ook binnen de wallen te komen. Wat uw vraag betreft, of ik Calvinist of Lutheraan ben, is voor mij niet zo ge makkelijk te beantwoorden. Daarom zal ik u maar vertellen, wie Agge de voge laar geweest is, vóór uw woord in Alk maar op de markt gesproken, mij wak ker schudde. Op zijn korte, duidelijke manier ver telt Agge, wie en wat hij is en hoe hij hier in het rietland geleefd heeft. Een glans van vreugde trekt over het bleke gelaat van de geuzenprediker als Agge de woorden herhaalt, die hem daar op die woelige markt zozeer ge troffen hadden, dat hij ze niet meer kwijtraken kon. „Ik herkende vanavond, aan de over kant in het riet, onmiddellijk de geuzen prediker, wiens woorden als in mijn ziel gebrand stonden. Al moet ik er de dood voor ingaan, zo ben ik toch God dank baar, dat ik ietg voor u hebt kunnen doen." Dan vertelt Agge de prediker, hoe de heer Koenraad van Dethoven in het rietland gekomen was en hoe hij met die rijke koopmanszoon bevriend raak te. De geuzenprediker knikt en zegt met warmte: „O, die ken ik; 't is een kloeke jongeman, die in de dienst voor Willem van Oranje en voor de vrijheid des ge- loofs goed en bloed veU heeft." „Hlij gaf mij een Bijbel en als hij hier was, las hij er ons uit voor. Wij zijn onwetende mensen en kunnen zelf niet lezen in Gods Woord, maar toch is dat Boek mij dierbaar, al is het ibezit een gevaar. Doch meneer Koenraad is misschien nu ver weg en er zijn vragen in mijn hart, waarmede ik geen weg weet. Daarom ben ik blij, dat ik thans raad kan inwinnen bij de man, die 't eerst licht ontstak in mijn verwarde en on verschillige ziel. Mogelijk echter bent u vermoeid en verlangt naar rust. In dat geval „Neen, neen", valt de vluchteling Ag ge in de rede, „ik ben niet vermoeid; ik ben sterk enniet bij toeval hier. Vertel mij gerust alles wat u niet dui delijk is, misschien kan ik het u hel derder maken". „Dan allereerst deze vraag", zegt Ag ge. „Meneer Koenraad heeft ons het leven en sterven van de Heiland voor gelezen. Hoe Hij onschuldig leed en als een lam ter slachting ging en zelfs nog voor zijn moordenaars bad. (Wordt vervolgd) De ting ■werki tings licht' igewe yfan a en be men de ve de f aan d verde Jaarv gehou Het d overi het be zorgd Wage zou s trans de slt well dijkk l«ke en zich zijn a over sneeu Sluis' over verg- zön gétel' hoofd De voorz verga over Hij a lijk met lijkhe drijfs' val n Cerbe thans werki welk betek Spr algen deze hij er saris, noem bouw bouwT houdf tional zal hi met 1 klein( ruislc de gr 40 ha ten d derde ibouw andei dieeri en voor dam. aan i subsi landt beslis men ste 1 dient ande: voor ker prate ringe vd lijl R< R V ei g: t\ B

Krantenbank Zeeland

Eilanden-nieuws. Christelijk streekblad op gereformeerde grondslag | 1963 | | pagina 2