mmmm. Een nacht te Brczwezmgisl. So. 53. Woensdag 10 October 1900. i6e J&arg. hsrhalings-ondsrwijs JN i e u w s- en Advertentieblad voor Zeeuwse h - Vlaanderen F. ÖIELEMAfl, AXEL. Buitenland. FEUILLETON. COURANT. Dit, Blad verschijnt eiken Dinsdag- en Vrijdagavond. ABONNEMENTSPRIJS: per 3 Maanden 50 centfranco per post 60 cent voor België 80 cent. Afzonderl. numm. 5 ct. DRUKKER UITGEVER Advertentien van 1 tot 4 regels 25 cent voor eiken regel meer 5 cent. Groote letters worde* naar olaatsruimte berekend. Plaatsing 3/2 maal Advertentiën worden franco ingewacht, uiterlijk tot Dinsdag- en Vrijdagnamiddag TWEE uren. Burgemeester en Wethouders van Axel, doen te weten, dat van 15 October 1000 tot 15 Maart 1901, op de Openbare La gere School, zal worden gegeven, en dat zjj, die daar van gebruik verlangen te maken, zich vóór 14 October aanstaande, bij het Hoofd der school kunnen aanmelden. Axel, den 2 October 1900, Burgemeester en Wethouders voornoemd, D. J. OGGEL. De Secretaris, J. A. VAN VESSEM. Lord Roberts zal dan eerstdaags naar Engeland terugkeeren. Zijn vertrek was al wat voorbarig aan gekondigd om de kiezers in de goede khaki-stemming te brengen. Men heeft hem opperbevelhebber ge maakt van het Britsche leger, hij zal in deh grafelijken stand worden verheven, hij wordt 'opgenomen in de zeer beperkten kring van de ridders van den kousenband en hij krijgt bovendien nog een geschenk van U/4 millioen gulden als bewijs van erkentelijkheid voor de bewezen diensten. Die verdiensten zijn niet gering. Twee vrije volken, waarvan het eene weigerde zijn burgerkring in eens door een Toen wij echter elkander naderden, bemerkte ik spoedig dat die Venus van Brczwezmgisl zoo heel schoon niet was zij was wel slank, maar als een tering- lijdeidor, hooge rug en platte borst. Ook was haar gelaat plat-, namelijk zonder neus, die zij zeker door een of ander ongelukkig toeval had verloren. Ik zou gezworen hébben, dat het een doodshoofd ware ge weest, indien er niet op eene onnatuurlijke wijze, een stuk vleesch uit haar mond had gehangen. Ik vertrouwde nauwelijks nijne oogen. Toen ik haar echter door mijn bril scherper gadesloeg, bemerkte ik wel dat de vaderlandslievende Poolsche maagd, ten teeken van afschuw, de tong tegen mij uitstak. Schielijk ontblootte ik mijn hoofd, en dankte haar beleefd voor het kompliment. Mijn groet kwam baar zeker even onverwacht voor, als mij de hare. Zij trok haar tong terug, en lachte zoo luidkeels, dat zij bijna van het hoesten stikte. Onder deze vermakelijke omstandighe den kwam ik in de stad. De wagen hield *voor het posthuis stil. Vaderlandslievende straatjongens hadden den nieuw geschil derden Pruisischen aldaar, welke boven vloedgolf van vreemdelingen te laten over- stroomen en overheerschen, het andere naast de stamgenooten wilde leven of met hen ondergaan zijn, nadat vergeefs vredelievende beslissing van het geschil door scheidsrechterlijke uitspraak herhaal delijk was aangeboden, ten doode toe bevochten. Bittere, meedoogenlooze strijd! Vaders, jonge mannen, grijsaards 'zijn gesneuveld, vrouwen mishandeld en van alle goed beroofd, heengejaagdhoeven zijn geplunderd en platgebrand, vee en graan is geroofdde hoofdsteden zijn genomen, de regeeringen verjaagd, de overgebleven strijders zijn genoodzaakt her en derwaarts te zwerven, als opge jaagd wild, dat waar het kan, op zijn beurt weer als jager optreedt. Aan den anderen kant veertig duizend soldaten en officieren gesneuveld, levens lang verminkt, of voorgoed geknakt door ziektetweemaal honderd duizend man nu bijna een jaar bezig om een bevolking te zamen ter nauwernood zóó talrijk, te dwingen onder vreemd gezag, of uit te moorden bijl verzet. Millioenen en millioe- nea zijn verspild, de schatkist uitgeput, en haat gezaaid tusschen twee volken van één stam, die naast elkaar nu in Zuid- Afrika zullen leven in jarenlangen bitteren wrok. Maar zullen weldra niet de mijnen weer gaan werken rondom Johannesburg, en leveren het geel metaal met de wond're kracht, waarvoor in onze wereld bijna alles is te koop Roberts is een braaf soldaat geweest, en heeft zijn plicht heel goed gedaan. Doch kleinigheden wachten nog, en fijne de deur stond, met slijk geworpen. De klauwen van den koninklijken vogel waren geheel onder slijk begraven, hetzij, omdat dit veelgeprezen roofdier zoowel met de klauwen als met den snavel zondigt, of omdat de Polen wilden te kennen geven, dat Pruisen met het nieuw Oost-Pruisen zooveel gewonnen had als de adelaar nu tusschen zijne pooten hield. DE OUDE STAROSTY. Ik vroeg den postmeester zeer beleefd naar de woning van den ontvanger der belasting, Burkhardt. De man scheen met te willen hooren, althans hij gaf geen antwoerd. Dawijl hij echter korten tijd daarna aan een brievenbesteller iets vroeg, leidde ik uit zijn niet spreken de gevolg trekking af, dat hij mij, dewijl de lomp heid der postmeesters de wereld door be kend is, wilde te kennen geven, dat ik hier aan een der best ingerichte posterijen was. Nadat ik mijne vraag zesmaal her haald had, vroeg hjj mij op barschen toon, wat ik wilde, ik herhaalde mijne vraag voor de zevende keer, mijn best doende, mij op de beleefdst mogelijke wijze uit te drukken. »In de oude starostysnauwde hjj mij toe. "Vergeving, mijnheermaar wilt ge zoo goed zijn, mij te zeggen waar ik de oude starosty zou kunnen vinden?" »Ik heb geen tijdPeter breng er hem." Peter geleidde mij. De postmeester, die puntjes moeten afgeslepen. Een zekere Botha met Viljoen en Steyn en Grobler, Lemmer met Delarey, staan in het Noorden van Transvaal, en om hen zijn geschaard acht duizend burgers, die in het wilde rotsgebied van Lydenburg en Zoutpans- berg teruggeweken, van overgeven nog niet weten willen. Vlak bij de goudstad, in 't Witwater- randsche, zwerven benden, voor wien geen wachtpost veilig isin het Oosten van den Vrijstaat spookt de Wet, rijdt stadjes binnen, haalt alles weg, en is verdwenen als de Engelschman verschijnt. Heel in 't Zuid-Oosten van Transvaal, in Vrijheid bij de grenzen van Natal, ont sporen treinen, worden convooien door de Boeren buitgemaakt en neemt men de begeleidende soldaten gevangen. 't District was anders pas door Hildyard schoongeveegd Straks komt Krüger in Europa. De onderstaats-secretaris van Boeschoten on langs teruggekeerd uit Transvaal, was vol vertrouwen, en Fischer, één van 't drie manschap, verklaarde dat er weldra heel interessante dingen zouden te vertellen zijn. Zou werkelijk internationale tusschen komst in voorbereiding zijn? En of die helpen zou Men zou het gaarne willen wenschen, doch hopen mogen wij zelfs niet. De „Morning Leader" wordt niet moede met de Chamberiainsche panama aan den kaak te stellen. Naast de vijf firma's, die contracten met de Engelsche regeering sloten en waarin de familie Chamberlain vertegen geen tijd had om te antwoorden, zag mij na, terwijl hij voor het venster zijne pijp rookte. Hoe beleefd ik ook was, zoo was ik echter over zulx eene onvoegzame be handeling verbitterd. Ik balde mijne vuist in mijne rokzakken en dacht»geduld maar, postmeester, valt gij eenmaal in handen der justitie, wiei koninklijke com missaris ik de eer heb te zijn, zoo zal ik u uwe vlegelachtige lompheid op eene ongemanierde wijze inpeperen. Uw leven lang zult gij uwe norschheid herinneren. Peter, een met lompen bedekte Pool, die mij geleidde, verstond en sprak net duitsch slechts zeer moeielijk. Mijn ge sprek met hem was daarom zoo onzamen- hangeDd en akelig, dat ik het mijn ge- heele leven niet zal vergeten. De kerel zag er daarenboven afschuwelijk uit. met zijn geel, spitsneuzing gezicht en zwarte, stekelige haren, ongeveer gelijk onze Noord en Zuid-Pruisische pronkers droegen, wan neer zij zich wilden opsieren. In plaats van den tituskop toonden zij ons gewoon lijk de nabootsing van eene borstelige PoolsGbe vlecht. »Goede vriend," zeide ik tot hem, ter wijl wij langzaam door het slijk waadden, »kent gij den heer Burkhardt >De oude starostyantwoordde Peter. »Ja wel, buste vriend. Gij weet toch wel, dat ik naar den ontvanger wil gaan »De oude starosty." »Goed maar wat moet ik in die oude starosty doen?" woordigd is, publiceert het blad Zaterdag morgen een lijst van 15 familieleden van Joseph Chamberlain die te zamen 9520 aandeelen 120 per aandeel, hebben in de „Birmingham Trust Limited." Het totaal kapitaal der Trust bestaat uit 30,000 aandeelen 120. Van die 9520 aandeelen staan er, volgens de gere gistreerde lijst in Somerset House op 31 Mei 1900, 1500 aandeelen op den naam van den kolonialen secretaris, Joseph Chamberlain zelf. Deze Trust, waarvan Arthur Chamber lain, de broeder van den kolonialen secret taris, voorzitter is, heeft in het geheel 8975 aandeelen 12 per aandeel in de Tubes compagnie te Birmingham, waarvan dezelfde Arthur Chamberlain voorzitter is. De directie dezer compagnie verklaarde in 29 Nov. 1899 in haar rapport, dat de zaken der (Tubes) compagnie „zich feitelijk geheel bepaald hebben tot het maken van gegoten vlampijpen voor stoomketels voor de Engelsche Admiraliteit." Daarbij heeft de Trust 355 aandeelen a 120 per aandeel in de „Elliott Metal Company," contractanten voor de Engel sche Admiraliteit, en van welke Company een andere broeder van Joseph, Walter Chamberlain, voorzitter en zijn (Joseph's) zoon, Neville Chamberlain, directeur is. En tegenover deze feiten, houdt de Bir- minghamsche „Grootheid" staande, dat hij direct noch indirect verbonden is aan eenige firma, contracteerend met de En gelsche regeering Geen wonder, dat Joseph Chamberlain hard vecht om deze regeering de macht in handen te doen houden. »Sterven »De hemel beware ons; daar denk ik niet over." Morsdood 1 sterven 1" »Waarom? Wat heb ik misdaan?" »Een Pruisgeen Pool »Ik ben een Pruis. »'k Weet wel." Waarom dan sterven, wat bedoelt gij »Zoo en zoo en zoo De kerel deed als of hij met een dolk stak. Daarop wees hij op zijn hart, zuchtte en verdraaide zijne oogen op eene vreese- lijke wijze. Ik werd ongerust bij dat ge- spiek. Want gek kon Peter niet zijn, daartoe zag hij er te verstandig uit, ook weet ik niet, dat men ooit gekken aan de postkantoren gebruikt. Wij begrijpen elkander niet, charmante vriend aldus begon ik weder na eenigen tijd. »Wat bedoelt gij met dat sterven?" »Dood maken!" en bij deze woorden zag hij mij schuw van terzijde aaD. »Wat, dood?" »Wanneer het nacht is »Nacht? Den volgenden nacht Gy zijt niet wel bij uwe zinnen." »De Pool wel, maar de Pruis niet." Ik schudde met het hootd en zweeg, want het was duidelijk, dat wij elkander niet begrepen. En evenwel lag er iets vreeselijks in de woorden van den trot- schen kerel. Want de haat der Polen tegen de Duitschers of Pruisen was m(j bekend. Ovet en weer had dit reeds o>_

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1900 | | pagina 1