Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch- Vlaanderen. Een taak voor onze Jnstitie. No. 92. VRIJDAG 26 FEBRUARI 1932 4^e Jaarg. FEUILLETON. Een moeilijke taak. Raadsverslag. J. C. VINK - Axel. Dit blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 maanden 75 Centfranco per post 1 Galden. Afzonderlijke Nos. 5 Cent. Eerste Blad. Blijkens het voorloopig verslag der Eerste Kamer over het wets ontwerp tot vaststelling van hoofdstuk IV (Departement van Justitie) der Rijksbegrooting '32 hebben veischeidene leden als hun meening verkondigd, dat de thans bestaande strafbepalingen ten aanzien van opruiing tegen het openbaar gezag onvoldoende zijn en behooren te worden her zien. Men heeft in dit verband erop gewezen, dat een hier te lande verschijnend dagblad voortdurend artikelen bevat, waarvan de inhoud meermalen is gewraakt. Men behoeft niet over een bui tengewone dosis scherpzinnigheid te beschikken om te begrijpen, dat met dit „hier te lande verschij nend dagblad" „De Tribune" wordt bedoeld. Velen van her. die hetzij beroepshalve, hetzij om andere redenen, dagelijks van den inhoud van dit communistisch persorgaan kennis nemen, staan telkens weer versteld over den toon, die uit het meerendeel der „Tribune"-artikelen spreekt. Stel selmatig wordt erin aangespoord tot verzet tegen de overheid en tot daden, die erop gericht zijn, het openbaar gezag te ondermij nen. Moest dit reeds voldoende reden voor de Justitie zijn om in te grij pen en publicatie van dergelijke artikelen te voorkomen, des te meer aanleiding bestaat daartoe, wanneer men kennis neemt van de vele zoogenaamde argumenten, die moeten dienen om bij de „Tribune"-lezers een opstandigen geest jegens de overheid wakker te roepen. Geen enkel argument is de redactie daartoe te laag-bij- de-grondschde meest verre gaande leugens worden verteld van personen en zaken en dat alles zonder dat de Justitie er ook maar naar taalt om kracht dadig in te grijpen en met één slag een einde te maken aan het misdadig leven van dit Neder- landsche Sovjet-blad. Hoe onverantwoordelijk deze houding van de zijde der justi- tioneele autoriteiten is, moge blij ken, uit de volgende passage, ontleend aan het dezer dagen ver schenen rapport van den gouver neur van Suriname over de on lusten te Paramaribo „Daarnaast is bekend, dat exemplaren van „De Tribune" hun weg vinden naar Parama ribo. Het is aannemelijk, dat deze relaties voldoende zijn om de wijze "an optreden bij de wanordelijkheden te verklaren". Wil men duidelijker bewijzen voor den funesten invloed, die een blad als dit op sommige reactionnair aangelegde elemen ten kan oefenen Er ligt hier een taak voor onze Justitie. Zij grijpe krachtig in en neme die maatregelen, die zij noodig acht om het openbaar ge zag en hen, die geroepen zijn den Staat te dienen, te bescher men tegen aanvallen, die geen ander doel. hebben dan twist en tweedracht te zaaien. S. H. Jr. Zitting van 16 Febr. 1932. Tegenwoordig alle leden. (Slot). Bij de bespreking van het adres van Ged. St. over de sala risregeling wordt nog de vol gende repliek gegeven Dhr. 't GILDE merkt op, dat het spreken over loonsverlaging geen populair onderwerp is, maar een vooraanstaand Duitsch poli ticus en sociaal-democraat had den moed aan den vooravond van verkiezingen als zijn meening uit te spreken dat men het .jp zekere momenten moest aandur ven zich „impopulair" te maken. De daling van het levenspeil is niet in evenredigheid met het peil der hooge salarissen die stabiel blijven. En wanneer men ziet, dat een derde van het Staatsbudget waarop millioenen tekort komen, bestaat uit ambte naarssalarissen en dat vergelijkt Een goudstuk, fluisterde mijn DRUKKER-UITGEVER Bureau Markt C 4. Telef. 56. - Postrek. 60263. bij de werkloozenzorg die tel - kenjare meerdere duizenden gul dens van ons zal gaan vorderen, dan springt het onhoudbare van den toestand in het oog. De heer Hamelink weet vermoedelijk beter dan iemand anders in deze vergadering dat drastische bezui nigingsmaatregelen overal als een dringende urgentie gevoeld worden. Zijn partijgenooten in onze groote steden, met name ook in Rotterdam hebben b.v. den moed om te verklaren dat de voor werkloozenzorg uitge trokken post, nog wel door een sociaal-democratisch wethouder voorgesteld, niet meer verant woord geacht wordt. Dat spreekt boekdeelen, vooral tegenover de abnormale bezoldigingen waar over het b.v. ook hier loopt. Zelfs verweerde deze wethouder zich tegen het door de werke loozen aan zijn adres gericht verwijt met de hypothese dat dit ongegrond was. Van dergelijke socialistische magistraten hoort men soms zeer verstandige woor den. Daar spreekt nog uit een saamhoorigheidsbesef en zelfs geen klassenstrijd. Als ik mij aan een kleine beeldspraak mag be zondigen dan is de toestand momenteel zoo, dat wij ons als het ware bevinden in den eco- nomischen mist. Wij moeten het lood gaan hanteeren om te trachten na te gaan in welk vaar water wij verkeeren. Is het noodig dan moeten wij voor anker en wachten tot de mist is opgetrokken. Er komt een on aangename stemming aan boord en in die positie verkeeren wij. Als het noodig is en de mist houdt lang aan dan moet er ge rantsoeneerd worden. In die om standigheid verkeeren wij nu. Wie het anders ziet heeft voor de werkelijkheid geen oog. Wij moeten die onder het oog durven zien. Merkwaardig is het dat onze Gedeputeerden, het vorig jaar nog met een verhooging komende, thans onder den drang der om standigheden moeten gaan verla gen. Er bestaat in Middelburg ADVERTENTIËN van 1 tot 5 regels 60 Centvoor eiken regel meer 12 Cent. Greote letters warden naar plaatsruimte berekend. Advertentiën worden f r a n c ingewacht, uiterlijk t©t Dinsdag- en Vrijdagvoormiddag 11 ure. niet veel lust toeMen doet het omdat men niet op hooger bevel zal gedwongen worden. Daarom zijn de voorgestelde kortingen ook te gering. Over de lagere salarissen spreken wij thans niet, al zal geen van ons allen aan de gevolgen van de crisis ontkomen, maar dhr. Hamelink kan omtrent de stokers van de gasfabriek we gerust zijn, die komen niet meer op een weekloon van f9. Dan zou spr. ook nog wel een duit in het zakje doen. Dhr. VAN KAMPEN is ver wonderd, dat iemand als dhr. Hamelink, die de leiding heeft van de plaatselijke afdeeling van de s. d. a. p. alhier, zoo weinig kijk heeft op het economische leven. En als deze zegt, dat er een streven is naar verlaging van de mindere loonen, dan komt spr. daar tegen op. Dhr. H. behoeft zich niet bezorgd te maken, dat de Raad van Axel het personeel een te laag loon zal geven. Wij Christenen, zegt spr., zien in den mensch Gods beeld en zullen het als onzen plicht achten om te zorgen, dat de menschen, die in onzen dienst zijn, een behoorlijk bestaan heb ben en kunnen daarom niet dan met diepe verachting de beschul diging van dhr. H. van ons wer pen. Het veriagen der hooge salarissen doet niets af aan de lagere. De soc.-democraten ne men zijn standpunt overal in zegt dhr. H., en dat zien we ook in de groote steden, zegt spr., maar als het daar gaat spannen, dan laat men de verantwoorde lijkheid aan anderen, die verder zien en kijken naar het geheele volk in plaats van alleen naar een bepaald gedeelte daarvan. Als dhr. H. zegt, dat een di recteur van de cokesfabriek er met de opbrengsten van de ar beidskrachten vandoor gaat, dan is dat gebrek aan inzicht, want als die kapitaal verzamelen, wordt dat niet in een hoekje van de kamer gezet, maar in onder nemingen en fabrieken, waarin de arbeiders werk vinden. Bovendien worden die men- schen ook wel getroffen door het belastingstelsel. Dhr. DIELEMAN vindt, dat de actie nu toeh te demonstratief gaat. We hebben hier het voor stel van B. en W. en daaraan kunnen andere worden toege voegd. Spr. zou voor het voorstel van B. en W. zijn, maar de salarissen beneden f 2000 onver kort laten. Dhr. VAN DE BILT U bedoelt de gem.-ontvanger, maar die betrekking vergt niet den vollen mensch. Dhr. DIELEMANJa, omdat die man veel af kan, maar anders wel. Spr. staat aan de zijde van dhr. Hamelink, or. niet de lagere salarissen te verminderen. Ook zal hij zich verzetten tegen een verlaging met 25 pet. en voor 1 jaar. Als de tijden veranderen, zullen Ged. St. vanzelf komen, als de nood dringt. De VOORZ. zegt dat er naast het voorstel van B. en W. een ander is van verdere strekking en brengt dat in stemming. Dhr. DE RUIJTER zou ook verder willen gaan dan Ged. St., maar vindt 25 pet. over de ge heele linie te ver. Ook wil hij zich er mee vereenigen.de lagere salarissen ongemoeid te laten. Als is het dat het economisch leven naar beneden gaat, kunnen we toch nog geen 25 pCt af trekken van een salaris van f 2000. Spr. is wel voor een agressieve regeling. Dhr. OGGEL vindt dat geen zuivere gedachte. Gedoeld wordt op den gem. ontv., die f 1900 heeft, maar daarbij heeft hij nog zooveel gelegenheid tot bijver dienste, dat hij misschten meer verdient dan de burgemeester en de secretaris. Hij heeft slechts 3 halve dagen in de week en omdat hij dus dat salaris betrek kelijk gemakkelijk verdient, acht spr. het geen bezwaar, om ook den gem. ontv. in de 25 pCt. korting te doen deelen. Het gaat niet over de andere ambtenaren, maar ten opzichte van de ge noemde steunt spr. het voorstel van 25 pCt. Ja. AXELSCHE COURANT 15) Hij keerde zich eensklaps om en greep me bij den arm. Neen ik weet het niet t riep hij opgewonden, maar ik weet wel. dat het geen vrienden van u waren. Er kwam een goed gekleed heer eri nog iemand, dien ik niet goed kon zien. Deze eerste had een mooi praatje en liet haar een gouden munt zien. Daarop gingen ze dadelijk met hem mede en vergaten u. Wat? riep ik, terwijl ik begon te begrijpen. Een gouden munt dan zijn ze weggelokt. Er is g?entijd te verliezen. Ik moet ze volgen. Ja, maar dat is niet alles, ver volgde Simon Fleix gejaagd, terwijl hij mijn arm beetpakte en mij met angstige oogen aanzag. U hebt niet alles gehoord. Ze zijn weggegaan met iemand, die u voor bedrieger en oplichter uitmaakte. Uw moeder was er bij en dit heeft haar gedood. Dat heeft haar gedood, mijnheer de Mar- sacl Wilt u na dit alles haar verlaten om die anderen te volgen Hij zeide dit alles op eenvoudigen toon en toch gingen er enkele ooger.* blikken voorbij, voor ik hem goed be greep. Eindelijk trad ik op het bed Van mijn moeder toe. Ze lag daar onbewegelijk met het uitgeteerde ge zicht en het dunne grijze haar over het kussen gespreid, tk dacht niet meer aan de anderen. Wat beteekende dat koppige, ver- Wende meisje per slot van rekening voor mij? Wat beteekende de koning en zijn opdracht tegenover deze dier bare vrouw, de eenige, die mij had lief gehad. Zfj, de geduldige, zorgza me vrouw, die steeds met haar ge dachten en gevoelens met mij mede leefde. Simon Fleix deed me ten slotte uit mijn verdooving ontwaken, door me te zeggen dat het toch scheen dat ze niet dood was, maar slechts het be wustzijn had verloren door den schok dien zij ondergaan had. Na een oogenblik kwam mijn moeder werki- lijk bij. Ze nam mijn hand in de hare en na eenigen tijd roerloos gelegen te hebben, zeide ze eindelijkIs ze weg, dat meisje, dat je mede hebt gebracht Ik antwoordde van ja, verzocht haar er niet verder op door te gaan. Ze zeide echterals je haar terugvindt, Gaston, dan moet je niet boos op haar zijn. Het was haar schuld niet; ze is bedrogen. Kijk eens! Ik volgde haar blik en zij haalde nu onder haar kussen een gouden keten te voorschijn. Litt ze die achter? vroeg ik wonderlijk aangedaan. Zö legde het hier neer, mompelde mijn moeder, en ze deed haar best om hem het zwijgen op te leggen, toen hij al die leelijke woorden zeide, de lippen van mijn lieve moeder tril den. Ze deed alles om hem het zwijgen op te leggen, maar het lukte haar niet, Gaston. Toen nam hij haar mede. Hij liet haar iets zien, nietwaar moeder, Ik kon niet nalaten, die vraag nog eens te doen, zoozeer was ik er van verVuId, moeder, met een zwakken lach, maar laat mij nu slapen, en steeds mijn hand vasthoudend sloot ze haar moede oogen. De student kwam weer terug met een en ander dat hij voor haar ge haald had. Zoo zaten we den geheelen dag tot ver in den nacht naast haar. Het gaf mij een gevoel van verlich ting, taen de dokter die haar bezocht, vertelrte dat ze er reeds lang slecht aan tae.was. Het einde zou niet lang op zich laten wachten. Voor het licht werd ging Simon Fleix naar buiten om de paarden te verzorgen. Toen hij terug kwam fluisterde hij me in, dat hij me iets te vertellen had, en daar mijn moeder rustig slier, maakte ik mijn hand los en volgde hem naar den haard. In plaats van te spreken hield hij zijn vuist voor mij en opende die plo> seling. Kent u dit zeide hij, me ineens strak aankijkend. ik nam het van hem aan en terwijl ik het bekeek, knikte ik. Het was een fluweelen strik, van een eigenaardige donkerroode kleur, die aan het masker van jonkvrouw de la Vire bevestigd was geweest, Waar heb je die gevonden? mompelde ik in de Veronderstelling, dat hij het van de trap had opgeraapt Kijk er eens goed naar, zeide hij ongeduldig. U hebt niet goed ge keken. Ik draaide het om en zag toen iets, dat eerst aan mijn blikken ontgaan was, namelijk, dat het breedste ge deelte van het fluweel gemerkt was met een ruwen steek van witte zijde. Die steken vormden letters en de let ter» vormden weer woorden. Met een schok van verbazing las ik „kom te hulp" fen op het smallere ge deelte C. d. L. V. Ik zag den student zenuwachtig aan. Waar heb je dit gevonden vroeg ik. Ik vond het op straat, op geen tweehonderd passen hier vandaan. Ik dacht een oogenblik na; In de goot of bij een muur vroeg ik. Bij een muur. Onder een raam Ja, juist, antwoordde hij. U kunt gerust zijn, ik ben geen ezel en heb het huis goed onthouden. Zelfs het verdriet om de eenzaam heid, waaraan ik mijn moeder weer zou moeten overlaten, woog niet op tegen deze verrassing. Ik was in een moeilijke pcs;tie. Aan den eenen kant ging het me aan het hart om mijn moeder te verlaten, maar aan den anderen kant had ik mijn verplichtin gen tegenover jonkvrouw de la Vire, die ik gezworen had te beschermen. Mocht ik haar aan haar zelf overlaten, nu zij zich op mij beriep? Als ik daarbij dacht aan haar ongenaakbare houding, dan begreep ik, dat ze zich wel in hoogst moeilijke omttindighe- den moest bevinden. Ik vreesde er bovendien voor, dat ze in handen ge vallen zoo zijn van Fresnoy, die me mijn munt had ontstolen. De gedachte daaraan vervulde me van zoo'n ontzet ting, dat ik plotseling mijn plicht be greep. ik keek naar den student en vroegHeb je den man, die haar ontvoerde, goed gezien Tot nu toe was ik zoo van mijn moeder vervuld geweest, dat ik hem nog geen enkele vraag gedaan had, - Hoe zag hij er u t Was het een groote kete, met «en verbonden hoofd? De man, die de freule ontvoerde, meent u vroeg hij. Heelemaal niet, antwoordde de student. Het was een lange man, die erg fatterig gekleed was met zwart haar en een hoogroode kleur, ik hoorde hem haar vertellen dat hij van een vriend kwam, wiens titel te hoog was om ia het publiek in Blois te noemen. Hij voegde er bij, dat hij een teeken van hem gekregen had. Ze stond juist op het punt de kamer van uw moeder binnen te gaan, toen de man ob haar toetrad. Hij had natuurlijk gewacht to - dat ik weg was. Juist. Toen ze uw naam noemde verzekerde hij, dat u een avonturier en oplichter waart. Hij vroeg haar verder hoe ze toch kon denken, dat iemand u zoo iets zou toevertrouwen? Ging ze daarop met hem mede De student knikte. Dadelijk Uit vrijen wil Ja. antwoordde hij. ik ge loof het tenmiste wel. Ze trachtte hem alleen tot zwijgen te brengen, opdat uw moeder niets zou hooren. Dat ia alles. Ik deed een stap naar de deur. doch keerde terug. Mk pakte den jongen plotseling bij de schouders eu riep wanhopig uitZeg mij wat ik doen moet I Hij haalde de schouders op en zette zich weer aan het bed. Op dat oogenblik kwam er help op dagen Het was de dokter, een knappe man, die veel aan het hof geroeptri werd. Hij was bovendien bundgeuoi t en bezocht de geheime bijceikumsun in het „Biddende Har,»'. (Wtjrctt Vervet,^

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1932 | | pagina 1