Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen Een moeilijke taak. No. 4. DINSDAG 12 APRIL 1932 4Se Jaarg. J. C. VINK - Axel. Buitenland. FEUILLETON. Dit blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 maanden 75 Cent; franco per post 1 Gulden. Afzonderlijke Nos. 5 Cent. DRUKKER-UITGEVER Bureau Markt C 4. Telef. 56. - Postrek. 60263. ADVERTENTIËN van 1 tet 5 regels 60 Cent; voor eiken regel meer 12 Cent. Qroate letters werden naar plaatsruimte berekend. Advertentiën werden franc» ingewacht, uiterlijk tot Dinsdag- en Vrijdagvoormiddag 11 ure. De Donaaconferentle. Er is weer eens een conferente mislukt. „Vom Westen nichts neues" zouden we kunnen zeg gen. Het resultaat van conferen ce's is in den regel beter voor de hotel-exploitanten dan voor de zaken waarom het heet te gaan. De Donauconferentie is een treu rige mislukking geworden, als gevolg van slechte voorbereiding, onderling wantrouwen, naijver en machtsbewustzijn. Want zoo ooit, dan is ook nu bewezen, dat een bijeenkomst van de voormannen van Europa's vier grootste mo gendheden hoe nuttig persoonlijk contact moge zijn, een degelijke voorbereiding noodig is. De toe stand, waarin Europa op 't oogen- blik verkeert, eischt vlug hande len. Maar vlug is niet synoniem met overijld. Er staan te veel belangen op 't spel, de tegenstel- linger. zijn te groot en't egoïsme komt al te gauw om den hoek kijken. Niet, dat steun, verleend aan de Donaulanden, als 'n daad van zuiver altruïsme behoeft te wor den beschouwd. Alle andere staten van Europa hebben er het grootste belang bij, dat de eco nomische bloedarmoede, die in Hongarije en Oostenrijk een ver gevorderd stadium heeft bereikt, genezen, wordt. Echter niet zóó dat weer andere, toch niet al te florisante staten, er een deuk door krijgen. In dat verband geeft het te denken, aldus schrijft de „Avp.", dat Tardieu, bij 't lanceeren van zijn plan, een der meest belang hebbende landen, dat bovendien onmisbaar is bij de genezing van de Donau-staten, moedwillig op de mat liet staan, 't Lag geheel in de lijn van de leuze, dat, wil Frankrijk bloeien en machtig blijven, Duitschland klein gehou den moet worden. De angst voor de concurrentie der Duit- sche industrie is 'n ware nacht merrie geworden. Hier staat tegenover dat Duitschland het aangewezen land is, om de land bouwproducten der Donaustaten af te nemen. Dit is de kern van de zaak, economisch gesproken. Financiëele steun van Frank- rijk's zijde gaat niet, als het grootste débouché voor de Do naustaten gesloten blijft, of on machtig om te koopen. Dit ar gument weegt even zwaar als de bezorgdheid der Engelsche en Italiaansche regeeringen over het streven van Frankrijk om de he gemonie in Europa te veroveren en te consolideeren. Ook de door Tardieu voorge stelde voorkeurtarieven tusschen de Donaustaten onderling, zou den voor Duitschland en, hoewel in mindere mate, tevens voor Italië, een belangrijke verminde ring van hun export beteekenen. Dit alles en de omstandigheid, dat Frankrijk en Engeland ten onrechte meenden hun wil wel aan de Donaustaten, van welke er drie niet in vertwijfelden eco- ncmischen toestand verkeeren, zoodat zij 't desnoods zonder den voorgestelden bond kunnen bol werken, konden opleggen, leidde tot jammerlijke mislukking. Jam merlijk, omdat een zoo groot :ïasco van de regeeringen der grootste Europeesche mogend heden, allerwege het vertrouwen den bodem inslaat. MacDonald lijkt medeschuldig aan 't droeve resultaat. De voor besprekingen tusschen Frankrijk en Engeland moesten kwaad bloed zetten en wantrouwen wek ten bij Italië en Duitschland, die niet ongestraft als tweederangs- mogendheden behandeld mogen worden. Tardieu's weigering om, reeds thans de betrokken Donau staten tot besprekingen uit te noodigen, was teekenend voor den geest, waarin de hulp ver leend zou worden. Gezwegen nog van het feit, dat verscheidene kleinere mogendheden zeer groote belangen hebben bij den import in de Donaulanden. Deze telden absoluut niet mee. Hoe Mac Donald onder deze omstandig heden in 't schuitje, door Tardieu bestuurd, meende te moeten plaats nemen, is raadselachtig. Tenzij ook hem de blik beneveld is door 't bewustzijn, dat, zoodra Enge land en Frankrijk 't over een zaak eens zijn, de rest van de wereld ja en amen heeft te knikken. De besprekingen zullen nu te Qenève worden voortgezet. In een atmosfeer van wantrouwen, zelfzucht, machtsbewustzijn en de kortzichtigheid, die 't onvermijde lijk gevolg van deze tekortko mingen is. De fascistische pers in Italië neemt het mislukken der confe rentie betrekkelijk rustig op, doch verklaart, dat de negatieve hou ding van Frankrijk de overeen stemming heeft verhinderd. Het Fransche plan is niet uitvoerbaar. Daartegenover staat eenige over eenstemming tusschen Italië, En geland en Duitschland, nadat Engeland, zij het ock aan het einde, partij heeft gekozen voor het Italiaansche standpunt, Het is gebleken, dat het door de Fransche pers aangekondigde Fransch-Engelsche blok niet be staat. Italië, aldus schrijft het officieuse „Giornale d'Italia" o.m., heeft reeds van te voren opge stelde plannen van andere mo gendheden niet kunnen aannemen. Bovendien is de doelmatigheid dezer plannen voor de Donau landen twijfelachtig.» Italië heeft er derhalve op aangedrongen, dat aan de conferentie der Donau staten ook die staten zullen deel- uemen, welke de belangrijkste betrekkingen hebben met het Donau-bekken. De financiën' in Amerika. De Amerikaansche schatkist verkeert eveneens in moeilijk heden de begrooting is niet in evenwicht en sluit vermoedelijk voor het loopende jaar met een deficit van 2 milliard dollarhet volgende fiscale jaar wordt zelfs nog somberder ingezien en in tegenstelling met Engeland, waar alle standen zich eensgezind rond de nationale Regeering schaarden om Engeland er boven op te helpen, bespeurt men in Amerika een politieke verwording, die zijn schaduw op den economischen toestand werpt. De Hooverlaan- sche saneerings-maatregelen wer den verworpen en nieuwe belas ting-objecten werden ingediend die niet voldoende waren om het geheele tekort te denken. Van daar, dat het Amerikaansche finan ciëele staats-apparaat gedesorga niseerd iszoolang men niet bij machte is om een sluitende be grooting te maken, zoolang zal het wantrouwen in den dollar blijven bestaan en wellicht zich verscherpen. Buitenlandsche saldi worden weer teruggenomen, ter wijl de moeilijkheden niet te over zien zouden zijn, wanneer in het binnenland het hamsteren van goud en federal-reserve-biljetten weer zou gaan beginnen. Voegt men daarbij het kwijnende be drijfsleven van een voorjaars opleving, een gewoon verschijnsel in normale jaren, is niets te be merken geweest de dividend reducties en dividend-passeerin gen, dan behoeft het niet te ver wonderen, dat Wallstreet staag dalende koersen blijft seinen. De aandeelen zijn opnieuw op een laagte-record gekomen en niets doet vermoeden, dat deze deflatie-bewegifig spoedig zal kunnen worden gestopt. Boven dien verkeeren de groote steden eveneens in financiëele zorgen, om het woord moeilijkheden" niet te gebruiken. Hoe de Amerikanen eruit zul len kunnen komen, laat zich nog niet bepalen en wij hellen over naar de meening, dat het defla- tieproces nog lang niet geëindigd is, zoolang ten opzichte van pachten, huren loonen, financi- eele schulden geen saneering heeft plaats gevonden. Men moet bedenken dat de koopkracht van het geld belangrijk gestegen is en het inkomen gedaald. Een schuld, enkele jaren geleden aan gegaan, toen het geld veel min der koopkracht had, beteekent op het moment een verplichting, die heel wat grooter is dan des tijds. Het nakomen van derge lijke verplichtingen is voor velen een onmogelijkheid en zoo lang niet duidelijk wordt ingezien, voornamelijk bij de geldschieters, de verpachters, de hypotheekge vers, dat het destijds uitgeleende nu een veel grootere waarde heeft dan vroeger en zoolang men dus geen faciliteiten wil toestaan, zoolang zal het natuur lijke saneeringsproces doorgaan toenemende faillissementen, stij gende executoriale verkoopen. En dit zal eerst kunnen eindigen, wanneer óf gezond economisch denken zich baan gebroken heeft, óf wanneer door noodmaatrege len aan dezen niet gewilden toestand een einde is gemaakt. Hetzelfde proces heeft ook in Amerika plaats. De staal-nijver- heid werkt op het lage niveau van 22 pCt. der capaciteitor ders stroomen nagenoeg niet binnen, omdat het bedrijfsleven stagneert vanwege de gedaalde koopkracht. Het crediet-apparaat moet eerst grondig worden schoon gemaakt, alvorens van een ople ving sprake zal kunnen zijn. Hindenburg herkozen. Zondag heeft in Duitschland de tweede stemming plaats gehad voor de verkiezing van den Rijks president. Bij deze stemming werden uit gebracht 36.493.189 geldige st., waarvan op Hindenburg 19.359.642 Hitier 13.417.460 Thalmann 3.705.898 Hindenburg is dus herkozen als Rijkspresident. Op een avond echter, dat ik met Kom, kom, zeide ik, soo lang ei leven ts, is er 'hoop, laten we Uit den voorloopigen offici- ëelen uitslag blijkt, dat er minder druk gestemd is dan bij de eerste stemming op 13 Maart. Het stemmenaantal van de com munisten is, vergeleken met 13 Maart, met 1.276 809 achteruit gegaan. De grootste winst bij deze tweede stemming was voor de Nazi's. Hitier toch verwierf 2.078.175 st. meer dan op 13 Maart, terwijl Hindenburg slechts 708.912 st. meer kreeg. Zoowel van de zijde der aan hangers van Hitier als van Hin denburg is de laatste week de (Wordt vervolgd») AXELSCHE® COURANT 26) Ik weid er tamelijk onverschillig onder, zoodat ik, zonder een woerd te zeggen, naar boven ging om den strik te halen en hem haar terugbracht. Ik geloof wel dat ze zich in dien tus- schentijd den dag herinnerde, dat zij er mij mede te hulp had geroepen, want ze nam hem ten minste met een geheel veranderd gezicht aan. Ze aarzelde en hield het ding een oogenblik in haar handen alsof ze eigenlijk niet goed wist, wat er mede te beginnen. Ongetwijfeld dacht ze aan het huis in Blois en aan het ge vaar waaraan ze was blootgesteld ge weest. Ik vond het wel goed dat ze er eens over nadacht hoe onvriende lijk ze zich tegenover mij gedroeg en keek haar strak aan. De gouden ketting, welke u bj mijn moeder hebt achter gelaten, zeide ik koel kan ik u niet dade lijk teruggeven, daar ik die beleend hebmaar ik zal haar zoo gauw teruggeven, als ik kan. Hebt u die beleend vroeg ze. Ja, freule, om een paard te koo pen, dat me hierheen zou brengen, antwoordde ik droog. Maar het ding zal ingelost worden, dat beloof ik u. Maar er is iets anders, waarom ik u zou willen vragen. Wat? vroegte,sichzelfeentgzlns moeilijk herstellend. De gebroken Carolusgulden, dien U hebt. zeide ik. Het teeken, bedoel Iki U hebt er niets aan, want uw vijanden hebben de andere helft, maar mij zon het nog van dienst kunnen zijn. Hoe vroeg ze nieuwsgierig. Omdat ik den een of anderen dag den houder van de andere helfi zou kunnen vinden, freule. En wat dan Ze keek me met half geopende lippen en flikkerende oogen aan. Wat dan, als u fien houder er van gevonden heb', mijn heer de Marsac Ik haalde mijn schouders op. Bahriep ze op den grond stampend, terwijl ze haar vuist balde in een aanval van woede, waarvan ik niets begreep. Dat is net iets voor ut Dat is mijnheer de^Marsac heele- maal. U zegt nuts en de menschen denken niets van u. U gaat met uw hoed in de hand en ze trappen op u. Ze spreken en u zwijgt. Wil ik u eens wat zeggen Als ik een zwaard kon hanteeren zooals u, dan zou ik tegen over niemand mijn mond houden en ik zou eischen dat iedereen den hoed voor mij afnam, behalve natuurlijk de koning van Frankrijk. Maar enfin, gaat u maar heenhier is uw munt. Neem aan en ga weg. Stuur me nu gauw dien jongen van u om mij wat gezel schap te houden. Hij heeft tenminste hersens; hij is jong! hij is een man en hij heeft een ziel, hij heeft gevoel al is hij maar student geweest. Het griefde mij diep op zoo'n wijze weggestuurd te worden. Ik ging naar Simon, dien ik naar haar toestuurde, ofschoon ik het een onaangename boodschap vond en te meer, toen ik het gezicht van des jongen zag op lichten, toen ik haar naam uitsprak. Klaarblijkelijk scheen se hem in den zelfden toestand van woede ontvangen te hebben, te oordeelen tenminste naar de wijze, waarop hij een oogen blik later weer terug kwam. Toch maakte freule de la Vire het tot een gewoonte oin zich meei en meer met hem op te houden. Waar mijnheer en mevrouw de Rosny zeer in elkander opgingen was er niemand, die haar op het verkeerde daarvan kon wijzen. Ik kende haar trotsch karakter en ik was mei bang voor haar, maar het speet me dat zij het hoofd van den jasgen op hol zou brengen. Verscheidene malen was ik van plan er haar over te spreken, maar eigenlijk ging het mij niet aan en bo vendien bemerkte ik gauw dat ze mijn misnoegen voelde, doch er geen steek om gaf. Toen ik nl. op een morgen waagde een toespeling er op te maken, dat ze haar ondergeschikten niet humaan behandelde en dat ik haar egoïste manier van optreden voor een zoo hoog geplaatst iemand niet passend vond, antwoordde ze lachend Vindt u dan dat ik niet aardig tegen Simon Fleix ben Ik kon hier niets op zeggen en haalde zuchtend mijn schouders op. Ondertusschen kwamen er dagelijks berichten binnen, die de Rosny op de hoogte hielden van wat er in Frank rijk voorviel. Zoo hoorden we van het gevaar, waarin La Qanache (de be velhebber van het leger) verkeerde en de poging, die de koning van Navarre deed om hem te hulp te komen. De heer de Rosny vertelde mij al deze dingen zonder terughouding. Hoe deze berichten hem bereikten weet L< niet, want zelden kwamen er renboden bij hem aan. i en van zijn mannen van de jacht te. Bekwam, zag ik een vreemd paard in den stal sttan, dat klaarblijkelijk hard had geloopen en een lrngenweg had afgelegd. Ik vernam, dat het iemand was, die juist van Blois was gekomen en die een onderhoud met den baron had. Daar zoo iets, zoo lang ik op het slot vertoefde, nog niet was voorgevallen, maakte het mijn nieuwsgierigheid gaande. Ik wilde dit echter niet toonen en liep dus den tuin in. ik had echter nog slechts een paar passen gedaan, toen een page naar me toekwam en mij verzocht bij zijn meester te komen. De Rosny liep in zijn werkkamer op en neer met zoo'n verwilderd ge zicht, dat ik er van schrikte. Het hart zonk me in de schoenen, toen ik me vrouw in haar stoel zag zitten huilen Ik begreep dat er iets vreeselijks ge beurd moest zijn. Het werd donker en men bracht een lamp binnen. De Rosny wees koitaf naar een klein stukje papier, dat op taftllagen zijn gebaar gehoorzamend nam ik tut op en las de weinige woorden die er op stonden ,,Hij is ziek en zal zeker sterven. „Hij is twintig mijl Zuidelijker dan la „Qanache. Kom in ieder geval. P.M." Wie is er ziek? De Rosny wendde zich tst mij, ter wijl de tranen langs zijn gezicht vloeiden. Er is maar een h ij voor mij t riep hij uit. Dat hij gespaard moge blijven voor Frankrijk, dat hem zoo noodig heeft en voor mij, die hem innig liet heeft. Spaar toch zijn leven 1 HQ viel achterover op zijn stoel, gebroken van verdriet. dus den moed nog niet opgeven. Hoop Ja, mijnheer de Rosny, hoop, antwoordde ik met meer opgewekt heid. Zijn tijd is nog niet gekc- men, hij heeft een taak te volbrengen. Hij is uitverkoren, geroepen en geko zen Men zal hem niet wegnemen, voordat hij zijn werk volbracht heeft, U zult hem wedeizier. U zult hem helpen I Bedenk dat de koning van Navarre een sterk gestel heeft en zon der twijfel in goede handen is. In die van de Mornay zeide de Rosny, met iets van naijver in zijn oogen. Tot mijn genoegen scheen het of mijn geruststellende woorden indruk op hem maakten, want van af dat oogenblik scheen hij zich bij den toe stand neer te leggen. Hij begon met voorbereidende maat regelen in verband met zijn tocht naar het zuiden, en verzocht mij hem te vergezellen, daar hij mQ, zooals hij zeide, noodig had. Het gevaar dat er aan verbonden was om zoo gauw na alles wat er gebeurd was naar het zuiden terug te keeren, waar de wraak van Turenne mij wachtte, deed me even onbehagelijk aan. Maar de Ros ny scheen hier niet aan te denken en begon zich met een ijver klaar te maken alsof hij geen geliefde vrouw achterliet. Ik bewonderde den moed, waarmede mevrouw de Rosny, terwille van het geluk van Frankrijk, afscheid van haar man nam toen het uur van vertrek geslagen was. Ook verwonderde mij de hartelijkheid van freule de la Vjr| tegenover haar in hooge mate.

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1932 | | pagina 1