Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen. Ds nieuwe gessel. No. 56 DINSDAG 20 OCTOBER 1931. 4Ie Jaarg. J. C. VINK - Axel. Binnenland. FEUILLETON. Dit blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 maanden 75 Centfranco per post 1 Gulden. Afzonderlijke Nos. 5 Cent. DRUKKER-U1TGEVER Bureau Markt C 4. Telef. 56. - Postrek. 60263. ADVERTENTIËN van 1 tot 5 regels 60 Centvoor eiken regel meer 12 Cent. Groote letters worden naar plaatsruimte berekend. Advertentiën worden franco ingewacht, uiterlijk tot Dinsdag- en Vrijdagvoormiddag II ure. Uit de Tweede Kamer. Donderdag sprak dhr. van den Tempel (S.D.) over de maatrege len, welke van uit socialistisch oogpunt bezien, kunnen dienen ter verbetering van den econo- mischen toestand en in 't bijzon der van den nood der werklooze arbeiders in den a.s. winter. Spr. ging eerst de verschil lende oorzaken van de crisis na. Hij ontkende, dat één der oor zaken zou gelegen zijn in het boven hun kracht leven van de Staten. In de tijden van hoog conjunctuur werd het recht op hoogere loonen algemeen erkend. Desondanks nam de productie toe. Deze crisis is er een van overproductie. De wereld ig een bedrijf ge worden zonder centrale leiding. Van een systemischen opbouw der productie is geen sprake. Zoo heeft het moderne kapitalisme zichzelf onmogelijk gemaakt. Spr. kon daartegenover geen toovermiddelen aanwijzen. Hij zag bovenal de moeilijkheid van een nationale regeling der productie, speciaal voor Nederland, dat is aangewezen op intensief, inter nationaal verkeer. Maar al deze moeilijkheden behooren ons niet af te houden van ordening van ons economisch leven. De houding der regeering maakt den indruk, dat zij hoegenaamd niet bereid is tot maatregelen, die raken aan het particulier- en kapitaal bezit. Daarom moet zich haar bemoeiïng wel beperken tot zeer bescheiden maatregelen. Maar zelfs daarin is de regeering in gebreke. Na twee jaren van crisis is nog vrijwel niets ge daan. Hoe staat het met de ex- portcredieten Er is wel is waar een commissie ingesteld in de laatste dagen. Beteekent dit, dat deze zaak een jaar lang is blij ven rusten Wat gebeurt er op het gebied van overleg tusschen de regee ring en vertegenwoordigers uit „Na zou ik wel eens willen weteD," zei het kleine mevrouwtje F.steldrayer, geboren Drups, „of er vandaag iemand aan zal komen" „Wel natuurlijk kind", sprak mijnheer Fisteldrayer, terwijl by haar den zoen van 8.37 gaf. Daar kun je vast van op aan hoor. Ont vang jij ze nu maar hartelijk en vraag of ze nog eens terug ko men. We moeten hier wat nieuwe vrienden zien te maken het is geen Amsterdam!" „Gut ik ben zoe zenuwachtig, ventl" zei mevrouwtje wat schor- rig. Maar ik zal myn best doen, hoer 1 Let je op de trams, en loep je nog even voor me aan in de „Bijenkorf" En eet om twaalf uur nu niet te veel garnaleD, je weet dat het niet goed voor je is 1 En zeg, denk om den gieter en de mottenbalierjes. Je kunt hier in dat nieuwe winkeltje niets prima's krygen1" Toen mijnheer Fisteldrayer weg was diende het meisje bezoek aan. Mevrouw Struif heette ze. „Mevrouw Struif herhaalde saevreuwtje", ken ik niet. Dat kan tooh geen visite zijn om de verschillende takken van in dustrie en handel Spr. meende, dat er in dezen tijd een dringende behoefte is aan een Industriebank. De doel matige kapitaalvorming is een kwestie van primair belang. Spr. kwam nu op de maatre gelen, die noodig zijn voor de arbeiders. Hij drong erop aan, de 40-urige arbeidsweek aanhan gig te maken bij het Internatio naal Arbeidsbureau. Spr. zou willen, dat men kwam tot wettelijke maatregelen om in bedrijfstakken, die zich daarvoor leenen, te komen tot verkorting van den arbeidstijd, zoodat meer arbeiders tewerk zouden kunnen worden gesteld. De interpellant besprak voorts de werkloosheidsverzekering en werkverruiming en meende, dat alleen het democratisch socia lisme uilkomst zal brengen. Hij stelde tenslotte eenige vragen. Het is hetzelfde geluid, dat men in lezingen, betogen en geschrif ten van die zijde geregeld kan waarnemen. Of echter de oplos sing zoo eenvoudig is valt te betwijfelen, als men de uitspraken van groote economen en staats lieden beluistert. En zoo was ook de toon van minister Ruys de Beerenbrouck in zijn antwoord heel anders. We laten dat hier gedeeltelijk volgen, omdat het geen kwaad kan de zaak ook eens van andere zijde te bezien. De minister sprak een woord van medeleven met de duizenden, die slachtoffer van de crisis zijn geworden. Allereerst dacht spr. aan het jonge geslacht, volkomen geschikt tot arbeid, maar dat dien arbeid niet kan vinden. De re geering beschouwt den geesel der werkloosheid als een der ergste kwalen van dezen tijd. Ook gaat het medeleven uit naar onder nemers, die duizenden verloren hebben na hun zaken met groote inspanning opgebouwd te hebben. negen uur «'morgens I ls het een dame ot iemand uit de buurt „Nee, een echte dame mevrouw ik heb d'r iu het zijkamertje ge laten I „Het is goed, ik ben in een mi nuutje bij haar. Kam door het haar beetje poeder zijkamertje binnen. Mevrouw Struif was heel aar dig allerliefst. De dames spra ken over het huis, over den tuin, over de buren, over het weder. Mevrouwtje zei, dat ze wel heel gauw vriendinnen zouden zijn, en dat ze vooral gauw moest terugkomen. „Heel aardig van u, mevrouw, zei de bezoekster. Maar mag ik in afwachting uw aandacht eens vestigen op deD stofzuiger, merk „Doe-zelf-niks" Mag ik hem eens gratis voor u demonstreeren? Ik zal een heele kamer voor u schoonmaken en het kost u heusch niets." Volgde een breedvoerige, tech nische uiteenzetting. Ja, als je zulke dingen voor uit kon weten.... Mevrouw Struif was dien mor gen de eenige bezoekster. Na de kotfle ging mevrouwtje zich poes mooi maken en stelde zich in bet salonnetje op, om ditmaal op echte viiite te waehten. .Mevrouw, daar li Jonker van Zeer vele zaken worden onder mijnd en verdwijnen. Het is de dure plicht der regeering, alles te doen wat zij kan om verbete ring te brengen. De toestand in Nederland wordt helaas slechter en slechter. Noch ons volk, noch de regeering, kunnen verbetering brengen, dit kan alleen duurzaam door internationaal overleg. Na tionaal behoeft men echter niet werkloos te blijven, maar de financiëele toestand van land en volk blijft een rem. Steeds meer hulp wordt gevraagd, steeds min der middelen voor hulp zijn be schikbaar. Dat het nu een crisis van over productie en vertrouwen is, daar over is men het wel eens. Een goede internationale samenwer king schijnt thans verder verwij derd dan ooit. Het heeft spr. niet verwonderd, dat de interpel lant het kapitalisme als oorzaak van de crisis noemt. Maar hij noemde nog tal van andere oor zaken, die ieder op zichzelf in staat zijn, ieder ander stelsel in de war te sturen. In ieder geval heeft de heer v. d. Tempel geen weg aangewezen om uit het moe ras te kernen, zei spr. De minister deelde mede, dat van de regeering te verwachten is een wetsontwerp, dat verband houd met de vraagstukken, die in den allerlaatsten tijd met be trekking tot den invoer zijn ge rezen. Na deze inleiding kwam ZExc. tot de vragen van den heer v. d. Tempel. De laatste vergist zich aldus de minister als hij denkt, dat de kwestie der export- credieten een vol jaar is blijven rusten. Er was veel voorberei ding en overleg noodig. Het overleg met bedrijven heeft in den laatsten tijd plaats gehad. Er is een conferentie belegd met werkgevers en werknemers, die daarvoor in aanmerking kwamen. Wanneer men vraagtwas al- gemeene loonsverlaging niet de toeleg antwoordt spr. met den Molengraaf! en hij wacht in het zijkamertje, kwam het meiije be richten. Toe maar daar kwamen de meuschen met namen al aan Wat zou Piet daar van ophoorenl Mevrouwtje rolde de trap byna af en vend in het zijkamertje een gedistingeerd heer, lang, dun, grij zend, die de e en de a aiet goed kou zeggen. Zeldzaam deftig. „Yriesiuk gieitig Aebominae- bel? In vollen arust 1" beweerde Jonkheer van Molengraatf. Zij spraken geruimen tijd over ditjes en datjes, zonder ee's en aa's, en tenslotte verzocht me vrouwtje den bezoeker het huis als het zijne te beschouwen. „Zal ik beslist niet naelaeten, mevraatje, verzekerde de bezoe ker. Enee dan zal het me aengenaem zijn, een vriesluk aer- dig ding mee te brengen. Eb ik interesseer me veurstofzuiger, weet u? Het masjien hiet „Anti- Stuif-Stofzuiger" en het is een raezend aerdig instrumentje. Eu spotgoedkoop I Tot morgenmid dag dan, mevraatjel'' Hij zette zyn sjieken deukhoed op en schreed heen. En mevrouw snelde naar boven en poederde haar neus met een ander tintje. De neus was nog niet eens heele- maal afgewerkt, toen het meisje kwam ie||Mt meesten nadruk ontkennend. Loonsverlaging kan noodzakelijk zijn in een bepaald bedrijf om stopzetting te voorkomen. Zulk een verlaging mag in geen geval verder* gaan dan strikt noodzake lijk is. Een sfeer van vertrouwen is daar noodzakelijk. De leiding der regeering is vol strekt noodzakelijk bij de elkan der bekampende partijen, Wat een industriebank betreft, op zulk een bank moet in de hui dige moeilijkheden de hoop niet worden gevestigd. De regeering is niet bereid de 40-urige arbeidsweek bij het Int. Arb. Bureau aanhangig te maken. Ze erkent ten volle de heil zame gevolgen van de 48-urige arbeidsweek. Handhaving daar van is plicht. Verdere verkorting zou echter een groot gevaar met zich brengen. De werkverruiming is hoofd zakelijk het terrein der gemeenten. Anders staat het bij de werk verschaffing. In deze heeft de regeering reeds veel gedaan en zij hoopt op dien weg voort te gaan. De steunnormen kunnen niet worden verhoogd. Zelfs kan er een tijd aanbreken, dat de hui dige normen niet kunnen worden gehandhaafd. De heer v. d. Tempel repli ceerde. Hij keurde het scherp af, dat de regeering den extra-steun af hankelijk zal stellen van de loonen. Spr. diende twee moties in, de eerste de regeering uitnoodigende te bevorderen dat de werkloozen- uitkeering door de gemeenten werden verhoogd van f 13 50 tot f 15 voor gehuwden zonder kin deren, naar evenredigheid te ver lagen door kleine gemeenten en met uitbreiding tot die bedrijven, die tot nu toe niet met crisis werkloosheid hadden te kampen. De tweede motie vraagt maat regelen te treffen opdat.de werk lozenkassen in het verzekerings jaar, dat op 1 Jan. 1932 begint, „Een ginderaal, mefrou „Een ginde Mevrouwtje raasde de trap af. Het was wel geen generaal maar dan toch een officier ran de ad ministratie. Hy weidde uit over vorige oorlogen en papierkosten, handgranaten en loopgraven en tenslotte over den „Heetelncht Stofzuiger." Hij zou er een mee brengen als mynheer thuis was. Het speet hem, dat dit nu niet het geval was. Het was hem aan genaam. Hy ging heen. Na de thee. Na den generaal kwam een onderwijzer, kort en dik, die een uur bleet plakken, thee met koek jes kreeg, den „Halivax Stofzui ger" vertegenwoordigende en als een ve te slak over het baard- kleedje kroop hy blazend, em te doen zien hoe zyn volmaakt in strument werkte Toen hy weg was, riep me vrouwtje het meisje en zei s „Iedereen in dit plaatsje schijnt stofzuigers te verkoopen. Ik heb er geen neodig en bovendien wil ik er geen hebben. Je vraagt aan wie er nu nog komt eerst of hy stofzuigers verkoopt. Als ze ja zeggen, stuur je ze weg." Eu toen was de eerste die aan belde mevrouw Stikker van Ef- <cheuten, de vrouw van het plaat selijk Kamerlid, een zeer belang rijke dame, de normale uitkeeringen nog 6 weken voort zetten na den regle- mentairen termijn en deze uit te strekken tot alle werkloozenkas- sen, die zich daarvoor aanmelden. Voorts diende hij nog een derde motie in, verzoekende de 40-urige arbeidsweek te Genève aanhangig te maken. De heer Kortenhorst (R.-K.) sprak er zijn verwondering over uit, dat de heer v. d. Tempel met geen woord gerept heeft over den internationalen betalingsbalans, van groot belang voor de waarde vastheid van den gulden, Het pond is daar om te bewijzen, dat een sluitend budget niet vol doende is om het geld op goud- waarde te houden. De kern van de kwestie is de ontwrichting der internationale betalingsbalans. Men ziet daaruit de ongezonde financiering van de vergrooting der productie, n.l. met geleend geld en goud-export. Aan deze politiek heeft Neder land niet meegedaan. Daarom is de toestand hier absoluut niet hopeloos. De practische politieke vraag is nuHoe kunnen we onze handelsbalans in evenwicht bren gen zonder gedwongen te zijn het voorbeeld van andere volken te volgen? Spr. antwoordde: op drie manieren, n.l. door groote bezuiniging, bevordering van den export en vooral door den invoer tot de kleinst mogelijke propor ties terug te brengen. Alle landen doen dit laatste, behalve Neder land. Ten aanzien der loonen zeide spr., dat ons volk zich zal moeten aanpassen aan het lagere prijsniveau. Spr. vroeg of het nu onmoge lijk is, een organisatie tot stand te brengen om alle producten, waarvoor geen afnemers genoeg zijn, te verzamelen en te distri- bueeren onder de armen. Ten slotte juichte spr. het initiatief van de Prinses toe, om een na tionaal steun-comité in het leven te roepen. De heer Schouten (A.R.) be- „Is mevrouw Fisteldrayer thuis? vroeg ze door haar neus. „Dat weet ik niet precies, dame zei het meisje voorzichtig. Maar een stofzuiger moet ze niet." ,,Ik ben geen stofzuiger, kind. Ik wilde maar even konen vra gen, ot mevrouw soms een stal letje op onze aanstaande fancy- fair voor haar rekening zou willen nemeD. Maar natuurlijk als zij geen behoefte heeft aan maatschap- pelyken omgang. „Nee,dame, we hebben hier niks noodig," zei het meisje, en me vrouw Slikker van Efscheuten ging met dreunende schreden van daar, heel erg rood aehter in haar hals. Mijnheer Fisteldrsyer kwam met den trein van vijf zooveel terng en betoonde zich zeer optimist. Da stakker wist toen natuurlijk nog niet, dat hy en zyn vrouw maatschappelijk voor de haaien waren. Mevrouwtje verhaalde hem van een massa aardige lui, die gekomen waren en beloofd hadden om terug te komen. „Best wijfke", spon mijuheer. Voor mij komt er ook nog iemand. Maar die wilde ons een stofzuiger demonstreeren..., Mevrouwtje wierp zieh voor» over op den grond en beet in vertwijfeling in den rand v*n het vloerkleed* AXELSCHE COURANT.

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1931 | | pagina 1