L I jjj No. 10 Woensdag 0 Mei 1017. 33e Janrg. Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen. F. DIELEMAA, Binnenland. /WEISCH 01V T Dit blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 Maanden 60 Cent; franco per post 70 Cqnt. Voor België 80 Cent. Afzonderlijke Nos. 5 Cent DRUKKER—UITGEVER AXEL ADVERTENTIEN van 1 tot 4 regels 25 Cent; voor eiken regel meer 5 Cent. Groote letters worden naar plaatsruimte berekend. AdvertentiëD worden franco ingewacht, uiterlijk tot Dinsdag- en Vrijdagnamiddag EEN ure. Onbepaald (klein) Terlof. (Officieel). In het genot van onbe paald (klein) verlof worden gesteld op 16 Mei e. k. de dienstplichtige ,korporaals en manschappen van de lichting 1911 der onbereden wapens, met uitzondering der pantserfort-artille rie en der torpedisten op 15 Mei e. k. de dienstplichtige korporaals en mauschappen van de lichting 1910 der pantserfort-artillerie en der torpedistenalsmede de dienst plichtige onderofficieren, korporaals en manschappen van de lichting 1909 der bereden wapèns. N. R. Crt. Landstorm jaarklasse 1908. Bij navraag aan het departement van oorlog werd medegedeeld, dat de op roeping van het eerste gedeelte der laudstormjaarklasse 1908 heeft plaats gehad. Het opkomen van de daartoe behoorende dienstplichtigen neemt over twee weken een aanvang. N. R. Crt. Landbouwverlof. In verband met het gestelde in de 2e alinea van punt 8o. van de gewyzigde L. O. 1916, B. 131, wordt het volgende bepaald Aangezien de hooibouw en de daar mede samenvallende veldarbeid (als wieden, boonenpoten, enz.) in dit jaar later zal plaats hebbenNdan gewoonlijk, kan tot 21 Juni a. s. uitsluitend ten behoeve van bijzondere verloven van akker- en tuinbouwers en verveners (zoowel bedrijfsleiders als werkkrachten) door compagnies- (eskadrons-, battery fort-, detachements-) commandanten behalve over de 17 pCt. ook ever de aanwezige ruimte de 3 pCt., genoemd in de 2e alinea van punt 9o. van de gewijzigde L. O. 1916, B. 131, worden beschikt. Na 21 Juni a. s. is geen verlof voor verveners meer noodig en kan tot 1 Augustus d.a.v. de beschikbare ruimte in de 20 pCt. voor bijzondere verloven vastgesteld door bovengenoemde com mandanten worden benut voor het toekennen van verlof aan veehouders (weiboeren), akkerhouders, tuinbouwers, en de andere categorieën van dienst plichtigen genoemd in de L. O. 1916 B. 103 en 104, voor wie verlof even noodig is als voor land-en tuinbouwers. De in deze orders vervatte regelen voor het toestaan van bedoelde verloven zijn ook in dit jaar van kracht. Aan genomen kan worden, dat in algemeenen zin de seizoendrukte in de land- en tuinbouwbedrijven in dit jaar ongeveer een maand later valt dan in 1916. N. R. Crt. Dc scheepvaart. Vrijdagnacht is de stoomtreiler Sch. 417 Koningin Emma op -de Nocyder- gronden bij Terschelling met een Duitsche prijsbemanning aan boord gestrand. De reddingboot Brandaris is met 1 officier en 2 soldaten aan boord ter assistentie vertrokken, welke de prysbemanning, bestaande uit een onderofficier, naar Terschelling heeft gebracht. De Duitsche militair wordt geïnterneerd. (BravoDe Brandaris heeft den treiler vlot gesleept, welke daarop door twee torpedobooten naar Terschelling is binnengebracht vooreen onderzoek. Volgens te IJmuiden ontvangen be richten is ook de stoomtreiler Hibernia van de maatschappij Shamrock naar een Duitsche haven opgebracht. Uit Zierikzee meldt men Tien mijl benoorden het lichtschip de Noordbinder heeft een duikboot Vrijdagmorgen om 9 u. 50 min. de vrachtboot Neptunus, die met een lading stukgoederen van Rotterdam op weg was naar Londen, trachten te torpe deeren. Op de vrachtboot zag men de torpedo aankomen en door handig te manoeuvreeren, wist men deze te ontwijken. De machine werd evenwel onmiddellijk gestopt, een sloep werd neergelaten, en de bemanning nam daarin plaats. duikboot kwam daarop dichterbij. Aan de bemanning in de sloep werd bevel gegeven naar de duikboot te roeien en voor op de plecht van de duikboot plaats te nemen. Toen begaven zich in ie sloep eenige manschap len van de duikboot, die naar de vrachtboot roeiden, waar zij, na alles wat van hun gading was, te hebben weggenomen, eenige bommen plaatsten. De kapitein, de stuurman en de matro zen van de vrachtboot moesten daarop de duikboot verlaten en in de sloep gaan, waarmee zij wegroeiden. Zij zagen toen, dat hun schip in de diepte-weg zonk. Na bijna 29 uur op zee te hebben rondgezwalkt, kwamen zy heden om 2 u. 20 min. te Westerschouwen aan, van waar zij per stoomtram naar Zierikzee gingen. De mannen zagen er zeer afgemat uit. De kapitein van de vrachtboot had den kefmmandant van de duikboot gevraagd, de sloep op sleeptouw te nemen, maar dit verzoek was van de hand gewezen. Uit IJmuiden meldt men: Het stoom visscherijbedrijt te IJ nuideu is met ingang van gisteren stilgelegd. 't Was te verwachten, dat de stoornis in het vis'scherijbedrijf door h9t voort durende gebrek aan steenkolen en het in den grond boren in het veilige gebied van IJmuider schepen, gevolgd door het opbrengen van een aantal stopmtreilers het laatste blijkbaar uitsluitend met de bedoeling, in het bezit te komen van de geheele vischvangsten dier schepen, ondanks dat pus geleden een nieuwe overeenkomst tusscheu Duitsch land, Eogelaud en N->. ierlandsche be langhebbenden tot stand is gekomen, in hoofdzaak om Duitschland ter wille te zijn, ernstige gevolgen zou mee brengen. Aan den heer Gueist, handelsattaché aan het Duitsche gezantschap in Den Haag, is daarvan per uitvoerig schrijven keunis gegeven, waarvan de korte inhoud telegrafisch werd vooruitgezon den. Deze luidt: Berichten u hierbij, dat de IJmuider treilervloot van heden af wordt stil gelegd, in verband met de vele torpedeeringen en het opbrengen van onze schepen, welke maatregel van kracht zal blijven tot afdoende waarborgen zijn verkregen voor veilig heid ter zee. N. R.*crt. Getorpedeerd. De correspondent van het Hbld. te IJmuiden schrijft dd. 3 Mei: Gisteravond hadden wij gelegenheid eens Kalm te praten met een der geredde opvarenden, die thans iets op zijn verhaal gekomen was en een rustig en a ineeugeschakeld verslag van de weder waardigheden gaf. Wij vernamen, dat de Westlaud op de w -rt 1 -r firma Gebroeders Boot te Leiderdorp gebouwd en bij de Arnhem- sche Stoomsleephelling maatschappij met ketel eq machines voorzien was. Vooral de machine werd om haar modern type door deskuudigen geroemd. Woensdagavond halfnegen lag men op 53 gr. 4? min. Noorderbreedte en 4 gr. 21 min. Oosterlengte, dus buiten het verboden gebied, te visschen. Juist was het net opgehaald en de bemanning bezig den zak te openen om de visch op dek te brengen, toen een granaat schot 25 meter achter het schip terecht kwam. Men schrikte op, doch zag door de buiige lucht niets. Een tweede schot sloeg de stoomwinch aan stukken, een derde nam den schoorsteen mede en een vierde, welk dadelijk daarop volgde, sloeg door de machinekamer. Daar waren de le machinist en de tremmer, welke laatste zich op bloote voeten en met ontbloot bovenlijf naar het dek spoedde. De schoten- volgden elkander als razenden op. Door de brug, welke juist door den schipper verlaten was, kwam een granaat, die alles tot splinters sloeg. Het bleek wel, of het kanonvuur steeds meer naar het achterschip gericht werd, want één der volgende granaten ging door de kombuis, waarby de stuurman en de stoker Van der Spek tegen het dek geslagen werden. Eerst genoemde bleef ongedeerd, doch laatst genoemde werd door een granaatscherf erustig aan het houtd verwond. Terwijl de bemanning met alle inspan ning de boot buiten boord bracht, was z het doel van een hevige beschieting. Een schot ging door de scheepsboot neen, zoodat zij dadelijk bij het te water komen zich met water vulde. Toen de menschen in de boot gingen, hield het schieten even op, om daarna met hevige woede te worden herhaald zoodra de menschen in de richting van de luikboot gingen. Een schot kwam niet ver van de boot in het water terecht. De ontvangst van den schipper op de duikboot was verre van vriendelyk. Of hij al begeerde, dat hij pas een peiliug gedaau had en zich in het vrije gebied opnieid, niets hielp. De com mandant spreidde een kaart uit en wees de plaats aan, waar mèu zich ophield. Deze plaats verschilde aaumerkelijk met de peiling vau den schipper, doch de commandant had natuurlijk als de sterkste gelijk. Ook de mededeeling van schipper Pronk, dat het schip juist van de werf kwam, kon den comman dant niet vermurwen. Naar zijn mee ning moesten die nieuwe schepen juist weggeruimd worden. De vissphers kregen tien minuten om het schip te verlaten, en om de zaak te bespoedigen (want de Duitschers schenen buitengewone haast te hebben) werd de scheepsboot naar den treiler teruggebracht. De menschen waren nauwelijks op hun schip, of er werd geroepen, dat ze moesten afmaken, want men had nog maar vijf minuten over. Deze laatste mededeeling ging gepaard met het opsteken van vijf vingers. Ze vreesden zeker, dat de visschers het anders niet verstonden. Dat er van medenemen van veel bezittingen geen sprake kon zijn op deze wijze, laat zich gemakkelijk be grijpen. Men had zelfs geen tyd voor den halfnaakten tremmer kleeren te pakken, zoodat hij om zich te dekken van den één een hemd en van een ander kousen kreeg. Een zakdoek werd gepromoveerd tot hoofddeksel. Zoo r jeide men weg. Men zag inmiddels, dat de duikboot langszijde kwam en de marineschepe lingen als hongerige leeuwen letter lijk en figuurlijk gesproken op hun prooi aanvielen. Zij zagen er allen slecht uit en warpn misschien blijde ween eens iets te eten te krijgen. Want de visschers zagen ze met visch en proviand op de duikboot terugKeeren. Ook de koperen voorwerpen, welke uit den aard der zaak op het nieuwe en dus flink uitgeruste schip waren, werden schijnbaar niet versmaad. Ze verwis selden ten minste spoedig van eigenaar. Het laatst kwamen twee machinisten uit de machinekamer, na aldaar ver moedelijk een paar bommen te hebben opgehangen. Nauwelijks waren deze laatste twee weer op de duikboot over gekomen, of ze stoomde langzaam achteruit. Na eenige minuten werd een zware knal gehoord, De zee werd torenhoog opgezwiept, één stoommassa en de nieuwe Westlaud zouk met de Kostbare vangst naar den bo i-m Ier zee. Op de duikboot keek men naar de Nederlanders niet meer om en liet ze aan hun lot over. Men verdween even geheimzinnig, als men was gekomen. Zoo gingen de arme visschers den donkereu nacht tegemoet in hoop en vreeze, of men gered zou worden. Gelukkig was de boot govi uitgerust en kon men tenminste van eenige dagen proviand verzekerd zifu. Het ergste was het indringende water, dat zich een weg baande door het door het granaatschot ontstane gat. Met klompen en schoenen hoosde men het water uit. Donderdagmorgen ontdekte één der inzittenden, een knaap van nauwnlijüs vijftien jaren, het eerst een lichtje aan den horizon, dat steeds naderde. Waar een licht is, moet een schip zju, dachten de visschers en zij werden reeds zoo blijde en opgewonden, dat ie schipper hen tot kalmte moest aan manen, wilde men niet met de ooot omslaan.

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1917 | | pagina 1