A\ tó Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwse li - Vlaanderen No. 89. DINSDAG 16 FEBRUARI 1932 4?e Jaarg. J. C. VINK - Axel. Buitenland. FEUILLETON. Een moeilijke taak. Dit blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 maanden 75 Centfranco per post 1 Gulden. Afzonderlijke Nos. 5 Cent. DRUKKER-UITGEVER Bureau Markt C 4. Telef. 56. - Postrek. 60263. ADVERTENTIËN van 1 tot 5 regels 60 Centvoor eiken regel meer 12 Cent. Grsote letters worden naar plaatsruimte berekend. Advertentiën worden franci ingewacht, uiterlijk tot Dinsdag- en Vrijdagvoormiddag 11 ure. China. Met de benoeming van maar schalk Feng Yoe Hsiang tot minister van binnenlandsche zaken heeft de Chineesche regeering haar positie aanzienlijk versterkt. Feng toch treedt in zijn noord westelijk district als alleenheer- scher op en zijn invloed op den algemeenen gang van zaken valt niet gering te achten, hoewel hij zich veelal achter de schermen hield. Enkele malen reeds vormde hij een tegenregeering, het laatst te Peking in samenwerking met Yen Sji Sjan, tegen het nationa listische bewind te Nanking, waarvan Tsjang Kai Sjek de stuwende kracht was. Toen het verbond tusschen Moekden en Nanking tot stand kwam en de toenmalige heerscher van Mant- sjoerije een ultimatum naar Peking zond, verdwenen Feng en Yen met stille trom. Hun legers, even goed gedrild als uitgerust, werden teruggetrokken doch bleven intact en vormden een voortdurende bedreiging voor de Nanking- regeering. Na het aftreden van Tsjang Kai Sjek, wiens dictatoriaal optreden groote ontstemming had gewekt, namen de leiders der Kanton- beweging het landsbestuur over. Als demonstratie van de toene mende nationale eensgezindheid in China moet dit besluit stellig van groot belang worden geacht. Immers was Feng er steeds op uit, om zich van de hoogste macht in den staat meester te maken en op dien grond behoorde hij tot de felste tegenstanders van Tsjang Kai Sjek. Dat dit tweetal thans weer zal samenwerken, vormt een belangrijke aanwijzing in de richting van het herstel der nationale eenheid. Niettemin blijft eenige reserve ten aanzien daar van toch wel gewenscht, want de doeleinden van deze beide aanvoerders loopen te sterk uiteen, dan dat op een duurzaam bond genootschap mag worden ge rekend. Door het opnemen van Feng 12) De monnik begon nu te vertellen hoe de hertog op den morgen vóór Kerstmis door een paar mannen in zijn slaapkamer vermoord was. De koning van Frankrijk, die rich nooit de moeite had gegeven den hertog de Guise bij zijn leven op te zoeken, was eindelijk bij zijn dood gekomen. Allen hadden met bleeke gezichten ademloos geluisterd. Ik stond op en begaf me naar een kamer er naast, waar ik den herbergier in gesprek vond met een Normandischen paar denhandelaar. Het was iemand die goed op de hoogte was van den po- litieken toestand. Volgens hem zou de dood van de Guise tengevolge hebben, dat Frankrijk nog verder van den koning verwijderd zou worden. Deze laatste zou slechts eenige plaat sen aan de Loire behouden. Maar, zeide ik, het ziet er overal nog al rustig uit. Dat is de kalmte voor den storm, was het antwoord, ik ben over tuigd dat de Ligue het den koning heel lastig zal maken. Misschien dat hij er niet lang meer zijn zal. Maar dan moet de koning van Navarre hem opvolgen, antwoordde ik, want hij is toch de rechtmatige erfgenaam van den troon. Ja, dat geeft wat, zeide de paar denkoopman. U begrijpt toch wel dat de Ligue zal zorgen dat dit niet gebeurt, Dan zitten beide koningen t« in de regeering wordt ook de invloed van Moskou op de Chi neesche aangelegenheden ver sterkt. Feng toch gold steeds als een aanhanger der Sovjets en hij stak zijn opvattingen niet onder stoelen of banken. In dat verband moge herinnerd worden aan zijn befaamde proclamatie tijdens den verleden jaar onder nomen opmarsch naar Hankau, waarin hij voor het door hem bezette gebied de invoering van het radenstelsel naar Russisch model mededeelde. Geheel zonder uitwerking is dit besluit niet ge bleven, want sedert dien heeft het Chineesche roode leger zijn voetstappen gedrukt en in enkele provincies een sovjet-bestuur ingesteld. Daarom wekt het eenige verbazing te vernemen, dat het roode leger bij Hankau tot den aftocht is gedwongen door de Chineesche regeeringstroepen, waaruit dus moet worden opge maakt, dat ook deze actie ter hand is genomen naast die tegen de Japanners. En het zou van belang zijn te weten, hoe Feng daartegenover staat. Hoe het ook zij, van orde en rust in het Hemelsche Rijk zal voorloopig nog wel geen sprake zijn, ook al zou de regeering er in slagen zich de Japanners van het lijf te houden, wat trouwens hoogst onwaarschijnlijk mag heeten. Heel de wereld verkeert in spanning omtrent den afloop van het drama, dat daarginds wordt afgespeeld in tooneelen, waarvan het eene al schrikwek kender is dan het andere. Maar het is, naar het zich laat aanzien, nog lang niet ten einde. De gasoorlog. In Jong-Europa, het orgaan van de Pan-Europeesche jongerenbe weging in Nederland, komt het verslag voor van een onderhoud, dat dr. Erwin Debries, een Zwit- sersch journalist, heeft gehad met prof. L. Demolis, den „gifgas expert" van het Roode Kruis te Genève. „Professor L. Demolis is een man met een wereldnaam. Hij moeilijk tusschen. Zullen zij zich mis schien vereenigen vroeg ik. Dat zullen zij zeker wel doen, gaf de ander toe. Het is slechts een kwestie van tijd. Toen we den volgenden morgen vertrokken, verzocht de paardenkoop man, die slechts van een man verge zeld was, zich bij mij te mogen aan sluiten. Het was me zeer welkom, want twee mannen meer of minder om ons te begeleiden, was mij niet onverschillig in dezen gevaarvollen tijd. HOOFDSTUK VI. Langs Chaielhérault en Tours rei zend, bereikten we den volgenden middag veilig en wel Blois. De Nor- mandiër bleek een preltige schrandere man te zijn, die goed van den toe stand der wegen op de hoogte was. Voor mij was nu de schaking zoo goed als afgeioopen. Ik had nog slechts mejonkvrouw de la Vire bij baron de Rosny te brengen. Reeds begon ik erover te denken hoe ik me verder het best zou kunnen beveiligen tegen de wraak van Turenne. Voor het oogenblik zou ik wel aan zijn greep ontkomen, daar de dood van de Guise ook hem wel geheel in beslag zou hebben genomen, maar ik kende zijn heftig temperament genoeg om er niet van overtuigd te zijn, dat hij me vroeg of laat zou laten overrompelen, De kreten van mijn reisgezellen, toen Blois in het gezicht kwam, stoor den mij in mijn overpeinzingen. Ook ik was blij de torens te zien van die machtige stad, waarover nu een scha* duw van de misdaad hing. Reeds voordat wij de stad bereikten hoorden wij allerlei nieuws over de onrust die is scheikundig ingenieur en tech nisch adviseur van het Interna tionale Roode Kruis Comité te Genève, en wel in het bijzonder voor den chemischen oorlog. Dat is dus voor den „frischfrohlichen Krieg" met gas, springstoffen en bacteriën „Men heeft mij verteld, pro fessor", begint de reporter, „dat het al niet meer de gassen zijn, die de experts het meeste ver ontrusten, maar „Dat is volkomen juist", interrumpeert de heer Demolis met zijn zachte stem, .hoewel er gassen bestaan met een verschrik kelijke uitwerking, zooals bijv. Phosgeengas of Geelkruis. Dat is een reuklooze vloeistof, waar van de uitwerking pas na een paar uren na de verstuiving merk baar wordt. Dan veroorzaakt het blindheid en verschrikkelijke brandwonden op de aangetaste ledematen". De professor staat op en leidt me naar den muur van zijn kamer, die „versierd" is met glazen kas ten, waarin wassen afbeeldingen van met verschrikkelijke brand wonden overdekte ledematen zijn tentoongesteld „Deze gassen zijn pas tegen het einde van den oorlog door de Duitsche legers gebruikt. Het ergste is, dat tot dusverre de chemische wetenschap er niet in is geslaagd hun aanwezigheid in de lucht aan te toonen. Het In ternationale Roode Kruis heeft juist kort geleden, op verzoek van verschillende nationale co- mité's, een prijsvraag uitgeschre ven om dit geelkruis door che mische reacties in de lucht te kunnen waarnemen. Maar het afschuwelijke gas gaf zijn geheim niet prijs. Ondanks dit is het thema der gifgassen in den laat- sten tijd meer en meer op den achtergrond geraakt en wordt het een gebied voor theoretische ar tikelen in militaire vaktijdschrif ten". De Professor bekijkt nadenkend een plaat aan den muur. Zij stelt een vliegtuig voor, waaruit iets naar benedengeworpen wordt. Een stad, die er ruw onder ge schetst is, staat op het punt in de lucht te vliegen. „De bommenescaders heb ben tegenwoordig een werkings- straal van enorme afmetingen. Ze verwijderen zich gemakkelijk 10.000 K.M. van hun basis. U zult zeggen„maar men heeft toch jagers tot zijn beschikking", de luchtmanoeuvres boven Duin kerken, Londen, Berlijn, Lyon en Toulon hebben bewezen, dat on danks de meest volmaakte lucht verdediging toch altijd enkele bommenvliegtuigen hun doel be reiken. De groote italiaansche luchtmanoeuvres hebben bewe zen, dat zelfs waar de jagers in compacte formaties de vervolging op zich kunnen nemen, er toch altijd minstens één vliegtuig door- heenkomt, met, laten we aanne men, slechts één ton bommen aan boord. Nu maken we de volgende eeuvoudige berekening 1000 K.G. bommen (b.v. van het Duitsche type, d.w.z. kleine elek- tronbommen) 5 a 600 stuks 300 brandhaarden. Deze bommen bevatten phosphor, en de daar door veroorzaakte branden zijn zeer moeilijk te blusschen. En dan zijn deze cijfers nog zoo laag mogelijk gekozen. Zij liggen on getwijfeld onder de waarschijn- lijkheidsgrens want waarom zou maar één vliegtuig het doel be reiken Waarom slechts vijftig pCt. der bommen treffen Nu komen er verder nog brisantbom men bij, aie ontzaglijke spring' kraters in den grond slaan. Deze kunnen ook gifgas bevatten, en dan krijgen wij den volgenden gang van zakenbranden, ont ploffingen, gasverstikking. „Om echter niets weg te laten in Amerika doet men proeven met de verstuiving van bovengenoemd geelkruis over verschillende dor pen, over welke proeven de mi litaire overheid zeer tevreden is. Iedereen zal deze tevredenheid begrijpen, wanneer hij hoort, dat ieder die het gifgas inademt, on vermijdelijk ten doode opgeschre ven is. Bovendien oefent het feit, dat de brandwonden eerst er heerschte. Daar we vernamen dat de koning voor een opstand vreesde, hielden we halt bij een kleine herberg, op eenigen afstand voor de poorten. Ik nam afscheid van mijn Normandi schen vriend en dankte ook mijn vier helpers af. Hef gaf mij een gevoel van verlichting, dat ik ze kwijt was. Toen we eindelijk de poorten van Blois binnenreden, troffen we een menigte soldaten aan, die ons duide lijk maakten dat we zonder permissie met konden binnenkomen. Het feit dat we van Tours kwamen, een stad, die nog in handen van den koning was, maakte dat we permissie kregen om door te gaan. Een gevoel van blijdschap kwam over mij, toen ik eindelijk door Blois reed en me nog slechts op enkele me ters van het „Bloedende Hart" bevond. Binnen enkele oogenblikken zou ik mijn taak vervuld hebben en alleen aan mezelf kunnen denken. Ik verlangd zeer, om van jonkvrouw de la Vire bevrijd te zijn, want eerlijk gezegd was ik niet bijster op haar gesteld. De invloed van het hof moest alles wat er nog goeds aan haar was, verknoeid hebben. Nog steeds had ze de uitdagende manier van optreden en geen oogenblik scheen ze er aan te denken, dat we ons terwille van haar aan groote gevaren hadden blootge steld. Ik kan niet ontkennes dat ze mooi was, maar toch hoopte ik dat ik haar nooit meer zou zien. We reden de Rue St. Denis uit en stonden ineens 1 voor het „Bloedende Hart", Het was een kleine onaanzienlijke herberg, naast de kerk gelegen, Een groote, reeds grijzende man, die aan de deur stond kwam naar ons toe en de freule nieuwsgierig opnemend vroeg hij wat ze verlangde. Hij voegde er bij, dat door de groote drukte in Blois het logement geheel vol was. Ik wilde u alleen vragen, zeide ik, terwijl ik me een weinig bukte en op zachten toon sprak, ten einde niet doar de voorbijgangers verstaan te wordenIk wilde u vragen of de baron de Rosny te Blois is. De man schrikte op bij het hooren van den naam van dien leider der Hu genoten en keek angstig rond. Toen hij zag dat niemand iets gehoord kon hebben, zeide hijHij was hier mijn heer, maar een week geleden is hij weggegaan, want er gebeuren hier vreemde dingen. Ik zag hem ontsteld aan. Maar waar is de heer de Rosny dan heen gegaan vroeg ik na een oogenblik pauze. Naar Rosny. was het antwoord, dat ligt boven Chartres, in de buurt van Nantes. Ik draaide mij om en vertelde dit aan jonkvrouw de la Vire. Hoe on welkom dat nieuws ook voor mij mocht zijn. het trof haar nog heviger. Haar woede en verontwaardiging kende geen grenzen. Voor een oogenblik ontbraken haar de woorden, maar haar vlammende oogen zeiden meer dan haar tong toen ze uitriep Wel mijnheer, en wat nu Is dit het einde van uw mooie beloften i waar is de Rosny nu, ais het ten minste geen verzinsel is geweest Ik beheerschte mij en vertelde haar zoo rustig mogelijk, dat de Rosny zich twee dagreizen verder ophielden dat het eenige wat ons te doen stond was, naar hem toe te gaan. Vervol» gens vroeg Ik aan den herbergier^ eenige uren na de verstuiving opkomen, de gewenschte demo- raliseerende werking op de be volking uit. Ook het afweerge schut heeft slechts weinig resul taat. Tot op heden rekent men nog voor het neerhalen van een vliegtuig op vierduizend schoten (gedurende den wereldoorlog was het het dubbele). Dit is gemak kelijk te begrijpen, wanneer men bedenkt dat een vliegtuig zich gewoonlijk op een hoogte var. 6000 M. buiten het bereik der kanonnen bevindt. Een volledige bescherming der bevolking is dus niet mogelijk, daar men tenslotte niet de bevolking van een ge- heele stad in catacomben kan overbrengen. Betrekkelijke be scherming (alleen tegen de gas sen) vormen de gasmaskers. Er bestaan twee soortenvoor de civiele bevolking de z.g. „vlucht- maskers" en voor de brandweer, hospitaaidienst, politie, enz. de „isoleermaskers". Deze laatste vervaardigen gedurende eenige uren hun eigen zuurstof, terwijl de vluchtmaskers slechts de lucht filtreeren en het binnentreden der gifgassen verhinderen. De mili taire overheid behandelt het pro bleem op veel radicaler wijze volgens haar kan de civiele be volking slechts door volledig transport en door repressaille- maatregelen worden beschermd. „Ondanks verdragen en over eenkomsten vermeerderen alle staten hun bewapeningen op koortsachtige wijze. Wat kan het internationale Roode Kruis daar tegen doen Het kan tegenover de brisantbommen en vliegtuig eskaders, de gif-, traan- en nevel- gassen en tegenover de bacteriën, dit laatste en meest duivelsche der oorlogswapenen, internatio nale overeenkomsten, verdragen en sancties stellen. Maar van sancties wil geen enkele staat iets weten en verdragen moeten, wan neer ze onderteekend zijn, ook gehouden worden. Doch zelfs heden is het verdrag tegen den gasoorlog van 17 Juni 1925 door vele staten, waaronder ook Zwit serland, niet geratificeerd". waar we zouden kunnen overnachten. Ja, mijnheer, u vraagt meer dan ik u zou kunnen zeggen, antwoordde hij, mij nieuwsgie ig aankijkend en zeker denkend, dat ik met mijn sjofele kleeren en mooi paard en jonkvrouw de la Vire met haar masker en haar bemodderd rijkleed wel een vreemd gezelschap vormden. Er is geen herberg, die niet tot aan den nok ge vuld is. Bovendien zijn de menschen huiverig om vreemdelingen in huis te nemenhet zijn nu eenmaal vreemde tijden, en zich weer tot mij voorover buigend, fluisterde hijZe zeggen dat de koningin-moeder Catbarina de Medicis op sterven ligt en hoogst waarschijnlijk den nacht niet door zal komen. Ik knikte, maar we moeten toch ergens heen, begon ik weer. Ik wude dat ik u helpen kon, zeide hij, maar ik weet er werke lijk niets op te vinden. Mijn paard trilde onder mij en de freule, die haar geduld begon te ver liezen, riepWe kunnen den nacht toch niet op de straat doorbrengen. Ik zag, dat ze uitgeput was. Boven dien hadden we zoo langzamerhand een heele verzameling menschen om ans heen gekregen. Er moest iets gedaan worden en daar ik ten einde raad was, deed ik een voorstel, dat ik in een ander geval nooit zou ge daan hebben. Freule, zeide ik botweg, ik zal u mede naar mijn moeder nemen. Naar uwe moeder nemen t riep ze in de uiterste verbazing, (Wordt vervolgd») AXELSCHEIf COURANT

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1932 | | pagina 1