Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch- Vlaanderen No. 58. VRIJDAG 21 OCTOBER 1932 48e Jaarg. J. C. VINK - Axel. Beurskoersen en werkelijkheid. FEUILLETON. Binnenland. De witte Bloem. Dit blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 maanden 75 Centfranco per post 1 Gulden. Afzonderlijke Nos. 5 Cent. DRUKKERUITGEVER Bureau Markt C 4. Telef. 56. - Postrek. 60263. tot 5 regels 60 Cent; voor Groote letters worden naar ADVERTENTIËN van 1 eiken regel meer 12 Cent. plaatsruimte berekend. Advertentiën worden franco ingewacht, tot Dinsdag- en Vrijdagvoormiddag 11 ure. uiterlijk In het algemeen kan men zeggen, dat de doorsnee-mensch buitengewoon weinig economisch opmerkingsvermogen heeft. Hij juicht wanneer men hem een conjunctuur-verbetering sugge reert en hij wringt zich in het ergste pessimisme, wanneer men hem met schijnargumenten be wijst, dat de verwording hoe langer hoe grooter zal worden. Hij meet in het algemeen de wereldconstellatie af naar de koersen, welke op de beurzen worden genoteerd en ook te dezen opzichte mist hij de kennis en het inzicht om die noteeringen tot de juiste proporties te her leiden. Beurskoersen ontstaan door vraag en aanbod. In deze tijden van onzekerheid onthouden ern stige beleggers zich van beurs transacties, anders dan voor het beleggen in de meest solide fondsen van hunne besparingen en vrijgekomen gelden. Het veld is aan de beroepsmanipulanten overgelaten en wat er dus aan koersen gemaakt wordt, is het sentiment van den beursrot. Het geen ten slotte niets te maken heeft met de werkelijkheid. Zakken de koersen in, dan mag daaruit niet afgeleid worden, dat het met de wereld spaak loopt stijgen de koersen, dan is het onlogisch om hieruit het omge keerde af te leiden. De specu lant ondervindt daarvan de na- deelen, de ernstige belegger be merkt hoogstens inconveniënten Want heeft men met eigen geld gekocht, heeft mijn zijn beleg gingen op de juiste wijze ver deeld, dus in hypotheken, obli gatiën etc. dan moet hij zich misschien wat versoberen, maar hij kan nimmer in moeilijkheden komen. Men moet ons goed verstaan aldus schrijft de economische medewerker van „De Avp." wij spreken hier van het beursspel. De werkelijke conjunctuur kan hem natuurlijk niet onverschillig laten, maar ook hier spelen voorzichtigheid, soli diteit en aanpassingsvermogen een groote rol. Wanneer wij de beurswilligte der laatste maanden 'n ongezon den toestand noemen wanneer wij den gang van zaken in het wereldgebeuren niet in overeen stemming vinden met hetgeen zich in de tempels van Mammon afspeelt, dan mag men ons niet voor een zwartgallig beoordee- laar der verhoudingen houden, ntegendeelwij hebben een groot vertrouwen in de toekomst, mits men niet angstvallig blijft vasthouden aan de dogma's van het verleden. Wanneer onze regeeringsleiders zich alleen instellen op maatre gelen, gericht cp terugkeer van het oude, dan zullen wij het in den verwoeden economischen strijd der naties, verliezen. Verarmt ons land, door welke oorzaken dan ook, dan wil dit niet zeggen, dat de wereld ver armt Het zou dan slechts 'n verschuiving zijn. In de afgeloo- pen eeuwen hebben wij rijkdom op rijkdom kunnen stapelen wij hebben die rijkdommen in het algemeen goed beheerd, maar het is geen teeken van wereld verarming, wanneer onze rijk dommen door onze fouten, over geheveld worden naar de zakken van andere naties, die een rui meren blik gehad hebben. Internationaal congres van R K Werkgevers. Deze week kwamen de ver tegenwoordigers bijeen van de bij de Conférences Internationales des Associations Patronales Ca- tholiques aangesloten organisaties ter bespreking van de door de verschillende aangesloten ver- eenigingen ingediende rapporten over de economische crisis, als mede over de verhouding tus- schen werkgevers en werknemers in de betrokken landen. Vertegenwoordigd waren'. Frank rijk, België, Duitschland, Oosten rijk, Tsjecho-Slowakije en Ne derland. Dinsdagavond had een maal tijd plaats, waarbij als eeregasten aanzaten de Ministers van Eco nomische Zaken en Arbeid en van Defensie, alsmede de chef van de werkgevers-afdeeling van het Bureau Internationale du Travail. Na een hartelijk begroetings woord van den voorzitter sprak de Minister van Economische Zaken en Arbeid, mr. Verschuur, aan dezen disch o m. het vol gende „Het is met groote vreugde, dat ik mij hedenavond tot u richt om uitdrukking te geven aan mijn gevoelens van sympathie met het doel, dat gij nastreeft in deze bijeenkomst en met de be ginselen, welke gij huldigt en naar welke gij u richt. Het doel dat gij u gesteld hebt, is de samenwerking, zoowèl in gees telijk, sociaal als economisch opzicht. Uw beginselen zijn die van de natuurlijke en christelijke wet, zooals deze zijn vervat in de traditioneele leer der katho lieke kerk: sociale rechtvaardig heid en sociale naastenliefde in hun nationale en internationale toepassing. Het levensniveau gaat meer en meer over de geheele wereld in de richting van uniformiteit. De nieuwe uitvindingen zijn snel door de wereld aangenomen en overal worden de voortbrengselen daarvan gevraagd. De speciali satie van de industrieele productie heeft een enormen internationalen handel in delfstoffen, grondstoffen en voedingswaren in het leven geroepen en tegelijkertijd heeft hij een tegenovergestelden stroom veroorzaakt van vervaardigde producten. Inderdaad, een on weerstaanbare druk wordt uitge oefend in de richting van een economische internationale samen werking. De groote vraagstukken van de handelspolitiek, nationaal en internationaal, hebben hun wortels diep in de werkelijkheden, niet alleen in die der economische gebeurtenissen, maar ook in die der sociale philosophieën. Wel licht om die reden is de bewe ging ten gunste van den alge- meenen vrijhandel zoo spoedig vastgeloopen. En om diezelfde reden ziet men de besluiteloos heid van de handelspolitiek na den oorlog. Ook hier doen zich onder invloed van de crisis scherpe tegenstellingen van belangen voor, welke in betere tijden veel van haar intensiteit verliezen. Ook hier is het gevaar vrij groot, dat de oplossing van het raadsel zal gevonden worden in hetieder voor zich. Hier eveneens kan slechts een groote daad van solidariteit de oplossing van het probleem brengen. Hier zie ik een groote taak voor de werkgevers-organisaties, welke gij vertegenwoordigt, zoo wel als voor iederen katholieken patroon individueel. Na zijn rede in het Fransch te hebben uitgesproken richtte de Minister zich nog in het bijzonder tot de Duitsche vertegenwoordi gers, tegen wie hij zeide, dat men bij ons groote bewondering heeft voor het uithoudingsvermogen en de intelligentie, waarmee de beste zonen van het Duitsche volk trachten de moeilijkheden van hun land te overwinnen. Elke verbetering in den economisch bedreigden toestand zal hier met vreugde begroet worden, maar maatregelen, waarvan men ver betering hoopt, kunnen nooit succes hebben, wanneer men daarbij de grondgedachte van de internationale solidariteit uit het oog verliest. Ook in den nood moet men zijn vrienden, die aan het bestaan van het Duitsche rijk op econo misch gebied, steun verleenen, gedenken." (Duitsche vertalint). 3) De oproermakers drongen dichter op hem toe. Hij stond tegen de hou ten leuning van de molenbeek geleund en hield zijn strengen blik op hen lk, riep de opzichter uit Wij laten ons niet kommandeeren door zoo'n jongen snuiter, die zelf geen begrip heeft, hoe het werk moet gedaan worden. U weet van de geheele zaak niets af, mijnheer Gerrald, maar treecL op alsof wij allen stommerikken en kwajongens zijn, die zich door een hoogen toon uit het veld laten slaan en hun mond houden. Jawel, morgen brengen! Wat wilt u eigenlijk hier, waar ik tot dusverre de I-ding heb g6Wat?ik wil? sprak Theobald met een vernietigenden blik. Mij dunkt, dat de boeken daar wel het antwoord op geven. Hij hield hem een bundel papieren voor, die hij in een verwaarloosden toestand gevonden had. Waar zijn de jaarrekeningen, de leveringsbedragen en de ontvanglijs- ten Moet dit administratie heeten, om zóó de zaak te laten verloopen, en dan nog zoo brutaal mogelijk te vragen, wat de eigenaar wil? Kqk me de paardenstallen eens aan, zij vallen bijna in en toch staat er een som geboekt voor betaalde reparatie kosten! Waar is dat geld gebleven, opzichter? En hoe hebt gij het dur ven wagen het tuinterrein zonder mijn voorkennis te verkooper. In welken toestand hebt ge de schuren en de machines gekten Woedend trad de man op hem toe. Vraag maar toe, klaag mij maar aan, jongeheer, ik zal mij wel weten te verantwoordenMaar dat ééne wi' ik u wel zeggen, toen uw vader nog leefde stond het hier met het beheer niet beter en toch zijn wij iederen dag vooruitgegaan. Maar in uw krenterig heid denkt u misschien, dat er wel eens 'n voordeeltje voor ons afvalt en daarom komt u zelf eens loeren. Maar dat is geen zaakje voor ons, ond- r zóó'n toezicht willen wij niet werken, wij laten ons niet bespi.onneeren, mijn volk zoomin als ik 1 U hebt dus maar te kiezen of u weer heen wilt gaan en alles bij het oude laten, of dat wij geen steek meer voor u uitvoeren. Man, antwoordde Gerrald bedaard, ik sta hier op mijn eigen grond en h.t zou er al heel raar met mij uit zien, als ik voor mijn opzichter de plaats moest ruimen. Geen duimbreedte wijk ik van hier en als jelui dat niet bevalt, dan kunt ge allen mijnentwege opmarcheeren 1 En wat moet er dan van de fabriek worden? vroeg de opzichter met een valsch glimlachje. Dat is mijn zaak, antwoordde Gerrald. In ieder geval sluit ik haar liever, dan jou er nog één dag den baas te laten spelen. Goed 1 Gaat dan maar allen naar de leerlooierijriep de opzichter uit. Diar zijn de bazen zoo schrokkig niet en de loonen beter. Gerrald keek hen mat over elkander geslagen armen aan, Aan het einde der ochtend zitting werd een resolutie aange nomen, waarin als oordeel werd uitgesproken dat de katholieke patroons tot plicht hebben de toenadering en de samenwerking te bevorderen, teneinde staking en uitsluiting zooveel mogelijk te voorkomen dat de vakorganisatie zoowel van werkgevers als van werkne mers voor dit doel noodzakelijk is, aangezien een geregeld overleg tusschen werkgevers en werk nemers alleen op deze wijze mo gelijk is; dat de ontwikkeling van dit overleg ertoe leidt, om in het algemeen het collectief contract, afgesloten tusschen daarvoor in aanmerking komende patroons- en arbeidersorganisaties, te be schouwen als de normale vorm, om de algemeene arbeids-voor- waarden te regelen dat hieruit logisch volgt, dat aan de samenwerking tusschen patroons en arbeiders een blijvend karakter worde gegeven, en dat het voor dit doel zeer wensche- lijk is, dat zich geleidelijk ook paritetisch samengestelde com missies vormen, die ten doel hebben zich bezig te houden met het opsporen van de oorzaken van arbeids-conflicten, dezelve zooveel mogelijk te voorkomen, door het zoeken van oplossingen, die de belangen der betrokken partijen zooveel mogelijk bijeen brengen teneinde dit te bereiken, spre ken zij de wenschelijkheid uit, dat in elk bedrijf zoo vaak de omstandigheden zulks eischen, landelijke of gewestelijke bijeen komsten plaats vinden, waarin gemeenschappelijk de middelen kunnen worden besproken, om de gevolgen van de economische crisis te verzachten en de voor uitzichten van het bedrijf te ver beteren, door gezamenlijk van gedachten te wisselen over alle vraagstukken, die voor een goede organisatie van der, arbeid van belang zijn. Tot lid der Tweede Kamer in de vacature-Ament is benoemd verklaard de heer P. W. H. Truijen te Roermond. De Rijksmiddelen. De opbrengst van de Rijks middelen (hoofdsom en opcenten) over de maand Sept. 1932 bedroeg Zoo Jelui schijnt niet eens te weten, dat de leerlooierij failliet is? Als door den bliksem getroffen deinsden de arbeiders achterwaarts. Gelooft hem niet, hij wil ons maar afschrikken I riep de opzichter uit. De looierij slaat er beter voer dan al zijn molens bij elkaar. Kijkt maar eens hoe de schoorsteenen roc ken 1 Bangmakerij, anders niet. Hij heeft gelijk! De looierij weikt nogklonken enkele stemmen te midden van het rumoer en luider en heftiger herhaalden de arbeiders hun eischen. Jelui bent allen ontslagenzeide Theobald op strengen toon. Doch wie lezen kar, trede nader. Een lange, bleeke werkman trad schoorvoetend voorhij waagde het nauwelijks de oogen op te slaan. Kom hier, Lohfeldgebood Ger rald op zacht verwijtenden toon. Moet ik jou, die door mijn vader altijd als een ordelievend man geprezen werd, ook onder de oproermakers vinden Zij hebben mij gedwongen, mijn heer 1 antwoordde de aangesprokene verlegen. Blijf maar 1 bulJerde de opzichter hem met gebalde vuisten tor. Gerrald hield den man een pa pier voor, dat hij zooeven uit zijn borstzak had gehaald. Met bevende stem begon de aibeider te lezen, al angstiger en bleeker werd zijn gelaat. „G id in den hemel, de looierij is bankroet!" riep hfl uit. Ztet hier het zegel van derech'- bank I hernam Theobald bedaard, het blad omhoog houdende. De looiern j heeft rich niet langer kunnen slaande houden, de schuldeischers dringen op I verkoop aan. De curator heeft se mij aangeboden, omdat de gebouwen ge makkelijk met mijn fabriek kunnen saamgetrokken worden Gaat bdir nu maar werk zoekenIk kan geen arbeiders gebruiken, die tegen hun werkgever durven opstaan Doodsbleek wrong Lohfeld de han den, „Ach mijnheer, ik heb vier kir- deren Heb medelijden mijnheerklonk het algemeen. Wij hebben bijna allen vrouw en kinderen. Jaag ons niet weg, anders moeten wij van gebrsk omkomen. Neen, mannen, ik wil jelui niet broodelocs maken, riep Gerrald met luide s'em uit. Weest getust, ik stort mijn werklieden niet in het ongeluk, ook al hebben zij, door een schurk verleid, tegen mij saamgespannen. I< heb onder de fabriekseigenaars en grondbezitters in den omtrek til van vriender, bij wie ik jelui wel nieuwe plaatsen zal bezorgen. Neen, mijnheer Gerrald wij willen bij u in dienst blijver. U zijt be'.ei voor ons, dan wij verdienen De mannen omringden hem en wuif den met hun petten. Het was een treffend schouwspel, den jongen fa briekseigenaar te zien, hoe hij, roet een van vreugde stralend gelaat, van den eé'n naar den ander girg en ieder de hand drukte. Inmiddels had de opzichter zich ongemerkt uit de voe ten gemaakt. In menig oog blonk een traan, terwijl de juichkreet „Leve de patroon, leve mijnheer Gerrald I" langs de vreedzaam kabbelende molenbeek werd aange- heveni III. De purperen gordijnen waren neer» gelaten. Het heldere zonlicht speelde op hun plooien en wierp zijn stralen op den parketvloer, gleed over de met satijn bekleede sofa's en stoelen en spreidde een rooskleurig schijnsel over de dansende bajaderen. Kostbare vazen prijkten op vergulde consoles en bloei ende azalea's zagen uit de nissen in de wianden op al die kostbaarheden neder. Heli ïse, de lichtzim ige Parisienne, met haar vroolijken glimlach om de lippen, had reeds vee! van het leven genoten. Dansend en lachend fladderde zij als een vlinder van bloem tot bloem. Zoo was zij ook te D. gekomen, waar zij een engagement aan de hof opera had aangenomen. „S!echts voor eenige weken". Daar mede had zij zich getroost, toen zij in dit stille Duitsche stadje kwam en zich danig verveelde. Doch het kwam anders uit. De hulde, die haar ten deel viel, vleide haar. Zij nam ze lachend aan, doch zij. die naar haar gunst dongen, waren haar onveiSchillig. Uitgezonderd één, naar wiens komst zij smachtte als een dorstende in de woestijn naar een druppel water, wiens woorden haar ge lukkig maakten en die toch niets meer was dan de jonge eigenaar eener fa- biiek, van een molen, zooals men ze hier noemde, een man met een bur gerlijken naam, maar in haar oogen een afgod. Zij beminde, voor het eerst van haaf leven. Theobald Gerrald, de knappe, levenslustige jonkman, was de eerste, die haar wuft hart had weien te boeien. Doch nu had hij haar snood verlaten, en dat tet wille eener doode, zijn moeder, (Wordt vervolgd;

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1932 | | pagina 1