I EiuvnDEn-niEuws EL loed Marktberichten Harde waarheden over onze slechte veerverbindingen Nieuws uit Zeeland en V AR 126 BU<ï Zaterdag 12 Mei 1956 No. 2498 les 95 Flakiceese visservloot gemoderniseerd Mosselzaadvan^st bevredigend Slavenburg's Bank N.V. De heer v. Dongen te Dirksland sprak over de moeilijkheden van de vervoerders Vijfde Mei '^^^^éSi^isè^&!^£^^s^s^^Ms^iS£ P'-EMGO bok hier of-Emgo in het van 10% per aan- ting van [het ar- ttummer) karnts suze ss- Na's tige oplin. lelde 1 jasje de Ihenk srlijk 196 De colporteur in de crediethandel Wasmachine, radio en televisie. Hier is toezicht voor velen zeer no dig. Tie schrijnende gevallen van oplich- Iting diefstal en inbraak die de recht- Ibanken te behandelen krijgen blijken Raak tot achtergrond te hebben een overmatige schuldenlast die in zware Kfbetalingen moest gedelgd worden. Dit itoont telkenmale helder aan welk een Ivolkskwaad er woekert. Bovendien zijn Kr honderdtallen korte procedures te ren mensen, die nalatig blijven de een maal overeengekomen betalingen te doen Zij hebben zich blijkbaar-te zwaar belast of wel slagen er niet in hun in komen zo te verdelen dat ook de leve- rancier-op-crediet zijn penningen ont- ^^Het zou te sterk uitgedrukt zijn wan neer wij beweerden, dat kopen op af betaling tot misdaad voert. Wij vingen echter aan met de ongunstigste gevol gen bij sommigen te memoreren, omdat enkele van die ernstige gevallen dan laten zien wat er op dit gebied al voor valt Dat bijvoorbeeld iemand met een ondergeschikte positie elke maand 250.— moet storten wegens afbetalings schulden moet wel tot excessen in zijn gezin leiden. Er blijkt dan toch, dat de credietzaken bewust of ongewild een groot risico hebben genomen en ook, dat zij een dergelijke cliëntenschaar niet door een gezamenlijke administratie onder controle houden. „Zaken zijn zaken" zegt men. Maar de christen zal dat zo maar niet nazeggen. Integendeel, een consciëntieus zakenman raadt zijn kopen de koop af wanneer hij ziet dat het die koper zal schaden. Uit de tel kens openbaar komende ontwikkeling van het finantieel gezinsbeheer zou men wel moeten concluderen dat de afbeta lingszaken weinig skrupules hebben over de mensen die in hun zaak ko men. Skrupules; gewetensbezwaar? Bij een doorgewinterde afbetalingszaak? Er is hier maar al te veel kaf onder het ko ren, indien er al van koren gesproken kan worden. Immers niet alleen ver koopt men maar raak aan de mensen die in de zaak komen, neen, men zoekt cliënt aan huis te makeii. Daarvoor heeft men in de steden de colporteurs, handige lui, zeer vrijpostig, die als ge de deur hebt open gedaan zó bij U in de kamer of bij moeder de vrouw in de keuken staan. Daarvoor worden na tuurlijk de wijken uitgezocht en men komt dan alweer bij de arbeiders en andere „kleine luijden" terecht. Die BRUIDSFOTO'S In de afgelopen week werden te Bruinisse door de beide machinefabrie ken weer enige nieuwe motors afgele verd voor de modernisering van de vis- sersvloot van Goeree Overflakkee. Het betreft hier drie schepen die eerst op de werf van de firma van Duiven- dijk te Bruinisse werden omgebouwd. In de Stellendam 41 van schipper J. van Dam Fz. werd een 100 pk Anglo Beige motor geplaatst en in de Oud- dorp 1 van schipper J. van der Kloos ter Mz. een 80 pk. Kromhout Diesel. Beide motoren werden geleverd door de firma L. Padmos te Bruinisse. De firma P. Maaskant en Zonen te Bruinisse plaatste een 80 pk. Kromhout Diesel in het motorvaartuig Ouddorp 20 van schipper D. van der Klooster Mz. Drie sterke schepen zijn daardoor weer voor de Noordzeevisserij uitgerust. moeten dat maar goedvinden. In de huizen der goedgesitueerden wacht ge U wel zo maar naar binnen te stappen. Meestal is de man naar zijn werk en treft de colporteur de vrouw thuis. Ze is druk aan 't werk, misschien wel aan de was, met kuip en stamper. Mens, wat beul je je af, waarom doe je 't niet met 'n wasmachientje? Je bent zó klaar, en je kan dan nog wat anders voor je gezin doen. Je man vindt het heus niet leuk 's avonds altijd een venïioeide vrouw aan te treffen. Enfin, hij weet zo te praten, dat hij dan zo'n ding maar eens moet meebren gen, als het proberen toch niets kost. „Meebrengen? juffrouw ik ben hier met de wagen, ik heb zes verschillende bij mij; wacht even, ik draag 'm zo in huis." En zeker, er staat een auto met allerlei modellen wasmachines voor de deur. De huisvrouw begint er dadelijk aan, het is toch wel wooi, maar.wie betaalt dat? „Nou, je man werkt toch, en wat is nou 4.'?0 per week. Als je man 't goed vind neem dan maar de duurste, die gaat het langste mee. Ik kom morgen terug, of vanavond, zo u wilt." In deze trant worden de onderhande lingen gevoerd. Deze colportage heeft aan de misstanden grote schuld. Bij de onderhandelingen over de wasmachine heeft de colporteur reeds gezien dat er ook een nieuw radiotoestel moet ko men, of wel televisie, welja, waarom niet? Maar daar komt hij nog eens voor terug, als eerst de wasmachine maar geleverd is. 1 Wanneer nu blijkt dat er onderling in het zakenleven tegen deze uitwassen geen maatregelen genomen worden, is het goed dat de regering een enige teu gel op legt. Hier is een matige vrij heidsbeperking, maar een die beoogt de zwakke karakters te behoeden voor de vele parasieten, die het gezond volks leven in de steden dag aan dag bela gen. WAARNEMER. De eerste berichten over de mossel zaadvangsten op de Waddenzee zijn ta melijk bevredigend. De meeste mossel kwekers zijn er in geslaagd toch wel een behoorlijke hoeveelheid te vangen en de berichten variëren voor de eerste dagen van 1000 tonnen (de gelukkigen) tot 300 tonnen (de gematigden) per be drijf. Daar het zaad en de halfwas mosse len verspreid zijn over verschillende tamelijk ver uit elkaar gelegen banken is de hoop gegrond, dat ook in de vol gende week nog wel met bevredigende resultaten kan worden gewerkt. Enke le kwekers waren wel zeer gelukkig, daar zij zaadval aantroffen op een bij hen in gebruik zijnd perceel. -O- VEEMARKT ROTTERDAM, 7 mei. Aangevoerd in totaal 1906 dieren, w.o. 1170 vette koeien en 736 varkens. Prijzen per kg: vette koeien 3.203.40 2.90—3.20, 2.80—2.90; varkens lev. gew. 1.73, 1.71, 1.68. De aanvoer van vette koeien Was als vorige week, de handel goed en eerste kwaliteit vast in prijs, verder vooral niet hoger. Enkele prima's boven note ring. De aanvoer van varkens was iets meer met willige handel en hoger in prijs. Zware varkens waren moeilijk te plaatsen. VOORSTRAAT 9 SOMMELSDIJK TELEF. 2138 AUe Bank- en Effectenzaken Reis- en Zaken-deviezen Het onderwerp dat dhr. S. van Dongen te Dirksland op de j.l. vergiadering van de Plakk. Gemeenschap aansneed, betrof, de grote moeilijkheden en de geweldige hoge lasten, waarónder vervoersbedrijven gaan gebukt door de onvoldoende ver- keers-verbindingen van en naar het eiland. 'Ook hij bepleite dat er grotere boten dienden te worden Ingelegd en er samenwerking behoorde te zijn tussen de over heid, de lokaliteit en de consessiehouders Dhr. van Dongen belichtte de volgiende punten: De ontwikkeling van het ver voer in het algemeen. Als wij een definitie zouden moeten geven van „vervoer", dan zouden wij kunnen zeggen: Vervoer is het overbrug gen van het plaatsverschil tussen pro- duktie en consumptie. Direct hieruit vloeit voort, dat hoe groter de produktie de consumptie en het plaatsverschil zijn, hoe groter het vervoer zal zijn. De bewijzen hiervan kunnen wij dage lijks zien, als wij letten op de enorme groei van het verkeer, dat zich nog steeds uitbreidt. De laatste twee jaar een groei van bijna 30%. Dit geldt ook •voor Goeree en Overflakkee. 'Ons eiland maakt hierop geen uitzon dering. Aangezien hier bijna uitsluitend sprake is van produktie van agrarische produkten, zien wij op dit eiland een ver voer dat eigenlijk uitsluitend gericht is op de afvoer van landbouwprodukten, terwijl daaruit voortvloeit, dat het ver voer meer gericht is van het eiland af dan naar het eiland. Typisch verschijnsel. Vanzelfsprekend ontstaat hieruit voor het vervoer een typisch verschijnsel, n.l. dat wij zien dat het vervoer van het ei land Goeree en 'Overflakkee op een ge heel ander vlak ligt dan het vervoer op het vasteland. Bij dit laatste is immers sprake van vervoer in verschillende richtingen, terwijl bij het eerste bijna steeds sprake is van vervoer heen en terug over dezelfde afstand. Altyd gebruik maken van ponten. Hierbij komt nog een tweede bijzon derheid, n.l. dat men hierbij steeds ge bruik moet maken van veerverbindingen omdat het eiland nu eenmaal geen vas te verbinding heeft. Het eUand beschikt over drie verbindingen. Nu kan ik mij volkomen indenken, dat iemand een keer naar ons eiland komt en alles volkomen volmaakt lijkt. Een ge reed liggende boot, weinig auto's, korte overtocht enz. Als U dan tot de conclusie komt, dat wij naast de verbinding MiddeUiamis- Hellevoetsluis, nog een verbinding be zitten via Den Bommel-Numansdorp en nog een vanaf Ooltgensplaat-Dinteloord, dan begrijp ik volkomen, dat U zich af vraagt, wat willen deze mensen nog meer Als wij de verbindingen eens nader bekaken. Als wij de veerverbindingen echter eens nader onder de loupe nemen, dan zien wij, dat de verbinding Ooltgens plaat-Dinteloord vooral is aangewezen voor het vervoer naar Zeeland, Brabant en Limburg. Deze streken hebben bijna geen behoefte aan onze landbouvirproduk- ten, Qmdat Zeeland deze zelf bezit, ter wijl Noord West Brabant een pro- duktiegebied bezit aan de streek Noord- West Brabant. Het veer is van grote betekenis voor het vrachtvervoer naar Roosendaal, ter wijl ook veel vlas en suikerbieten via dit veer worden afgevoerd. Ook voor de aanvoer vanuit Brabant en Zeeland naar ons eiland neemt dit veer een voorname plaats in. Ook voor personenvervoer is hier een uitstekende en korte verbinding mogelijk met het zuiden. Het veer Den Bommel-Numansdorp Is eveneens van grote betekenis voor het eiland. Het is een pracht boot, die uiter mate geschikt is ook voor groot mate riaal. Éeü groot nadeel is echter de fre quentie van de diensten. Een tussenruim te van circa 2% uur is te gToot. Een groot nadeel is verder dat de weg Nu- mansdorp-Rotterdam allesbehalve ide aal is en de lintbebouwing vooral voor zware vrachtauto's grote moeilijkheden oplevert. Toch zou het vervoer van deze pont meer gebruik kunnen maken, dan thans het geval is. Als laatste krijgen wij de verbinding Middelharnis-Hellevoetsluis. Van deze verbinding wordt het meest gebruik ge maakt. Zij is vooral aangewezen voor het vervoer naar de zeehavens van Rot terdam en voor de afvoer van produk ten naar de randstand Holland. Gevolgen typische verschijnselen Zoeven zagen vwj, dat het vervoer van en naar het eiland grote verschillen ver toont met het vervoer op het vaste land. Hierdoor worden hoge eisen gesteld aan de veerverbindingen, doordat 's morgens en 's avonds meestal tegelijk grote hoe veelheden auto's zich gelijktijdig melden om overgezet te worden. Lange wacht tijden zijn hiervan het gevolg. Moeilijkheid van het kente- kenbevp^s erby. Voor de naaste toekomst is nog een zeer grote moeilijkheid te wachten. Vanaf 1 januari a.s. moet iedere vrachtauto van een kentekenbewijs voorzien zijn, op welk bewijs wordt aangegeven hoeveel maximaal op de betreffende auto ver voerd mag worden. Doordat thans het meeste materiaal wordt overbelast, zal bij een gelijkblij vend vervoeraanbod, het materiaal moe ten worden uitgebreid, waardoor een nog groter aanbod van vervoer voor de i)on- ten zal ontstaan. Conclusies. Uit het vorenstaande zien wij dus met welke moeilijkheden het vervoer hier op het eiland heeft te kampen en dat ook voor de consessiehouders de verbindin gen de nodige zorgen opleveren. Reeds werden door hen verbeteringen getrof fen, doch men moet niet uit het oog ver liezen, dat deze maatschappij van de commerciële zijde bezien dienen te wor den. Nadelen Men vraagt wel eens de extra kosten uit te drukken als gevolg van de wacht- uren, enz. Dit is bijna niet te berekenen. Wel kan als globale rekening gezegd worden, dat het vervoer ca. 1.tot 1.50 per ton hoger ligt door het veer- geld. Er is een bedrijf op dit eiland dat over 1955 meer dan 30.000.aan veer- gelden heeft betaald. Telt men hierbij de vele wachturen die doorgebracht moe ten worden bij het wachten op de boten, het minder rendement van het materiaal door de talloos lege uren, dan kan men een beeld vormen welke extra lasten op het eiland gelegd worden. Zie lijsten Actie-Comité, Rijkswaterstaat, overzicht R.T.M. Oplossing Er zal dan ook op'zeer korte termijn iets gedaan dienen te worden om uit de impasse te komen. Gezamenlijk zal dan ook alles in het werk gesteld moeten worden om tot ver beterde veerverbinding te komen. Personenvervoer neemt dit veer een voorname plaats in. In de eerste plaats is hiervoor nodig samenwerking. Samenwerldng tussen de Over heid, de lokaliteit en de conses siehouders. Door het bedrijfsleven zelf dient meer gebruik te worden gemaakt van de veer verbinding Den Bommel-Numansdorp, met daaraan gekoppeld een mogelijk heid van een tweede boot, waardoor de freguentie groter wordt. Aankoop van een grote boot die het piekvervoer kan opvangen. Verdere plannen, met uitzon dering van de brugplsLunen, te laten schieten en alleen met de bestaande mo gelijkheden trachten tot een verbetering te komen. Ons aller inspanning moet dan ook gericht zijn op boten, boten en nog eens boten) De vijfde mei herdenking van de bevrijding is dit jaar zonder veel op hef verlopen. Misschien vindt dat zijn oorzaak hierin, dat verleden jaar deze dag op meer grootscheepse wijze is ge vierd omdat het toen tien jaar geleden was, dat de vijand capituleerde en men op zo'n rond getal van jaren meer na drukkelijk op dit gedenkwaardig feit het licht wil laten vallen. Of het nu echter tien of 11 jaar geleden is dat de oorlog werd beëindigd, het blijft een da tum, die we nooit uit het oog mogen ver liezen. Al gaat dat niet met een hoop poeha van mu ziek en spel ge paard, dan kun nen we in onze gedachten'toch op zo'n dag nog wel eens een rustig ogenblik verwijlen bij de vreugde, die ons allen aangreep, toen de laatste bom gevallen en de laatste kogel verschoten was. De verschrikkin gen van de totale oorlog hadden een eind genomen, al bleef er nog heel wat te wensen over. .Men was echter op een keerpunt in de geschiedenis gekomen en de teruggang naar het herstel kon worden ingeslagen. Tranen van blijd schap zijn er geschreid, toen het bericht de ronde deed, dat de macht der Duit sers was gebroken en het uur der ver lossing van onder terreur en sadisme was geslagen. De hoop- herleefde weer in de harten der ouders, wier jongens naar Duitsland waren gedeporteerd, dat ze hun kinderen binnen afzienbare tijd thuis konden verwachten. Aan de ande re zijde was er bij velen droefheid, om dat man en vader, zoon of broeder een laatste rustplaats hadden gevonden in het land hunner ballingschap. Dan schrijnt het te meer, wanneer anderen, zij het haveloos en uitgemergeld naar huis konden komen en eigen vlees en bloed achter moest blijven. Nu we de oorlog al weer elf jaar achter ons hebben, kun nen we ons nauwelijks meer verplaat sen in de toenmalige omstandigheden. Thans kunnen we zeggen wat ons voor de mond komt, maar toen hadden de muren oren en kon een ondoordacht ge zegde voor ons de gevangenisdeuren openen. Beklagenswaardig was hij of zij die oog in oog met de „Sicherheits- polizei" kwam te staan, ook al had men soms part noch deel aan hetgeen waar van men beschuldigd werd. Door die kerels op het matje geroepen, kon men vrij zeker zeggen dat het een hele toer zou worden om heelhuids uit hun han den te komen. De mensen die persoon lijk met die slaande en scheldende hor de kennis hebben gemaakt, zullen de uitgestane angsten nooit vergeten. Daar aan terugdenkende dringt het weer eens even tot ons door, welk een onbetaal baar goed de vrijheid is, die we nog mo gen beleven. We zijn er alweer zó aan gewoon, dat we het nauwelijks tellen. Vrij te kunnen spreken en schrijven precies zo we er over denken zonder ongerust behoeven te zijn dat we er het hachje bij in zullen schieten, mocht wel wat meer op prijs worden gesteld! Ik herinner me nog, dat een predikant, die in een blad de Stichtelijke overden king verzorgde een stukje geschreven had over het Sions Gods. Prompt werd hij daarover ter verantwoording geroe pen omdat hij naar de mening van de bezetters te veel goeds van de Joden gezegd had. En welk een leed en lij den heeft het Israëlitische volksdeel in die jaren niet moeten doorstaan. Bij tienduizenden als beesten afge maakt, zonder vorm van proces. Eerst werden ze gedwongen een gele David ster op hun kleding te dragen. Voor de ramen van elke openbare gelegenheid zoals cafe's, cafetaria's enz. hingen de bordjes: „Voor Joden verboden." In tram of trein was voor hun geen plaats meer en ze mochten van geen enkel vervoermiddel gebruik maken. Tot ze tenslotte alleen naar de kampen wer den vervoerd. We denken nu weer aan namen zoals Gazan, Hartogs, Cohen, Hammelburg, Polak, Slager, Rood, Haa- gens en meer anderen, die op ons eiland een bekende klank' hadden. Slechts en kelen van hun wisten met hulp van anderen de gaskamers te ontkomen. Medelijdend werden ze nagestaard, toen ze op zekere middag als vee naar de tram werden gedreven en het eiland moesten verlaten. Want vooral in een betrekkelijk kleine gemeenschap als een dorp was het zo moeilijk deze mensen te helpen. In de grote steden ging dat gemakkelijker. Daar was meer gelegen heid tot onderduiken en minder kans dat verstekelingen werden ontdekt. Toch waren er die met inzet van eigen leven Joden hebben geholpen. Hitler moet wel een ontzaglijke haat tegen dit volk hebben gekoesterd! Met ere mag ook het werk, dat de „ondergrondse" in de oorlogsjaren heeft verricht, wor den herdacht. Adembenemend zijn de verhalen die men over de prestaties van deze moedigen lezen kan. En hoevelen hebben dit gevaarlijke werk met hun leven moeten bezegelen! Ja, de vijfde mei noopt ons wel dit alles weer even in onze herinneringen terug te roepen, zodat we te meer de vrijheid waarde ren. Had de vijand gezegevierd, dan had het er voor het Nederlandse volk niet best uitgezien. Er waren zelfs plan nen om ons allen het land uit te jagen en reken er op, dat dit gebeurd had ook. En thans, nu elf jaren geleden de oor log werd gewonnen, is het nog geen vrede. Men kan, gezien de bewapenings wedloop die na de oorlog al direct is ingezet, beter spreken van een gewa pende vrede. Ondanks het vriendelijk gezicht dat de Russen laten zien bestaat er toch een groot wantrouwen. Geluk kig maar, dat men zich door het zoet gefluit van de vogelaar (nog) niet laat verleiden. Het Engelse volk heeft de Russen bij hun laatste bezoek bijzonder koel ontvangen. Schoon gelijk, want on danks alle zwaaien die men maakt, laat de Rus zijn hoofddoel de wereld- overheersing niet los. De meesten on der ons hebben nu twee wereldoorlogen meegemaakt en we mogen vurig ho pen dat een derde ons niet zal overko men. Gezien de vorderingen die in de na-oorlogse jaren op wetenschappelijk gebied zijn gemaakt, kunnen we er ons geen denkbeeld van vormen, welke ver schrikkingen ons dan te wachten zijn. Zouden alle nieuwe wapens die intussen uitgevonden zijn worden gebruikt, dan was de laatste oorlog slechts kinderspel. Denk maar eens aan hetgeen op het gebied der atoomsplitsing is bereikt. De mens kan bang worden van de krach ten die hij weet te ontwikkelen, wan neer deze voor minder vredelievende doeleinden worden aangewend. In elk onzer leeft diep in het hart toch de vrees dat het te avond of te morgen nog wel eens verkeerd kan uitkomen tussen de grote mogendheden. Steeds meer wordt de wereld in twee kampen verdeeld. En wee, als het tot een bot sing komen moet. Dan konden de B.B.- oefeningen, die we zo af en toe kun nen gadeslaan, wel eens werkelijkheid worden, 't lé niet te hopen dat het ooit zover komt, maar toch is het goed, dat men met de mogelijkheid rekening houdt. Schram heeft altijd bewondering voor de mensen, die hun tijd en moeite offeren om zich te bekwamen indien nodig anderen te helpen. Men vraagt zich wel eens af of bij een eventueel nieuwe oorlog dergelijk werk nog wel zin heeft, omdat er naar men meent dan toch niets meer te redden valt. Zo mag' men echter niet redeneren. Als er nood is, dienen we elkander te helpen en het is goed dat er een goede voorbe reiding is. Watmeer de nood aan de man komt en men moet dan nog gaan leren hoe men iemand helpen moet, is het te laat. Met een variant op een be kend spreekwoord zou men kunnen zeg gen: een schoorsteen in de zomer en een B.B.-man in vredestijd zijn beide gelijk! Als er weer eens een 10e mei zoals in 1940 mocht aanbreken, dient men paraat te zijn. We hopen intussen dat we de vijfde mei nog lang in vrede mogen herdenken. SCHRAMMETJE. BRUINISSE Bibliotheeïc. De bibliotheek van het C.J.M.V. heeft voor het seizoen 1955-'56 haar werkzaamheden weer gestaakt. Er waren dit seizoen plm. 100 leeskaarten uitgereikt, welk aantal iets bleef bene den dat van het vorig seizoen. Waar de lezer kan kiezen uit ongeveer 1200 boeken was er toch zeker keus genoeg en de C.J.M.V. voorziet met het exploi teren van deze bibliotheek zeker in een behoefte, terwijl de leden van deze ver eniging wekelijks belangeloos hun za terdagmiddag aan dit werk geven. Gezien echter het aantal leeskaarten, dat op kleinere gemeenten op ons eiland door bibliotheken wordt uitgereikt, lijkt ons het aantal gezinnen dat profiteert van de gelegenheid een goed boek te lezen, aan de lage kant te zijn. Het leven van Lien van Doorn aooi Han Gernart (No. 29) En twee uren later verbreekt een ma ger huilstemmetje de stilte van deze nacht „'n Jongetje," zegt de dokter. Bemardus Verpoort is geboren Veertien dagen later komt Gerrit thuis Zijn eerste gang is naar het jonge wurm Samen staan Lien en Gerrit over de schqmmelwieg gebogen, waarin het jon ge leven ligt. Het slaapt, voldaan en te vreden, de kleine, bolle armpjes uit de dekens gewoeld. Lien heeft tranen in haar ogen, maar Gerrit ziet dat niet. Hij is vol aandacht voor het kleine wezen en ziet hem in 2i]n verbeelding al als 'n jongen, die straks mee zal helpen „De drie bruine Deuken" tot een fiks bedrijf te maken, "t Is te hopen," zegt hij tot Lien, „dat w n flinke boer uit deze jongen groeien, ?al- 'n Paar zoons kunnen we in de toe komst best gebruiken. Als ik gezond wag blijven, dan zuUen we een bedrijf opbouwen, Lien, waar heel de streek Versteld van zal staan, 't Moet een mo delboerderij worden, 'k Wil het 't dorp laten zien, dat er door vlijt en vooruit strevendheid nog veel meer te bereiken is, dan bij Mulders, die als de grootste boer staat aangeschreven. We zullen..." „Kom kom, Gerrit," kalmeert Lien, „laten we niet al te veel over de toe komst praten. Laat ons voorlopig blij zijn en dankbaar dat je nu weer thuis bent. 't Had ook anders kunnen lopen', Gerrit." Even kijkt hij haar van terzijde aan. „Daar heb je gelijk In Lien," stemt hij toe. „Maar ja, je weet hoe 'k ben. Mijn hoofd zit altijd vol met allerlei plan nen en 'k moet er soms wel eens over praten ook. Dat is toch niet verkeerd?" „Welnee," troost Lien, die zijn wat te leurgestelde gelaat ziet, „verkeerd is 't niet. Maar ik ben altijd wat huiverig om over toekomstige tijden te praten. Ons leven berust nu eenmaal niet in ei gen hand en als God anders beschikt, hebben wij er ons bij neer te leggen." Altijd dezelfde Lien," lacht hij, haar een kus op haar wang gevend. Altijd dezelfde Lien en altijd wat pessimis tisch." „Welnee," zegt ze, terwijl ze probeert te lachen, „'k ben helemaal geen pessi- miste, maar ik moet jouw plannenma kerij weleens wat temperen. Maar kom, laten we hier bij de wieg weggaan, 't Kereltje zou nog wakker worden van al ons gepraat." „Ja," zegt Gerrit, die zich eerst nog eens diep over de wieg buigt, „'t wordt ook tijd dat ik eens ga zitten, 'k Ben nog slap van die operatie en al dat lig gen, 'k Hoop maar één ding," zegt hij, „dat die nare pijn nu langzamerhand eens wat gaat minderen, 't Blijft daar maar knagen Lien," zegt hij, zijn maag streek aanwijzend. „Soms voel ik van die scheuten en dan lijkt 't of ze me met 'n hooivork door m'n maag steken, 'k Begrijp 't niet goed. Ik dacht altijd dat je na 'n operatie weer helemaal be ter was. En de dokter heeft me gezegd, dat de operatie goed gelukt was." „'k Begrijp 't ook niet," jokt Lien. „Maar ja," voegt ze er troostend aan toe, „'t is ook pas 'n paar weken gele den, dat je onder 't mes bent geweest. Misschien zul je nog wel 'n paar dagen of weken last hebben van die gevoelig heid en pijnen. Maar kom," dringt ze nogmaals aan, „laten we nu naar de keuken gaan en 'n kop thee drinken. Je hebt je eigenlijk al te veel vermoeid." Juist als ze hun thee aan 't drinken zijn, komt boer Mulders, hun buurman biimen. „Misschien vind je 't wat astrant van me," lacht hij, „maar ik heb zonder jul lie toestemming alles eens bekeken. Wil je wel geloven, ik kende dat ouwe boel tje van Knoester niet meer terug, 't Ziet er allemaal zo netjes uit. 'k Mag lijden lul, dat jullie hier samen goed zullen boeren. Maar daiar zie 'k Gerrit wel op aan. En nog wel gefeliciteerd met de nieuwe wereldburger. Zorg er maar voor zegt hij knipogend tegen Gferrit, ,,dat er 'n flink stel jongens hier in huis komt, dat is gezellig en voordelig. En niets beter dan eigen volk. 't Spijt ons genoeg dat wij geen kinderen hebben. Je weet dan niet eens, waar je voor werkt. Altijd vreemd personeel om je heen is ook niets." ,.Maar over 'n man als Dries mag- je toch niet klagen," zegt Gerrit. „'t Zou mijn man niet zijü, maar je hebt toch veel aan hem te danken." „Dat heb ik zeker," geeft Mulders toe ,,dat heb ik zeker, 'n Betere knecht zul je tevergeefs zoeken! 't Is zonde dat die man geen centen heeft, 'k Geef je de verzekering, dat je dan eens 'n boer zou zien! Er is geen betere te vinden, 'k Laat letterlijk alles aan hem over. Hij is eer lijk, betrouwbaar en heeft verstand van 't zaakje. Van vee heeft hij meer ver stand dan ik. 't Is 'n paardenkenner als geen ander. Hij is er bovendien 'n halve veearts bij. Ook keurt hij een stuk bouw- of wei land met één oogopslag. Letterlijk alles zet hij om in winst. Hij weet op elk ogen blik precies wat er gebeuren moet." „Gelukkig voor jou," valt Gerrit hem in de rede, ,,maar mijn man is 't niet. Hij is mij veel te ruw en te onverschilUg en hij heeft, om 't op z'n Hollands te zeggen, 'n grote en vuile bek. Geen vrouw is er veilig voor hem. 'k Heb zelf ook jarenlang bij je gewerkt en heb veel goede diagen van hem gezien als boer, maar als mens walg ik van hem." „Mogelijk," lacht Mulders. ,,Maar hoe hij als mens leven wil moet hij zelf we ten. Ieder mens is daar vrij in." „Dat is niet waar," beweert Lien nu plotseling heftig. „Niemand is vrg, z'n leven te leven zoals hij zelf vril. Wie dat toch doet, zondige tegen God en vertrapt Zijn geboden. Zo iemand kan nooit ge- lukig worden en heeft ramp op ramp te vrezen." Mulders kan bijna niet tot bedaren komen van hetlachen, Pas daarna zegt hij: „Dat is nu weer echt vrouwenpraat. Mvjn vrouw praat er krek zo over. Niks voor mij. 'k Leef maar één keer en 'k zal er van genieten wat er te genieten valt. Na mij de zondvloed dan maar." Maar ook Gerrit valt nu zijn vrouw bij. Er vallen zelfs harde woorden, want de boer wordt steeds driester in zfln be weringen. Maar dan, plotseling, staat Mulders op. „Kom," zegt hij, „ik kan niet zo goed teg^n al dat gepreek. Ik krijg er zo'n vieze smaak van in. da mond. 'k Ga eerst nog maar 's een pie- renverschrikker halen in 't café." Lien en Gerrit zijn er stil van, als Mulders vertrokken is. Maar in deze stilte luistert Lien scherp. Hoort ze ie mand in huis 't Lijkt wel of er 'n don ker geluid komt uit de kamer waar het kind slaapt. Voorzichtig loopt ze er heen. Door de kier van de deur ziet ze Roel."diep over de vneg gebogen. Is 't kind wakker en praat hg er tegen Ze kan moeilijk ver staan wat hij zegt. Ze ziet dat hij zijn grote behaarde hand in de vrieg steekt en ze schrikt. Ademloos luistert ze. „Je bent 'n lief jongetje hoor, 'n lief jongetje. Jij bent van oom, zeg maar dag oom, dag oom Roel." Dan volgen een paar korte, donkere lachstoten. Daarna gaat hij rechtop staan. Lien ziet hoe een vreemde lach over zijn grau we gelaat trekt en Roel beide handen no digend uitstrekt, zoals een moeder dat doen kan. „Kom maar bij oom, m'n jon getje. Kom maar bij oom. Ik zal je geen kwaad doen hoor. En later mag je met mij mee stropen en vissen. Fijn joh, ver van de mensen vandaan. De meeste mensen deugen niet, maar je oom wel, ja hoor, oom Roel wel. 'k Zal goed voor je zijn." Dan, zijn grote vuist ballend, voegt hij er aan toe: „Laat ze nooit aan jou komen m'n jochie, dan krijgen ze met oom Roel te doen. Laat ze niet aan jou of aan je moeder komen. Dag m'n jochie, dag hoor, je oom zit in de keu ken. Ga maar weer leker slapen. Ik zal wel op je passen." Lien rent op haar tenen weg, zo vlug ze kan. Ze heeft tranen in haar ogen. Als ze in de keuken komt, kijkt Gerrit haar verwonderd aan. „Wat scheelt jou ineen». Lien?" 1 (Wordt vervolgd) II. il 'i 'il

Krantenbank Zeeland

Eilanden-nieuws. Christelijk streekblad op gereformeerde grondslag | 1956 | | pagina 3