MD BOEDAL DOED. \o. 102. 21" Jaar»;. Zaterdag 31 Ma irt 1006. Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen. F. DIELE.UAN, AXEL. Buitenland. F EU1LLETON. HIÜSCIIE (01 IHY!. Dit Blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vr\jdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 Maanden 50 Cent; franco per post 60 Cent. Voor België 70 Cent. Afzonderlijke Nos. 5 Cent. DRUKKE R —UITGEVER ADVERTENTIËN van 1 tot 4 regels 25 Cent; voor eiken regel meer 5 Cent. Groote letters worden naar plaatsruimte berekend. Plaatsing 3/2 maal. Advertentiën worden franco ingewacht, uiterlijk tot Dinsdag- en Vrijdagnamiddag TWEE uren. FRANKRIJK. Te Montfaucon-du-Velay is begraven een der''Slachtoffers Van de~ boedelbe schrijving van Montregard, een zekere André Régis. Régis is bij de boedel beschrijving van Montregard zwaar gewond en hij is aan de gevolgen overleden. Meer dan tweeduizend boeren uit den omtrek trokken mee met den stoet. Deze begrafenis was een ware betooging. Groote opschriften werdeh meegedragen. „Ter gedachte- nisse van André Régis". „Zalig zijn degenen, die hun bloed geofferd hebben voor den godsdienst". „Hij is gevallen te midden van zijn vrienden terwijl hij, evenals zijn goddelijke Meester, de roovers uit den tempel verdreef'. Der gelijke volzinnen waren op de borden te lezen die men achter den lijkwagen aandroeg. Er werd gesproken aan het graf over den eenvoudigen boer André Régis, die gevallen was op het veld van eer, ter verdediging zij ner kerk en er werd menige ver wensching uitgesproken tegen de „regeering van vrijmetselaars en geestdrijvers". Toen er een verzekerde, dat de strijd tegen de „uitzonderings wet" zou worden voortgezet, ging er een groot gejuich op onder het land volk op het kerkhof Volgens een particulier bericht zou de toestand in de mij nen te Gourrières verergerd zijn. Men vreest nieuwe instortingen, die nieuwe ontploffingen Toch scheen het Hugo, door de ellende van zijnen toestand, lang, zeer lang toe, alvorens iemand kwam opdagen toch was de dorpspredikant reeds spoedig daar. De man plaatste zich naast het ledikant, en sprak welsprekend, door dien hij alleen de inspraak vau het hart behoefde te volgen. Hij gevoelde het treffende van het oogenblik, hij werd aangemoedigd door de dankbare blikken der stervende vrouw, bij wie men duide lijk kon zien, dat zij nog helder van geest genoeg was om alles te volgen, al kon zij ook op andere wijze niet antwoorden, hij werd niet minder aangemoedigd door de verandering op het gelaat van den zoou. Het strakke, zenuwachtig-geklemde van den mond maakte allengs plaats voor eene sterke beving der kin, een weldadigen tranenvloed, en den enkelen uitroep van „dank, dank, dank!!" Juist op dat oogenblik kwam Ottewal binnen. Het schouwspel trof hem. Neen, hij was de ruwe man niet, die hij zoo dikwijls speelde, hij bleef op den achter grond om eigen gewaarwordingen te ver bergen. Het tooneel riep hem dan ook voor den geest een dergelijk schouwspel, zouden kunnen veroorzaken en gevaar opleveren voor de redders. Aan den anderen kant wordt gemeld dat de ingenieurs vreezen dat het vuur zich zal uitbreiden tot de mijn 10. Er zij tl voorzorgen genomener zal nu een afzonderlijk stelsel van luchtver- versching worden toegepast voor de verschillende mijnen. De alsluitingen worden reeds opgericht. De Westfaalsche redders hebben hun zending volbracht en afscheid genomen van de maatschappij van Courrières. Zij verlaten de streek langs Lens en keeren over Brussel naar Duitschland terug. Zij laten twee porions en een werktuigkundige achter, die belast zijn met het onderhoud der toestellen. De reddingsdienst zal nu worden verricht door de Fratische groep, gevormd tijdens het verblijf der Duitschers. ENGELAND. Het schijnt onder Engelsche officieren niet uit te wezen met het mishandelen van kameraden die niet in den smaak vallen. Onlangs, zegt men, is weer een jong officier van de Schotsche garde door eenige officieren van dat regiment ergerlijk geplaagd. Zij rukten hem de kleeren af, smeerden zijn lijf met wagensmeer in en zijn haren met jam, enz. De jonge man is er ziek van geworden. En dat alles, naar 't schijnt, omdat hij niet verkoos mee te doen aan het vroolijke en kostbare leventje van de anderen. OOSTENRIJK HJNGlRIJE. De blindedarmontsteking geeft de keizerlijke hotchirurgen werk. Nauwe- waarin hij zelf eene hoofdrol had moeten spelen, die hij niet vergeten zou, al zette hij ook honderdmalen het masker der ongevoeligheid voor Stil trad hij eindelijk naar voren, en terwijl hij de hand der stervende greep, sprak hij op een toon zóó bewogen, als men niet denken zoude, dat in die ziel huisvesten kon „zuster, plechtig beloof ik voor Goa Krampachtig deed mevrouw van Waren nog ééne poging om de handen van zwager en zoon te grijpen, efi den geestSnikkende lag Hugo over het lijk, steeds uitroepende: „moeder, moeder, dierbare moeder Ottewal en de predikant lieten nu den jongeling een oogenblik aan eigen aan doeningen over, en reikten elkander de hand. Wat verder plaats vond, willen wij niet haarklein beschrijven, het verschilt te weinig met wat wij allen, helaas, kennen. De predikant nam het eerst het woord om Hugo te troosten. Ottewal was meer dan 'sjongelings rechterhand, hij was tevens diens hoofd bij het in acht nemen van de noodige formaliteiten, en bleef daar tot na de begrafenis. On willekeurig, en zeker oneindig beter dan wanneer hij er naai gestreefd had, kreeg oom nu een overwicht over zijn neef immers drie dagen, die men geheel en ongestoord met elkander doorbrengt, zijn meer iu staat daii men denken zou, lijks is 's Keizers kleindochter, prinses Windischgratz, met goed gevolg geope reerd of een nicht van den Keizer, de aartshertogin Maria Jozefa, de vrouw van aartshertog Jozef, heeft zich aan de kunstbewerking onderworpen in het sanatorium van Loew. Sedert zes jaar leed de aartshertogin aan chronische appendicitis, maar er bestaat alle reden om te gelooven, dat zij nu van haar pijn verlost zal zijn. Te Hernals in Opper-Oostenrijk be sloten de drie zusters Katharina, Bertha en Charlotte Hoff gemeenschappelijk den hongerdood te sterven. Nadat ze reeds langen tijd vermist waren drong Zondag de politie in haar woning en trof de drie meisjes in totaal uitgeputten toestand aan. Daar alle drie sporen van verstandsverbijstering toonden zijn ze naar een psychiatrische kliniek overgebracht. SPANJE. De correspondent van de Daily Te legraph te Algeciras heeft in de zitting van de commissie van redactie White Visconti, Venosia en Cassini gesproken. Allen drukten hun tevredenheid uit over den loop van zaken. Venosti zei dat het congres na vete moeilijke weken kalm het einde naderde. Het congres moet blijvende uitkomsten hebben, vervolgde hij, en daarom moet het slotprotocol met zorg opgesteld worden, hetgeen echter hartstochteloos diplo matenwerk is. In de volle zitting van het congres, die daarop volgde, zeide Almodovar, dat Italië in het bestuur der bank ver- om invloed op elkander uit te oefenen. Hugo had groote behoefte aan een leids man, hij leed bijna evenzeer onder ziju linkschheid als onder zijn smarte, en, ware Ottewal anders de man niet om dat averechtsche zonder satyre te laten voorbijgaan, hij had toch waarlijk te veel medelijden, om den jongen thans lastig te vallen. Alleen dit werd idée- fixe bij den oom, die knaap moest hier niet blijven. Ottewal had reeds bewijs gegeven van zijn goed hart, door zóó lang op het dorp te toeven, immers de man had geeu compagnon, maar moest alles aan vreemden overlaten, hij offerde dus wel iets op, al geven wij toe, dat op de schrikkelijke drukte, waarin hij altijd zeide te ver keeren, nog al wat af te dingen was. Hij had, toen hij afreisde, volstrekt geen plan gehad, zóó laug weg te blijven, en hij besloot dan ook niet eerder daartoe, dan toen hij bespeurde, dat het volstrekt noodzakelijk was. Hij gaf op den dag na de begrafenis, een uur ot' wat voor zijn vertrek, nog grooter blijk van welwillendheid, toen hij den neef aldus aansprak „Vertel mij eens, jongenliefwat moet er uu van jou worden Hugo keek bedeesd voor zich en ant woordde niets. „Nu dan P" „Ach, ik weet het niet. Alles, alles lieeft mij begeven." tegenwoordigd wenscht te worden, waarop de Oostenrijksche afgevaardig de zeide dan Oostenrijk ook. Engeland zeide, dat het vermeerderen van het aantal bankbestuurders Engeland in een moeilijke positie brengt, want de onderhandelingen met de bank van Engeland berustten op vier bankbe stuurders. Wordt het aantal nu ver meerderd dan zou Nicolson nieuwe in- structiën van zijn regeering moeten vragen. Radowitz zeide toenEnge land moet zoo spoedig mogelijk beslis sen. Men gelooft, dat Engeland afstand zal doen van het recht om een bank- bestuurder te- benoemen. Op Revoil's voorstel werd het werk der bankbe stuurders nader omschreven. In zake de politie stelde Engeland voor, dat het hoofd der politie een Zwitser zou wezen. Oostenrijk stelde voor, dat de sultan de benoeming zou doen. Nederland zeide daarop, dat zijn regeering niet de benoeming van een Nederlander wenschte. De correspondent van de Daily Mail heeft Revoil en Tattenbach gesproken. Beiden gaven te kennen, dat er in zake de bank en de politie geen moeilijkhe den meer voorzien worden. Algemeen is men van oordeel, dat ten slotte Duitschland Frankrijk diplomatiek ver slagen heeft. RUSLAND. De boer Bytsjkof heeft Tolstoj om raad gevraagd of arbeiders by een staking moeten meedoen of doorwerken en welke „sjotnja" beter isde roode of de zwarte. „Zoo, weet je het niet Nu, dan zal ik het weten. Ik neem je bij mij op 't kantoor als je wilt." „Bij u, op 't kantoor.De panische schrik, die hem plotseling scheen te be vangen, getuigde niet van ingenomenheid, veel minder van erkentelijkheid. „Nu," ging Ottewal voort, die zich daarover weinig scheen te ergeren. „Nu, je hoeft niet te denken, dat je bij mij moet suffen op een kruk, een makelaar moet loopen, den ganschen dag soms loopen, dat 's frisch en gezond, dat 's goed om de muizennesten te verdrijven." „Ach, oomneen, ik kan het niet aannemen, het is me niet mogelijk. Bosch- en-beek te verlaten, dat wil, dat kan ik nog niet." „En toch is het hoog tijd, jongen, als je nog wat worden wilt in de maat schappij." Daar werd een brief binnen gebracht van Agnes hand. „Hariep Hugo, en het was de eerste gewaarwording van vreugde, sinds den dood zijner moeder. Naar eenig schrijven van haar had hij ook zoo verlangend uitgezien. Reeds ha l het hem, en ons dunkt niet geheel ten onrechte, leed gedaan, nog niets van baar te hebben ontvangen. Nu brak hij den brief zenuwachtig open, eu terwijl Ottewal maar weder wat door de kamer draaide, gaf de andere aan zijne aan doeningen lucht. In die regelen stond ook zooveel, wat hem aan vroeger genot

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1906 | | pagina 1