'Ik vind het een topsport om die jongeren iets te leren' Beter wollen of katoenen kleren aan bij afsteken van vuurwerk 'Waarom laten funderingen ni 'Verkoop dorp inwoners Sche Verbazing over aankoop Noord Zorgen bij waterschap over bruine ratten Donderdag 20 december 2007 EENDRACHTBODE, DE THOOLSE COURANT Met gemengde gevoelens neemt de 64-jarige C.H.P. Dickhout deze week afscheid van het Calvijn college. De leraar Nederlands houdt het na 19 jaar in Tholen voor gezien en gaat eind december met pensioen. Het feit dat er nog geen opvolger voor hem is gevonden, baart hem wat zorgen. „Er wordt wel gezocht. Maar het houdt na tuurlijk snel op, als er niemand op de functie solliciteert. Het stemt me een beetje droevig." Juiste vraag Dialect De leerlingen uit groep acht van de Thoolse basis scholen weten wat ze wel en niet moeten doen als ze met oud en nieuw vuur werk afsteken. Aan het eind van het bezoek aan de brandweerkazerne in Sint- Annaland beseffen de kin deren uit groep acht van de dertien deelnemende scho len ook hoe gevaarlijk het is om zelf bommetjes te maken. C.H.P. Dickhout houdt na 19 jaar op met lesgeven Calvijn college Trends „We kunnen nu nog geen puk mei nisse. Van de impuls voor kleine ki maar weinig." Inwoonster Pauline woensdag bij de commissie samen behoud van dorpshuis Holland Hui Volgens haar zien veel inwoners o huisfunctie in het nieuw te bouwt „Je kan die ruimte beter gebruiken permarkt." Vrijwillige keuze Ruim 300 leerlingen Thoolse basisscholen krijgen informatie van Halt Ruzie Spanning eraf Over 10-15 jaar wordt gen administratie centraal in 2 De Bergcnaar zit dik 38 jaar in het onderwijs. Als zoon van een predi kant en een lerares, besloot hij op jonge leeftijd al om het onderwijs in te gaan. „Destijds was het nor maal dat je hetzelfde beroep koos als je ouders. En predikant zag ik niet zo zitten. Al die sociale proble men van mensen en begrafenissen. Dat was niets voor mij, dacht ik. Achteraf zie je pas wat een mooi werk het eigenlijk is: mensen bijs taan in hun verdriet. Mijn vader heeft heel wat mensen geholpen. Maar als je jong bent, zie je dat niet." Spijt van de stap naar het on derwijs heeft hij overigens geen moment gehad, zegt hij. „Anders was ik wel op mijn 61ste met ver vroegd pensioen gegaan." Uit zijn aktetas haalt hij enkele foto's waar op hij met een flinke albino boa constrictor staat afgebeeld. Een leerlinge hield onlangs een spreek beurt over slangen en had hem ge vraagd of zij enkele exemplaren van een kennis mee mocht nemen. ..Kijk, als ik eerder was gestopt, dan had ik dat moeten missen", glimlacht Dickhout. Mensen die hem vragen 'hoe lang moet je nog?' stellen de verkeerde vraag. „De juiste vraag is hoe lang mag ik nog. Ik werk hier niet met tegenzin en zou het liefst nog een paar jaar doorgaan. Maar dat is we gens financiële regeltjes niet zo handig. Misschien dat ik na mijn pensioen nog terug voor de klas be land. Ik wil bijvoorbeeld best een keer invallen op een mbo-school, eens kijken hoe dat is, gewoon voor de leut." Tot een paar jaar geleden was Dickhout decaan op het Calvijn college, maar besloot om deze functie - in verband met zijn nade rende pensioen -over te dragen. Ook wisselde hij het lesgeven aan derde- en vierdejaars scholieren in voor de jongere klassen. „En het is niet handig om leerlingen te advi seren over hun schooltraject als ik ze niet goed ken. Om problemen te voorkomen is daarom gekozen voor een soepele overgang." De 64-jarige Bergenaar begon als leerkracht op een lagere school in Gorinchem waar hij een tijd com binatieklas 3/4 en later 4/5 onder zijn hoede nam. „Dat was echt een gemêleerd gezelschap. De leerlin gen waren afkomstig uit alle lagen van de samenleving. Sommigen liepen rond in de nieuwste kleding, terwijl anderen soms naar huis werden gestuurd om zich toch maar eens te wassen en schone kle ren aan te trekken", blikt de leraar terug. Op deze lagere school gaf hij alle lessen aan de leerlingen: reke nen, taal. geschiedenis, aardrijks kunde. Alles, behalve biologie, geeft hij toe. „Dat liet ik over aan een collega. Ik heb een hekel aan biologie, al sinds ik klein was. Dat komt door de biologieles op mijn lagere school." Zijn eigen leraar gaf hem altijd een ovcrtrekvel, papier en een karton nen kaart met planten en dieren er op. aldus Dickhout. „De biologie les bestond uit het overtrekken van die tekeningen. Vervolgens moes ten we de kaart omdraaien, daarop stond informatie over de planten die we hadden overgetrokken. En dat was de biologieles, keer op keer. Niet één keer de vrije natuur in. Zoiets raak je snel beu." De le raar Nederlands houdt zijn eigen ervaringen dan ook in het achter hoofd wanneer hij zelf voor de klas staat. „Het gaat niet alleen om de lesstof, maar ook op de manier waarop je iets brengt aan de leer lingen. Ze moeten gestimuleerd worden, enthousiast raken. Dat is soms niet eenvoudig. Maar ik was vroeger ook niet de makkelijkste. Het is bijvoorbeeld goed dat mijn ouders een stok achter de deur hiel den. Dat doe ik nu ook bij sommi ge scholieren, ik weet dat zoiets kan helpen." Hij ruilde het werk aan de lagere school na een tijd in voor een baan bij de plaatselijke technische school. „Daar heb ik overigens wél biologieles gegeven. Het was een school voor praktijkgerichte leer lingen. maar ook voor individueel technisch (speciaal) onderwijs. Die groep kreeg zoveel mogelijk les van één leraar, om een vertrou wensband op te bouwen. Best pit tig, als je dat werk aankan, red je het verder wel in het onderwijs." Toen bij een mavo in Fijnaart een leraar geschiedenis werd gevraagd, besloot hij te solliciteren. „Ge schiedenis heeft mij altijd geïntri geerd en ik wilde hier ook een cur sus voor gaan volgen. Het was een gok. maar ik werd aangenomen." Tot volle tevredenheid werkte hij op de kleine school, totdat werd besloten tot schaalvergroting. „Scholen met 300 leerlingen of minder moesten opgaan in grotere onderwijsinstellingen." In 1988 ging de leraar parttime aan de slag op het Calvijn college in Tholen. Twee jaar later vertrok collega Si mons naar de vestiging in Krab- bendijke en kreeg Dickhout een Belanghebbenden in het plan Noord in Tholen verbazen zich over het feit dat ze zo weinig worden inge licht over de voortgang van de her inrichting. Dat vindt de fractie van het CDA. Raadslid J.P. Bout zei dat onlangs in de commissie ruimte. Hij zei dat er 'diverse zaken aangekocht worden' zonder dat betrokken daar van op de hoogte zijn gesteld. „Ze zouden het wel op prijs stellen dat zé er persoonlijk over worden inge licht. De gemeente zou er ook meer goodwill mee kweken." Wethouder K.A. Hcijboer zei dat hij 'dit eerst met de andere leden van het college van b. en w. moet bespreken. Wel kon hij aangeven dat er een nieuwe informatieronde komt, na melijk eind februari. Het CDA had over het plan Noord schriftelijke "Vragen gesteld maar de beantwoor ding stond niet op de agenda. Hoe dat komt zou worden uitgezocht. De bruine rat rukt op. Met name op Tholen en Sint-Philipsland is het aantal dit jaar sterk gestegen. In de algemene vergadering van het wa terschap Zeeuwse Eilanden heeft onder andere hoofdingeland M.A. van Beek uit Sint-Annaland de pro blematiek onder de aandacht ge- bfacht. Hij wees erop dat de toena me op termijn gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid. Anderen wezen op natuurgebieden, waar de rat zich ongestoord kan voortplan ten én schade aanricht. Overleg over de rattenbestrijding buiten de bebouwde kom tussen wa terschap en vereniging van Zeeuwse gemeenten heeft, zei Van Beek. in de afgelopen jaren niets opgeleverd. „Als de gemeenten van mening zijn dat het buitengebied onder verant woording valt van het waterschap, laten zij dan hun wettelijke taak - inclusief de financiële middelen - aan ons overdragen", aldus de Thoolse hoofdingeland. Volgens hoofdingeland A. v.d. Hoef willen de gemeenten dat tot nu toe niet. Op de jaarvergadering van ZLTO Tholen zei wethouder K.A. He- ijboer onlangs, dat de gemeente ni'et verantwoordelijk is voor de bestrij ding buiten de bebouwde kom. Brandveiligheid. De gemeente Tho len gaat een zogenaamd Gebruiksbe- sjuit invoeren. Dit is gebaseerd op artikel 8.8 van de Woningwet. Er ko men landelijk uniforme regels voor brandveiligheid met daarnaast een mogelijkheid voor lokaal beleid. Spelenderwijs worden de kinderen bewust gemaakt van het gevaar van vuurwerk als het niet goed wordt aangestoken. Maar ook wat je moet dragen als je een rotje of een pijl afsteekt en wanneer je het spul mag kopen en afsteken. De leerlingen kwamen voorheen in Haestinge bij een voor een vuurwerkexpositie van Halt Zeeland. Nu konden de leerlingen terecht in een heuse ka zerne, zegt Arco Kunst van de brandweer. „We hadden tot voor kort geen geschikte ruimte, maar Halt doet het in heel Zeeland in brandweerkazernes. Hier hebben we nu genoeg ruimte." De leerlingen worden in groepjes verdeeld. Ze kunnen meedoen aan een quiz. Een spel met vragen over vuurwerk. Ze kunnen met ja of nee antwoorden door een balletje in een buis te gooien. „Moet je een vuurpijl in de grond zetten voordat je hem afsteekt?" Het antwoord is nee. Niet alle kinderen hebben dat goed. De vuurpijl kan omvallen als hij in de grond wordt gezet. Met al le gevolgen van dien. De pijl kan in een oog terechtkomen. Is de beste kleding om te dragen bij het afste ken van vuurwerk van wol of ka toen? De meeste kinderen antwoor den nee, maar het moet ja zijn. Synthetische stoffen zoals in trai ningsjacks, zijn gevaarlijk als die in brand vliegen. De stof smelt en gaat aan de huid plakken. Ook is het af te raden om een capuchon te dragen. En om je broekspijpen om te slaan. En vuurwerk kopen in België is riskant. Daar wordt vuur werk verkocht dat in Nederland il legaal is. In korte tijd leren de leer lingen wat wel en niet kan. Beneden in de hal mogen ze erva ren wat het is als er door het afste ken van vuurwerk veel rookont wikkeling ontstaat. Of ervaren wat het is als iemand blind is geworden als gevolg van een ongeval met vuurwerk. De kinderen worden ge blinddoekt en moeten op de tast langs de muren lopen. En soms over een pop stappen. Wessel Mostert van de Sint-Antho- niusschool in Oud-Vossemeer vond VERVOLG VAN ALMA Misschien dat ik na mijn pensioen wel terug voor de klas beland", aldus de vertrekkend leraar Nederlands C.H.P. Dickhout. voltijdbaan aangeboden als leraar Nederlands én Duits. Hij ontdekte dat de Nederlandse taal het moeilijkst is voor de Thoolse leerlingen. „Literatuur vind ik niet interessant, dat is al leen maar geschrijf. Leerlingen moeten zich goed uit kunnen druk ken in het Nederlands, dót is be langrijk." Vooral de correcte uit spraak van woorden blijkt voor veel leerlingen een hekel punt. „Begrijp me goed, ik heb niets te gen het spreken in dialect. Zelf ben ik opgegroeid in Friesland, ik weet dus wel waar ik het over heb. Maar op school moet iedereen algemeen beschaafd Nederland spreken, vind ik. Als een leerling tijdens een spreekbeurt begint over een 'diek', dan corrigeer ik hem." Af en toe gaat een scholier in dis cussie over het praten in dialect. „Ze zeggen dan 'we wonen toch in Zeeland? Hier heb je dieken'. Maar in de Duitse les wordt er Duits ge sproken. in de Franse les Frans. Nederlands is in mijn ogen niet an ders." Met nostalgische gevoelens herin nert de scheidend docent zich het talenpracticum van de Fijnaartse mavo. „Dat was een lokaal vol banken met schotten ertussen. De kinderen hadden een microfoon en een koptelefoon op en lazen een tekst voor." Een docente zat voor aan in de klas met een knoppenpa neel en kon zo iedere leerling apart beluisteren. Ook kon zij praten met de leerlingen en tips geven over bijvoorbeeld hun uitspraak. „Die methode werkte erg goed. Overi gens heb ik buiten de lesuren geen probleem met ABD. algemeen be schaafd dialect: dialect zonder schuttingwoorden." In de 38 jaar dat Dickhout werk zaam is als leraar, heeft hij heel wat onderwijsvernieuwingen voorbij zien komen. „Ik ben er nooit op af geknapt, ik heb gewoon altijd mijn eigen plan getrokken. En dat werk te prima. Ik zie lesgeven als een topsport. Je hebt dertig jongeren in de klas die doen wat jij wilt. Het is een serieus spel om de kinderen iets te leren. En het geeft een goed gevoel om als zij inderdaad iets ge leerd hebben." Die dankbaarheid krijgt hij vaak later, van oud-leer lingen. „Op het mbo worden ze bij voorbeeld vrijgesteld voor de eer ste maanden Nederlandse les, omdat ze de toetsen zo goed ma ken. Dat is leuk om te horen." Maar ook op het Calvijn college merkt de leraar dat zijn lesmetho de aanslaat. „Het gemiddelde exa- mencijfer van mijn groep ligt altijd boven het landelijke gemiddelde. Dat is voor mij een indicatie dat ik het goed doe." Er ligt ook een taak voor de ouders, vindt de leerkracht. Zij kunnen bijdragen aan de schoolprestaties van hun kinderen. „Ouders zouden ze wat meer thuis moeten begeleiden. Poolshoogte nemen wat de kinderen op hun ka mer doen als zij huiswerk zeggen te maken. Die controle is er niet en is wel een gemis." Nieuwe trends, zoals examen doen via de computer, ziet hij verder met enig wantrouwen aan. „Een pc kan handig zijn, maar blijft een kwets baar iets. Wat moet je bijvoorbeeld doen met een stroomstoring tijdens je examen? Als ze dat soort techni sche dingen zouden oplossen, zou ik er meer vertrouwen in hebben." Ook het gegeven dat bij een eind examen een woordenboek Neder lands mag worden gebruikt, geeft hem een naar gevoel. „Leerlingen zijn mondiger dan vroeger. Maar soms begrijpen ze woorden niet die ik gebruik, terwijl dat toch geen moeilijke zijn. De tijden verande ren, scholieren zijn tegenwoordig beter in sms-taal." gen is g» zaagsnei komt - andere k der - di uur eer Tussend regeld h dat het r der ziet gezien I is om d stellen. ren van i schoolte Sagro vi werken 1 Na het d den met steunen stukjes wand w< wordt hi trokken, rolt. „Di Egypten der. In ni ker. Als deel vri wordt hi chinist, i wachten de tijd d tie komi Alma's i te kome zijn vast; Heerenh delijk v loods va uur en slaagd. 1 week oo oude sch Pauline Rijsdijk maakt zich sterk voot Als voorbeeld opperde Rijsdijk een buurtsuper in samenwerking met een stichting. „Hier zouden bijvoor beeld mensen met een beperking aan de slag kunnen, langdurig werk lozen of vrijwilligers. De Zuidwes ter heeft al goede ervaringen met zo'n supermarkt, elders in Zeeland." Een supermarkt past volgens haar ook beter in een woonzorgcentrum dan een dorpshuis. „Die bewoners worden anders geconfronteerd met privéaangelegenheden, zoals lees ten en begrafenissen, waar zij wel licht helemaal niet op zitten te wachten. Dat soort activiteiten kan makkelijk in het Holland Huis blij ven plaatsvinden. Wanneer senioren hieraan willen deelnemen, hoeven zij alleen de straat over te steken." Als de gemeente toch besluit om het dorpshuis van de hand te doen, hoopt Rijsdijk dat er eerst aan de bewoners wordt gedacht. „Het Hol land Huis heeft voor velen emotio nele betekenis. Verkoop het dan voor een symbolisch bedrag aan ons." Daarnaast deed zij bij de commissie haar beklag dat Scherpenissenaren slecht geïnformeerd worden over de voortgang van het nieuw woonzorg centrum. „We hebben het gevoel in de maling te worden genomen. Nooit is naar onze mening gevraagd en ook tijdens de informatieavond werden er enkel voldongen feiten gepresenteerd. We hebben geen in spraak gehad." SGP'er H. Geluk vond het vreemd dat de bezorgde inwoonster sprak Hajkoehi Arakaljan (rechts) en Hendrik Plompen van de Sint-Anthoniusschool schuifelen geblinddoekt langs de brandweerkazerne van Sint-Annaland. Arco Kunst leidt Wessel Mostert en Raviv van der Lugt van de Ark in goede banen. dat leuk om te doen. „Maar af en toe verdwaalde ik een beetje. Ik ben niet gevallen maar het is wel erg lastig." De quiz ging hem beter af, zegt hij. „De meeste vragen wist ik wel." Martin de Jager van de Ark uit Oud-Vossemeer vond het geblinddoekt rondlopen ook moeilijk. „Je kan alleen maar een beetje kleuren zien. Je moest de muur vasthouden. En ik trapte op de pop." Bij de quiz had hij meer dan de helft van de vragen goed, zegt hij. Hij is van plan om met oud en nieuw zelf ook vuurwerk af te steken: rotjes en vuurpijlen. Wat hij ervan geleerd heeft? „Dat je beter wat duurdere spullen kan kopen die beter zijn en dat je zand in een fles moet doen als je vuurpijlen af steekt." De kinderen raken onder de indruk van het verhaal dat een acteur ver telt over twee neefjes en vrienden Ricardo (12 jaar) en Jerry (bijna 12 jaar) die samen op judo zitten. Ze zijn zo goed dat ze zelfs aan het Nederlands kampioenschap mee mogen doen. De toneelspeler speelt om beurten Ricardo en Jerry. Ricardo is tegen het eind van het jaar bezig een vuurwerkbom te ma ken. De kinderen luisteren adem loos. Ricardo doet er geheimzinnig over. Hij heeft een buis uit de schuur gepakt en die volgestopt met heel veel vuurwerk en er een lont aan gemaakt. Ricardo wil hem op 29 december afsteken en belt Jerry op om te komen kyken. sa men met een paar vriendinnetjes van school. Ze steken de lont aan maar er gebeurt niks. Als Jerry gaal kijken, knalt de bom uit elkaar. De kinderen schrikken als de acteur keihard knal roept. Jerry raakt zwaar gewond en mist vijf vingers. Ricardo loopt in pa niek weg. Jerry heeft brandplekken op zijn huid door het trainingsjasje dat hij draagt. Hij wordt naar het zieken huis gebracht en wil even geen vriendje meer zijn met Ricardo. Ri cardo heeft heel veel spijt en schuldgevoelens. Hij heeft alles in het leven van Jerry verwoest. Jerry kan niet meer judoën. Maar ook het strikken van zijn veters gaat moei lijk en het vastmaken van de knoopjes van zijn jas. Jerry moet een paar keer geopereerd worden. Dat kost tienduizenden euro's. Maar de verzekering wil wel weten wie de dader is. De ouders van bei de kinderen hebben er zelfs ruzie over gekregen. Het moraal van het verhaal is duidelijk. Wie met vuur werk stunt is een rund. was enkele jaren het motto. Dat is nog steeds van toepassing. Met dit verhaal wil Halt de kinderen op het hart druk ken geen bommen te maken. „Je bent veel stoerder door te zeggen dat je vriendje dat niet moet doen. Ik hoop dat jullie op 1 januari wak ker worden in je eigen bedje en niet in het ziekenhuis." Ruim 300 van de dertien basis scholen weten nu wat wel en niet verstandig is. Later bouwde hij meer op het eiland: Ten Anker in Tholen, en de mulo. Hoppenbrouwers raakt in gesprek met oud-directeur Anne Meloen - „Ik heb hier 23 jaar gewerkt" - en oud-conciërge Rinus van den Berg. „O ja, de opvolger van Jewannes de Viet", weet de bejaarde Bergenaar. Hij vertelt over de kelders die onder de school zitten, en die gemaakt moesten worden zónder bronbema ling. „Jammer dat er geen andere bestemming voor het gebouw is ge vonden". vindt de oud-aannemer. Meloen en Van den Berg maken zonde van de verwarmingsketels en verlichtingsarmaturen, die afge dankt worden terwijl ze nog geen tien jaar oud zijn. En dat de in 1996 aangebouwde vleugel inmiddels is platgegooid, betreurt de oud-direc teur duidelijk ook, al zegt hij dat niet met zoveel woorden. „Als ze hier tóch woningen gaan bouwen, waarom laten ze dan de funderingen niet zitten", vindt hij. De ruime lo kalen in het oudste gebouw én de oppervlakte van het vrijgemaakte terrein doen Viergever verzuchten dat het nieuwe gemeentehuis hier toch eigenlijk ook wel gebouwd had kunnen worden. „Alhoewel de lei dingen natuurlijk allemaal verou derd zijn. En wat er nu in Tholen staat, is ook heel wat." Wethouder Marianne Velthuis komt rond twaalf uur een kijkje nemen, maar krijgt te horen dat het nog min stens een uur gaat duren voor het za- over is zaak. H beter. In het v ris Sim tijd bij i voor hi lijk ap| gekozei Dat ligt een auti meer ui te verh meente wordt makkei een me wil hel niet ve Tholen komt. ter wel admini; provinc Als dal bouw i Het mc maal k< naast d de burg want di verwac! nog vei bestuur staan, r zo groo C. Kws oud-im De laatste kans om de oude sfeer op te snuiven, zo las ik in het verslag van de openstelling van het binnen kort te sluiten gemeentehuis in Sint-Maartensdijk. De rijke historie wordt voor een appel en een ei in de uitverkoop gedaan. Zo goed heeft men bij de verkoop onderhandeld. De sluiting van vooral het histori sche stadhuis en de naast gelegen panden door de gemeente betekent een zeer grote verarming. Ik denk dat de overgrote meerderheid van de Thoolse bevolking zo denkt. Wat gebeurt er met al die prachtige schilderijen uit de 17de en 18de eeuw? Het zijn dan wel kopieën, maar ze horen onmiskenbaar bij de smalstad. Gaan die soms ook in de verkoop voor een appel en een ei? Of verdwijnen die geruisloos naar Tholen? Over smaak valt nu een maal niet te twisten, maar van smaak getuigt het pand niet. Al met al is het een bedroevende zaak dat de rijke historie van Sint-Maartens dijk systematisch wordt opgeruimd. Dat wordt de burgers aangedaan door onze democratisch gekozen bestuurders. Als men eenmaal is ge kozen, telt de burger niet meer mee. Inwoners van Tholen willen de rijke historie toch overdragen aan het na geslacht, maar als daarvan weinig

Krantenbank Zeeland

Eendrachtbode (1945-heden)/Mededeelingenblad voor het eiland Tholen (1944/45) | 2007 | | pagina 3