'Ik kan me niet voorstellen dat er van Tholen geen kleurendia's zijn' 'In het onderwijs mag meer aandacht aan watersnoodramp besteed worden' Prima service én een voordelige, vaste prijs? Profiteer ook van Zeeuwse zekerheid DELTA, voordelig en dichtbij. Slager en Verkamman bundelen krachten voor Watersnood Donderdag 30 december 2010 EENDRACHTBODE, DE THOOLSE COURANT 9 Kees Slager schreef niet eerder verhalen voor een boek van 4,5 kilo. Matty Verkamman maakte zelf ook niet eer der een product van deze omvang. Samen torsen ze het eindresultaat Watersnood mee naar Strijenham. En zoe ken naar de plek waar de eerste tot nu toe bekende foto van een watersnood is gemaakt. Actie Boer Kees Menheere Bij het gemaal Optimisme Vol gelopen Boek over evacués Helikopterpiloot Katterikken Eigenlijk wist ze er niet zo heel veel van af en ze heeft hem zelf ook niet meegemaakt: de watersnoodramp in 1953. Maar Inge Duine (26) uit Oud-Vossemeer, nu woonachtig in Bergen op Zoom, heeft er wel een scrip tie over geschreven. Ze heeft er onlangs een eervolle vermelding voor gekregen van het journalistenvakblad Villamedia Magazine. De oorkonde wordt in januari uit gereikt. Duine heeft de scriptie geschreven voor haar studie algemene cultuurwetenschappen in Tilburg. Voor haar mastertitel deed ze onderzoek naar de herinnering aan de ramp in de journalistiek, fictie en non-fictie. Ze heeft geconstateerd dat er tegenwoordig meer aandacht is voor de ramp dan ooit, en onderzocht waardoor dat komt. Compliment voor scriptie Inge Duine over de herinnering aan '53 De Storm Bel 0800-5150 en stap in voor 1 januari Ooggetuigen Tijdsgeest Cultuur en taal Tijd rijp Dat was in de winter van 1894- 1895. Uitgerekend op Tholen. De foto beslaat in het boek terecht twee volle bladzijdes. Een unieke opname van een verstilde, be sneeuwde en verlaten polder bij Strieën met huisjes die bijna tot de goot in hel zoute water staan. Er staan ook twee veldwachters op. In de uniformen uit die tijd. Bewakers van het ondergelopen gebied. Het water is weg, maar veel lijkt er niet veranderd sindsdien. Er staan nog steeds kleine huisjes onderaan de dijk. Via de foto is de watersnood weer even dichterbij gekomen. Voor Slager is het bekend terrein. Hij woont op een steenworp af stand van hel gehucht en is inmid dels een autoriteit op hel gebied van de Ramp en de watersnoden in het Deltagebied. Hij reisde voor zijn verhalen het hele getroffen ge bied door. Voor oud-Tholenaar Ver kamman is het gehuchtje onder aan de dijk echter onbekend gebied. „Ik ben hier nog nooit geweest. We kwamen niet verder dan de zwarte trap," zegt de uitgever die tot zijn dertiende jaar in de Hoogstraat in Tholen woonde. Toch voelt Verkamman zich nog in hart en nieren Tholenaar. Hij was al veel langer van plan om een foto boek over de Ramp te maken, ver grepen. Koeien hadden de neiging in de boot te springen. Of het mis lukte omdat de beesten verstrikt raakten in het prikkeldraad." Als journalist bleef hij nieuwsgie rig naar het verleden. Hij kreeg over de Ramp slechts spaarzaam fragmenten te horen. Getuigenissen van zijn eigen familie van vissers die - zo is zijn ervaring - in de regel niet zo spraakzaam zijn. Zelf was Verkamman, geboren in mei 1951, te jong om zich de Ramp te kunnen herinneren. „Mijn vroegste herin nering is dat ik met mijn opa naar de zeedijk ging. Dat was later." Hij sprak er met zijn oom Aric over. „Als ik Arie moet geloven, had mijn opa, die bij ons in huis woon de, gezegd toen hij het hoge water zag, dal er 'historische dingen' gin gen gebeuren." Dat bleek het geval. In de nacht van 31 januari op I fe bruari voltrok zich het drama waar van de weerslag nu in de 672 pagi na's van Watersnood in woord en vöoral beeld samen is gebald. Maar het boek gaat niet alleen over de Ramp van 1953. Daar had Sla ger immers al een boek aan gewijd. In 1992, bijna veertig jaar na dato. Ongeveer tien jaar later verscheen er een aangepaste tweede editie van de reconstructie. Verkamman had hem gevraagd de teksten voor de Watersnood te maken. Maar Sla ger had aanvankelijk zo zijn beden kingen. „Het boek over de Ramp Onder het kopje 'stilte voor de storm' beschrijft Slager de waters nood in 1825 die vooral de gebieden rond de Zuiderzee treffen. De gevolgen voor het deltagebied blijven beperkt. Het zwaarst worden de stad Tholen en het eiland getroffen. In de stad wor den bruggen en dammen bij Oudelandse- en Vossemeersepoort vernield. Op het eiland staan negen polders onder water. De dijk van de Pluimpot heeft het begeven. 'Boer Kees Menheere uit Sint-Maartensdijk raakt in de storm met paard en wagen in een dijkgat en verdrinkt.' Hij is een van de twee slachtoffers, de an dere is een vrouw in Middelburg die niet bij naam wordt ge noemd. Matty Verkamman heeft bij het samenstellen van het opus over de Watersnood vooral in beelden gedacht. Beelden hebben hem altijd aangesproken. Van jongs af aan. „Mijn fijnste jeugdherin neringen zijn die van de zaterdagmiddag als de leesportefeuille werd bezorgd. Dan ging ik op zaterdagavond voor de kachel zit ten om in de Panorama, de Revue en de Spiegel te bladeren. Sterk geïllustreerde bladen. Er ging een wereld voor me open." Een andere sterke jeugdherinnering is dat hij samen met zijn opa naar het schor ging. Waar hij leerde fantaseren als zijn opa hem iets vertelde en hij zijn ogen dicht moest doen om zich van iets een voorstelling te maken. Volgens Verkamman is daar de kiem gelegd voor zijn loopbaan als journalist/schrijver. Aan de zeedijk, op de schorren even ten zuiden van het gemaal. Verkamman woonde tot zijn dertiende in Tholen, naast het raad huis in de Hoogstraat. Daarna vertrok het gezin naar Rotterdam. Hij ging de journalistiek in. Schreef sportverslagen voor Trouw. Bezocht alle grote Europacupduels. Schreef in 1989 een boek over het Nederlands elftal. Vertrok in 2001 bij Trouw en richtte een eigen uitgeverij op, de Buitenspelers. Was betrokken bij het oprichten van het Voetbalmuseum in Middelburg. Verkocht in november zijn uitgeverij aan Voetbal International, maar bleef aan als creatief directeur. Heeft nog volop plannen. Om een se rie boeken over Zeeland te maken. Zeeland in Beeld. Van oude kopergravures tot digitale fotografie. Matty Verkamman links) en Kees Slager samen met het hoek over de Watersnood op de dijk bij Strijenham. telt hij. „Vooral door de persoonlij ke verhalen die ik te horen kreeg. Zoals van mijn neef Willem Ver- kamman, de laatste visser op de THI9. Die met de andere Thoolse vissers met hun roeiboten mensen ging redden in de polders in Hal steren. Samen met de Baaijen, Deurloo's en de Schotten. Een spontane, ongeorganiseerde actie. Ze sprongen bij elkaar in de roei boot. Je had Willem en zijn broer Arie. Die gingen in verschillende bootjes het water op. Arie heeft vreselijke dingen meegemaakt. Die heeft een heel gezin voor zijn ogen zien verdrinken. Die kon de vol gende dag niet meer mee. Later in de week gingen ze met hun hoogaarzen het eiland op. Om koeien op het droge te brengen. Makkelijk was dat niet, heb ik be was al geschreven. Ik wilde niet al leen maar bijschriften maken voor de foto's. Matty vroeg of ik aan een groot fotoboek van 4 kilo, op duur papier, mee wilde werken. Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand in kilo's sprak als het over een bock güat." Slager liet zich echter door Ver kammans 'onverwoestbaar opti misme' overhalen. „Maat-er moest voor mij meer in zitten. 0p zijn minst de grote watersnoden van vóór I953. Verhalen over alle ram pen, in de loop der eeuwen. Door het te verbreden werd het voor mij ook interessant." Bovendien werpt het boek een blik op de toekomst. In het laatste hoofdstuk laat Slager prominenten aan het woord die een antwoord geven op de vraag of er zich weer zo'n ramp als in 1953 voor kan doen. De formule van het bock om schrijft de uitgever als vooral een kijkboek. „Tweederde is kijken, een derde is lezen." Ervaring met het maken van boe ken heeft Verkamman. In 2001 be gon hij een eigen uitgeverij: de Buitenspelers. Hij geeft voorname lijk sportboeken uit, maar ook foto boeken en boeken over kunst. Een van de laatste was die over tekst schrijver Lennaert Nijgh die onlos makelijk met Boudewijn de Groot is verbonden. „Het heeft altijd al in mijn hoofd gezeten ook over de Ramp een boek te maken." Uit gangspunt bij het boek is de topo grafische kaart van het rampgebied in 1953 die De Stormvloed van 1 februari heet. Op zowat elke plaats of streek wordt ingezoomd. Slager beschrijft in korte hoofdstukjes wat er is gebeurd. Van Oude Tongc tot in IJsselmonde. Maar hij gaat ook de grens met België over, naar Knokke, Oostende-Heist en Zee- brugge. Dat laatste kostte Slager wel weer zoeken naar informatie. „Dat was sprokkelen, maar op den duur kom je er wel." Verkamman zegt dat er vooral gestreefd is naar volledigheid. Tholen en Sint Philipsland beslaan 29 pagina's. Vijf plaatsen worden er in beschreven: Stavenissc, Tho len, Sint-Annaland, Sint-Maartens dijk en Sint Philipsland. Poortvliet stond ook onder water, maar vol gens de schrijver was dat niet rampzalig. „Het dorp was lang zaam volgelopen. Er waren daar vooral problemen met het droppen van voedselpakketten die op de da ken terecht kwamen. Als ik ook daar over zou schrijven, zou het boek nog verder uitdijen." Het stadje Tholen komt er echter wel in voor. Niet omdat het door de Ramp is getroffen, zegt Verkam man, maar omdat er een foto op dook met een panorama van de stad met op de achtergrond de on dergelopen Brabantse polders. Qe- nomen vanaf de toren. Met de oude Thoolse brug als begrenzing van de stad. „Wc hebben bij de keuze van de plaatsen gekeken of er wel of geen slachtoffers zijn gevallen. Maar de foto's van de ondergelo pen Halsterse polder waar Tholena- ren mensen hebben gered, waren doorslaggevend." Er is ook een foto van Thoolse eva cués in de trein. Een moeder met drie kinderen. Eentje heeft een poes in zijn armen. En foto's van de ondergelopen Tholenseweg. DUKW's hebben de busdiensten tussen Bergen op Zoom en Tholen overgenomen. Slager herinnert zich dat nog. Hij zat op de HBS in Bergen en kwam met zo'n amfibie voertuig terug naar huis. Over Oud-Vossemeer. Het hoofdstuk over Stavenisse telt maar liefst 26 opnamen. Luchtop names van het verwoeste dorp, een stroomgat in de Scheldsedijk, rava ge met puin en wrakhout aan de Molendijk, puinruimers in de Julia- nastraat, het schoonspoelen van de Voorstraat. Van Sint Philipsland zijn acht foto's opgenomen. Verkamman en Slager konden put ten uit 17.000 foto's van het Wa tersnoodmuseum in Ouwerkerk. Een gigantische stapel. Maar ze Kees Slager is nog lang niet uitgeschreven. Hoewel Verkamman hem probeert te strikken voor een serie Zeelandboeken, houdt Slager de boot even af. „Nee, ik ben nu bezig om een boek te maken over de evacués die in 1944 het eiland af moesten om dat de Duisters het onder water zetten. In de serie ooggetuigen. Dat moet eerst af. Ik kan me het zelf nog wel herinneren, ik ben 72 jaar. Maar ik zoek nog mensen die daarover willen vertellen. Wat ze meenamen, waar ze terecht kwamen. Hoe ze zich staan de hielden." Ze kunnen contact met Slager opnemen via tele foonnummer 617484. maakten ook onder meer gebruik van opnamen uit het archief Neder lands Fotomuseum, van Schouwen- Duivcland, van de Beeldbank Zee land, van Spaarnestad, van het ANP. Verkamman: „We hebben al le foto's van een plaats bij elkaar gebracht. Alleen al van Stavenisse waren er 500." Niet alle foto's wa ren meteen te duiden. Slager. „Bui tenlandse fotografen die het ramp gebied bezochten, wisten niet waar ze geweest waren." Zo was het een lastige opgave om een foto van een kadavcrploeg thuis te brengen. Op de foto staat het hotel-café-rcstau- rant Kaashoek. „Via mijn zwager Henk Bos uit Tholen kwam ik er achter waar dat was. Hij had op een site van verzamelaars van suiker zakjes de naam van Kaashoek ge vonden. Het bleek in Stellendam te zijn. Ik heb wel een beetje onder schat hoeveel werk het was:" Slager zat er uren voor in Kats, waar Verkamman woont. Ze selec teerden samen de foto's. En kozen voor opnamen die kwalitatief in or de waren. Dat was vooral waar de uitgever op lette. Aanvankelijk wa ren het puur zwart-witfoto's uit de archieven, maar via het Waters noodmuseum doken er ineens ook kleurendia's op. Ria Geluk van het museum correspondeerde met een zoon van de Amerikaanse helikop terpiloot Henry Schmaltz. Die bleek opnamen in kleur te hebben gemaakt. Verkamman was verrast en opgetogen tegelijk: „Ik wist werkelijk niet wat ik zag. Allemaal kleurendia's. Na 57 jaar verwacht je zoiets niet meer. In al die tijd is er nooit iets mee gedaan." Ook op Schouwen zijn er twee be woners die dia's gemaakt hebben van de ondergelopen gebieden. Die opnamen bleken al sinds de jaren negentig in het bezit van het ge meentearchief. Verkamman: „Zo'n 200 beelden in kleur, maar zwaar beschadigd. Die hebben we alle maal gescand en zo bewerkt dal wc ze voor het boek konden gebrui ken. Dat gaf zo een enorme nieuwe dimensie aan het bock. Ik sta er van versteld dat er toen toch al zo veel mensen waren die kleurenfo to's schoten. Ook op Zuid-Bcve- land gebeurde dat. Ik kan me niet voorstellen dat het op Tholen ook niet is gebeurd. Dat zit nog steeds in mijn kop. Het zou mooi zijn als die ook boven water komen, dan kunnen we die ook nog eens in een volgende druk van hel bock opne men." In hel boek is ook een slachtoffer- lijst opgenomen met I798 namen. Na de Ramp ging het Rode Kruis er van uit dat er 1795 doden waren, het centraal bureau voor de statis tiek kwam op 1835. Dal werd de officiële dodenlijst. Op de gecorri geerde lijst staan nu 1798 slacht offers. Per plaats opgesomd. Een indrukwekkende lijst. Bij de namen van slachtoffers in Oostcrland, staat ook de naam van Marina Cor nelia Uijl, een Thoolse. Verkam man: „Het was de vriendin van mijn zusje. Ze was logeren bij een tante. Ze was veertien jaar." In het boek wordt teruggekeken. Maar ook vooruit. Slager liet vier deskundigen aan het woord. Hij vroeg hen of 1953 de laatste ramp was. Zelf gelooft Slager dat het niet meer voor kan komen. „We zijn technisch tot veel meer in staat dan toen. We hebben goede dijken. In 1953 waren het katterikken, nu complete olifanten. De weersvoor spellingen zijn beter, de huizen sterker, de communicatie sneller. Bijna iedereen heeft een mobiele telefoon. Er is een nieuwe Deltawet waarin 1 miljard gereserveerd is voor dijkverzwaringen." Het boek bevat ook de intekenlijst. Met de namen van de personen die het bock van tevoren bestelden: 34 uit Tholen, 15 uit Oud-Vossemeer, 13 uit Sint-Annaland. 7 uit Stave nisse, 21 uit Sint-Maartensdijk. 10 uit Scherpenisse, 8 uit Poortvliet, 11 uit Sint Philipsland, 2 uit Anna Jacobapolder. Een antwoord heeft ze niet. 'Op de vraag waarom de watersnoodramp nu meer aandacht krijgt dan ooit en diverse kunstuitingen de ramp als onderwerp gebruiken, is geen een duidig antwoord te geven: de af stand in tijd speelt een belangrijke rol. maar ook de symbolische rol van het herdenkingsjaar 2003. Bo vendien staat vast dat de ramp lan ge tijd is ondergesneeuwd door. de Tweede Wereldoorlog. Daarover is veel meer geschreven', schrijft Dui ne in haar samenvatting. Wel heeft ze aan de hand van drie perioden - 1953, herdenkingsjaren 1993 en 2003 - gekeken hoe er werd bericht over de ramp. Ze heeft er een cy clus in ontdekt, omschreven door diverse wetenschappers, die te ma ken heel t met het collectieve geheu gen. Een herdenkingsjaar, zoals 1993, heeft daarmee tot gevolg dat er meer licht over de gebeurtenis gaat schijnen. Waarom een onderwerp als de ramp aangrijpen, als je er zelf vrijwel niets mee hebt? „Ik wilde het liefst een scriptie maken die ging over li terair en non-fictie. Ik vind het inte ressant als journalisten een waar ge beurd verhaal in een roman verwerken. Zoals Annejct van der Zijl, een journaliste die een biogra fie over prins Bcrnhard heeft ge schreven. Zoiets hebben Frank Wes terman en Geert Mak ook gedaan." Maar Inge wist niet zo goed hoe ze hun onderwerpen moest onderzoe ken. Bij haar ouders, Jan en Micke Duine-van de Klundert. in Oud- Vossemeer zag ze het bock van Kees Slager 'Dc ramp, een recon structie' (1992) in dc kast staan. Dat had ze al die jaren links laten liggen - wel eens in gebladerd. Maar ze kreeg er nu interesse voor omdat op dat moment ook de film De Storm werd uitgebracht. De protesten die er in Stavenisse tegen de opnames waren, fascineerden Inge. Door dat alles bij elkaar opgeteld is ze zich in de ramp gaan verdiepen. „Ik heb daar achteraf over zitten denken: eigenlijk best wel raar dat ik daar eigenlijk niets van wist. Ik kom uit Zeeland! Heel raar dat ik daar op de middelbare school niets over heb gehad. Tenminste, niet zo ver ik me kan herinneren." Op de basisschool heeft ze wel gehoord van de ramp. maar Inge denkt dat ze zich cr ook niet zo voor interesseer de. „Oud-Vossemeer was ook niet getroffen. Ja in 1906 is er wel een overstroming geweest, maar niet in 1953." Ze heeft zich puur op literatuuron derzoek gebaseerd. Ook heeft ze dc film De Storm bekeken. Daarover Advertentie I.M. zegt ze: „De film laat niet zien wat er verder allemaal aan de hand was. Zoals dat de dijken te zwak waren en dat er niet is gewaarschuwd voor een mogelijke overstroming." Volgens haar is Slager dc eerste schrijver die de herinnering zoals die tot dan toe over de ramp beslaat, doorbreekt. Met vlak daarna histori ca Selma Leydesdorlï. 'Direct na dc ramp werden in dc kranten en week bladen nauwelijks slachtoffers en ooggetuigen aan het woord gelaten', schrijft Duine. Volgens de theorie van de wetenschappers die zij heeft geraadpleegd 'zou de literatuur hun verhaal moeten vertellen om zo een tegenherinnering te kunnen bieden; in andere media was er immers geen plaats voor het verhaal van de gewo ne mens. In de jaren negentig schre ven Slager en Leydesdorff echter hun non-fictieve boeken vanuit de invalshoek dal het beeld dat van de watersnoodramp bestond, niet klop te en dat de ervaringen van de oog getuigen nooit zijn gehoord. Dit im pliceert dat de literatuur tot dan toe niet in staat is geweest een tegenher innering te bieden. Uit mijn onder zoek bleek dan ook dat het beeld dat in de jaren vijftig in de journalistiek is ontstaan, juist is versterkt door de literatuur. Het verhaal van helden dom, saamhorigheid, geloof en ver trouwen in dc toekomst dat in de kranten te lezen was, is ook terug te vinden in literaire teksten uit die tijd.' Slager werpt volgens Duine een an der licht op de ramp door op zoek te gaan naar schuldigen, en melding te doen van de slechte staat van de dij ken en de hulpverlening die laat op gang kwam. Leydesdorff doet dat volgens Duine door de overleven den van de ramp aan het woord te laten in haar boek 'Het water en de herinnering. De Zeeuwse water snoodramp' uit 1993. Eerder wer den ze volgens haar niet zo uitge breid gehoord. Helemaal waar is dat niet. Leydesd orff is weliswaar puur gespitst op de mondelinge geschiedenis, in 1977 verscheen al het boek 'Toen 't schuimend zeenat hevig bruiste' van de christelijke schrijver Rik Valken burg. Hij laat dan al ooggetuigen aan het woord, aangevuld met eigen commentaar. En ook in zijn bock 'In het woedend golfgeklots' (1987) komen meerdere Tholcnaren, waar onder uit Stavenisse, aan het woord. De Eendrachtbode meldt al eind fe bruari 1953 dat de staat van de dij ken slecht was. Duine heeft zowel de Thoolse krant als de boeken van Valkenburg niet voor haar onderzoek geraadpleegd. Dat komt omdat ze is uitgegaan van de publicaties in dc eerdergenoem de drie jaren en zich op de grotere kranten heeft geconcentreerd. Aan de hand daarvan klopt ook de door haar omschreven ontwikkeling in de berichtgeving over de ramp. Ze heeft zogezegd een filter toegepast, omdat het ook onmogelijk is om al le literatuur te raadplegen en omdat ze het beslaan van de cyclus wilde aantonen: vlak na de ramp waren het puur de feiten die werden weer gegeven, pas jaren later verschenen er meer publicaties over de gebeur tenis en nog later kwamen de eerste ooggetuigen aan het woord. Ze geeft toe dat er ook rekening moet worden gehouden met de tijdgeest. Vroeger waren interviews met oog getuigen minder gebruikelijk en ten tijde van dc ramp lag ook een groot deel van de infrastructuur plat. Tegenwoordig kunnen steeds meer mensen hun verhaal kwijt in dc me dia. De journalistiek is veranderd. Duine durft te zeggen dat haar scriptic ook een gevolg is van de tijd waarin we nu leven. Doordat cr meer aandacht is voor de ramp, in Inge Duine heeft eerst journalistiek gestudeerd aan de Fontys hogeschool in Tilburg en ging daarna naar de universiteit voor de titel master of arts. Dat komt omdat ze graag iets met cultuur wilde doen in combinatie met taal. „Mijn droom was om bij een kunstbijlage van een krant te werken." Dat blijkt niet zo eenvou dig. Met haar studie kan ze alle kanten op: „Ik kan beleidsmede werker cultuur bij een gemeente worden, maar ook directeur van een schouwburg." Nu werkt ze op de communicatieafdeling bij de Avans hogeschool. „Dat is niet helemaal wat ik wil." Ze is nu aan het nadenken over wat ze wel wil. Haar scriptie schreef ze eind 2009. Omdat hij indirect over journalistiek gaat, heeft ze hem ingestuurd voor de scriptieprijs van Villamedia. „Ook omdat ik wist dat er nooit zoveel masterscripties worden ingestuurd. Vorig jaar waren het er drie. Dus ik dacht, nou dat is een kans van één op drie. En zo'n vermelding staat ook goed op je cv." De jury schreef het volgende commentaar op Inges scriptie: 'Rond uit prachtig, maar niet journalistiek genoeg.' „Nou ja, dat vond ik wel mooi hoor." februari wordt er zelfs een musical over opgevoerd, is zij cr ook meer in geïnteresseerd. Ze wijt het ook aan het collectieve geheugen, een term die in haar scriptie wordt genoemd en volgens één van dc onderzoekers uit twee onderdelen bestaat: het communica tieve en het culturele geheugen. Duine had er in colleges over ge hoord en heeft het zelf ervaren na dc film De Storm. „Als je een boek over de Tweede Wereldoorlog leest. De uit Oud- Vossemeer afkomstige Inge Duine heeft zich voor haar titel master of arts op de literatuur en andere publicaties over de watersnoodramp gestort. heeft dat invloed op jouw kennis daarvan. Want dan wil je er meer van weten en ga je op zoek naar in formatie. Bij mij was dat zo na het zien van de film." Bij haar onderzoek naar de ramp ontdekte ze alleen maar dingen die nieuw voor haar waren. „Ik wist dat Zeeland overstroomd was. Maar niet dat het van zaterdag op zondag gebeurde en dat de rest van Neder land het pas op maandag wist. Dat kun je je niet meer voorstellen in deze tijd. dat het zo langzaam ging. Achteraf snap ik het wel." Ze vindt dat de ramp aanvankelijk werd belicht als iets 'dat het Hol landse volk sterker heeft gemaakt' en dat pas later dieper op het feno meen is ingegaan. „Nu pas is er een museum en verschijnen er allerlei boeken. Wat me opviel, is dat er over de Tweede Wereldoorlog veel meer is geschreven. Blijkbaar maakt het uit of de vijand de mens of de natuur is. Het lijkt wel alsof nu pas de tijd rijp is om dc ramp te herden ken." Wat Inge betreft, mag cr wel wat meer aandacht voor de ramp zijn. „Ik vind dat er in het onderwijs meer aandacht aan dc ramp besteed mag worden. Want ik vind het heel raar dat ik er nu pas achter kom wat er allemaal is gebeurd. Volgens mij weten kinderen in Stavenisse er wel meer van en komt het misschien doordat ik uit Oud-Vossemeer kom. De Tweede Wereldoorlog kreeg ik ieder jaar op school. Ik weet niet of het aan mijn interesse als kind ligt, of dat ik het zo weinig op school kreeg of dat ik me cr nu gewoon meer voor interesseer." Ixes de scriptie van Inge Duine op onze website www.eendrachtbo- de.nl.

Krantenbank Zeeland

Eendrachtbode (1945-heden)/Mededeelingenblad voor het eiland Tholen (1944/45) | 2010 | | pagina 9