Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch - VIaan deren No. 23. DINSDAG 23 JUNI 1931. 4le Jaarg. J. C. VINK - Axel. Examen doen. FEUILLETON. Buitenland. Dit blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 maanden 75 Centfranco per post 1 Gulden. Afzonderlijke Nos. 5 Cent. DRUKKER-U1TGEVER Bureau Markt C 4. Telef. 56. - Postrek. 60263. ADVERTENTIËN van 1 eiken regel meer 12 Cent. plaatsruimte berekend. Advertentiën worden franco ingewacht, tot Dinsdag- en Vrijdagvoormiddag 11 ure. tot 5 regels 60 Centvoor Groote letters worden naar uiterlijk Zij, die zich met 1 Juli op dit blad abon- neeren, ontvangen de tot dien datum verschijnende nummers gratis. We zitten weer midden in den tijd van de examens en tal van jongelieden hebben weer eenige uren van angst en spanning te doorstaan. Hebt u wel eens zoo'n zaal waargenomen, waar zoo'n foltering wordt geleden, lezer? We zullen trachten er een voor stelling van te geven. Daar zit een jongmensch te denken. Dit denken is zichtbaar. Hij geeft geen enkel gebaar. Al les is stil aan hem. Zijn hand wacht op het woord, dat zijn geest hem aanstonds dicteeren zal. Dit wachten duurt oneindig. Zijn oogen worden strak. Het woord valt hem niet in. Verderop zit een jongmeisje. De pen scheert over het papier. Zij kan het bij kans niet bijhouden; alles leeft aan haar. Haar lippen prevelen de woorden na, die ze opschrijft. Haar geest rent. Ziet u daar dien jongeman Hij werkt. Zijn bedaardheid is bijna hinderlijk. Zoo werkt hij ook thuis in zijn eigen kamer, aan zijn eigen tafel. Alles gaat, zooals het altijd is gegaan, rustig- zeker, zelf-bewust. Zoo heel an ders dan hij, die verderop een kind nog over zijn papieren gebogen zit, schrijft en weer doorhaalt, nog eens begint en weer verandert En de examinator, hoog in zijn lange, gekleede jas, stapt langs de rijen heen. Hij wéét alles. Hij kent alles. Hij is de oneindig knappe exapiinator, die de span ning opvoert door zijn onaan doenlijk heen en weer stappen. Er tikt een klokje. Het is een horloge op een van de tateltjes. Zóó stil is het, dat dit dunne platte horloge aantikt als een gong. Er wordt examen gedaan. Hebt u wel eens zóó aan een tafeltje gezeten Aan zoo'n een zaam tafeltje, alleen Met die sommen voor u, waar ge mee begonnen bent en die geen op lossing brachten. Hebt u wel eens zoo in het tijdsbestek van een paar uur al uw zenuwen tot het uiterste gespannen gevoeld, omdat u geen minuut meer dan het afgepaste uur gelaten wordt om het werk te voltooien Hebt u wel eens zoo'n dag doorgeworsteld, die begonnen is met de reis en het nog éven nazien van een les, het nog éven opzoeken van een jaartal, het nog éven vragen naar een woord zoo'n dag, die voortkroop van minuut tot minuut, omdat het thema uvoor onbekende woorden zette, die ge niet te vertalen wist. Hebt u wel eens de plotselinge vreugd gesmaakt bij een onverwacht makkelijke taak, die den dag plotseling een heel eind in de goede richting schoof Het is beulenwerk. Of: vrien delijker, zooals dr. van Oven het typeert in zijn artikel in „Het Haagsch Maandblad" „een plaag voor de candidaten, die de laatste maanden trachten meer in hun hersens te laden, dan deze be vatten kunnen die dikwijls ver beneden, soms boven hun kracht examen doen, tenslotte toch sla gen, als zij werkelijk goed zijn, toch afgewezen worden, als zij niets weten en voor de rest- als speelballen van het toeval boven of onder de streep terecht komen, alleen getroost door de wetenschap dat er meer onverdiend slagen dan afgewezen worden (al is dit voor de laatsten het hardst). We zullen over die uitspraak niet uitwijden. Maar we denken aan het gezin, de ouders van die jongens en meisjes Aan vader, die op een goeden uitslag rekentaan moe der, die om een goeden uitslag: bidt. Aan vader, die misschien wel een beetje voor zich hoopt en verwacht; aan moeder, die alleen „om haar kind" de han den samen vouwt. Ook voor het gezin is zoo'n examendag soms een bange dag. Hoe vaak is het niet een erop of eronder, en gaat het heele denken zoo'n dag uit naar de beslissing in welke richting het leven van hun kind gaan zal. Het hangt vaak van omstan digheden af, die heelemaal niets met de kennis van een candidaat uitstaande hebben, of men zegt „ja" op de toekomst van een jong leven, dan of men „neen" zegt, hard en wreed neen, na maanden van ingespannen studie. En zoo is het voor de ouders een wachten met ongeduld, al naar het uur nadert, waarop het telegram er .zijn zal: „Geslaagd" of dat de wijzers voorbij zijn gekropen, zonder dat er bericht kwam en de hoop ijdel bleek. Gelukkige ouders, die hun kind kunnen feliciteeren geluk kige ouders ook, die hun kind als hij weg gaat, de zekerheid geven, dat als het „mis" loopt, er niets zal veranderen aan hun liefde tot hem of haar, omdat gedrag en vlijt op hun rapport meestal met een 10 bekroond werden. In derdaad zijn dat de mooiste cijfers, ouders öevolgea der noodverordeningen Tijdens een bijeenkomst van vertrouwenslieden der Christelijke vakvereenigingen te Berlijn heeft Stegevald, de Duische minister van arbeid, een redevoering ge houden over de noodverorde ningen. Door de noodverordeningen aldus spr. worden allen ge troffen, de niet-bezittenden intus- schen het zwaarste, aangezien er nog slechts weinig menschen zijn, die een hoog inkomen genieten, ook doordat zooveel kapitaal in den oorlog is verloren gegaan, terwijl door kapitaalvlucht het resteerende nog meer is vermin derd. Wanneer men nu het nog aanwezige kapitaal wegneemt, wordt Duitschland tot een land met werkkrachten doch zonder kapitaal, waardoor een barbaar- sche verarming der massa ont staat, welke niet te vergelijken is met den tegenwoordigen toestand. De laatste noodverordening eischt van ongeveer 15 millioen men schen hoogere belastingen en van rond 10 millioen vermindering van inkomsten. Dat 'n legislatief werk, dat op een zoo'n breed front in het leven van een volk ingrijpt, op tegenstand zou stooten, was te verwachten. Het is thans algemeen bekend, wat in Duitschland gebeurd is in de afgeloopen weken. Het ineen- srorten van de Oostenrijksche Kreditanstalt schokte het vertrou wen. Hierop volgde de groote storm van bijna alle partijen en belangengroepen op de noodver ordening. De Duitsche Volkspar tij nam het besluit, dat de Rijks dag bijeengeroepen moest worden. Al deze zaken hadden tengevolge, dat de buitenlandsche credietge- vers van Duitschland in korten tijd ongeveer 1 milliard mark op gevorderd hebben. Dit was weer de oorzaak ervan, dat credieten ten bedrage van ongeveer 21/»—3 milliard mark van het particuliere bedrijfsleven teruggevorderd wer den. Dat beteekent weliswaar nog geen valutacrisis, doch wel een onderdrukking van crediet op groote schaal en een ontzaglijke vergrooting van de werkloosheid in korten tijd. De buitenlandsche geldschieters nu beweren, dat Duitschland slechts credietwaardig is, wan neer het een sluitende begrooting heeft. De huidige Rijksdag is niet in staat de Noodverordening en daarmede de sluitende begrooting op zijde te zetten, daar niet in plaats van de Noodverordening iets beters geboden kan worden. In een dergelijke positie zegt de Rijksregeering„Wij hebben de wereldmeening echter het begrip bijgebracht, dat Duitschland on der alle omstandigheden hulp noo- dig heeft. Wanneer de Rijksdag of de Begrootingscommissie bij eengekomen waren, zou een nog grooter onttrekken van credieten niet te vermijden zijn geweest. Hierdoor zou Duitschland in Juni zijn verplichtingen niet kunnen nakomen." Wat kan aan de Noodverorde ning veranderd worden In de volgende maanden en den aan staanden winter staat men voor het probleem of de werkloozen- verzekering behouden moet wor den of weer moeten veranderd in steun voor behoeftigen. Wij moe ten het feit onder het oog zien, dat een geheele reeks maatrege len niet genomen kan worden in den vorm van een werkloozenver- zekering. Tegenover deze feiten blijven nog drie mogelijkheden open. Of men scheidt de crisis- werkloozen af uit de werkloozen- verzekering en de crisiswerkloozen worden in de werkloozenverzeke- ring anders behandeld dan de overige beroepen en bedrijven, of zij worden geheel uitgesloten van de eigenlijke werkloozenverzeke- ring, dan welmen heft in het algemeen de werkloozenverzeke- bp en voert den steun voor be hoeftigen, dus pcactisch armen zorg, in. Dat is de ware stand van zaken. De offers, welke de Rijksregee ring eischt, zijn dezelfde als die welke van een ernstig zieke door den dokter geëischt worden. Staat en bedrijfsleven zijn in Duitsch land in ieder geval zwaar ziek. Het bestuur der soc.-dem. partij heeft een manifest gepu bliceerd, waarin de strijd tegen de noodverordening wordt aan gekondigd en geëischt, dat de in ^sociaal opzicht onrechtvaardige inhoud door een betere wordt vervangen. De andere partijen, die zich tegen de verordening hebben verklaard, zoo wordt verder gezegd, streven naar heel andere doelen dan de soc.-dem. De nat.-socialisten, Duitsch- Nationalen, Groot-Agrariërs en de „Scharfmacher" der Volkspartij willen de arbeidersbeweging ver nietigen Zij willen een regeering der rechterzijde als overgang naar het fascisme. De communisten helpen hen daarbij. (Wordt vervolgd,) AXELSCHEïffi COURANT 70) EENE ONTMOETING. Mevrouw Bartineux noch Sofie ver scheen dien dag aan het ontbijt. De huishoudster bezocht laatstgenoemde en bracht haar een briefje van graaf Beaucourt. Hij had van het ongeval gehoord en was zeer bezorgd. Sofie was kort in het antwoord en deelde hem mede, dat thet onvrijwillige bad haar geen kwaad had gedaan en zij hem den volgenden dag bij het ont bijt zou zien. Laat in den avond kwam de huis houdster, gevolgd door een meisje, dat allerlei lekkernijen op een blad droeg. Sofie verzocht de huishoudster een tijdje bij haar te blijven praten. Deze nam de uitnoodiging aan en zette zich bij haar neder. Sofie vroeg naar mevrouw Bartineux. Zij is veel ziek. antwoordde de Jniisboudster. De schrik, het koude bad en daarna de vaart in de natte kleederen hebben haar koorts doen krijgen. Zooeven is er om een dokter gezonden. De arme oude dame klaagt en heeft het bang. De huishoudster bracht het grootste deel van den avond bij Sofie door, die zij in den korten tijd dat deze op het kasteel verbleef had leeren liefhebben. Het meisje wist met een wending het gesprek op het familiedrama van Char- temont te leiden en de hulshoudster tnoeit de geschiedenis vertellen, doch zij kon niets zeggen wat Sofie niet reeds wist. Gelooft gij dat Alexe Mixtome zijn broeder vermoordde? vroeg zij. Hoe kan ik iets anders gelooven vroeg de huishoudster verbaasd. Maar ik kende AJexe Mixtome zoo goed, dat ik weet dat hij het niet met voorbe dachten rade gedaan heeft. Hij deed het in drift, en ik ben overtuigd dat hij gaarne zijn leven zou gegeven hebben om dat van zijn broeder te kunnen terugkoopen. Hij was de rechtschapen heid en oprechtheid in persoon, maar hij had te warm bloed en liet zich te spoedig door anderen beinvloeden en beheerschen. Niemand gelooft, dat hij den moord met opzet pleegde. Sofie zuchtte bij de gedachte, dat niemand van hen die haren vader ge kend en bemind hadden, behalve hare moeder, ooit aan zijn schuld had ge twijfeld. Toen de huishoudster haar verlaten had, gaf Sofie zich weer aan hare ge dachten over. De moeilijkheden, welke zich voor haar opeenstapelden, sche nen haar onoverkomeiijk toe en haar vijand was te gevaarlijker, omdat hij in het geheim werkte. Zij wist niet waar zij zich tegen zijne aanvallen te verdedigen had. Maar toch kon zij niet ontkennen reeds zeer ver gevor derd te zijn en dit feit gaf haar weer moed en hoop. Den volgenden morgen was mevrouw Bartineux zoo ziek, dat zij het bed niet kon verlatenSofie vertoefde eenige uren bij haar en begaf zich vervolgens naar het terras, waar zij graaf Beau court vond. Hare houding was kalm zoodat men niets anders kon zeggen, dan dat de graaf slechts een harer ken nissen was j maar de bezorgheid van dezen en de vereering welke uit zijn blik en uit zijn stem spraken, waren voor Sofie de zekerste teekenen zijner onwankelbare liefde en trouw. 's Middags kwam er een brief voor Sofie van mevrouw Mixtome, die van het ongeval gehoord had en bevreesd was voor de gezondheid van het meisje. Zij schreef, dat zij den volgenden dag naar Montfacon zou komen en bedankte haar tevens voor hare belangstelling. Mevrouw Mixtome ontving Sofie's brief na het eten. Zij doorliep hem vluchtig en stak hem in den zak, om hem later met meer opmerkzaamheid te lezer. Spoedig daarop bracht de markies van Charlemont haar een kort avondbezoek, waarop hij over de bij zonderheden van het ongeval onder vraagd werd. Hij vertelde de zaak in het kort en scheen er weinigybeteeke- nis aan te hechten. Hij vond gelegenheid mevrouw Mix tome om een bijzonder onderhoud te verzoeken tegen den volgenden morgen. Hebt gij mij iets medetedeelen over den last, dien ik u gaf vroeg mevrouw Mixtome op fluisterenden toon. Ik wil daarover en nog over an dere dingen spreken, antwoordde de markies. Kom ten tien ure in de bibliotheek zeide mevrouw. Slechts één woord. Hebt gij een spoor van den waren moordenaar gevonden Het vriendelijk gelaat van den mar kies betrok. Waarde Eugenie, sprak hij, gij l hoopt iets onmogelijks. Doch laat ons thans daarover niet spreken. Morgen komen wij erop terug. I Hij nam afscheid. De gasten trokken zich terug, mevrouw Blenjour volgde hen en mevrouw Mixtome bleef alleen in het salon achter. Zij trad naar het venster en keek naar buiten. Er heerschte een doodsche stilte. De zee was kalm en werd door het toover- achtig maanlicht beschenen. Mevrouw wilde een wandeling langs den oever maken. Zij was nog niet vermoeid. De woorden van den markies klonken haar nog in de ooren en brachten haar in een onaangename stemming. Ik zal heden niet gaan slapen voor ik zeer vermoeid ben, dacht zij. Het bruischen der branding en de frissche lucht zullen mij het beste bedaren. Zij belde en beval den binnentreden- den bediende Johanna te roepen, die eenige oogenblikken later binnenkwam. Breng mij eep shawl, Johanna, verzocht mevrouw. Ik ga nog even naar buiten en vergezel mij. Ofschoon het reeds laat was, maakte Johanna geene opmerking, doch voer de bereidwillig het bevel harer meeste res uit. Wil ik een bediende zeggen, dat hij meega, mevrouw vroeg zij. Neen, ik heb geen bescherming noodig. Wie zou mij kwaad doen? Als gij bij mij zsijt, is hef voldoende. Mevrouw Mixtome begaf zich naar buiten en wandelde naar de klippen. Johanna volgde op eenigen afstand. Voor een steile helling bleef mevrouw staan en zag naar de kalme zee. Zij had niet bemerkt dat een man voor haar gevlucht was en nu niet ver van haar tegen een rotswand geleund stond. Het was haar echtgenoot. Voor de derde maal bezocht hij Mont facon. Na zijn laatste bezoek dat voor hem zoo noodlottig had kunnen zijn, had hij voorgenomen niet meer terug te keeren j maar Zoolang zijn vrouw daar bleef, oefende het kasteel eene onweerstaanbare aantrekkingskracht op hem uit. De vensters van het salon werden 's avonds niet gesloten en zoo had hij steeds gelegenheid zijne echtgenoote te zien, terwijl hij zelf onopgemerkt bleef. Hij had nu echter het vaste plan gemaakt, zich niet meer te ver- toonen, want ter wille van Sofie wilde hij zich niet aan eene ontdekking bloot stellen. Hij was gekomen toen de markies van Charlemont vertrok, had zijne echtgenoote eenige oogenblikken aanschouwd en zoodra hij haar buiten zag, de vlucht genomen. Toen hij zoo dicht in hare nabijheid 3tond kwam het verlangen in hem op haar te spreken en hare stem weer te hooren. Zijne polsen klopten hevig, zijn bloed kookte, het was hem als stond hij in vuur. Zij kan mij niet herkennen, dacht hij; en ik zal haar nooit meer wederzien. Het is ons afscheid, ofschoon zij het niet weet. Ik zal haar aanspreken. Hij vergat dat het reeds laat was, en vergat alle voorzichtigheid zich zeiven. Hij dacht er alleen aan, dat zij zijne vrouw was en haar nog lief had. Hij had zich door een baard on kenbaar gemaakt, was zeer armoedig gekleed, droeg een kastje met zeep aan een riem op den rug en zag er uit als een reizend koopman. Hij ge loofde zeker te zijn niet herkend te zullen worden. De koopman bleef bedaard staan) zijn gebogen en rustige houding roer den mevrouw, die, ofschoon trotsch en koel tegen haars gelijken, deelnemend en vriendelijk jegens de minderen en armen was>

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1931 | | pagina 1