32e J a ara. i.m_ mj mj L Zaterdag 14 October 1916. 1 Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen. ft F. iflELEMAN, De Blommèrsdijk. Buitenland. Dit blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 Maanden 60 Cent; franco per post 70 Gent. Voor België 80 Cent. Afzonderlijke Nos. 5 Cent. DRUKKER—UITGEVER A X E L ADVERTENTIEN van 1 tot 4 regels 25 Cent; voor eiken regel meer 5 Cent. Groote letters worden naar plaatsruimte berekend. Advertentiën worden france ingewacht, uiterlijk tot Dinsdag- en Vrijdagnamiddag EEN are. De directie van de Holland-Amerika- lijn hééft van den kapitein van de .Blommèrsdijk" bericht ontvangen, dat da kapitein van de Duitsche duikboot hem had medegedeeld, dat hij alle schepen zou doen zinken, die een Eas;elsche haven aan hadden te doen. De N. B. Crt. besluit een hoofdartikel over de duikboot-actie aan de Ameri- kaansche kust in het algemeen en over de torpedeering van dè „Blommèrsdijk": Wat ons aangaat is het onbetwistbaar oarecht, dat jegens ons land is gepleegd. Eü dat hersteld moet worden op meer coulante manier, dan van Duitsche zijde tot nu toe in dergelijke aange legenheden betracht is. Er moet vol ledige schadevergoeding worden ge geven, niet alleen voor de lading, doch ooit voor het schip, en deze laatste niet naar den theoretischen maatstaf, welken Duitschland pleegt te gebruiken, doch naar dien volgens welken in dezen tjjd de waarde van schepen in de practijk wordt bepaald. Daarnaast behoort ze kerheid te worden gegeven, dat de be ginselen, in de duikbootnota aan Ame rika neergelegd, opnieuw en ook jegens ons land zullen worden toegepast. Het is onduldbaar, dat in deze zaak van recht een klein land als Nederland op anderen voet zal worden behandeld, dan het machtige Amerika. En de nieuwe regel is onder geen voorwaarde te aanvaarden. Wenscht Duitschland de Eugelsche havens van het verkeer af te sluiten, dan heeft het daartoe de sinds meer dan eeu halve eeuw gel dende, en algemeen aanvaarde, blok kade regelen te volgen. Is de Duitsche regeering niet geneigd deze toezeggingen te doen, en zicb daar aan te houden binnen korten tijd, d.w.z. zonder met uitvluchten de zaak op de lange baan te schuiven dan zal zijn na te gaan, of niet Nederland voor zooveel hem direct aangaat zich zelf zal kunnen beschermen. De torpedeering van de „Blommers dijk" is van dubbel belang, omdat in dezen tijd, waarin de volksvoeding toch al zooveel bezwaren oplevert, een groote lading graan verloren is gegaan. Te overwegen zou derhalve ziju, of van het oogenblik af, waarop onze graan- zendingen tegen roekelooze vernielingen niet langer veilig ziju, geen maatregelen te nemen zouden zijn, om aan den anderen kant de voedingsvoorraden, die wij nog hebben, te onzen eigen behoeve te beschermen, door nog eenige uit voerverbocftn in het leven te roepen. Wij weten wel, dat zulk een maatregel een keerzijde zou hebben ook, doch de vraag, of tegenover de 6000 ton voe dingsmiddelen, die ons ruwweg out- houden zijn, niet even of dubbel zooveel van wat hier is of geproduceerd worden zal, binnen onze landsgrenzen zal zijn te houden, zouden wij niet voetstoots ontkennend willen beantwoorden. Wat er voor te zeggen is, ware o. m. dit, dat, door zulk een maatregel onzerzijds, de torpedeering van Nederlandsche graanschepen dan althans zou neigen te worden een „den oorlog werkelijk verkortend strijdmiddel" gelijk de Rijkskanselier heeft verlangd. Duitschland zou ons voor eenige uit voerverboden in ruil van de graan- ladingen, die dit land ons door zijn driestheid onthoudt, slechts dankbaar zijn! Men begrijpe ons wel. Wij ver dedigen geenszins de Engelsche zooge naamde blokkade (uithongerings poli tiek tegenover Duitschland. En de ver ontwaardiging van de Engelsche pers, alsof de Duitsche blokkade „op langen afstapd" minder onrechtmatig zou zijn, dan de Engelsche blokkade, „op korten afstand" lijkt ons wel wat gezocht. Maar dit belet niet, dat wij althans ter scherming van onze voorraden de middelen kunnen bezigen, waarover wij beschikken. De aangelegenheid lijkt ons daarom der overweging wel waard. OE OORLOG. De oorlogscorresp. van Reuter in het Engelsche hoofdkwartier in Frankrijk seint: De twee tegenaanvallen der Duitschers in den omtrek van Thiepval in den nacht van 7 op 8 October en in den ochtend van den 8sten zijn hun zeer duur te staan gekomen. Het ter rein tegenover de Engelsche stellingen is met dooden overdekt. De Duitschers hebben zelfs geen tijdelijk voordeel behaald. De troepen, die bier werden gebezigd, behooren tot het 110e en 111e regiment, die in Juli j.l. voor de ver dediging van La Boiselle werden aan gevoerd, nadat ouder de Pruisische gardetroepen zoo verschrikkelijk was huisgehouden. De tweede tegenaanval was de geweldigste. Blijkbaar hadden de Duitschers het er op gemunt ons uit de Scbwaben-schans te verdrijven Thiepval kan inderdaad een groot Duitsch'kerkhof worden genoemd. MeD schat er het aantal lijken van vijanden op minstens 1800 ze liggen op plaatsen vauwaar ze wegens het kanonvuur niet kunnen worden weggehaald. De Duitschers beginnen zich meer toe te leggen op tegenaanvallen. Maar nog geen enkele maal vermocbten zij ons terug te dringen achter de linie vanwaar wij oprukten. Het kan niet anders worden gezegd, dat de aanva geheel aan Duitsche zijde is geweest sedert onzen grooten vooruitgang op Zaterdagmiddag, toen wij Le Sars namen. Wij hebben dien midd'ag de krijgsverrichtingen uitgebreid rond de Schwaben- en de Stuff schans en enkele loopgraafwerken waarvan zij de sleutels vormen. Wij behaalden verscheidene belangrijke tactische voordeelen. Een Duitsch officier, te Courcelette krijgsgevangen gemaakt, zeióe Jullie Engelschen begint het oorlogshandwe'rk maar al te grondig te leeren. Wat ik achter het tront heb gezien, doet mij pijn voor mijn land. Niets schijnt meer iudruk op onze gevangenen te maken dan de tucht by het oprukken van onze troepen en onze beheersching van de wegen. Als een automatisch werkende machine zien de gevangenen onze in fanterie, cavalerie en artillerie vooruit trekken. Mvp. Over het resultaat van de vijfde Duitsche oorlogsleeuing schrijft het Berliner Tageblatt o. a. „De krachten, die in staat waren, een hecht oeconomisch fundament te timmeren voor onze militaire kracht, zijn blijkbaar na een oorlog van meer dan twee jaar nog niet gebroken. Ongetwijfeld zijn deze kracbten ten deele verschoven. Vele bronnen van kapitaalvorming en kapitaalaanvulling vlieten kariger dan in het begin van den oorlog, maar andere zijn nu pas op volle kracht gekomen. Dat heden ten dage het kapitaal niet meer zoo gemakkelijk en onstuimig naar de oorlogsleeuing vloeit als een jaar geleden tijdens de derde oorlogs leeuing, spreekt vanzelf. Toen ver- eenigde zich de kracht van het reeds verzamelde oude bezit met de ont wikkeling van de nieuwe oorlogsoeco nomie, en het resultaat was 12 milliard. Des te meer tevredenstellend is het, dat ditmaal een resultaat werd bereist, dat niet al te veel achterblijft bij dat recordcijfer. Ongetwijfeld was er ditmaal een intenser propaganda en een betere organisatie aan het werk, om het noo dige getal milliarden bijeen te brengen. We zullen ons de waarde en bet succes van dat werk niet laten verzuren door den spot en den naijver van onze tegen standers. Veeleer zullen wij zoowel de mannen, die zoo goed weten te over tuigen, als het volk, dat zich zoo ge willig overtuigen liet, onzen dank be tuigen." Het blad vindt, dat het resultaat van de vijfde oorlogsleeuing ook groote poli tieke beteekenis heeft, in zooverre het een bewijs is, dat de deelneming van Roemenië de stemming van het Duitsche volk niet heeft terneergedrukt. Von Roedern, de staatssecretaris van financiën, heeft aan zijn mededeeling van het resultaat van de leening nog toegevoegd, dat hij in de laatste weken talrijke brieven had gekregen met wenken, waarin allerlei voorstellen werden gedaan om de leening te doen slagen en waarin vrees aan den dag kwam, dat bet niet zou gaan. Maar het bestuur der rijksfinanciën had zicb niet op een dwaalspoor laten brengen en nu waren zijn verwachtingen ver overtroffen. Ten slotte laten wij nog een lijstje volgen van de resultaten der onder scheiden Duitsche oorlogsleeningen Eerste oorlogsleening 4,46 milliard mrk. Tweede 9,06 Derde 12,10 Vierde 10,71 Vijfde 10,59 van zekeren arbeid geëischt hebben ten nutte van het Duitsche leger, zouden de inwoners der stad geprotesteerd hebben door zich te beroepen op de uitspraken der Haagsche conventie. Onmiddellijk heeft de Duitsche gouver neur de volgende proclamatie laten af kondigen „Aan den gemeenteraad en aan de notabelen van de stad Hailluin Mijne Heeren. Gij zijt zonder twijfel op de hoogte van hetgeen er voorvalt. De oorzaak der moeilijkheden tusscben u en de Duitsche militaire overheid ligt in de beteekenis, door u gegeven aan artikel 52 der Haagsche Conventie. Aan welke zijde is het gelijk? Het staat niet aan ons dit te betwisten, want wy zyn niet bevoegd en wij zullen er nooit in siagen elkander op dit punt te verstaan. Het is eene kwestie voor de diplomaten en de vertegenwoordi gers van de verschillende staten ua den oorlog. Heden is slechts de uitlegging der Duitsche militaire overheid geldig, en waar dit zoo is, vragen wij. dat alles wat wij noodig hebben voor het onder houd onzer troepen, door de werklieden der bezette terreinen worde vervaardigd. Ik kan u de verzekering geven, dat de Duitsche militaire overheid onder geen enkel voorwendsel afstand zal doen van haar verzoeken en haar r,echten, zelfs al moest een stad van 15,000 inwoners voor dit feit boeten. De tot heden genomen maatregelen zijn slechts een begin, en iederen dag zullen steeds strengere besluiten worden genomeD, tot het beoogde doel is bereikt. Dit is ons laatste woord en de goede raad, dien ik u vanavond geef. Gebruikt uw gezond verstand en treft regelingen, opdat alle arbeiders zonder uitstel tot hun werk terugkeeren, bij gebreke vyaarvan gij uwe stad, uwe gezinnen en uw eigen persoon aan de grootste ongelukken blootstelt. Heden, en mis schien voor langen tijd, bestaat er te Halluin geen prefectuur, noch Fransch bestuur meer. Er is slechts één wil, dat is die van de Duitsche overheid. De plaatselijke commandant, Schranck." Een militair medewerker van de Times, in het Britsche hoofdkwartier in Frankrijk, keett berekend dat van het Britsche front aldaar van weerskanten sinds 1 Juli 1.1. tot begin October onge veer 25,000,000 granaten zijn verschoten. Dat is dus door de Britten en door de Duitschers, die tegenover het Britsche front staan. Het is maar goed dat in den modernen oorlog niet ieder schot een treffer is! Het zou interessant zijn te weten op hoeveel die 25 millioen projectielen wel aan de belastingbetalers van Engeland en Duitschland te staan komen. TV. B. crt. Totaal 46,92 N. B. Crt. Het Fransche persbureau te Haarlem meldt aan de N. B crt. Daar de Duitschers, die Halluin be zetten, van de bevolking de uitvoering De commandant der stelling van de monden der Maas en der Schelde (commando Zeeland) heeft het verblijf in zijn gezagsgebied ontzegd aan Julia van Kerckvoorde, geboren te Ertvelde (België) 28 Mei 1869, verblijf houdende te Philippine, van Belgische nationali teit, ter zake van het betrokken zijn bij den smokkelhandel. iM RANT.

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1916 | | pagina 1