Nieuws- eu Advertentieblad toot Zeeuwsch-Vlaanderen. No. 13. VRIJDAG 13 MEI 1932 4$e .laars. J. C. VINK - Axttl. PINKSTEREN. FEUILLETON. Een moeilijke taak. Buitenland. Dit blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 maanden 75 Centfranco per pest 1 Galden. Afzonderlijke Nos. 5 Cent. DRUKKER-UITGEVER Bureau Markt C 4. Telef. 56 - Postrek. 60263. ADVERTENTltN vaa 1 tot 5 regels «0 Centvoor •lkea regal neer 12 Coat. Qroote letters worden naar plaatsruimte berohoad. AdverteatiSn worden f r a n o ingewacht, uiterlijk tot Diasdag- sn Vrijdagvoormiddag 11 uro. Eerate Blad. Wegens het Pinkster feest zal a.s. Dinsdag geen nummer Van dit blad verschijnen. Het Pinksterfeest is niet een specifiek Christelijk feest. Joden ten tijde van Christus kenden het. Het was n.l. het tarwe-oogstfeest, nog steeds Kaatsier en Snijfeest genaamd, dat 50 dagen na Pa- schen werd gevierd. Later ver bond men er mede de wetgeving op Sinaï. Het woord Pinksteren is een verbastering van het Griek- sche woord Pentekoste, dat vijf tigste (dag) beteekent. Het Pinksterfeest is dus een zeer oud feest, evenals andere voor Christelijke feesten samen hangend met gewichtige gebeur tenissen in het volksleven, die het gevolg waren van verande ringen in den stand der zon. Het Paaschfeest werd al dui zenden jaren gevierd, als de zon de voorjaarsnachtevening had ge passeerd het Kerstfeest, het feest der zon, als de laatste haar laagste stand weer achter zich had. Voor de oude natuur-, vaak nomaden volken, die niet de moderne steden met haar licht en vermaak kenden, waren deze gebeurtenissen in de natuur van oneindig meer belang dan voor ons. En tevens stond de zon, het oog van den Ger- maanschen god Wodan, in nauwe betrekking tot hun goden. Voor de Christenen heeft het Pinksterfeest grooter beteekenis gekregen door de gebeurtenissen, die in Handelingen 2 beschreven worden. De apostelen van Jezus waren alle bijeen en op hen daalde neder de Heilige Geest. Er is in het verhaal sprake van een sterke wind (is geest) en van vuurtongen en de apostelen gingen spreken in een taal, die door het volk niet werd verstaan. Zij ge droegen zich zoo dwaas, in het oog der menigte, dat de omstan ders aan dronkenschap dachten. In vers 18 wordt een profetie 34) Als u dat graag wil, zeide ik met een stijve buigmg, niet begrijpend wat hij wilde. Uitstekend, antwoordde hij, er is daar ginds een dame, die graag kennis met u zou willen maken. Hij wees me buigend een groep dames aan, die me nu allen nieuws gierig aankeken. Er was iets in hun houding, alsof ze zich vroolijk over mij maakten en ik had maar half lust me bij hen te voegen, maar begrij pend, dat ik moeilijk kon weigeren, volgde ik den jongen man. Ik boog werktuigelijk voor de eerste dame van het groepje, maar ze zeide me met een lachend gezicht opnemend Neen, mijnheer, ik was het niet, die u spreken wilde. Verlegen wendde ik mij tot de vol gende en hoe groot was mijn verba- Zing, toen ik in haar de dame her kende, bij wie ik te land was geko men, toen ik freule de la Vire zocht en die me inlichtingen had gegeven over den gevonden fluweelen strik. Ze keek me aan en begon te lachen terwijl de jongeman me voorstelde, en vroeg of ik mijn minnares gevonden had. Voordat ik kon antwoordden riep de dame, tot wie ik mij het eerst ge* richt had: Waar gaat het over? Is het een spelletje, een verhaaltje of een grap? Het gaat over een avontuur, me* aangehaald van den profeetjoël: „Ja waarlijk. Op Mijne dienst knechten en op Mijne dienst maagden zal ik in die dagen van Mijnen geest uitstorten, en zij zullen profeteeren". De Heilige Geest kwam over de apostelen. Hun Meester was gevangen genomen en smadelijk gekruisigd. De menigte had Hem in zijn lijden bespot; onder ho nend gejuich was Hij met een doornen kroon tot „koning" ge kroond. Het volk was in Hem teleurgesteldhet had een Mes sias verwacht, een heerscher, die zou komen in pracht en luister die liet zou bevrijden uit de over- heersching der Romeinen. En zie: De „Messias" was een een voudige timmermanszoon en Hij reed op eenezel. En Hij kwam niet als heerscher, met kracht van wapenen maar Hij kwam in groote nederigheid als dienaar. Toen keerde zich de toorn van het volk tegen Hem. Het eischte Zijn doodEen gruwelijke, smadelijke dood, de langzame dood aan het kruis. En aan het kruishout genageld, was de nederige Triomfator ge worden. Terwijl de pijnen zijn lichaam verscheurden, zag zijn oog liefde vol en medelijdend neder op de menigte, die woedde aan den voet van Golgotha En van zijn stervende lippen klonk de bedeVader, vergeef het hun zij weten niet, wat zij doen. Had zijn brekend oog reeds in een andere wereld geblikt Hoe het zij, deze bede getuigde van opperst begrijpen. Arme menigte, slaaf van hartstochten, gebonden aan hel stof. En tegenover haar de stille figuur van den Lijder, maar die de begeerte der stof heeft over wonnen die vrij is naar den geest en die het hoogste heeft bereikt. Een visioen is den apostelen verschene.i op dat Pinksterfeest. En over hen komt de verrukking, die afstraalde van het gelaat van den Triomfator. De geest des Heeren, de geest der bevrijding is over hen gekomen. De geest, die onverwinbaar maakt. Die de smarten des lichaams niet doet tellen, die den dood niet vreest. En met dien Heiligen Geest bezield begroeten zij, als in een dronkenschap van vreugde, hun nieuwe leven, dat misschien eens zal eindigen in den marteldood. Frankrijk. Geldt voor de monarchie de bekende uitdrukking: „De Ko ning is dood 1 Leve de Koning voor de republiek is dat al evenzeer het geval met dit ver schil, dat inplaats van Koning moet worden gelezen President. Nog staat het stoffelijk hulsel van Paul Doumer opgebaard en reeds zijn Senaat en Kamer in veree- nigde zitting Nationale Ver gadering bijeen gekomen, om zijn opvolger aan te wijzen. Aanvankelijk heette het, dat alleen de voorzitter van den Se naat, Albert Lebrun, vanwege de republikeinsche unie zou worden gecandideerd. Doch met het na deren van den grooten dag kwam het verlangen bij vele politici naar boven, om een zoo eenvou dige oplossing van het toch wer kelijk belangrijke vraagstuk niet maar voetstoots te aanvaarden. Verkiezing bij enkele candidaat- stelling, daar was geen aardig heid aan. Daarom richtten ze zich tot oud-minister Painlevé, om hem te bewegen als tegen- candidaat te fungeeren. Deze had daar wel ooren naar, doch wilde zich, evenals destijds wijlen Briand, eerst eens vergewissen, hoe de kansen stonden. Het onderzoek schijnt niet bijster gunstig te zijn uitgevallen, ten minste Painlevé gaf er de voor keur aan, zijn voorloopige toe stemming weer in te trekken. De president van den Senaat werd met 633 van de 826 st. gekozen. De vroegere socialistische af gevaardigde Paul Faure behaalde 114, Painlevé 12 en de commu nist Cachin 8 st. vrouw, antwoordde ik een diepe bui ging makend. Zoo, een avontuur, riep ze wel wel, mevrouw de B ühl, en dan u, die pas zes maanden getrouwd bent I Mevrouw de Brühl protesteerde lachend, dat ze er niets mede te ma ken had. Het eenige, wat ik er mede te maken heb gehad is, dat ik voor postillon d'amour heb gespeeld, maar ik kan u verzekeren, dat deze heer er ons heel wat van zou kunnen vei- tellen. De dames klapten luide in de han den en riepen dat de geschiedenis verteld moest worden. Ik vond mijn roestand verre van prettig. Alles vertellen zooals het zich voorgedragen had, was onmogelijk, maar mij er van af te maken was even onmogelijk, te meer daar de opgewon denheid in den kring zoo groot werd, dat er.zich steeds meer luisteraarsom me heèn schaarden. Niet wetend wat te beginnen boog ik me over mevrouw de Brühl om haar te verzoeken mij te hulp te ko men, mair de hovelingen riepen dat ik er zoo niet afkwam, en elkander bij de.hand vattend, zoodat ik in een cirkel werd gesloten, zeiden ze ple gend dat ik er niet uitmocht voor ik alles had opgebiecht. Boven al dat lawaai trof me plotseling een stem, die me onaangenaam aandeed. W^ar had ik die stem meer gehoord? Ik keek op om te zien wie de spre ker was en wie schetst mijn verba zing, toen ik niemand anders aankeek dan den heer de Brühl, die met een woedend gezicht luisterde naar wat een vriend hem vertelde over hetgeen in onzen kring gesproken werd. Daar ik op dat oogenblik met mijn knieën tegen de stoel van zijn vrouw stond en hij onze ontmoeting op de trap wel scheen te herinneren, begreep ik, dat de man jaloersch was. Of hij er al zooveel van gehoord had dat hij vermoeden kon dat ik het was die freule de la Vire uit zijn handen had gered, dat kon'ik nog niet beoordeelen. Niettemin bracht zijn aanwezigheid me op een nieuwe gedachte. Ik kreeg plotseling lust hem te straffen en spoedig wist ik wat mij te doen stond. Toch wilde ik hem eerst nog een kansje geven. Ik boog me dus wederom voorover naar mevrouw de Brühl en verzocht haar, er niet verder op aan te dringen dat ik mijn avonturen zou vertellen maar daar ze zonder erbarmen was en de rest van het geselschap er steeds meer op aandrong, was ik dus wel verplicht om mijn plan ten uit voer te brengen. Met een gebaar beduidde ik, dat ik plan had om aan het algemeen ver zoek te voldoen en toen een van de dames luid uitriep dat er iets belang rijks zon komen, had zelfs de koning zich bij de luisteraars gevoegd. Wat is er. vroeg hij met veel beweging, terwijl hij een schoothondje in zijn armen gekaeld hield. Een nieuw schandaal Neen, sire, een nieuwe verteller; antwoordde mevrouw de Brühl. Als Uwe Majesteit er bij komt zitten, dan kunt u er ook van genieten, Hij kneep haar in het oor en ging in een stoel zitten, dien een page aan schoof. Wat? riep hij, is het waai» achtig de beschermeling van de Ran.* De plaatsvervangende presi dent van den Senaat, Jeannenin, maakte het resultaat der stemming bekend. De president stelde de vraag of bezwaren waren in te brengen tegen den uitslag. Aan gezien zulks niet het geval was, verklaarde hij: „Ik proclameer den senaatsvoorzitter, Lebrun, tot president der Republiek". De aanwezigen verhieven zich van hun zetels en juichten den nieuwgekozene hartelijk toe. De nieuwgekozen president der Republiek keerde, in gezelschap van Tardieu en geëscorteerd door een eere-garde, naar Parijs terug. Hij begaf zich naar het Elysée, teneinde zijn overleden voorgan ger de laatste eer te bewijzen. Aldus fungeerde Lebrun als onbestreden candidaat en gaat hij, de ruim 60-jarige, Doumer opvolgen als President derFran- sche Republiek. De taak van het nieuwe staats hoofd zeil geen gemakkelijke zijn, verzwaard als die wordt door de zorgvolle tijdsomstandigheden. Het optreden eener nieuwe regeering, met een programma, dat waarschijnlijk op vele punten zal afwijken van de tot dusver gevolgde politieke richtlijnen, eischt aanpassingsvermogen, maar dat heeft de nieuwe President in vorige functies bewezen in vol doende mate te bezitten. Hoe het komende Kabinet zich stellen zal tegenover het ontwa- peningsvraagstuk zal spoedig blijken. Bij voorbaat kan evenwel als vaststaand worden aangeno men, dat de starre houding, door Laval en Tardieu aangenomen, heeft uitgediend. Ook Herriot zal eischen stellen met betrek king tot de nationale veiligheid, daarvan kunnen we ons verze kerd houden, maar evenzeer zal hij genoodzaakt zijn concessies te doen aan zijn Kartelgenooten, de sociaal-democraten. Hetzelfde geldt ten aanzien van de aan staande herstelconferentie te Lau sanne, waarvoor de Europeesche solidariteit de inzet vormt. Uit dien hoek bezien kan de winst voor het Fransche linkerblok bij de stembus ook worden aange merkt als winst voor de Euro peesche samenleving. Paul Doumer was de 13e pre sident van de 3e republiek en het cijfer 13, dat volgens som migen ongeluk aanbrengt, komt ook voor in den verkiezingsdatum 13 Mei. De meeste Fransche presiden ten hebben de volle voorgeschre ven zeven jaren van hun ambtstijd niet uitgediend. 1. Adolphe Thiers legde in 1873 zijn ambt na een tijd van 2 jaren neer, tengevolge van een motie van wantrouwen. 2. Mac Mahon trad in 1879 af wegens de anti-monarchistische oppositie. 3. Jules Grévy bleef 7 jaren in het ambt, werd toen herkozen, moest zich echter na twee jaren terugtrekken tengevolge van ont hullingen over ambtsomkooping in zijn familie. 4. Sadi Carnot werd in 1894, kort voor het einde van zijn ambtsperiode, door den anarchist Caseri Santo met een dolk ver moord. 5. Casimir Périer legde één jaar na zijn keuze wegens be voegdheidskwestie het ambt neer. 6. Felix Faure werd, na vier jaren president geweest te zijn, door een beroerte doodelijk ge troffen in 1899. 7. Emile Loubet bleef de volle zeven jaar president van 1899— 1906. 8. Armand Fallières van 1906— 1913. 9. Raymond Poincaré van 1913 -1920. 10. Paul Deschanel trad eenige maanden na zijn verkiezing af, omdat zijn permanente regeerings- onbekwaamheid door de genees- heeren werd vastgesteld. 11. Alexander Millerand werd in 1924 na een regeeringsduur van vier jaren tot aftreden ge dwongen. 12. Gaston Doumergue bleef de volle zeven jaren aan het be wind tot 1931. bouillet. Maar wie heeft een don Juan in hem ontdekt. Er ontstond een verward geroep vanMevrouw de Brühl, zoodat deze dame haar lange blonde haren voor haar gezicht duwde en riep, dat iemand haar een masker zou brengen. Zoo, zeide de koning droog, ter wijl hij de Brühl, die er woedend uit zag, met koude oogen aankeek. Kom, begin maar. ik begon dus: Ik ben geen don Juan sire, maar iedereen kan wel eens iets zonderlings overkomen. Het ge beurde dus eens, dat een edelman, dien we Bromier sullen noemen, ineen stad aankwam, die op een honderd mijl afstand van Blois is gelegen. Deze Bromier had een jonge schoone vrouw bij zich, waarvan de zorg hem door haar ouders was opgedrfgen. Hij had haar mede naar zijn huis ge nomen, waaruit zij echter, toen hij zich even verwijderd haddoor een iist werd weggelokt door een anderen edelman, die verliefd op haar was. Toen Bromier terugkwam en be merkte dat de jonge vrouw verdwenen was werd hij wanhopig. Hij door kruiste de stad in alle richtingen, zocht haar op de onmogelijkste plaat sen en vulde de straten met zijn jam* merklachten. Langen tijd was alles tevergeefsch, totdat zijn goede genius hem naar een zekere straat bracht, waar iets onbegrijpelijks gebeurde. Hij vond namelijk een fluweelen strik, waarop de naam van de schoone stond en waar bovendien op geborduurd wast „Te hulp 1" Wel allemachtig t riep de koning, terwijl een gemurmel van verrassing in den kring opging. Dat is een merkwaardige gaschledenia. O* voort mijnheer. Qa voort mpheer en we zullen van uw twintig mannen er vijf en twintig maken I Bromier, ging ik voort, had bij 't vinden van den strik de meest te genstrijdige gevoelens, want hoewel hij een spoor van de dame gevonden had was het toch niet meer dan een aanleiding om uit te vinden waar ze zich op zou houden. Hij besloot dus het huis te orderzoeken, waarvoor hij den strik gevonden had. Toen hij op de tweede verdieping terechtkwam en de deur van de kamer opende, onder welks venster de strik had gelegen, vond hij daar een dame op een rust bank liggen, die verschrikt overeind sprong, toen hij binnenkwam. Hij haastte zich om haar gerust te stellen en haar de reden van zijn bezoek mede te deelen en uit het gesprek dat er volgde en dat ik Uwe Majesteit zal besparen, bleek, dat de dame den strik ergens op straat had gevonden en dat ze dien nu weer uit het raam had gegooid. Waarom viel de koning mij in de rede. De edelman, sire, antwoordde ik, was te veel in beslag genomen door zijn eigen moeilpheden om daar naar te vragen, maar toen hij het huis verliet stond hij voor een nieuwe moeilijkheid, want terwijl hij de trap afliep kwam hij den echtgenoot van de dame tegen. Uitstekend, riep de koning, in da handen wrijvend, en er ging zoo'n gelach op. dat de luide kreet, dien de heer de Brühl eensklaps uitstiet, niet werd opgemerkt, (Wor4t vètvolgr!) AXELSCHEffi COURANT.

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1932 | | pagina 1