\W<W>I Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen. No. 14. VRIJDAG 23 MEI 1931. 47 e Jaarg. J. C. VINK - Axel. PINKSTEREN. FEUILLETON. Binnenland. Dit blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 maanden 75 Centfranco per post 1 Gulden. Afzonderlijke Nos. 5 Cent. DRUKKER-UITGEVER Bureau Markt C 4. Telef. 56. - Postrek. 60263. ADVERTENT1ÈN van 1 tot 5 regels 60 Centvoor •Ikon regel meer 12 Cent. Groote letters worden naar plaateruimte berekend. Advertontiën worden franco ingewacht, uiterlijk tot Dinsdag- en Vrijdagvoormiddag 11 ure. Eerste Blad. Wegens het Pinkster- feest zal a s. Dinsdag geen nummer van dit blad verschijnen. maar een verzinsel van den volks geest geweest, om zich nog een extra vrijen dag te verzekeren. Want hoewel oorspronkelijk het Pinksterfeest op één dag was be paald, stelde paus Urbanus II in het jaar 1094 het feest op drie dagen. Ook het Pinksterfeest heeft in den loop der tijden vele veran deringen in beteekenis ondergaan, en zich van heidensch gebruik, langs den weg van gedachtenis- feest der wetgeving op Sinaï, tot het christelijk gedachtenisfeest van den huidigen tijd ontwikkeld. Het woord zelf is afkomstig van het Grieksche pentekostos, dat de vijftigste beteekent, hetwelk men nog duidelijk terugvindt in het Fransche Pentecóte en het En- gelsche Pentecost. In de dagen der oude Israëlieten werd het als een dankfeest ter gelegenheid van den oogst in eere gehouden. Later werd dit „feest der zeven weken" (dat wil zeggen, zeven weken na Paschen) door de rab bijnen tot een feest verheven, ter gedachtenis aan de wetgeving op den berg Sinaï. Bij de kerstening der heidensche en andere feest dagen, werd door de kerkverga dering te Elvira in het jaar 305 (in Spanje) gehouden, het Pink sterfeest als kerkelijke feestdag ingesteld, waarbij Christenen dan den dag herdenken, waarop de uitstorting van den Heiligen Geest op de discipelen van Jezus plaats vond, waarop de eerste christen gemeente te Jeruzalem gesticht werd. In vroeger tijden werden deze voorvallen uit de christelijke geschiedenis in de kerken door zinnebeeldige voorstellingen uit gebeeld, zooals trouwens ook met andere christelijke herdenkings data het geval is en waarvan bijvoorbeeld de eeuwenoude pas siespelen in Oberammergau nog een opmerkelijk overblijfsel zijn. Het vieren, speciaal vroeger jaren, op min of meer gepaste (dikwijls echter ook ongepaste) wijze van de z.g. Pinksterdrie is niet zoo 62; Kunt gij mij het uiterlijk van dien man beschrijven, mevrouw Bien- jour vroeg graaf Beaucourt. Ik heb hem niet goed kunnen opnemen omdat het te donker was, maar ik zag toch zijn groote gestalte en zijn vollen baard, antwoordde de gevraagde; hij scheen mij jong en schoon te zijn. Zonderling, zeide de graaf, na dat de zaak nog eens over en weer besproken was, maar ik geef u mijn eerewoord, mevrouw Mixtome dat juffrouw Lepage niet in staat Is iets onedels te doen. Ik geloof het niet dat een man haar omhelsde. Alleen hare eigen bekentenis zal mij overtuigen, Ik ken haar zoo goed, dat ik zelf de getuigenis van eenen engel tegen haar niet gelooven zou. De oogen van mevrouw Mixtome straalden van genoegen. Zij reikte den graaf de hand, die deze greep en warm drukte. Maar na de halve bekentenis, welke Sofie deed, is het noodigdatzij die volledig maakt, zeide mevrouw Mixtome, na eenige oogenblikken ge zwegen te hebben. Ik moet weten, wie deze was en waarom hij hier niet san huis kwam, om naar haar te vra gen. Het is uw plicht graaf Beaucourt om met haar over deze zaak te spre ken. Zij is onervaren in de wereld en reisde alleen van Griekenland raar Pa rijs. Misschien heeft zij onderweg den Er is een onweerstaanbare be koring aan het eenvoudig verhaal in de schrift, waar de schrijver der „Handelingen", Lucas, ver haalt En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. En daar geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van eenen geweldigen gedreven wind, en vervulde het geheele huis waar zij zaten en van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen en zij werden allen vervuld met den heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zooals de Geest hun gaf uit te spreken. Wanneer inderdaad het vuur eener heilige bezieling ons be geestert, beginnen we met een andere taal te spreken. Wanneer klaar en duidelijk de waarheid in de menschelijke gedachten daagt en de verduisterende wol ken van menschelijke meeningen en opvattingen verdrijft, de wol ken van egoïsme, van argwaan, van achterdocht, jegens de an deren, van wangunst, kleinzielig heid, vrees, liefdeloosheid, haat, onvriendelijkheid, en zoo meer, kortom, wanneer de nevelen op trekken, en we de menschen om ons heen gaan zien, ontdaan van de stoffelijke, misleidende beklee ding der sterfelijke gedaante, met al den aankleve van dier., en gaan beseffen, dat daarachter staat de geestelijke mensch, geschapen naar het volmaakte beeld en de gelijkenis van den Geest, die het heelal bestuurt, wanneer we de Qnverbreeklijke broederschap der menschheid onderkennen, dan spreken we inderdaad met een andere taal, de universeele taal der liefde, in een beter, verdraag zamer, vriendelijker, vergevens gezinder, lankmoediger bejege ning van de anderen. En dat zal ons tegelijkertijd vervullen met een onbeschrijflijk gevoelen van vrede. Het leven kan alleen verklaard worden in goedheid, niet in kwaadwant alleen het goede is onsterfelijk, en daarom werke lijk en waar, zegt een anonymus in „States"zij die de vruchten van den Geest vergaderen iefde, vreugde, vrede de eenige vruchten, die onsterfelijke verlangens kunnen verzadigen, vragen nooit„Wat nut heeft dit alles Omdat zij, eenmaal dezen vrede geproefd hebbend, verzadigd zijn. En andere talen spreken. man leeren, die haar later volgde, en nu lastig valt. Wellicht was het een harer «bloedverwanten. Doch wie het ook zij, in elk geval is het zeker, dat juffrouw Lepage de raad van een vriend noodig heeft, en zou haar gaarne mijn hulp willen bieden, indien zij maar rechtuit tegen mij wilde opbiechten Uwe vrees, dat Sofie dezen man toevallig op reis heeft leeren kennen, is niet onwaarschijnlijk, zeide graaf Baeucourt bezorgd. Bij de eerste ge legenheid de beste zal ik de zaak eens Ier dege met haar bespreken. Indien iemand gewaagd heeft haar te belagen, zal hij ondervinden dat zij niet zonder beschermer is. Kort daarop nam graaf Beaucourt af scheid en reed naar Charlemont terug. Vóór tafel ontmoette hij Sofie niet meer. Na het eten begaf de markies van Charlemont zich naar de bibliotheek en liet zich den geheelen avond niet zien. Mevrouw Bartineux, die zich nog altijd onwel gevoelde, trok zich even eens terug, nadat zij eenige muziek stukjes had aangehoord. Sofie was nu met den graaf alleen; zij zag er zoo bekommerd uit, dat graaf Beaucourt het wel moest opmerken. Hij deelde haar zijn onderhoud met mevrouw Mixtome mede en sprak van de tegen haar ingebrachte beschuldi ging en het vermoeden van [mevrouw Mixtome, omtrent den geheimzinnigen bezoeker. Ik wil mij niet in uw vertrouwen dringen, zeide hij, en zou ook van de geheele zaak niet gesproken hebben, indien ik niet vreesde, dat iemand, dien gij op uw reis van Griekenland naar Frankrijk hebt leeren kennen, het u lastig maakt. Laat u niet door valsche schaamte terughouden om vah mijne Tegen de crisis. Ingediend is een wetsontwerp tot wijziging en verhooging van de Rijksbegrooting voor 1931. Aan de Memorie van Toelich ting wordt het volgende ontleend Tweeërlei staat wel vast: le. de publieke lichamen en in de eerste plaats de Staat moeten weten, welke de feiten zijn, die, nationaal en interna tionaal de economische verhou dingen bepalen, omdat alleen dan met bewustheid en kennis van zaken maatregelen in het belar.g van het bedrijfsleven kunnen worden beproefd of nagelaten. 2e. de publieke lichamen moe ten in staat zijn om het bedrijfs leven, die feitelijke voorlichting op economisch gebied te ver schaffen, welke voor het doen van zaken noodig of wenschelijk is, en die de bedrijfshoofden of althans vele bedrijfshoofden zich niet zelf eigen kunnen maken. Een en ander komt dan neer op voorlichting, zoowel aan par ticulieren als aan het Staatsgezag, dat dan zijn beleid kan bepalen. In verband met de omstan digheid, dat de zorg voor de belangen van den landbouw bij een departement is ondergebracht, zal de nieuwe voorlichtingsdienst niet de landbouwaangelegenhe- den omvatten. De Minister stelt zich voor, dat bij de directie van den Land bouw eenige ambtenaren zich met de landbouwvoorlichting zul- en blijven bezighouden' doch dat zij voor vragen van niet speciaal latidbouwtechnischen aard zullen kunnen gebruik maken van de diensten van den econo- mischen voorlichtingsdienst in het algemeen, terwijl die dienst bij vraagstukken, welke een meer algemeen commercieel karakter dragen, zijnerzijds de hulp zal kunnen inroepen van hen, die door hun opleiding en hun dage- lijkschen werkkring met den land bouw in het bijzonder vertrouwd zijn en met den technischen dienst van den landbouw onmid dellijk samenwerken. Wat de economische belangen van Indië betreft, deze zullen hun verzor ging aan het Ministerie van Koloniën blijven vinden. De kern bestaat in de vervan ging van de tegenwoordige af- deeling Handel en Nijverheid van het Departement van den Minis ter door een nieuwe, aanzienlijk uitgebreide afdeeling. Aan het hoofd daarvan zal moeten staan een leider, die, economisch ge schoold, in staat is de telkens actueele vraagstukken in hun voortdurende wisseling te onder kennen, te bestudeeren en tot onderwerp van zijn voorstellen aan den Minister te maken. Hij zal in voortdurend contact met het bedrijfsleven moeten staan en door zijn bekwaamheid en ruimte van blik met dat bedrijfs leven veelzijdige relatie kunnen onderhouden. Dienovereenkom stig wordt\ de positie van een leider gelijk aan den rang van directeur-generaal met een wedde van f 12 000. De directeur-generaal zal de leiding hebben over zijn afdee ling, die uit drie onderdeelen zal bestaan A. Algemeene, economische politiek, in het bijzonder ook de handelspolitiek. bescherming gebruik te maken. Ik zal uwe hulp inroepen als ik die noodig heb. Dus het is waar vroeg de graaf. Sofie aarzelde. Zij kon de legen haar Ingebrachte beschuldiging niet looche nen en gevoelde dat de graaf recht gaf op haar vertrouwen, maar toch mocht zij hem de waarheid niet zeggen. Wij zijn nog niet met elkaar ver loofd, Alfred, zeide zij bekommerd. Ik begin er aan te wanhopen, dat de hin derpaal die tusschen ons beiden staat, ooit uit den weg geruimd zal worden Ik moet u bekennen dat beschuldiging van mevr. Bienjour waar isIk nam uit den tuin van Montfacon afscheid van een man, op de wijze zoeals zij dat be schreef. Was de jongeling uw broeder, Sofie of was hij een andere bloedver want? vroeg de graaf. Neen. ik k a n u niet zeggen, wie hij was, Alfred; wellicht zal ik nooit daartoe in staat zijn. Ik mag u de waarheid niet bekennen, al zou ik ook uwe liefde en uwe achting er door moeten verliezen. Zij hief hare blauwe oogen tot hem op die wel is waar diepe bekommering maar ook haar onschuld en zielegroot- heid uitdrukten. De graaf had nooit geloofd dat lij iets zou gedaan hebben wat niet mocht en deze blik zeide hem dat hij zich niet bedroog. Bewaar uw geheim Sofie, zeide hij zacht, maar wanneer gij mijn hulp noodig hebt, moogt gij niet aarzelen er gebruik van te maken. Ën vertrouwt gij mij nog? In zijn oogen las zij het antwoord, Ik hoop dat er een dag zal ko men, waarop ik u alles kan verklaren, zeide zij met eenen denkbaren blik» HELDER WITTE KRISTAL STIJFSEL (Ingez. Mededeeling) O, Alfred, wanneer gij mij nog ver trouwt, in weerwil dat de schqn tegen mij is, dan zal ik moedig verder gaan. Zij spraken nog een wijl met elkaar De graaf vroeg naar mijnheer Lepage en Sofie liet hem den laatsten brief van haren vader zien, die uit Athene gedateerd was en niets inhield wat op hare zending betrekking had. De brief verdreef de gedachte van den graaf dat de man, met wien Sofie 's avonds in den tuin van Montfacon gesproken had, haar vader kon geweest zijn. Omstreeks tien uur begaf Sofie zich naar haar kamer. Het vuur flikkerde helder in de kachel en op den schoor steen brandde een licht. Aan de ka chel stond een leunstoel, die haar tot rusten uitnoodigde. Alvorens zij ech ter ging sitten, viel haar oog op haar schrijflade die zij op tafel had laten liggen. Zij bemerkte dat niet alles in orde was, zooals zij het verlaten had. Het slot van de lade was naar het scheen met een vaischen sleutel ge opend en alle papieren waren door snuffeld. Blijkbaar had men de brie ven, die slechts afkomstig waren van hare gouvernante, in handen gehad. Het geheel zag er overigens uit, alsof Iemand de papieren door elkander ge worpen en ze in haast weer geborgen had, Dat is weer het werk van Philippe Piron, dacht Sofie. Hij is zeker over* vallen en heeft toen maar zoo goed en zoo kwaad als het ging, alles weg gestopt, Het is goed dat zich in de lade geen brieven of foto's van mijn vader bevonden, Zij legde de papieren weer netjes ep orde en onderzocht het laadje van de secretaire» dat bij na geheel leeg en waar* in «Iets verdachts tt bespeuren wat B. Economische voorlichtings dienst. C. Uitvoering van speciale wetten en alle onderwerpen, welke niet onder A. en B. be- hooren (Octrooiwet, Wet Kamers van Koophandel, Handelsregis terwet, Technische voorlichtings diensten, Middenstandszorg, etc). Als leider van den voorlich tingsdienst is gedacht een hoofd ambtenaar met den rang van di recteur en een wedde van f9000. Wat onderdeel C aangaat, zal het leeuwendeel van den hier ver richten arbeid kunnen plaatsvin den onder leiding van een admi nistrateur, die door regelmatig con tact in den geest van den directeur- generaal werkzaam is. De Minister stelt zich verder voor, de instelling te bevorderen van een Economischen Raad, waarin zoo veelzijdig mogelijk het bedrijfsleven zal zijn vertegen woordig en die tot taak heeft advies uit te brengen over onder werpen, de economische politiek rakende. Het onderdeel C. zal niet of nauwelijks nieuwe krachten ver- eischen. Wat afdeeling A. aangaat, die vermoedelijk het meest de voort durende bemoeiïng van den di recteur-generaal zelf zal hebben, deze zal betrekkelijk klein van omvang zijn, maar zal in hoofd zaak moeten bestaan uit bekwame vervolgens zag zij haar keffer na. Ook die was blikbaar met een valscken sleu tel geopend en doorsnuffeld. Zij nam er stuk voor stuk uit, om het er weer ordelijk in te leggen. Op den bodem vond zij in een hoekje een fraaie en kostbare broche, welke mevrouw Bartineux den vorigen avond nog op haar japon had gedra gen. Sofie schrok hevig over deze vondst. Zij dacht dadelijk dat Piron die broche gestolen had, om die in haar koffer te bergen, teneinde de ver denking van diefstal op haar te laden misschien seifs wel om haar in de ge vangenis te doen opsluiten. Het koude zweet brak haar uit. Ontmoedig viel zij op een stoel neer. Hoe kon zij nog hopen dat haar werk tot een goed einde zou leiden, indien zij bij elke schrede, die ztj deed door vijanden werd bespied en vervolgdvijanden, die elk middel aangrepen, om haar verdacht te maken en te doen wegjagen als iemand die tot alles in staat is. Zij durfde zich niet tegenover den bediende tegenover den graaf beklagen, zelfs mevrouw Bartineux wilde zij er niets van mededeelen hoe zou sjj de vriendschap van den bediende, die hun vertrouweling was, verklaren zonder zich te verraden? Zij zou de broche weer op haar plaats leggen. Ze stak het kleinood bfi zich en ging naar de kamer der oude rronw. Terwijl zij deze naar haren toestand vroeg, vond >ij gelegenheid de broche in het ju* weelendoosje te leggen, waaruit Phi* lippe het vermoedelijk had weggeno* men. Kort daarna keerde zij verlicht terug. (Wordt vervolgd} AXELSCHEfi COURANT. SB ""•mZWVERf """«aursn IOC! P. PAKJE

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1931 | | pagina 1