Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaa li deren No. 3. VRIJDAG 8 APRIL 1932 48e Jaarg. J. C. VINK - Axel. FEUILLETON. Een moeilijke taak. Dit blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 maanden 75 Cent; franco per post 1 Gulden. Afzonderlijke Nos. 5 Cent. DRUKKER-UITGEVER ADVERTENTIÈN van 1 tot 5 regels 60 Centvoor eiken regel meer 12 Cent. Groote letters worden naar plaatsruimte berekend. Advertentiën worden franco ingewacht, uiterlijk tot Dinsdag- en Vrijdagvoormiddag 11 ure. Crediet geven door neringdoenden. Een belangrijk en dikwijls las tig vraagstuk voor den zakenman is het geven van crediet door neringdoenden aan particulieren. Zonder twijfel is de geheele han del op crediet gebaseerd, maar het valt dikwijls heel moeilijk de juiste grens te bepalen, waartoe men kan gaan. Hoeveel zaken verkeeren nfet in moeilijkheden, alleen doordat zij „te veel geld onder de men- schen hebben zitten"is niet menig bedrijf ten gronde gegaan, doordat het geld voor de wissels „vast zat" en de clientèle niet kon of wilde betalen? Ook het verkoopen op afbetaling brengt bezwaren met zich, zoodat wij niet te veel zeggen, als wij het crediet geven door winkeliers, ambachtspatroons e.a. een bran dend vraagstuk van dezen tijd noemen. De heer A. B. de Jong, pen ningmeester der 's Gravenhaag- sche Winkeliers-vereeniging en lid van de Kamer van Koophan del en Fabrieken, heeft in een te 's Graver.hage gehouden vergade ring gesproken over het onder werp „Is beperking van het cre diet geven door neringdoenden gewenscht Onder de talrijke aanwezigen bevonden zich verscheidene leden van de Kamer van Koophandel en Fabrieken en bestuursleden van middenstandsorganisaties. De moeilijkheden aldus spr. bij het crediet geven zijn ten gevolge van de uitbreiding van het huurkoopsysteem van anderen aard geworden dan voorheen. De mentaliteit van het publiek is ook zeer veranderdmen maakt er tegenwoordig geen ge heim meer van, dat men op cre diet gekocht heeft, men vindt het zelfs heel gewoon, beschouwt het eer als een recht dan als een gunst. Bij de beoordeeling moet men vooral onderscheid maken tusschen crediet voor consump tieve en voor productieve doel einden tegen het laatstgenoemde zu'len de minste bezwaren be staan. Een enquête, welke spr. on langs onder een aantal vooraan staande Haagsche zaken heeft gehouden, versterkt de meening, dat men thans, ook in verband met huurkoop en afbetaling, tot een oplossing moet zien te komen. Vrij algemeen wordt erkend, dat de soliditeit van de koopers achteruitgegaan is. Spr. besloot zijn rede met de volgende stel lingen 1. Algemeen wordt reeds jaren lang erkend, dat het voor den handeldrijvenden en industrieelen middenstand van belang is het te geven crediet zooveel mogelijk te beperken, terwijl ook het maatschappelijk belang daarmede in hooge mate is gediend. 2 Tot dusver is zeer veel ge zegd en geschreven om op die beperking aan te dringen, echter nog steeds zonder een positief resultaat, zonder een vastgesteld werkplan. 3. Als oorzaak hiervan is aan te nemen het feit, dat geen con sequente afschaffing is aan te bevelen en er evenmin grenzen te trekken zijn, terwijl organisa torisch geen bindende afspraken zijn te maken. 4. Een algemeene propaganda zoowel in als buiten den midden stand ter bevordering van con tante betaling en beperking van het geven van crediet door ne ringdoenden, blijkt het eenige middel, dat kan worden toege past. 5. Deze propaganda moet ech ter landelijk zijn en dus uitgaan van den Kon. Ned. Middenstands bond, zoo mogelijk in samen werking met de confessioneele bonden, en kan samengaan met de te verwachten actie tegen huurkoop en afbetaling. binnenland. Koningin en Prinses naar Bodegraven. Dinsdag heeft H.M. de Konin gin vergezeld van H.K.H. Prinses Juliana, een bezoek gebracht aan de wekelijksche kaasmarkt te Bo degraven. Reeds om half negen arriveerden de vorstelijke perso nen. De burgemeester heeft de <oninklijke Familie op de markt ontvangen, waar de hooge be zoeksters geruimen tijd tusschen kaasboeren en kooplieden toefden. Staande tusschen twee kaas wagens, had H.M. een langdurig onderhoud met den landbouwer W. Boer, bij wien ze met bij zondere belangstelling informeer de naar de huidige toestand in het zuivelbedrijf. De heer Boer, hoofdbestuurder van de Holland- sche maatschappij voor Land bouw, gaf H.M. op al hare yra- gen antwoord Hierna werden in het beursgebouw eenige ver- verschingen gebruikt en hebben TM. en H.K.H. een onderhoud gehad met 3 kaashandelaren-ex porteurs en twee landbouwers. In het bijzondere informeerden de hooge bezoeksters naar de moeilijkheden van den handel. Het bezoek duurde anderhalf uur. Vervolgens werd ?en bezoek gebracht aan een kaaspakhuis aan de Nieuwstraat. Te 10 uur vertrokken de Ko ningin en de Prinses per auto naar Gouda, waar zij nog enkele pakhuizen zouden gaan bezoeken. Nederland en België. Het antwoord van minister Beelaerts van Blokland over de Nederlandsch Belgische onder handelingen, die in de Eerste Kamer ter sprake zijn geweest, heeft, volgens de Brusselsche cor respondent in sommige Belgische kringen, waar men zich den laatsten tijd met de hoop op een spoedige regeling van de Neder landsch—Belgische kanaalvraag stukken meende te mogen vleien, heel wat ontgoocheling teweeg gebracht. Deze ontgoocheling bleek vooral sterk te zijn te Gent, waar men sedert eenigen tijd niet meer aandrong op het voeren van aparte onderhandelingen met Ne derland betreffende het bouwen van een nieuwe zeesluis te Ter Neuzen, daar men verwachtte, dat deze kwestie na het bereiken van een principieel accoord over het kanaalvraagstuk tusschen Brussel en Den Haag, automatisch haar beslag zou hebben gekregen. De burgemeester van Gent heeft Zaterdag tot de vertegenwoordi gers der plaatselijke pers gezegd, te willen hopen, dat de Belgische regeering bij de aanstaande onder handelingen over een handels verdrag met Nederland en een progressieve regeling van de nog hangende punten, de kwestie van het regime van het kanaal van Terneuzen en het bouwen van een nieuwe zeesluis aldaar, op het voorste plan zou brengen. Stappen in die zin zullen de volgende week bij de regeering te Brussel worden gedaan, daar de stad Gent het dringende vraag stuk der zeesluis desnoods los van de andere Nederlandsch- Belgische kwestie wil zien be handeld en tot een goed einde gebracht. Het Terlies Tan de Ned. BaDk. Aan het Voorloopig Verslag der Tweede Kamer over het wets ontwerp tot dekking van het verlies van de Nederlandsche Bank geleden in het boekjaar 1 April 1931—31 Maart 1932 wordt ontleend Vele leden hadden gemeend te mogen verwachten, dat de Re geering deze gelegenheid zou hebben aangegrepen om de Sta- ten-Generaal en het Nederland sche volk volledig in te lichten, niet alleen omtrent de verliezen, die ir. dit boekjaar door de Ne derlandsche Bank geleden zijn, maar ook omtrent de bankpolitiek die daartoe heeft geleid en al hetgeen vóór en na 21 September 1931, door het Bankbestuur en in verband daarmede door de Regeering is gedaan. Inplaats daarvan heeft de Regeering zich in de Memorie van Toelichting er toe beperkt, eenvoudig mee te deelen, dat de Bank 28,5 a 30 millioen heefl verloren, zonder met één woord in te gaan op de diepere oorzaken van dit ontzag lijke verlies. Algemeen was men van meening, dat de Kamer in staat gesteld moet worden zich op grond van uitvoerige inlich tingen een oordeel te vormen over de oorzaken van het ge leden verlies en het beleid, dat daartoe heeft gevoerd. Door verscheidene leden werd herinnerd aan de twee tegen strijdige communiqué's op 27 September en 29 November 1931 door de Nederlandsche Bank uit gegeven. Is zoo werd algemeen ge vraagd door de Bank of Eng land inderdaad eenige toezegging gedaan, of was de veronderstel ling in de mededeeling van 27 September geheel uit de lucht gegrepen Er wordt gezegd, dat de directie van de Bank of Eng land niet alleen mondeling zou hebben verklaard, dat de Neder landsche Bank geen verlies zou lijden op haar ponden-bezit maar dat deze verklaring ook op schrift gesteld zou zijn en dat de Bank of England door officiëele tus- schenkomst zou hebben getracht dit stuk wederom in haar bezit te krjjgen. Gaarne zou men weten, wat van dit alles waar is. Al zijn ook andere circulatie banken de dupe geworden van het loslaten van den gouden standaard door Engeland, zoo is het toch opmerkelijk, dat de Zwit- sersche Nationale Bank zich tijdig van haar ponden heeft weten te ontdoen. Deze heeft klaarblijke lijk een veel voorzichtiger politiek gevoerd dan de Nederlandsche Bank. Sommige leden meenden, dat de Bank door het aanhouden van een buitenlandsche wisselporte feuille van grooten omvang buiten haar eigenlijk gebied komthaar taak is te zorgen voor een goede geldcirculatie, niet het behalen van winst. Naar de meening van verscheidene leden is de geheele tegenwoordige opzet van de Bank verkeerd haar politiek is in de laatste jaren uitsluitend gericht geweest op het behalen van zoo groot mogelijke winsten. Dit mag echter niet het doel zijn eener circulatiebank. AXELSCHE COURANT Bureau Markt C 4. Telef. 56. - Postrek. 60263. 25) Hij scheen mijn gedachten te lezen, want terwij! ik voor haar boog, haar dankend voor de vriendelijke wijze, waarop ze mij ontving, kneep hij haar vroolijk in het oor en zeide: Als u een goede raadsvrouw noo- dig hebt, mijnheer de Marsac, wees er dan van overtuigd, dat u met deze wel zou kunnen opschieten. Hij sprak in scherts en doelde alleen op de zijne. Maar daar ik werktuige lijk de richting uitkeek, die hij aan wees, zag ik jonkvrouw de la Vire, die aan mijn rechterzijde stond, on willekeurig in de oogen. Ik weet niet meer of zij de wenk brauwen optrok of dat ze bloosde, maar dit was ztker, dat ze mijn blik met een zeer onaangenaam lachje be antwoordde. Zij keerde mij den rug toe en verliet plotseling het vertrek. Op die wijze bleef er weinig over van den aangenamen indruk, welken ik een oogenblik te voren van haar ge kregen had. HOOFDSTUK XII. Den volgenden morgen bracht me weer de aangenaamste verrassingen Toen ik ontwaakte vond ik naast den stoel, waarop mijn kleeren lagen, een beuts met honderd kronen. Boven dien kwam er dadelijk een bediende naar me toe om te vragen of ik Iets noodig had. Eerst toen ik mijn oogen goed geopend had, herkende ik in hem Simon Fleix, die gekleed was op de zelfde wijze als Maignan. Ik moest den student meer dan eens bekijken, voor ik kon gelooven dat hij het was, en ik was verbaasd over de verande ring, die er met hem had plaats ge grepen. Ik wreef mijn oogen uit en vroeg, wat hij met zijn studentenjas gedaan had. Voor altijd afgelegd, mijnheer de Marsac, zeide hij kortaf. Ik zag dat hij, behalve het kleed, meer moest afgelegd hebben. Hij was minder bleek, minder schuw dan vroeger. Slechts had hij nog dat vreemde licht in zijn oogen, dat duidde op een zenuwachtigen geesf. Wat ben je dan van plan te gaan doen, Simon Ik ben soldaat geworden, ant woordde hij, en wil den heer de Marsac overal volgen. Ik lachte. Dan heb je maar een armen meester gekozen, vrees ik. Bo vendien is het een baantje waarin je de kans loopt gedood te worden en ik dacht dat je daar niet bijster op gesteld waart? Hij antwoordde niets. Heb je daar dan nog niet over gedacht Natuurlijk, zeide hij. Ik was buiten mezelf van verbazing en wachtte de komst van de Rosny af, om hem naar het voorgevallene te vragen. lk begtijp er niets van, zeide ik, toen ik Simon in Blois ontmoette, was hij nog student en nu wil hij me volgen als soldaat. De Rosny glimlachte. Ik geloof toch dat het hem ernst is. Ik heb er lang met hem over gesproken en de indruk) dien ik gekregen heb, is dat hij niets liever wil dan dat) Ik dacht er niet verder over na en gaf me geheel en al over aan de be- liagelijke rust in het huis van de Rosny. ik genoot van de weelde, die ik zoo lang had moeten ontberen. Ook deed het mij goed, iemand gevonden te hebben als mevrouw de Rosny, wie ik alles van den dood van mijn lieve moeder kon vertellen en dan de aangename omgang met een man als de Rosny. We brachten onze dagen door met jsgen of paardrijden en zaten's avonds um het vuur van den haard, terwijl we gesprekken voerden over den toe stand van het landwant de Rosny was buitengewoon op de hoogte van alles wat op Frankrijk betrekking had. Hij koesterde den vurigen wensch, dat schoone land tot groote ontwikkeling te brengen. Er was slechts één ding, dat een schaduw wierp op die gelukkige dagen en dat was de houding van jonkvrouw de la Vire tegen mij. Haar betuigingen van dankbaarheid, die ze op den eer sten avond geuit had, waren echt, daaraan behoefde ik niet te twijfelen, want niet alleen haar woorden, maar de wijze waarop de Rosny mij tege moet kwam. duidde er niet anders op dan dat ze zich met de grootste erkentelijkheid over mij had uitgelaten. Maar daar ik haar nu wederom als de freule de la Vire beschouwde, die ik in de vertrekken van den koning had aangetroffen en die me daar zoo min achtend voor den gek had gehouden, hield ik me steeds op gepasten afstand en richtte slechts het woord tot haar, wanneer het in onze gesprekken te pas kwam, Ik deed dit niet u t ge kwetsten trots, maar eenvoudig omdat ik dacht, dat ze me nog altijd als dien armen edel-nan zou beschouwen, waar boven ze zich hoog verheven voelde. Deze bescheiden houding in acht nemend was ik dus wel verbaasd toen ik merkte dat haar beleefdheid ten op zichte van mij er hoe langer hoe min der op werd. Na de twee eerste dager, toen ik opmerkte dat ze heel stil was en slechts zelden tot me sprak, had ze weer die oude minachtende hou ding van vroeger aangenomen. Dit kon mij weinig schelen, maar ze ging verder en begon te praten over het geen aan het hof te St Jean Angely gebeurd was en zei dat ik zoo'n treu rig figuur geslagen had. Telkens maakte ?ij hatelijke toespelingen op mijn armoede en vertelde aardigheden, die haar vrienden ten koste van mij gedebiteerd hadden. Ze was onuit puttelijk in grappen erover en legde het er op toe mij te kwetsen, zoodat mevrouw de Rosny menigmaal het bloed naar de wangen steeg. Over den tijd, dien we samen door gebracht hadden, zeide ze nooit iets. Op een middag echter ongeveer een week na mijn aankomst te Rosny, vond ik haar alleen in de ontvangka mer zitten. Ik wist niet dat ze daar was en ik trok me dan ook dadelijk verontschuldigend terug. Ze hield me echter met een booze beweging tegen en van haar stoel opspringend, zeide ze met een hoog roode kleurMijn heer, ik bijt niet 1 Waarom kijkt u mij zoo vreemd aan Wilt u wel geloo ven, mijnheer de Marsac, dat ik geen geduld meer met u heb, en ze stampte woedend met haar voetje op den grondi Maar freule, stamelde ik verlegen, riet begrijpend wat ter wereld zij be doelde Wat heb ik gedaan Gedaan, herhaalde «e woedend. Gedaan, het is niet om wat u ge daan hebt, maar om wat u bent. Ik heb geen geduld met u. Waarom bent u zoo saai, mijnheer, waarom zoo neerslachtig? Waarom hebt u uw buis scheef aan en zijn uw haren zoo stijl Waarom spreekt u tegen Maignan op een toon alsof hij een edelman was Waarom kijkt u altijd zoo ernstig, alsof de geheele wereld een kerkgang is Waarom, waarom vraag ik u Ik stond buiten mezelf van verba zing. Ze zag er in haar woede en trots zoo buitengewoon mooi uit, dat ik haar slechts ken aanstaren en me er over verwonderde hoe ze tot dit alles kwam. Wel riep ze ongeduldig, hebt u dan niets te zeggen Hebt u geen tong Hebt u geen wil van u zelf, mijnheer de Marsac Maar frenle, begon ik eindelijk. Stil, riep ae uit, mij het woord alweer ontnemend. U hebt nog een fiuweelen strik van mij, mijnheer, geef me die terug. Die is in mijn kamer, antwoordde ik stom van verbazing. Maar haal hem dan, mijnheer, be gon ze weer met vlammende oogeni Haal hem dan, haai hem dan, zeg ik u. Het ding heeft zijn diensten gedaan en ik zou het liever terug hebben. Wie zegt me, dat u het ding op een goeden dag niet door zoudt laten gaan voor een liefdesaandenken Freule I riep ik heftig, en Ik ge» loof dat ik op dat oogenblik erg boos was. Ik zou het zoo graag terug het* ben. zeide ze onwillig, teiwijl ze haar oogen neersloeg, (Wordt Tttrvcigd»)

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1932 | | pagina 1