Mo. 93. 32* Jfaarg. Woensdag 28 Februari 1917 Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen. Zes schepen getorpedeerd. F. DIELEMAA, üuiteiilaad. Dit blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 Maanden 60 Centfranco per post 70 Cent. Voor België 80 Cent. Afzonderlijke Nos. 5 Cent. DRUKKER—UITGEVER AXEL. ADVERTENTIEN van 1 tot 4 regels 25 Cent; voor eiken regel meer 5 Cent. Groote letters worden naar plaatsruimte berekend. Advertentiën worden franco ingewacht, uiterlijk tot Dinsdasr- en Vrijdagnamiddag EEN ure. Door den minister van Buitenlandsche Zaken is een telegram ontvangen van onzen gezant te Londen, meldende dat deze een telegram had ontvangen van de Scilly-eilanden van kapitein De Koning van het Nederlandsche schip „Noorderdijk", dat de schepen „Noorder- dyk" en „Zaandijk" van de H.-A. Lijn), „Jacatra", en „Bandoeng" (van de Rott. Lloyd), „Eemland" en "„Gaasterland" (van de Kon. Stmpij.), die 22 dezer van Falmouth te zamen waren vertrokken, te 5 uur 's namiddags van den 22en door een Duitsche duikboot zijn getorpedeerd. De Minister heeft dadelijk telegrafisch inlichtingen gevraagd omtrent het lot der bemanningen. Bij de Holland-Amerika Lyn is bericht ingekomen dat de bemanningen van de „Noorderdijk" en de „Zaandijk" gered zijn en geland te St. Mary op de Scilly eilanden. Het «toomschip „Menado" dat op denzelfden dag als de thans getorpe deerde schepen uit Falmouth vertrok, is aan het gevaar ontkomen doordien dit schip wegens averij aan de machine uitA zee naar de haven had moeten terugkeeren. Nader wordt gemeld, dat de „Menado' te Falmouth is binnengesleept. De „Eemland", ae „Bandoeng" en de „Zaandijk" moeten nog drijvende zijn. Van de bemanningen zijn 200 op Penzance geland. Ook de rest van de bemanningen moet in veiligheid zijn. De „Eemland" meet 3770 ton, „Gaas terland" 3900, de „Zaandijk" 4188, de „Noorderdijk" 7166, de „Jacatra" 5373 en de „Bandoeng" 5851 ton. De niets ontziende, met menschen- levens spottende, doellooze vernieti gingsoorlog heeft zjjn slachtoffers op nieuw onder onze vloot gevonden. Zes (of zeven; omtrent één schip is nog onzekerheid) van de beste Nederland sche schepen zijn getorpedeerd. Dit bericht, heeft begrijpelijkerwijs gewei dige beroering en hevige veroutwaardi ging verwekt. Als men van Duitsche zijde wilde demonstreeren, hoezeer de duikbootoorlog aan alle recht is ge speend, kon men geen beter voorbeeld stellen. De zes schepen, waar het om gaat, hebben alle weken lang in Enge land gelegen drie waren met graan en meel voor onze regeering beladen, twee gingen in ballast naar Amerika in den dienst van onze voedselvoorziening, en de zesde was met Indische producten naar hier onderweg. Van contrabande hoever men dit begrip ook uitbreiden wil-_ Was dus geen sprake hoege- naamd, eenig voordeel, hoe gering ook, voor Duitschland's vijanden was er aan de vaart van deze schepen nietniet temin worden zij vernietigd. Daar komt in dit geval nog een bijzonderheid bij. De Duitsche regeering aldus Het Vaderland die eerst 8 Februari als uitersten termijn voor de veilige vaart voor neutrale schepen uit Engel- ache havens had vastgesteld, had op verzoek van Nederlandsche zijde, den termijn verlengd en medegedeeld, dat 22 Februari een relatief veilige dag zoude zijn, en een nader aan te duiden dag in Maart een absoluut veilige, daar voor den laatsten dag niet met zekerheid kon worden gegarandeerd, dat alle duikbooten de hun draadloos meege deelde instructies zouden ontvangen." Onze reederijen waren dus in de mee niug gebracht, dat op 22 Februari, den dag waarop de schepen van Falmouth vertrokken zijn, de vaart, schoon dan niet met „absolute" zekerheid, kon worden gewaagd. En toch, enkele uren daarna, op den 22sten zelf, onder de Engelsche kust, heeft de ramp onze vloot getroffen. Het is niet aannemelijk, zegt de N. R. Crt. dat hier boos opzet in het spel zoude zijn, doch als men de Duitsche toezegging legt naast de feiten, dan kan toch niet worden ont kend, dat er van Duitsche zijde met eenige lichtzinnigheid verklaringen zijn afgelegd, en rijst de vraag, of men zich te Berlijn zijne verantwoordelijkheid tegenover de neutralen wel voldoende bewust is. Indien er op een dag van relatieve zekerheid minder zekerheid blijkt te beslaan, dan ooit, zou men beter doen toezeggingen, als zyn gedaan, achterwege te houden. Onze vloot is er nu „ingeloopen", en dit maakt de ergernis nog intenser. Over recht en men3chelijkheid kan ten opzichte van den duikbootoorfog niet meer worden gesproken; deze begrippen zijn bij den duikbootoorlog als ballast over boord geworpen. Tot nu toe werd nog een schijn van goede trouw bewaard, doch wanneer verzekeringen worden gedaan, die zoo falikant uitloopen, als nu weer het geval is geweest, moet twijfel rijzen of men het ook met de goede trouw wel ernstig meent. Waarom den 22sten aangewezen, als men zoo bitter'weinig, ook „relatief" blijkbaar weinig, zeker heid heeft In Duitschland heeft men nu weer sprekende cijfers gekregen, om „het succes" van den ongebreidelden duik bootoorlog te bewijzen. Schitterend succes, voorwaar maar men mocht toch ook wel eens overwegen, of het succes van deze dolzinnige daad niet een keerzijde heeft, waardoor het meer dan te niet wordt gedaan. Slag op slag vernemen wij uit Wolff-telegrammen, hoe groote welwillendheid door de Duit sche regeering wel jegens ons land wordt betracht. Als aan die goede bedoelingen niet aanstonds overal in den lande geloof wordt gehecht, schijnt men zich dit niet te kunnen verklaren. Misschien zal onder het licht van de gebeurtenis van den 22sten ook het Wolff-bureau gaan gelooven, dat wij hier te lande tegenover die officieuse vriendelijkheid groote reserve blijven in acht nemen. Voor onze voedselvoorziening is het verlies van deze zes schepen weer een zeer ernstige tegenslag. Vijf van de zes waren schepen, die in dienst van onze graanvoorziening stonden. Drie kostbare ladingen graan en meel zijn verloren gegaan, en twee schepen in ballast, die graan gingen halen. Be halve het onmiddellijk verlies van de drie ladingen zijn er dus nu weer vyf kostelijke graanschepen verloren ge gaan. Wat dit voor onze voedselvoor ziening beteekent, behoeft niet uiteen gezet te worden, en men mag vragen, of wij maar brood door moeten blijven eten, 400 gram per dag, alsof wij over vloed nebben. In de laatste dagen heeft men zich in Den Haag uitgesloofd in tegenspraken, dat het broodrantsoen zou worden verminderd; zou men er nu nóg niet toe over gaan In dit verband mag erop worden gewezen, dat er nog steeds twintig schepen in Engeland worden vastgehouden.Zegt dit voor onze voedselvoorziening ook niets Om er op het oogenblik maar niet van te spreken, hoe groot of hoe klein de kans is, dat, wanneer eens eindelijk Nederland's rechtmatig eigendom aan zijn bestemming terug gegeven wordt, die schepen hun dienst zullen kunnèn vervolgen Want ook dit mag hier wel eens in het licht worden gesteld, nu onze eigen Nederlandsche belangen daar zoo na bij betrokken zijn, dat men in Engelsche kringen wel schouderophalend over den ernst van den duikbootooriog kanspre ken, en ons staatjes voorleggen van het enorme scheepvaartverkeer, doch dat niettemin vlak onder de Engelsche kust, niet meer dan enkele uren varens daarvandaan, blijkens de ondervinding door onze zes schepen nu weer opge daan, de Duitsche duikbooten vrij spel hebben. Na het verlies van de Tubantiaiser een oogenblik een gerucht gegaan, dat Duitschland aan ons land de schade in den vorm van een gelijkwaardig" schip zou vergoeden. Dien royalen weg te bewandelen, waardoor de goede bedoe lingen der Duitsche regeering althans door een feit zouden zijn aan den dag gekomen daarvoor is men toen echter te elfder ure teruggedeinsd. Thans zou deze wijze van genoegdoening nog meer voor de hand liggen. Onze nood stijgt steeds hooger tusschen de twee oorlog voerenden, die elkaar wenschen uit te hongeren, gelegen, wordt ons land hoe langer hoe meer de dupe. Dit is niet het doel, verzekert men ons met woor deu. Engeland had dit kunnen be wijzen, door onze graanschepen tijdig te laten vertrekken, vóór 5 Februari, wauneer wij het verlies van deze zes schepen niet zouden hebben moeten betreuren. Maar Duitschland kon het nu kenbaar maken door een ondubbel ziuuige daad, die zeker ook niet tegen het belang van dat land zoude zijn, omdat zij het schrijnende van de wond, die ons is geslagen, zou helpen ver zachten. - DE OORLOG. Naar aanleiding van de gebeurtenis sen op het Westelijk operatietooneel hebben de Duitschers en de Engelschen gelegenheid gekregen de behaalde resul taten tegen elkander uit te spelen Nagenoeg gelijktijdig hebben de beide tegenstanders een sprong voorwaarts gemaakt, en wel de Engelschen ter weerszijden van de Ancre in de richting van Miraumont (en dus van Bapaume), de Duitschers in het centrum van het Noordelijk gevechtsfront, n.l. tegen het gedeelte gelegen tusschen de Butte du Mesnil en Maison de Champagne. Er zijn zoo van die deelen der lange weerstandslijn, welke gedurende I n krijg meer dan andere het object zijQ geweest van aanvallen en tegenaanval len en daar behoort het gevechtsfront in Champagne ook toe. \7oorai in 1915 is dit gedeelte het tooneel geweest waarop zich hardnekkige gevechten hebben afgespeeld. Het door de Duit schers behaalde resultaat schijnt niet onbeteekenend te zija, althaus intacti schen zin. Dit bewijst ook de groote inspanning, welke de tegenstander doet om het verloren terrein te herwinnen. Ook de Engelschen hebben aan weerszijden van de Aisne een niet onbelangrijke vordering gemaakt. In een duikboot. Kapitein Isaeh Jacobsen, van het Noorsche zeilschip Thor II, geeft in Politiken een belang wekkend verhaal van zijn wederwaar digheden aan boord van de Duitsche duikboot, die zijn schip, met walvisch- traan op weg van Zuid-Georgië (ter hQogte van Kaap Hoorn) naar Europa, met Queenstown als eerste haven, den 4en Februari, op 80 zeemijl van de Iersche kust, had getorpedeerd. De commandant van de duikboot verlangde dat Jacobsen met ziju vrouw en,zesjarige dochter Solveig aau boord van de duikboot zou komen. Hij wei gerde eerst, maar het moest. De twee booten met de bemanning worlen een eind naar de Iersche kust gesleept. Ze zijn behouden geland. In de duikboot kreeg Jacobsen met vrouw en dochter de hut van den ten stuurman. Hij vond het er verschrik kelijk. De atmosfeer was slecht, het was er zoo gloeiend warm, dat als ze boven kwamen, het als een ijskelder was. Dien sterken overgang, m-ent Jacobsen, kan geen mensch dikwijls doormaken zonder ziek te worden. Bovendien was er een aanhoudeud geraas en getril van de machinerie, die het grootste deel van de boot vulde. Het eten was goed en overvloedig. Ofschoon de boot al 4 weken uit was, bad men brood eu koffie. Een gramo- foon speelde als men onder water v\ is. Ter eere vau Jacobsen werden dikwijls Noorsche wijzen gespeeld, en de Heine Solveig werd eiken ochtend om 9" uur gewekt met Solveigs Lied uii Grieg s Peer Gynt. Zij werd ook met een stuk ijzeren-kruislint gedeko eerd, als het eerste meisje, dat een reis met een duikboot deed. Twee dageu nadat Jacobsen aan boord wa3, werd een Engelsch stoomschip m -t munitie naar Frankrijk getorpedeerd. De 'bemanning was gewaarschuwd eu in de booten gegaan. De ontploffing was zoo geweldig, dat op het deK vau de duikboot allen tegen den grond gingen en een van de machines onklaar AXELSCHE COURANT.

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1917 | | pagina 1