HERMINGARDA. Ons Geill. Zondagsblad. A o. 14108. Woensdag II Maart 1000. I5e «faai'4'. Nieuws- en Advertentieblad voor Zeenwsch-Vlaanderen F. DIELEMAN, AXEL. FEUILLETON. (tuilen land. AXELSCHE Dit Blad verschynt eiken Dinsdag;- en Vry dag-a vond. ABONNEMENTSPRIJS: per 3 Maanden 50 centfranco per post 60 cent voor B klgis 80 cent. Afzonderl. numm. 5 ct. DRUKKER - UITGEVER Advertentiën van 1 tot 4 regels 25 cent voor eiken regel meer 5 cent. Groote letters worde* naar nlaatsruimte berekend. Plaatsing 3/2 maal Advertentiën worden franco ingewacht, uiterljjk tot Dinsdag- en Vrijdagnamiddag TWEE uren. is deze week rijk aan interessante platen en boeienden degelijken tekst. Op het titelblad een gravure voorstel lend de Aankomst van Lord Roberts in Kaapstad. Verder een prachtige plaat, ons een kijkje gevend op de ambulance aan 't werk na den slag by Ladysmith. Een goed geslaagde gravure geelt ons te zien de voorouders van Long-Tom, -n.l. de eenige kanonnen, die het Trans vaalsche leger bezat in den oorlog van 1881, terwijl een niet minder keurig piaatje ons een denkbeeld geeft hoe de Boeren een Pantsertrein laten verongelukken, door de dwarsleggers uit 't zand te woelen Als afwisseling op die treurige tooneelen VAN DEN OORLOG vinden we een alleraardigst tafereeltje By 't Crocquetspel terwijl we verder met genoegen, maar met spanning, den blik laten rusten op het gevaarlijk spelletje waarmee de de drie kleine kleuters zich bezighouden. Voorts een welgeslaagd portret van Gravin Sophie Chotek, de dame voor wie een keizerskroon wordt opgeofferd, zullen niet minder welkom zijn. Ik boog my over baar heen, hare bleeke lippen kussende. Nu drong zij mij terug, en zeide, terwjjl zij mij laDgen tijd be schouwde»hij is het!" Zij richtte zich op, en staarde my weder langen tijd aan, dan viel zij, luid weenende, aan mijne borst. »Komt u mijne verschijning opgelegen, donna Lucia, of klaagt gij, dat ik u on gelukkig maakte?" Zy lispelde een zwak. »Neen »Doch gij weet," vervolgde ik, »ik moest u verlaten. Ik kon immers niet blijven. Ik was echter onschuldig." >0, gij waart onschuldig, goede Basti- ano." Wanneer hebt gij den dood van uwen broeder vernomen »Ik zag hem voor mijne oogen sterven God zij zijner ziel genadig, lieve Bastiano. Hij scheidt ons echter in het vervolg niet meer." »Hij is dus aan zijne wonden gestor ven »Ik zag hem sterven." »Wat zeide men Sprak men er niet van mij te vervolgen Heeft niemand mij nagezet?" »Neen Bastiano, zij waren tevreden Zeer interressante tekst biedt ons een afwisselende lektuur op allerlei gebied, zoowel wetenschappelijk als romantisch, terwijl ook voor pittige humor met kostelijke illustraties versierd, ten overvloede is gezorgd. Deze illustratie welke we kelijks in 8 a io pag. ver schijnt, is voor de lezers van ons blad verkrijgbaar a 30 ets., franco p.p. 37V2 ets., per drie maanden. Wie haar nog niet bij ««k—de courant ontvangt, verzuime niet zulks aan te vragen. In Londen loopt het gerucht, het wordt van meer dan één zijde bevestigd,- dat de presidenten van de Transvaal en de Oranje-Vrijstaat, de heeren Krüger en Steyn pogingen hebben aangewend om tot een eervollen vrede te geraken. Hun pogingen schijnen echter mislukt te zijn, daar zij als hoofdvoorwaarde gesteld hebbende volledige onafhanke lijkheid der beide Republieken, We willen gaarne gelooven dat die hoofdvoorwaarde door de Engelsche regeering niet is aan genomen. In aanmerking genomen de overwinningen, die zij in den laatsten tijd behaald hebben zal zij geen vrede willen sluiten, vóórdat de Boeren zich geheel mij in hun geweld te hebben en bekom merden zich om u niet." >Doch hoe zijt gij hen ontkomen?" »Bij Olgiato versloegen zij hem, zoo als ik u zeide, zijne medeplichten ont vloden, en de ballingen voerden mij hier heen. Ach Bastiano slechts om u treurde ikHad ik u maar nooit naar Trevi laten gaan daardoor is hot groote ongeluk ontstaan. Ik zou het tot aan het meer van Bolsene nog wel hebben kunnen uit houden. O vergeef mij, ik dacht dat wy reeds geheel veilig waren." »Hoe komt het u toch in de gedachte, dierbare jonkvrouwe, nog over het ver- ledene te klagen." >Zou ik het niet? ach, kon ik hopen, u ooit weder te zien O wanneer gij wist, goede Bastiano wat ik sedert Trevi, tot nu toe, geleden heb, hoe zalig zou het mij geweest zijn te sterven 1" »Sedert Trevi tot nu toe 1" riep ik lachende, »en sedert dien tijd zouden wij elkander niet gezien hebben Zij antwoordde hierop: »o welindroo- men en gebeden, zoowel des daags als des nachts.". Als zy dit gezegd had, drukte zij myne hand vurig aan hare borstik echtei wachtte mij wel, haar verder van de brui loft van Monteleone en van Lamentano te spreken, dewijl zy mij niet begrepen had, en ik was overtuigd, dat donna Lucia en alles wat in het huis Coleferro was voorgevallen, begoocheling van booze onderworpen hebben, de onafhankelijkheid der beide Republieken geheel vernietigd is en de inlijving van hun grondgebied als een kroonkolonie bij het Britsche keizerrijk een voldongen feit is. Omtrent den opstand in de Kaapkolonie wordt weinig vernomen. Voor de zaak der Boeren is het intusschen te hopen, dat de beweging wat algemeener wordt. De opperbevelhebber der Engelsche troe pen zou dan toch genoodzaakt wezen, troepen af te zenden om de rust aan de bedreigde grenzen weer te herstellen. De opstandelingen zouden het den Engelschen daar erg lastig kunnen maken door spoor wegen te vernietigen en transporten met levensmiddelen en ammunitie tegen te houden of tea minste gedeeltelijk te ver nielen. Een eskadron bereden infanterie, is de vorige week naar Carnavon getrokken om den opstand te onderdrukken. Een eskadron der Zuid-Australiërs, was naar Vosburg getrokken In die richting is een hevig artillerie-vuur gehoord, waaruit dus volgt dat de opstandelingen over artillerie beschikken. De Engelsche pers is het er over eens, dat zoo de Engelsche troepen verslagen mochten worden de opstand zich hoe langer hoe meer zal uitbreiden. Een flinke macht is er voorzeker noodig, want de opstand is uitgebroken in een der meest woeste deelen van de Kaapkolonie. De Boeren-troepen hebben zich gecon centreerd bij Abrahamskraai onder gene raal Joubert en maken zich gereed om Bloemfontein te verdedigen. In den omtrek van Koedoesrand hebben Boeren-verken ners een 150-tal paarden buitgemaakt. geesten, kon geweest zijn. En ik zat weder de heilige, zoo als ik haar te Lo retto gezien had, en beminde haar nog met grooter drift, dan immer te voren. Nu zwoer ik op myne knieën, baar nooit weder te verlaten, al moest ik er het leven by inschieten. Intusschen trad don Marco de Sciarra binnen, die zich zeer verwonderde. Nu zeide Hefmingarda hem, hoe verheugd zij was, mij weder gevonden te hebben, en hoe wij te Lorette kennis gémaakt hadden. Hij - scheen hier echter verdrietig om en zag zeer donker. Doch hij bleef binnen de palen der beleefdheid, en kon meesterlijk veinzen. Hij nam mij echter met zich mede, om raad met mij te plegen, hoe wij den volgenden nacht Olgi ato zouden verlaten, door Virginió's leger zouden breken, en ons met Piccolomini vereenigen zouden. Ook legde hij het zoo slim aan, dat ik Hermingarda den geheelen dag weder zag. vlucht dit olgiato. Ik echter verliet het huis bijna in hei geheel niet, en bespiedde alle uitgangen, ook raadpleegde ik, toen hetrdonker werd den vuurgeest, en daar bij helder en vroo- lyk glinsterde, schepte ik frisschen moed. Omstreeks middei nacht verzamelde zich in alle stilte het volk der ballingen voor Sciarra's huis. Ook zag ik hoe Hermin garda dicht gesluierd naar buiten gebracht en op eenen muilezel getild- werd. Nu In Natal is de strijd weer begonnen tusschen de macht van Botha en de Engelschen onder Hunter, die van Lady smith naar het Noorden is opgerukt. De Engelsche troepen schijnen echter geen succes behaald te hebben, aangezien dit anders reeds bekend zou zijn. Uit Mafeking wordt via Lorenzo Mar ques het volgende gemeld(het bericht is gedateerd van 18 Febr.) De Kaapsche divisie, wier voorposten nu op 180 yards afstand van de Boeren1 liggen, kwam Zaterdagnacht dicht bij hun verschansingen en hoorde hun gesprek. Door de telescoop had men gemerkt, dat Zaterdag een groote vergadering was gehouden. Taylor hoorde een burger, die bij de vergadering tegenwoordig was geweest, verklaren, dat de President van den Vrijstaat kommandant Snyman wilde overhalen, de stad stormenderhand te nemen en dan zijn mannen en kanonnen ter beschikking van de Republiek te stellen, die ze noodig had, en als er geen versterking kwam, zich zou moeten overgeven Iemand, die zich in het gesprek mengde, zei »Ja, dat is alles heel mooi, nu we Mafeking niet kunnen nemen. We hadden het de eerste week moeten doen.« Als er eenige waarheid is in het ver haal '?an den burger - zegt de Engel sche correspondent dan is dit het beste nieuws, dat we sedert weken gehad hebben. De machtige invloed van Engeland in Turkije was vroeger oorzaak dat Duitsch- land en Rusland een aantal voordeelen ging iü naar haar toe, als wilde ik voor haar gemak zorgen, en drukte hare hand, Beangstig u niet, schoone joukvrouw, wat er ook geschieden mogewant Bas tiano is bij u en zal u niet verlaten." Zij antwoordde>God dank nu vrees ik niet Sciarra bleef te voet by haar en hield zich in het midden van den stoet. Ik echter moest my aan de spits stellen, zoo als ik onder de aanvoeders was afgespro- keta geworden, om allen den weg te wijzen. Ook had men mij een witten doek om den hoed gebonden, opdat ieder in de duisternis mij herkennen zou." Zoo trokken wij de poort van Olgiato, uit, Jen heuvel af, naar het oord, dat mij welMoekènd wassen waaralleen Virginió's lijfwaobten de wacht hadden. Toen wij bij eene beek kwamen, achler welke de Romeinen lagen, riep een soldaat mij aan, doch ik stiet hem dadelijk met eenen hellebaard neder. Nu liepen op zijn ge schreeuw de RomeiDsche soldaten te wapen, eti aan de overzijde der beek ont stond een ijselrjk alarm. Hoewei wij ku ven aden waren, trokken wij tóch met vaston tred over dö beek, en er ontstond al spoedig eenen leven- digon strijd. Hoe vei der wij doordrongen, des te grooter werd het getal van hen, die ons wederstand boden,toidat wijten laatste- vïjo alle zijden omringd waren. Men boorde ver in de rondte alleen bet

Krantenbank Zeeland

Axelsche Courant | 1900 | | pagina 1